Leto

, door ()

20

Tot nu toe beperkte onze kennis van de popmuziek uit de USSR zich tot ‘Na Zare’ van Alyans, een sublieme synthpopsong uit de jaren 80 waarvan u op YouTube absoluut eens de videoclip moet checken (met die extreem onderkoelde, op de jonge Vladimir Poetin lijkende zanger die met gekruiste armen voor een schijnbaar onbewogen publiek staat te zingen over droefheid en weeklachten van de ziel). Het magnifieke en waargebeurde ‘Leto’ verbreedt onze benepen kennis met de kracht van een tyfoon die muren en grenzen en vooroordelen wegblaast. Regisseur Kirill Serebrennikov zuigt ons mee naar het Leningrad van 1980, waar jongeren in troosteloze flats songteksten van Lou Reed van hand tot hand laten gaan en luisteren naar clandestien aangekochte platen van T-Rex, Talking Heads en Blondie terwijl ze wegdromen bij de Westerse platenhoezen die iemand aan de muur heeft geprikt.

Het is in die claustrofobische wereld, waar de televisie alleen maar propagandafilms uitspuwt over staatssilo’s en oogstplannen, dat we kennismaken met twee jonge, van romantische drang overlopende muzikanten die in de underground van Leningrad een tegenstroom op gang trachten te brengen: Mike Naumenko, de frontman van Zoopark, en Viktor Tsoj, de bezieler van een bandje dat later zou uitgroeien tot één van de belangrijkste popgroepen uit de Sovjet-Unie: Kino. Sign o’ the times: voor ze mogen optreden in de Rock Club dienen de muzikanten hun lyrics voor te leggen aan iemand van de overheid (‘Ik zie dat u niet terugdeinst voor eindrijmen!’) en tijdens de concerten wordt het publiek steevast scherp in de gaten gehouden door in de zaal rondwandelende KGB-agenten (rechtveren en meebrullen was geen optie, voorzichtig meeklappen wel).

De onderdrukking van het Sovjetregime is goed voelbaar, maar zo nu en dan pakt de cineast uit met muzikale droomsequenties die de beklemming even wegblazen en in één moeite afrekenen met het vooroordeel dat Russische films altijd zwaar op de hand zijn. Zo mag een grijsaard op de tram ineens losbarsten in een in gebrekkig Engels gezongen ‘The Passenger’ van Iggy Pop, waarna alle andere reizigers in een vertederende samenzang het refrein oppikken: ‘Singin’ la-la-la-lala-la-la-la!’ Serebrennikov weet prachtig het gevoel te vatten dat er, daar en toen in het koude Leningrad, iets wonderlijks aan het gebeuren was – samen met Viktor en Mike zit je ín de extase van het moment – maar de mooie zwart-witfotografie geeft aan de beelden tegelijk een dromerige dimensie, een weemoedige vibe die naar de troostende vodkafles doet grijpen. Eén van de mooiste poëtische highs uit ‘Leto’ zit helemaal in het begin, wanneer Viktor en Mike en hun vrienden en vriendinnen in een heerlijk lang uitgesponnen scène op het strand staan te feesten. In een roes tokkelen ze op de gitaar en drinken ze Moldavische wijn en springen ze door het kampvuur terwijl de ondergaande zon de aanrollende golven in miljoenen fonkelingen doet uiteenspatten. ‘Leto’ was nog geen tien minuten bezig, maar eigenlijk wisten we op dat moment al met absolute zekerheid dat we naar één van de mooiste films van het jaar zaten te kijken.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: