'Der Goldene Handschuh' is geen cinema voor doetjes

, door ()

63

Welkom in het droevigste café op aarde. En dan hebben wij het niet over Café de Video, waar de vloer voor altijd bezaaid zal liggen met onze eigen hartscherven, maar over Zum Goldenen Handschuh, een kroeg in de Duitse stad Hamburg. In een claustrofobische sigarettenwalm zitten de cafégangers Kaiserpils te zuipen en met de tranen in de ogen mee te zingen met de schlagers die uit de jukebox opwieken. De barman, een vent die duidelijk meerdere oorlogen heeft meegemaakt, bekogelt een in zwijm gevallen tooghanger met ijsblokjes, om te kijken of hij nog in leven is. Wie afdaalt naar het pissijn, riskeert het om een oud-SS’er met een ooglap tegen het lijf te lopen die onder het roepen van ‘Geef acht!’ tegen je been begint te zeiken.

In de jaren 70 was deze godvergeten plek ook het stamcafé van Fritz Honka, een seriemoordenaar die zijn slachtoffers zocht tussen de verlepte prostituees die zich in Zum Goldenen Handschuh een roes kwamen aandrinken. In de eerste scène zien we hoe Honka hijgend van de inspanning en af en toe hardop vloekend (‘Scheisse!’) op zijn kamer een lijk in stukken probeert te zagen: een grimmig tafereel waaruit men onder meer kan afleiden dat het vak van seriemoordenaar thuishoort op de lijst van zware beroepen.

Wat het plaatje echt áfmaakt, en wat de hele scène in één moeite een heerlijk surrealistisch kantje geeft, is dat Honka zijn macabere werkzaamheden even onderbreekt om een liedje van Adamo op te zetten: ‘Es geht eine Träne auf Reisen / Sie geht auf die Reise zu mir...’ Wij konden een grijnslach niet onderdrukken, maar andere critici stoorden zich aan de naar ranzige uitbuiting riekende gretigheid waarmee regisseur Fatih Akin (‘Gegen die Wand’) laat zien en vooral hóren hoe de zaag zich door het bot werkt. En was het nu écht noodzakelijk om die arme prostituees te degraderen tot plompe dragonders die op hun knieën op zoek gaan naar hun uitgevallen valse gebitten, terwijl hun uitgezakte boezems over de vloer slepen?

Dit is geen cinema voor doetjes, laat dat duidelijk zijn, maar volgens ons duwt Akin uw neus niet voor niets in het naar kots, pis en rottenis stinkende afvoerputje van het menselijk bestaan. In de jaren 60 en 70 herrees West-Duitsland als een feniks uit de assen van de Tweede Wereldoorlog: het Wirtschaftswunder had van het land een economische wereldmacht gemaakt, in 1974 won die Manschafft het wereldkampioenschap voetbal, de Holocaust leek een nare herinnering. Maar onder dat laagje vernis werden de Duitsers zwaar geteisterd door hun oorlogstrauma’s. Wie wil, kan in Honka – die zich in één van de gruwelijkste scènes vergrijpt aan een voormalige concentratiekampbewoonster – dan ook een afschuwelijk symbool zien voor het morele verval, de splijtende schuldgevoelens en de borrelende agressie waarmee veel Duitsers in de nasleep van de oorlogsgruwel kampten. Kortom: Akin gaat in dit waargebeurde drama niet zozeer op zoek naar de drijfveren van de serial killer, maar naar de ziel van een diep getraumatiseerde naoorlogse natie. Er gaat een traan op reis...

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: