In 'Once upon a Time... in Hollywood' wint uiteindelijk de melancholie

, door ()

2530
a1

De Cocoanut Grove! Musso & Frank Grill! De Cinerama Dome! Woorden die voor u misschien niets betekenen, maar in de oren van Quentin Tarantino klinken ze zoeter dan een gedicht van D.H. Lawrence of de zucht van een mooi meisje. Het Los Angeles van 1969, met al zijn beroemde landmarks, is waar QT opgroeide, én waar hij zijn minnares, Vrouwe Cinema, voor het eerst in de ogen keek. Vijftig jaar later heeft hij zijn liefdesbrief klaar: ‘Once Upon a Time in... Hollywood’ is – pas maar op – zijn beste sinds ‘Pulp Fiction’. Zijn meest poëtische, zijn meest bedaarde en, vooral, zijn mooiste.

De historische feiten waaraan hij zijn chef-d’oeuvre ophangt, zijn nochtans minder fraai: in de ochtend van 9 augustus 1969 drongen enkele acolieten van Charles Manson de Beverly Hills-villa van regisseur Roman Polanski binnen, om daar zijn zwangere echtgenote, actrice Sharon Tate, en haar gasten af te slachten. Gevolg: het onherroepelijke einde van de sixties, zeker in Hollywood, waar de vrije liefde opeens een kuisheidsgordel kreeg aangemeten en alle deuren op slot gingen. De sfeer was die aan het eind van je laatste zomervakantie: de goede dagen waren voorbij, in de verte blonk alleen nog de grauwe, onzekere werkelijkheid.

In het universum van Tarantino woont er naast Sharon Tate (een stralende Margot Robbie) ene Rick Dalton (Leonardo DiCaprio), een alcoholverslaafde cowboyacteur uit de jaren 50 die het, na een beloftevol carrièrebegin, moet zien te rooien met gastrolletjes in tv-series als ‘The F.B.I.’ en ‘Lancer’. Zijn steun en toeverlaat is zijn stuntman, chauffeur en manusje-van-alles: de oneindig coole Cliff Booth (Brad Pitt gaat moeiteloos met de film aan de haal). Samen hangen ze rond op de set, kijken ze tv en roken ze lsd-sigaretten. That’s it.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: