Uit 'Ad Astra' viel méér te halen

, door ()

17

Wie gaat kijken naar ‘Ad Astra’ mag zich opmaken voor een lange, vreemde reis. Vanuit uw bioscoopstoeltje neemt de langverwachte sciencefictionfilm van James Gray (‘The Yards’, ‘We Own the Night’, ‘The Lost City of Z’) u in gewichtloze toestand mee naar Mars, en van daaruit steeds verder de diepe ruimte in, helemaal naar Neptunus, 4,367 miljard kilometer van de aarde. Onze innerlijke vluchtdatarecorder legde onderweg prachtige taferelen vast, máár, zo moeten wij daar onmiddellijk aan toevoegen, de reis was niet vrij van turbulentie en de terugkeer op aarde voelde aan als een koude douche. Brad Pitt is Roy McBride, een majoor van de ruimtedivisie van het Amerikaanse leger die zijn angsten en zijn eenzaamheid verbergt achter een ijzeren gestel. Zelfs wanneer hij, in de spectaculaire openingsscène, in zijn astronautenpak een kilometersdiepe val maakt in de richting van de keiharde aardbodem, gaat zijn polsslag op geen enkel moment boven de 80 (die van ons daarentegen versnelde tot 120). De odyssee begint wanneer Roy de opdracht krijgt om radiocontact te leggen met zijn vader Clifford, een mythische astronaut die nooit is teruggekeerd van een missie naar de planeet Neptunus. Onderweg naar Mars, waar zich de laatste bemande Amerikaanse ruimtebasis bevindt, maakt Roy een tussenstop op de maan (leuk detail: een dekentje aan boord van de Virgin Atlantic-maanraket kost 125 dollar), waar hij zowaar deelneemt aan een kletterende achtervolging tussen voortrazende maanbuggy’s. Heel even schiet het adrenalinegehalte de hoogte in, maar voor het overige reikt ‘Ad Astra’ naar dezelfde stille hemisfeer waar ook ‘Interstellar’ en ‘2001: A Space Odyssey’ zich ophouden: bedachtzame ruimtevaartfilms die zich niet bekommeren om het bevredigen van uw honger naar actie, en veeleer iets proberen te vatten van het onpeilbare mysterie van het heelal. Maar ‘Ad Astra’ leunt nog het dichtst aan tegen een classic die geen sterrenstofje met sciencefiction te maken heeft: ‘Apocalypse Now’.

Roy zou de nazaat kunnen zijn van Willard, de kapitein die zich met een gammel bootje in het heart of darkness van Cambodja waagt. En Clifford, de mogelijk waanzinnig geworden astronaut die zich in de buurt van Neptunus verstopt, is uiteraard gebaseerd op Kurtz, de flippende kolonel met de kale knikker. Jammer genoeg bereikt ‘Ad Astra’ op geen enkel moment het niveau van de filmtoppers die Gray tot voorbeeld dienden. Nu en dan proef je wel iets van de ijskoude spookachtigheid van het heelal, maar ‘Ad Astra’ bevat ook scènes (hallo, Liv Tyler!) die onze tenen deden opkrullen tot voorbij de dampkring. Wat is er fout gegaan? De opnames van ‘Ad Astra’ werden reeds voltooid in 2017, waarna Gray met behulp van verschillende monteurs, onder wie de Belg Nico Leunen, twee jaar aan zijn film heeft zitten schaven en slijpen, op zoek naar de juiste toon. We zullen wel nooit weten of er op een bepaald moment tijdens die lange postproductie een betere, meer epische versie van ‘Ad Astra’ op de montagetafel lag, maar volgens ons viel er méér uit te halen dan de onevenwichtige film die nu in de bioscopen speelt.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: