'Portrait de la jeune fille en feu': geen enkele andere film maakte dit jaar zo'n indruk

, door ()

378

De dag dat ‘Portrait de la jeune fille en feu’ uitkomt, zal er in het hele land iets wonderbaarlijks gebeuren. De deuren van de huizen, de hogescholen, de bedrijven en de hospitalen zullen openzwaaien, en de bevolking zal massaal de straat opstromen. Studenten, arbeiders, dokters en patiënten zullen zich losrukken van hun schermpjes, hun machines, hun bureaustoelen en hun ziekenbedden en zich in nooit eerder geziene dichte drommen naar de bioscoopzalen begeven. Eat thát, Avengers!

In werkelijkheid zal de opkomst wellicht iets minder groot zijn: ’t is een Franse film, er doen geen superhelden mee, en Matteo Simoni staat ook al niet in de aftiteling. Het enige wat wij hier kunnen doen, is onder woorden proberen te brengen hoe diep dit meesterwerk ons heeft geraakt. Het verhaal speelt zich af aan het einde van de 18de eeuw, op een Bretoens eiland dat niet zou misstaan in één van die hoogromantische boeken van Emily Brontë: snijdende wind, een woeste branding die de onderdrukte emoties van de personages weerspiegelt, hoge kliffen die een mens uitnodigen om eraf te springen – al dan niet met valscherm. De pas op het eiland gearriveerde schilderes Marianne krijgt de opdracht om een portret te schilderen van Héloïse (de ogen van Adèle Haenel zullen u nog lang achtervolgen), een jonkvrouw die binnenkort zal worden uitgehuwelijkt aan een Milanees. Klein probleem: omdat ze tegen het huwelijk is, weigert Héloïse te poseren. In één van de vele magnifieke dialogen tijdens de lange, onvergetelijke strandwandelingen die ze samen maken, waagt Marianne een poging om haar te troosten: ‘Milaan is een levendige muziekstad!’ ‘Wat je werkelijk wilt zeggen,’ antwoordt Héloïse, ‘is dat ik er nu en dan troost zal vinden.’ Regisseuse Céline Sciamma, die na de mooie stijloefeningen ‘Water Lilies’ en ‘Tomboy’ tot volle wasdom komt, maakt heel mooi duidelijk dat Marianne en Héloïse in een wereld leven waarin vrouwen een stempel van minderwaardigheid krijgen opgeplakt, maar haar film overstijgt het vuur van het feministische traktaat. Dialogen die je treffen als blikseminslagen (‘Kijk om!’), beeldkaders die sidderingen door je lijf jagen (de baby op het bed!), een reeks humoristische trompe-l’oeil-effecten die af en toe zorgen voor een bevrijdende lach: Sciamma heeft een onwaarschijnlijk gave film gemaakt die op alle vlakken, en tot in de allerkleinste details, excelleert. Bovenal is ‘Portrait de la jeune fille en feu’ een diep ontroerend liefdesverhaal dat uitdrukking geeft aan één van de ergste aandoeningen waaraan een mens lijden kan – de hunkering naar die Ene die we niet mogen aanraken. Het eindshot, met die machtige muziek van Vivaldi die uw ziel zal opensplijten, is als een storm die losbarst en die je overrompelt zoals alleen een grote liefde je kan overweldigen.

Wij zagen de film op het festival van Oostende. Achteraf wandelden we het strand op, en terwijl we half hoopten om Marianne en Héloïse aan de einder te zien opdoemen, konden we alleen maar bedenken dat wij dit jaar nog geen enkele andere film hebben gezien die zó’n diepe indruk op ons heeft gemaakt.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?