'Piranhas': Gabbers met blaffers in Dries Mertens-stad

, door ()

9

Het dikdoenerige gebaartje waarmee hij het elastiekje van een dikke rol bankbiljetten rukt, verraden dat hij het gewend is om met veel poen om te gaan. Zitten we te kijken naar Don Russell Bufalino (Joe Pesci), de immer in vers gestreken kostuums gestoken maffiabaas uit ‘The Irishman’? Neen, de maffioso in kwestie heet Nicola en is slechts 15 jaar oud. Die snaak in z’n trainingsplunje hoeft zich nog niet elke dag te scheren, en toch heerst hij al – na eigenhandig enkele blauwe bonen door de concurrenten te hebben gejaagd – als een baron over een wijk in Dries Mertens-stad, Napels.

‘Piranhas’ schetst, een beetje voorspelbaar, de onstuitbare opkomst en ondergang van Nicola en zijn gabbers, die met hun door afpersing vergaarde duiten de nieuwste Nikes gaan kopen. Gezien hun prille leeftijd is het half potsierlijk, half schrikwekkend te zien hoe de bendeleden met de revolver achter de broeksriem op hun Vespa’s rondsnorren en hoe ze aldoor in de achteruitkijkspiegel turen om te checken of hun haar wel goed ligt – gangsters of niet, het blijven ijdele Italiaantjes.

‘Piranhas’ is gebaseerd op ‘De kinderen in de sleepnetten’, een roman van de door de camorra vogelvrij verklaarde ‘Gomorra’-auteur Roberto Saviano, die zijn onderduikadres (op onze zolder, achter de valse wand) tegenwoordig alleen nog maar verlaat in het gezelschap van zijn lijfwachten. Het verschil met ‘Gomorra’ is dat ‘Piranhas’ zich niet bezighoudt met het ontrafelen van de sociale structuren van de Napolitaanse criminele wereld, maar zich focust op de steeds jonger wordende maffiosi die de lokale winkels en bordelen controleren. Dat we zitten te kijken naar boefjes die de luiers nauwelijks zijn ontgroeid, maakt deze film niet alleen een stuk wranger (hoe verschrikkelijk om die jongetjes de verkeerde kant van het leven te zien kiezen!), maar ook een kogelhulsje ontroerender dan ‘Gomorra’. Want af en toe, tussen de afpersingen en de afrekeningen door, zie je hoe de aandoenlijke pubers die ergens diep in hen verscholen zitten, toch eens hun puisterige sweet fifteen-smoelen laten zien. ‘Ik hoor de muziek al!’ roept er eentje wanneer hij aanstalten maakt om voor het eerst in zijn leven een discotheek binnen te stappen. En dat Nicola zich bij het ontbijt boos maakt op zijn broertje omdat die zijn lievelingskoekjes heeft opgegeten, geeft aan dat het kind in hem nog niet helemaal dood is – op die momenten zou je hem zó een aai over de bol willen geven.

Regisseur Claudio Giovannesi springt met zijn camera gezwind mee op de Vespa’s en capteert heel mooi de bruisende dynamiek tussen de jongens. Maar over het geheel genomen vangt de cineast – en hopelijk komt deze kritiek ons niet op een paardenkop in ons bed te staan – té weinig aan met het basismateriaal. Is ‘The Irishman’ een machtige kroniek, dan mogen we ‘Piranhas’ als een aardig tussendoortje bestempelen.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: