'De vijand is niet Iran of Noord-Korea. De vijand, dat zijn de rijken die alles voor zichzelf houden' Beeld INTERNET
'De vijand is niet Iran of Noord-Korea. De vijand, dat zijn de rijken die alles voor zichzelf houden'Beeld INTERNET

10 jaar geledenstartte het occupy protest

24 uur op Occupy Wall Street: ‘We zijn veel te lang stil geweest’

De bezetting van Wall Street begon op 17 september 2011. Dat wil zeggen: de bezetting van Zuccotti Park, het voor de gelegenheid tot Liberty Square omgedoopte pleintje op twee blokken van Wall Street.

(Verschenen in Humo op 17 oktober 2011)

Tromgeroffel, spreekkoren, gedruis: het geluid van protest. Je hoort het al van een halve kilometer afstand als je in downtown New York in de richting van het financiële district wandelt. Daar bevindt zich sinds een maand het epicentrum van Occupy Wall Street, de steeds maar aanzwellende opstand tegen de economische crisis en de ongelijkheid in de VS.

Hoe lang de protesten nog duren, is een open vraag. Desnoods tot Sint-Juttemis, verzekeren de manifestanten. Tot het in New York gaat vriezen en sneeuwen, denken sceptici. In ieder geval werd afgelopen vrijdagochtend op het nippertje een fikse straatrel vermeden. Brookfield Properties, de vastgoedfirma die eigenaar is van Zuccotti Park, waar de manifestanten nu al een maand kamperen, wilde het plein weer schoon. Om klokslag zeven uur zouden ze het met behulp van de politie beginnen te ontruimen. Als de schoonmaakploegen weg waren, zouden de manifestanten mogen terugkeren, maar slapen op het plein zou voortaan verboden zijn. De bezetters roken een list om hen definitief weg te krijgen, en riepen hun sympathisanten via hun website op om massaal voor dag en dauw klaar te staan in Zuccotti Park. ‘Wees erop voorbereid dat je gearresteerd kan worden,’ klonk het dreigend. En aangezien de politie de voorbije weken niet bepaald zuinig was geweest op de wapenstok, waren alle ingrediënten er voor een veldslag. Pas drie kwartier voor de deadline liet burgemeester Michael Bloomberg horen dat de opruimactie tot nader order uitgesteld was.

De bezetting van Wall Street begon op 17 september. Zuccotti Park, dat voor de gelegenheid tot Liberty Square omgedoopt is, ligt op twee blokken van Wall Street zelf, waar de manifestanten niet mogen komen. Het is niet eens een echt park, maar een stenen plein met bankjes en een stuk of wat kleine boompjes. Tot een paar weken geleden was het een plek waar mensen hun lunch kwamen opeten: kantoorbedienden uit de belendende wolkenkrabbers en bouwvakkers van Ground Zero, dat aan de overkant van de straat ligt.

Tot de bezetting was opgeroepen door het linkse magazine Adbusters. Aanvankelijk ging het over enkele honderden manifestanten. Zo nu en dan haalde de politie de pepperspray en de wapenstok boven. Dat veroorzaakte wat deining onder linkse internetactivisten, maar daar bleef het bij. De Amerikaanse media besteedden nauwelijks aandacht aan de bezetting, en als ze het wel deden, was het met een sussende grijns: een stelletje overjarige punks en hippies op een kluitje in New York, het zou zijn tijd wel duren.

Dat veranderde op 1 oktober, toen er een rel uitbrak op de Brooklyn Bridge, op een kilometer van het park. De politie arresteerde daar zevenhonderd manifestanten, volgens de officiële uitleg omdat ze niet op het trottoir van de brug wilden blijven en het verkeer hinderden. De manifestanten betwistten dat: volgens hen had de politie hen het wegdek op gedreven. Feit is: de beelden gingen de wereld rond, en nu sprongen de media erbovenop. De vakbonden gingen achter de bezetters staan. Linkse coryfeeën als Michael Moore en rappers als Kanye West en Talib Kweli daagden op in Zuccotti Park. Van heinde en verre stroomden nieuwe demonstranten toe. Inmiddels zijn de protesten over de hele VS uitgewaaierd: ook in Washington, Boston, San Francisco, Atlanta, Minneapolis en tientallen andere steden worden er dezer dagen pleinen bezet.

Hoeveel mensen er nu per dag in Zuccotti Park staan, is onduidelijk. Vast staat dat het er véél zijn, wellicht tienduizenden. Dat gaat van diehards die er al weken kamperen – en het geluk hebben dat het weer in New York al die tijd uitstekend bleef – tot nette lui die tijdens hun lunchpauze hun sympathie komen betuigen. De bezetters zijn inmiddels ook een toeristische bezienswaardigheid, makkelijk samen met Ground Zero op één ochtend te bezoeken.

Gandhi wist het al

Op een schuimrubberen matras tegen een boompje zit Sean Ivans (22). Hij is drie dagen geleden speciaal uit Salt Lake City in Utah hierheen gevlogen. Hij heeft er zijn baan als manager in een pizzatent en zijn studie voor opgegeven. Als laatstejaars geschiedenis aan de University of Utah stond hij op nauwelijks twee semesters van zijn diploma, maar hier zijn is belangrijker, zegt hij. En nee, zijn ouders zijn daar niet gelukkig mee.

SEAN IVANS «Ik heb bewust mijn kamp opgezet naast de rij voor de voedselbedeling, zodat ik met zoveel mogelijk mensen kan praten. De schoonheid van deze beweging is dat ze niet één centraal idee heeft, niet één oplossing voor alle wereldproblemen. Het is een ruimte waar mensen zich als gelijken kunnen uitdrukken. Je kan hier binnenwandelen en onmiddellijk opgenomen worden in de groep. Dat hebben we tientallen jaren gemist. De media willen ons neerzetten als de linkse Tea Party, maar dat is onzin. Het gaat niet over links of rechts, maar over ménsen. Er lopen hier ook oma’s rond, en afgelopen nacht sliepen er in mijn onmiddellijke buurt meer dan een dozijn kinderen. Er zijn blanke en gekleurde mensen, punks en mensen met dassen aan, alles door elkaar.

»Schokkend is wel dat de wortels van de Tea Party heel erg lijken op de onze. We hebben hier zelfs al Tea Party-activisten van het eerste uur zien opduiken die achter ons staan. Zij hebben het gevoel dat hun beweging gekaapt is door Fox News (de aartsconservatieve nieuwszender van Rupert Murdoch; red.) en de Republikeinse partij. Hou het in de gaten: ze zullen hetzelfde proberen met ons. De vakbonden en de Democraten scharen zich nu volop achter ons: ik heb er niks op tegen dat men ons goedkeurend toeknikt, maar ik wil niet voor de kar gespannen worden van organisaties die de boel per definitie polariseren. Gelukkig kunnen we dankzij nieuwe technologieën als twitter en Facebook communiceren op een manier die Democraten en republikeinen overstijgt.»

HUMO Maar uiteindelijk kan je toch niet buiten de politiek? Als jullie willen dat Wall Street-bankiers meer belastingen gaan betalen, dan zullen daar wetten voor goedgekeurd moeten worden.

IVANS «kijk, wij zijn hier namens de 99 procent Amerikanen die zijn getroffen door de crisis. Die wetten waar jij het over hebt, zullen er pas komen wanneer die 99 procent gaat beseffen dat ze ook echt met 99 procent zijn. Laten we even realistisch zijn: op dit moment staat ongeveer vijf procent van de Amerikanen echt achter ons. Maar wanneer mensen gaan inzien dat ze de overweldigende meerderheid zijn, dan zullen er dingen in beweging komen die niemand meer kan tegenhouden.»

HUMO Occupy Wall Street is vergeleken met de Arabische lente, de betogingen in Griekenland, de rellen in Londen en de Spaanse indignados. Zit daar wat in?

IVANS «Zeer zeker. Je voelt de onvrede in de hele wereld. Dit is een heel krachtig, belangrijk moment. Gandhi zei: ‘eerst negeren ze je, dan lachen ze je uit, dan gebruiken ze geweld tegen je, en dan win je.’»

HUMO Verwacht je geweld?

IVANS «Dat is mijn grootste angst. Maar als je de corruptie van het systeem wil blootleggen, dan zal je tot burgerlijke ongehoorzaamheid moeten overgaan, en daar kan geweld van komen.»

HUMO Je klinkt haast alsof je dat wilt.

IVANS «Nee! Integendeel. kijk om je heen: dit protest is al een maand aan de gang, en het is totaal geweldloos. Veel mensen zijn daar niet blij mee, die vinden dat we het harder moeten spelen. en je kan er ook van op aan dat er tussen die enorme massa mollen zitten, die incidenten willen uitlokken zodat de politie ons te lijf kan gaan. Maar ik vind dat we juist onze kracht tonen door geweldloos te zijn. Zelfs al mogen we alleen in dit park blijven, zitten we op elkaar gepakt als beesten in een zoo en ruikt het hier constant naar zweetvoeten: we grijpen niet naar geweld. We zijn hier nu drie weken, en het groeit steeds maar aan. beeld je maar eens in wat het over nog eens drie weken zal zijn!

»Het belangrijkste is dat we eindelijk onze vijand gevonden hebben. De vijand is niet Iran of Noord-Korea; de vijand is de één procent, de rijkelui die alles voor zichzelf houden. en dat terwijl de prijzen van benzine, eten en huisvesting voor de andere 99 procent door het dak schieten, en de minimumlonen hetzelfde blijven.»

Min tien procent

Zuccotti Park is een vrolijke chaos. een drumband speelt de hele dag. Vlak daarnaast zitten mensen in stilte te mediteren voor een boeddhistisch altaartje. Nou ja, stilte – het oorverdovende gedreun van Ground Zero, waar een handvol wolkenkrabbers en een ondergronds metrostation gebouwd worden, houdt nooit op. Heren in pak staan te discussiëren met getatoeeerde en gepiercete punks. toeristen en kantoorbedienden op weg naar hun werk blijven stilstaan om het allemaal te aanschouwen. Zowat iedereen is elkaar aan het filmen en fotograferen.

De eisen waarmee mensen hierheen gekomen zijn, lopen ontzettend uiteen. Economische rechtvaardigheid, uiteraard. Maar de oorlogen in Irak en Afghanistan moeten het net zo goed ontgelden. Sommige mensen willen Bradley Manning vrij, de militair die massa’s geheime documenten zou hebben gelekt aan WikiLeaks. Anderen willen een eind aan fracking, het hydraulisch kraken van onderaardse gesteenten om aardgas te winnen. Weer anderen eisen de afschaffing van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. Híér staat een uit de kluiten gewassen schaalmodel van een Predator, uit protest tegen bombardementen met drones in Afghanistan; ginds draagt iemand een bord mee tegen de Olympische Winterspelen in 2014 in het Russische Sotsji. Eén dame gaat simpelweg rond met een colectebus om puppy’s te adopteren. Occupy Wall Street heeft geen leiders en geen officiële eisenbundel, maar er is wel een allesoverheersende slogan: ‘We are the 99%’. Dat wil zeggen: de 99 procent die niet hebben meegeprofiteerd van de ongekende welvaartsstijging die het rijkste procent van de Amerikaanse bevolking de laatste decennia te beurt is gevallen. Dat ene procent – gezinnen met een inkomen van gemiddeld 1,5 miljoen dollar per jaar – bezit nu tachtig procent van alle rijkdom in de VS; 25 jaar geleden was dat nog maar 33 procent. Ze bezitten ook meer dan de helft van alle aandelen en obligaties. Ze gaan jaarlijks met 24 procent van het nationale inkomen naar huis – in 1976 was dat nog negen procent. En de kloof wordt nog steeds wijder.

En de rest? Die ziet af. De Amerikaanse werkloosheid wil maar niet zakken onder de negen procent. Tel daar de mensen bij die eigenlijk een voltijdse job nodig hebben maar noodgedwongen parttime werken, en je komt makkelijk aan een procent of zeventien. Miljoenen gezinnen zijn sinds het begin van de crisis in 2007 hun huizen kwijt. Tientallen miljoenen anderen zagen de waarde van hun woningen kelderen. Volgens een nieuw rapport is het gemiddelde gezinsinkomen sinds juni 2009, toen de recessie officieel eindigde, met 6,7 procent gedaald. Tel daar de recessie zélf bij, en de gemiddelde Amerikaan is de laatste jaren meer dan tien procent van zijn centen kwijtgeraakt.

Vandaar dus dat er geprotesteerd wordt tegen Wall Street, waar de crisis in 2007 begon, toen de roekeloze handel in rommelkredieten explodeerde. Demonstraties zijn hier overigens lang geen unicum. In 1920 werd er zelfs een aanslag gepleegd op de zakenbank J.P. Morgan, waarbij 38 doden vielen. Het wapen was de toenmalige versie van de hedendaagse bomauto: een met springstof geladen paardenkar.

Zo’n vaart loopt het deze keer niet. Daar zorgt onder andere een indrukwekkende politieaanwezigheid voor. Rond Zuccotti Park circuleren permanent tientallen agenten. Een vloot politiebusjes, squad cars en overvalwagens staat opzichtig opgesteld. Boven alles uit steekt een mobiele uitkijktoren. Ook voor toevallige passanten is stilstaan niet toegestaan. ‘You gotta move on,’ manen de agenten mensen aan die twee seconden te lang naar de kleurrijke manifestanten blijven kijken. Het trottoir moet vrij blijven, zeggen ze. Merkwaardig, want buiten de spitsuren, wanneer de kantoorgebouwen leegstromen en de toeristen terug naar hun hotels lopen, is er hoegenaamd geen probleem met de doorstroming.

Wall Street zelf is een onneembare vesting. De hele buurt is afgezet met dranghekken. Politiemannen en privé securitylui paraderen in het rond. De verstelbare terreurbarrières, die er na 9/11 geïnstalleerd zijn om bomauto’s tegen te houden, staan omhoog. Boven de buurt hangen permanent politiehelikopters.

Seks op het gazon

Het loopt tegen de middag, en de slaapmatten en -zakken, luchtmatrassen en plastic zeilen zijn opgeborgen. Her en der lopen lui met vuilniszakken en bezems om de boel aan kant te krijgen. Het Hilton is het niet, maar voor een plek waar mensen al drie weken in de openlucht kamperen, zonder dak boven hun hoofd en sanitair (bij de McDonald’s even verderop mogen ze hun gevoeg doen, op voorwaarde dat ze niet meteen ook een uiltje gaan knappen in de toiletten), ziet het er allemaal nogal hygiënisch uit.

Dat in tegenstelling tot het beeld dat sommige Republikeinse politici en conservatieve mediafiguren van de protesten ophangen. ‘Ik ben steeds meer bezorgd over de bendes die Wall Street en andere steden in het land bezetten,’ zei Eric Cantor, de Republikeinse fractieleider in het Huis van Afgevaardigden. De behoorlijk aangebrande ex-Fox News-presentator Glenn Beck waarschuwde in zijn radioprogramma dat de demonstranten kapitalisten zouden ‘vinden, de straat op slepen en afmaken’. Volgens Ron Christie, ooit adviseur van vicepresident Dick Cheney en tegenwoordig aan de slag als politiek commentator op televisie, zijn de meeste demonstranten studenten die vooral ‘seks willen hebben op het gazon’.

Afgezien van het feit dat er op de betonnen vlakte die Zuccotti Park is helemaal geen gazon is: tijdens Humo’s 24 uur op Occupy Wall Street is er van al dat leuks ontgoochelend weinig te merken. Eén man, klaarblijkelijk niet goed bij zijn hoofd, onder invloed of allebei, haalt zijn – het moet gezegd: niet onaanzienlijke – jongeheer boven. Wanneer niemand reageert, stopt hij hem onverrichter zake terug in zijn broek. Wat er bij nacht allemaal gebeurt onder de dekens en slaapzakken is onmogelijk te zeggen, maar even realistisch blijven: we zouden alle mensen niet de kost willen geven die het in de andere parken van New York op een zwoele oktoberavond spontaan op een vogelen zetten.

Geweld dan maar? Niks gezien. Wapens? Evenmin. Drugs? Eén keer wietdampen geroken, wat op een plein vol punks, crusties en hippies een laagterecord moet zijn. Zelfs alcohol wordt er – netjes volgens de regels in New York – niet in het openbaar gedronken.

Sterker nog: het wemelt hier van de gezinnen met kinderen. Grafisch ontwerper Count-Paul Stovall (33) uit Brooklyn is hier met zijn dochter Jordan (2), die ligt te dutten in de kinderwagen, en Jaden (4), die zijn gezicht laat schilderen in het kinderhoekje.

COUNT-PAUL STOVALL «Ik wil deel uitmaken van de massa. Fysiek hier zijn, niet alleen theoretisch of mentaal. En ik wil mijn kinderen iets leren: opkomen voor jezelf en de democratie. Ze zijn nog klein dus ze begrijpen het niet helemaal, maar de energie hier is geweldig. Ik kom zeker ook nog zonder kinderen terug. Ik steun volledig wat er hier aan de gang is. Het gaat om aantallen. Je moet aantonen dat je een massa bent, dat ze je niet kunnen negeren.»

Aan de eetstand begint zich een rij te vormen. Liberty Square heeft zijn eigen voedselbedeling, een standje dat schone sokken en kleren uitdeelt, een bibliotheek en een coaching-hoek waar je psychologische bijstand kan krijgen wanneer het beton even te hard begint te voelen om op te slapen. Alles is gratis, en wordt draaiende gehouden met giften. Mensen kunnen geld overschrijven via de Occupy Wall Street-website. Vaak komen ze ook gewoon dingen ter plekke afgeven, zegt Clint Selby (25), een klusjesman van de Stony Brook-universiteit op Long Island, anderhalf uur ten oosten van de stad. Hij helpt als vrijwilliger mee bij het medische standje. Het rode kruis op zijn T-shirt is gemaakt van elektricienstape.

CLINT SELBY «Geld is geen probleem. Dat hebben we genoeg. Als we medische benodigdheden moeten kopen, dan hoeven we het maar te vragen aan de fundraisers en we krijgen het. Maar net zogoed komen mensen spullen brengen: pleisters, verband, pijnstillers, je noemt het maar (net op dat moment drukt iemand hem een zakje vol verse spullen in de hand). Ik heb een EHBO-opleiding gevolgd, maar al bij al valt het nog mee. De meeste klachten gaan over blaren, hoofdpijn, verkoudheden en rugproblemen – het is zwaar hè, dag na dag op een stenen vloer slapen. Het ergste dat we gezien hebben, was een zware astma-aanval. Toen was er gelukkig een echte dokter in de buurt, want dat zag er bepaald griezelig uit. Ik dacht: die gaat zo meteen dood. Je mag er niet aan denken.»

Hetzelfde verhaal bij het eetstandje, zegt Rafael Moreno, een 29-jarige New Yorker van Dominicaanse afkomst die hier pizza en fruit staat uit te delen.

RAFAEL MORENO «Allemaal donaties. Mensen komen ons vragen wat we nodig hebben, en dan lopen ze naar de winkel en halen ze dat. Daarstraks hebben we nog bagels geleverd gekregen die besteld waren door iemand in Colorado. Mensen bellen vanuit het hele land – zelfs uit het buitenland – naar de pizzazaak naast het plein: verschillende keren per dag komen ze ons van daar stapels pizza brengen. Andere mensen koken thuis iets en brengen dat dan naar hier. En met het geld dat we inzamelen, gaan we naar de restaurants in de buurt, waar ze ons een vriendenprijsje aanrekenen voor professioneel bereide warme maaltijden.»

Vergaderen maar

Aan de rand van het trottoir van Broadway staat Deanna Limbitz met een bord: ‘Gezondheidszorg is een mensenrecht’. Ze is groot, blond, elegant en van middelbare leeftijd. Ze doet in niks denken aan de punks, dreads en wicca’s die hier de dienst uitmaken. Ze is huisdokter in Windsor, Colorado, zegt ze, en ook zij is speciaal naar New York gevlogen om bij de protesten te zijn.

DEANNA LIMBITZ «Ik ben al 25 jaar dokter. Op die tijd zijn mijn middenklassepatiënten zich steeds meer gaan gedragen als armen. Ik zie dat ze behandelingen uitstellen omdat ze het remgeld niet kunnen ophoesten. Ze slaan medische controles over, en blijven veel te lang rondlopen met diabetes of hoge bloeddruk. Ze laten zich pas onderzoeken wanneer hun klachten veel te ver gevorderd zijn, of wanneer ze een beroerte of een hartaanval krijgen. Dan moeten ze naar de spoeddienst en kost het hen nog veel meer.

»Ik ben gaan bestuderen hoe dat komt, en de conclusie is onontkoombaar: dat de remgelden en verzekeringspremies voor de gemiddelde Amerikaan steeds duurder worden, is omdat we te maken hebben met private verzekeringsmaatschappijen, farmareuzen en ziekenhuizen. Die willen winst maken op de dollars die ze van ons allemaal innen, in plaats van ze te gebruiken om ons een betere gezondheidszorg aan te bieden. Ik vind dat we een systeem van openbare ziekteverzekering moeten hebben, zoals in Canada of Europa. Daarom ben ik hier.»

HUMO Wat vindt u van de kritiek dat dit een protest is van ongewassen, onpatriottische anarchisten?

LIMBITZ «Wel...»

Net op dat moment worden we onderbroken door een jongeman die al even stond mee te luisteren, er inderdaad ietwat ongewassen uitziet en Deanna’s kaartje wil, omdat hij ook zelf met gezondheidszorg bezig is.

LIMBITZ «Sorry, maar ik ben net bezig met een interview.»

DE JONGEMAN «Dus de media zijn belangrijker dan wij? Laat dan maar. Als het zo zit, wil ik uw tijd niet verspillen (beent verontwaardigd weg)

LIMBITZ «Je moet die jongen begrijpen. Sommige mensen slapen hier al weken en ze zijn moe, hongerig en ongeduldig. Dan willen ze hun manieren weleens uit het oog verliezen. Ik bedoel, 99 procent van de mensen in dit land kunnen toch geen ongewassen anarchisten zijn? De mensen die hier zijn, zijn net wél patriotten, want zij willen dit land oplappen. Weet je wat niet patriottisch is? Zoveel mogelijk geld oppotten voor jezelf zonder het met de rest van het land te delen.»

We wandelen verder. Overal staan mensen met elkaar te praten. Van genetisch gemanipuleerde organismen tot bankboycots: geen links stokpaardje dat niet uitvoerig bereden wordt. Mensen mengen zich ongevraagd in elkaars discussies, en niemand die dat erg vindt. Eindeloze palaversessies zijn het gevolg. Hier worden vergadertijgers gekweekt.

De avond valt. De shift op Ground Zero loopt af. Arbeiders blijven hangen bij de manifestanten. Gaan in discussie. De meeste willen niet praten met de pers. Wel Veronica, zolang we haar achternaam maar niet vermelden. ‘Ik ben hier helemaal voor,’ zegt de geblokte latina. ‘Ik moet er zo meteen vandoor. Ik heb twee kinderen en mijn man werkt vanavond ook, dus ik moet hem gaan aflossen. Maar ik ben blij dat die kids hier staan. Ze doen dit voor ons, voor alle Amerikanen. Ik hoop dat ze het heel lang volhouden.’

Uit volle borst

Tijd voor de general assembly, de dagelijkse algemene vergadering van de demonstranten. Die vindt plaats op de hoek van het plein. Elektrische versterking is verboden: knap vervelend, want het geratel en gedreun van New York houdt nooit op, en zonder luidsprekers is het zo goed als onmogelijk om jezelf over een afstand van meer dan tien, twaalf meter verstaanbaar te maken. Daar heeft men echter iets op gevonden. In plaats van in volzinnen wordt het publiek toegesproken in stukjes en brokjes. Die worden door de toehoorders meteen unisono en uit volle borst nagezegd, zodat iedereen het kan horen.

Dat geldt trouwens niet alleen voor de general assembly. Wie op willekeurig welk moment van de dag het woord wil nemen, kan dat door luidkeels ‘Mic check!’ te roepen. De omstanders herhalen dat om aan te geven dat het spreekkoor ‘op’ staat, waarna de spreker van wal kan steken. Mensen maken daar gebruik van om, pakweg, de boodschap de wereld in te sturen ‘dat ze/nu terugkeren/naar Californië/ en iedereen/verder nog/veel succes/toewensen’, of om simpelweg ‘Hey Rachel/I love you’ te zeggen.

Voor de general assembly troept echter zo’n grote menigte samen dat alles drie keer gedeclameerd moet worden voor iedereen het min of meer verstaan heeft: één keer door de spreker, één keer door een groep links, en één keer door een groep rechts – en daarna hoor je nog steeds verschillende mensen ‘wat zegt-ie?’ vragen aan hun buurman. Het zorgt ervoor dat de vergadering eindeloos aansleept, ook omdat iedereen hier het woord neemt: hiërarchie bestaat niet. Dat komt omdat dit het eerste protest van het internettijdperk is, speculeren communicatie-experts nu al. Anno 2011 heeft iedereen de macht om via het internet zijn eigen mening te laten horen aan de hele wereld. En daarom werkt het twintigste-eeuwse model met leiders en volgelingen niet meer.

Wellicht klopt dat, en het is niet moeilijk om er de mooie kanten van in te zien, maar het leidt ook tot absurde toestanden. Zo slaagden Occupy-manifestanten in Atlanta erin om het Democratische parlementslid John Lewis spreektijd te weigeren toen die onaangekondigd opdaagde om zijn sympathie te betuigen. Parlementslid of niet, besliste de general assembly daar, men moest nog een lange agenda afwerken en je kon niemand zomaar voortrekken. Lewis mócht spreken als hij wilde, maar pas wanneer alle andere ordepunten afgehandeld waren.

Ook daar valt in principe wat voor te zeggen, zij het dat John Lewis niet zomaar een parlementslid is. Lewis is een held van de burgerrechtenbeweging. Hij was destijds één van de vertrouwelingen van Martin Luther King, draagt nog steeds letterlijk de littekens van alle keren dat hij destijds door de politie mishandeld werd, en is de laatste nog levende spreker van de burgerrechtenmars in Washington in 1963, waar king zijn beroemde ‘I have a dream’-speech afleverde.

Lewis vertrok onverrichter zake, omdat hij nog andere afspraken had, en verklaarde achteraf dat hij alle begrip had voor de manifestanten en absoluut niet boos was. Maar zo’n man het deksel op de neus geven, het staat toch lullig.

Ziel verkocht

Blijft de vraag: wat wil dat nu allemaal zeggen? Maken we in Zuccotti Park het begin mee van Iets Groots? Een beweging die met Tea Party kan concurreren, die zelfs de basis kan zijn van een contestatiebeweging zoals in de sixties? Of blijft het bij protesteren tegen alles wat beweegt, zonder dat er een politiek programma met harde eisen van komt en er sterke figuren opduiken die op tafel kunnen slaan om die eisen ingewilligd te krijgen? Wordt het wachten tot deze beweging haar eigen Martin Luther king krijgt? Misschien heeft ze die zelfs al gehad. Hij heet Barack Obama, en hij heeft niet gebracht wat velen van hem verwacht hadden. De frustratie over Obama speelt absoluut mee, zegt Julian Zelizer, commentator op CNN en professor in de politieke geschiedenis aan de gerenommeerde Princeton-universiteit vlak buiten New York.

JULIAN ZELIZER «Toen Obama aantrad, lagen de verwachtingen buitengewoon hoog. Drie jaar later blijkt hij niet de transformatieve president waarop men gehoopt had, de man die alles anders zou maken, en stelt de economie het niet veel beter dan toen. Dan krijg je dus mensen die alle hoop verliezen en ten einde raad de straat op gaan.»

HUMO Een veelgehoorde kritiek op de Occupy Wall Street-beweging is dat ze geen leiders en geen programma heeft en dat je op die manier niets concreets gedaan kan krijgen.

ZELIZER «Dat is het grote gevaar, ja. Dáárop kan het stranden. De Tea Party begon met dezelfde frustraties over de economie, maar was van het begin af aan glashelder in haar eisen: minder overheid, lagere belastingen en de staatsschuld omlaag. Bovendien stond er een grote conservatieve organisatie achter, en vielen de doelstellingen samen met die van de republikeinse partij. Op dit moment heeft de Occupy Wall Street-beweging dat allemaal niet. Maar je hebt het wél nodig als je politiek wil doorgroeien. De Democraten zoeken nu voorzichtig toenadering, maar er is nog steeds een hele grote afstand tussen de partij en de demonstranten op straat. Ik weet niet zeker hoe dat gaat eindigen.»

HUMO De bezetters zijn zeer wantrouwig tegenover de vakbonden en de Democratische partij.

ZELIZER «Klopt. Het gevoel leeft dat de Democratische partij haar ziel verkocht heeft aan een corrupt systeem waar gewone mensen niks aan hebben. Dat gezegd zijnde: de Tea Party’ers zeiden hetzelfde over de republikeinen – die waren ook deel van het corrupte Washington-establishment. Maar uiteindelijk waren veel tea Party-lui toch bereid om zich bij hen aan te sluiten. Het is dus mogelijk dat er ook tussen occupy Wall Street en de Democraten toenadering komt.

»In zijn toespraken spreekt Obama nu zijn steun uit voor Occupy Wall Street. Maar als het erop aankomt, denk ik dat het een slechte zaak is voor hem dat dit gebeurt. Dit is wéér eens een stem die zegt: de economie draait niet. En als je dat zegt, zeg je ook impliciet: Obama’s presidentschap draait niet. Zelfs als de kritiek gericht is tegen Wall Street en als men zegt: ‘Ga het geld bij de rijken halen’, dan nog volgt daaruit de impliciete vraag: ‘Waarom heeft Obama dat niet al lang gedaan?’ Bush is geen president meer. Fair of niet, maar voor veel Amerikanen draagt de man die in het Witte Huis zit de verantwoordelijkheid, punt uit.»

HUMO Wat betekent dat voor de presidentsverkiezingen van 2012?

ZELIZER «Een optimistisch scenario voor de demonstranten is dat ze een machtsfactor worden binnen de Democratische partij. Een tussenscenario is dat dit wegdeemstert, dat men het over twee weken alweer vergeten is. Het slechtste scenario is dat het averechts werkt. Dat de republikeinen kunnen blijven zeggen: ‘Zie je wel dat het allemaal extreem-links tuig is dat daar op straat keet loopt te schoppen?’, dat ze daar van de kiezer gelijk in krijgen, én dat ze erin slagen om dat ongenoegen te vereenzelvigen met de Democraten. Dan krijg je hetzelfde verhaal als in de sixties: toen leidden de hippies niet tot de revolutie, maar tot Richard Nixon

De schreeuw

Iets na middernacht. Voor het eerst vandaag zwijgen de trommels. Alle luchtmatrassen en stukken schuimrubber zijn weer uitgerold. De dagjesmensen zijn naar huis. In Zuccotti Park blijft alleen nog de harde kern over – de buitenslapers.

Stacie (28) en Chelsea (21), die liever niet met hun achternaam in Humo willen, zijn een paar uur geleden vanuit Detroit aangekomen in New York, na een treinen busrit van 25 uur. Stacie heeft een neusring, Chelsea blonde dreadlocks.

CHELSEA «Ik móést hier zijn. Hier gebeurt het allemaal.»

STACIE «De grote bedrijven vergiftigen ons eten en ons milieu, en ze vernietigen de derdewereldlanden. Niet dat ik per definitie iets heb tegen bedrijven, maar ken je het oude motto van Spiderman, ‘with great power comes great responsibility’? Daar gaat het om. De grote bedrijven moeten aansprakelijk worden gehouden voor hun daden. Ze mogen hier niet zomaar mee wegkomen.»

CHELSEA «Het is goed dat er nu eindelijk een grote collectieve schreeuw komt. We zijn veel te lang stil geweest.»

STACIE «Precies. We hebben veel te lang alles geaccepteerd wat op ons afkwam. We zijn er passief en depressief van geworden. We zijn vergeten dat we in opstand kunnen komen tegen dingen die ons niet aanstaan. en we weten nu dat de mensen op wie we vertrouwden om dingen te veranderen dat niet zullen doen, en dat we het zélf zullen moeten doen. Maar nu eerst een stuk karton zoeken, want we hebben al twee dagen niet meer geslapen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234