null Beeld FRANCE TELEVISIONS
Beeld FRANCE TELEVISIONS

kijktip'Donnie Brasco'

Al Pacino: ‘Ik heb vroeger serieus gedronken en pillen geslikt. Tijdens een oscaruitreiking wist ik niet eens of ik het podium op zou geraken’

Vanavond op ARTE: de bloedstollende misdaadbiografie ‘Donnie Brasco’ met Johnny Depp als stoere undercoveragent en Al Pacino als de aandoenlijke gangsterveteraan. Twintig jaar geleden verteldie die laatste uitgebreid over zijn leven in Humo. Lees hier het interview.

Redactie

Origineel verschenen in Humo op 25 februari 2003

De deur stond hier toevallig wagenwijd open, en dan mogen wij die graag eens lekker intrappen: de grootste nog levende acteur, beste lezers, heet Al Pacino - wij weten dat u het roerend met ons eens bent omdat u Pacino in Humo’s Pop Poll al talloze malen tot beste acteur verkoos. En daar had u altijd verdomd goede redenen voor: zijn vertolking van Michael Corleone in ‘The Godfather’-trilogie bijvoorbeeld, of van Tony Montana in ‘Scarface, Ricky Roma in ‘Glengarry Glenn Ross’, Carlito Brigante in ‘Carlito’s Way’, Lefty Ruggerio in ‘Donnie Brasco’, Frank Serpico of Will Dormer in ‘Insomnia’.

ZILVEREN DOLLAR

AL PACINO «Toen ik nog klein was, stak mijn overgrootmoeder me af en toe een zilveren dollar toe. Ze was altijd erg lief voor me. En het moment dat ze me die dollar gaf, schreeuwde de rest van de familie in koor: ‘Nee! Nee! Neeeeee! Geef hem toch geen zilveren dollar!’ En dat meenden ze, want wij waren echt arm. En zo gauw ik het stuk in mijn hand had, schreeuwden ze: ‘Geef dat terug! Geef dat terug!’ Ik voelde me altijd heel onbehaaglijk omdat ik het aangenomen had.

»Mijn vader en mijn moeder gingen uit elkaar toen ik nog heel jong was. Ik was enig kind en woonde in een huurkazerne in de South Bronx met mijn moeder, mijn grootmoeder en mijn grootvader. Veel hadden we niet. Het was dus een geweldige dag toen ik ontdekte dat je de sporen van Tom Mix kon krijgen bij aankoop van een doos ontbijtgranen. Tom Mix was een cowboyheld van de film, en hij was ongelooflijk populair. Echt een enorme kerel! En dus stuurden we de achterkant van die cornflakesdoos op om die sporen te krijgen.

»Ik moet een jaar of zes zijn geweest toen mijn grootmoeder doodging. Ik weet niet veel meer over de begrafenis, alleen maar stukjes en beetjes: dat iedereen bij mekaar kwam en zo. Wij komen thuis en wat blijkt? De Tom Mix-sporen zijn met de post aangekomen. Ik ben één en al opwinding. Maar dan herinner ik me dat mijn grootmoeder net gestorven is. Ik wil gelukkig zijn, maar...

»Die dag leerde ik wat een gewetensconflict is.»

SCÈNE MET FLES

PACINO «Ik was vaak alleen thuis toen ik opgroeide. Mijn moeder ging werken, maar ze nam me wel mee naar de bioscoop. En de dag daarop speelde ik de film in mijn eentje opnieuw, ik speelde al de rollen. ‘The Lost Weekend’ zag ik toen ik nog heel jong was, allicht te jong. Maar ik was wel ver-schrikkelijk onder de indruk. Ik wist niet wat er gebeurde, maar de passie vond ik boeiend. Ray Milland heeft er een oscar voor gekregen. Er zit een scène in waarin hij op zoek gaat naar een fles sterke drank. Telkens als hij dronken is, verbergt hij de fles in zijn flat, maar nu is hij nuchter, en hij is vergeten wáár de fles ligt. Die scène speelde ik steeds weer. Soms, wanneer mijn vader me kwam opzoeken en me meenam naar zijn familie in Harlem, zei hij: ‘Doe die scène met die fles nog eens.’ Dat deed ik dan, en iedereen lachte. En ik dacht: ‘Waarom lachen ze nou? Het is een heel serieuze scène.’»

BALLENTENT

PACINO «Op een of ander straatfeest gooide ik met de bal een paar flessen omver, maar ze gaven me geen prijs. Tot op de dag van vandaag kan ik nog altijd niet geloven dat ze me dat toen hebben aangedaan. Zo’n onrecht! Ik ging terug naar onze flat en vertelde mijn grootvader wat er was gebeurd. Zijn blik zie ik nu nog steeds. Die blik zei: ‘Je verwacht toch niet dat ik zes trappen naar beneden kom om een of andere gozer te zeggen dat je die flessen hebt neergekegeld en dus een prijs verdient.’ Hij probeerde me aan het verstand te brengen dat zoiets soms gebeurt in het leven. En gelijk had hij: het gebeurt.»

HUISWERK

PACINO «Mijn moeder stierf voor ik het als acteur gemaakt had. Weet je wat ik me echt nog goed van mijn moeder herinner? We zitten op de bovenste verdieping van onze huurkazerne. Het vriest. Ik moet ‘s anderendaags naar school. Ik ben misschien een jaar of tien. Beneden roepen mijn vrienden mij. Ze willen dat ik met ze meega om lol te trappen op straat. Mijn moeder verzet zich. Ik weet nog dat ik toen heel kwaad op haar was. ‘Waarom laat je me niet gaan zoals al de anderen? Wat is er met me aan de hand, ma?’ Ik stond te roepen en te tieren tegen haar. Zij duldde mijn woede. En ze heeft me het leven gered, want van die jongens die toen beneden stonden, is er niet één meer in leven. Niet dat ik daar zo vaak aan denk, maar het treft me nu ik erover praat. Ze wilde niet dat ik zo laat nog op straat was. Ik moest mijn huiswerk maken. En daaraan heb ik het te danken dat ik hier nu nog ben. Dat lijkt zo simpel, nee? Maar we vergeten het. We vergeten het gewoon.»

KOPJE KOFFIE?

PACINO «Een van de markantste dingen die ik heb meegemaakt, gebeurde in de South Bronx, in een van die variété-zalen die in een bioscoop waren veranderd. Duizenden mensen konden er zitten, en er kwam een reizende toneelgroep langs. Ik was veertien en had nog nooit volwassenen op een podium gezien, al had ik zelf al op de planken gestaan, in de lagere school. Ik speelde mee in een show waar ze een enorme pot op het podium hadden gezet - de Amerikaanse melting pot, de smeltkroes - en ik was de vertegenwoordiger uit Italië, heel opwindend was dat. Ik weet nog dat de kinderen van mijn school me achteraf om een handtekening kwamen vragen. Ik tekende met ‘Sonny Scott’. Ik was toen al een bedrieger, moet je weten. En dat ben ik gebleven.

»Maar goed, die toneelgroep speelde ‘De Meeuw’ van Tsjechov. Er waren zo’n vijftien, hooguit twintig mensen voor komen opdagen. We zaten met z’n allen in een trosje middenin die gigantische zaal. Het stuk begon, en toen was het voorbij. Zo snel vond ik het gaan. Het was magisch. Ik weet nog dat ik dacht: ‘Wie was die kerel weer die het heeft geschreven?’ Ik ging naar de bibliotheek en nam een paar verhalen van Tsjechov mee. Wat later ging ik naar de Hogeschool voor Dramatische Kunst. Nou, op een dag ga ik iets eten in de buurt van de school, en wie zie ik daar de koffiemachine staan bedienen? De ster van dat stuk. Mijn mond viel open. Ik had ontzag voor die man. Ik moest het hem zeggen. Ik herinner me dat gesprek nog heel goed. Hij was zo dankbaar in zekere zin, zo vriendelijk en vol begrip. Hij moet een jaar of vijfentwintig zijn geweest. Daar stond hij mij te bedienen, aan die koffiemachine. De dingen zijn relatief.»

DE EERSTE KEER

PACINO «Mijn grote doorbraak kwam er op mijn eenentwintig-ste. Ik speelde in ‘De Schuldeisers’ van August Strindberg. Mijn vriend Charlie Laughton regisseerde het in een obscuur theatertje in SoHo, dat in die tijd nog niet SoHo was, maar alleen maar een verzameling pakhuizen.

»Het stuk speelt in Zweden aan het eind van de negentiende eeuw, en mijn personage heette Adolf. Het was de eerste keer dat ik de kans had een wereld te verkennen waar ik nog nooit mee in contact was gekomen - de eerste keer ook dat ik ervoer dat ik echt in de huid van dat personage was gekropen. Het was een ervaring die alles veranderde, vergelijkbaar met verliefd worden. Ik had het gevoel dat ik in het leven niets anders meer hoefde te doen. Het was net als ontdekken dat je kunt schrijven. Plots had je een opening, een uitweg. Het ging er niet langer om of je betaald zou worden of dat je succes zou hebben of beroemd zou worden. Niet langer de bestemming telde, maar de weg ernaartoe.

»Rond die tijd was ik dakloos. Soms sliep ik ‘s nachts in het theater waar ik optrad. Soms zorgde Charlie dat ik bij hem thuis kon logeren. Het was niet simpel, maar op die leeftijd kun je overal slapen. In die tijd vond ik het zelfs cool.

»Als je geluk hebt, is er een moment in je leven dat je zoiets overkomt. En dan gaat het weg. Dan begin je de kost te verdienen. Maar soms probeer ik te denken aan hoe het leven toen was... en wil ik daar voeling mee blijven houden.»

TWAALF DOLLAR

PACINO «De eerste keer dat ik echt de indruk had dat ik geld had, was in Boston, toen ik meespeelde in een repertoiregezelschap. Tevoren waren buskaartjes zowat het enige dat in de buurt van geld kwam. Toen ik klein was, waren die tickets geel, roze en blauw. We stopten onze zakken vol oude buskaartjes, zo kon je je voorstellen hoe het zou zijn om rond te lopen met je broekzakken vol dollars.

»Later had ik een baantje: het vakblad ‘Show Business’ naar de krantenwinkels brengen. Regen, hagel of sneeuw: ik zorgde dat dat blad er lag. Ik vergeet het nooit: ik kreeg er twaalf dollar per ronde voor. Een briefje van tien en twee van één. Dat bankje van tien liet ik altijd meteen wisselen in briefjes van één dollar, zodat ik een heuse rol bankbiljetten had waar ik de briefjes vanaf kon pellen als ik daarna naar de kroeg ging.

»Ik moet vijfentwintig zijn geweest toen ik voor het eerst een salaris kreeg van dat repertoire-gezelschap in Boston. Ik ging naar een bar en bestelde een martini én een steak. En daarna had ik nog geld over.»

KOORDDANSEN

PACINO «Je bent altijd nerveus voor het begin van een opvoering. Weet je wat het verschil is tussen acteren voor toneel en voor de film? Acteren is koorddansen, en op het toneel hangt het koord heel hoog. Als je valt, dan val je. Bij film ligt het koord op de vloer. Als je valt, sta je op en je doet het opnieuw. Acteren op de planken is een compleet andere bewustzijnstoestand. Als je ‘s ochtends op-staat weet je dat je om acht uur die avond zult moeten koorddansen.»

DE HELD

PACINO «Ik was een jonge man toen ik meespeelde in ‘The Godfather’. Ik herinner me dat ik in Sicilië was en dat het er verschrikkelijk heet was. Als je niet hebt geslapen, als je je niet te best voelt, als het tegen de vijftig graden warm is en je een wollen pak moet dragen, dan wil je alleen maar zo gauw mogelijk naar huis. Je krijgt het gevoel: ‘Waar ben ik mee bezig? Ik moet almaar dezelfde dingen opnieuw doen. Ik weet niet meer waar het nou om gaat.’

»Al die Siciliaanse figuranten stonden opgesteld. Ook zij hadden wollen kleren aan. Eén van hen zegt in het Italiaans: ‘We zijn nu al een hele dag in de weer. Het is warm. Ik zou een pauze willen.’ Weet je wat de kerel van de productie zei? ‘Als jij een pauze neemt, ben je ontslagen.’ Nu, die figurant had duidelijk geen geld, anders had hij die baan niet aangenomen. Hij kijkt naar die productie-assistent, haalt zijn schouders op, zegt: ‘Mah!’ en wándelt weg. Ik zei tegen mezelf: ‘Die kerel is mijn held.’

»Dat soort dingen blijft in mijn hoofd zitten. Ik vond dat geweldig van die man. Had ik dat kunnen doen? Nee. Zou ik het nu kunnen doen? Neeeeeh. Dat was vrijheid. Die kerel gaf me een moment lang een uitstekend gevoel. Plots had ik geen last meer van mijn wollen pak.

»Ik wist niet wat ervan die film zou worden - tot er plots iets ongelooflijks gebeurde. Wij waren in New York, waar we de begrafenis van Don Corleone draaiden. We hadden de hele dag gefilmd. Rond zes uur ‘s avonds maakte ik me klaar om naar huis te gaan. En wie zie ik daar op de grafsteen zitten huilen? Francis Coppola (de regisseur van ‘The Godfather’, red.). Hij zat echt luid te grienen. ‘Francis,’ vroeg ik, ‘wat scheelt er?’ Hij zei: ‘Ze laten me de begrafenis niet nog ‘s overdoen.’ Toen ik hem daar zo op die zerk zag zitten huilen, wist ik: die kerel gaat er een pracht van een film van maken. Als je dat soort passie hebt, als je zo overstuur bent omdat je één scène niet opnieuw mag draaien... Op dat moment besefte ik: die man geeft er echt om. Zo zou je moeten kunnen leven: je omgeven weten door mensen die altijd het beste willen. Het is soms een hobbelige rit met ze, maar altijd krijg je iets terug.»

DE FIETSENDIEF

PACINO «Vóór mijn vierentwintigste, vijfentwintigste kon ik niet met de auto rijden. Dat hoefde ook niet, want ik was in New York opgegroeid. Maar nu moest ik het leren met het oog op mijn filmrollen. Er kwam geld in het laatje, en ik ging met mijn vriend Charlie naar een autoverkoper en kocht een witte BMW, een gloednieuwe kar. Goed, we gaan die auto halen en rijden ermee naar mijn flat in Manhattan, maar terwijl we rijden, krijg ik het gevoel: dit ben ik niet. Het klopte gewoon niet. Maar ik zei tegen mezelf: ‘Ach wat, je wordt het wel gewend.’ Ik parkeerde hem voor mijn flat en ging naar boven voor een kop koffie. Toen we terug naar beneden kwamen - ik zou Charlie naar huis rijden - was die auto weg. Ik weet nog dat ik naar de lege ruimte keek waar die auto net nog had gestaan, en dan naar Charlie, en dat ik toen begon te lachen.

»Ik had een flashback. Jaren tevoren reden Charlie en ik met de fiets naar Katz’ Deli in Houston Street. Ik had die fiets al een paar jaar om ermee van de Bronx naar Manhattan te rijden. Ik had toen geen geld, en hij was niet alleen mijn enige transportmiddel, we maakten er ook veel lol mee. Fietsen was een van de weinige dingen die compleet gratis waren. Goed, Charlie en ik zetten onze fietsen op straat en lopen de eettent binnen om een paar hotdogs te kopen. Om de andere beet keek ik of de fietsen er nog stonden, maar ik moet iets te lang mosterd op een hotdog hebben zitten smeren, want de volgende keer dat ik keek, waren de fietsen weg. Ik rende naar buiten, maar ze waren nergens meer te bekennen. Toen heb ik er niet om gelachen.»

ANONIMITEIT

PACINO «Op een keer stond ik onder een straatlantaarn en glimlachte naar een jonge vrouw. Ze zei: ‘Oh, hi, Michael.’ Je weet wel: Michael van ‘The Godfather’. Het was alsof ze me daar en dan beroofde van mijn anonimiteit. Ik was Michael niet toen ik naar haar geglimlacht had. Ik had naar een jonge vrouw geglimlacht op de hoek van een straat. Ze had me gezien, maar ze had me niet gezien, als je snapt wat ik bedoel.

»Tot je beroemd bent, besef je niet wat voor een veilige haven de anonimiteit is. In het stuk ‘The Local Stigmatic’ van Heathcote Williams staat: ‘Roem is de perversie van de natuurlijke menselijke hunker naar waardering en aandacht.’ Het is een tamelijk moeilijke regel, ik kan je wel zeggen dat roem je persoonlijke verhoudingen flink compliceert. En als je roem en succes bij elkaar optelt, zit je soms echt serieus in de knoei. Maar zoals Lee Strasberg, mijn vriend en mentor, me ooit heeft gezegd: ‘Schat, je moet je gewoon aanpassen.’»

DRANK EN PILLEN

PACINO «De eerste zeven keer dat ik genomineerd was voor een oscar, won ik niks. Als ik nu naar de genomineerden kijk, dan denk ik: ‘Stel dat dit allemaal hersenchirurgen waren, door wie van hen zou je je hersens dan laten opereren?’ Aan die zouden ze de oscar moeten geven, vind ik. Maar in die tijd bekeek ik het wel even anders, en dat had alles te maken met hoe ik mij voelde toen.

»Ik heb vroeger serieus gedronken en pillen geslikt. Op een keer zat ik tijdens de Oscaruitreiking te denken: ‘Als ze mij de prijs geven, weet ik niet eens of ik dat podium wel op raak.’ Die gedachte verlamde mij. Ik had ook niks geen tekst voorbereid. Ik geloofde oprecht niet dat ik zou winnen.

»Ik was jong en had mijn hele toekomst nog voor me. De aanbiedingen bleven komen, maar ik had niet geleerd dankbaar te zijn voor de dingen die je in de schoot geworpen krijgt. Mijn realiteitszin was in die periode behoorlijk aangetast. Ik zeg dat niet graag; want het lijkt alsof ik alleen maar uit mijn nek zit te kletsen, maar het is zo. Ik hoop dat ze de camera op mij gericht hebben toen Jack Lemmon had gewonnen, want ik lachte en klapte in mijn handen als de gelukkigste man ter wereld.»

VADERLIEFDE

PACINO «Ik heb een heel, heel goeie vriend aan kanker weten sterven op zijn vijfendertigste. Wij waren even oud. Ik heb het helemaal doorgemaakt met hem, ik heb alles gezien. Er was een moment dat ik nooit zal vergeten. Ik stond buiten voor zijn kamer. Zijn vader en moeder waren binnen. Ik kende hem heel goed, maar ik had hem niet één keer over zijn vader horen praten. Zijn relatie met zijn ouders was gecompliceerd, en ze hadden hem een hele poos niet gezien. Maar TOCH was er liefde. Zijn vader was in de kamer bij hem en ik stond in de gang. Toen kwam zijn vader naar buiten, keek me recht in de ogen en zei: ‘Wat gaan we nu doen?’ Ik aarzelde, maar hij nam me bij de arm. Hij keek me aan en zei: ‘Als ik zijn plaats kon innemen...’ Niet alleen was die kerel klaar om te sterven, klaar om te gaan in plaats van zijn kind, hij vroeg me ook of ik wist hoe hij dat voor mekaar zou kunnen krijgen. Het was een heel krachtig moment. Pas toen ik daarna zelf kinderen kreeg, begreep ik wat hij voelde.»

VROUWEN

PACINO «Ik heb mijn vader nooit goed gekend. Hij was boekhouder, en later hield hij een kleine bar in Californië open waar muziekgroepjes konden optreden. Het was zijn plek, en hij voelde zich er goed.

»Mijn vader is rijf keer getrouwd. Wat moet ik daaruit opmaken? Dat hij hield van de huwelijkse staat? Of dat wij gewoontedieren zijn?

»Ik ben nooit getrouwd. Over vrouwen kan ik leuk en vlot praten, of ik kan proberen je er echt iets over te vertellen. Ik heb altijd genoten van vrouwelijk gezelschap. Ik heb heel intieme vriendinnen. Ik zou allicht lang kunnen vertellen hoe ik op dat gebied in elkaar zit, maar eigenlijk heeft dat geen zin. Zullen we het hier maar bij laten?»

HET DAL

PACINO «Tegen het eind van de jaren ‘80 heb ik vier jaar lang in geen enkele film meer gespeeld. Dat was geen bewuste beslissing. Ik was ongelukkig over een paar films waarin ik had meegespeeld, en het is gewoon zo gelopen.

»Een acteur met te veel geld zal altijd wel een manier vinden om het uit te geven. Ik stopte mijl geld in mijn eigen film ‘The Local Stigmatic’, die ik nooit heb uitgebracht. Ik heb ook in een paar toneelstukken gespeeld. Op een dag bleken de jaren te zijn voorbijgesneld, ik had nog achterstallige belastingen te betalen, ik moest hypotheek aflossen en plots was ik bankroet. Maar weet je wat me pas echt trof? Ik wandelde door Central Park en er komt een kerel naar me toe - ik kende hem totaal niet - en hij zegt: ‘Hey, wat is er met jou gebeurd? We zien je niet meer, man.’ Ik zei: ‘Nou, ik... euh, ik... euh.’ Waarop hij: ‘Komaan, Al, ik wil je er weer zien staan.’ En ik realiseerde me dat ik gelukkig was met het talent dat ik gekregen had. En dat je dat moet gebruiken.»

BUDDY RICH

PACINO «Ik ging naar een concert van Frank Sinatra, een jaar of twintig geleden. In het voorprogramma stond Buddy Rich. Buddy Rich kwam op. Hij was in de zestig en ik wist dat hij een prima drummer was, maar ik dacht toch: terwijl hij op zijn drumspel speelt, zál ik eigenlijk met mijn duimen zitten te draaien tot Frank Sinatra opkomt. Maar zodra hij begon gaf hij het tienvoudige van wat ik van hem verwacht had. Het werd een ongelooflijke belevenis.

»Hij deed dingen die ik grote balletdansers heb zien doen. Ik was echt verbijsterd, en ik niet alleen: midden in een van zijn riffs stond alle mensen tegelijk op en begonnen te schreeuwen.

»Toen Sinatra opkwam, zei hij alleen maar: ‘Hebben jullie die kerel zien drummen? Weet je, soms is het een goed idee te blijven doen waar je goed in bent.’ Buddy Rich is zijn ding blijven doen. Het was alsof hij die avond zei: ‘Ik ben al zo ver gegaan, laat eens kijken of ik nog verder kan en nog verder.’ Het is niet genoeg je ding te vinden, je moet ervoor blijven gaan. Er is zo’n spreuk: ‘wie in zijn dwaasheid volhardt, zal op een dag de wijsheid vinden.’»

DE OSCAR

PACINO «Het verbaasde mij, het gevoel dat ik had toen ik de oscar won voor ‘Scent of a Wornan’. Het was een nieuw gevoel. Nu kijk ik niet vaak meer naar mijn oscar, maar toen ik hem pas had, had ik wekenlang het gevoel dat ik een gouden medaille op de Olympische Spelen had gewonnen. Een prachtig gevoel, een heel compleet gevoel. Ik wou dat ik er betere woorden voor had.»

PERFECTIE

PACINO «Er zit een scène in ‘Insomnia’ - waarin ik Robin Williams achtervolg over boomstammen die op ijskoud water drijven. Het is een soort kruising tussen rodeo en tapdansen op boomstammen. Zo’n scène mag niet perfect zijn, ze moet spontaan zijn. Daar gaat het om.

»Ik vermijd het woord perfectie zoveel mogelijk. Je hebt een echte appel, en dan heb je een appel die net een perfecte appel lijkt. Het probleem is dat als je in de perfect lijkende appel bijt, hij helemaal niet zo lekker smaakt als de echte appel.

»Overigens kan ik het niemand aanbevelen te gaan tapdansen op drijvende boomstammen, in een koud klimaat. Als je het toch zou proberen, dan hoop ik dat ze je er goed voor betalen.»

CANVAS

PACINO «Na elke film was Humphrey Bogart - zelfs aan het einde - erg bang dat hij geen nieuwe rol meer aangeboden zou krijgen. Als je geen rol krijgt, heb je geen werk, is er geen uitweg, geen uitdrukking, geen schilderij. Je leeft alleen maar in de hoop dat er een dag komt waarop ze je een rol aanbieden die je als canvas zult kunnen gebruiken.»

DE TWEELING

PACINO «Op dit moment maak ik me wel wat zorgen. Ik moet voor mijn volgende rol mijn haar én baard afscheren. En mijn tweelingen - ze zijn nu veertien maanden - hebben me nooit anders gezien dan zoals ik nu ben.. Ik heb dus een plan opgevat: ik laat me een pruik en een baard aanmeten, want als ik thuis kom met een kaalkop en zonder baard...

»Maar ik vraag me af: moet ik hen dan die valse sik en die pruik af laten trekken? Dat zou ze ook vreselijk bang kunnen maken. Weet je wat: misschien laat ik ze me gewoon helpen bij het kaalscheren.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234