Beeld Michael Putland/Getty

Humo sprak metAngus Young (AC/DC)

‘Als een vrouw zich aanbiedt, is de lol eraf’

Angus Young, gitarist van AC/DC, wordt vandaag 65 jaar! In 1997 sprak Humo-journalist Serge Simonart met hem. Herlees hier het interview.

(Eerder verschenen in Humo 2988 op 9 december 1997)

De mens bestaat naar het schijnt voor 90 procent uit water. Maar de man die voor me staat is om te beginnen maar 50 procent mens - één graatmagere 1.60 meter -, en bestaat gegarandeerd voor 90 procent uit adrenaline. Onbegrijpelijk hoe de frêle Angus Young die ik vandaag ontmoet op het podium zo geweldig te keer kan gaan, en ontluisterend hem nu voor het eerst niet in schooluniform (met korte broek en welpenpetje) te zien.

Angus Young beschouwt zich twintig jaar na AC/DC’s eerste optreden nog steeds als ‘de gitarist in de groep van mijn broer Malcolm’. Hij straalt de superieure nonchalance uit van iemand die perfect weet waarmee hij bezig is, en die tevreden is met zijn plaats in de wereld. Toen een criticus hem onlangs verweet dat ‘AC/DC elf platen heeft gemaakt die allemaal hetzelfde klinken’, corrigeerde Angus hem droog: ‘Sorry, mate: we hebben twaalf platen uitgebracht die allemaal hetzelfde klinken’. Een Brits journalist die hem naar zijn mening over Oasis vroeg, kreeg volgende reactie: ‘Oasis? What’s that? Some pop thing?’

Als Chuck Berry de ultieme rock-’n-roll riff van de jaren 50 bedacht, dan bedacht Angus Young ’m voor de jaren 70. Veel muzikanten die nu zelf schitteren, hebben ooit een gitaar vastgepakt omdat Angus Young hen inspireerde: James Hetfield, Andy Cairns van Therapy?, de voltallige Helmet (die op tournee in Australië steevast het graf van Bon Scott bezoeken), de Beastie Boys (ze sampelden AC/DC’s ‘Back in Black’). Ook horror-koning Stephen King noemt zichzelf ‘AC/DC’s number one fan’, en helaas is ook de seriemoordenaar Richard Ramirez een fan: hij liet op de locaties van zijn moorden cassettes van AC/DC achter, in de waan dat AC/DC stond voor ‘Anti-Christ/Devil Child’.

Bon Scott was enerzijds een zielige stumper die zich in 1980 kapotzoop, verblind door de glamour van drank en drugs (alhoewel AC/DC nog steeds een drinkebroersreputatie heeft, is Angus Young geheelonthouder: ‘Somebody’s gotta be sober in this band’); anderzijds was Bon Scott één van die zeldzame frontmen die het live echt hadden, wat ‘het’ ook moge zijn. Een concert met Bon Scott bood altijd iets extra’s: goodtime rock-’n-roll, gutsende passie, gevoel voor humor én een overdosis van wat we gemakshalve charisma zullen noemen. De pas uitgebrachte box ‘Bonfire’ is behalve een best of ook vooral een eerbetoon aan Bon Scott.

HUMO Je maakt muziek, je brengt een plaat uit, en ze is een succes en je songs worden overal ter wereld gespeeld. Vanaf dat moment heb je niet meer onder controle wat er met die muziek gebeurt: die songs gaan een eigen leven leiden. Bijvoorbeeld?

ANGUS YOUNG «Op het hoogtepunt van de oorlog in Afghanistan zag ik op het nieuws een vrijheidsstrijder die op zijn tank een primitieve stereo-installatie had gemonteerd. Terwijl daaruit onze ‘Highway to hell’ schalde, reed hij de vijand tegemoet. Qua gemengde gevoelens kon dat tellen. Toen we voor het eerst in Rusland optraden, kregen we voor het concert in de kleedkamer een speech te horen van een aantal leden van het Politburo, die onomwonden zeiden: ‘Kijk ’ns, heren: uw groep is voor ons jarenlang top of the KGB’s hitlist geweest; AC/DC was voor ons het voorbeeld van hoe het niet moest... Maar de jonge garde heeft nu veel macht gekregen, en daarom mag u hier vandaag optreden. Maar één verkeerd woord en al uw materiaal wordt in beslag genomen. Prettige avond verder’. In Brazilië speelden we ooit vlak nadat de democratie daar was ingevoerd: we belandden in een waanzinnige chaos van vreugdevuren, mensen die geweersalvo’s in de lucht afvuurden, vrouwen die zich aanboden aan voorbijgangers... Wij dachten dat onze komst die bandeloze euforie veroorzaakt had. En toen in Panama de dictator Noriega in een kerk was gaan schuilen, speelden de Amerikaanse strijdkrachten loeihard AC/DC door een buiten opgestelde enorme geluidsinstallatie: psychologische oorlogsvoering om hem tot overgave te dwingen. Het gevolg was dat de lokale bisschop, die ook in die kerk vast zat, in opperste wanhoop naar de Paus belde en zei: ‘Luister eens, ik wéét dat wie een kerk binnenvlucht beschermd moet worden, maar die apemuziek is echt niet te harden: we leveren hem uit!’ Toch vreemd, want als er nu één rockgroep is die vanaf de eerste noot nadrukkelijk a-politiek is geweest, dan zijn wij het wel.»

HUMO Heb je nooit AC/DC-songs gehoord in hoerenbuurten of pornofilms? Ik vraag het omdat veel van Bon Scotts songtitels zinspelen op vertier onder de gordel: ‘The Jack’ (over geslachtsziekten), ‘Hard as a rock’ (over erecties), ‘Whole Lotta Rosie’ (over het neuken van een olifant van een vrouw - maten 42/39/56), ‘Big Balls’ (niet over voetbal)... En in ‘Striptease’ van Carl Hiaasen danst één stripper uitsluitend op AC/DC.

ANGUS «En in Los Angeles biedt één radiostation ‘The AC/DC Hump Hour’: dan bellen mensen om te zeggen op welke song van ons zij de liefde bedrijven. Bon was één van die gasten voor wie vloeken een teken van gezelligheid was. In de bush in Australië waren de organisatoren van optredens toen wij begonnen veelal conservatieven. Er was toen ook een systeem in voege waarbij je een soort borgsom moest betalen, ‘bond money’, die je terugkreeg na het concert, maar alleen als je niet had gevloekt, gespuwd of rel geschopt. Bon deed in die stadjes niet liever dan het podium opstappen en meteen zeggen: ‘Alright: fuck, cunt, piss!... That’s the fuckin’ bond money out of the window!’

»Als we met Bon op tournee waren, bleek dat hij in elk land vrienden had die in de rosse buurt werkten. Overal kenden ze Bon: in stripteasetenten, in sex shops, in louche bars... Zelfs voor we ooit naar Amerika waren gegaan, kreeg hij al fanmail van een Amerikaans pornoblad waarvan zelfs kenners van het genre zeiden dat het the lowest of its class was. Toen die hoorden dat we eraan kwamen, telegrafeerden ze hem een aanbod: zij zouden tien party girls leveren op elke avond van de tournee, als ze één avond ook foto’s mochten maken.

»AC/DC heeft altijd veel succes gehad bij kenners in de pornosector, lang voor de muziekbladen ooit één letter aan onze muziek wijdden: working girls, angels of the night, ze waren allemaal gek op hem. Op den duur waren wij zo thuis in dat circuit, dat de onderwereld de bovenwereld werd. Voor ons werd de lowlife culture de norm. Er heerste temidden van al die zogenaamd ‘gevallen vrouwen’ een lekker, gezellig familiaal sfeertje.»

HUMO Waar had je zelf het meeste lol in? In het optrekken met gelijkgestemde geesten uit de pornosector, of in het ondermijnen van de Russische jeugd?

ANGUS «Well... Ze sluiten elkaar niet uit, hè (lacht). Maar eigenlijk is het veel opwindender om Trojaans Paard te spelen. Bon had bijvoorbeeld een priester leren kennen. Dat was een uiterst vroom man, maar hij hield tegen beter weten in enorm van onze muziek, en Bon maakte daar schaamteloos misbruik van. Die priester moest onder andere de biecht afnemen van de leerlingen van een bekende meisjesschool in Sydney, en Bon kreeg een kick van het feit dat enerzijds die meisjes bij de priester te biechten gingen, en dat de priester op zijn beurt bij Bon te biechten kwam. Onder het mom van filosofische gesprekken probeerde Bon hem dan zoveel mogelijk gore details over het seksleven van die meisjes te ontlokken (lacht).»

HUMO Sex & drugs & rock-’n-roll: zeg eens?

ANGUS «In ons geval? Rock-’n-roll, rock-’n-roll & rock-’n-roll. En een béétje seks. Maar zeker geen Sodom & Gomorrah; géén orgieën voor en na elk concert. En geen drugs, tenzij, in Bons geval, drank meetelt. En geen imago. Bon was écht; (bitter) daarom is hij er ook niet meer, in tegenstelling tot al die idioten die passie faken. Ik ken er zelfs die hun verslaving faken, omdat ze denken dat zoiets goed staat op hun cv!

»Wat vanuit mijn standpunt vooral een grote mythe is gebleken, is de zogeheten neverending vacation. Ik vind het een mooie ironie dat veel zogenaamde luieriken een rockgroep beginnen met het idee dat ze dan nooit meer moeten werken, terwijl wij zeker drie keer zoveel uren kloppen als de doorsnee boekhouder. Toegegeven, het zijn soms heel aangename uren, maar toch: we hebben gezwoegd en gezweet hoor, de voorbije twintig jaar.

»Ook ironisch was dat we ‘It’s a long way to the top (if you wanna rock’n’roll)’ in het begin van onze carrière hebben geschreven, toen we nog geen flauw benul hadden precies hoe bloody fuckin’ long die weg wel zou blijken. Tot Bon stierf hebben we eigenlijk geen cent verdiend, ook al hadden we toen al duizend uitverkochte concerten gegeven. Al het geld verdween op één of andere manier.

»En als ik eraan denk hoe hard we wel hebben moeten vechten tegen de hygiënemaffia...»

HUMO Pardon?

ANGUS «Platenfirma’s, zakenlui, tv-bonzen en politieke en religieuze pressiegroepen hebben van meet af aan geprobeerd ons te steriliseren; te kortwieken; te ontmannen... Op het podium vonden ze ons te wild; onze teksten vonden ze te goor, ons imago te ruig... Het was altijd wel wat. Toen in Zuid-Afrika nog het Apartheidsregime heerste, werden we eens uitgenodigd om daar te komen spelen. Maar er was één voorwaarde: ‘You have to be nice’. Létterlijk zo geformuleerd, in een fax gericht aan onze manager! ‘Nice’... alsof ze het tegen een stout kind hadden.

»Ik vond het ongehoord dat uitgerekend een regering die bestond uit rechtse racisten ons zei dat we ‘nice’ moesten zijn.

»In Las Vegas hadden we ooit hetzelfde voor: daar kwam de politiecommissaris ons vooraf onomwonden zeggen: ‘I know what you do... Eén verkeerd woord of éven je blote kont laten zien, en we doeken de zaak op’... Nog voor we één noot gespeeld hadden! In Las Vegas, toch al Sin City! Hypocrieten zijn de ergste mensen, dat is me na al die jaren wel duidelijk. En Amerikanen, Jézus: toen we voor het eerst daar tourden, was er een protestmars voor de ingang van de zaal waar wij zouden optreden. Het waren Born Again Christians, die onze fans waarschuwden voor onze relatie met de Satan... En toen was ‘Highway to Hell’ nog niet eens uit!»

‘Wij zijn altijd heel populair geweest in de pornosector, al lang voor de muziekbladen ons ontdekten. Wij waren daar echt thuis. Ons gaven die ‘gevallen vrouwen’ een familiaal gevoel’.Beeld Reporters / Photoshot / Tony Mottram

HUMO Preventie is beter dan...

ANGUS «Je lacht, maar die lui waren echt angstaanjagend agressief. En wij begrepen maar niet waarom ze uitgerekend ons er uitpikten, terwijl in dezelfde periode Alice Cooper furore maakte met shows vol slangen, spinnen, geënsceneerde executeringen en dansende duivels. Later bleek dat de yanks Alice als een soort mascotte beschouwden: wat hij deed vonden ze onschuldige grand guignol van eigen bodem. Alice hadden ze op tv al golf zien spelen met Bob Hope en Ronald Reagan, dus hij was safe, terwijl wij tuig uit het toch al verdachte Australië waren.

»De eerste keer dat we in de USA promotie gingen doen, arriveerde ik op La Guardia (vliegveld in New York) en de immigratiebeambte vroeg me wat ik kwam doen. ‘Interviews geven’, zei ik. ‘Da’s werk’, zei hij, en hij liet me op het eerstvolgende vliegtuig terug naar Australië zetten. De tweede keer werden we bij aankomst ondergebracht bij ‘illegal aliens’, en in een hok met Cubaanse vluchtelingen en Russische spionnen gezet. De derde keer waren we al beroemd, maar we vlogen toch weer achter de tralies: onze manager betaalde alles met kredietkaarten; zelf hadden we geen geld op zak, en dat vond de douane verdacht. Ik zwéér het je. Illegal aliens... get a life!

»Wat ik wel mooi vind: meer dan de helft van die born again sissies die toen tegen ons waren, zitten nu achter de tralies voor corruptie of zedenschennis.»

HUMO Een tijdje geleden was er een Amerikaans echtpaar dat een proces tegen jullie aanspande omdat hun telefoonnummer voorkwam in ‘Dirty deeds done dirt cheap’. Hoe is die zaak afgelopen?

ANGUS «Die mensen hebben van de verzekering een vorstelijk bedrag gekregen. Blijkbaar maakte ‘Voor schut gezet worden door een rockgroep’ deel uit van hun polis. Wij hadden op goed geluk een telefoonnummer verzonnen, en er geen moment bij stil gestaan dat het nuttig kon zijn te controleren of dat nummer toevallig in dienst was. Pech gehad. Het grappige was dat een oud vrouwtje in Australië ook dat telefoonnummer had, maar zij zei simpelweg: ‘Verander het alsjeblieft, want ik word ’s nachts wakker gebeld door jongelui die meneer Young willen spreken’. Dàt is het verschil tussen de yanks en de Aussies. Dat oude vrouwtje kon tegen een stootje, en ze was niet op geld uit.»

HUMO Groepen als INXS steken altijd de loftrompet over het rockpubliek in Australië, dat zoveel passioneler en ruiger zou zijn dan de rest van de wereld. Klopt dat?

ANGUS «Ruig zijn ze in elk geval. Onze manager had ooit het briljante idee een concert in Sydney op te luisteren met een stunt: hij had drie acteurs ingehuurd die zich als politieagent vermomden. Die nep-agenten kwamen ons tijdens het concert op het podium arresteren. Het zag er allemaal iets te echt uit, vrees ik, want die agenten werkten op het publiek als een rode lap op een stier. Het werd een geweldige rel, zodat de zaaleigenaar er in paniek de échte politie bij riep... met het gevolg dat niemand nog de echte politie van de valse kon onderscheiden. Het podium werd een slachtveld van vechtende lijven. Ik had het voordeel dat ik als klein ventje tussen de benen van de vechtenden kon wegkruipen.»

HUMO Hoeveel procent van de auteursrechten van AC/DC krijgt jouw zuster eigenlijk? Want als het verhaal klopt dat zij jou heeft aangeraden om dat schooluniform te dragen, dan ben je haar heel wat verschuldigd. Andere groepen huren modeontwerpers in om hun podiumkledij te kiezen; AC/DC teert al twintig jaar op dat éne, oersimpele idee: een uitfreakend schooljongetje in uniform. Dus: je zus is toch niet straatarm, mag ik hopen?

ANGUS «Absoluut niet. Mijn zus was het enige meisje in een gezin met zeven broers, en geloof me: ze is taaier dan die zeven bij elkaar. Zij nam mijn moeder en mij al mee naar een concert van de Stones toen ik pas negen jaar was! Toen mijn ouders stierven, heeft mijn zus de familie bij elkaar gehouden. En dat schooluniform was inderdaad haar idee: ik zat toen op Ashfield Boy’s High in Sydney, en ik vertrok wel ’ns van thuis in uniform om dan te gaan spijbelen in ons repetitiekot. En mijn zus was de eerste die platging voor de combinatie van gitaar en schooluniform. Later vond ik het altijd heerlijk om, telkens als ik in Australië kritiek kreeg van de goegemeente, nadrukkelijk te zeggen: ‘Yeah, en ik ben een product van Ashfield Boy’s High!’

»Dat schooluniform zorgde er in combinatie met mijn kleine gestalte wel voor dat ik in sommige zalen waar AC/DC moest optreden niet eens binnen mocht. De eigenaar zag een vijftienjarig ventje in schooluniform dat er twaalf uitzag. Maar mijn broer zei dan: ‘Oh, de kleine? Da’s een dwerg’. En dan lieten ze me binnen.»

HUMO De verzamelbox ‘Bonfire’ is de bekroning van een lange carrière. Herinner je je de eerste repetitie nog?

ANGUS «Toen ik dertien was, kreeg ik een telefoontje van een vriend die in een groepje speelde: hun gitarist was ziek, en of ik wilde invallen. Ik deed het, uit liefde voor muziek - ze betaalden me niks, en geen van hen had een knappe zus. We repeteerden in de lokale parochiezaal. En meteen kwam de kapelaan melden dat ik te luid speelde. Mijn repliek was: ‘Fuck you! Als jij op het podium je show opvoert, doe je het maar op jouw manier. Als ik op het podium sta, doe ik het op mijn manier’. Dus in dat eerste groepje was mijn eerste taak: een nieuw repetitiekot zoeken (lacht). Een jaar later zei mijn broer: ‘Ik heb ook een groep. We missen nog één instrument and you’re it’. En dat was dat.»

HUMO Heb jij in het verleden je voordeel gedaan met meisjes wier bereidwilligheid veeleer werd ingegeven door je uitstraling als gitarist dan door je grensverleggende persoonlijkheid? Ik vraag het omdat roem en rock-’n-roll vrouwen aantrekt, maar ik me anderzijds inbeeld dat jouw wilde podiumcapriolen de dames wellicht ook angst inboezemen.

ANGUS « Toen ik veertien was, na mijn eerste optreden met Tantrum (‘driftbui’), mijn high school band, stapte ik van het podium en werd ik meteen door één van de meisjes van m’n school - een ouder, groter, dikker meisje - tegen de muur geduwd, en half verkracht... Ik verweerde me zo fel ik kon, met als enig resultaat dat ik klaarkwam (lacht). Dat was de eerste keer dat ik aan den lijve merkte wat de kracht van de gitaar als fallussymbool was. I never looked back (lacht).

»Alhoewel, dat is eigenlijk niet waar. Want mijn karakter leent zich eigenlijk niet tot gedol met groupies: als een vrouw zich aanbiedt, is de lol er voor mij eigenlijk af. Als groupies zich aanbieden, denk ik meteen: ‘Why?’... en vlak daarop: ‘Why me?!’ (lacht). Mijn levensfilosofie in verband met vrouwen is overigens dat zij héél goed weten wat ze willen en met wie, en dat alles al beslist is nog voor wij mannen ook maar één woord zeggen. Ik geloof niet in versierkunst: een man mag praten wat hij wil, de vrouw tegen wie hij praat heeft nog voor hij z’n mond opendeed al beslist of het feest doorgaat of niet.»

HUMO AC/DC is in elk geval één van die groepen die nooit ook maar enige moeite hebben gedaan om vrouwelijke potentiële fans het hof te maken.

ANGUS «We zijn a man’s band. Maar dat geldt geloof ik voor alle hardrockgroepen. In 1975 hadden we een manager die kost wat kost de ‘teenage girl’-markt wilde aanboren, en vond dat de groepsleden daarvoor offers moesten brengen: onze sound wat milderen, of een ballad à la ‘Stairway to heaven’ uitbrengen... Hij wou dat wij The Partridge Family werden (flauwe Amerikaanse teenybopper groep uit de jaren 70, en huisorkest van de gelijknamige televisieserie, met als zanger tieneridool David Cassidy). Maar dat leek ons bespottelijk én onmogelijk: we waren niet moeders mooiste - alhoewel: in mijn familie ben ik wél de mooiste, je moet niet vragen -, en Bon stond vol gore tatoeages... Nu, David Cassidy misschien ook - ik heb ’m nooit van zo dichtbij geïnspecteerd -, maar het was in ieder geval een idioot plan. Het enige resultaat van zijn pogingen was dat we die manager ontsloegen (lacht). Hij had ons ook opgelicht, trouwens, maar dat hadden we ook redelijk gauw door: I don’t know how much two and two is, but I sure as hell know it ain’t one.»

HUMO Tot slot: hebben jullie nooit problemen gehad met de groepsnaam? In Amerika is ‘AC/DC’ toch homo-vakjargon voor ‘biseksueel’?

ANGUS «In de Angelsaksische wereld staat zoals je weet ‘AC/DC’ op stopcontacten, en daarom hebben we die naam gekozen; het staat voor ‘elektriciteit’, de elektriciteit die de fans hopelijk voelen tijdens onze concerten. Grappig is wel dat we veel van onze vroege concerten in Australië gaven op zogenaamde ‘fifty-fifty’-feesten. ‘50/50’ stond voor: vijftig procent van het publiek zijn homo’s, travesties, lesbiennes en biseksuelen, en de andere helft van het publiek bestaat uit hetero’s die komen lachen om die homo’s. Nu is dat ondenkbaar, in deze tijden van political correctness, maar toen waren ‘50/50 shows’ schering en inslag. En wij amuseerden ons te pletter. Men boekte ons daar overigens niet omwille van onze muziek, maar wel omdat die homo’s kickten op dat geile gitaristje in schooluniform (lacht). En zelf kickten wij op de verscheidenheid van het publiek. Ik heb nooit een probleem gehad met iemand die ‘anders’ was. Zeker niet als kind. Tot moraalridders en overheidspersoneel waar wij woonden plots zeiden: ‘Dat is een Griek, Angus... Geen goed speelkameraadje voor jou’.

»Als kind heb ik twee jaar in de klas gezeten met twee dove jongetjes... een voorteken (lacht); maar het waren mijn beste vriendjes, tot ze plots naar een aparte school voor doven moesten. Waarom in godsnaam? Er was niks mis met hun hersens.»

HUMO In Australië heerst een soort vriendschappelijk racisme, lijkt me.

ANGUS «Ja, da’s een goeie omschrijving. De meer domme Australiër lacht wel om een Aboriginal of een Italiaanse immigrant, en hij heeft er ook scheldwoorden voor, maar hij zal die mensen ook echt helpen. Het is een beetje zoals in comedy: je moet niemand uitlachen die kanker heeft, maar je kunt wel lachen met het concept kanker, of met de onmacht van de mensen om er voorlopig iets aan te doen. Wij speelden ooit in een working men’s club waar ook The Four Tops optraden. Je moet je voorstellen: een lawaaierige grote keet vol ruige Aussies in een bush town; een publiek waar wij waarschijnlijk als enigen uitkeken naar het optreden van die legendarische soulgroep. Wel, eerst traden een paar Australische rockgroepjes op, dan ging iedereen hijsen aan de bar, en vervolgens kondigde de halfdronken presentator The Four Tops aan: ‘And now, ladies and gentlemen... Four darkies from America!’ Maar ze hadden veel succes, en nadien werd er aan de bar duchtig verbroederd. Begrijpe wie kan. De dag daarop hoorde ik op de radio een Australisch politicus zeggen: ‘In Australië is er geen racisme’. Ik dacht: ‘You’re livin’ on another planet, mate!’»

HUMO AC/DC heeft door de jaren heen waarschijnlijk meer getourd dan wie ook. Heb je na zo’n uitputtende tournee nog de fut om zelf naar optredens van de concurrentie te gaan kijken?

ANGUS «Ja, toch wel. Na een week aan de zuurstoftank begint het toch weer te jeuken, en moet ik de stad in. De laatste grote kick die ik kreeg was toen ik Buddy Guy zag: één van mijn jeugdhelden. Mijn broer Malcolm en ik hebben Buddy na het concert ook ontmoet, en dat was weer een mooie levensles: zo’n man, een legende, een miskend genie, en toch zo vriendelijk, zo bescheiden... Ik herinner me Little Richard, die optrad op een feest voor Bill Clinton: ik weet dat het Witte Huis een hele lijst rocksterren had gebeld, maar ze waren allemaal verhinderd. Op het laatste nippertje was Little Richard ingehuurd. En nog terwijl de ceremoniemeester aan het speechen was, begon Little Richard te spelen. Dat vond ik een fantastisch moment: no bullshit, fuck the speech, let’s rock-’n-roll. En wat me van Clinton meeviel: hij kreeg de slappe lach.

»Buddy Guy, Jerry Lee Lewis, Chuck Berry en Little Richard... they wrote the book, man. Zonder hen geen popcultuur, geen Stones, geen Beatles, no nothing. In Duitsland ben ik op de vuist gegaan met een journalist die vond dat ik gek was omdat ik een groepje niet kende dat tot één of andere nieuwe muziektrend behoorde. Maar zelf bleek hij Chuck Berry niet te kennen... Dumb as a rat’s arse!

»Toen ik twaalf was, vroeg ik aan het meisje van de bibliotheek van ons dorp of ze in het archief de elpees van Buddy Guy kon opzoeken. Dat deed ze, waarschijnlijk uit medelijden; en zo leerde ik Amerika kennen: via bluesplaten en via jazztijdschriften als Downbeat. Want voordien wisten wij in de outback niets van de wereld. We lazen alleen comics, stripverhalen die ons deden denken dat Amerikaanse kinderen allemaal rondliepen met brillen met X-stralen en hun dag vulden met het afvuren van raketten. Ik ben dat meisje van de bibliotheek nog steeds dankbaar. Zonder haar geen AC/DC.»

HUMO Bedankt. O, bijna vergeten: je hebt de groeten van Clement Peerens.

ANGUS «Doe ze hem terug.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234