null Beeld Humo
Beeld Humo

De passie en de pijn vanJohan Antierens

‘Als ik sterf, moeten alle priesters uit de wijde omgeving huisarrest krijgen. Ik wil ze niet zien!’

Vanavond kunt u op Canvas naar het tweede en laatste deel kijken van ‘Johan Anthierens: niemands meester, niemands knecht’. Omdat wij nog het liefst van al Johan Anthierens over Johan Anthierens horen praten, diepten wij ons laatste interview met hem op. Eric Goens sprak de journalist een half jaar voor zijn overlijden.

(Verschenen op 21 september 1999)

‘Het goede nieuws is dat de behandeling niet wordt stopgezet’, had hij aan de telefoon gezegd. Een week later volgde de vijfde chemokuur. En straks de zesde. ‘We zitten op koers’, luidt het geamuseerd. Want de Iymfekanker heeft dan wel zijn corpus beschadigd, de geest blijft uitermate lucide.

Hij zou zich wel vaker vrolijk maken, zo ook over zijn bloedvergiftiging, die hem er tijdelijk toe noopte in een extreem klemvrij gemaakte kamer alleen nog gestreken literatuur te lezen: ‘Mijn vrouw Elisabeth heeft twee exemplaren van De Morgen gestreken, én een boekje van Karel van het Reve. Ik ben de enige die een gestreken persoverzicht kan geven.’ De passie en de pijn van Johan Anthierens.

HUMO Hoe maakt u het?

JOHAN ANTHIERENS «Het moeilijkste ligt achter de rug, hoop ik. Nog één chemokuur, zegt de dokter, en dan kom ik kruipenderwijs onder de normale mensen terug, zo heel stilletjes. Ik durf daar zelf heel weinig in vooruit te denken. Het zal wel moeten. De agenda van de dokter zegt me dat het zo is. Het zou een zaak van zes maanden worden. Nu zitten we in de vierde maand. Als dat zou kloppen, zou ik al blij zijn.

»Na mijn laatste behandeling was ik in elk geval ontzettend blij naar huis te kunnen gaan. Die blijdschap bleek van korte duur, want die vreselijke misselijkheid kwam dat meteen doorkruisen. Plots lijkt alles afgesneden. Het is alsof je een dwangbuis in je lijf hebt zitten. Die belet je een normaal leven te leiden.

»Ik ben ook uitermate zwak. Dat verbaast me nog het meest, omdat dat nu al wekenlang blijft duren. Dat is een deprimerende vaststelling. Vorig weekend zat ik voor het eerst volledig in zak en as. Vaak heb ik het gevoel: ‘Het schiet godverdomme niet op’.»

HUMO Snijdt het ook financieel in het vlees?

ANTHIERENS «Ik heb te weinig reserve opgebouwd om dit te doorstaan en dan kom je als zelfstandige met je billen bloot te zitten. Ik maak mij daar nu verwijten over, want ik betaal de rekening voor het riskante bestaan dat ik altijd heb geleid. Ik heb het grotendeels voor mezelf verkwanseld, dat besef ik nu wel. Je kan lang de bohémien uithangen, tot je op een morgen kerngezond opstaat en ‘s avonds als kankerpatiënt gaat slapen.

»Vroeger heb ik dikwijls gedacht: ‘Vriend, als er morgen een klapband komt, zit je fameus in de penarie’. Ongeveer die situatie doet zich nu voor, terwijl het toch de logica zelf had moeten zijn dat je er met de tijd niet sterker en gezonder op wordt.»

HUMO Maar u bent vroeger nooit in geslaagd uzelf daarvan te overtuigen.

ANTHIERENS «Ik ben altijd blijven twijfelen, maar ik ga op die dingen niet diep genoeg in. Meestal dacht ik dan: ‘Ach, het loopt wel los’. Ik heb mezelf altijd gezien als een kruising tussen een bofkont en een pechvogel. Ik heb daar ook mee gekoketteerd. Als de nood het hoogst was, was de redding toch nabij en viel er ergens weer een opdracht uit de lucht. Ik heb niet geleefd als een verantwoordelijk man, zeker niet tegenover de mensen die mij omringen.»

HUMO Is dat niet inherent aan die onafhankelijke rol die u zo graag wilde spelen?

ANTHIERENS «Ik ben altijd een soort wandelende jood geweest, zonder vaste stek, en met apart bezoekrecht. Ik stond op mijn vrijheid. Ik heb ook altijd in conflictsituaties met hoofdredacteurs geleefd, vanaf het prille begin. Dat hoorde gewoon zo. Ik vond dat alleen de pure, echte waarheid geschreven mocht worden en dat je ook onverzettelijk moest zijn in het aanpakken van iemand die in een tekst een foute komma had gezet. Ik wilde door niemand ingelijfd worden, al zag ik er wel de praktische en financiële voordelen van in. ’t is een beetje Lucky Luke spelen, hè. Maar dan een poor cowboy

HUMO De verscheurende keuze tussen de komma en de klapband.

ANTHIERENS «Het was niet eens een verscheurende keuze. Het avontuur was te verleidelijk om het niet te willen meemaken. Ik ben begonnen als chroniqueur bij het weekblad De Post, ik heb voor Knack en voor Humo gewerkt, maar ik ben ook hoofdredacteur van Mimo geweest, een vrouwenblad. Dat zijn allemaal hele aparte periodes geweest.

»Nochtans was ik zonder enige ambitie aan mijn loopbaan begonnen. Mijn oudste broer heeft me echt aan mijn oren het vak moeten inslepen. In die beginperiode bij De Post was ik ook zeer lethargisch. Ik koesterde mijn luiheld, mijn stuitend gebrek aan ambitie. Schrijven vond ik best leuk, maar ik was vooral graag op mezelf. Het maakte mij niet uit hoe ik mijn dagen vulde, als ik ze maar vulde. Ik was toen echt een heel klein burgertje. Pas later, bij Knack, is mijn schrijfdrift losgeschoten

HUMO Was het echt een drift?

ANTHIERENS «O ja... Dat is gekomen door de boeken van Jan Cremer. Ik was gebiologeerd door ’Ik, Jan Cremer’. Die vrijheid om je te laten gaan, ook stilistisch, vond ik fantastisch. Je hoefde blijkbaar niet bang te zijn om woorden te gebruiken die je normaal niet in een boek aantreft. Dat heeft me zeer geïnspireerd. Sindsdien heb ik er altijd naar gestreefd mijn mening zo goed mogelijk te formuleren.»

Blessuretijd

HUMO De Standaard der letteren heeft u ooit neergesabeld als het boegbeeld van de ’Kijk- eens-mama-zonder-handen- journalistiek’.

ANTHIERENS «Als ik nu met een publicatie naar buiten kom, is het mijn grote zorg dat alles is onderbouwd. Het moet kloppen, van a tot z. Dat was vroeger minder het geval. Ik was een selfmade man, met grote gaten en hiaten. Ik heb geregeld mensen zwaar onderuit geschoffeld. Altijd zo virtuoos mogelijk, maar meer om het genoegen iemand een hak te zetten.

»Ik heb ooit één of ander onoorbaar commentaar gepubliceerd over de gezondheidsproblemen van Paula Semer. Ik had daar een grapje over gemaakt. Het spreekt vanzelf dat ik dat soort dingen betreur. Maar het was nu eenmaal mijn reputatie in de journalistiek. Af en toe was ik het aan mezelf verschuldigd om zulke mensen over de kling te jagen. Ik vond dat ook zeer plezierig. Ik wijt dat aan het pesterige voorbeeld van Jan Cremer, die voor niets of niemand respect had.»

HUMO Cremer was de bohémien bij uitstek, maar hij had wel vangnetten zat.

ANTHIERENS «Dat is het grote verschil. Ik dacht nooit aan geld. Ik heb altijd van dag tot dag geleefd, zonder ook maar één seconde aan een financiële constructie te denken.

»Ik heb nooit geloofd in de dag van morgen. Ik heb allang genoeg aan vandaag. lk vul de dag en komt er nog één, dan zie ik dan wel wat ik daarmee wil aanvangen. Dat is zo’n beetje mijn spirit. Ik houd er nog altijd tekening mee dat de wereld over een week zal ophouden te bestaan. Als ’s avonds de zon ondergaat, kan ik mij slecht van het gevoelen ontdoen dat het dit keer definitief is.»

HUMO Is dat nog verhevigd door uw ziekte?

ANTHIERENS «Nee, dat gevoel kon niet meer verhevigen. »

HUMO Hoe groot is de morele klap dan nog, als u toch al uw hele Ieven denkt dat er geen morgen is?

ANTHIERENS «Het blijft iets onthutsend. Je wereld kapseist en vergaat. Ik wist dat er iets ernstigs aan de hand was. Dat voel je gewoon. Ik kreeg al enige tijd van die gekke gewaarwordingen in mijn lichaam. Elke dag zette zich dat wat meer door. Mijn smaak was ook al een poos veranderd. Maar je wil het zo graag onder de mat vegen, tot op een dag de grond onder je voeten wordt weggehaald. Dan kun je jezelf niets meer wijsmaken, dan helpt alleen een soort boeddhistische reflex: ‘Het is zó’. Net is ook gewoon zo. Als iemand mij zegt: ‘Jij moet dringend naar het ziekenhuis’, heb ik daar niets tegen in te brengen. Tegen dergelijke argumenten heb ik geen verhaal.

»Vóór mijn ziekte zei ik altijd dat ik nooit oud wilde worden. Ik vond zestig jaar het maximum. Dat was voor mij zowat de leeftijd om er een einde aan te maken. Toen ik zestig werd, hebben ze hier een mooi feest gegeven. Ik beschouwde dat als het begin van de blessuretijd (lacht). Ik had zoiets van: ‘Het moet niet te lang meer duren’. Dan overvalt je die persoonlijke aardbeving en kom je in een totaal andere situatie terecht. Nu is het zo dat ik eigenlijk bang ben voor de dood. ’t is nu niet dat ik naar een hoge leeftijd verlang, maar het heeft zich toch wat verschoven. Ik ga daar dus geen flauwekul meer over verkopen.»

HUMO Is uw haast legendarische ergernis wel intact gebleken?

ANTHIERENS « O ja, absoluut. Ergernis is mijn eerste natuur. Ik voed die ook. Als je dat niet doet, ga je mee met de massa en word je medeplichtig.

»Het is toch het summum dat er eind juni in dit land eIfendertig regelingen worden gevormd en dat op dat moment bij de VRT én ‘Terzake’ én ‘De Zevende Dag’ én ‘Actueel’ zeggen: ‘Dag vrienden, wij zijn met vakantie tot september’. Dat kan u je in de meest bizarre belgen mop niet verzinnen. Terwijl het huis in lichterlaaie staat, zegt de korporaal van de brandweer: ’Jongens, we gaan nu onze lunch eten’. Zulke dingen blijven mij sterk bezighouden. Dat vind ik een heel goede motor.

»Ik heb vanmorgen, na verslag van een zoveelste huldiging, nog bedacht dat ze straks schuren en paleizen zullen moeten bijbouwen om Hugo Claus te kunnen doorvieren. Ik neem aan dat de laatste schuur nu is opgebruikt, of op zijn minst onder het enthousiasme is afgebrand.

»De voorbije dagen heb ik de laatste roman van Kristien Hemmerechts gelezen, ‘De Tuin der OnschuIdigen’. lezen is mijn grote luxe nu. Maar in dat verhaal van Hemmerechts komt een woord dat absoluut fout moet zijn. Op pagina 75 en volgende. Dat wordt dus ettelijke keren herhaald, en zo flagrant dat ik ga denken: ’Wie heeft zoveel poep in zijn ogen?’ Waarschijnlijk ben ik ook de enige die dat opmerkt en zich daar druk over maakt.»

Humo Is het allemaal wel zoveel ergernis waard?

ANTHIERENS «Ik heb mij vaak genoeg opgewonden over dingen die de moeite niet waard zijn. De jongste jaren ben ik daar zoveel mogelijk van afgestapt. Om die reden ontwijk ik al enige tijd televisie, en zeker VTM. Omdat het sop de kool niet waard is.

»Maar de drang blijft en heel af en toe is het nog eens sterker dan mezelf. Als ik Dirk Tieleman bezig zie in dat nieuwe programma van hem kan ik toch niet anders dan me afvragen waar die man in godsnaam mee bezig is? Hoe kan iemand die hoe dan ook kwaliteiten in zijn body heeft, zich op zo’n domme manier serieus nemen? Als ik dat zie, word ik gesterkt in mijn overtuiging dat ik heel ver van die televisie moet wegblijven. Het is niet meer normaal dat die man zijn talent zo verspilt.»

HUMO Daar gaat u weer.

ANTHIERENS «Dan ben ik maar een dinosaurus die zich druk maakt over dingen die niet meer van deze tijd zijn. lk betrap mij er steeds vaker op dat ik het plezierig vind om in de verleden tijd bezig te zijn. lk geef dat toe, lk ben daarin zeer behoudsgezind. lk had dat al toen tot mijn afgrijzen in de jaren ‘70 de elektrische schrijfmachine werd ingevoerd.»

Helemaal gek

HUMO De eeuwige progressieveling blijkt een conservatief te zijn.

ANTHIERENS «Dat heb ik pas op latere leeftijd bij mij ontdekt, dat ik zeer behoudsgezinde reflexen kan hebben. Dat viel mij toch een beetje tegen van mezelf. Blijkbaar heb ik een bepaalde angst voor alles wat nieuw is. Ik erger mij kapot als ik zie dat in de krant hele bladzijden worden volgeschreven over internet. Dan weet ik dat ik er niet meer bijhoor.»

HUMO Is dat zo erg, er niet meer bijhoren?

ANTHIERENS «lk kan mijn eigen gang blijven gaan, maar je moet er natuurlijk wel voor zorgen dat er nog enigszins interesse bestaat voor wat je schrijft of zegt. lk heb er niets aan om in mijn eentje te zitten kwijlen.»

HUMO U heeft nauwelijks nog een podium.

ANTHIERENS «Ja en nee. Financieel is dat inderdaad aan de magere kant. maar anderzijds heb ik het niet moeilijk om met een uitgever een boek te bedenken. Net voor mijn ziekte was ik bezig aan een driedelige reeks over Leo Ferre, voor Radio 3, en voor het eerst sinds lang waren er ook weer opdrachten van de Standaard der Letteren. Dat is wat mij nog drijft, die haast elitaire vorm van journalistiek. Ik blijf ‘t het hoogtepunt van journalistiek geluk vinden, dat je met iets kunt bezig zijn waarbij je verder niet moet omkijken naar het aantal kijkers of luisteraars. Het moet goed zijn, maar wel goed op een hoog niveau. Ook al is het eigenlijk op het randje af onverantwoord om een reeks over Ferre te maken, omdat hier zowat niemand weet wie die man is, of wat hij voorstelt. Maar ik vind dat er zo heel af en toe nog eens mag nagedacht worden.

»Weet u, mijn grootste angst was dat ik mijn verstand zou verliezen. Die eerste dagen en weken in het ziekenhuis waren zo verschrikkelijk hard... lk hallucineerde ook: ik heb er nog altijd last van. Dat is heel moeilijk uit te leggen. Daar zaten absolute angstdromen bij. Soms leek het alsof mijn bed geen bed was, maar een langgerekte schacht, een loopgraaf, waar ik ‘s morgens geradbraakt uit tevoorschijn kwam. Een paar keren heb ik het gevoel gehad dat ik oog in oog lag met de dood. Dat is bijna niet na te vertellen.

»Dat corpus moest gered worden, maar het kostte zo ongelooflijk veel miserie. Ik heb echt gedacht: ‘Ik kan ook gek worden, of dement’. Maar ik bleef lucide, ondanks de hallucinaties, maar die associaties bleven zodanig doorgaan dat men uiteindelijk mijn hersenen heeft gescand. Ze zeiden dat ze nog nooit een patiënt zulke rare dingen hadden horen zeggen. Ik moest wel gek zijn. Ik was er bijvoorbeeld van overtuigd dat wat verderop op die verdieping een Poolse adellijke familie zat, misschien familie van onze aanstaande Mathilde. ‘s Morgens gaf ik daar dan commentaar op. Toen dachten ze pas helemaal: ‘Die jongen is kierewiet’.»

HUMO Ze wisten niet dat u al uw hele leven een beetje gek was.

ANTHIERENS «Neen (lacht). Ik hoorde en ik zag, maar op mijn manier, in mijn eigen, enge wereld. Het ging gelukkig allemaal zo snel, dat ik nauwelijks de tijd kreeg om er bij stil te staan. Veel mensen kwamen mij feliciteren omdat ik mij zo waardig gedroeg en zo sereen bleef. Maar je hebt geen andere keuze, hè.

»Zes weken lang heb ik aan een infuus geleefd. Die plastic draden, soms een kerstboom vol, achtervolgden mij dag en nacht. Dat betekent dat je daar overal mee rondloopt, dat je daar ettelijke keren mee naar het toilet gaat en dat je dan nog verdomd goed moet uitkijken of die krengen verstrengelen. Eigenlijk zit je aan de andere kant van de maan, in het donker. Je kunt alleen maar hopen dat het ooit weer licht wordt.»

Doodziek van Kosovo

HUMO Terwijl u altijd heeft gezegd dat u totaal niet bestand was tegen fysieke ellende.

ANTHIERENS «Dat is nog altijd zo. Ik ben hoegenaamd niet geschikt om ziek te zijn. Als ik Elisabeth niet had, die zich permanent voor mij heeft ingezet en ook medisch van wanten weet, was ik die periode nooit doorgekomen. lk heb vaak gedacht: ‘Wat doen mensen die niet zo iemand hebben?’ Ik was verloren gelopen in dat labyrint van medicijnen.

»Ik weet nog altijd niet wat ik ‘s morgens slik en waar het voor dient. Ik gehoorzaam mijn vrouw. Ik wil ook niet weten wat er gebeurt, ik kan het niet horen. Het woord bloed alleen al bezorgt mij koude rillingen.

»Ik wil niet weten wat er onder mijn huid zit, zoals ik niet wil weten wat er onder de motorkap van mijn wagen zit. Ik denk dat die afkeer van de mechanische kant van zaken aangeboren is.

»lk denk ook, als dit hele proces over twee of drie maanden voorbij zou zijn, dat ik dit snel kan vergeten. Ik blijf het zien als een passage. Een klapband, een fameuze zelfs, misschien wel een crash. Intussen woon ik in mijn eigen zwarte doos. Ik hoop dat ik er na verloop van tijd weer uit mag. Het zou een mooi cadeau zijn, mocht ik straks weer onder de gezonden kunnen komen.»

HUMO Hoe erg is het op een cadeau te moeten hopen?

ANTHIERENS «Ik zou het als een happy end beschouwen, in het besef dat het ook anders kan aflopen. Ik hou er ook nog altijd rekening mee dat het niet echt meer goed komt. Je moet niets verdringen. Ik schiet niets op met goedkope prognoses of be­loftes.

»Ik ben nu vooral doodsbang dat mensen die ik liefheb iets kan overkomen. Ik heb die wereld gezien. Je wordt in je bed door die brede gang rondgereden. Het is net een rijweg, bezaaid met bedden en rolstoelen. Daarbuiten is de gezonde wereld, maar daar maak jij geen deel meer van uit. Ik vind het zo barbaars dat er in het verkeer elf kinderen per week omkomen. Als ik daar aan denk, krijg ik kippenvel. Je zult maar als groene in de regering zitten met elf kadavertjes per week op je passief. Die kinderen gaan de deur uit, dansend met een boekentas, en een paar uur later liggen ze half verminkt of dood op die gang. Ik ben daar ontzettend gevoelig voor geworden. Ik heb te veel geabimeerde mensen gezien. Op de duur wordt dat een angstvisioen. Ik moet er voor zorgen dat ik het nu en dan uit mijn hoofd kan zetten, want het zou obsessioneel worden.

»Die gang blijft een verschrikkelijke herinnering. Ik vond het bijvoorbeeld heel erg om in een bed van de zesde naar de derde verdieping te worden gereden. Dan rijd je door die gangen, lift in, lift uit en al die tijd staan er andere mensen toe te kijken, of te praten. Vaak eindig je dan met bed en al op de gang, wachtend op iets dat maar niet wil komen. Dat vond ik zo vreselijk, zo vernederend. Ik werd daar doodongelukkig van. Ze hebben mij eens drie kwartier op de gang laten staan. Ze waren mij vergeten, in dat bed.»

HUMO Is dat de ijdelheid, die een knak krijgt?

ANTHIERENS «Ik wil mijn waarde behouden. Ik vind het wel normaal dat zoiets kan gebeuren, hoor. Ik protesteer daar ook niet tegen. Alleen denk ik dan, heel stilletjes: ‘Wat gebeurt er nu met mij? Ik word gereduceerd tot een hoopje niets’. Bovendien ben ik nog altijd een beetje een bekende Vlaming. Zodra ze je naam afroepen op de gang, zie je de hoofdjes draaien. Misschien stel ik. me daar te veel van voor, hoor. De mensen kijken sowieso als er iemand opstaat. Er valt niets anders te doen dan naar elkaar te kijken. Maar dat zijn geen gelukkige uren, zeker niet.»

HUMO Straks dreigt u door alle ellende nog gelovig te worden.

ANTHIERENS «Ik hen al mijn hele leven religieus ingesteld, alleen niet op de manier die ons wordt voorgekauwd. Maar het kan toch ook niet zo zijn dat we allemaal biologische accidenten zijn. Ik worstel met dat mysterie, al jarenlang. En hoe meer ik worstel, hoe minder ik het weet.

»Als er echt niks zou zijn na de dood, wil ik direct weg. Het kan niet dat we zoveel onschuldige mensen op de meest barbaarse wijze om zeep helpen, zonder dat er achteraf geen compensatie zou tegenover staan.»

HUMO Misschien is dat net een reden om nog even te blijven, als er achteraf toch niks meer komt.

ANTHIERENS «Ik ga honderdduizend keer liever naar niks, dan op een wereld rond te lopen waar zulke vreselijke dingen gebeuren. Ik verdraag dat niet meer. Nog voor mijn echte ziekte ben ik doodziek geworden van Kosovo. Ik. kan niet tegen die beelden, ik kan niet tegen het idee dat mensen zulke grandioze en geniale dingen doen en tegelijk die holbewoners blijven die ze blijkbaar altijd geweest zijn. Dat grijpt mij zo aan dat ik ervan ga huilen. Dal moet toch allemaal een doel hebben?»

De begrafenis

HUMO U werd heel boos toen uw goede vriend Roel D’Haese op zijn sterfbed katholiek werd.

ANTHIERENS «lk hen daar nog altijd kwaad over. Ik vind Roel een schat van een man, maar zoiets doen, vlak voor het uitstappen ... Nee.

»Die rooms-katholieke kerk maakt mij nog elke dag ziedend. Ik stel die kerk aansprakelijk voor zoveel ellende dat ik er nooit iets mee te maken wil hebben. Ik moet daar de grootst mogelijke vijand van blijven.

»Ik neem het de mensen ook kwalijk dat ze niet inzien dat ze zonder die kerk ook zelfstandig kunnen leven. Het is pure hocus-­pocus.

»Ik heb een schat van een zus die constant met twee hosties in een schrijn loopt, in haar handtas. Zij is ook zwaar ziek geweest en sindsdien moet ze glutenvrij leven. Mocht haar nu onderweg iets overkomen, weet ze tenminste zeker dat ze geen foute hostie toegestopt krijgt. Dat vervlechten van een spirituele belevenis met een restaurant van McDonald’s blijft mij verbazen. Blijkbaar zit er van alles in ons dat je nooit hebt durven vermoeden en slaat er op het sterfbed een soort schrik toe, die een mens tot de raarste kronkels aanzet.»

HUMO Het zou ook u kunnen overkomen?

ANTHIERENS (fel) «Als ik sterf, moeten alle priesters uit de wijde omtrek huisarrest krijgen. Ik wil ze niet zien. Als jongetje was ik al bang voor pastoors. lk had een heilige schrik voor alles wat in een uniform stak.

»Ik weet dat religie voor sommige mensen een houvast is, maar het is nep. Het is hun van kindsbeen af ingelepeld. Daarin ben ik anarchist a plein temps. Je moet mensen vrij geboren laten worden, en niet iemand gaan pokken en mazelen omdat het jou ooit zo is aangeleerd.

»Ik zou nochtans heel graag hebben dat er een hiernamaals bestaat, mee uit plat opportunisme. Zo bruin kan ik het ook niet gebakken hebben dat ze me daar zullen verbieden om in mijn hofje te gaan schoffelen. En als het hiernamaals bestaat, ben ik zeker dat al die kerkvaders en geestelijke leermeesters in de doemhoek zullen worden gezet.»

HUMO Hoe vaak heeft u de voorbije weken en maanden gedacht: ‘Het is voorbij. lk haal het niet’?

ANTHIERENS «lk ben een stoethaspel in alles wat ik doe. Alleen al om die reden heb ik vaak gedacht: ‘De kans zit er dik in dat ik het niet haal’. Ik was onbevoegd, ik wist nergens van. Kanker was voor mij hetzelfde als de pijp uitgaan. Daarom wou ik ook zo graag een aantal dingen zelf regelen voor mijn begrafenis, voor de muzikale begeleiding en zo. Ik schreef dat allemaal buiten weten van mijn vrouw in een schriftje op. Ik liet dat thuis rondslingeren, tot zij het vond. Op zo’n moment wordt zij op een goede manier boos. Gisteren beeft ze nog gezegd: ‘Johan, dat schriftje ligt hier nog. Mag dat nu eindelijk weggegooid worden?’»

HUMO En?

ANTHIERENS «lk heb bet weggegooid. (Glimlacht) Maar ik heb het nog wel ergens op andere papieren opgeschreven. Als het toch zo ver moet komen, wil ik graag op een gesoigneerde manier afscheid nemen. Maar ik heb nog wat tijd nodig, het zit nog altijd niet goed in elkaar. Ik ben zo. Ik vrees dat ik tot het laatst mijn veters slecht zal knopen. »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234