'We hebben een mooi leven gehad, geef ons nu ook een mooie dood'Beeld Jelle Vermeersch / Humo

SAMEN STERVENANNE & FRANCOIS AAN DE VOORAVOND VAN HUN EUTHANASIE

Anne & François aan de vooravond van hun euthanasie: ‘Om te blijven, dáár is pas moed voor nodig’

In juni 2014 sprak Humo met Anne (86) en François (89) aan de vooravond van hun dood. Beiden waren ongeneeslijk ziek en wilden graag euthanasie. Het interview maakte destijds zoveel indruk op actrice en schrijfster Leen Dendievel dat ze er een roman over schreef, ‘Georges en Rita’. Herlees hier ons interview met Anne en François.

Video: Leen Dendievel in tranen bij reactie op haar boek over euthanasie

Voor François (89) en Anne (86) is het genoeg geweest. Ze zijn allebei ongeneeslijk ziek en willen graag euthanasie. Gezien ze de voorbije 63 jaar samen hebben doorgebracht als getrouwd koppel, willen ze ook samen de eeuwigheid in. Humo sprak met hen aan de vooravond van hun dood: 'Om te blijven, dáár is pas moed voor nodig.'

(Verschenen in Humo op 17 juni 2004)

Op verzoek van Humo willen Anne en François graag getuigen over hun beslissing om samen voor euthanasie te kiezen. Ik verwacht me aan een loodzwaar gesprek, maar ik ben amper de drempel over en niets blijkt minder waar. Wanneer François me aan hun zoon Jean-Paul voorstelt, vraagt hij breed glimlachend: ‘En? Wie is er knapper: de zoon of de vader?’ Van een doodse sfeer is geen sprake.

En toch kregen François en Anne net een tegenslag te verwerken. Samen met Jean-Paul zijn ze op consultatie geweest bij ULteam, dat hen assisteert bij hun geplande levensbeëindiging. Daar bleek opeens dat er nog enkele attesten in hun euthanasiedossier ontbreken. Hun wens om spoedig samen te sterven loopt daarmee vertraging op. En ze hebben toch zo’n haast. Als het van hen afhing, waren ze er gisteren al niet meer.

FRANÇOIS «Mijn echtgenote en ik zijn oud. Zij is 86, ik 89. Met de ouderdom komen de kwalen, groot en klein. Ik heb al twintig jaar prostaatkanker. De ziekte is uitgezaaid, ik ben uitbehandeld. Zonder morfinepleisters kom ik de dag niet meer door. Mijn echtgenote is voor 80 procent blind – langs de linkse kant volledig, in het andere oog heeft ze katarakt en glaucoom. Ze heeft osteoporose en horen doet ze ook haast niet meer.»

ZOON JEAN-PAUL «Haar gehoor gaat er de laatste maanden enorm snel op achteruit.»

FRANÇOIS «Van dag tot dag verslechtert onze gezondheid. We hebben hier een winkeltje op de hoek, op amper 20 meter van onze voordeur. Erheen en terug, verder raak ik niet meer.

»Met die achteruitgang van onze levenskwaliteit in gedachten – van enige verbetering is geen sprake meer – hebben mijn echtgenote en ik besloten om te vertrekken. Eerst dachten we dat comme des sauvages te doen, zonder iemand iets te zeggen. Daarmee bedoel ik: slaapmiddelen, plastic zak en de hele hannekesnest. We hadden alles zelfs al voorbereid, het nodige was gekocht. Een datum hadden we ook: 3 februari, de dag waarop we zijn getrouwd.

»Op het laatste moment zijn we met onze plannen naar onze drie kinderen gestapt. Onze jongste dochter zei meteen: ‘Nee, ik wil niet dat jullie het zo doen.’»

JEAN-PAUL «Ze was bang dat hun poging zou mislukken.»

HUMO Het moet voor u een enorme schok geweest zijn om uw ouders hun eigen dood te horen aankondigen.

JEAN-PAUL «Papa had het onderwerp twee jaar geleden al op tafel gegooid. Ik wist dus hoe vastberaden hij was. Maar hoe meer ik erover nadacht, hoe minder ik dat scenario zag zitten. Wat moest ik doen: hen hier dood aantreffen en dan doen alsof ik het niet had zien aankomen?»

FRANÇOIS «De kinderen hebben ons toen gezegd: ‘We gaan een elegantere oplossing zoeken.’ Mijn zoon is eerst naar een Franstalig centrum gestapt. Daar kreeg hij de boodschap dat het niet eenvoudig zou worden.»

JEAN-PAUL «Met de euthanasievraag op zich hadden ze niet zo’n probleem, maar wel met het feit dat ze met z’n tweeën wilden gaan. Toen ik hun zei dat het dringend was en dat mijn vader al een datum had gekozen, zeiden ze: ‘Luister meneer, emotionele chantage zal niet pakken.’ Ik kreeg de raad om eerst met hun behandelende geneesheer te gaan praten. Die man was volledig tégen. Hij weigerde te helpen. ‘Maar meneer,’ zei hij, ‘ik heb de eed van Hippocrates afgelegd. Ik hoor het léven te geven, niet de dood.’»

FRANÇOIS «We kregen zelfs woorden.»

JEAN-PAUL «Ik bleef verweesd achter. Even voelde ik me een monster, alsof mijn ouders me hadden gebrainwasht en ik geen voeling meer had met de realiteit.»

FRANÇOIS «Intussen hebben we ons weer verzoend met die dokter – hij kent ons tenslotte al twintig jaar. Ik heb hem daarnet nog gebeld: hij zou me moeten helpen met het attest dat ontbreekt in mijn dossier – het gaat over een bewijs van de uitzaaiingen. Blijkt hij net op vakantie te zijn. ‘Ik zal dat maandag of dinsdag wel in orde brengen,’ zei hij.»

JEAN-PAUL «Sommige dokters hebben toch een gebrek aan menselijkheid. Ze doen alsof het om een eenvoudige ingreep gaat en lijken de ernst niet te vatten, de ontreddering waarmee de hele familie nu zit. Wat me pas echt verbaasde, was toen die dokter me zei: ‘Waarover maakt u zich zorgen? Als de één vertrekt, zal de ander wel snel volgen.’»

ANNE «Dat klopt niet eens. Ik ken vrouwen die al tien jaar weduwe zijn.

»Onze dokter begrijpt niet waarom we niet gewoon naar een rusthuis gaan. Maar voor ons is dat uitgesloten. We willen samen blijven.»

FRANÇOIS «In het rusthuis eindig je bedlegerig. Dan heb je de middelen en de kracht niet meer om zelf stappen te ondernemen om te sterven. Je wordt er gedwongen om verder te leven. (Tegen zijn echtgenote) Leg jij even je theorie uit? Jij kunt dat beter dan ik.»

ANNE «We zijn met te veel op deze wereld. Voor de pensioenen van de ouderen is er geen geld meer, voor de jongeren is er niet genoeg werk. En nu hebben ook de kleinsten eronder te lijden: voor hen is er niet genoeg plaats op de scholen. Waarom ons dan niet laten vertrekken als we daar zelf om vragen?»

FRANÇOIS «Omdat er ook een economisch aspect is: aan ons kan nog veel geld verdiend worden. Een fatsoenlijk tehuis kost meer dan ons pensioen, dus moeten we aan ons spaargeld zitten.»

ANNE «Je wil niet weten wat voor dikke catalogussen we toegestuurd krijgen, vol dingen die ons leven een klein beetje draaglijker zouden kunnen maken: rolstoelen, mét of zonder motor, trapliften...»

FRANÇOIS «Met incontinentiespullen alleen al vullen ze vier pagina’s.»

JEAN-PAUL «‘Als jullie niet goed meer kunnen stappen,’ zei de dokter tegen mijn vader, ‘dan kunnen jullie hier om de hoek gaan eten in het rusthuis.’ Maar het zit daar vol met oude mensen in een rolstoel. ‘Als ik daar kom, heb ik op slag geen honger meer,’ heeft mijn vader hem geantwoord.»

ANNE «Alsof we eerst moeten lijden om dit te mogen doen Waarom moeten we per se lijden?»

FRANÇOIS «Dat is een katholieke gedachte. Denk aan die paus die op den duur helemaal krom liep en toch nog paus bleef tot het bittere eind. Zijn opvolger is slimmer geweest: hij heeft het opgegeven.»

HUMO Voor geen van jullie beiden was er een religieus bezwaar?

FRANÇOIS «Absoluut niet.» Anne «Nee. Ik denk niet dat dat tegenwoordig nog erg meespeelt.»

JEAN-PAUL «Toch wel. Voor sommige artsen is dát de reden waarom ze er niets over willen horen. Nu, ik kan begrijpen dat niet iedereen dezelfde mening is toegedaan en ik wil zeker niemand van mijn standpunt overtuigen, maar dat sommige artsen er niet eens over willen spréken: dat gaat er bij mij niet in. En dan halen ze er de Eed van Hippocrates bij als argument.»

François: 'Was onze zoon er niet geweest, dan waren we vertrokken zoals we dat eerst voor ogen hadden: met een overdosis medicamenten en een plastic zak over ons hoofd.'

OP EEN WOLKJE

Na de eerste ontgoocheling zette Jean-Paul zijn zoektocht verder op het internet. Uiteindelijk kwam hij bij het informatiecentrum LEIF (Levenseinde Informatie Forum) terecht, en zo bij ULteam.

JEAN-PAUL «Van bij het eerste telefoongesprek was dat een wereld van verschil. Een vriendelijke, warme stem vertelde me dat ze ons konden helpen: ‘Ja, wat u vraagt, is eventueel mogelijk. Ja, dat is een normale vraag. En ja, ze zouden met z’n tweeën kunnen vertrekken.’ Er was geen enkele tegenstand.

»Later las ik ergens cijfers: 82 procent van de euthanasiegevallen in België vinden plaats in Vlaanderen, 18 procent in Wallonië. Dat verklaart veel.» 

FRANÇOIS «Er heerst een andere mentaliteit.

»Gelukkig hadden we onze zoon. Was hij er niet geweest, dan waren we vertrokken zoals we dat aanvankelijk voor ogen hadden: met een plastic zak.» Anne «Hebt u dat artikel in Le Soir Magazine gelezen? Dat is exact wat een Frans koppel heeft gedaan in een hotel in Parijs. Ze hebben zelfs een afscheidsbrief achtergelaten, waarin ze uitlegden dat ze wel voor die weg móésten kiezen, omdat de Franse staat euthanasie verbiedt.»

FRANÇOIS «Schandalig vind ik zoiets. Verhalen over moeders die hun zwaar gehandicapte kinderen doden, omdat ze geen andere uitweg zien. De overheid doet alsof ze doof is voor dat soort vragen.»

HUMO Willen jullie dit allebei even graag?

JEAN-PAUL «Met die vraag worstelden mijn zussen en ik ook een beetje in het begin. We hebben het er openlijk over gehad. Het was duidelijk: ze willen het allebei. Die vraag is trouwens ook aan bod gekomen in hun gesprekken met de psycholoog en de psychiater. Ze moesten over hun leven vertellen. Jij stopte haast niet meer, hè papa?»

FRANÇOIS (lacht) «Zodra ik begin te praten... Die gesprekken zijn helemaal niet luguber.» 

ANNE «Nee, het gaat er eerder vriendschappelijk aan toe.

»Al jaren speelt het in ons hoofd dat we graag samen willen sterven. We zijn complementair en hebben elkaar nodig. Laat je de dingen op hun beloop, dan eindigt één van de twee altijd alleen. Hier in het appartementsgebouw wonen zéven weduwes en weduwnaars. Sommigen zitten al jaren alleen. Als we met hen over onze plannen praten, verzuchten ze: ‘Dat zouden wij ook gewild hebben.’»

FRANÇOIS «Sommigen hebben moeten toezien hoe hun partner langzaamaan aftakelde en uiteindelijk in het rusthuis moest worden geplaatst. Voor de achterblijver is dat een zeer trieste ervaring. Die denkt dan: ‘Had ik maar geweten dat dit mogelijk was.’ Dat hoor ik zó vaak.»

JEAN-PAUL «Ik praat nogal openlijk over de situatie van mijn ouders. Nu pas merk ik hoe weinig mensen weten dat dit tot de opties behoort.» 

ANNE «In onze entourage heeft nog niemand ons gezegd dat dit niet goed is. Iedereen zegt: ‘Jullie hebben gelijk.’»

FRANÇOIS «‘Wat jullie doen, daar is moed voor nodig,’ zeggen ze. Maar nee, het is helemáál geen kwestie van moed.»

ANNE «Om te blijven, dáár is pas moed voor nodig.»

FRANÇOIS «Je hebt moed nodig om jezelf van de twintigste verdieping naar beneden te gooien. Dat zou ik niet kunnen, ook al heb ik zin om te sterven. Je hebt moed nodig om jezelf op te hangen. Je hebt moed nodig om in het kanaal te springen.»

ANNE «Het kanaal is vuil.»

FRANÇOIS «Maar een dokter die je een spuitje geeft en stilletjes laat inslapen? Daar is geen moed voor nodig.»

JEAN-PAUL «Ik begrijp de houding van mijn ouders volledig. Ik steun ze ook, want zowel voor hen als voor ons, de kinderen, is dit het beste. Als één van hen nu zou sterven, blijft de ander triest achter en wordt die volledig afhankelijk van ons. Het klinkt nu misschien belachelijk, maar alleen al praktisch is het onmogelijk om hier elke dag voor mijn moeder of vader te komen zorgen.»

ANNE «Ook dat was een argument van onze huisdokter: ‘Jullie kinderen kunnen jullie toch helpen?’ Het is waar: we hebben drie schatten van kinderen. Maar zo eenvoudig is het niet: ze hebben alle drie een eigen leven.»

FRANÇOIS «Onze oudste dochter woont en werkt al jaren als arts in Frankrijk. Dan kom je niet zomaar even naar België om dag te zeggen tegen papa en mama. Ik begrijp dat volkomen.»

JEAN-PAUL «Het leven van mijn ouders is geleidelijk aan afgekalfd. Nu zitten ze vast tussen hun vier muren.»

ANNE (knikt) «Exactement.»

JEAN-PAUL «Op een gegeven moment is de kolom met minpunten – het verdriet, de pijn – groter dan de kolom met pluspunten. En dan wordt de angst om te vertrekken vanzelf kleiner dan de goesting om ermee te stoppen. Ik kan er best inkomen dat je dan zegt: ‘Het is tijd.’

»Je moet weten: als kind woonden mijn zussen en ik met onze ouders in een huis met een grote tuin. Nooit heeft mijn moeder één pot confituur gekocht: ze maakte die zelf met het fruit uit onze tuin. Met Pasen kregen de drie kinderen elk jaar een kuikentje, dat we zelf mochten grootbrengen.»

FRANÇOIS «Om maar te zeggen: we hebben een mooi leven gehad. Geef ons nu ook een mooie dood. Wat heeft het leven ons nog te bieden? Mijn echtgenote en ik hadden allebei een passie voor kruiswoordraadsels. Elke week kochten we Le Figaro, omdat daar de beste kruiswoordraadsels in staan. Nu kopen we die krant nooit meer: mijn vrouw kan de puzzels niet eens lezen.»

HUMO Is er dan niks meer dat het leven aangenaam maakt?

FRANÇOIS «Zeg me dan eens wat? (Toont me de onderkant van zijn wandelstok) Zie je hoe versleten die is? Awel, ik ben ook versleten.»

ANNE «Ik schilderde vroeger graag – het bewijs zie je hier aan de muren hangen. Ook dat is voorbij. Naaien, lezen: hetzelfde verhaal. Maar probeer dat maar eens uit te leggen aan een dokter die je een kwartiertje ziet en dan zegt: ‘Maar jullie zien er toch nog goed uit!’»

FRANÇOIS (tegen Humo) «Vind jij niet dat we er nog goed uitzien? (Gaat staan, strekt zijn armen uit en draait traagjes rond zijn as) Ik ben nog een mooie man, toch?»

ANNE (lacht hartelijk)

FRANÇOIS «Toch, chérie? (Geeft zijn vrouw een zacht kusje op haar wang) Je ziet: we zijn niet verdrietig. We zijn gelukkig. Toen we het goede nieuws kregen dat we samen zachtjes konden vertrekken, on était sur notre petit nuage – zo gelukkig voelden we ons. Het was alsof we al die tijd in een tunnel hadden gezeten en plots weer licht zagen.»

JEAN-PAUL «Door onze tegenslag met dat dossier is er wat mist komen opzetten, maar ook dat zullen we wel oplossen. Al mag je dat niet onderschatten: het ontbrekende attest gaat over een onderzoek waarvan de behandelende arts intussen is overleden. Begin dan maar eens te zoeken!»

ANNE «Het helpt enorm dat onze kinderen ons begrijpen. Ze hebben respect voor wat wij willen. Het is ons leven.»

HUMO Gaan jullie naar het ziekenhuis?

JEAN-PAUL «We hadden de keuze: hier of in het ziekenhuis. Het ziekenhuis leek ons comfortabeler.

»Er zijn geen plannen voor een groots afscheidsdiner of zo. Er zijn mensen die zoiets doen – nog een laatste feest – maar dat vind ik toch wat overdreven. Per slot van rekening verliezen we straks onze mama en papa. Zelfs al hebben we ons neergelegd bij het idee, dan nog blijft het triest. Ik merk trouwens dat we door deze ervaring closer zijn geworden. ‘Ik wist niet dat jullie ons zo graag zagen,’ zei mijn vader me onlangs.»

FRANÇOIS «Onze kinderen hebben ons goed geholpen. Nogmaals: zonder onze zoon was dit ons nooit gelukt. Nu is alles uitgeklaard, alles is gezegd.»

JEAN-PAUL «Het is een heel verschil met de verslagenheid die er heerste toen ze hadden beslist om het eigenhandig te doen. Ze lachten niet meer, waren depressief. Ik ben blij dat ze de stap hebben gezet om toch met ons te praten, om het niet achter onze rug te doen. Sommige mensen vinden nochtans dat ze ons niet bij hun plannen mogen betrekken.»

FRANÇOIS «Om je een voorbeeld te geven van hoe we ons toen voelden: we slapen elk in een aparte kamer, in twee eenpersoonsbedden. Niet omdat we elkaar niet graag zien, maar omdat we zo beter slapen. Aangezien we samen wilden vertrekken en dat ook wilden tonen aan de wereld, hadden we beslist om samen in één bed te gaan liggen, met onze plastic zakken en zo. We hebben het uitgeprobeerd: ik ging op mijn zij liggen en zij kwam bij me liggen in mijn bed, om te testen of het zo zou lukken. Om maar te zeggen: zo ver ging het.»

HUMO Ik schrik wel een beetje van de serene manier waarop jullie over die plannen praten.

JEAN-PAUL «Mijn zus zei: ‘Ze praten erover alsof ze op reis vertrekken naar Egypte om er de piramides te bezoeken.’ Tja, ze zagen echt geen andere uitweg. Het heeft ons doen inzien dat we absoluut zelf in actie moesten schieten.

»Misschien lijkt het alsof ik hier, als zoon, nogal onbewogen onder blijf. Dat is natuurlijk niet zo. Maar je moet begrijpen dat we hier al lang mee bezig zijn. Alle informatie die we jou hier in één klap geven, is bij mij druppelsgewijs binnengekomen. Daardoor heb ik er goed en lang over kunnen nadenken en ben ik tot het besluit gekomen dat deze oplossing meer positieve dan negatieve kanten heeft. Ik ben nu 55, ik kan alleen maar hopen dat deze mogelijkheid over twintig jaar ook voor mij openligt.»

ANNE «Ik herinner me nog goed dat ik in 1956 in het Sint-Pietersziekenhuis ging bevallen van mijn dochter. In die tijd had je daar dokter Willy Peers. Hij hielp vrouwen die in de problemen zaten, om hun zwangerschap te beëindigen. Toen was dat absoluut verboden, terwijl we daar nu helemaal anders tegenaan kijken.»

FRANÇOIS «Als jij straks 80 bent, zal je kunnen profiteren van wat wij nu doen. Hopelijk met heel wat minder papierwerk en moeilijkheden.»

JEAN-PAUL «Ik heb mijn ouders ook gevraagd om hun gedachten over deze laatste maanden neer te pennen. Ik weet niet of ik die schrijfsels meteen zal kunnen lezen, maar het lijkt me belangrijk voor later.»

Anne: 'Onze kinderen hebben respect voor wat wij willen. Het is óns leven'

DE TEDERHEID

HUMO Zijn jullie altijd zo’n onafscheidelijk koppel geweest?

ANNE «Altijd. Ik werkte als secretaresse bij een notaris. Toen er kinderen kwamen, ben ik gestopt met werken. Mijn echtgenoot verkocht machines.»

JEAN-PAUL (toont een zwartwitfoto van een piepjong stelletje aan een schietkraam – hij mikt met een karabijn, zij kijkt over z’n schouder mee) «Dit was het prille begin.»

ANNE «Dat was op de Zuidfoor. We waren pas getrouwd.»

FRANÇOIS «Ik was 25, zij 23.»

ANNE «We hebben elkaar leren kennen in de jeugdbeweging, waar we allebei aan volksdansen deden.»

FRANÇOIS «Later, als vijftigers, hebben we de volksdans weer opgepikt: op maandag, woensdag en donderdag gingen we altijd dansen.»

En dan gaat het over die reis naar Spanje, waar ze een groep mensen leerden kennen die elke dinsdagochtend op het strand dansten. Hoe warm ze daar zijn ontvangen en hoe formidabel dat was. Hoe die vrienden jaren later nog een kaartje hebben gestuurd toen François prostaatkanker kreeg en moest worden geopereerd.

ANNE «Vandaag is er nog veel tederheid tussen ons.»

FRANÇOIS «Tederheid is sterker dan liefde. Op je 20ste is er passie. Op je 80ste is die er nog steeds, maar is ze wat getemperd. Je schiet dan niet meer met de karabijn, hè? (lacht)»

ANNE «Grote ruzies hebben we nooit gehad, maar af en toe hadden we weleens onenigheid. Mijn moeder heeft me ooit de raad gegeven: ‘Je moet er altijd voor zorgen dat de ruzies met je man zijn bijgelegd voor jullie gaan slapen.’»

FRANÇOIS «Niet gemakkelijk. Nu we apart slapen, kunnen de ruzies niet meer tussen de lakens worden bijgelegd.»

ANNE (lacht)

FRANÇOIS «Dat de één zou vertrekken zonder de ander, is ondenkbaar. Zowel voor haar als voor mij zou dat het einde betekenen. Zelfs als we boodschappen doen, gaan we tegenwoordig met z’n tweeën, want er is altijd de angst dat de één vertrekt en niet meer terugkomt. Op een dag was het haast zover. Ik kreeg telefoon van de slager: ‘Meneer, uw vrouw is gevallen. Kunt u haar komen halen?’ Afschuwelijk was dat.»

ANNE «Ik was zomaar opeens flauwgevallen.»

FRANÇOIS «Ik ben ook eens van de roltrap gevallen, toen ik in mijn eentje een tl-lamp ging kopen in het winkelcentrum. Ik ben wakker geworden in het ziekenhuis. Mijn wandelstok draagt er nog de sporen van (toont me waar de tanden van de roltrap het hout van z’n stok hebben aangevreten).» Anne «Maar de tl-lamp was nog intact (lacht).»

FRANÇOIS «Daarom willen we samen vertrekken: omdat we allebei bang zijn voor de toekomst. Zo eenvoudig is het: we zijn bang voor wat nog moet komen. Bang om alleen te vallen en vooral ook bang voor de gevolgen van dat alleen zijn. De toekomst houdt voor ons alleen maar miserie in.»

JEAN-PAUL «Een week geleden kwam ik op bezoek en was het been van mijn vader helemaal opgezwollen. Eerst heb ik met de apotheker gebeld. Hij vertelde dat het op een longembolie kon wijzen. Ik merkte meteen dat mijn ouders zich plots erge zorgen maakten. Papa dacht dat hij vlak voor de eindmeet toch nog zou sneuvelen. Voor hen was dat hun ergste nachtmerrie, dat één van hen alsnog te vroeg zou vertrekken.»

FRANÇOIS «Mijn echtgenote en ik hebben al veel voorbereidingen getroffen. De meeste van onze kleren hebben we aan Spullenhulp gegeven.»

ANNE «We dachten dat we onze winterkleren niet meer nodig zouden hebben.»

FRANÇOIS «Ik had het wat koud de laatste keer dat we op doktersafspraak moesten, maar deze blazer is de enige dikke pull die me nog rest. En onze boeken hebben we allemaal met de papierophaling meegegeven.»

ANNE «Daar had ik toch hartzeer van. Er waren boeken bij die ik met veel plezier heb gelezen.»

JEAN-PAUL «Al twee jaar lang staat er altijd wel iets voor me klaar: ‘Neem dit mee’ of ‘Neem dat mee’. Maar dat kan ik niet. Ik krijg het zelfs niet over mijn hart om een vaasje mee te nemen.»

FRANÇOIS (tegen Humo) «Wilt u geen schilderijtje? Dan moet u het nú zeggen.»

HUMO Het lijkt echt alsof jullie op reis vertrekken.

ANNE «Maar het ís ook een reis.»

JEAN-PAUL «Mijn vader stond erop om alles zelf te regelen: hij heeft de abonnementen opgezegd, de bankzaken afgehandeld, me uitgelegd wat er allemaal moet gebeuren als ze er niet meer zijn.»

FRANÇOIS «Een tijdje geleden had ik genoeg van alle reclame die ze ons toesturen. De postbode had me de raad gegeven om op de envelop ‘geweigerd’ te schrijven en de reclame terug te sturen. Dat haalde niks uit. Tot ik op een andere envelop die hier aan de brievenbussen lag, zag staan: ‘Overleden.’ ‘Da’s nog eens een goed idee,’ dacht ik. Waarop ik hetzelfde op onze reclamebrieven schreef. Toen kreeg ik plots een angstig telefoontje van de buurvrouw: ‘Alles oké met jullie?’ (lacht)»

HUMO Is er iets dat ik jullie nog mag toewensen?

FRANÇOIS «Een spoedig vertrek...»

ANNE «...in goede gezondheid.»

FRANÇOIS «En u, wat mogen we u toewensen?»

Nog voor ik een antwoord kan bedenken, zegt hij lachend: ‘Een schoon artikel misschien?’ En dan maakt François nog een laatste grapje – dat hij zich beter eerst had geschoren voor de foto’s – en nemen we afscheid. François heeft honger en wie ben ik om deze man van één van zijn laatste avondmalen af te houden. ‘Tot ziens!’ zegt François, als ik in de lift stap. Ik sta een beetje perplex en zeg uiteindelijk gewoon: ‘Dag!’ Op weg naar beneden denk ik: ‘Dat ik ooit mijn laatste adem mag uitblazen met z’n tweetjes in plaats van in m’n dooie eentje, dat mag u mij toewensen.’


Professor Wim Distelmans: ‘Nog nooit ben ik iemand tegengekomen die voor de dood kiest om iemand anders een plezier te doen’

Anne en François zijn niet het eerste koppel in ons land dat ervoor kiest om samen te sterven door euthanasie. Volgens professor Wim Distelmans, titularis van de leerstoel Waardig Levenseinde van deMens.nu aan de VUB en voorzitter van LEIF, zal het in de toekomst nog vaker gebeuren. 

WIM DISTELMANS «Over hoeveel koppels het momenteel gaat, durf ik geen uitspraak te doen. Het zijn er in elk geval niet veel – je moet tenslotte allebei aan de euthanasievoorwaarden voldoen én allebei bereid zijn eruit te stappen.

»Beide partners moeten dus voldoen aan de voorwaarden van de euthanasiewet: ze moeten een ongeneeslijk probleem hebben en van mening zijn dat het leven daardoor uitzichtloos is geworden. Zijn ze ongeneeslijk ziek, dan moet er een advies komen van een tweede arts. Zijn ze niet terminaal ziek, dan hebben ze het advies van twee externe artsen nodig. Is aan die eisen voldaan en zijn die mensen toevallig met elkaar getrouwd, wie zijn wij dan om te zeggen: ‘We doen de ene nu en de andere pas over twee weken of een maand.’ Dat zou onmenselijk zijn.

»In de voorbereidende gesprekken wordt er uiteraard met beide partners apart gesproken, opdat de arts in eer en geweten kan stellen dat beiden ook voor euthanasie zouden kiezen als ze géén partner hadden.»

HUMO Maar de kans bestaat dat één van de twee de euthanasie misschien nét iets harder of sneller wenst dan de ander, en daardoor misschien invloed uitoefent op z’n partner.

DISTELMANS «Nog nooit ben ik iemand tegengekomen die voor de dood kiest om iemand anders een plezier te doen. Onze levensdrift is ons sterkste instinct: allemaal willen we zo lang mogelijk in de best mogelijke omstandigheden leven.

»Soms hoor ik iemand opperen: ‘Ik wil euthanasie, want ik wil niemand tot last zijn.’ Maar dat is nooit het hoofdargument. Integendeel: de meeste mensen geven er absoluut niet om dat hun familie voor hen moet zorgen. Zij die het toch als argument aanhalen, doen dat eerder om de arts ervan te overtuigen hoezeer ze het menen. Daarvoor gebruiken ze soms de meest surrealistische argumenten: ‘Ik wil niet dat mijn zoon zich financieel in de nesten werkt om voor mij een rolstoel te kopen.’ Maar dat is een bijkomstigheid, natuurlijk. Het hoofdargument is altijd: ‘Zo wil ik niet verder leven.’


»Een ander verhaal wordt het natuurlijk als één van de twee partners ongeneeslijk ziek is en de ander zegt: ‘Dat mijn echtgenoot of echtgenote er straks niet meer zal zijn, zal me in zo’n ernstig rouwproces doen belanden dat ik er ook niet meer wil zijn.’ Dat is iets totaal anders. Dan is het aangewezen te zeggen: ‘We hebben uw vraag gehoord en respecteren die, maar we denken dat u toch nog van uw rouw kunt genezen.’ Zo’n geval moeten we vooral de tijd geven. Maar als het over een situatie gaat waarin twee partners perfect in aanmerking zouden komen als ze de vraag onafhankelijk van elkaar hadden gesteld, dan moeten we niet f lauw doen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234