Beeld VRT

Humo sprak metDe Zoo

‘Apen mogen zich niet laten gaan, het mogen geen neuroten worden’

De Antwerpse Zoo: hier zijn op één vierkante kilometer vijfduizend dieren (912 soorten) verzameld waar je normaal tweehonderdduizend kilometer voor zou moeten reizen om ze allemaal te zien. 

(Verschenen in Humo 2707 op 21 juli 1992)

Het eerste dier dat ik zie is een meeuw. De gieren van de Schelde weten ook dat er in de Zoo flink wat aan etensresten te vangen valt. De Antwerpse Zoo ligt middenin het stadscentrum. Het is behalve een dierenland ook een oase, een toevluchtsoord voor bejaarden, en oud-kolonialen die er op terrasjes hun heimwee naar Afrika verdrinken. Voor de dieren moet je betalen, de prachtige Art Nouveau-gebouwtjes krijg je er gratis bij. Ik wandel langs de Kuifbaviaan, een soort mini-gorilla, en langs zijn neefjes met de obsceen rode konten, die elkaar driftig vlooien. ‘Het Boliviaans Doodskopaapje’: een kind dat de apen bekijkt, krijgt als het pech heeft onvrijwillig een fikse dosis seksuele opvoeding mee, en apen zijn niet bepaald verfijnde minnaars, bedenk ik, terwijl twee bronstige mannetjes een weerloos wijfje achtervolgen. De overige apen kijken geamuseerd naar de apenstreken van de neanderthalers aan de andere kant van het glas. Het is opvallend hoe sommige dieren hun public relations veel beter verzorgen dan andere. De ijsberen geven gul show weg, de leeuwen hullen zich in Koninklijke onverschilligheid.

HUMO Veel volk in de Zoo, veel sfeer, veel sponsors, veel inkomsten. Waarom heeft de Zoo dan toch nog geld nodig?

Peter Van Den Eynde (PR) «Omdat de werkingskosten astronomisch zijn. De Zoo kost per dag één komma zeven mil-joen. Ook als het regent en er niemand is. Ook in de winter. De stookkosten alleen al bedragen jaarlijks bijna dertig miljoen. Ons seizoen is zeer kort, dus moeten we in de Zoo van mei tot september, en in Planckendael in zeven of acht weken tijd een enorme recette halen om de stille maanden te compenseren. Dan is er het onderhoud, de personeelskosten, de aankoop van dieren... je kan dieren helaas niet part-time in dienst nemen. Daarenboven wordt slechts tien procent van ons budget gesubsidieerd. Ter vergelijking : in Kopenhagen is dat zéstig procent, in Parijs dertig of veertig.»

Verder, langs de flamingo’s: knaloranje exemplaren, naast flets roze die één keer te vaak gewassen zijn. Opa vertelt fabels uit het dierenrijk. Zijn kleinzoon is gebiologeerd door twee oude, comateuze aasgieren, levend bewijs van wat sleur in een te krappe behuizing een huwelijk kan aandoen. Hun instinct blijkt alleen nog uit het feit dat ze het hoogste punt van de kooi kiezen om te zitten. Even verder troont de Condor. Voor de machtigste roofvogel ter wereld moet niets vernederender zijn dan voor eeuwig vleugellam aan de grond gekluisterd te zijn. Voor hem is het Nooit Meer Vliegen, terwijl in zijn kooi onnozele mussen, de paria’s van het lichte vliegwezen, naar believen kunnen komen en gaan.

Beeld VRT

HUMO Hoe komt de dierentuin aan z’n dieren? Worden die aangekocht via regeringen, via andere dierentuinen, of via handelaars en avonturiers?

Jacques Smolders (Curator Dolfinarium) «Er worden bijna geen dieren meer aangekocht. We hebben wat we moeten hebben, de invoervergunningen zijn moeilijk te krijgen, en we proberen zélf dieren te kweken. Als er al ‘s een nieuw dier nodig is, wordt dat meestal geruild voor een ander dier. Die ruilwaarde wordt bepaald door de zeldzaamheid van het dier, hoe moeilijk het te kweken is, en of het een dure kostganger is. De ruilwaarde van een zeehond is bijvoorbeeld laag, omdat die overal makkelijk gekweekt wordt. Ik heb hier trouwens viér mannetjes, en dat zorgt voor interne problemen, dus kunnen er drié mannetjes geruild worden tegen andere dieren. Een Okapi is dan weer zowat twintig miljoen waard. Dat is een symbolische waarde, omdat de Okapi een bedreigde dierensoort is.

» De trend is dat elke Zoo zich gaat specialiseren in het kweken van bepaalde soorten. De Zoo van Antwerpen is gespecialiseerd in het kweken van Okapi’s, Congopauwen en Bonobo’s, een soort dwergchimpansees. Ook de Goudkopleeuw-aapjes zijn hier vruchtbaar: daar hebben we er ooit acht van gekocht, en nu hebben we er bijna tachtig. Dat is een beter kweekresultaat dan in de vrije natuur! Onlangs kwam het bericht dat de grootste nog in het wild levende groep in een bosbrand tot as herleid was, zodat wij nu over de grootste populatie Goudkopleeuwaapjes ter wereld beschikken.»

HUMO De ruilwaarde wordt, veronderstel ik, ook bepaald door de ‘glamour’ van een dier: voor publiekstrekkers zoals dolfijnen telt een dierentuin toch meer geld neer dan voor één klein vogeltje dat niemand interesseert?

Smolders «Ja, tenzij er zo nog maar één klein vogeltje is, hé? Of neem de Babiroesa. Dat is een hertenzwijn, een voor de leek onbekend dier dat er uitziet als een varken met vier hoorntjes. Maar voor een Zoo is dat een uitzonderlijk dier. Nu, het toeval wil dat we die beesten hier vrij gemakkelijk kweken. Dat neemt niet weg dat we soms toch nog dieren aankopen, omwille van het genetisch materiaal. Je begrijpt als je vijftig jaar lang met dezelfde dieren kweekt, krijg je incest, en dus genetische afwijkingen. Zo heeft de Zoo van Duisburg net een verzoek ingediend om drie Beluga-walvissen te mogen vangen, omdat de hunne te oud en te incestueus zijn om nog optimaal te kweken. Wat men dus doet is uit verschillende Zoo’s de ideale partners samenbrengen. Dat komt ook de natuur ten goede. Het Przewalski-paard was omzeggens uitgestorven omdat het een toendradier is, en de toendra is nagenoeg verdwenen. Men heeft jaren geleden een aantal van die beesten, een beetje de laatsten der Mohikanen, in dierentuinen ondergebracht. Ondertussen zijn die kweekresultaten zo goed, dat men met een overaanbod zit, zodat men binnenkort een groot aantal paarden opnieuw zal uitzetten in de vrije natuur.»

HUMO Als dát kan, waarom lukt dat dan niet met Het symbool der dierentuinen: de Panda?

Smolders «Omdat de Chinezen niet meewerken. Ze zijn heel protectionistisch, en zij exploiteren de Panda’s commercieel zonder op lange termijn aan hun toekomst te denken. De grootste sponsors hebben zich uit het Panda-kweekproject teruggetrokken omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de Chinese one man show, met die uitgesproken slechte kweekresultaten. Nu exporteert China zijn reuzepanda’s: gewoon andere Zoo’s kunnen zo’n beest huren. Dat kost handenvol geld. Wij hebben een paar jaar geleden zo’n Panda in huis gehad, alspubliekstrekker. Dat kostte miljoenen, plus loon, kost en inwoon voor een Chinese dokter en twee Chinese verzorgers én een tolk. Daarenboven moesten we iedere dag uit de Camargue verse bamboe invoeren. Het sterkste was dat bleek dat de Chinezen in dezelfde periode ook aan Beekse Bergen een Panda hadden verhuurd zodat twee dierentuinen die bij wijze van spreken naast elkaar liggen elkaar moesten beconcurreren.»

HUMO De voortplantingsperikelen van de Reuzenpanda zijn nagenoeg tot een mythe uitgegroeid. Klopt ze nog met de realiteit?

Smolders «Jammer genoeg wel. Panda’s zijn maar één keer per jaar vruchtbaar. Het moet dus al lukken dat Chinese Panda’s elkaar net op dét moment vinden in de onmetelijke Chinese vlakte. Panda’s zijn ook uitgesproken solitaire, asociale beesten. Zet een vrouwtje en een mannetje te lang samen, en ze vermoorden elkaar. »

HUMO Ik heb ooit een advertentie van een huwelijksbureau gezien dat in z’n bedrijfslogo een Panda droeg. Slechte reclame, dus.

Smolders «Absoluut (lacht). Wij hebben hier twéé Panda’s gehad. Wel, die moesten we apart luchten, anders maakten ze ruzie.»

Beeld VRT

HUMO Noem eens een typische beoordelingsfout die bij kweekprogramma’s is gemaakt?

Smolders «Vroeger voerde men in bijna alle Zoo’s zeer jonge dolfijnen in. Pas toen die dieren geslachtsrijp waren, bleek dat ze niet wisten wat aangevangen met hun eigen baby’s. Dat spreekt vanzelf: als we morgen een troepje driejarige mensenkinderen op een eiland afzonderen, en we observeren ze twintig jaar lang, zal ook blijken dat de kindersterfte er enorm is, onder andere omdat die kinderen geen ervaring hebben, geen geschiedenis, geen seksuele opvoeding. Dat probleem stelde zich ook bij de mensapen. Een jonge apin die bevalt en nooit andere geboortes van haar soortgenoten heeft meegemaakt, voelt plots iets uit haar buik rollen dat begint te krijsen. Zij zal dat ‘ding’ gewoon laten liggen. Dat is dodelijk, want een pasgeboren aapje onderkoelt meteen als het niet warmgehouden wordt. 

»We hebben zelfs al meegemaakt dat zo’n moeder met het lijkje speelde als was het een pop die verder niets met haar te maken had. In Planckendael bleek dat sommige chimpansee-moeders hun boreling met de rug naar zich toedroegen, of zelfs ondersteboven, zodat die baby geen borstvoeding kon nemen. Toen hebben we de oppassers pluche babychimpansees laten dragen met de mond van dat pluche dier op de tepel van de verzorger. De apinnen zagen dat, en volgden na een tijdje hun voorbeeld. Sterker nog: de oppassers droegen de speelgoeddieren altijd links, om hun rechtse hand vrij te houden. Wel, de apinnen deden exact hetzelfde, zodat zij ook met hun rechterhand allerlei klusjes konden opknappen.»

HUMO Zijn er dieren die absoluut niet aarden in een Zoo?

Smolders «Ja. Dolfijnen in Zoo’s zijn bijvoorbeeld altijd tuimelaardolfijnen. Want tuimelaars draaien kort en zwemmen in ondiep water, en passen zich dus makkelijk aan aan een kunstmatig bassin. Terwijl een spitssnuitdolfijn daar fysiek niet voor geschikt is: spitsneuzen zouden een bassin van tweehonderd meter lengte moeten hebben, omdat ze veel sneller zwemmen en een grotere straal nodig hebben om te draaien.

»Een ander voorbeeld: onze olifanten zijn Indische vrouwtjesolifanten. Een Afrikaanse mannetjesolifant kunnen we onmogelijk houden, want die zou onze Egyptische tempel in een mum van tijd tot gruis herleiden; die beesten wegen veel meer en hebben te veel temperament.»

HUMO In een Zoo komt het erop aan de natuurlijke biotoop zo getrouw mogelijk na te bootsen, opdat het dier zich goed zou voelen. Brengt dat wel eens problemen mee?

Smolders « Ja, bijna altijd. Het is ingewikkelder dan een paar namaak-lianen hangen en een replica van een Indische tempel in een apenkooi zetten. Neem nu dolfijnen : die moeten in zeewater zwemmen. Maar wat is dat, ‘zeewater’? Het zeewater uit de Noordzee heeft een andere samenstelling dan dat uit de Zwarte Zee of de Middellandse Zee. Voor de kleinere aquariums voeren wij daarom vers water aan uit de Golf van Biskaje: dertigduizend liter, om precies te zijn. Maar het dolfinarium bevat meer dan honderdvijftigduizend liter, dus dat is niet haalbaar. Daarom maken we ons ‘zeewater’ zelf, op basis van bronwater en keukenzout.»

HUMO Zijn er dingen die je niét uit de wetenschappelijke literatuur kan halen; die je zélf moet ondervinden?

Smolders «Ja. Onze dolfijn Dolly heeft een baby gebaard. Zij was voordien nog nooit drachtig geweest, maar had wél bij andere dolfijnen gezien hoe zij hun kind begeleidden. Ze wist dus dat ze het kind van de kant weg moest houden, dat ze ernaast moest zwemmen, maar nièt hoe vlug. Je zag Dolly dus al doende Ieren: ze gingen bijvoorbeeld zoetjes aan sneller zwemmen, en in grotere bochten, wat makkelijker is voor het kind. In de wetenschappelijke literatuur staat dan bijvoorbeeld wel dat bij het zogen de baby tegen de tepel van de moeder aanzwemt die dan vijftien seconden lang moedermelk injecteert. Maar in de praktijk zie je dan dat dat kind niet goed bij de tepel kan, zodat de moeder moet kantelen, zodat de baby automatisch tegen de tepel zwemt, en de moeder tegendruk geeft. Je observeert ook hoe intelligent een dolfijn is in omstandigheden die misschien nooit eerder zijn voorgekomen.

»Zo hadden we een dolfijnenjong dat de slechte gewoonte had onder de moeder te zwemmen. Om dat te verhinderen ging die dolfijn alsmaar lager zwemmen, zodat het jong wel gedwongen was náást de moeder te zwemmen. Dat is veel beter omdat het jong dan kan meezwemmen in de slipstream van de moeder, zodat het veel minder kracht verspilt.»

Het is volle maan. lk vraag me af welk effect ze op de dieren heeft. De Jaguar ijsbeert koelbloedig heen en weer. De Luipaard doet zijn naam alle eer aan. Op een Art-Nouveau-spiegel staat een spreuk, een geheugensteuntje van de dieren voor de mens: ‘Zelfs het gevaarlijkste dier kan zichzelf uitroeien.’

Peter Van Den Eynde «Dat is zoals die Engelse wijsheid: ‘All animals are imperfect animals... only man is a perfect beast’

HUMO Zijn de grootste dieren ook de grootste veelvraten? Of zijn er kleinere dieren die minder, maar duurder eten eisen?

Bruno Puyenbroeck (bioloog) «De viseters zijn de duurste kostgangers. Een mannelijke zeeolifant eet vijfenzestig kilo vis per dag, en dat moet goéie vis zijn: wijting of makreel. En die moet aangevoerd worden vanuit de IJszee, want de vis uit de andere zeeën bevat teveel kwik en lood. We proberen de kosten van de voeding te drukken door zelf muizen en insecten te kweken. En we krijgen ook ratten uit laboratoria.»

HUMO Ik dacht dat slangen alleen lévende prooien lusten. Maar daarnet zag ik in hun terrarium dode ratten liggen. 

Puyenbroeck «Slangen léren bij ons dode prooien eten, dat is een kwestie van wennen. Er is vroeger veel protest geweest omdat we de dieren levend voerden. We doen het dus niet meer, al is het natuurlijker. Maar in feite maakt het weinig uit: als een mens een auto-ongeval heeft, voelt hij de eerste minuten geen pijn, omdat hij verdoofd is door de adrenaline en de shock. Zo gaat het bij dieren in doodsnood ook. Ik vind het ook opvoedkundig verantwoord om kinderen vanaf een bepaalde leeftijd te vertellen hoe een slang doodt. Dat is hard, maar het is de natuur, en ik vind dat we hun verontwaardiging beter richten op échte milieuschandalen en dierenmishandeling, dan hun sentimenten te voeden met sprookjes.»

HUMO Tegenwoordig zijn de voeding en de levensomstandigheden van de dieren perfect uitgebalanceerd. Maar waarom nu pas? Dierentuinen bestaan al tweehonderd jaar.

Puyenbroeck «Ja, maar tot de eeuwwisseling waren dierentuinen menagerieën waarin toen nog ‘exotische’ dieren werden tentoongesteld. Pas veel later, begin jaren vijftig, beschikte men over kweekresultaten. Men ontdekte ook toen pas dat mensen dieren konden besmetten: sindsdien wordt het personeel getest op TBC, hepatitis, enzovoort. Rond die tijd is men ook beginnen experimenteren met de voeding: een aap kreeg niet langer alleen bananen, maar gemengde granen, mineralen en vitaminen als basisvoeding. Pas daarna volgde de tendens om hen ook fruit en groente te geven als extra’s, om hun algemeen welzijn te bevorderen.

»De volgende stap was onderzoek waaruit bleek dat de inhoud van de voeding wel goed was, maar de vorm niet: wilde apen zijn bijvoorbeeld gewoon om noten met hun klauwen open te breken, en ze besteden tachtig procent van hun tijd aan het zoéken naar voedsel. Dus heeft men imitatie-termietenheuvels in hun kooi geïnstalleerd, en eten in hun hooi ‘verborgen’, zodat ze op een speelse manier naar eten kunnen zoeken. Dat is een bezigheidstherapie die de fysieke activiteit bevordert, én de sociale activiteit, want om eten wordt soms gevochten. Het probleem is dan weer dat er geen regelmaat in hun voeding zit, als je hen het voedsel zelf laat vinden. Je ziet, het is allemaal niet zo simpel. Het belangrijkste is hun mentaal welzijn, dat hun lichamelijke welzijn beïnvloedt: apen mogen zich niet laten gaan, het mogen geen neuroten worden.»

HUMO Ondanks de ‘NIET VOEDEREN!’ bordjes die overal staan, heb ik meer dan één braaf mens brood en snoep naar dieren zien werpen. Leg eens uit waarom dat géén goed idee is.

Puyenbroeck «Er mensen, meestal jarenlange abonnees, die wél weten wat een bepaaid dier lust, en voor dat dier lekkers meebrengen. Meestal zijn dat oudere mensen die in het voederen een vorm van sociaal contact met het dier zien. Dat is oké, maar die brave oudjes zorgen voor een lawine-effect; ze geven het slechte voorbeeld aan anderen. Bij opgroeiende dieren is het bijvoorbeeld cruciaal dat ze een uitgebalanceerd dieet krijgen met genoeg eiwitten enzovoort. Dat is nodig omdat het skelet moet groeien in verhouding tot hun gewicht. En als zo’n dier dan boterhammen en of snoep geeft, zorgen de suikers ervoor dat het gewicht wel toeneemt, maar het beendergestel zich niet ontwikkelt. Resultaat: zo’n beest zakt na een tijdje door zijn poten. Suikers brengen ook de darmflora uit evenwicht: suiker voedt kiemen, en daardoor hebben we ooit een zwangere giraffe verloren. In de maag van dat dier vonden we een hele vracht koekjes. Er is hier ooit een ijsbeer gestorven: tijdens de autopsie ontdekte men een plastic zak en een handdoek in zijn maag... Dus in godsnaam voeder de dieren niét, u bewijst hen er géén dienst mee.»

Beeld Zoo Planckendael

Het reptielenhuis. Ik daal af naar de katakomben, waar een schier eindeloze voorraad reuzenschildpadden, pythons, nijlvaranen, boa constrictors en zelfs een cobra showtime afwachten.

Gommaire De Vinster (verzorger) «Deze dieren zijn aangeslagen ‘ongeoorloofd bezit’. De reuzenschildpadden zijn in beslag genomen. De boa constrictor was van een gek die ermee op de Keyserlei rondliep. En de pythons zijn in beslag genomen bij particulieren. Wij krijgen die beesten voorlopig toegewezen in afwachting van de rechtszaak. We hebben hier ooit vierhonderd dwergschildpadjes gehad: toen de zaak eindelijk voorkwam, waren er al driehonderd dood! Het is godgeklaagd dat er nog steeds idioten zijn die per se een slang als huisdier willen. De helft van de tijd weten ze niet eens wat ze in huis hebben : een gifslang of een wurgslang. Ze zeggen: ‘0, ‘t is in orde, zijn giftanden zijn getrokken’. Meestal hebben ze zich wat laten wijsmaken. Want je kán de tanden van een slang niet trekken, dan sterft dat beest. We krijgen regelmatig telefoontjes van mensen wier slang plots akelig groot is geworden. De politie roept ons ook op. De scènes die je dan meemaakt! In Luik zat een echtpaar in een hoekje in de kamer: of we hun huisdieren —pythons — toch maar mee wilden nemen. In hun terrarium lag dertig centimeter mest, ze hadden het niet eens meer durven te verversen! En in Borgerhout kreeg onlangs een oud vrouwtje een hartaanval omdat een slang van haar benedenbuur naar boven was gekropen, en bij haar in bed was geglipt, op zoek naar nestwarmte.»

HUMO Ik zie hier een ijskast vol slangenserum staan. Is de voorraad nog intact?

De Vinster «Ja. Ik zit negenentwintig jaar in het vak en ben nog nooit gebeten. Je moet wel ongelofelijk oppassen. Zo mag je slangen nooit in je eentje voederen: zorg steeds voor een helper. Je kan de slangen ook niet samen voederen, want ook al gooi je drié prooien, dan nog gaan alle drie de slangen op dezelfde prooi af. Een slang is niet immuun voor haar eigen gif, dus gebeurt het zelfs dat ze elkaar opeten.»

HUMO Bent u ook de gelukkige die al die munten uit het water van de krokodillen mag vissen?

De Vinster «Ja, die muntjes vissen we regelmatig op, en de opbrengst verdelen we onder de oppassers. Veel is het niet, want de meeste munten zijn waardelozen munten uit Afrika of Azië. Maar om ze buit te maken moeten wel tussen de krokodillen, hé. Het is zuur verdiend geld, jongens (lacht)

Er groeit iets mooi tussen een oudere man en de struisyogel waar hij al tien minuten bijstaat. Misschien is hij de ‘P. Verbiest’ van op het peterschap-plaatje dat op de tralies hangt.

HUMO De Zoo heeft met veel succes een Peterschap opgezet, waarbij mensen een dier kunnen sponsoren, door één jaar lang zijn voedsel te betalen. Is er geen probleem dat alle kinderen een dolfijn willen sponsoren, maar dat niemand zich geroepen voelt het eten van de Dubbelhoornige Neushoornvogel te betalen?

Hubert Couteau (Dienst leden & peterschappen) «Er zijn dieren met een vedettenstatus, ja, maar we proberen de aandacht zoveel mogelijk te spreiden. Een dolfijn sponsoren kost trouwens algauw een kwart miljoen, dat is dus meer iets voor bedrijven. Het peterschap is eigenlijk gegroeid uit de nic-nac-koekjes die vroeger verkocht werden en waarmee de mensen de dieren voederden. Toen dachten we: laten we dierenvrienden vragen op jaarbasis goéie voeding voor de dieren te betalen. Bedrijven zoeken meestal iets dat in hun lijn ligt. Een bedrijf dat een Pelikaan in zijn logo draagt, zal een Pelikaan sponsoren, enzovoort. Maar je hebt ook zakenlui zoals de man van Succes Kleding Meyers, die Redy heet, en die toen hij hoorde dat we een dwergchimpansee hebben meteen zei: ‘0, dan zijn er zo twéé’, en meteen sponsorde. Die man hernieuwt zijn sponsorschap ook, die heeft dat bij wijze van spreken testamentair laten vastleggen.

»Ik probeer bij dat peterschap toch te zorgen dat er een emotionele band tussen de peter en het dier bestaat. Met kinderen is dat heel mooi. Zo is er een klein meisje wier opa haar peterschap van een aapje betaalt. En er zijn scholen waar een hele klas een Kangoeroe of een Stokstaartje sponsort. Ook de Braziliaans Goudkopaapjes zijn populair die zijn ook dankbare materie voor de leraars, omdat ze daar het hele verhaal van het Regenwoud en de milieuvervuiling aan kunnen hangen. Ook de pelikanen, de uilen, de pony’s, de pinguïns en de dwergchimpansees zijn heel populair »

lk ben verliefd. Mijn verloofde heet Siri, een dwergchimpansee. Volgende week wordt Siri één jaar. Ze is door haar moeder verstoten, dus word ik tegelijk echtgenoot en vader.

Geert van den Broeck (verzorger) «Siri is vlak na de geboorte door haar moeder verstoten, die had al twee keer eerder een baby afgewezen. Wij moeten dat verstoten kind nu grootbrengen, en het later integreren in een andere groep chimpansees. Als dat lukt, want het is ook al gebeurd dat zo’n outsider aap door de anderen de kop wordt ingeslagen. Dus komt het erop aan die situatie af te tasten, hen de nieuweling eerst acht glas laten zien, hen aan haar laten ruiken, al eens een luikje openzetten, proefbezoekjes regelen... hopen dat een of andere moeder interesse toont. Het is een moeilijk proces, ook al omdat je goed moet opletten welke apen op een gegeven moment dominant zijn. Chimpansees in groep hebben een sterke hiërarchie, die nogal wisselt. We hebben de kooien bovenaan hoger en meer open gemaakt zodat de kleintjes toch een uitwijkmogelijkheid hebben als er ruzie is. We hebben ook doorlopen naar aparte vakken in de kooi gemaakt, zodat de apen niet voortdurend op elkaars smoel moeten kijken. Want het territorium van elke aap is hier noodgedwongen zo klein dat ze het anders voortdurend zouden verdedigen, met alle gevolgen vandien.»

HUMO Siri is een onweerstaanbaar lief baby-aapje. Ik benijd jullie grenzeloos dat jullie dat bolletje charme mogen opvoeden.

Danièl Josten (verzorger) «Benijd je ons ook als we de riolen hier moeten schoonmaken? Of als we de stront van de lieve beestjes mogen opvegen? (Hij lacht. Als op commando begint Siri rustig te urineren, tot grote hilariteit van op één na alle aanwezigen) Oei… normaal zie ik dat aankomen, en hou ik gewoon haar benen naar achteren. Maar dit was een verrassingsaanval (lacht).»

HUMO Jullie zijn duidelijk gek op de chimpansees. Ontwikkelen zich hier kalverliefdes?

Van den Broek «Ik heb al gemarkt dat sommige apen geëmotioneerd raken door mannen met baarden (lacht). En de mannelijke gorilla’s kunnen duidelijk beter overweg met vrouwelijke oppassers. En er is Suzy, een chimpansee die valt op abonnees met een paraplu. Maar Suzy is een apart geval: het is een aap die we gekregen hebben van mensen die haar als privé huisdier hielden…. Tot Suzy te groot werd, en iemand hen vertelde dat ze een boete van 20.000 euro riskeerde. De gebeurt wel mee: mensen nemen stiekem zo’n aap in huis, maar vergeten dat het aapje vanaf de puberteit - vijf jaar - uitgroeit tot een onhandelbaar best dat alles kapot krabt. De kracht van een volwassen chimp wordt enorm onderschat. Chimpansees zijn in zekere zin gevaarlijker dan gorilla’s. Een gorilla geeft je één mep en laat je dan liggen. Maar chimps vallen in groep aan, en blijven meppen en met je lijk spelen. Het volstaat dat één chimp onverwacht agressief wordt, en plots breekt in de hele horde de hel los. Het erge van Suzy is dat die mensen dat beest gedresseerd hadden om de deur open te doen, drank te halen, enzovoort. Het beest is er nog steeds neurotisch van.»

HUMO Voor de apenkooien staan vooral kinderen soms keihard te lachen. Stoort dat lawaai en dat gelach de apen niet? Ik dacht dat lachen met de tanden bloot in het dierenrijk op agressie duidde.

Van den Broek «Dat klopt: mensapen hebben zelf ook een heel typische angstgrijns, met de tanden bloot. Maar onze apen zijn die starende mensen gewend, en ze maken zélf minstens evenveel lawaai. Wat me teleurstelt is dat zo weinig mensen echt opletten als ze daar staan te lachen. Onlangs is er zo een aap gestorven waar iedereen bij stond. Die aap, Shaka, raakt verstrikt in zijn touw, kwam ondersteboven te hangen, moest braken en stikte in zijn eigen braaksel.»

Josten «Als zoiets gebeurt, merk je ook hoe instinctief de andere mensapen reageren: Siri wil bijvoorbeeld geen contact meer met de oppasser die ze de dode Shaka heeft zien buitendragen.»

HUMO De legendarische gorilla Guust is op vijfendertigjarige leeftijd overleden. Wie is nu de nestor van de apen?

Josten «Kaïsi, ook een gorilla. Kaïsi is een totaal asociale bon vivant van zevenendertig jaar, die alleen nog eet en slaapt en de kinderen entertaint. Kaïsa is een uniek beest: het is een laagland-gorilla, en de andere dierentuinen hebben alleen hooglandgorilla’s. Dat maakt Kaïsi uniek en onbetaalbaar, ook al omdat niemand voor hem zou willen betalen, aangezien er elders geen andere laaglandgorilla’s zijn waarmee hij zou kunnen kweken. Trouwens, seks interesseert hem allang niet meer: we hebben er ooit een vrouwtje bijgestoken, en hij keilde haar zonder maal de gracht in. (Lacht)»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234