BegrafenisdiefstallenBeeld Jan De Maesschalck

allerheiligenbegrafenissen

Begrafenisdiefstallen: ‘... bestelen wij heden ter aarde...’

Er blijkt zo wat te bestaan als diefstallen van de wieg tot het graf. Terwijl bloemen en kransen worden aangedragen en broodjes met ham en kaas in stapeltjes liggen te wachten in taverne De Valk, wordt het ouderlijk huis in alle rust leeggehaald door een ‘begrafenisdief’. Je zal het maar meemaken: zwarteboorden criminaliteit.

(Verschenen in Humo 2698 op 19 mei 1992)

LIJKENPIKKERS

Zo meldde het parket van Gent op 19 maart 1992 dat enkele dagen eerder een 44-jarige inbreker was opgepakt. De man bekende, naast een aantal gewone inbraken, ook een achttal ‘begrafenisdiefstallen’, alle in de omgeving van Gent. De dief die naar verluidt steeds op eigen houtje handelde, had als waarmerk dat hij zowel bij nachtelijke inbraken als bij diefstallen overdag elke mogelijke confrontatie met de bewoners schuwde. Een uitvaart waarbij familieleden makkelijk van half tien ‘s morgens tot een stuk in de namiddag af wezig waren, leek de man dan ook de gelegenheid bij uitstek om rustig te werk te gaan. In de meeste huizen doorzocht hij alle vertrekken van de kelder tot de zolder. Zijn aandacht ging daarbij vooral naar geld, waardepapieren en juwelen. De begrafenisdiefstallen werden alle tussen december ‘91 en februari ‘92 gepleegd. De man werd uiteindelijk ingerekend bij een poging tot afpersing. Na een diefstal in D. die een buit van vele miljoenen aan waardepapieren en juwelen opleverde, nam de dief contact op met zijn slachtoffers en stelde voor de waardepapieren terug te bezorgen tegen een ‘losgeld’ van één miljoen frank (25.000 euro). De Gentse recherche volgde de afpersing van nabij en wist de man aan te houden. In de gemeentes rond Gent waar de ‘begrafenisdief’ toesloeg, is de commotie nog steeds voelbaar.

Een gemeente-ambtenaar die twee van de bestolen families persoonlijk kende, zegt dat de feiten wekenlang hét onderwerp van gesprek waren in de stille buitengemeente: ‘Er wordt hier ook wel ingebroken, dat is niet zo’n groot nieuws meer, maar stelen tijdens een uitvaart, dat hield niemand voor mogelijk. De mensen hier koesterden werkelijk wraakgevoelens tegenover de ‘lijkenpikker’ die dat gedaan had. De gedachte bijvoorbeeld dat die man erop rekent dat alle juwelen in huis blijven omdat je op een uitvaart normaal geen juwelen draagt, dat waren van die details die de mensen werkelijk kwetsten. Had men de dief die dag op heterdaad betrapt, de volkswoede zou zich zwaar tegen hem gekeerd hebben.’

In de gemeente N. bijvoorbeeld had de familie naar verluidt amper een kwartier het huis verlaten toen de dief inbrak. Omdat het huis op slechts enkele honderden meters van de kerk gelegen is, is het vermoeden groot dat de dader de begrafenisstoet met zijn auto gekruist heeft. In de gemeente V. waren zo’n 1.800 mensen toegestroomd voor de begrafenis van één van haar ereburgers. ‘s Namiddags stelde één van de zonen van de overledene vast dat er in zijn huis geld, juwelen en een draagbare cd-speler verdwenen waren.

Wat er aan juwelen verdwijnt bij zo’n inbraak betekent niet alleen een financieel verlies voor de bezitter, heel vaak zijn er familiestukken bij of andere sieraden met een bijzondere persoonlijke waarde: ‘Die dief komt niet alleen op een erg emotioneel moment, hij steelt ook dingen met een grote emotionele waarde.’ Dezelfde avond stelde een andere zoon van dezelfde overledene vast dat niet in zijn huis, maar (per vergissing?) in het huis van zijn buurvrouw was ingebroken. De man zit nu met het wrange gevoel dat de dood van zijn vader ook nare gevolgen heeft gehad voor zijn argeloze buren. In S. brak de dief bij twee dochters van de overledene binnen, die op ongeveer 4 kilometer van elkaar wonen. Naar die adressen moest hij niet ver zoeken: terwijl in Antwerpse of Limburgse overlijdensadvertenties slechts één rouwadres wordt opgegeven, worden in Oost-Vlaamse advertenties alle namen en adressen van de naaste familie opgenomen. Op die manier kan de dief vooraf zelfs een keuze maken qua ligging en weelderigheid van huizen waar hij wil binnenbreken.

Eén van de gedupeerde dochters: eIk heb het allemaal nogal filosofisch opgevat, maar mijn zus was zo verontwaardigd en zo overstuur dat ze ‘s avonds alle families opbelde die op dezelfde dag als wij een advertentie in de krant hadden geplaatst. De andere ‘advertenties’ bleken echter allemaal gespaard te zijn gebleven. Mijn zus is er weken van overstuur geweest dat een ‘vreemde’ in haar huis heeft rondgelopen op dat verdrietig moment. Haar zoon en mijn zoon hebben zelfs met het idee gespeeld een ‘huisoppasdienst’ te verzorgen voor mensen die naar een begrafenis moesten.’

Aan bewaking heeft het niet ontbroken in de streek. De laatste weken voor de arrestatie hadden politie, rijkswacht en veldwachters de opdracht gekregen ‘s morgens de doodsberichten in de krant na te pluizen en doorlopend patrouille te rijden langs de ‘uitvaarthuizen’. Sommige huizen werden van ‘s morgens tot ‘s namiddags ononderbroken bewaakt.

DE ENE ZIJN DOOD

Begrafenisdiefstallen zijn hoe dan ook zeer uitzonderlijke gevallen van inbraak. Voor zover wij hebben kunnen nagaan heeft de Gentse inbreker slechts twee voorlopers gehad, met name in de provincie Antwerpen. In Limburg was vooral het Maasland (de grensstreek met Nederland) het ‘jachtterrein’ van een vierkoppige bende met hoofdkwartier in Maaseik. Zij lazen het in advertenties in ‘Het Belang Van Limburg’ en verschaften zich toegang door een deur met een hamer in te beuken of met een koevoet los te wrikken. Naast geld en juwelen haalden ze net zo goed stereotorens, videorecorders, kleurentv’s en een enkele keer ook schilderijen weg. De rijkswacht en de BOB van Maaseik konden de hele bende inrekenen na enkele huiszoekingen en daaropvolgende bekentenissen. De inbraken vonden plaats eind ‘85, begin ‘86. De leider van de bende is enkele maanden later overleden. In 1987 waren de Antwerpse Voor- en Noorderkempen het werkterrein van één uitvaart-inbreker. De man ging zo omzichtig te werk dat het zes maanden duurde voor de gerechtelijke politie van Antwerpen de man kon klissen.

Richard Van Lierop, commissaris op de Dienst Diefstallen van het Antwerpse parket, legt wat een lijvig dossier mag worden genoemd voor zich op tafel.

VAN LIEROP «Elke dag krijgen wij hier het dagorder waarin alle criminele feiten — alle autodiefstallen, alle inbraken, enzovoort —van het hele gerechtelijke arrondissement Antwerpen staan opgesomd. En het was één van onze jonge inspecteurs toen opgevallen dat tijdens de voorbije maanden al enkele keren was ingebroken tijdens een begrafenis. Hij is toen alle dagorders van de laatste maanden opnieuw beginnen nakijken, en elke inbraak die maar enigszins in dezelfde richting wees, is hij in kaart beginnen brengen (vouwt een anderhalve meter lang papier open, de verschillende A4-vellen zijn met de hand beschreven en met kleefband aan elkaar geplakt). Voor elk geval gebruikte hij een volgnummer en de karakteristieken van elk geval groepeerde hij in rijen en kolommetjes. Zo heb je hier de Dag, het Tijdstip, de Gemeente, de Straat, de Naam van de Parochie, de Naam van de Pastoor, de Begrafenisondernemer, enzovoort. Op die manier ontdekte hij dat de inbraken vooral op zaterdag plaatsvonden en dat de Gazet Van Antwerpen de bron van informatie was, omdat er in enkele huizen was ingebroken waarvan de rouwadvertentie alleen maar in Gazet Van Antwerpen opgenomen was.»

HUISWACHT

VAN LIEROP «Onze volgende stap was het één voor één bezoeken van al die plaatsen waar de dief geweest was en zo zagen we dat hij altijd eenzelfde type van huis uitkoos: een alleenstaande woning of een half open bebouwing die van de buurhuizen gescheiden was door een haag of een muurtje. Een enkele keer koos hij ook een huis in de rij uit, dat langs de achtertuin ongezien te bereiken was. Toen we dat hadden nagegaan, wisten we welke weg we moesten volgen. We zouden voortaan in de Gazet Van Antwerpen elke zaterdag-uitvaart aankruisen, en de dagen voor de uitvaart al die huizen op hun ‘bouwtype’ controleren en ons verdekt opstellen in die huizen die meest ‘geschikt’ leken.

»Uiteraard moesten we die mensen die nog maar pas door dat familieleed getroffen waren, één voor één bezoeken en om hun schriftelijke toelating vragen. De meesten gingen akkoord, enkelen waren wantrouwig, wilden niet geloven dat wij van de gerechtelijke politie waren en hebben ons de toegang geweigerd. Tot mijn spijt moet ik zeggen dat er bij een paar van die weigeraars ook daadwerkelijk is ingebroken.»

HUMO U ging steeds binnen zitten wachten?

VAN LIEROP «Ja. Uit ons speurwerk kregen we het beeld van een inbreker die zeer voorzichtig te werk ging. Hadden we ons op straat in een auto of elders verdekt opgesteld, dan zou hij ons al van honderd meter ver ‘geroken’ hebben. We mochten ook niet het risico lopen dat hij ook maar één keer het gevoel kreeg dat er een valstrik werd gespannen, want dan zou hij zich maandenlang koest houden of zich misschien nooit meer laten zien.»

HUMO Hoelang van tevoren ging u zitten wachten?

VAN LIEROP «Ongeveer één uur voor de aanvang van de dienst en we bleven gewoonlijk tot ‘s middags, tot iemand van de familie terug naar huis keerde. We zaten heel de tijd in de woonkamer op een sofa of op een stoel en we bewogen niet, we liepen niet heen en weer. Ik denk dat we alles bij elkaar wel in vijftig of zestig huizen hebben zitten wachten.

»Meestal op zaterdag, maar tussendoor hebben we ook op weekdagen surveillantie gehouden als het ons nodig leek. Daarbij kwam dat hij zowel ten noorden als ten zuiden van Antwerpen kon opduiken en dat maakte dat we enkele keren de bijstand van collega’s in Mechelen en in Turnhout hebben moeten vragen omdat wij zomaar niet buiten ons arrondissement mogen opereren.»

HUMO Maakte u het hem soms gemakkelijker: een achterdeur niet op slot draaien bijvoorbeeld?

VAN LIEROP «Zeker niet! Als mensen weggaan, sluiten ze alle deuren, dus een niet-gesloten deur zou bij hem alleen maar grote argwaan opgewekt hebben. Ook als wij er waren, zou hij zijn koevoet of schroevedraaier moeten gebruiken.»

HUMO Kon zijn spoor niet gevolgd worden met de buit die aan helers verkocht werd?

VAN LIEROP «Nee. Het spoor van het geld en de waardepapieren was sowieso niet na te gaan en de sieraden bracht hij naar de goudopkopers in Antwerpen. Die winkeliers krijgen elke dag volk over de vloer dat zijn oude juwelen verkoopt of ringen laat omsmelten, dus daar konden we niet gaan zoeken.»

HUMO U hebt bijna zes maanden speurwerk moeten verrichten. Dat doet men niet voor elke dief.

VAN LIEROP «Inderdaad, vaak waren we elke zaterdag met de negen mensen die onze dienst telde op ‘huiswacht’. Wat hier een rol speelde, was dat die man misbruik maakte van de dood en dat hij mensen die al zeer bedroefd waren hoegenaamd niet spaarde.»

HUISARREST

HUMO In september ‘87 is hij dan aangehouden tijdens een begrafenis in Kalmthout.

VAN LIEROP «Ja. De dienst was nog geen kwartier bezig toen hij al kwam binnengestapt met handschoenen en gereedschap. Ook nu weer was hij niet met zijn auto, maar met de fiets. Een fiets van één van de kerkgangers notabene. Die had hij bij de kerk gestolen nadat hij zich vergewist had dat de dienst begonnen was. Dat deed ie altijd, eerst gaan zien of de rouwstoet goed en wel binnen was. Ook zijn auto parkeerde hij steeds ver uit de buurt om zo min mogelijk op te vallen.»

HUMO Wat voor iemand was het?

VAN LIEROP «De man bleek een vrachtwagenchauffeur te zijn die op zijn vrije zaterdagen wat ging ‘bijverdienen’. (In een jaar tijd haalde hij ongeveer 4 miljoen (100.000 euro) buit binnen, jh). Hij kende de streek heel goed en hij vertrok heel vroeg op zaterdagmorgen om ‘zijn’ huizen te kunnen verkennen.

»Na het doorzoeken van zijn auto waarin nog meer gereedschap en enkele krantenknipsels lagen, na de huiszoeking, na de verhoren en na de confrontatie met vier getuigen die hem ooit in de buurt van een bepaald huis hadden zien rondsnuffelen, heeft hij negentien begrafenisdiefstallen en nog enkele pogingen bekend.

»De man, die al een gerechtelijk verleden had, werd in 1989 veroordeeld tot vijf jaar en vijf maanden gevangenisstraf en een geldboete.»

HEER, MIJN HANDTAS!

Inbreken tijdens een begrafenis gaat voor de meeste dieven allicht te ver. Inbreken terwijl de bewoners godvruchtig de zondagsmis bijwonen kan dan weer wel. Het moet maar eens onderzocht worden of het teruglopend kerkbezoek op zondag misschien geen criminele achtergrond heeft Op 4 januari 1992 schrijft de Gazet Van Antwerpen bijvoorbeeld onder het titeltje VROUW VAN HANDTAS BEROOFD TIJDENS MIS IN KORTRIJK: ‘De eigenares van de tas had deze tijdens de hoogmis van 10 u op haar stoel achtergelaten terwijl zij naar de communie ging. Een 19-jarige jongeman uit Kortrijk bekende de handtasdiefstal. Uit zijn strafdossier bleek dat hij met deze praktijken reeds enkele ‘successen’ had geboekt.’ Van misdrijven gesproken!

Ook religieuze optochten worden hier te lande niet gespaard, want ‘terwijl meer dan 50.000 mensen naar de H. Bloedprocessie keken, maakten onbekenden daarvan gebruik om in te breken in de woning van J.M. te Brugge.’ (GVA, 30. 5. 87)

WEG IS WEG

Begrafenisleed wordt verzwaard, misvieringen ontluisterd, feestvreugde getemperd. Zo drongen onbekenden in Kapellen een huis binnen waar een feestje aan de gang was. Terwijl er gedronken en gedanst werd, gingen de dieven aan de haal met 100.000 F baar geld en een kwart miljoen aan juwelen (GVA 14. 10.86). Ook het gedruis van oudejaarsnacht (‘Ik dacht dat de buren vuurwerk ontstaken, maar de volgende morgen bleek het tuinraam stukgeslagen’) klinkt inbrekers als muziek in de oren. Politie en rijkswacht weten al langer dat oudejaarsnacht een dievennacht is. Maar ook op niet zon- en feestdagen wordt toegeslagen. Elk halfuurtje afwezigheid is ‘meegenomen’ voor sommige dieven. Zo is er al ingebroken bij huisvrouwen die van huis gaan om te stempelen of om de kinderen van school te halen.

EEN RIJKSWACHTCOMMANDANT «Er zijn zoveel vormen van afwezigheid waar dieven munt uit kunnen slaan. Soms moeten ze ervoor op uitkijk staan om het afwezige moment af te wachten, soms is de afwezigheid al van verre zichtbaar. Brood of melk die voor de deur blijven staan, post die in de brievenbus blijft zitten, rolluiken die neergelaten blijven. Een dief die dat ziet, weet hoe laat het is. Andere inbrekers draaien een telefoonnummer van een huis dat ze op het oog hebben en krijgen ze geen antwoord, dan gaan ze ter plaatse. Weer anderen bellen huis voor huis aan. Wordt er niet opengedaan, dan is het voor hen het moment om binnen te gaan! Wordt de voordeur wel geopend, dan vraagt men steevast naar mijnheer Peeters. Die woont in het huis ernaast, dat weten de inbrekers wel, want ze zijn die naam eerst gaan aflezen op de bel of de brievenbus. »

BEZIT = DIEFSTAL

Omtrent de vraag welke huizen het meest door dieven worden uitgekozen en welk soort van afwezigheden zoal misbruikt wordt, is volgens Stef Christiaensen nooit onderzoek verricht, althans niet in België. Christiaensen is wetenschappelijk medewerker van het departement Strafrecht, Strafvordering en Criminologie aan de KU-Leuven.

CHRISTIAENSEN «Wat wél is onderzocht, met name in een Amerikaans onderzoek, is het verband tussen onze lifestyle en het stijgend aantal inbraken en diefstallen. Vroeger bleef de vrouw thuis, en kon een dief zomaar niet binnenbreken. Nu gaan veel vrouwen uit werken en staan er meer huizen onbeheerd. De huizen en hun inhoud zijn ook begerenswaardiger geworden. In die huizen staan niet alleen meer zware meubelen en huisgerief, maar met de jaren zijn daar allerlei voorwerpen bijgekomen die ons het leven makkelijk moeten maken. Die voorwerpen zijn meestal handige elektrische apparaten, die echter ook handig om stelen zijn.

» En zo gaat de logica verder. Het leven in huis wordt aangenamer en comfortabeler, maar dat brengt nu net mee dat man en vrouw uithuizig moeten zijn om het te kunnen betalen. En omdat ze het hele jaar werken, willen ze ook wel eens rust, willen ze ook wel eens vakantie. Opnieuw een periode dat het huis onbeheerd achterblijft. En het is niet alleen tijdens de vakantie dat het huis verlaten wordt, er is ook de toegenomen vrije tijd. Men gaat sporten, men gaat joggen, men is lid van allerlei clubs of verenigingen, en vaak staat dat huis dan weer alleen.

»Maar er is nog iets. De stijging van diefstallen en inbraken is niet alleen te zoeken in de verandering van ons sociaal leefpatroon. Tegenwoordig zien we bijvoorbeeld dat er ingebroken wordt bij alleenstaande bejaarden. Dat zou vroeger ondenkbaar zijn geweest. Bejaarden wóónden toen niet alleen, maar in een buurt waar iedereen op iedereen lette. Of ze woonden onder hetzelfde dak met een zoon of een dochter, wat nu minder en minder gebeurt.

»En dan is er nog iets. Als er over de stijging van al die diefstallen en inbraken wordt gesproken, spreekt men vaak in één adem over het verschuiven van waarden en normen in onze samenleving. Dat is één verklaring, maar er zijn nog andere. De mensen moeten bijvoorbeeld beseffen dat ze nu in een tijd leven dat er meer ‘stelenswaardige’ voorwerpen voorhanden zijn dan vroeger. Er zijn meer auto’s, er kunnen dus meer auto’s gestolen worden. Uw leven in een consumptiemaatschappij, ons huis en onze directe omgeving staan vol aantrekkelijke consumptiespullen, maar wijzelf zijn vaak niet thuis. Het klinkt misschien banaal in zijn eenvoud, maar het is een belangrijke factor bij de huidige toename van al die ‘kleine’ criminaliteit.»

Het laatste nieuws: in West-Vlaanderen zijn onlangs enkele gevallen van huwelijksdiefstallen geconstateerd. Terwijl het Breughelbuffet wordt aangesneden, wordt ten huize van pa en ma alles op platte deuren naar buiten gedragen. Wittebroodscriminaliteit!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234