dossierbelspelletjes

‘Blijf even aan de lijn, wij nemen u zo dadelijk in het ootje’

Bij de 'bekende' diersoorten die we zoeken zijn onder meer de landbeer, de steenkraai, de moerhaas, de bokvis, de korenvlieg en de gander.

'Komaan, komaan-komaan-komaan-komaan... We zetten de eindspurt in! 0905-82026... Pak de telefoon en toets mijn nummer in en bel nú! Komáááán, komaan-komaan-komaan-komaan-komaan... Het moet hier gaan gebeuren, de eindspurt, de eindspurt, wie komt het doen? 0905-82026... Komaan, komaan-komaan-komaan-komaan... Kom op, kom op, kom op... Nu móét het gaan gebeuren... Komaan-komaan-komaan... Dit zijn je aller-aller-allerlaatste kansen: 0905-82026, komáááán! Komaan, komaan-komaan-komaan-komaan-komaan-komaan... Het gaat om 5.000 euro... Kom maar bij mij in de uitzending, neem het geld maar mee... Maar je moet het snel gaan doen: kijk de tijd, oooh, de tijd, de tijd, oelalalala... Komáááán, kom op, kom op, kom op... Nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu-nu... Aiaiaiaiai! (Zucht) Hallo, met wie spreek ik?'

'Blijf even aan de lijn, wij nemen u zo dadelijk in het ootje'

(Caroline Van Keymeulen, 'Woordzoeker', VTM/Kanaaltwee)

Wie dacht dat de komst van de commerciële televisie voor een ongeziene kwaliteitsverbetering zou zorgen, dacht misschien niet meteen aan de bagger die de vrije jongens in de daluren over ons zouden uitstorten. Gezwets van astrologen, advertenties van telefoonhoeren, teleshopping - het kan niet op. Maar het fenomeen dat bij de kijkers wellicht het meest kwaad bloed zet, zijn de belspelletjes. Sinds ze in 2004 de kop opstaken, regent het klachten over blunders, halve waarheden en hele leugens en soms zelfs regelrecht bedrog. Tijd voor een stand van zaken, zegt u? Fillumpjeuh!


Heel eerlijk!

Zaterdagnacht 10 februari. Op VT4 is Joyce Kokkinakis op zoek naar dieren. Ze staat bij een rooster met letters die, net als Scrabble-blokjes, elk een bepaalde waarde hebben. 'Zoek een dier van 9 punten,' luidt de opgave. 'Dieren die je kent,' preciseert Joyce, 'daar mag je zeker van zijn. Het is niet dat ik hier dieren heb staan waarvan je denkt: leeft dat dier in Zuid-Afrika of in Azië? Neen!' De MOT gaat snel de deur uit, voor 50 euro. 'Ken jij een mot?' vraagt Joyce. 'Je ziet het, nu weet je op welk niveau we werken.' De MIER ('Kent iemand geen mier?') en de LAMA ('Heb je nog nooit van een lama gehoord?') volgen. De hele uitzending lang blijft Joyce ons inpeperen dat we de antwoorden '100% zeker' kennen: '9 punten! Is het een dier, en ken je het dier, ben je er ook zeker van dat jouw buurman het dier kent? Wel, twijfel niet!'

Na een dik uur slaat een beller een STEUR aan de haak. 'Zoek het niet te ver,' zegt Joyce, 'Nu heel eerlijk: mijn oma heeft ook steuren in haar vijver, steurs in haar vijver. Voilà, je hoeft het niet ver te zoeken... Ken jij een steur? Ja toch, die vis! Ken jij een lama? Ken jij een mier? Ken jij een mot? Wel, die twee laatste antwoorden ken je ook.' En nog wat later: 'Gek genoeg heb ik de makkelijkste antwoorden nog niet gehoord... Je kent de dieren die op mijn bord hangen sowieso... Je kent alle dieren, dat zei ik je! Die twee laatste antwoorden ken jij ook!'

Hoe harder Joyce roept, hoe valser ze klinkt. Haar taak bestaat erin zoveel mogelijk mensen te laten bellen. En dat lukt aardig: een klein tellertje op het scherm geeft aan dat er per minuut vaak meer dan vijftig bellers zijn. Een telefoontje kost maximaal 2 euro, dat tikt dus lekker aan.

We spelen met een 'Directe Lijn', lees ik op het scherm. Ik wil Joyce even bellen om te zeggen dat ze het er te dik oplegt, maar dat kan zomaar niet. Een 'Directe Lijn' betekent in de wereld van de belspelletjes namelijk iets heel anders dan in het echte leven: je kunt niet zomaar met de presentatrice bellen, de 'Directe Lijn' gaat alleen open als de regisseur dat beslist. Af en toe valt er een gaatje, en daar moet je dan zien in te duiken. Het wordt laat, even zie ik het beeld opdoemen van miljoenen spermatozoïden die als gek naar een eicel zwemmen, terwijl er maar eentje naar binnen mag. De bellers zijn met minder, maar even frenetiek.

Terwijl ik een sanitaire stop inlas, sukkelt er nog een VAARS de deur uit. Uiteindelijk blijft er nog één antwoord over - het zogenaamde topantwoord. Er valt 1.000 euro mee te winnen. 'Ik vraag mij af waarom ik dat antwoord nog niet gehoord heb,' zegt Joyce. 'Waarom heb ik dit antwoord nog niet gehoord?! Ik had dit antwoord eigenlijk al lang verwacht. Normaal, bij een ander spel, krijg ik dát antwoord altijd te horen! En nu, vandaag...'

De uitzending stopt om drie uur. Als het einde nadert, verschijnen er tips op het scherm. Op de duur krijgen we echt de pap in de mond: we zoeken een dier met een E, een M en nóg een E. 'Normaal krijgen we dat altijd te horen,' zegt Joyce, 'echt waar. En nu, vannacht... Duizend euro kan dat dier jou opleveren! 0905-82505! Waar blijf je?'

Behulpzaam als ik ben, besluit ik Joyce uit haar lijden te verlossen. Even kijken: een dier met een E, een M en nog een E. En er is zowaar ook een O beschikbaar... Zou het EMOE kunnen zijn, de Australische loopvogel? Tenslotte heeft Joyce al een halve hint in die richting gegeven: ze zoekt geen dier uit 'Zuid'-Afrika of Azië. Nu kan het niet meer fout gaan! Op de valreep gaat de 'Directe Lijn' eindelijk open: 'EMOE', zegt een zekere Martine apetrots. Fout, zegt Joyce! Het moet MELET zijn, een soort ansjovis. Allicht zwemt die in de vijver van haar oma.

VIJGEN VOOR PASEN

Na het weekend bel ik Kristof Demasure, de woordvoerder van VT4/ VijfTV.

HUMO Weet jij wat een melet is?

Kristof Demasure «Een wat?»

HUMO Een MELET!

Demasure «In welke context?»

HUMO Het is een vis. Maar maak je geen zorgen, het was zó moeilijk dat niemand het wist: de hoofdprijs ging de deur niet uit.

Demasure «De topantwoorden zijn niet altijd de makkelijkste, dat klopt – daarom zijn het ook topantwoorden en valt er het meest mee te verdienen. Je kunt er één uithalen dat een aantal mensen waarschijnlijk niet zal kennen. Maar het overgrote deel van de antwoorden is makkelijker te raden en daar valt ook geld mee te verdienen.»

HUMO De wet – artikel 10.4 van het Koninklijk Besluit – zegt dat de vragen van een normaal niveau voor de gemiddelde speler moeten zijn. Vind jij dat melet daaraan beantwoordt?

Demasure «Dat zou ik eens moeten bekijken, het is inderdaad een moeilijk woord.»

HUMO Naar het schijnt passeren er wel meer aartsmoeilijke woorden de revue.

Demasure «Ja. Maar toch niet consequent?»

Niet consequent? Dat moet ik even op mijn gemak bekijken. En wordt er wel vaker gejokt over de moeilijkheidsgraad van de antwoorden? De volgende dagen nestel ik mij voor de buis met een puntzak Rilatine®.

De eerste nacht al is het opnieuw raak. Dit keer staat de blonde Sofie Duflou – een restproduct van ‘Temptation Island’ – bij het letterrooster. Nu valt mij pas op dat de letters een ongewone waarde hebben: er zijn bijvoorbeeld twee blokjes met de I, die respectievelijk 1 en 3 punten waard zijn. De opdracht is simpel: ‘Zoek eten of drinken van 9 punten.’ FRIET en KOOL gaan zo de deur uit. Daarna blijven er nog vier dingen te raden, waarvan Sofie er naar eigen zeggen drie ‘geregeld eet’. Het vierde vindt ze ‘een beetje moeilijker’. We moeten niet zomaar ‘eendert wa’ zoeken, zegt Sofie. Het gaat wel degelijk om drie ‘supermakkelijke’ antwoorden, van hetzelfde niveau als FRIET en KOOL. En ja hoor, met een beetje hulp gaat ook SNOEP de deur uit.

Nu kunnen we ons zoetjesaan concentreren op het topantwoord. Zo te zien zijn er dit keer zelfs twéé topantwoorden, die elk 750 euro waard zijn. Al snel blijkt dat we ons op één van beide moeten concentreren. We krijgen tips: we zoeken iets eetbaars met een V en een IJ. Ik denk dat ik prijs heb: VIJG! Want als ik die letters bij elkaar optel, kom ik aan 9. Blijkbaar heb-ben honderden andere kijkers ook het licht gezien, want de telefoon staat roodgloeiend. Maar niemand raakt de studio binnen. Op de val-reep gaat de Directe Lijn tóch even open. ‘VIJG!’ zegt een beller. Fout, zegt Sofie: het moet VIJGEN zijn. Hoezo, VIJGEN?! VIJG was toch exact 9 punten waard? Een paar tellen later valt mijn frank: er stonden twéé I’s in het letterrooster, en als je de I gebruikt die 1 punt waard is, kom je met VIJG maar aan 7... Ik mompel een f*cking verwensing, maar Sofie is al verdwenen in de nacht, het spel is uit, de buit is binnen. Mocht het u interesseren: één van de andere woorden die niemand vond, was SALIE. Blijkbaar eet Sofi e dus geregeld salie – nu ja, ieder zijn meug. Het andere woord – ‘een beetje moeilijker’ – was NONI. Oplichterij, zegt u? Welnee, een doordeweeks belspelletje bij VT4.

KIUR MET PRUIMEN

Twee dagen later probeer ik het nog eens. Nu worden we bediend door Charlotte Van de vijver, een donkerharige presentatrice – verandering van spijs doet eten – die zo nu en dan tevergeefs Miss België probeert te worden. Ze staat bij een letterrooster (een gridje, in belspeljargon) en zoekt alwéér een dier. De weggevers zijn dit keer RAT, HOND en PAARD. Zal ik mijn kans wagen? ‘Je kent ze allemaal, hoor,’ moedigt Charlotte mij aan. ‘Het is mogelijk! Het is te doen!’ Een beller – mogelijk een telg van verarmde Franse landadel – komt in de loop van de uitzending met OTARIE aankakken. ‘Da’s veel te moeilijk hè, regie?’ zegt de presentatrice. Ze praat tegen een on-zichtbare regisseur die haar stuurt via een oortje. Natúúrlijk is dat te moeilijk, beaam ik. We zoeken toch iets als RAT, HOND en PAARD, of niet soms? Helemaal aan het eind van het programma komt de aap (hád gekund!) uit de mouw: met moddervette tips wordt LANDBEER weggegeven – mogelijk een neefje van de zeebeer, maar mij volslagen onbekend. En zie, dit keer gaat er op de valreep toch nog een prijs de deur uit! Maar wat waren al die andere antwoor-den waar talloze kijkers zich het apezuur voor hebben gebeld? In een glimp zie ik ze op het bord staan: STEENKRAAI, MOERHAAS, BOKVIS, KORENVLIEG en GANDER. ‘De andere waren nét ietsje moeilijker,’ ratelt Charlotte, ‘maar we hebben toch een mooie prijs weggegeven. Daaaag!’ Door niet mee te doen aan bel-spelletjes heb ik ondertussen al een aardige duit gespaard, dus bel ik nog eens met Kristof Demasure van VT4/VijfTV. Dat de spel-letjes aartsmoeilijk zijn wil hij niet gezegd hebben: hooguit zit er hier en daar een moeilijker woord tussen, maar dat moet kunnen. Zo bekeken wordt er dus ook niet gejokt over de moeilijkheidsgraad van de vragen: blijkbaar ben ik de enige die zijn nek breekt over woorden als MELET en NONI. Misnoegde belspelwatchers – ze noemen zichzelf Het Project en wil-len per se anoniem blijven – hebben een waslijst filmpjes over belspellen op internet gezet. Daaruit blijkt dat er zowel bij VTM/Kanaal-twee (inmiddels 2BE, inderdaad) als bij VT4/VijfTV naar de raarste dingen wordt gevraagd: DULIA, KIUR, SAKI... Ik zou de kijkers in de daluren niet allemaal stumpers durven te noemen, maar het kunnen toch ook niet stuk voor stuk Nobelprijswinnaars zijn? Wordt er gevraagd naar dansen (‘Bekende dansen, hele populaire dansen!’), dan zitten de CONGADA en de SALTARELLO erbij. Worden er dieren gezocht, dan zijn de AADLER, de DOVERIK, de DOES en de IEK van de partij. Zoekt men dieren met een K, dan passeert niet alleen het sympathieke KNOTSKEVERTJE de revue, maar ook de KIKKERKOP, de KOEHOND en zelfs KWEEKVIS. Beroepen met een K zijn niet eenvoudiger: KLAPSTOELWERKNEMER, KAAIRIDDER en KIELVLIEGER. En welke woorden kun je zoal vormen met KERST-? Natuurlijk KERSTTIMP en KERSTSTOL! Zou het normale niveau van de gemiddelde belspelkandidaat dan zoveel hoger liggen dan het mijne? In elk geval heb ik niet één van al die woorden ooit gehoord – evenmin als GNAWA en TSUBA, twee antwoorden die ik op de VTM hoor terwijl ik dit stukje uittik. Zouden ze bij VTM/ Presentatrice Charlotte Van de vijver op VT4. Bij de ‘bekende’ diersoorten die we zoeken zijn onder meer de landbeer, de steenkraai, de moerhaas, de bokvis, de korenvlieg en de gander.

Kanaaltwee dan even slim zijn als bij VT4/VijfTV? Dat moet ik één van de komende weken eens checken!

KOMAAN JONGENS!

Het ene land gedoogt softdrugs, het andere legaliseert belspelletjes. België gaat er prat op dat het in Europa het enige land is waar belspelletjes – sinds 1 januari 2007 – bij Koninklijk Besluit gereglementeerd zijn. De toenmalige minister van Justitie, Laurette Onkelinx, liet weten dat die regeling was uitgedokterd ‘om de consument te beschermen’. Tegenstanders zien het anders: eigenlijk was de consument perfect beschermd, men had alleen maar de wet moeten laten respecteren en belspelletjes ver-bieden. Hoe dan ook, het Koninklijk Besluit is zo lek als een zeef – we komen er later op terug. Ondertussen ben ik al een héél klein beetje verslaafd aan belspelletjes. Van de finesses begrijp ik nog geen moer, maar het principe heb ik snel door: er is maar één partij die altijd wint, en dat is niet de kijker.

Kom, nog ééntje om het af te leren. Op VT4 zoekt Sylvie De Caluwé automerken. LADA is ze snel kwijt, voor 100 euro; AUDI, FORD en SMART volgen. Dan begint het melken. Sylvie wekt de indruk dat de overblijvende antwoorden even makkelijk zijn, de uitgeloofde prijs wordt verhoogd tot minimaal 2.350 en maximaal 3.250 euro en de tijdsdruk wordt opgevoerd.

Sylvie «Komaan jongens, komaan, we moeten gaan opschieten, een klein halfuurtje en het is voorbij... Jongens, jij kent toch ook een LADA, een AUDI, een FORD, een SMART? Wel... Het verbaast me dat ik hem nog niet heb gehoord, degene die 2.350 euro waard is. 2.350 euro, wauw... Ik zou daar zeer tevreden mee zijn... We zitten met een klein groepje... dus wees er snel bij, ik ben op zoek naar jou.»

Hoewel er tientallen bellers per minuut zijn, suggereert Sylvie dat bijna iedereen naar bed is – een klassieker in het nachtelijke belspelrepertoire. Ze legt ook uit wat je met het te winnen bedrag kunt doen: een wereldreis maken, je huis opnieuw inrichten, je kinderen of kleinkinderen verwennen, een auto kopen (‘ja, toch een deel ervan’), je toekomst veiligstellen... Kortom, ‘je zorgen zijn voorbij!’ Maar dan moet je wel snel bellen.

Sylvie «LADA, AUDI, FORD, SMART. Komaan, er zit nog een antwoord in dat jij ook had kunnen vinden! Ik ga je niet helpen. Je moet het volledig zelf doen, want het is volledig goed te doen. De lijn die staat NU weer open, de lijn staat open, de lijn staat open! Kom het halen! Waar rij je zelf in? Wat is misschien je lievelingswagen? Wat is je droomwagen? Met welke wagen rijdt je buur? Ja! Kom dat gewoon heel simpelweg vertellen, het is mooi meegenomen, het is veel geld, en jij kan ermee doen en laten wat je wil.»

Ne Rinauwlt,’ probeert een dialectisch geschoold kijker. Maar nee, het is geen Renault. En ook geen Trabant, hoewel twéé bellers daarop gokken. Sylvie laat zich niet uit het lood slaan.

Sylvie «Wie is er nu nog wakker en wie blijft er nu nog even wakker? 3.250 euro gegarandeerd! Het is een speciale stuntaflevering, en dit geld mag er gegarandeerd uit... Komaan, het gaat om heel veel geld, je bent gewoon lekker rijk... Ik moet er bijna vandoor, en daarom wacht ik genadeloos... (hoort een correctie van de regisseur in haar oortje) wacht ik gewoon rustig op jou. Wie gaat het doen?! Het is echt wel te doen, het is te doen. LADA had jij ook wel gevonden, AUDI, FORD, SMART. Wel?!»

Ondertussen heeft Sylvie de kijkers aangepookt die net zijn thuisgekomen of die in hun fauteuil voor tv wakker zijn geschoten. Ze wappert met buitenmaatse bankbriefjes, die geen enkele beller haar weet te ontfutselen. Voor de derde keer gokt er iemand op Hyundai.

LIMOUSINE

Sylvie «Geen Hyundai. Hád gekund hè, jongens! Hád gekund, Hyundai! Wat dan wel? Komaan! Minimaal 2.350 euro, en dat voor een sim-pel automerk!»

Iemand oppert Mercedes, maar er zijn maar twéé E’s beschikbaar. Een andere beller probeert Triumph: er staat wel een F op het bord, maar geen PH. Een Krizzler dan maar? Nee mevrouw, ook geen Chrysler, er staat godsamme maar één R in het gridje! Daarna zoeven er wéér een Renault voorbij én een gammele Triumf én voor de tweede keer ook een Bentley. En zie, er kom ook een Alfa Romeo aangetuft: maar nee, kieken, er is maar één O beschikbaar!

Sylvie «Jongens, dit is een kwestie van – pfjoew – secondes! Dit is fantastisch spannend. Wie gaat dit komen doen? Wie is slim genoeg? Wie komt als sterkste door de lijn heen... Oh my god, jongens... Ik heb je nodig... Je kent een automerk, toch? Oh my god, oh my god!»

Twee bellers proberen het met Limousine: is dat nu ook al een automerk, of veeleer een autotype? Iemand oppert Yamaha: als dat een auto is, heb je er in elk geval een A voor te kort.

Sylvie «Het is een automerk die (sic) je kent, zoals LADA, AUDI, FORD en SMART... Jij, jij kan het mij komen vertellen... Wie o wie?... Komaan, ik geloof in jou!... Pak je telefoon NU! Twijfel niet, oh my god, twijfel niet! Vier-drie-twee-één-nul!»

Een gewiekste beller, door scha en schande wijs geworden, heeft de allerlaatste seconden afgewacht en geeft een vergezocht antwoord: Eton.

Sylvie «Eton? Oh, is níét goed helaas, da-aaag!... Nee, jongens, het is niet gelukt en ik moet gaan afsluiten, we gaan dus de antwoorden laten zien: ja, dus ik had hier... een BASTIN natuurlijk!»

Al spreekt Sylvie het op zijn Vlaams uit, de Bastin is een karretje dat – God betere ’t – in 1908- 1909 op kleine schaal in Luik werd gebouwd. Mijn droomauto, right! De overige antwoorden zijn ook niet zo katholiek, of toch niet zo bekend: RYKNIELD, BROCK, SHELTER en STIMULA.

Sylvie (verlekkerd) «’n Stimulaaah! Mmm, een Stimula!»

Waar zijn de Bikers for Christ als je ze nodig hebt?

DIKKE VANDALEN!

Om een banaal belspelletje te doorgronden, heb je niet alleen veel geduld nodig, ook de dikke Van Dale en Google bewijzen hun nut:

Aadler: literaire taal voor adelaar.

Congada: Latijns-Amerikaanse volksdans, gedanst om het Driekoningenfeest te vieren.

Does: verkort uit kardoes, poedelhond.

Doverik: volkse benaming voor het bokje, de kleinste soort snip.

Dulia: verering van de engelen en de heiligen.

Gander: mannetjesgans.

Gnawa: mengsel van Afrikaanse, Berberse en Arabische religieuze liederen en ritmes.

Iek: gewestelijk voor bot, een soort platvis.

Kaairidder: schertsende benaming voor een bootwerker.

Kerststol: luxekerstbrood gevuld met krenten, rozijnen, gekonfijte vruchtjes en eventueel amandelspijs en bestrooid met poedersuiker.

Kersttimp: soort kerstbroodje.

Kielvlieger: deltavlieger.

Kikkerkop: keelvinnige vis met platte, brede kop.

Kiur: uitgestorven reuzenvogel van Madagaskar.

Klapstoelmedewerker: een medewerker die op zoek is naar steeds weer nieuwe ontplooiingskansen, nog uitdagender werkomgevingen en weer betere salariscondities. Wij noemen geen namen. (Ook wel: werknemer die je makkelijk een schop ander de kont kunt ge-ven, zonder ontslagvergoeding.)

Koehond: bouvier.

Knotskevertje: in mierennesten in symbiose levend kevertje met knotsvormige sprieten.

Kweekvis: vis die tot kweking wordt gehouden of die aangekweekt wordt.

Melet: ansjovisachtige vis.

Noni: een struik waarvan de vruchten in Azië rauw worden gegeten. Het vruchtvlees is weinig smakelijk en ruikt onaangenaam naar kaas. Ook veel als sierplant gebruikt.

Otarie: bestaat niet in het Nederlands; vermoedelijk gebruikte de beller hier het Franse woord voor oorrob.

Saki: aap met vossenstaart.

Saltarello: levendige en vrolijke springdans die zich in de dertiende eeuw ontwikkelde in Napels.

Tsuba: onderdeel van een Japans zwaard.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234