null Beeld Herman Selleslags
Beeld Herman Selleslags

in memoriammarc mijlemans

Bloemen op zijn graf: 34 jaar zonder Marc Mijlemans

Vierendertig jaar geleden stierf Humo-journalist Marc Mijlemans, de lieve man die met schoenblink over het Nederlands ging. Hij was pas 28. Eén van onze journalisten legde namens de redactie bloemen op zijn graf, en schreef deze impressie. Kanker was slechts het vishaakje dat uitgegooid was door de ware dader: verdriet.


Lees ook: Verdriet als motor: 30 jaar zonder Marc Mijlemans

Het lamme dorpje O. ligt er nog, Mijl.

Het is niet weggevaagd, in een scheur van de tijd zoekgemaakt of gewoon bruutweg uit de atlas geschrapt. Nee, het ligt er nog gewoon, allicht niet helemaal zoals jij het dertig jaar geleden hebt achtergelaten, maar veel kan het toch niet schelen. Het vileine geluid van de rock-‘n-roll trilt er nog altijd niet door de lucht. De krantenwinkel heeft geen Humoreclame hangen. Frêle engelengezichtjes blijven verboden: zelfs de kinderen hebben robuuste koppen. Er valt nooit eens een mus van het dak.

Ik ben met de trein gekomen. Het dorpje O. heeft een station – nu wel, vroeger niet. ‘Op geen enkel spoorkaartje kwam de naam van het dorpje O. voor. Wie er toch wilde belanden moest zich uit de trein gooien of ziek worden in de bus of er geboren zijn.’

Het is koud, de zon schijnt een beetje truttig maar toch ook mooi, de wolken verzaken aan hun dienstplicht. Een kopie van het weer op je begrafenis, vertelt een collega die er toen bij was, en ook na dertig jaar de rouw niet uit haar stem krijgt als ze over je praat. Zelf was ik er niet, in 1987: even tevoren lag ik nog te braden in een couveuse. Pas in mijn tienerjaren, rond de eeuwwisseling, vond ik in de bibliotheek van mijn lamme dorpje ‘Mijl op Zeven’, een postuum uitgebrachte selectie van de stukjes uit je tv-rubriek, aangevuld met ander werk. Alles van een illegale schoonheid. Het voelde alsof ik er een hersenhelft bij kreeg.

Dat iemand zó ongeneeslijk grappig kon zijn. Zó mooi melancholie en kribbige weerbarstigheid uithuwelijkte aan joie de vivre en gevaarlijke doses liefde. Zó consequent weigerde bij te leggen voor de babyschoentjes van het populisme, en tegelijk grinnikte om blaaskaken die voortdurend citaten van Nietzsche flatuleerden, en hun ernst als een huidaandoening droegen. En vooral: dat iemand in het Nederlands woorden zó elegant met elkaar kon laten zoenen. Ik kon het haast niet geloven. Ik schrokte al je taal op.

Ik leerde ‘Heldendood’ uit het hoofd, droeg het voor in de les Nederlands (‘Het is geen teken van zaligheid je hart tot een zwijnenstal te maken, een sloophamer te zijn voor jezelf, en een bloemkool voor anderen.’), en de leerkracht vroeg of het wel goed met me ging. Wat een keutelige vraag: het kon met haar niet zo goed gaan als met mij, want zij kende Marc Mijlemans niet. Zij had een probleem.

Ik wandel van het station naar het kerkhof langs een steenweg die zich hier – ‘Stoort het? Neen? Bedankt.’ - vermoeid heeft neergelegd. De kinderen van het dorpje O. zijn net klaar met school. Ze hebben zich in geel fluo gewurmd en rijden op fietsjes waar ze later heimwee naar zullen hebben. Eigenlijk is het brutaal dat ze die fluohesjes moeten dragen: zo ontkennen we dat ze onkwetsbaar zijn. Sterfelijkheid moet iets van volwassenen zijn.

Op het kerkhof moet ik lang zoeken, maar dan sta ik plots voor je graf. Terwijl ik onbeholpen naar je naam en je foto sta te kijken, wil ik graag dat er op dat moment een liedje van The Triffids door m’n hoofd fietst. Maar de romantische wens likt zelden aan de werkelijkheid, en dus is het eentje van The Beatles – ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’. Ook goed?

Ik las je nagelaten werk in chronologische volgorde, zonder je treurige geschiedenis te kennen. Zo komt het dat de plaats waar ik het ongelukkigst ben geweest voor altijd pagina 62 van ‘Mijl op Zeven’ zal zijn. Want daar staat het, plots, ongenood, een zin gevangengezet in een vuilgrijs kadertje, de inkt vervangen door slangengif: ‘Enkele dagen nadat deze aflevering van ‘Mijl op Zeven’ was gemaakt, overleed C., op 1 september 1985.’

Chris, je vrouw. Ze was pas 25: een hersenbloeding was haar komen jatten. In je stukjes had je haar naam kort geknipt, maar je schreef over haar in lange zinnen waarin de liefde galmde als een warme, eeuwige echo. ‘Het is lang geleden. Ik zit met C. op de bus naar H. Ze zwijgt, zingt iets, zwijgt. Ik kan merken dat zij het moet zijn die elke ochtend mijn toost zal boteren. Maar zelf weet zij nog nergens van. Dat is het mooiste: het tromgeroffel voor de voorstelling begint.’

Ik zie de foto op het graf van C. – naast dat van jou - en ik zie dat ze prachtig is. ‘Obers kijken haar aan met grote, bolle ogen als ze zich opgemaakt heeft. Ze zouden zich aan haar voeten willen gooien, maar ze durven niet goed want ik ben bij haar.’

Een mensenziel is ook maar een twijgje, en een twijgje kan kraken, en dus ook breken. Na de dood van C. stond je recht voor het dochtertje dat jullie liefde nog romiger had gemaakt. Maar verdriet is geen voetbal die je kan doorpassen naar een vrijstaande ploegmaat. Op het einde van ‘Mijl op Zeven’ zijn er alleen nog snotplasjes treurnis. ‘Droeve dagen. Om in slaap te raken tel ik de laarzen van een nazirgiment in opmars.’ Anderhalf jaar na C. ging ook jij domweg dood. Kanker was slechts het vishaakje dat uitgegooid was door de ware dader: verdriet.

Ik leg tien witte tulpen bij jouw graf, en tien witte tulpen bij dat van C. Het zijn mooie bloemen, gespierd en toch elegant, en ze hengelen meteen naar het winterlicht. ‘Het beste boeket dat ik je kan maken,’ zei de bloemiste me – ze drijft haar bedaagde florahandeltje op driehonderd haastige stappen van jou. ‘Tulpen kunnen tegen de vrieskou.’

Ik wandel weg uit het dorpje O. In het stationsbuffet wachten bonkige mannen en een vrouw met versteende ogen tot hun glazen leeg genoeg zijn. Dertig jaar al. Er zijn geen woorden voor, want die had jij.

Op de terugweg zie ik door het treinraam de zon ondergaan – de vuurbol stuurt iedereen naar huis. Ik lees de laatste letters in ‘Mijl op Zeven’: ‘Als de trein vertrekt, waar wacht men dan? Op het perron of op de sporen? Ay, dat is maar de vraag.’

Op het perron, Marc. Op het perron.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234