In Memoriam (pdw)Beeld Kamagurka/Herr Seele

in MemoriamPatrick De Witte (1958 - 2013)

‘Blues voor Patrick’

(Verschenen in Humo op 26 februari 2013)

Hoe het begon: in de prille jaren tachtig was jij drummer en ik speelde toneel. Niet samen welteverstaan. Jammer genoeg. ’t Was geen vetpot, maar we zeurden niet. Toen ik je leerde kennen had je net door enkele Europese landen getourd met Rufus Thomas, de soulman die ooit ‘Walking the Dog’ aan ’s werelds cultureel erfgoed heeft toegevoegd. Marleen was toen ook al de vrouw van je leven.

Zij dreef het café dat bij het theater hoorde waar ik in die dagen mijn kunstjes vertoonde. Jij sprong haar geregeld bij. Als ik je na een voorstelling achter de bar zag staan, zwichtte ik meteen voor de drang van de omstandigheden: ik zou dus wederom blijven plakken. Je was toen al een geweldig verteller, en altijd geestig. Lachen was van levensbelang, en saaiheid verboden. Let there be rhythm! Je fond was volks en solide: daar konden geen ijdele praatjesmakers van het theater tegenop. Ik wist meteen dat ik je niet moest lastigvallen met wat ik nu weer in Theater heute had gelezen. Dat trof, want daar wilde ik mezelf ook liever niet mee lastigvallen. We wisselden in die tijd, in een ietwat ernstiger toonaard dan gewoonlijk, vaak meningen over rock uit, een gedeelde passie. Terwijl ik dit opschrijf hoor ik in gedachten de Schotse zanger Frankie Miller. Draaide je toen niet vaak Frankie Miller, Patrick? Dat je mij nu het antwoord op die vraag schuldig moet blijven, is hartverscheurend.

De merknaam Almdudler schiet mij ineens te binnen: een dubieus vocht dat ik in het theatercafé weleens dronk om een kater te bestrijden. Almdudler: die kultige Kräuterlimonade aus Österreich! Later hoefde één van ons maar ‘Almdudler’ uit te spreken, of we lagen al in een deuk. De plaatsnaam Kufstein had nagenoeg hetzelfde effect. Geestverwanten hoeven daar geen verklaring voor te vinden.

Ook Humo, het onafhankelijke weekblad voor radio & televisie, was een gedeelde passie. We lazen er onze levenshouding in. En verrek, Patrick, op een dag publiceerde jij elpeebesprekingen in dat wondere druksel – en dan te bedenken dat ik niet eens wíst dat je zo goed kon schrijven. Je had daar ook nooit mee uitgepakt. Op weer zo’n aan Almdudler voorafgaande nacht zei je me: ‘Dat zou jij toch ook kunnen?’ Ik: ‘Misschien’.

***

Humo was toen nog gevestigd waar een onafhankelijk weekblad voor radio en televisie thuishoort: in het hart van de hoofdstad, eerst aan de Kunstlaan en daarna in de De Jonckerstraat. Als fervent non-automobilist reed ik met je mee naar de redactie. ’s Ochtends spraken we af in La Lanterne, het hotel van je goede ouders, vlakbij het Sint-Pietersstation in onze woonplaats Gent. Als de papegaai weer eens zijn kop niet kon houden, gooide Willy, je vader, met een even zwierig als routineus gebaar een doek over de kooi.

Weet je nog, Patrick? ‘Weet je nog?’ is een loze vraag, maar ze blijft maar in me opkomen in deze onwerkelijke dagen.

Je reed toen met een wijnrode auto van een onbestemd merk, een voertuig dat op lpg liep: omdat alles een naam moest hebben, noemden we hem de Rockmobiel. Je had nog geen kinderen, ik had er al twee, en op weg naar Brussel vertrouwde ik je op een ochtend toe dat nummer drie op komst was. Meteen nam je de gelegenheid te baat om mij Dr. Spermströhm te noemen. Later die dag liet je ‘Dr.’ vallen, en nog later sprak je mij familiair met Sperm aan. Of was het Ströhm? Zonde dat ik het je niet meer kan vragen. Er gaan veel details verloren.

We maakten deel uit van de befaamde TTT-redactie, en jij werd (pdw) en dus al bij leven legendarisch. We hielden kantoor in een krapte die Marc Mijlemans Boys Town noemde, en behalve hard werken was ook sfeervol bullshitten, een vakterm van Kamagurka, een conditio sine qua non. Je was er meesterlijk in. Lachtranen zijn schadelijk voor elektrische schrijfmachines. Laatst herinnerde ik me één van de wandspreuken die je toen hebt bedacht: ‘In de tijd van de Duitse Kaisers/ Waren er meer houwitsers dan synthesizers.’ Ik moet er nog steeds om grinniken.

Eén keer per week reden we van de redactie rechtstreeks naar de uitzendstudio van Radio Toestel, de toenmalige progressieve vrije zender in Gent. Daar improviseerden we het totaal van de pot gerukte programma ‘De Gebroeders Van De Zande Show’ – ‘broers van uitzonderlijke kwaliteit’ – dat vaak neerkwam op een ongelijke strijd met de slappe lach. Ik denk aan personages als Swami Vlassenroot, ‘de goeroe met de piepstem Gods’, en aan de rubriek ‘Doe het zelf met Jacques Van Schelf’, waarin een zekere Van Schelf knutselaars tips gaf om bijvoorbeeld van een gezinsauto een geloofwaardige fiets te maken. De culinaire rubriek werd verzorgd door de bewust sterrenloze Franse chef Victor Trois-Chai-ses (Jingle: ‘Soyez è l’aise avec Vic-tor Trois-Chaises’) die, gezien zijn problematische omvang, minstens drie stoelen nodig had voor enig elementair zitcomfort. Zijn rubriek ging dan ook vaak over een stuitend gebrek aan zitcomfort. Tussendoor lieten we luide rock-‘n-roll en soul horen, maar ook de Alpenzusjes en Helma & Selma en nog een paar andere godgelijke artiesten uit de stal van Johnny Hoes. Ik merkte toen al dat je ambitie ook naar comedy uitging. Het kan niet anders of we waren intens gelukkig in die tijd. Denk ik achteraf. Altijd achteraf. Altijd te laat.

Even zijn we onsterfelijk geweest – en trots: door Guy Mortier uitverkoren worden, was niet niks – maar dat heeft de Macabere Snaaier niet belet om Chris weg te rukken, de vrouw van Marc Mijlemans, en even later Marc zelf. De treurigste hereniging ooit. De dagen waren toen even onwezenlijk als nu. Er zat niets anders op dan voort te leven. 

Eén keer hebben we zelf de zeis van de Macabere Snaaier horen suizen: we hadden flink gerausd op Festivalcatras in Zonhoven – spliffs en rode wijn – en tijdens de nachtelijke terugreis zag ik geen seconde te vroeg dat je ingedommeld was aan het stuur, terwijl de Rockmobiel zelfstandig op een geparkeerde vrachtwagen afsnelde. Ik heb geschreeuwd en alles kwam goed. In de volgende Humo maakte je melding van dat voorval: ‘God nam die nacht de vorm van (rv) aan.’

Nog een herinnering: in de Rockmobiel zijn we het op een dag in de jaren tachtig eens geworden over de song die we zelf hadden willen schrijven: ‘All the Young Dudes’ van David Bowie, maar grootgemaakt door Mott The Hoople.

‘All the young dudes (hey dudes)

Carry the news

(where are ya)

Boogaloo dudes

(stand up come on)

Carry the news

All the young dudes

(I want to hear you)

Carry the news

(I want to see you)

Boogaloo dudes

(and I want to talk to all of you)

Carry the news’

De laatste jaren zag ik je vaker op de televisie dan in levenden lijve. Je was in goeden doen en je was veel tegelijk: televisieproducent, autoriteit en talentscout inzake stand-upcomedy, tv-persoonlijkheid, opiniemaker, columnist, hoofdredacteur.

En je was boos op Humo, dat volgens jou niet in handen van De Vijver had mogen vallen, nog in geen honderd jaar. Dat Humo het hoogverraad van Bonanza kennelijk door de vingers had gezien, dat ging er bij jou niet in. Je vond die vergevingsgezindheid óók hoogverraad. Als we elkaar al eens terugzagen, begon je daar altijd weer over. Het zat je hogelijk dwars en het deed je ongetwijfeld ook verdriet – liefdesverdriet. Ik probeerde dit onderwerp vooral te vermijden of de deur dicht te doen met: ‘Ik werk voor Humo, niets meer en niets minder.’ En dat meende ik nog ook. Daarna werd het toch nog leuk, alsof het gisteren was. En gisteren had voor mijn part mogen blijven duren.

Je nam nog niet zo lang geleden mijn zoon in dienst, ‘nummer drie’. Ik vroeg hem hoe het met je ging: ‘Hij is een goed mens,’ zei mijn zoon, ‘rechtvaardig.’ Ik heb toen geantwoord dat ik dat allang wist. Bovendien wist ik ook dat je kwiek van geest en rad van tong was, en één van de meest gevatte mensen die ik heb gekend. Ik wist dat je je geestigheid briljant in woorden kon vatten. Ik bewonderde voorts je autonomie, je onacademische intelligentie, je onverschrokkenheid, je grote bek, je vrijheid. En je strijd tegen kwezels, farizeeërs, paranormale toverkollen en middelmatige carrièremakers in media en politiek. Dat had ik je moeten zeggen toen je nog in leven was, maar wij deden niet aan complimenten.

Hartfalen: niets voor jou, overigens.

Dat ik je in memoriam moet schrijven, dat moet je mij g.v.d. niet meer flikken. Kon je het mij nog maar een keer tje flikken.

‘Piepke’ was je koosnaam voor al wie je lief was.

Adieu, Piepke. Je was mijn vriend.

En nu ga ik een potje snikken, ergens waar ze mij niet kunnen zien, want snikken, daar doen wij niet aan.

‘The sky is cryin... Can’t you see the tears roll down the street The sky is cryin... Can’t you see the tears roll down the street’

Marleen, Hannah en Benno: ik denk aan jullie.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234