Cesar Casier, Gents topmodel; 2011 Beeld Jelle Vermeersch / Humo
Cesar Casier, Gents topmodel; 2011Beeld Jelle Vermeersch / Humo

JONGE LEEUWEN

Cesar Casier, mogelijk de Slimste Mens ter Wereld: ‘Ik heb al gehoord dat ik té mooi ben’

Vanavond start het nieuwe, negentiende seizoen van ‘De slimste mens ter wereld’. Neemt het in de eerste aflevering op tegen Niels Destadsbader en Dorianne Aussems: Cesar Casier, het Belgische topmodel dat sinds z’n 19de pendelt tussen Gent en New York, Parijs, Tokio en Milaan. Humo sprak hem toen hij bouwde aan de weg naar de top, over topfotografen en jetsetfiguren, over hoog vliegen en diep vallen.

(Verschenen in Humo op 16 augustus 2011)

HUMO Model worden is de droom van veel jonge meisjes, maar was het ook jouw jongensdroom?

CESAR CASIER «Toen ik zeven was, liep ik eens een modeshow voor een Belgisch merk van kinderkleding: Kwik & Flupke. Ik weet nog dat ik erna samen met mijn babysit een visitekaartje maakte op de computer: ‘Cesar Casier, model/ mannequin’. We versierden het zelfs met een tekening van het Vrijheidsbeeld – grappig, want tegenwoordig zit ik vaak in New York. En als er vroeger vrienden van mijn ouders op bezoek kwamen, was het vaak: ‘Ceesie gaat dansen!’ En dan moest iedereen toekijken hoe ik stond te dansen en te zingen op de Spice Girls. Ik denk wel dat altijd al wat in de spotlights heb willen staan, ja.

»Ik ben ook opgegroeid met mode: mijn moeder heeft al eenentwintig jaar een kledingwinkel in Gent – echt wel high fashion, met grote merken – en de nieuwe vrouw van mijn vader geeft les aan de modeacademie en ontwerpt voor Scapa.»

HUMO Met zo’n modefamilie: was je als tiener een snob?

CASIER «O nee, ik was zeker geen Ralph Lauren-jongen. Ik was meer alternatief. Zo rond mijn dertiende heb ik een periode gehad dat ik veel naar tweedehandswinkels ging. Op de basisschool in Oudenaarde, waar ik ben opgegroeid, was ik gewoon Cesar. Maar op mijn eerste dag aan het lyceum in Gent kwam de hele speelplaats me vragen of ik nu een jongen of een meisje was. Zelfs de leraren dachten dat ik een meisje was. Ik ben wenend naar huis gegaan. Achteraf snap ik het wel: mijn haar was iets langer dan nu, ik droeg broeken met wijde pijpen, en ik had veel vriendinnen (lacht)

HUMO Werd je gepest?

CASIER «Pesten hoort bij dertien jaar zijn. Maar ik dacht: ‘Ik ga me niet laten doen.’ Ik heb me onmiddellijk wat vrienden gezocht en vormde een groepje tegen de pesters.

»Nu ja, écht pesten was het niet: ik had er gewoon hartzeer van dat ze dachten dat ik een meisje was. Maar ik ben vrij sociaal, en eigenlijk ben ik ook altijd vrij populair geweest. Cesar was een naam die opviel: iedereen kende me. Ik was ook de jongen die – tot ieders amusement – ‘Don’t Tell Me’ van Madonna stond te zingen in de gang. In cowboylaarzen dan nog: ik was in Parijs naar Madonna gaan kijken en wilde per se hetzelfde paar als zij.

»Drie jaar heb ik op het lyceum gezeten. Ik volgde economie-moderne talen, maar die studie interesseerde me totaal niet, en mijn resultaten waren niet super. Mijn vader wou me naar Ter Duinen sturen, de hotelschool in Koksijde, maar mijn moeder zei: ‘Nee, we gaan geen kok van hem maken. Laten we hem in de toneelschool steken.’ En dan ben ik – ook in Gent – naar de Ottogracht gegaan, naar het kunstonderwijs. Ik volgde er woordkunst-drama. Een leuke tijd: veel olé-olé en weinig studeren. Maar door die school ben ik wel geworden wie ik nu ben.»

HUMO Zijnde?

CASIER «Iemand die goed met mensen kan omgaan, een avonturier, iemand die constant nieuwe dingen wil ontdekken. Had ik die hotelschool gedaan, ik was wellicht niet zo flamboyant geweest, niet zo’n free spirit.»

‘Mode is artistiek, niet carnavalesk. Ik snap stylisten meteen, ook als ze afkomen met jarretelles of maskers of noem maar op.’ Beeld Jelle Vermeersch / Humo
‘Mode is artistiek, niet carnavalesk. Ik snap stylisten meteen, ook als ze afkomen met jarretelles of maskers of noem maar op.’Beeld Jelle Vermeersch / Humo

BABYFACE

HUMO Ben je ontdekt door een scout, of ben je gewoon een modellenbureau binnengestapt?

CASIER «Op mijn zeventiende ben ik in het uitgaansleven ontdekt door een scout van Dominique Models. Toen ik mezelf ging voorstellen bij dat bureau, in Brussel, zeiden ze dat mijn gezicht nog een beetje te jong oogde – dat hoor ik soms nog, hoor: dat ik wat te veel een babyface heb. Ik wist totaal niet wat ik met mijn leven wilde, en model worden leek me een leuke manier om de wereld te zien. Mijn ouders steunden die keuze, maar ik moest wel eerst mijn middelbare school afmaken. Dat heb ik gedaan, en na die laatste zomervakantie ben ik in oktober twee maanden naar Zuid-Korea vertrokken, naar Seoel. Dat doen ze vaak met een beginnend model: ze geven je een contract in het buitenland. De bedoeling is dat je wordt ondergedompeld in de stiel, dat je ondervindt hoe die wereld in elkaar zit.»

HUMO Hoe is het om op je negentiende zo lang alleen in zo’n ver land te zitten?

CASIER «Makkelijk was het niet. Ook al had ik een soort chaperonne van het modellenbureau, ik voelde me alléén. Iedereen sprak er alleen Koreaans, en tijd om vrienden te maken was er niet. Ik raak liever niet gehecht aan mensen van wie ik weet dat ik ze snel weer zal moeten achterlaten. Uit zelfbescherming. Vriendschap is bij mij voor het leven, tenzij je me erg kwetst: dan moet ik niets meer van je weten.

»Die twee maanden in Seoel bestonden uit werken, lezen, rondwandelen, musea bezoeken. Allemaal op mijn eentje. Ik ging vaak met een boek in de Starbucks zitten – ‘De verborgen geschiedenis’ van Donna Tartt bijvoorbeeld: prachtig. Ik heb er veel nagedacht, gezond geleefd ook. Na mijn terugkeer heb ik met nieuwjaar shows gelopen in Parijs, voor Dior en zo: die hebben me definitief gelanceerd. Dan ben ik voor twee maanden naar New York vertrokken, en sindsdien ben ik nooit meer echt naar huis teruggekeerd. Ik pendel nu tussen de twee plekken: in New York huur ik altijd een tijdelijk appartement, en in Gent logeer ik bij mijn ouders – als ik niet voor allerlei jobs in Parijs, Milaan of Londen zit.»

HUMO Heb je in New York vrienden durven te maken?

CASIER «Ja, daar wel. Omdat ik voelde dat ik er terug zou komen.

»Mijn eerste keer New York was in februari, tijdens een fashion week, op mijn negentiende. Ik zat in een modellenappartement in Bushwick, een wijk in Brooklyn, echt far away: de L-train tot Williamsburg en dan de G-train tot Brooklyn. Ik vergeet nooit hoe ik daar aankwam met mijn valies: die deur ging open, en ik mocht meteen één van de stapelbedden uitkiezen. We zaten daar met z’n tienen – Russen, Brazilianen, Zweden: toffe gasten wel – en dat appartement was één vuile boel: aangebrande kookplaten, vieze wc, geen poetsvrouw. Degoutant. Niks geen glamour. Maar ik leefde vooral buiten, en ’t was een vree wijze tijd. Als nieuw gezicht deed ik iedere dag castings: met mijn portofolio alle agentschappen – die fotografen als Steven Meisel, Mario Testino en Mario Sorrenti vertegenwoordigen – en grote merken afschuimen. En als je jong bent en in New York zit, wat doe je behalve werken? Feesten, shoppen, rondhangen, musea doen, je amuseren.

»Om terug te komen op je vraag: ik heb intussen wel een paar echte vrienden in New York, maar dat heeft lang geduurd. Amerikanen zijn vaak oppervlakkig. Zeker als je model bent: ‘Aw, he’s a model. Let’s hang out with him.’ Dat heb ik in Gent zelfs. Deze ochtend ging ik me inschrijven in een fitnesscenter, en de man achter de balie zei: ‘Ah, jij bent dat model.’ ‘Nee,’ denk ik dan, ‘ik ben Cesar.’»

HUMO Misschien was hij gewoon starstruck?

CASIER «Misschien, maar er zijn mensen die vroeger niet eens vriendelijk tegen me waren en nu opeens wél. Wat een beetje bekend zijn niet allemaal kan veranderen.

»Nu, als kind was ik ook weleens starstruck. Toen de Gentse topmodellen An Oost en Delfine Bafort de winkel van mijn moeder binnenwandelen, dacht ik altijd: ‘Waw! Die wonen in New York!’ Ze waren mooi, lang, slank: natuurlijk was ik daar een beetje ondersteboven van. Ik begrijp die reactie dus wel. Gisteren was ik aan het shoppen in de COS, samen met mijn nicht, en ineens kwam ze mijn paskamer binnen: ‘Er liep daarnet een jongen naar zijn moeder, en zei: ‘Cesar is hier, dat model!”(lacht)»

HUMO Hou je in New York contact met je vrienden in België?

CASIER «Jaja. Via Skype, e-mail, Facebook... Sommige modellen zijn het contact met hun sociaal netwerk van vroeger verloren, maar dat is zowat mijn grootste angst. Na vijf jaar terugkomen uit New York en ontdekken dat Virginie een kindje heeft gekregen, Els getrouwd is en Maxim dit of dat heeft meegemaakt: ik mag er niet aan denken.»

‘Drugs zijn voor zo veel mensen de normaalste zaak ter wereld geworden dat het griezelig is. In het uitgaansleven in Gent zie ik er méér circuleren dan in het modecircus in New York.’ Beeld Jelle Vermeersch / Humo
‘Drugs zijn voor zo veel mensen de normaalste zaak ter wereld geworden dat het griezelig is. In het uitgaansleven in Gent zie ik er méér circuleren dan in het modecircus in New York.’Beeld Jelle Vermeersch / Humo

VEEL TE MOOI

HUMO Op Marcus Schenkenberg en Werner Schreyer na ken ik geen enkel mannelijk topmodel bij naam. ’t Is één van de weinige beroepen waarin vrouwen de bovenhand hebben.

CASIER «Mark van der Loo, een Nederlander, heeft ook de top bereikt. En Mathias Lauridsen ook, een Deen. Maar het klopt: mannelijke modellen zijn veel minder gekend. We verdienen ook veel minder dan de vrouwen: ons inkomen is maar één derde van het hunne – nog altijd goed geld, maar toch. Dat komt volgens mij omdat de hele mode-industrie sowieso veel meer is toegespitst op vrouwen: de boekjes, de merken, de campagnes.»

HUMO Ben je eigenlijk al rijk?

CASIER «No way! Ik ben nu aan het sparen voor een huis; ik zou het graag over drie jaar kopen, in België – Gent of Antwerpen. Voor de rest heb ik het goed. Ik kan me al eens een extraatje permitteren: een zotte reis boeken, bij Givenchy of Dries Van Noten gaan shoppen. ’t Is ook een luxe dat ik hier geen huur moet betalen, omdat ik bij mijn ouders terechtkan.

»Wat andere mensen verdienen in één of zelfs twee maanden, kan ik verdienen in één dag. De rest van de tijd zou ik kunnen luieren, maar dat zit niet in mij. The easy way zegt me niks. Vandaag moest ik bijvoorbeeld niet werken, maar ik was toch op om acht uur, en ik ben al gaan sporten. Ik zie er beter uit als mijn lichaam wat toned is.»

HUMO Vind je jezelf mooi?

CASIER «Je móét jezelf mooi vinden om te kunnen poseren, anders ben je geen goed model. Of ik mezelf sexy vind, dat is wat anders.»

HUMO En het antwoord is...

CASIER «Nee, ik vind mezelf niet bijzonder sexy.

»Op foto ben ik ook nooit Cesar. Model zijn is als acteren: je moet in een rol kruipen. De ene keer willen ze een stoere gast, de andere keer een androgyne jongen of iets als dit (toont een foto waarop hij poseert in jarretelles)

HUMO Op deze foto poseer je met Lara Stone, topmodel en echtgenote van ‘Little Britain’-acteur David Walliams. Was je zenuwachtig voor die reportage?

CASIER «Toch wel. Zij is echt top. ’t Was voor de Franse Vogue, mijn lievelingsmagazine – de fotograaf was Steven Klein en de styliste Carine Roitfeld. Natuurlijk was dat een droom die uitkwam. Ik bedoel: dat was zót!»

HUMO Maar je moest wel jarretelles en naaldhakken aan. Denk je nooit: is dit mode of carnaval?’

CASIER «Nee, want ik heb een enorme passie voor mode. Ik snap stylisten meteen, ook als ze afkomen met jarretelles of maskers of noem maar op. ’t Is artistiek, niet carnavalesk.»

HUMO De Franse Vogue heb je al gehaald: waar droom je nog zoal van, carrièregewijs?

CASIER «Ik wil dolgraag ooit een campagne voor Gucci doen, omdat ik dat merk al van kindsbeen af zo chic vind. En ik droom ook van een beautycampagne. Of een parfum-campagne. Welk model wil niet het gezicht zijn van Acqua di Gio van Armani? Dat levert veel geld op, maar ik zou het zelfs gratis willen doen. Omdat ik hou van mijn job, omdat ik het wíl.

»Nu, ik besef ook wel dat die gedrevenheid ook tegen je kan werken. Een model dat niks van mode kent en op een casting arriveert met een zeker je-m’en-foutisme kan een ontwerper soms net méér charmeren, snap je?»

HUMO Klopt het dat je aan een editorial in Vogue geen cent verdient?

CASIER «Ja, grote magazines doe je voor niets. Maar die foto’s geven je bekendheid, en daardoor kan je een Armani-campagne doen. Of in een show van Yves Saint Laurent lopen. Gezien worden: daar draait het allemaal om.

»Eigenlijk maakt de fotograaf het model. Dat is het frustrerende aan mijn job. Een journalist kan zeggen: ‘Ik ga eens een topstuk brouwen.’ Een student kan zeggen: ‘Ik ga me te pletter blokken en uitstekende punten halen.’ Maar een model heeft zijn lot niet in eigen handen. Je kan wel veel sporten, op je eten letten, niet roken, maar that’s it. Verder moet je ’t doen met de fysiek waarmee je bent geboren. Je kan niet bijleren om een beter model te worden, hè.»

HUMO Maar daar zijn gewone stervelingen net zo jaloers op: een model hoeft niet te zwoegen op een vaardigheid, niet te studeren, geen examens af te leggen. Jullie hebben van de natuur iets gekregen: een gouden randje.

CASIER «Je krijgt veel meer gedaan als je mooi bent, daar wil ik niet flauw over doen. Maar ’t is niet altijd even makkelijk. Je wordt constant aangestaard, bijvoorbeeld. Vroeger al: altijd voelde ik wel dat iemand naar me zat te kijken – op de tram, overal. Bij mooie meisjes gebeurt waarschijnlijk nog meer, dat weet ik wel. Ik wil alleen zeggen: je kan nooit eens anoniem zijn.

»Je lezers zullen dit misschien pretentieus vinden, maar ik heb al gehoord dat ik té mooi ben. ‘He’s too beautiful, we’re not gonna take him.’ Designers kicken op karakterkoppen. Neem Hanne Gaby: geen klassieke schoonheid, wél een topmodel. Soms vraag ik me af: ‘Ben ik niet te saai?’ Maar het volgende moment denk ik weer: ‘Ik kan nog lang meedraaien.’ Als ik mezelf goed onderhoud en sport, kan ik makkelijk doorgaan tot mijn dertigste, misschien zelfs tot mijn veertigste – tenzij ik straks met mijn gezicht op de kasseien val. Kijk maar naar Ingrid Parewijck: een klassieke schoonheid die normaal wel zal kunnen werken tot haar veertigste.

»Ik heb nu veel vaste klanten: P&C, Zara, grote ketens dus. Dat zijn money jobs. Die moet je hebben, want met die magazineshoots kan je de huur niet betalen. Je moet campagnes zien vast te krijgen. En daarvoor moet je shows lopen.»

null Beeld Jelle Vermeersch / Humo
Beeld Jelle Vermeersch / Humo

‘LIJNTJE?’

HUMO Betalen shows goed?

CASIER «Nee, heel slecht. Fashion week: I hate it. Twee keer per jaar – midden juni en begin januari – moet je in Parijs zijn voor de fashion week daar. Op 2 januari, dus al vlak na Nieuwjaar. Met een plannetje van de stad en een lijst met alle castings die je moet aflopen – dat zijn er zo’n acht per dag: Yves Saint Laurent, Dior, noem maar op. Op zo’n casting zit je tussen de mooi-ste jongens ter wereld, om die ene show te krijgen. Eén voor één moet je naar binnen, met je rugzak aan en je portfolio onder de arm.»

HUMO Moet je je dan uitkleden?

CASIER «Bij John Galliano wel, omdat die veel met blote bovenlijven werkt. Maar je onderbroek hou je aan, hè (lacht). Dan nemen ze een foto, je moet eens lopen, misschien iets passen. Honderd van de drie-honderd kandidaten nemen ze in optie, en op een volgende casting worden er dertig uitgekozen voor de show. Heb je geluk, dan mag je je dus nog eens gaan tonen, een fit-ting doen waar de designer bij is... En passen de kleren je, dan maak je kans om de show te lopen. ’t Is een enorm gedoe.»

HUMO Je Spice Girls- en Madonna-imitaties van weleer indachtig: geniet je van de shows?

CASIER «Ja. Over die catwalk lopen, met die muziek: dat is BAM! Daarna is het wel ineens gedaan – terwijl je een fotoreeks kan bewaren.

»Zoals gezegd: shows zijn belangrijk voor je bekendheid. Ik zal nooit een Gucci-campagne kunnen doen als ik geen Gucci-show te pakken krijg. Maar de laatste tijd doe ik er toch minder. Het is zo vermoeiend, en ik denk weleens: ‘De mensen kennen me toch al?’ Als ik nu kan kiezen tussen een goedbetaalde job en een show, kies ik voor die job en is het: bye bye, fashion week (lacht)

HUMO Onder vrouwelijke modellen gaat het weleens kattig toe. Hoe zit dat bij de mannen?

CASIER «De sfeer is best oké, maar mannelijke modellen zijn vaak zo ijdel! Als ik de deur uit moet, sta ik geen uren voor de spiegel; ik twijfel hooguit over wat ik zal aandoen. Maar sommige gasten zitten op castings met een handspiegel! Hun haar te kammen! En hun wenkbrauwen! Of ze komen in kostuum af – dat ik denk: ‘You fucking Zoolanders’ (naar ‘Zoolander’, een komedie met Ben Stiller als niet al te snugger mannelijk model, red.). Sommigen zijn overdreven met hun uiterlijk bezig; echte poseurs zijn het, geobsedeerd door fitness en proteïneshakes. Zo ben ik totaal niet.»

HUMO De schandalen rond Kate Moss hebben je sector met een drugsimago opgezadeld. Heb jij daar al veel van gemerkt?

CASIER «Ik zie er in het uitgaansleven in Gent méér circuleren dan in het modecircus in New York. Tegenwoordig zijn ze gewoon overal – ze zijn voor zo veel mensen de normaalste zaak ter wereld geworden dat het griezelig is.

»Ik ben in elk geval nog nooit op een shoot begroet met de vraag: ‘Hey, moet je een lijntje hebben?’ (lacht) Misschien was dat vooral iets van in de jaren negentig. Onlangs las ik in het boek ‘House of Versace’ dat Donatella en Gianni op feestjes de cocaïne op plateaus lieten aanvoeren. Die tijd lijkt me echt wel voorbij.»

HUMO Heb je tijd voor een vaste relatie?

CASIER «Ik heb geleerd dat een leven on the road moeilijk met een relatie te combineren valt. Maar meer wil ik daar niet over kwijt, als je ’t niet erg vindt – dat is privé.»

KOKEN EN HUILEN

HUMO Heb je al eens nagedacht over wat je zou willen doen na je modellencarrière, die op een dag toch onherroepelijk voorbij zal zijn?

CASIER «Eén mogelijkheid is de winkel van mijn moeder overnemen: dat zou ik wel tof vinden. Fotograaf? Dat zit niet in me. Stylist ook niet – te veel gesleur met kleren. Ik zou wel graag voor een magazine werken, liefst als food critic. Ik schrijf graag.»

HUMO Je hebt zelfs een blog, the-cesarsalad.blogspot.com. Je post er foto’s en Engelse tekstjes over de meest uiteenlopende zaken – vaak guitige observaties.

CASIER «Daar ben ik twee jaar geleden uit verveling mee begonnen in New York. Models.com heeft er eens een link naar geplaatst, en plots was er een boom: iedereen las mijn blog. Ik probeer drie keer in de week iets te posten. Over banale dingen – zoals mezelf (lacht). Het gaat altijd over wat me op dat moment fascineert: reizen, kleren, films, vrienden, eten – van speculaaspasta tot kokoswater. Het is geen modeblog, geen foodblog, het is een Cesar-blog.»

HUMO Je zou nu ook aan een kookboek bezig zijn.

CASIER «Ik heb een lijstje in mijn hoofd van dingen die ik absoluut nog wil doen: naar Australië gaan, de Nijl afvaren, op het dak van het Empire State Building staan, een liedje maken – iets dance-achtigs, zo’n dwaze clubhit, dat lijkt me wel iets (lacht). En een boek schrijven, dat moet je toch gedaan hebben in je leven? Het mijne zal een kookboek worden, ja.

»Ik denk constant aan eten, lekker eten. Ik lig nog maar in mijn bed of ik denk al: ‘Wat zal ik morgenochtend nemen als ontbijt?’ Mijn vrienden zeggen dat ik geobsedeerd ben, en mijn moeder wordt er gek van. Als ik thuiskom, is het eerste wat ik doe de koelkast open-trekken. In dat opzicht heb ik een rotjob: als ik alles zou eten wat ik wíl eten, zou je me kunnen rollen. Dan had ik geen werk meer.

»Mijn familie heeft een stevige eetcultuur. Mijn papa is de beste hobbykok ter wereld (lacht). Gisteren, op een gewone donderdagavond, vroeg ik: ‘Wat gaan we eten?’ – en het werd rouget, met een goeie ratatouille en een heerlijke gratin erbij. Vanavond wordt het misschien pasta met truffels, of anders wel pasta vongole. Om maar te zeggen: mij krijg je met geen stokken binnen in een Mc-Donald’s.»

HUMO In het voorwoord van haar kookboek ‘Miss Dahls heerlijkheden’ schrijft Sophie Dahl, kleindochter van de schrijver Roald Dahl en in de jaren negentig een hype als voluptueus model, dat het lang heeft geduurd vooraleer ze kon genieten van eten zonder zich schuldig te voelen. Herken je dat?

CASIER «Geen enkel model heeft een gezonde relatie met eten, punt. Drugs en mode een probleemcombinatie? Nee. Eten en mode een probleemcombinatie? Já. Je hebt modellen die gezegend zijn met een topstofwisseling, die zelfs fastfood mogen be-stellen, maar de meeste modellen moeten wél op hun lijn letten. Ik ook. Ik denk niet dat ik ooit nog macaroni met kaas en hesp naar binnen kan werken zonder me schuldig te voelen. En als er een fashion week aan zit te komen, eet ik niet. Want ik wil op die fittings in die kleine maten kunnen passen. Gelukkig eet ik te graag om anorexia te krijgen.

»De titel van mijn kookboek wordt ‘The Cesar Salad Cookbook’. Van caesarsalade wil ik mijn eigen variant verzinnen, door de kip of de ijsbergsla te vervangen door iets anders. En verder staat het vol makkelijke recepten voor jonge mensen. Een echte salade niçoise met verse tonijn, goeie houmous en guacamole: lekkere dingen waar-van je géén schuldgevoel krijgt. Maar ook guilty pleasures: tiramisu met speculaas, scones... En reistips: bij mijn pasta vongole zal je ’t adres vinden van het restaurant waar ik mijn allerbeste vongole heb gegeten. En aan Lara Stone en Mario Testino ga ik het recept van hun lievelingsgerecht vragen. Met dat boek wil tonen dat ik meer ben dan een model.»

HUMO Waarover pieker je weleens?

CASIER «Gisteren moest ik voor De Standaard Magazine een portret laten nemen waarop ik huil. Ik heb alles geprobeerd om in de juiste stemming te komen – naar een trieste film kijken, naar deprimerende muziek luisteren, me inbeelden dat mijn vader en mijn moeder dood waren – maar de tranen kwamen gewoon niet. Ik denk dat ik daar te gelukkig voor ben.

»Als model móét je ook een optimist zijn. Ik was eens bij de laatste drie voor een Calvin Klein-campagne. Ze hadden me voor de laatste ronde speciaal naar New York overgevlogen, hotel en alles betaald, maar kozen uiteindelijk toch voor een ander. Modellen incasseren vaker tegenslagen dan dat ze top-jobs binnenrijven. We staan constant ‘in optie’, je moet tegen die stress kunnen. Op dit moment heb ik vijf opties lopen, waaraan ik misschien maar één of zelfs geen enkele opdracht zal overhouden. ’t Is een harde wereld: one day you’re in, the next day you’re out

HUMO Wat was tot nu toe je grootste teleurstelling?

CASIER «Drie maanden geleden was ik uitgenodigd op een casting bij Tom Ford – mijn idool, de man die Gucci en Yves Saint Laurent een volledig nieuw elan heeft gegeven. Ik was in de wolken, had zelf mijn ticket naar Milaan geboekt. Bij aankomst bleken we met vijftig kandidaten te zijn, en drie uur moesten we wachten-wachten-wachten op de grote ontwerper. Toen hij zijn entree maakte, zei hij, zonder zijn zonnebril af te zetten: ‘I’m gonna do this quick, guys. Normaal schud ik iedereen de hand, sla ik een praatje, en kijk ik in portfolio’s. Maar mijn vlucht had vertraging en er is haast bij. Jullie komen per tien binnen in de kamer hiernaast, oké?’ Daar stonden we dan op een rij: hij liet zijn blik over ons glijden, overlegde even stil met een medewerker, en wees naar ‘die jongen in zijn gele T-shirt’ – dat was ik. Ik mocht weer naar huis.»

HUMO Maar als Tom Ford je binnenkort uitnodigt op een casting, spring je dan opnieuw op het vliegtuig?

CASIER «Natuurlijk. Want ik wéét dat hij me niet goed heeft gezien, dat hij me nog niet kent. Zodra hij met me gebabbeld heeft, zal hij niet anders kunnen dan voor me kiezen. Hoop ik (lacht)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234