'Ik zei tegen mijn man: als je nog eens seks wil met een madame met twee gave borsten, go ahead!’Beeld Saskia Vanderstichele Humo

65 JAARKristien Hemmerechts

‘Dankzij het feminisme heb ik niet het gevoel dat mijn hele vrouwelijkheid in mijn borsten zit’

Kristien Hemmerechts wordt vandaag 65. Vier jaar geleden sprak ze met Humo over leven met borstkanker. Herlees hier het interview.

(Verschenen in Humo op 12 september 2016)

We zitten in de fraaie stadstuin van Kristien Hemmerechts, waar je vijgenbladeren plukken kunt. Ons onderwerp is dat zij er bijna niet meer gezeten had. Dat dacht ze toch, toen ze een klein jaar geleden een knobbel voelde in haar linkerborst. Vandaag is ‘Borst’ een lang en interessant hoofdstuk in een groot boek dat haar autobiografische verhalen bundelt: ‘Er gebeurde dit, er gebeurde dat.’

KRISTIEN HEMMERECHTS «Vrijdag 2 oktober, kwart over vijf, ik zit aan mijn werktafel. Vraag me niet waarom, maar ineens voel ik de behoefte om aan mijn linkerborst te voelen. Ik weet het meteen. Oeioeioei! Daar zít iets. Wanneer ik de huisarts probeer te bereiken is er een voicemail – vrijdagavond is een slecht moment om aan je borst te voelen (lachje). Maandagochtend ben ik de eerste patiënt in de groepspraktijk en de dokter kan alleen maar hetzelfde constateren: ‘Daar zit iets, madame, dat daar niet moet zitten.’ De echografie, wat later, toont een superduidelijke zwarte vlek. En de oncoloog hoeft maar een halve seconde aan mijn borst te voelen: ‘Mevrouw, ik zal eerlijk zijn, het is kanker.’»

HUMO Bij de huisarts was je eerste reactie op het verdict: ‘O, wel, ik heb een mooi leven gehad.’ Meteen aan het ergste denken?

HEMMERECHTS «Dat doe ik altijd: het worstcasescenario. Mensen die me zegden: ‘Het komt wel in orde, Kristien!’ vond ik onnozel. Ik heb vrienden genoeg gehad die begraven zijn drie maanden nadat ze de diagnose kanker hadden gekregen. Ik dacht meteen ook aan euthanasie, ik vond het een geruststelling dat we in een land leven waar dat kan. In veel landen moet je de hele lijdensweg ten einde gaan.

»De grote vraag waar je mee zit, is natuurlijk: ‘Zit die kanker ook elders in mijn lichaam?’ Ik had het gevoel dat ik van kop tot teen vol kankercellen zat. Ik droomde dat de kanker in mijn tong zat, die zwol helemaal op, hing naar buiten als bij een hond.

»Je komt meteen in een andere realiteit terecht, alle zekerheden en vanzelfsprekendheden vallen weg. Ja, dat zijn allemaal clichés, maar daarom zijn ze op zo’n moment niet minder waar. Je kan alleen maar bezig zijn met dat ene ding dat daar zit en dat weg moet. De eenvoudigste zaken willen niet meer lukken, gewoon boodschappen doen kost een enorme inspanning. Het deed me erg denken aan hoe ik me voelde na de wiegendood van mijn twee zonen, na de dood van Herman (de Coninck, haar tweede man, red.). Je voelt je geïsoleerd. Heel veel mensen krijgen met kanker te maken, maar toch is je gevoel: ‘Alleen ík loop hier nu rond als een levend lijk.’»

HUMO Bart, je man, mocht niet aan je borst voelen. Vreemd?

HEMMERECHTS «Ik heb nooit goed kunnen achterhalen waarom dat zo was, hij mocht er absoluut niet aan komen. In het begin waren we allebei compleet verlamd. Er leek boven ons bed een groot bord te hangen: ‘KANKER’.»

'Ik heb altijd aan de kant gestaan van de mensen die beslissingen nemen, nu zit ik aan de andere kant. Dat was een bittere pil’

HUMO Zoals je het opschrijft, waren er die eerste dagen veel tranen.

HEMMERECHTS «Ik had het vooral als mensen lief waren. Ik moest bijna vragen: ‘Wees niet té lief voor mij, dan kan ik het niet meer beheersen.’

»Gelukkig had ik een goeie oncoloog, een heel efficiënte man. Zo iemand pakt het voor een stuk van je over: ‘Madame, nu we gaan dit doen, en dan gaan we dat doen’ – heel die trein van onderzoeken. Je kunt niet genoeg benadrukken hoe fantastisch het is te leven in een land waar je zeer snel bij gekwalificeerde vakmensen terechtkunt.

»Het is raar om te zeggen, maar tot mijn zeer grote verrassing heeft het mij in die periode ook flink geholpen dat ik veel aan God heb gedacht.»

HUMO God?!

HEMMERECHTS «Ik ben geen gelovig mens, maar ik zou die weken veel moeilijker doorgekomen zijn als ik niet had gedacht: ‘Het is oké wat er gebeurt, ik ben in Uw handen.’ Vooral als ik ging slapen. ‘Ik moet niet bang zijn,’ dacht ik dan, ‘ik ben niet alleen.’ ‘Je slaapt zeker slecht?’ vroeg de oncoloog me, en ik kon naar waarheid antwoorden: ‘Nee, ik slaap goed,’ want ik sliep in de armen van de Heer (lacht).

»Ik weet het, het is absurd. Maar zouden er niet heel veel mensen aan het bidden gaan wanneer een vliegtuig neerstort? Denk niet dat ik bekeerd ben, hè. Of je er nu God bij haalt of het karma, ik aanvaardde wat er gebeurde, zo zie ik het nu. Ik zou me niet verzetten. Je kunt enorm bang worden, of enorm boos, maar dat kost allemaal veel energie. Je kunt ook zeggen: ‘Oké, dit gebeurt nu eenmaal, shit happens.’ Emotioneel is dat uiteindelijk de beste keuze, denk ik.»

HUMO Je maakt in je boek anders ook gewag van flink wat woede.

HEMMERECHTS «Dat heeft mezelf ook verrast, die woede-aanvallen. Niet zozeer wegens die kanker, maar wegens de reacties van mensen. Achteraf merkte ik dat ik in mijn dagboek haast meer schreef over de reacties in mijn omgeving dan over mijn reacties op die kanker. Soms kon ik mensen wel op hun kop kloppen.»

HUMO Ik ben er niet in geslaagd je boek te lezen als een handleiding ‘Hoe reageren bij kanker?’ Want je vindt het nooit goed: of mensen dramatiseren de ziekte te veel, of ze relativeren ze te veel.

HEMMERECHTS «Ik besef goed dat ik vaak onredelijk was. De dag dat ik een mailtje kreeg met ‘Courage!’, kon ik het niet verhelpen te denken: ‘Steek de courage in je hol!’ Misschien is die onredelijkheid onvermijdelijk. Er is een décalage tussen de gezonde en de zieke mens, ze beleven twee verschillende realiteiten. De gezonde kant is of te betuttelend of te onverschillig. En de zieke kant is natuurlijk overgevoelig. Maar waarom zou iemand ook op de gedachte komen dat de zieke mens een sympathieke mens is? Ziekte lijkt me niet bevorderlijk voor je karakter.

»Ik wou absoluut niet gereduceerd worden tot een patiënte, daarom had ik het ook moeilijk met veel reacties. Het was een enorme strijd om óók docente, schrijfster en Kristien te blijven. De ideale reactie was: mijn buurman die soep kwam brengen. Of een vriendin die door mij eens goed vast te pakken liet blijken dat ook zij compleet van haar melk was. Mensen die hun hart tonen, dat helpt. Je bent minder weerbaar op zo’n moment, dus heb je zachtheid nodig, want de beroepswereld, de buitenwereld is vrij hard.»


Uitslover

HUMO Je hebt erover zitten tobben wie je zou inlichten en wie niet. Uiteindelijk heb je het weinig mensen verteld.

HEMMERECHTS «Kanker is geen taboe meer, hoor je vaak, maar dat is helemaal niet waar: je wil niet dat dat stigma op jou wordt gekleefd. ‘Ik heb kanker’ – het is heel moeilijk om dat te zeggen. Men denkt algauw dat ik een flapuit ben, maar dat is niet zo. Ik kan heel goed zwijgen. Mensen die de behoefte hebben om álles te delen, heb ik nooit begrepen. Dat is kinderlijk, vind ik. Je moet de moed hebben om bepaalde dingen voor jezelf te houden.»

HUMO Je vreesde het laatste nieuwtje te zijn op de Boekenbeurs, je wou ook geen bericht in de pers.

HEMMERECHTS «Omdat ik veel over mijn eigen leven geschreven heb, denken mensen dat ik openhartig ben. Ten onrechte dan, want als schrijver hou je juist heel veel controle over hoe je iets vertelt. De dag dat je de diagnose kanker krijgt, raak je de controle over je lichaam kwijt. De kanker en de artsen nemen het over: je lichaam wordt zoiets als een auto in de garage, er wordt aan gesleuteld. Ik ben het pas breder gaan rondvertellen toen ik het gevoel had weer de controle te hebben, toen de radio-therapie achter de rug was en de vooruitzichten goed waren. De mensen die op de hoogte waren, zijn er heel discreet over geweest. Niemand wou degene zijn die het aan de pers lekte, dat voelde ik wel.

»Ik aarzelde ook om veel mensen in te lichten omdat ik niet wou dat iedereen zich ermee ging bemoeien. En het is vermoeiend altijd dezelfde vragen te moeten beantwoorden. Wanneer mensen naar je toe komen, is het trouwens nog maar de vraag waarom ze dat doen: soms is het ook om zichzelf een goed gevoel te geven, of om hun eigen sores te komen vertellen.»

HUMO Je conclusie in het boek is pessimistisch: mensen zijn niet echt betrokken, we zijn allemaal eilanden.

HEMMERECHTS «Dat is een ontnuchterende vaststelling geweest, ik had meer betrokkenheid verwacht. Onze opvattingen over vriendschap en verbondenheid zijn te weinig realistisch. Leven is een eenzame bezigheid. Ik ben uiteindelijk tot het inzicht gekomen: dit is míjn probleem, ik ben het die hier door moet. Het omgekeerde geldt evengoed: als ik ergens op een feestje zit, wat weet ik dan over wat er in de levens van die andere mensen speelt?»

HUMO Een glimp van je pessimistische mensbeeld krijgen we als je schrijft: ‘Zouden sommige mensen leedvermaak hebben?’

HEMMERECHTS «Voor sommige mensen moet mijn kanker toch goed nieuws geweest zijn, denk je dat niet? (lacht) Waren ze niet ontgoocheld toen het nieuws kwam dat het grote drama niet meteen zou doorgaan? Ik heb heel weinig illusies over de mensen: misschien zijn er wel die na dit boek weer de moed hebben om een grote aanval in te zetten. Ik hou daar rekening mee.»

HUMO Je hebt je geen dag ziek gemeld, wou absoluut doorgaan met werken.

HEMMERECHTS «Omdat ik absoluut geen patiënte wou zijn, wat dan weer te maken heeft met mijn zus Veerle, die al zoveel jaren patiënte in de psychiatrie is, en met mijn vader, die lange tijd hartpatiënt is geweest. En géén slachtoffer willen zijn, dat is voor mij ook waar het feminisme voor staat.»

HUMO ‘This above all, to refuse to be a victim’: die passage van Margaret Atwood had je gekozen als tekst waarover je met Wim Helsen in gesprek ging in zijn programma ‘Winteruur’. Tegen de tijd dat het programma werd opgenomen, had je kanker.

HEMMERECHTS «Heel bevreemdend was dat. Een gesprek met de arts over de uitslag van de biopsie heb ik opzettelijk uitgesteld tot na die opnames. Niemand daar wist iets van mijn kanker, terwijl het verhaal dat ik bracht helemaal aansloot bij wat ik toen meemaakte. Ik denk dat het een mooie uitzending geworden is, juist omdat ik toen zo kwetsbaar was.»

HUMO Heb je je ook veel afgevraagd: ‘Waarom heb ik deze kanker?’

HEMMERECHTS «Niet al te veel, dat is vrij zinloos.»

HUMO Je suggereert in je boek wel dat het ‘een bekeuring wegens overdreven snelheid’ zou kunnen zijn. En je vat het voornemen op minder hooi op de vork te nemen.

HEMMERECHTS «Ben ik te veel het uitslovertje geweest? Ik doe nog altijd veel. Absurd genoeg heb ik dit jaar twéé boeken geschreven, het dagboek en nog eentje over mijn schrijflessen. ‘En tussendoor heb je ook nog kanker gehad!’ zei Bart eens. Een normaal mens doet dat niet. Voor veel mannen komt hun werk op de eerste plaats, dat is voor mij in sterke mate ook zo. Ik heb altijd een mannelijke drive gehad in alles wat ik heb willen doen. Maar dat moet je dan combineren met de traditionele vrouwentaken, en dan wordt het pakket héél groot. Daar betaal je een prijs voor.»

Champetter aan bed

HUMO Op de operatietafel ben je kalm. ‘Ik ben uit mijn lichaam getreden, hang ergens tegen het plafond, kijk toe.’

HEMMERECHTS «Zo was het: je kunt maar beter onthecht zijn op zo’n moment. Je verliest veel van je kracht als je je rust verliest. Ik was helemaal niet bang. Het kalmeerpilletje dat ze brachten, mochten ze weer meenemen. Goddank was het helemaal geen zware ingreep: nog geen twee uur duurde het, wel onder complete narcose. Ik had een dokter die zijn vak kent, dat is het belangrijkste.»

HUMO Op voorhand had je wel fantasieën over ‘Herr Doktor met het grote mes’.

HEMMERECHTS «Erg, hè? Tegenover de dokter die me opereerde, heb ik nu ook gemengde gevoelens. Het is een heel goede dokter, en ik ben hem heel dankbaar: als er aan mijn andere tiet ook iets is, wil ik alleen bij hem terechtkomen. Maar ik heb ook negatieve gevoelens: hij heeft wel in mijn borst gesneden, hoe kan je dat nu doen! (lacht)»

HUMO Hield de verminking van je lichaam je erg bezig?

HEMMERECHTS «Toch wel. Als de okselklieren moeten worden verwijderd, kan dat onaangename consequenties hebben: infecties, een gezwollen arm – daar moet je de rest van je leven mee omgaan. In mijn geval was het uiteindelijk niet nodig, maar het maakte het wel spannend. Het is niet zo ingrijpend als wakker worden met één been, maar toch…»

HUMO Je ontwaking uit de narcose was hoe dan ook een akelig moment.

HEMMERECHTS «Ik dacht dat je op zo’n moment goed omringd zou worden, dat ze zacht met je zouden omgaan. Bleek daar, toen ik overeind wou zitten, een champetter te staan, die riep: ‘Ga liggen, Kristien!’ Dat ze me Kristien noemde, vond ik ook zo vreselijk.

»Daar staat veel goeds tegenover, hoor, ik ben in dat ziekenhuis goed opgevangen. Maar ik ben nu eenmaal geen modelpatiënt, ik heb niet de juiste ziekenhuisattitude, evenmin als ik vroeger de juiste schoolattitude had. Ik kwam vaak in conflict met leerkrachten omdat ik te eigengereid was, te actief. Dan bevrijd je je van zo’n school, en kom je in een ziekenhuis terecht en moet je toch weer aan de nonnen van Maria Assumpta denken: ‘Lap, ze hebben me alsnog te pakken!’

»Prettig is het niet als je voor de radiotherapie naar het ziekenhuis gaat: je krijgt een barcode, je wordt letterlijk een nummer. ‘Ga liggen.’ Ik heb dat redelijk knarsetandend ondergaan, de ene keer al wat beter gezind dan de andere. Ik ben er niet trots op, maar als ik daar in de wachtkamer zat als patiënt nummer zoveel en de dokters kwamen voorbij, dan wou ik bij hén zijn. Je hebt altijd aan de kant gestaan van de mensen die beslissingen nemen, nu zit je aan de andere kant. Dat was voor mij een bittere pil.»

HUMO Je vond troost in je schriftje – ‘je kostbaarste bezit’ noem je het. Hield je vanaf dag één een dagboek bij?

HEMMERECHTS «Op 16 oktober, de dag van de mammografie, ben ik beginnen te schrijven. Die zinnetjes waren heel erg mijn houvast. In het ziekenhuis stond ik soms op om iets te noteren. Vaak zat ik meer aan formuleringen te denken dan aan wat me overkwam. ‘Is het nu ‘kalmeermiddel’ of ‘kalmerend middel’?’ dacht ik dan: beroepsmisvorming. Voor het boek heb ik nog nauwelijks iets aan mijn dagboek veranderd.»

HUMO Uiteindelijk kon je opschrijven dat het allemaal meeviel: een tumor van 1,8 cm is verwijderd, geen uitzaaiingen, chemo bleek niet nodig. Het was uiteindelijk ‘een kankertje’, ‘cancer light’.

HEMMERECHTS «Er kan altijd een celletje blijven hangen zijn, dat weet je totaal niet. Ik ben me ervan bewust dat ik nog veel kankers krijgen kan.

»Inmiddels zag ik krantentitels als: ‘Kristien Hemmerechts heeft het gevecht tegen kanker gewonnen’. ‘Ik heb helemaal niks gewonnen,’ denk ik dan, ik had helemaal niet de indruk te vechten tegen een vijand. Integendeel: misschien moet je die kanker gewoon aanvaarden. Het is toch een deel van jezelf, je moet er op de best mogelijke manier mee omgaan.»

Donker bos

HUMO Je schrijft in je boek: ‘Ik hou er niet van dat mensen achter mijn rug praten over mijn kanker. Dan zal deze tekst wel de ultieme tegenstrijdigheid zijn.’

HEMMERECHTS «Had ik moeten blijven zwijgen? Moet je daar per se een boek over schrijven? Ik weet het niet. Sommige reacties kan ik zo voorspellen: ‘Het is weer Hemmerechts… Haar kinderen gaan dood? Een boek! Haar man gaat dood? Een boek! En nu heeft ze kanker: een boek!’ Maar moet ik het dáárom laten? Er is wel iets aan de hand geweest, er is iets ingrijpends gebeurd in mijn bestaan. Ook op zulke momenten blijf ik wel degelijk een schrijfster.»

HUMO Schrijven is voor jou een soort psychoanalyse, schreef je twintig jaar geleden in een essay, met de vraag erbij: ‘Waarom doe ik dat dan zo publiekelijk? En: heb ik er misschien publiek bij nodig?’

HEMMERECHTS «Zou het dat zijn? Ik kan er zelf niet goed aan uit. Je kunt natuurlijk ook zo’n tekst schrijven en voor jezelf houden. Voor mij loopt het toch altijd uit op een poging tot communicatie met buitenstaanders. En tegenover de negatieve reacties van mensen die het exhibitionistisch vinden, staan zoveel reacties van mensen die dankbaar zijn omdat ze iets herkend hebben. Literatuur kan een enorme bron van troost zijn, dit soort teksten kan mensen zeer diep raken.

»Te veel blijft onzichtbaar, vind ik. In heel veel gezinnen heb je allerlei problemen, merk ik ook bij de studenten in mijn lessen creative writing. Vaak dingen die je niet even aansnijdt op een gezellig etentje, maar waarover je wel kunt schrijven. Zelfmoord-gedachten, bijvoorbeeld. Wordt het geen tijd de dire la vérité de tout ça? Als we allemaal de lippen op elkaar houden, schieten we niet op. De waarheid, dat is toch de graal die je zoekt als schrijver, je wil het leven vastleggen zoals het is. Dat houdt me meer bezig dan ooit, het lijkt één van de neveneffecten van die kanker: het is alsof ik een waarheidsserum heb gedronken. Ik denk sneller: ze kunnen allemaal de pot op. Of zoals mijn vader het graag zei: ‘Ge kunt gij fientjes mijne zak opblazen!’»

HUMO Kristien Hemmerechts eindelijk de schaamte voorbij: komt dat zien!

HEMMERECHTS «Ik heb me sommige dingen te veel aangetrokken, ook van des gens qui sont méchants, dat verwijt ik mezelf. Mensen zeggen dat ik direct ben, en inderdaad: ik ben nooit erg goed geweest in hypocrisie, en dat is nog verhevigd. Ik heb helemaal geen zin meer om komedie te spelen. Wat zou me in godsnaam tegenhouden om gewoon mijn gedacht te zeggen? Ik word 61, voor hetzelfde geld lag ik in mijn graf.

»Op het ogenblik heb ik dat heel fel, ik hoop dat het een beetje gaat minderen (lacht).»

HUMO Voor je operatie liet je een foto nemen van de nog gave linkerborst: om je altijd haar grandeur van weleer te herinneren?

HEMMERECHTS «Ik wou gewoon graag zo’n foto. Dat was trouwens een heel rustgevende fotosessie, die man pakte dat heel goed aan. Ik vind het een mooie foto, ik ben blij dat die er is; ik heb die borst nog wel, maar er zit zo’n rare deuk in.

»Ik krijg nu dikwijls de vraag of ik geraakt ben in mijn diepste vrouwelijkheid. Daar moet ik alleen om lachen. Dankzij het feminisme heb ik toch niet het gevoel dat mijn hele vrouwelijkheid in mijn borsten zit. Ik heb trouwens kleine borsten, ik ben dus al nooit zo borstgefixeerd geweest.»

HUMO Mensen die je exhibitionisme verwijten, ontmoedig je niet: een borstbeeld van voor en na siert de cover van je boek.

HEMMERECHTS «Mensen zijn er nieuwsgierig naar, ze weten totaal niet wat ze zich erbij moeten voorstellen. Ik vraag vriendinnen vaak: ‘Wil je het eens zien?’ Te vaak worden bij acties rond borstkanker truttige foto’s gebruikt. Ik heb wel behoefte aan zachtheid, maar daarom nog niet aan meligheid. Vooral geen zielige foto, heb ik ook de fotografe van Humo gevraagd. Waarom niet tonen hoe zo’n borst er voor en na uitziet? Daarmee demystificeer je het ook allemaal wat. Zoals je ook vrouwen hebt die hun geamputeerde borst tonen. Dat is goed voor het koppeke, denk ik.»

HUMO Goed voor het koppeke?

HEMMERECHTS «Eén van de dingen die kanker met je doet, is je zelfvertrouwen aantasten. Ik heb veel zelfvertrouwen, maar het ging heel snel bergaf, je voelt je een onzeker meisje in het grote donkere bos. En kanker tast ook je seksuele zelfvertrouwen aan. Zoals zoveel dingen zit dat in grote mate tussen onze oren. Je moet voor jezelf die klik maken: het is toch niet omdat er een deuk in mijn borst zit, dat ik niet meer seksueel aantrekkelijk kan zijn.

»Ik kan me vergissen, maar ik denk dat de impact van een gehavende borst niet per se zo verschrikkelijk móét zijn, het hangt er maar van af hoe je ermee omgaat, hoe groot of hoe klein je het probleem zelf maakt. Mannen worden weleens onderschat, denk ik: is het wel zo dat ze per se een vrouw met twee gave borsten willen? Zelf heb ik Bart ook in die zin onderschat, toen ik hem in het begin zei: ‘Als je nog eens seks wil met een madame met twee gave borsten, go ahead!’ Uiteindelijk is het een belediging dat dát zijn enige ambitie zou zijn. Er zijn heel veel mannen die daar heel goed mee omgaan: alwéér een hoopgevende gedachte! (lacht)»

Boef! Herman dood

HUMO In je boek ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan’ uit 2010, dat ging over je ‘verlangen naar afronding’, stelde je heel concreet de vraag wat je zou doen in geval van borstkanker. Chemotherapie of niet? Laten snijden in je vlees of niet?

HEMMERECHTS «Gek, hè? Zoals ik het toen aanvoelde, wou ik geconfronteerd met kanker níét koste wat het kost in leven blijven en vechten. Er was eerder verbazing, verwondering.»

HUMO ‘Hoe zal ik piepen als het zover is?’ stond er ook. Heeft het schrijven van dat boek je geholpen oog in oog met deze kanker?

HEMMERECHTS «Dat boek is voor mij persoonlijk heel belangrijk geweest. Ik zat heel erg met zelfmoordgedachten toen ik eraan begon. Ik ben er dikwijls aan herbegonnen, omdat ik iedere keer dacht: ‘Komaan, Kristien, dat kun je niet doen, ben je niet beschaamd? Je bent gezond – toen was ik dat nog – je woont in een mooi huis, hebt een interessante job, en dan met zulke gevoelens voor de dag komen…’ Maar het was sterker dan mezelf. Ik móést het op papier zetten.»

HUMO Wat was er dan aan de hand, vanwaar dat doodsverlangen?

HEMMERECHTS «Een algehele wanhoop. Wanneer zelfmoordgedachten je overvallen, krimpt je denken, het is een bewustzijnsvernauwing. Alles wordt zwart, en je hebt de absolute overtuiging dat de enige zinvolle daad die je daartegenover kan stellen is: jezelf opknopen. Je kijkt al rond in huis: waar kan een touw hier het beste hangen? Ook daar rust nog een heel groot taboe op. Ik praatte er nooit over, in gezelschap ben ik veeleer een vrolijke natuur. Die donkere kant is de kant die je thuislaat, maar hij is er wel, en dat is het gevaarlijke. Men zou ook daar meer over moeten kunnen praten. En niet alleen bij de psychiater: het is zo raar dat mensen iemand betalen om hun hart te kunnen luchten.

»Dat boek heeft me in grote mate verlost van die zelfmoordgedachten. Het kan ook andere mensen helpen. Een paar keer al is me gezegd: ‘Ik heb veel meer aan dat boek gehad dan aan jaren therapie.’»

HUMO Wat valt er dan van op te steken?

HEMMERECHTS «Voor mezelf: het besef dat ik veel te hoge verwachtingen van het leven had. Wat maken ze ons toch allemaal wijs over de liefde, de vriendschap... Je móét wel ontgoocheld raken. En ook het inzicht dat ik het leven meer moet omhelzen zoals het is. Cut your losses, count your blessings, als overlevingsstrategie. Niet zeggen: ‘Waarom overkomt dit me nu weer?’ Maar: ‘Waarom zou het me níét overkomen?’ Het gaat een beetje in de richting van het boeddhistische denken. Vinden we allemaal niet te gauw dat we recht hebben op álles: geluk, gezondheid…? En als we het niet krijgen, zijn we verontwaardigd.»

HUMO Je had het in ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan’ over ‘mijn voorlopig rationele houding tegenover de dood’.

HEMMERECHTS «Schrap die ‘voorlopig’ maar, ja. Ik heb ervaren dat je je eerste rauwe emoties kunt bijsturen. Stel dat ik eind vorig jaar schielijk overleden zou zijn. Dan had ik toch zestig jaar lang een boeiend leven gehad, zónder kanker: wat een cadeau!

»In mijn boek ‘Schrijven – kun je dat leren?’ bekijk ik nu mijn evolutie als docent. Ik heb zelf nog in een meer autoritaire context gestudeerd, ik ben geleidelijk gaan zoeken naar alternatieve manieren om studenten te inspireren, naar een dialoogsituatie. In het andere boek, ‘Er gebeurde dit, er gebeurde dat’, heb ik samen met het borstverhaal allerlei autobiografische verhalen bijeengebracht: je kunt het zien als mijn testament als mens, c’est ma vie.»

'Als je kanker hebt, nemen de artsen het over: je lichaam wordt zoiets als een auto in de garage, er wordt aan gesleuteld’

HUMO En welk patroon zie je dan zelf in je leven?

HEMMERECHTS «Het is het verhaal van iemand die vrij jong een paar fikse klappen heeft gekregen. Het moeilijke samenleven met een zus die in de psychiatrie zal belanden – zij spookte ook erg in mijn hoofd in die kankerdagen. De dood van mijn kinderen. Dat zijn trauma’s die niet weggaan, maar ik zie wel als patroon dat ik met tegenslag leer om te gaan. De vroege Kristien leefde meer met het idee: ‘Zo moet het leven zijn, dit is wat ik wil.’ De Kristien van vandaag laat het leven het leven zijn. Kome wat komt. Loslaten geeft je kracht, verlies kan grote winst betekenen.»

HUMO Het verlies van je twee kinderen noem je zelf de grote breuklijn in je leven. Je zei weleens: sindsdien ben ik nooit écht gelukkig geweest.

HEMMERECHTS «Klopt. Ik weet ook niet of ik daar destijds goed mee ben omgegaan. Ik wou me vooral flink tonen. Blijven werken. Schrijven. Dat is niet wat ik andere mensen in zo’n geval zou aanraden te doen. Ik zou er nu meer tijd voor nemen en in therapie gaan, maar het was nog een andere tijd. We zijn daar toen enorm alleen mee gelaten, Steve en ik. Ik ben toen van hem weggegaan. Iedereen boos, verontwaardigd, terwijl dat helemaal verknoopt zat met de dood van die kinderen, het was een poging om te overleven. En dan het volgende hoofdstuk, met een nieuwe man. Boef! Herman dood.»

HUMO Je noemt als een onverwacht neveneffect van de kanker dat Herman uit je emotionele leven is weggezakt.

HEMMERECHTS «Dat mocht weleens, hè. Hij is haast twintig jaar dood. Ik ben piëteitsvol genoeg geweest. Bart moet een ongelofelijk geduldige mens zijn: hoe lang hij de schaduw van Herman naast zich heeft moeten tolereren...»

HUMO Maar in je dromen duikt Herman nog altijd op?

HEMMERECHTS «Ja, ik heb geen idee wat het betekent, maar er is een weerkerende droom dat hij hier in zijn groene jasje in huis zit te roken en te werken. Ik heb geprobeerd hem de waarheid te zeggen, dat hij dood is, maar hij gelooft het niet, of hij wordt boos. Dus laat ik hem daar nu maar gewoon. Ik passeer, we maken een praatje. Daar valt mee te leven.»

HUMO Herman is nu ook als standbeeld onder ons, voor de flamingo’s in de Antwerpse Zoo. De recensies van dat beeld in de media vallen voorlopig niet mee: ‘gedrocht’, ‘de horror van het stenen gelaat van de dichter’…

HEMMERECHTS «Ik vind het een knap beeld, maar het speelt niet op herkenbaarheid. Wie een portret van Herman wil, kan ontgoocheld zijn.»

HUMO Ik geloof je als je zegt dat je de ‘periode Herman’ afgesloten hebt, want ik las ergens je uitvaartinstructies: ‘Geen kist, geen priester, geen graf, geen gedichten van Herman. Als er iets wordt voorgelezen, dan iets van mij.’

Hemmerechts (lacht) «Als ik het niet op voorhand zeg, wéét ik hoe het eraan toe zal gaan: hoeveel boeken ik zelf ook geschreven heb, het zal dan allemaal eindigen met een gedicht van Herman.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234