'Ik vind het altijd gevaarlijk als mensen denken: ik heb succes omdat ik briljanter ben dan de rest. Want zo is het meestal niet’ Beeld vier
'Ik vind het altijd gevaarlijk als mensen denken: ik heb succes omdat ik briljanter ben dan de rest. Want zo is het meestal niet’Beeld vier

'De slimste mens'Catherine Van Eylen

‘Dat de sportjournalistiek een mannenwereld is, maakt het toch ook aantrekkelijk?’

Ze geeft niet graag interviews, en zeker niet als het ook over haar man Wouter Vandenhaute moet gaan. Wie Catherine Van Eylen (49), sportanker van ‘Het journaal’ en Sporza-stem op de radio, een beetje kent, weet dat ze graag en veel lacht. Vanavond zit ze voor de vierde keer in ‘De slimste mens ter wereld’. Wij spraken haar al toen haar man deelnam aan de quiz. Herlees hier het interview.

(Verschenen in Humo in 2018)

HUMO Jij zong het in 2007 maar twee afleveringen uit.

CATHERINE VAN EYLEN «Maar ik speelde wel Marc Coucke naar huis! (lacht) Een vraag over soep werd hem fataal, hij noemde soepen op waar ik nog nooit van gehoord had. Jaren later zat ik tijdens een diner naast hem en vroeg ik hem bij het opdienen: ‘Is dát de soep?’ Geweldig mee gelachen.»

HUMO Zal Wouter het langer volhouden?

VAN EYLEN «Die kans is groot (lacht). Wouter is een competitiebeest. Iedereen lijkt dat ook te weten, want van overal stuurden mensen hem foto’s en lijstjes door en werd hij bestookt met vragen en weetjes. Of hij er iets mee gedaan heeft, weet ik niet. Ik hoop wel dat hij zijn kennis van de Vlaamse showbizz wat heeft bijgespijkerd, want ik zou het pijnlijk vinden mocht hij daar iemand niet van kennen. Of hij die goede raad ter harte heeft genomen, weet ik niet. Ik ben even benieuwd als jij.»

HUMO Lachen jullie veel samen?

VAN EYLEN «Ja, en ook mét mekaar. Dat kunnen we zelfs héél goed.»

HUMO Toen Marc Coucke Anderlecht voor zijn neus wegkaapte, stak Wouter in ‘De ideale wereld’ een bord omhoog met daarop de tekst ‘Coucke is kaka’.

VAN EYLEN (lacht) «Hoeveel kerstkaartjes we toen gekregen hebben van mensen die hun kinderen met precies zo’n bord voor de kerstboom hadden gezet: dat wil je niet weten.

»Weet je, Wouter kan als geen ander een knop omdraaien. Anderlecht was hem niet gegund? Oké, dan niet. ’s Anderendaags keek hij weer vooruit en was hij al met iets anders bezig. Hij schakelt razendsnel.»

HUMO Ben je blij dat zijn bod het niet gehaald heeft?

VAN EYLEN «Eerlijk? Ja! (lacht) Het zou enorm op ons privéleven gewogen hebben. Kijk hoe het humeur van supporters wordt bepaald door het resultaat van hun ploeg, en bedenk dat dat bij een voorzitter in het kwadraat is. Al zo lang ik Wouter ken, heeft hij een rol in het voetbal willen opnemen. Ik was er geen groot voorstander van en heb geprobeerd om het tegen te houden, maar ik wist ook: dat is wat hij echt wil. Maar ik ben er niet rouwig om dat het niet is doorgegaan.»

'Misschien jaag ik nu collega's op stang, maar mensen kijken naar 'Sportweekend' voor de sport, niet voor de presentator’ Beeld Saskia Vanderstichele / Humo
'Misschien jaag ik nu collega's op stang, maar mensen kijken naar 'Sportweekend' voor de sport, niet voor de presentator’Beeld Saskia Vanderstichele / Humo

HUMO Met zijn nieuwe bedrijf Let’s Play gooit hij zich nu op de begeleiding van sporters.

VAN EYLEN «Samen met onder anderen Peter Smeets, die dat al deed bij Anderlecht. We kenden Peter van het voetbal, het klikte al langer. In volle overname van Anderlecht sprak hij Wouter aan: ‘Zouden we niet samen in de spelersbegeleiding stappen?’ Het was toen niet het juiste moment voor Wouter: ‘Ik ben met iets anders bezig, maar als dat niet doorgaat, wil ik er wel over nadenken.’ Enkele dagen na de verkoop aan Coucke zaten we op Anderlecht, en wie tikte er op zijn schouder? Peter Smeets. (lacht)»

HUMO Spelersbegeleider is een eufemisme voor makelaar. Laat net dát nu de verguisde beroepsgroep zijn waarover het ‘Schone handen’-schandaal gaat.

VAN EYLEN «Zoals doping aan het wielrennen kleeft, doen wedstrijdvervalsing en gokken dat aan het voetbal. Ik ben niet van mijn stoel gevallen, iedereen kent de verhalen. Paul Bistiaux (voormalig bestuurder van Antwerp, red.) noemde de eindronde van de tweede klasse ooit ‘corrupter dan verkiezingen in Albanië.’

»Ik heb sport altijd ervaren als een open, directe en eerlijke wereld. Doorgaans zijn sportmensen opener dan politici, maar je treft er niet alleen maar sportsmanship en fair play aan. In die waan heb ik nooit geleefd. De makelaars zijn een probleem, maar tegelijk hebben de clubs hun die macht wel gegeven.»

HUMO Je hebt nu een makelaar in huis.

VAN EYLEN «Bij de opstart van Let’s Play wilden ze vooral géén makelaar genoemd worden. Ik snap nu beter waarom (lacht). Maar in die wereld lopen ook mensen rond die correct werken, vergeet dat niet. En uiteraard verdien je er aardig wat geld mee, maar de bedragen waarover je nu leest, zijn hallucinant. En wat een geknoei toch!»

HUMO Geheime ontmoetingen vinden plaats in keukenwinkels en autogarages.

VAN EYLEN «Het is bijna slapstick! Weinig glamoureus, in ieder geval (lacht).»

HUMO Verdiep jij je erin?

VAN EYLEN «Ik hou in de gaten welke stukjes van de puzzel er worden gelegd, maar ik heb niet de drive om het zelf uit te spitten, en die zie ik ook niet bij de meeste Sporza-collega’s. Wij zijn allemaal heel blij dat Peter Vandenbempt die zaak in ‘Het journaal’ op zijn gekende heldere manier komt kaderen.»

HUMO Denk je nooit: ‘Het is máár sport’?

VAN EYLEN «Natuurlijk wel. Sport staat buiten de echte wereld. Tegelijk is het wél de belangrijkste bijzaak ter wereld en zit er ook een economisch luik aan. Maar er gaan geen kindjes dood, dat is een wezenlijk verschil. Je wint of je verliest, en de volgende dag probeer je het opnieuw. Voor veel onderwerpen in het algemene nieuws geldt dat niet.

»Sport is een metafoor voor het leven. Het extreem sterke en het extreem kwetsbare raken elkaar. De ene dag zie je een renner een berg opvliegen, de volgende dag zie je hem breken. Doorgaans komt hij dan wel gewoon over de streep, een half uur na de rest. Als een renner die streep níét meer haalt, komt dat hard binnen: zoals toen Frank Vandenbroucke stierf, of Michael Goolaerts. Dat zijn heuse realitychecks, want de sport is een wereld van jonge mensen in de bloei van hun leven. Die gaan niet dood.»

HUMO De sport moet het vaak ontgelden. Als het in Gent over de verwaarlozing van sociale woningen gaat, volgt er een sneer naar de Ghelamco Arena. Nooit naar de opera of een ander cultuurhuis, terwijl mensen in sociale woonwijken wel sneller de weg naar een voetbalstadion vinden dan naar een theater.

VAN EYLEN «Klopt! Net zo goed kun je zeggen: het is máár cultuur. Maar dan worden mensen boos. Sport kleurt het leven, zoals ook cultuur en mode dat doen. Mensen besteden er hun geld en hun weekends aan. Dan is het toch godgeklaagd dat we in België nog met al die oude stadions opgescheept zitten? Er zouden net méér stadions als de Ghelamco Arena moeten zijn.»

'Op gebied van kleding ben ik altijd een keikop geweest. Op mijn plechtige communie droeg ik een geel kleedje. Geen wit, zoals iedereen’ Beeld
'Op gebied van kleding ben ik altijd een keikop geweest. Op mijn plechtige communie droeg ik een geel kleedje. Geen wit, zoals iedereen’

Mannelijke ego’s

HUMO Je zit inmiddels 25 jaar in de media, waarvan de laatste 20 bij de openbare omroep. Waar is het allemaal begonnen?

VAN EYLEN «Ik studeerde Germaanse filologie in Leuven. Onze uitspraakleraar, Fons Fraeters, vond dat ik een goede stem had: ‘Waarom doe je niet eens auditie bij de VRT? Je weet maar nooit waar het toe leidt.’ Meer om hem tevreden te stellen dan uit overtuiging – hij bleef maar aandringen – heb ik aan zo’n test deelgenomen. Net toen werd Radio Donna gelanceerd, en daar zochten ze frisse, jonge vrouwenstemmen. Ik paste perfect in het profiel. Een ongelooflijke chance!

»Ik ben begonnen op een donderdagavond, tussen tien en halftwaalf. Een ramp: ik had nog nooit een radiostudio van dichtbij gezien. Hoe krijg je tempo in een programma? Wanneer draai je een jingle? Wist ik veel! Vraag me niet waarom, maar ze zijn toch in mij blijven geloven: ‘Het zit erin, het komt er alleen nog niet uit.’ (lacht)»

HUMO Je studeerde en maakte tegelijk radio: werd je benijd door je medestudenten?

VAN EYLEN «Maar nee, ze wisten dat helemaal niet! En ik bazuinde het niet rond – toen al niet (lacht). Mijn medestudenten luisterden niet naar Radio Donna. De VRT die commercieel ging? Bah, vies! VTM was nog nieuw en daar werd met grote ogen naar gekeken. Veel mensen wilden toen in de media gaan werken. Ook mij trok die wereld aan, maar ik heb nooit gedacht dat ik er echt in zou terechtkomen.

»Toen ik afgestudeerd was, zocht ene Wouter Vandenhaute stemmen voor betaalzender FilmNet. Ons eerste gesprek was een sollicitatie: ‘Ik wil alles aankondigen, maar géén porno.’ (schaterlacht) Birgit Van Mol had me daarvoor gewaarschuwd, zij had er al gewerkt. We lachen er soms nog om, maar Wouter heeft zich wel aan die afspraak gehouden.»

HUMO Je deed ook al vroeg tv-werk.

VAN EYLEN «Ik kondigde ‘Histories’ aan en af. Aanvankelijk waren ze daar helemaal niet blij met mij. Zo’n serieus Canvas-programma, en dan zetten ze daar zo’n jong ding! Ze lieten me dat ook voelen, maar de producer stelde me gerust: ‘Ik verzeker je dat er mensen zijn die alleen maar kijken voor die eerste en die laatste minuut!’ (schatert)»

HUMO Bij VTM presenteerde je even ‘Goeiemorgen Vlaanderen’. Een eigen programma heb je nadien nooit meer gehad. Is het geen ambitie?

VAN EYLEN «Ik stel me ten dienste van het onderwerp. Sport is een groot stuk van mijn leven, maar het gaat over de sport, niet over mij.»

HUMO De tv-wereld is bezaaid met figuren die het omgekeerde denken.

VAN EYLEN «Ik zie ze ook. Maar ik bekijk tv als een metier waarin ik wil blijven evolueren. Ik heb aangegeven dat ik graag ‘Sportweekend’ wil presenteren. Daarvoor stap ik in een coachingtraject, met Ingeborg. Ik ben benieuwd.»

HUMO Vonden ze dat je nog niet genoeg metier hebt?

VAN EYLEN (denkt na) «Als ze mij dat traject aanraden, stel ik me daar niet te veel vragen bij.

»‘Sportweekend’ is een programma met meer vlees aan. Je denkt mee over de onderwerpen, terwijl die zich in een journaal meer vanzelf aandienen. Voor mij zou het een stap in een andere richting zijn. Een klein stapje, maar ik neem graag kleine stapjes. Ik heb geen last van een opspelend ego. Misschien jaag ik nu collega’s op stang, maar mensen kijken naar ‘Sportweekend’ voor de sport, niet voor de presentator.»

HUMO De sport en de sportjournalistiek zijn mannenbastions. Hoe hou jij je daarin staande?

VAN EYLEN «Ik was het eerste vrouwelijke sportanker van ‘Het journaal’, en dus had iedereen een mening over mij. Ik herinner me een uitspraakfout waar m’n toenmalige baas me op aansprak: ‘Jíj mag die fout niet maken. Als een man ze maakt, is het gewoon een fout, maar als een vrouw ze maakt, kent ze niets van sport.’ Hij had gelijk. Ik heb zijn woorden altijd in mijn achterhoofd gehouden.»

HUMO Heb je moeten vechten voor je plek?

VAN EYLEN «Zo heb ik het niet ervaren. Ik heb me altijd heel hard op mijn werk geconcentreerd, en me weinig aangetrokken van alles errond.

»Mannen kiezen voor wat ze kennen, voor hun evenbeeld. Als je daar als vrouw tussenkomt, vinden ze dat raar. Ik merkte ook dat ze schrokken toen ik vroeg om ‘Sportweekend’ te mogen presenteren. Ik had daar iets over gezegd in een interview, en dat vond mijn baas niet fijn: ‘Allez, Catherine!’ Blijkbaar verrast het hen dat een vrouw zich manifesteert. Of is het omdat ik zelden lawaai maak, en ze dat niet van mij hadden verwacht? Ach, ik trek het me niet aan.»

HUMO #MeToo barstte los in de filmwereld, maar er is geen reden om te denken dat journalistes aan misbruik ontsnappen.

VAN EYLEN «Dat is zo, maar ik kan er niet over meespreken. Ik werk op een redactie met veel ego’s – veel mánnelijke ego’s – maar misschien kan ik daar wel goed mee om. Dat het een mannenwereld is, maakt het ook aantrekkelijk, toch?»

HUMO Hoe ben je in de sportjournalistiek gerold?

VAN EYLEN «Door met een sportliefhebber te trouwen. Kathy Lindekens was in de politiek gestapt en Radio 1 zocht een nieuwe vrouw voor de sportuitzendingen. Een neef van Wouter werkte op de sportredactie en wist dat mijn naam al een paar keer gevallen was. Omdat ik met Wouter naar sportwedstrijden ging, hadden ze mij daar al gezien.

»Sportuitzendingen zijn het summum van radio maken. Je trekt de deur van de studio achter je dicht, en dan is het helemaal aan jou. Je schakelt voortdurend tussen al die stadions waar de actie zich afspeelt. Een interview dat net op tijd binnen is, of veel doelpunten live in de uitzending hebben: dat is genieten. ‘Het journaal’ is meer een machine: als er onderweg een wiel loskomt, moet je er als anker voor zorgen dat het niet opvalt. Dat heeft ook z’n charme.»

'Wouter toetst zijn ideeën altijd af bij een aantal mensen, van wie ik er soms één ben. En vervolgens doet hij toch zijn zin’ Beeld
'Wouter toetst zijn ideeën altijd af bij een aantal mensen, van wie ik er soms één ben. En vervolgens doet hij toch zijn zin’

Omrijden voor rally

HUMO Je trad in de voetsporen van radiomonumenten als Mick Clinckspoor en Kathy Lindekens.

VAN EYLEN «Daar stond ik in mijn jeugdig enthousiasme minder bij stil (lacht). Nu, ik ben daar niet binnengewandeld met een air van: ‘Hier is de nieuwe Radio 1-sportstem!’ Mick en Kathy waren coryfeeën. Dat ben ik nooit geweest. Toen Kathy uit politiek verlof terugkeerde en haar stoel weer innam, was dat even moeilijk. De televisie heeft me toen opgevist: het was de sportzomer van 2004 en Sporza begon als apart kanaal. Samen met Tom Coninx en Evi Hanssen was ik één van de presentatoren.»

HUMO Van wie erfde je de liefde voor de sport?

VAN EYLEN «Van Wouter. Door hem ben ik beginnen te fietsen. We zaten boven op een col in Frankrijk, samen met Wouters fietsvrienden. Mijn fiets zat ook in de koffer. Wouter daagde me uit: ‘Rij eens een stukje naar beneden, en probeer dan terug boven te geraken.’ Ik daalde af tot het eerste dorpje en begon aan de klim terug naar boven. Je had zijn gezicht moeten zien: ‘Gij kúnt dat precies!’ Ik weeg niet zoveel, hè (lacht).»

HUMO ‘Ik hoef niet zo nodig op mijn grenzen te botsen,’ zei je eens.

VAN EYLEN «Daarin zijn Wouter en ik tegenpolen: hij is een competitiebeest, ik niet. Twee keer in mijn leven ben ik tegen de tijd een col opgereden. Lance Armstrong was nog met Sheryl Crow en ik had gelezen in welke tijd zij l’Alpe d’Huez was opgereden. Ik wilde het beter doen, en dat is me ook gelukt. Zij is wel tien jaar ouder dan ik, maar toch (lacht). De tweede keer was tijdens een vakantie in Frankrijk. ‘Wouter,’ zei ik, ‘wij gaan de Mont Ventoux op!’ Ik was 40, en dacht: ‘Het is nu of nooit, ik geef me voor wat ik waard ben.’ Ik was kapot toen ik bovenkwam. Zeker aan dat laatste stuk beleef je geen plezier.

»Fietsen is zoals het leven, ik leer er veel uit. Dat je nooit op het steilste stuk mag afstappen, bijvoorbeeld. Of dat je in groep meer kunt dan alleen. En wie de kop trekt, heeft het lastiger. In de koers, maar ook op het werk. Op zo iemand mag je niet voortdurend kritiek hebben.»

HUMO De kennismaking met je schoonouders verliep ook via de koers.

VAN EYLEN «Wouters ouders wonen niet ver van het parcours van de Ronde van Vlaanderen. We zouden ’s middags eerst bij hen gaan eten. Zo’n eerste ontmoeting is een groot moment, dus ik had me nogal uitgedost, met laarsjes met hoge hakken en zo. Zijn moeder had heerlijk gekookt, en er stond nog een taart te blinken – ik ben dol op gebak! – toen Wouter plots opstond: ‘Kom, we zijn weg!’ Onderweg pikten we Erik Watté op, met z’n klakske op en z’n loopschoenen aan. Ik dacht: wat is dít? Er volgde een helse tocht, waarbij we stukken van het parcours afsneden en van hot naar her liepen. Ik op mijn hakken door die akkers: ik was kapót! Toen heb ik hem wel even aangepakt: ‘Zeg, had jij niets kunnen zeggen?’ (lacht)»

HUMO Tijdens jullie huwelijksreis stond de Ronde van de Middellandse Zee op het programma. Romantisch!

VAN EYLEN «Ik vond dat tóf! En weer maakte ik de fout om niet de juiste schoenen aan te trekken. We waren de Mont Faron opgestapt, en moesten dat hele eind terug naar beneden. Plots stopte er een auto: ‘Lift nodig?’ José De Cauwer! Zelden ben ik iemand zo dankbaar geweest als José die dag.

»Tijdens een vakantie een paar jaar geleden in het zuiden van Frankrijk wilde ik absoluut de rally van Monte Carlo zien. Wouter houdt niet zo van autosport, dus ik heb hem moeten overtuigen. We zijn er ver voor omgereden, maar het was elke kilometer waard. Een hele dag tussen de rallyfans op de rand van een berg: indrukwekkend! Ook naar de Grote Prijs Formule 1 in Francorchamps heb ik hem moeten meesleuren. Hij had er absoluut geen zin in. Uiteindelijk ben ik via een contact van Wouter zelfs tot op de grid geraakt. Dat is nog altijd één van de mooiste dingen die ik ooit gedaan heb! Toen we wegstapten, zaten de rijders al in hun wagens. Ik zag Jenson Button en weet nog heel goed dat ik dacht: ‘Dus zó ziet concentratie eruit.’

»Ik ben later nog eens geweest. Zonder Wouter, maar met de vrouw van Mark Uytterhoeven. Ann is veel met keramiek bezig en ze wilde het Ferrari-rood eens van dichtbij zien (lacht).»

Tegen de stroom

HUMO Je geeft niet graag een inkijk in je leven. Waarom niet?

VAN EYLEN «Omdat het privé is (lacht). Ik zie er de meerwaarde niet van in.»

HUMO Het helpt vast niet om dan de vrouw van Wouter Vandenhaute te zijn.

VAN EYLEN (lacht) «Misschien vind ik het daarom des te belangrijker om het privé te houden. Ik ben heel discreet. Ik begrijp perfect dat mensen niet altijd op vragen willen antwoorden. Het harde interview, of de eerste vraag stellen aan een wielrenner die net over de streep is gekomen: dat is mijn ding niet. Iemand met wie het slecht gaat daar nog eens met zijn neus op duwen, dat is niets voor mij.»

HUMO Is het lastig om mevrouw Vandenhaute zijn?

VAN EYLEN (lacht) «Soms, maar niet op de manier die jij bedoelt.»

HUMO Als hij weer eens een voetbalploeg wil kopen?

VAN EYLEN «Zoiets, ja (lacht). Hij zit in de sport, net als ik, maar dan anders. Doordat hij de Ronde van Vlaanderen organiseert, heb ik de economische kant van sport leren kennen. Daar hebben we als journalisten te weinig oog voor.»

HUMO Wouter is ondernemer op het terrein waarover jij moet berichten. Leidt dat soms tot lastige situaties?

VAN EYLEN «Ik heb ‘Het journaal’ een paar keer aan mij laten voorbijgaan. Nu eens omdat mijn baas vond dat het niet kon, terwijl ik dacht van wél – maar goed, hij is de baas. Andere keren omdat ik het zélf liever niet wilde.

»Maar stel dat Wouter Anderlecht had gekocht: wil dat zeggen dat ik dan niet meer neutraal over het Belgische voetbal kan berichten? Ik zie het probleem niet. Maar als ik in de weg loop, zet ik graag een stap opzij.»

HUMO Je hebt natuurlijk weleens voorkennis.

VAN EYLEN «Welke journalist niet? Toevallig ben ik getrouwd met een man die zich op het kruispunt van sport en media beweegt, en kom ik weleens iets te weten aan de keukentafel terwijl anderen daar meer moeite voor moeten doen. En dan? Er is niets mis met goed geïnformeerd zijn.»

HUMO Als Wouter Anderlecht probeert te kopen, weet jij dat lang vóór iedereen. Dat is nieuws, maar jij doet daar niets mee.

VAN EYLEN «Ik snap je punt, maar veel journalisten weten weleens iets wat ze niet naar buiten kunnen brengen. Wanneer hou je iets in, en wanneer niet? Doorgaans wijst dat zichzelf uit.»

HUMO Wat doe je als collega’s je proberen uit te horen?

VAN EYLEN «Dan zeg ik: ‘Bel Wouter.’ Op een bepaald moment werd gezegd dat hij Beerschot ging kopen. Dan duw ik mijn collega’s wel in de juiste richting: ‘Ik zou toch eens naar Wouter bellen.’ Ik ga ze geen foute dingen de wereld laten insturen. Dat is óók collegiaal.

»Eén keer maar heb ik miserie gehad. Johan Museeuw had zijn dopinggebruik opgebiecht in een brief die door Jean-Marie Dedecker was gelekt. Ik wist van die brief: Wouter had hem helpen schrijven. Mijn baas heeft de redactie toen samengeroepen en het voor me opgenomen: ‘Ik verwacht van niemand dat hij uit het bed klapt.’ Dat vond ik super: het was meteen van de baan.»

HUMO Wouter vloog naar Amerika om Lance Armstrong uit te nodigen voor de Ronde van Vlaanderen. Daar had misschien een exclusief interview voor jou in gezeten.

VAN EYLEN «Voor alle duidelijkheid: Wouter kent Lance, ik niet. Maar mocht ik dát doen, zou ik een grens overschrijden. Hij speelt zijn rol, ik de mijne. Als we dat gaan mengen, is het niet zuiver meer. Trouwens, de week voor die bewuste Ronde van Vlaanderen heb ik verlof genomen. Het was zo’n gekleurd dossier geworden dat ik elk probleem wilde vermijden.»

HUMO Overlegt hij zoiets met jou?

VAN EYLEN «Wouter zoekt altijd klankborden. Hij toetst zijn ideeën af bij een aantal mensen, van wie ik er soms één ben. En vervolgens doet hij toch zijn zin (lacht).

»Kijk, ik had wel willen weten hoe Armstrong terugkijkt op zijn carrière en de nasleep ervan. Zeker nu we zien hoe diep Jan Ullrich is gevallen. Ik hoop nog altijd dat ik ooit zijn verhaal te horen krijg. Niet als eregast van de Ronde, want wat er ook geschreven is: dat was nooit het plan. Wouter roeit graag tegen de stroom op. Als het wielrennen vooruit wil, moet het ook een manier vinden om met zijn verleden om te gaan. Daar denkt hij oprecht over na. Het ging niet om zijn Ronde, maar om het bredere plaatje.»

HUMO Paste de Muur van Geraardsbergen uit de Ronde halen daar ook in?

VAN EYLEN «Wouter wilde de toeschouwers niet meer als gekken door de Vlaamse Ardennen zien razen – zoals wij na het bezoek aan mijn schoonouders. Daarom wilde hij met lussen werken. Helaas lag de Muur dan slecht.»

HUMO Dus de Muur ging eruit door jóú?

VAN EYLEN (schatert) «Door mijn hoge hakken!»

HUMO Over je kleding is wel vaker wat te doen.

VAN EYLEN (lacht) «Kleren zijn fun! Als kind was ik er al in geïnteresseerd, ik heb altijd goed geweten wat ik wilde. Mijn moeder moet daar nog altijd hard om lachen. Ik was nog klein toen ze een kleedje voor mij had gemaakt. Ze zette me op een stoel, trok het over mijn hoofd, maar ik zei: ‘Ikke niet aandoen!’ Ik heb het nooit gedragen. Op mijn plechtige communie droeg ik een geel kleedje. Geen wit, zoals iedereen. Op dat vlak was ik een keikop.

»Ach, dat commentaar. Het hoort erbij als je op tv komt, het brengt me heus niet van mijn stuk. Ik sta achter alles wat ik draag, ik pluk niet zomaar wat van een rekje. Vaak is het Belgisch en zit er een verhaal achter, van ontwerpers die hun ziel erin hebben gelegd. Ik doe niet mee aan de wegwerpmode.»

HUMO Zegt het iets over hoe jij in het leven staat?

VAN EYLEN «Iedereen koopt tegenwoordig via het internet, maar ik niet. Ik wil niet onpersoonlijk achter de computer zitten en me iets laten opsturen. Ik hecht veel waarde aan menselijk contact. Ik probeer ook naar lokale winkels te gaan. Niet omdat ik grote principes aanhang, ik ga de wereld niet veranderen. Maar ik probeer hem ook niet sléchter te maken. Ik let gewoon een beetje op.»

HUMO Als het wat meezit, ben je halfweg in dit leven. Wat staat er nog op je bucketlist?

VAN EYLEN «Die heb ik niet. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Zo heb ik het de afgelopen 47 jaar gedaan en daar ben ik niet slechter van geworden. Het leven is broos. Een goede vriendin is vorig jaar overleden. Dan besef je hoe snel het gedaan kan zijn.

»Het allerbelangrijkste is om geen óngeluk te hebben. En verder: af en toe een beetje geluk. Neem nu Woestijnvis: daar is veel geluk mee gemoeid geweest. Op het juiste moment zijn ze op de juiste personen gebotst, die hun kansen hebben gegeven, maar die ze wel eerst hebben moeten overtuigen. Vervolgens moet je die kansen ook grijpen. Dat heeft Wouter gedaan. En ik ook, in mijn job, want verder is het me toch vooral komen aanwaaien. Het is heel belangrijk dat we dat allebei blijven beseffen. Ik vind het altijd gevaarlijk als mensen denken: ‘Ik heb succes omdat ik briljanter ben dan de rest.’ Want zo is het meestal niet.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234