Beeld Jelle Vermeersch

interviewDimitri Verhulst

‘Dat waarvan ik dacht dat het liefde was, heeft me naar Zweden gebracht. En dat waarvan ik wéét dat het liefde is, heeft me terug naar België gehaald’

‘Soms doet het leven wat met je,’ zegt Dimitri Verhulst. Hij bedoelt dat hij goed een jaar geleden holderdebolder uit zijn Waalse geluksnestje tot in Zweden wegliep om er in de armen van een Jeugdliefde te vallen en dat hij nu holderdebolder naar Vlaanderen terugkeert omdat hij door een Nieuwe Liefde overvallen is. Dat is nogal wat, ja. En dan schreef hij in het Jaar van de Drie Vrouwen ook nog een nieuw boek, ‘Kaddisj voor een kut’, dat met geen van die drie te maken heeft.

(Verschenen in Humo op 12 augustus 2014)

Het was op een meidag in 2013 dat Dimitri Verhulst (41) zich, met een weer bovengespitte Jeugdliefde in het vizier, van het Waalse Huccorgne naar het Zweedse Göteborg repte. Het wedersamengestelde paar tortelduiven woonde eerst in een appartement in de stad, en daarna ergens in de eindeloze bossen langs het Kattegat. Met de proeven van zijn nieuwste boek in de hand ben ik ernaartoe gereisd om zijn bestaan in die nieuwe biotoop te documenteren. Maar als ik hem in een huis bij een meer aantref, is hij alleen, en met een schroevendraaier in de weer. Hij haalt zijn cd-rekken van de muur. ‘Ik ben naar hier gekomen met niet meer dan vier, vijf dozen vol boeken en platen, én mijn fiets. Nu ben ik alles nog eens aan het schiften, ik keer met nog minder dozen terug. Het liefst zou ik van hier vertrekken met de Volvoboot: die vaart van de fabriek in Göteborg rechtstreeks naar de Gentse haven. Een reis van 32 uur en 400 euro. Mijn verhaal hier is ten einde.’ Waarmee het geplande controlebericht over de noordelijke tak van onze letteren op het verslag van een thuiskomst uitdraait. Trouwens, ook zijn nieuwe boek heeft iets van een verrassende terugkeer: in ‘Kaddisj voor een kut’ heeft Verhulst het weer over de helaasheid van zijn turbulente jeugd. 

Dimitri Verhulst «Ik heb hier een heel moeilijk jaar beleefd. Emotioneel, amoureus, administratief. Göteborg is een deprimerende stad. En Zweden een immens xenofoob land. Nergens heb ik zo sterk het gevoel gehad een vreemdeling te zijn als hier. Alleen al Zweden binnenraken is heel moeilijk. Je moet geld op tafel leggen om te bewijzen dat je de twee komende jaren kunt overleven. Je moet aantonen dat al je geld wit is. Het is alsof je moet bewijzen dat je géén moord hebt gepleegd. 

»De Zweden zijn heel kille mensen, heel anders dan de Walen. Als ik aan thuis denk, denk ik nog altijd aan Huccorgne. ik heb daar zo veel hartelijkheid mogen kennen. In Zweden definitely not. Huccorgne is een droomplek, ik wil er ook begraven worden. We zijn met een aantal vrienden aan het samenleggen om er een grafput te delen – we gaan die inrichten als een café, met een toog en wat posters. 

»Ik moet hier alleen nog wat praktische dingen regelen. En dit huis verkopen. Je ziet dat ik de Zweedse vlag al vervangen heb door een Chimayvlag: dat is om die bierbrouwer te paaien die net minister van Cultuur geworden is (lacht). Voor 300.000 euro mogen ze het hebben, mijn kano en het meer inbegrepen. Je hebt hier een gevoel van isolement en je zit toch vlak bij de luchthaven: veel schrijvers zouden er maar wat blij mee zijn als schrijfplek. In ruim een jaar heb ik hier haast drie boeken geschreven: behalve ‘Kaddisj voor een kut’ ook nog twee Boekenweekgeschenken, want ik wil straks het beste van die twee kunnen kiezen om de lezers aan te bieden in het voorjaar van 2015.»

LOEDERMOEDER

We zitten op het terras voor het huis. Het meer ligt er vredig bij, het is een prachtige badkamer: al enkele weken gaat Verhulst er zich wassen en spoelwater halen – het huis zelf zit zonder water. En zonder Jeugdliefde. Wat heet jeugd? Zij was de 30 voorbij, hij een midtwintiger toen de vlam in de pan sloeg. Verhulst: ‘Die ogen! Een bom!’ Maar de bom is ontploft toen Verhulst haar eind mei een Nieuwe Liefde opbiechtte.

HUMO Laten we met het nieuwe boek beginnen, waarin je eindelijk je instellingsjaren beschrijft. Maar daarvoor moeten we eerst even door de chronologie van je jeugd lopen. Zullen we beginnen bij de conceptie, in die koude nacht rond nieuwjaar 1972 waarin een postbode en een naaister van 18 hun krachten bundelden? 

Verhulst «Wie weet gebeurde het met een begeleidende knal van het nieuwjaarsvuurwerk: ik ben op 2 oktober geboren, zoals Gandhi. Mijn ouders zijn tien jaar samen geweest, en dat waren er tien te veel, denk ik. Mijn moeder heeft een afschuwelijk leven gehad, veel slaag gekregen van haar man, meubels op haar kop, potten, pannen, vazen... Tot ze eindelijk een man vond die haar de moed gaf om mijn vader te verlaten. Ik heb samen met haar en die nieuwe man in Aalst gewoond, wat aanvankelijk heel prettig was, bevrijd van de angst voor die immer dronken vader. Maar gaandeweg wou haar nieuwe man steeds meer een eigen leven voor hen, ik was per slot van rekening een restje uit een vorig bestaan. Mijn moeder raakte zwanger, en hoe dikker haar buik stond, hoe onvriendelijker de toon tegenover mij werd. 

»In de weekends ging ik op bezoek bij mijn vader. Hij deed dan enorm zijn best om niet te drinken. Eigenlijk was hij wel een toffe man als hij niet gedronken had. Ik ontwikkelde een gevoel van loyauteit tegenover hem en dat viel mijn moeder ontzettend zwaar. Ze zette me aan de deur. Op vijf minuten was dat gebeurd: ‘Als ’t zo zit, ga dan bij uw vader. Ge komt hier niet meer binnen, en ge spreekt mij nooit meer aan met moeder.’ 

»Daar begint ‘De helaasheid der dingen’, wanneer ik bij mijn vader en grootmoeder woon. Die jaren waren veel helser dan ik ze daar beschrijf. Alles bij elkaar is dat een leugenachtig boek, te frivool. Maar alleen door een jolige toon te gebruiken, kon ik toen op die jaren terugblikken.»

HUMO Ook in je nieuwe boek ben je minder streng voor je vader dan voor je ‘loedermoeder’. 

Verhulst «Mijn perceptie is tot in het ongezonde vertekend door het feit dat mijn moeder de middelen – emotioneel en financieel – had om voor mij te zorgen, en mijn vader niet. Die zag ik een droevige oorlog met zichzelf voeren: hij wou wel voor mij zorgen, maar kon het niet. Daarom ben ik enorm vergevingsgezind tegenover hem. »Bij mijn vertrek naar Zweden heb ik bijna alle foto’s van mijn jeugd weggegooid, ik vind ze toch leugenachtig, ze vertellen niet wat ik toen voelde. Maar van mijn vader heb ik vier foto’s bewaard. Foto’s waarop hij in de meest compromitterende houdingen staat: ladderzat. Precies zoals ik me hem níét wil herinneren: dat helpt me om hem minder te romantiseren. 

»Ik werd onlangs in Londen voor een volle zaal door een vrouw geïnterviewd. Opeens vroeg ze: ‘Hou jij eigenlijk wel van vrouwen?’ Heel die zaal gierde van het lachen, maar ik voelde wel waar die vraag vandaan kwam en had niet meteen een antwoord klaar. Natuurlijk hou ik van vrouwen, maar ik besef dat mijn vrouwbeeld door mijn verleden getekend is. Ik zou daar lang met Jeroen Brouwers over kunnen filosoferen op een bank in het park terwijl we naar de eendjes kijken: onze moeders hebben bij ons beide dingen kapotgemaakt.»

HUMO Hoe ben je dan van bij je vader in een pleeggezin beland? 

Verhulst «Er is nog de tussenstap van het internaat, het Heilige Maagd-college in Dendermonde – een verschrikkelijke school, de namen van de pedofielen daar zitten ergens in een dossier van Operatie Kelk. »Een tante met wat geld had me in dat internaat gestoken, ze vond dat ik echt niet bij mijn vader kon blijven. Die probeerde wel af te kicken, maar herviel telkens. Op de koop toe was hij gewelddadig en probeerde hij voortdurend zelfmoord te plegen. Vlak bij dat internaat lag het gerechtsgebouw. Daar ben ik naartoe gegaan, zo bang was ik om weer naar huis te gaan. Ik heb daar een jeugdrechter getroffen die dolgelukkig was met mijn komst. Zijn carrière lang had hij alleen maar jongeren meegemaakt die alsmaar dieper in de criminaliteit wegzakten; voor het eerst maakte hij het mee dat iemand dat soort leven resoluut weigerde. ‘Ik zal voor u een pleeggezin zoeken,’ zei hij. 

»Zo ben ik bij een gezin in het Waasland geplaatst, en dat was een periode van intens geluk. Daar werd samen gegeten, daar waren boeken en kranten. Allemaal nieuwigheden voor mij. Ik heb onmiddellijk al hun platen beluisterd, al hun boeken gelezen. Mijn hersenen hebben daar gulzig gegeten.»

HUMO En toch is er iets fout gelopen? 

Verhulst «De situatie was nogal complex: mijn pleegmoeder had drie kinderen en twéé mannen. Ze woonde met haar echtgenoot en haar minnaar in hetzelfde huis. Ik was een puber van 14 en was heel opstandig. Wat ze het moeilijkst vonden was dat ik altijd alleen op mijn kamer zat. Wat ik daar deed? Lezen en schrijven. Die schrijfmicrobe is er altijd geweest. Van toen juffrouw Christine mij in het eerste leerjaar leerde schrijven wist ik: ‘Dít is het!’ Ook wanneer we op vakantie gingen, liep ik alleen in de bergen. Ze hebben dat ten onrechte als aanpassingsproblemen geïnterpreteerd, ze dachten dat ik me niet wilde integreren. 

»Mijn pleegmoeder heeft nog altijd spijt over die vergissing; mijn pleegvader iets minder. Dat is een schisma geweest in dat gezin: de minnaar wilde me er heel graag bij, de moeder ook, maar de pleegvader wou me eruit. Hij was ook bang dat die jongen uit de jungle, die ik in zekere zin ook was, zijn zoon op het slechte pad zou brengen. Ik moest weg. Het zij zo. »Er was toen geen andere uitweg dan een instelling. Voor een 16-jarige is het moeilijk een pleeggezin te vinden: je bent dan al gevormd, en pleegouders willen toch materiaal waar nog aan te kneden valt. Een instelling, dat was een stap terug: ik ben er toch vijf minuten serieus depressief van geweest.»

‘ Als we jong zijn, kruipt het leven in onze lul en tussen onze benen. Ik heb destijds ook weleens met zes mensen in bed gelegen’Beeld Jelle Vermeersch

HUMO Het was alsof je nog een keer door je moeder op straat werd gezet?

Verhulst «Het stond op dezelfde hoogte, ja. Ook omdat ik het totaal niet had zien aankomen. »Ik ben dan met een sociaal assistent instellingen gaan bekijken. Die waren allemaal even treurig. Omdat ik toen school liep bij de broeders in Sint-Niklaas, heb ik gekozen voor de instelling die het dichtst bij mijn school was, én bij mijn lief. Want ik had gelukkig een liefje toen ik 16 was. Da’s van het grootste belang: iemand voor wie je je tanden poetst, iemand die maakt dat je je kop niet laat hangen. 

»Ik ben er op een kerstavond binnengegaan en ik heb diezelfde avond naar mijn vader gebeld om hem te laten weten dat ik niet meer in dat pleeggezin zat. ‘Ik heb ambetant nieuws.’ En mijn vader antwoordt: ‘Ik heb ook ambetant nieuws. Ik heb kanker.’ In hetzelfde telefoongesprek! Enfin, kosten gespaard. Drie maanden later was hij dood.»

MAANDAG ABORTUSDAG

HUMO Wat komt meteen in je op als je aan die instelling denkt? 

Verhulst «Dat lawijt! Je zit daar met gasten van 0 tot 18 en met veel te veel. Een echte peutertuin, waar gejankt wordt, waar kinderen aan elkaars haar zitten te trekken, waar poppen kapot worden gescheurd. Er kwam een periode dat ik ’s morgens om zes uur opstond om iedereen voor te zijn bij het ontbijt. Tegen de tijd dat heel die nest wakker was en er met potten en pannen en fourchetten werd gerammeld, was ik weg. Ik maakte een fietstocht van wel twee uur, een ronde van 35 kilometer – Belsele, Sinaai, Nieuwkerken-Waas, Sint- Niklaas. Ik vond dat plezant: ik zag het zonnetje opkomen en genoot van de rust. Op school was het ook al druk, en ’s avonds zat ik weer in dat oord van lawaai. Huiswerk maken was niet te doen. Hoe ik door mijn laatste humaniorajaar gesukkeld ben, is een mysterie.» 

HUMO Je hebt, schrijf je, later veel meer van het bestaan gekregen dan waar je als instellingskind op hopen mocht, en hebt daardoor ‘jouw recht op klagen afgestaan’. Het komt me voor dat je dit boek alleen hebt kunnen schrijven door in te zoomen op het meisje Gianna, zodat je al te veel zelfbeklag kon vermijden.

 Verhulst «Klopt. Ik vertel uiteindelijk weinig over mezelf. Het gaat meer over het instellingskind in het algemeen. Ook over kinderen die er vóór of na mij gezeten hebben.»

HUMO In interviews heb je al verteld over een jongen die in de instelling uit het raam sprong, en op een traliehek belandde, ‘als een stuk vlees op een brochette’. Dat lot krijgt Gianna nu. 

Verhulst «In het echt overkwam dat een jongen, ja, maar van hem kon ik moeilijk mijn hoofdpersoon maken, omdat ik hem nauwelijks gekend heb. Hij was mijn opvolger, we hebben elkaar alleen gekruist toen hij daar aankwam. Drie, vier weken later zat ik op zijn begrafenis. Gianna kén ik, met haar heb ik een paar jaar samengeleefd. En met haar heb ik gevreeën. Wat ik kan zeggen van de meeste meisjes in die instelling. Dat was toen zo en dat is nog altijd zo, opvoeders weten dat. Op die leeftijd kruipt het leven in onze lul en tussen onze benen. Als je in de gelegenheid bent om daarmee te experimenteren, gebeuren zulke dingen. Je moet dat niet gaan diaboliseren, zoals onlangs gebeurde toen een meisje en vijf jongens van het Collège Saint-Michel aan groepsseks hadden gedaan. Ik heb destijds ook weleens met zes mensen in bed gelegen, ik kan dat kaderen. 

»Ik ben trouwens ook met opvoedsters naar bed geweest. Wat wil je? Die meisjes beginnen daar op hun 21ste te werken, ik was 18. Ze voelden zich zeer oncomfortabel in hun rol van opvoeder, af en toe hadden ze door dat wij meer van het leven wisten dan zij. De stagiaires van Sint-Anna waren het lekkerst. En psychologiestudentes op onderzoekspad voor hun scripties, natuurlijk.»

HUMO Wanneer je over de vrijpartij met Gianna schrijft, speelt er wel een schuldgevoel op. 

Verhulst «Omdat ik pas achteraf begrepen heb dat ze voordien misbruikt was, en dat gold ook voor andere meisjes. Pas op, die meisjes stonden zo heet als een stoof, hè, het is echt niet zo dat ik daar iemand verkracht heb. Maar zoiets gaat toch aan je zieltje kleven: als iemand psychologisch al geschaad was, heb je dat dan zonder het te willen niet nog erger gemaakt? Want er was geen liefde, hè? Het was gewoon om te poepen. Misschien zijn die meisjes hun geloof wel kwijtgeraakt dat seksualiteit en liefde kunnen samenhoren? Dat zou ik niet graag op mijn geweten hebben, want er is niets zo mooi als die koppeling.»

HUMO Zaterdag was het er een topdag in bed, schrijf je, maandag was het abortusdag. 

Verhulst «Dat heb ik van één van mijn kamergenoten daar, die later zelf opvoeder is geworden en die inderdaad ’s maandags met de meisjes naar de kliniek reed. Dus dat bestaat.»

HUMO Wat is er van Gianna geworden? 

Verhulst «Het meisje dat voor haar model stond, ben ik nog eens in een winkel in Gent tegengekomen. En vreemd genoeg was één van de eerste dingen die ze me vertelde dat ze ondertussen beter was geworden in bed.»

HUMO Een tableau van de troep daar is er niet: er zijn geen foto’s van die jaren, schrijf je. 

Verhulst «Het had nog grappig kunnen zijn: een jaarlijkse foto van de Verloren Jeugd. Maar daar werden geen foto’s genomen, dat was te duur. Wij kregen 110 frank subsidies per dag per kind, alles inbegrepen: ziekenhuiskosten, onderwijs, voedsel, vrije tijd. Met de hoofdopvoeder, Ignace heette hij, zijn we in de Colruyt van Lokeren eten gaan pikken omdat hij met zijn budget niet rondkwam. Hij had het daar enorm moeilijk mee, want hij was een zeer integer man, een expriester, maar hij had geen keuze.»

‘ Het stoort me dat er vandaag in Israël mensen zijn die vinden dat ze daar moeten wonen, alleen omdat het ooit is neergeschreven op rollen die de houtwormen allang hadden moeten opeten’Beeld Jelle Vermeersch

HUMO Je definitie van zo’n instelling komt neer op: een vuilnisbak. 

Verhulst «Ik heb het meegemaakt dat een moeder haar kind daar kwam afzetten en zei: ‘Ik moet hem niet meer hebben.’ Dan is het moeilijk om níét in termen van een vuilnisbak te denken. We waren ook letterlijk een vuilnisbak: soms mochten we ergens een zolder gaan leeghalen, dan moesten die mensen hun rommel niet naar het stort voeren. Een bakker bracht ons zijn onverkochte bazaar, zijn zure crème. Ik vond dat zo vernederend dat ik eens een taart gepakt heb en tegen het plafond heb gesmeten; ze bleef hangen. 

»Ik wil het allemaal niet dramatiseren. Het was geen weeshuis in Roemenië, het was er comfortabel: we konden ons wassen, hadden eten en een pingpongtafel. Maar onderschat niet hoezeer de sociale vijandigheid die je voelde op een kind kan drukken. We hebben allemaal wel een liefje gehad dat het van haar ouders moest uitmaken: ‘Ze willen niet dat ik met een instellingskind vrij.’ 

»Er is een scène die ik nooit zal vergeten. Ik heb met mijn fiets een platte band, ik lift naar de instelling en een man vraagt me: ‘Waar mag ik u afzetten?’ Ik zeg: ‘Home Lenteweelde in Belsele.’ En die gast rijdt recht naar het flikkenbureau! Die had een volkomen verkeerd beeld, die dacht dat ik ontsnapt was uit een instelling waar ze crimineel crapuul opsloten. Dat soort vooroordelen gaat zwaar wegen, te meer omdat zo’n in stelling vol zit met kinderen die al meermaals zijn afgewezen.»

KOORDDANSEN

HUMO Vat nog eens samen waarom het jou gelukt is aan die neerwaartse spiraal te ontsnappen. 

Verhulst «Voor een stuk is dat eigen verdienste: wilskracht, discipline. Jezelf niet verwaarlozen. Eten maken voor jezelf. Nadenken over je drankverbruik. Wat ik wel degelijk moet doen, want ik voel de alcohol trekken, dat is een genetische kracht. Ik drink geweldig graag. 

»Je moet ook geluk hebben, de juiste vrienden. Had ik op mijn 16de géén lief gehad, was ik misschien een grotere je-m’en-foutist geworden. Ik wou er goed uitzien, een toffe gast zijn voor haar. 

»Literatuur was ook een immense kracht. Ik was daar zot van, ik wist wat ik wilde doen in het leven. Ik heb enorm veel geoefend, dingen vertaald, om het te leren. Die liefde tussen de literatuur en mij is zo groot dat het me allemaal geen moeite leek te kosten.»

HUMO Gianna beleeft zo’n ontsnapping niet in het boek, zij wordt ten grave gedragen. 

Verhulst «Voor mij was het een verrassing dat de humor zeer beperkt bleef. Ik heb mijn eigen miserie altijd een bron van vermaak kunnen vinden, maar dit keer merkte ik: ‘Hé, de moppen blijven weg. Wat is er gaande, man?’ Maar ik ben er blij om, het is goed dat ik in meer toonaarden kan schrijven. 

»Het is niet de eerste kerkdienst die ik beschrijf, ik weet het, de lijken beginnen zich wel op te stapelen in mijn werk. Ik ben in dat archaïsche taalgebruik van de kerk gemarineerd: ik ben altijd naar katholieke scholen gegaan, in het internaat gingen we elke avond naar de mis. Bij elk nieuw boek denk ik: ‘Het is welletjes geweest met die religieuze beeldspraak.’ Maar ik kom er moeilijk van los.»

HUMO En dat voor een man die eens schreef dat hij droomt van een wereld zonder godsdienst. 

Verhulst «Ik ben een man van de verlichting, ja, en die heeft haar einddoel nog niet bereikt. Laten we om te beginnen een wereld maken met een mensdienst. Ik wil niet naïef zijn, als we de godsdienst afschaffen, zullen mensen nog altijd elkaars hoofd inslaan, maar misschien is het dan om redenen die ik kan vatten, en dan kunnen we beginnen te praten. Het stoort me dat er vandaag in Israël mensen zijn die vinden dat ze daar moeten wonen alleen omdat het ooit is neergeschreven op rollen die de houtwormen allang hadden moeten opeten. Dat is geen basis waarop je kan onderhandelen.»

HUMO Je hebt aan ‘Kaddisj voor een kut’ het toneelstuk toegevoegd dat je tien jaar geleden schreef over de dubbele kindermoord van Luc De Winne en Maggy Strobbe in Aalst, 1999. Waarom? 

Verhulst «Die tekst paste erbij. Ik heb hem bewerkt, weggehaald van de bühne, naar romaneske hoogten gevoerd. Die twee hadden ook een verleden als instellingskind, het is een heel interessante zaak.»

HUMO Destijds choqueerde het je dat ze hun moeilijke jeugd als verzachtende omstandigheid probeerden aan te voeren, nu lijk je ze zelf te bekijken vanuit dat perspectief van zielige verliezers. 

Verhulst «Als ik ooit iets mispeuter, smeek ik de rechters erom mijn ongelukkige jeugd niet in te roepen als verzachtende omstandigheid. Maar er bestáán ook mensen die niet van de slimsten zijn, die niet de nodige wilskracht hebben om de ellende te ontstijgen – daar moeten we onze ogen niet voor sluiten. Die vrouw is maar een jaar ouder dan ik. We hebben op dezelfde speelplaats gelopen van de dorpsschool van Nieuwer kerken, later zaten we allebei in instellingen. Je hebt het dan toch over levens die langs elkaar heen geschuurd hebben. Bij de één ontploft het, bij de ander niet. Man, man, man, het was koorddansen, denk je dan toch.»

HUMO Maggy Strobbe kwam in 2011 vrij. Luc De Winne haalde onlangs het nieuws omdat hij in de gevangenis cipiers met een breekmes bedreigde. 

Verhulst «Ha ja? Ik heb die zaak verder niet gevolgd. Ik zie hen als exempels van instellingskinderen met wie het vierkant verkeerd is gedraaid, het gaat me niet om de verwijzing naar de actuele moordenaars. Dat zeg ik ook om me een proces te besparen. Die vrouw heeft al eens aangetoond, in 2005, toen het – overigens fantastische – toneelstuk werd opgevoerd, dat ze daar niet voor terugdeinst. Mensen denken dat wij schrijvers op een proces uit zijn, omdat het goed zou zijn voor de verkoop. Maar dat is niet zo, evenmin als Kristien Hemmerechts of Herman Brusselmans ben ik daar op uit, ik heb al processen genoeg gehad.»

HUMO Je gaf het boek die harde titel mee: ‘Kaddisj voor een kut’. 

Verhulst «Na lang twijfelen, want ik riskeer de verdenking dat ik met dit soort titel makkelijk in de aandacht wil komen. Maar mensen moeten beseffen dat ook een woord als stront in de juiste context gebruikt de allerhoogste intelligentie kan uitdrukken. Ik heb het meegemaakt hoe Gianna in een shoppingcenter werd weggejaagd, voor kut werd uitgemaakt. Een titel moet het boek representeren, stilistisch, inhoudelijk.» 

HUMO In dat shopping­center gingen jullie bestuderen hoe gelukkige gezinnen eruitzien. 

Verhulst «Dat was een obsessie, ja, ook voor mij. Kleinburgerlijkheid interesseerde me, ik heb er ontzettend naar uitgekeken, om de rust die ervan uitging. Er is een periode geweest dat ik dacht: ‘Godverdomme, ik wil het toch eens meegemaakt hebben in mijn leven, een kleinburgerlijk bestaan.’ Dat is nu over.»

HET LEVEN: EEN WILDE CARROUSEL

We zetten koffie in een doormidden gesneden plastic fles, met behulp van wc-papier. De Jeugdliefde heeft vanmiddag vrienden gestuurd om de koffiezet op te eisen.

HUMO Je nieuwe boek bevat, ergens en cours de route, ook een opmerkelijke bekentenis vanwege de jonge veertiger Verhulst: zijn kleinburgerlijke geluk in Huccorgne was gespééld. In feite was hij ongelukkig. 

Verhulst «Dat staat daar tamelijk openhartig, ik weet het. Wat kan ik eraan toevoegen? Het is zoals het er staat.»

HUMO Ik was er een paar keer om op te tekenen hoe je het geluk van een bestaan met Nathalie van de daken schreeuwde en ik heb niks gemerkt. Je bent een geweldig acteur. 

Verhulst «Dank je! (lacht) En het was een heel lang stuk, zonder pauze, hè? Ik had zelf nooit gedacht dat ik zoveel jaren een stabiel bestaan aan zou kunnen. Het rare is: als ik er nu op terugkijk, lijkt het bijna een detail. Ik heb het gevoel dat ik weer in een rock’nrollperiode zit, zoals ze dat dan noemen. Ik kan me weer 24 voelen. Het leven is weer een wilde carrousel. Oók plezant.»

HUMO En hoe kijk je dan terug op al die artikels die verschenen over die heerlijke, symbiotische liefde tussen Nathalie en jou. Jullie namen elkaars karaktertrekken over en... 

Verhulst «Kijk, het is heel simpel. Nathalie stelde vast dat ze op iemand anders verliefd was. Ik kon daar voor haar oprecht blij om zijn. Ik vond dat, stelde ik vast, voor mezelf ook niet het ergste. Ik dacht: ‘Dat is dan maar zo. Tijd voor iets anders!’ Of klinkt dat te plat? 

»Wij hebben elkaar zeer graag gezien, zeggen dat allebei nog altijd. Geen van ons tweeën heeft er spijt van. Nathalie is een schoon mens, het is een rijkdom in het leven, zo’n vriend. Zonder haar was ik een grotere smeerlap geworden, ze heeft mijn arrogantie wat afgebot. We hebben onze relatie schoon gevonden, en ze is gedaan. We komen goed overeen, maar zullen nooit meer samen zijn, er zijn dingen geschonden.»

‘ Mocht ik ooit iets mispeuteren, dan smeek ik de rechters erom mijn ongelukkige jeugd niet als verzachtende omstandigheid in te roepen’Beeld Jelle Vermeersch

VERLIEFD OP EEN HERINNERING

Een kurkentrekker vinden we niet meer, maar Verhulst kent een trucje om ook zonder kurkentrekker een fles wijn te openen. Het huis bij het meer is inmiddels nog wat verder onttakeld. Lakens, toiletspullen en bestek zijn weggehaald door de Jeugdliefde zelve. Eten gebeurt hier voortaan met een plamuurmes. Ook plezant. ‘Je kan het allemaal opschrijven,’ zegt Verhulst in alle kalmte, ‘maar de mensen zullen je toch niet geloven. We zijn in een te onwaarschijnlijke soap beland.’

HUMO Mag ik het recente tumult in je leven samen­vatten met het woord midlifecrisis, of is het ingewikkelder? 

Verhulst «Leve de crisis! Maar wat wil dat dan weer zeggen, midlifecrisis? Ik weet het niet. Het is waar dat ik gekke dingen ben gaan doen. Ik ben verhuisd naar een moeilijk land. Ik ben in een relatie gestapt die uiteindelijk niet werkte. Heb ik fouten gemaakt? Zeker. Heel dit laatste jaar is één fout, één grote vergissing. Maar ik kan er dankbaar om zijn, ik draag het mee als een ervaring. »Ik heb me vergist in iemand, en die fout schrijf ik volledig op mijn conto. Op een bepaald moment stel je vast dat je mis­schien verliefd bent op een her­innering. Ik ben me te laat gaan realiseren waarom die jeugd­liefde indertijd ook kapot is ge­gaan. Er waren redenen waar­om we toen niet samen zijn gebleven, en ik zag die rede­nen hier weer opduiken. Ik heb me heel selectief dingen her­innerd en moedwillig dingen voorgelogen. Het geheugen is een goeie leugenaar. Het leven doet soms wat met een mens.»

HUMO Jij doet ook allerlei dingen met het leven, hoorde ik hier vandaag nog opwerpen. 

Verhulst «Tuurlijk doe ik dat: wat is er treuriger dan niks met je leven te doen? Ik ben in alle impulsiviteit en vrolijke naïviteit in dit bad gespron­gen. Blijkbaar is dat iets waar ik niet bang voor ben. Nathalie moest er ook heel hard om la­chen toen ik halsoverkop naar Zweden vertrok. ‘Typisch voor u, altijd een onnozelaar ge­weest!’ En nu ik opnieuw ver­liefd ben, spring ik zonder enige ingehoudenheid opnieuw. Dat is een spelregel van de liefde: je gaat er compleet voor. Als ik verliefd word op iemand uit Ni­caragua, dan trek ik naar Nica­ragua. Maar sinds de nacht van 23 op 24 mei is het dus iemand uit Gent (lacht)

HUMO Hoeveel keer kun je denken: deze keer is het de ware en neem ik er de verhuisdozen, de beslommeringen en het gebroken hart van de vorige geliefde maar bij? 

Verhulst «Ach, dat valt best mee, ik ben nooit een veelpoeper geweest. Natuurlijk, als je het laatste jaar bekijkt, het jaar van de drie vrouwen, dan be­gint het erop te lijken dat ik van de ene relatie naar de andere hos. Maar in het totaalplaatje is dat helemaal niet zo. Het re­cord van Simenon heb ik nooit willen breken. En om als Harry Mulisch met een telraam naast het bed van bil te gaan, daar­voor ontbreekt het me aan een passie voor algebra.»

HUMO Mag ik citeren uit de Humo van een paar weken terug? De ‘ongelovige katholiek’ Stephan Vanfleteren had het over zijn door het christendom geboetseerde geweten dat hem voor fouten behoedt: ‘Bij verleidingen en verlokkingen, driften en verlangens denk ik aan de gevolgen.’ 

Verhulst «Mijn verlokkingen hebben er altijd wel een goeie reden voor om er te zijn. Ik heb zeer slimme verlokkingen, heel vaak zijn ze slimmer dan ikzelf.»

HUMO Om die verlokkingen te benoemen, behelpen we ons hier met omschrijvingen als de Jeugdliefde en de Nieuwe Liefde. Omdat je de details niet in de pers wilt? 

Verhulst «Ik had medelijden met Herman Brusselmans toen onlangs in geuren en kleuren te lezen was hoe het met zijn nieu­we lief fout was gegaan. Oké, het is een ander geval, in die zin dat hij er zelf altijd concreet en onomwonden over schrijft. Maar toch: vroeger vond men het linnengoed van schrijvers niet interessant. Dat is aan het veranderen, maar van mij mag het zo blijven. Ik heb zelf in het verleden al te veel prijsgegeven over mijn privéleven. Eigenlijk zou ik een groot zwijger willen zijn, helaas ben ik een klets­wijf.»

GROTE SMILE

We rijden naar het centrum van Göteborg op z’n laatste Zweed­se dag. In het stadhuis laat hij zich uitschrijven. Hij is er wat stiller door geworden. 

Verhulst «‘Geen nieuw adres’ hebben we ingevuld op het for­mulier. De ambtenaar vond het vreemd, maar uiteindelijk geen bezwaar: je raakt makkelijker weg uit Zweden dan dat je er binnenraakt.»

HUMO Wat voor woning zoek je in Gent? 

Verhulst «Veel lichtinval. Be­taalbaar. Liefst buren die van klassieke muziek houden. Gas­vuur heeft de voorkeur op elek­trisch (lacht). Het huis mag een klein hofke hebben, maar het moet wel in het centrum liggen: ik keer terug naar de stad. En niet toevallig is dat Gent: ik heb daar al veertien jaar gewoond. In de jaren daarna deed het al­tijd pijn als ik er na een lezing weer moest vertrekken.»

‘ Eigenlijk zou ik een groot zwijger willen zijn, helaas ben ik een kletswijf’Beeld Jelle Vermeersch

HUMO Van Zweden trek je naar een land met een Zweedse coalitie. En naar een Vlaanderen dat nog veel nationalistischer gekleurd is dan toen je het met een zekere degout voor Wallonië verruilde. Komt dat wel goed? 

Verhulst «Bestaat dan echt het beeld dat ik alleen maar spuw op Vlaanderen? Ik ben geen nationalist, dat is dui­delijk. En het doet me pijn dat de nationalisten zoveel stem­men hebben behaald. Maar ik ben een democraat: Vlaande­ren heeft de N­VA gewild, dus nu moet het er maar mee le­ven. Het economische plaat­je van die partij was duidelijk genoeg. Als er nu allerlei har­de maatregelen komen, kun je hun kiezers alleen maar zeg­gen: ’Had dan nagedacht voor je ging stemmen!’»

HUMO Het is niet met hangende pootjes dat je terugkeert? 

Verhulst «Helemaal niet, godverdomme! Met een grote smile kom ik eraan: ik ga naar mijn lief en ik ben ongelooflijk zot van haar! Kan je trouwens overal ‘lief’ schrijven in plaats van ‘nieuw lief’? Ik hou niet van die term, het degradeert het lief tot een nummertje. Oude lieven heb ik, zeker we­ten. Maar een nieuw, nee. Mijn lief is mijn lief, punt. Wanneer de dingen zuiver zijn, hebben ze geen adjectieven nodig. 

»Ik zal het nog één keer voor je samenvatten: dat waarvan ik dacht dat het liefde was, heeft me naar Zweden ge­bracht en dat waarvan ik wéét dat het liefde is, heeft me te­rug naar België gehaald.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234