null Beeld DPG Media
Beeld DPG Media

kijktip'code van coppens'

De 7 Hoofdzonden van Bart Kaëll: ‘Cocaïne, xtc en joints: allemaal geprobeerd, allemaal niks voor mij’

Vanavond probeert Vlaanderens sympathiekste charmezanger samen met zijn wederhelft Luc Appermaont te ontsnappen uit de’Code van Coppens’. Reden genoeg voor Humo om ons uitgebreide gesprek met Bart Kaëll over zijn 7 Hoofdzonden nog eens op te diepen.

Sander Vandenbroecke en Sven Spoormakers

(Verschenen in Humo op 5 juli 2010)

De manager van het Begijnhofhotel, een gedistingeerde overnachtingsplaats te Tobbackville, is boos. De reden: Bart Kaëll en twee heren van Humo hebben op het terras bij zijn fraai verzorgde rozentuin plaatsgenomen in het exclusieve teakhouten meubilair, met als enige bedoeling het voeren van een gesprek onder zes ogen. ‘U moet hier weg. Ik geef geen toestemming voor dit interview,’ keft de manager. En waarom niet? ‘Omdat ik de baas ben.’ ‘Du jamais vu,’ stoot Bart Kaëll uit, maar dan in het Nederlands. En – net niet stomend uit de neusgaten – voegt hij eraan toe: ‘Hier zet ik geen voet meer binnen.’ Met één van de zeven hoofdzonden is Bart Kaëll alleszins vertrouwd.

WOEDE

BART KAËLL «Wel ja, ik kan mij ook kwaad maken. Ik smijt mezelf dan, ik geef wat meer gas. Een klein theatertje om zo’n man duidelijk te maken dat hij niet goed bezig is, en zeker niet als manager. Hij leek wel Louis de Funès, maar dan in het echt.

»Ach, eigenlijk moet ik daar om lachen. Ik heb geleerd dat woede nooit mag blijven hangen. Je moet dat kanaliseren en loslaten. Een jaar of vijf geleden heb ik een depressie gehad: onverwerkte woede was één van de oorzaken.»

HUMO Geef eens een voorbeeld van zo’n onverwerkte emotie?

KAËLL «Mijn wiskundeleraar toen ik een jaar of dertien, veertien was: hij heeft me met een licht trauma opgezadeld. Ik zat in de Wetenschappelijke B – met heel veel wiskunde en biologie en scheikunde. Maar ik bén zo niet: ik ben geen man van de exacte wetenschap, ik ben een artiest. Als ik, de enige jongen in de klas die niks van wiskunde snapte, die man een vraag stelde, schepte hij er het grootste plezier in om mij voor de hele klas voor schut te zetten. En ik durfde nooit te reageren, ik slikte maar. Een andere leraar, die van scheikunde, heeft tegen mijn moeder ooit gezegd: ‘Madame, uw zoon zou beter facteur worden.’ Ik vind postbode geen oneerbaar beroep, maar voor mij was dat als puber een schok – ik was nog zoekende in het leven. Maar goed, ik heb later, op de tekenacademie van Sint-Lucas in Gent, wel mijn biotoop gevonden.»

HUMO Heeft de tanende televisie-carrière – vtm besliste jou als presentator af te voeren – die onverwerkte woede ook aangewakkerd?

KAËLL «Absoluut. Ik vond het afvoeren van de ‘Soundmixshow’ ten onrechte. En vooral omdat die Eric Claeys (toenmalig directeur-generaal van vtm, red.) als een schoolmeester tegen me zei: ‘Gij voldoet niet.’ Hij had ook wat brieven van kijkers bij zich, mensen die wilden dat ik bleef. ‘Wat hebt gij hier in gang gestoken?’ vroeg hij. Alsof ik die brievenactie had georganiseerd! Die man was blijkbaar vergeten dat ik in tien jaar ‘Soundmixshow’ een publiek had opgebouwd dat mij graag zag.»

HUMO Je was ook te oud geworden.

KAËLL «Ik was verdorie veertig! Is dat oud?

»Nee, dan had ik liever dat hij eerlijk was: het budget is op, jouw contract loopt af en we hebben Kürt Rogiers net een contract gegeven, maar die heeft nog geen programma.»

HUMO Het verdwijnen van de ‘Soundmixshow’ viel ook samen met het verdwijnen van het Nederlandstalige lied op radio en televisie. Nog een reden tot gramschap?

KAËLL «Ja, nog altijd, zelfs. Vlaamse zangers moeten voortdurend tegen vooroordelen vechten. Wij worden allemaal over dezelfde kam geschoren, alsof er geen ver-schil in kwaliteit is. Terwijl er goeie én slechte Nederlandstalige muziek bestaat, zoals er ook goeie én slechte Engelstalige pop is.

»Ik sta nu al zevenentwintig jaar in het vak, en nog altijd moet ik knokken voor mijn geloofwaardigheid. Jongens, toch! Kom eens kijken naar een optreden, en spreek daarna. De mensen die dat al hebben gedaan, weten: Kaëll levert kwaliteit.

»Ik werk, met de hand op het hart, even hard aan mijn muziek als Arno, Koen Wauters of Regi. Ik sleutel aan mijn arrangementen, ik componeer, ik schrijf teksten, ik werk met topmuzikanten – dezelfde als Clouseau – maar toch word ik zelden au sérieux genomen.»

TRAAGHEID

HUMO Traagheid betekent in de Bijbel: te weinig doen voor je medemens. In die zin zou je het jarenlange verzwijgen van jouw geaardheid en je relatie met Luc Appermont een zonde kunnen noemen: talloze twijfelende jongemannen hadden zich aan jullie voorbeeld kunnen optrekken.

KAËLL «Ik vóél mij helemaal geen voorvechter van de emancipatie van homo’s en lesbo’s. Ik ben een zánger. Ik wil veel liever een voorvechter van de populaire Vlaamse muziek zijn.»

HUMO Waarom heb je zolang gezwegen?

KAËLL «Eén belangrijke reden was dat Luc uit een andere, oudere, generatie komt. De sociale druk was groot – niet voor zichzelf, maar voor zijn familie. Tegen mij en Luc zouden de mensen niets komen zeggen, maar wel tegen zijn ouders, zijn broer en zijn zus. En daar hebben die mensen niet om gevraagd, om over de relatie van hun broer met een Vlaamse zanger te spreken. En al helemaal niet om er over te roddelen!»

HUMO Jullie hielden jullie relatie toch niet verborgen voor Lucs familie?

KAËLL «Maar néé! Toen ik Luc leerde kennen, was hij mijn mentor. Het klikte meteen, de eerste keer dat we mekaar zagen. Weet je, Luc was toen al vier jaar samen met een vriendin. Ze hadden zelfs trouwplannen, en die zijn door mijn fout afgelopen (lachje). Maar dat was geen probleem: Luc kwam bij ons ma en pa thuis. Ik kwam bij hem thuis. Wij kwamen samen bij onze vrienden. Ik zou gék geworden zijn hadden we ook dat proberen te verbergen! Verbergen is zelfs niet het juiste woord: we hebben het nooit verborgen, we hebben er alleen maar over gezwegen.»

HUMO De kranten stonden vorige week vol verhalen over hoe jullie de schijn van niet-samenzijn probeerden op te houden.

KAËLL «Daar wil ik toch efkes op reageren. Zo’n Koen Crucke vond het nodig om in de krant te zeggen dat Luc en ik incognito op vliegtuigen stappen – Luc vooraan en ik achteraan in het vliegtuig. Dat is een pertinente leugen! Ja, wij zetten soms een petje op, als we op vakantie zijn. Dat is om iets minder gemakkelijk herkend te worden, want anders moet ik met zo’n hele bus op de foto. Ik doe dat niet tegen mijn zin, maar op vakantie probeer ik dat toch te vermijden.

»Dat uitgerekend Crucke zo’n verhalen rondstrooit, vind ik erg. Twintig jaar geleden al is hij bij Luc thuis komen eten: ik was daar, de ouders van Luc en ook Jan, Cruckes ‘manager’.»

HUMO Jullie zouden ook met opzet apart uit een lift stappen. En op feestjes op verschillende tijdstippen aankomen en dan mekaar ‘toevallig’ tegen het lijf lopen.

KAËLL «Dat was een verhaal van Will Ferdy. Volgens hem waren we in Tenerife en gingen we apart het hotel binnen. Inderdaad, Luc is in Tenerife geweest, met Radio 2, met ‘De zoete inval’. Maar ik niet! Ik ben nog nooit op Tenerife geweest! Kijk, dat zijn allemaal cowboyverhalen. Dat mannen die zelf in het vak zitten, zich daartoe verlagen, vind ik zeer jammer.»

HUMO Will Ferdy heeft in de jaren zeventig al zijn nek uitgestoken met zijn outing. Het is niet ondenkbaar dat hij er moeite mee had dat jullie maar bleven zwijgen.

KAËLL «Oké, dat begrijp ik, maar moet hij ons daarom aanvallen? Ik heb het grootste respect voor wat Will heeft gedaan. Dat was revolutionair! Maar zijn wij daarom verplicht hetzelfde te doen? Ik vind dat iedereen voor zichzelf moet uitmaken waar en wanneer en hoe hij vertelt dat hij homo is.

»Kijk, ik heb er nooit een geheim van willen maken, maar niemand had mij tot vorige week op de man af gevraagd of ik gay was, en of ik een relatie had met Luc Appermont. Kijk al mijn interviews er maar op na. Insinuaties, omfloerste omschrijvingen, hints, maar niet één keer: ‘Ben jij homo?’ Altijd van dat hengelen. En daar ben ik nooit op ingegaan. ‘Ze moeten het maar durven vragen,’ dacht ik. Na een tijdje had ik er zelfs lol in, een soort van nijdig plezier: ‘Niemand zal mij hier dwingen iets over mijn privéleven te lossen.’ Maar ik heb nooit gelogen, ik heb nooit ontkend dat ik homo was.

»Maar stilaan was ik ook dat spelletje moe. Bij elk interview krulden mijn tenen. ‘Wanneer gaan ze er nu over beginnen?’ Toen ik het interview met Dag Allemaal had gedaan, heb ik Luc gevraagd wat hij ervan vond, en hij zei: ‘Doe maar.’ En ik moet zeggen: ’t is geen pak van mijn hart, maar ik voel me toch wel een beetje opgelucht.

»Trouwens: ik zweeg over bijna álles wat privé was, ook over mijn huis en mijn auto. Ik heb nooit met een plastieken eendje geposeerd in mijn bad vol schuim, of met een glas wijn in mijn chique living.»

HUMO Heeft de homogemeenschap nooit druk uitgeoefend om jullie uit de kast te krijgen?

KAËLL «Neen. Maar in de tijd dat de jongens van Get Ready! nogal agressief waren geout in het homo-blad Zizo, was ik een keer in een gay club in het buitenland. Er stond een jongen naar mij te kijken, ik lachte terug, en hij kwam naar me toe. ‘Amai, sjiek bazeke,’ dacht ik nog. Maar hij zei meteen: ‘Gij zijt Bart Kaëll, hé.’ Aaaaarrrgggghhhh! ‘Jaja, dat kan je wel zien,’ stamelde ik. En toen hij: ‘Ik werk voor Zizo.’ Nog eens Aaaaarrrgggghhhh! ‘Nu zal je wel weten wat te schrijven, zeker?’ zei ik. En weet je wat hij antwoordde? ‘Nee, ik apprecieer het dat je zo open bent. Ik zal er niet over schrijven. Mocht ik je in België zijn tegengekomen in een club, was het anders geweest. Maar nu ben je in het buitenland, en dat is privé.’ Ik heb de zienswijze van die jongeman zéér geapprecieerd.»

HUMO Welke outing heeft op jou grote indruk gemaakt?

KAËLL «Toen Freddie Mercury zei dat hij homo was, was ik erg verbaasd. Ik had geen idéé, terwijl iedereen zoiets had van: dat wist ik al lang.

»Ik vond het vooral prettig dat homo’s blijkbaar net iets fijngevoeligere mannen zijn dan hetero’s. Of beter: fijnzinniger. Er zijn toch veel artiesten die homo zijn, of decorateurs, modeontwerpers, kappers... Leonardo da Vinci was naar het schijnt ook homo: ‘Dan zitten we toch in een goeie categorie,’ dacht ik toen ik dat hoorde (lacht)

HUMO Je had geen vermoeden dat Mercury homo was. Heb je dan géén gaydar – een zesde zintuig om broeders op te sporen?

KAËLL «Nee, echt waar niet.»

JALOEZIE

HUMO Ben je ooit jaloers geweest op mensen die zich veel eerder hebben geout?

KAËLL «Nee. Maar mocht ik nu jong zijn en aan mijn carrière beginnen, dan zou ik het anders aanpakken. We leven in een ander tijdperk.»

HUMO Ben je een jaloerse man?

KAËLLc«Vroeger veel meer dan nu. Ik ben ooit verliefd geweest op iemand: toen bleek dat hij op een ander verliefd was, viel ik bijna flauw!

»Ik vond dat echt jammer van mezelf, dat ik zo’n jaloerse stoot was. Je moet aan je gevoelens werken: ik laat niet meer toe dat ik nog jaloers word – niet in de liefde, niet in mijn vak, niet op andere mensen die toevallig een chiquere auto heb-ben. Ik zou nu jaloers kunnen zijn op Tom Waes omdat hij een huge hit heeft, maar dat ben ik niet. Al kan ik me wel voorstellen dat anderen daar ongelukkig van worden.»

HUMO Kun je jaloers zijn op het talent van anderen?

KAËLL «Ik heb wel wat talent in de keuken, maar geen ideeën: alles wat ik kook, heb ik ergens vandaan – uit een boek, of van op restaurant. Het talent van sterrenchefs, daar ben ik jaloers op. Zeg tegen iemand als Wout Bru ‘zeeduivel’ en in zijn hoofd begint een computer te werken: hij somt metéén alle bereidingswijzen op, alle bijpassende groenten en sauzen, alle smaakcombinaties. En dan – en dat is het geniale – slaagt hij erin om van zo’n zeeduivel een verrassend gerecht te maken, een combinatie van smaken waar een gewone hobbykok als ik nooit zou opkomen. Vergelijk het met een zondagsschilder: hij kan een schilderij van Monet of Renoir namaken, maar daar ligt geen ziel in. Met eten is dat net hetzelfde. Maar goed, mocht ik ook dât talent nog hebben, dan was ik drie keer zo dik (lacht)

HUMO ‘Masterchef’ neem je heel serieus.

KAËLL «Ik kan gewoon niet tegen mijn verlies. Da’s een hele vervelende karaktertrek van me. Zelfs in ’t zwemmen: ik zou zwemmen tot ik een hartinfarct krijg, gewoon om toch maar niet tweede te worden.

»In ‘Masterchef’ streed ik minder tegen de andere kandidaten dan tegen de leden van het kookclubje waar ik bij hoor. Voor die mannen wilde ik niet afgaan. Erg hè?»

HUMO In een relatie heeft jaloezie met vertrouwen te maken: wie z’n partner vertrouwt, heeft geen reden om jaloers te zijn.

KAËLL «Luc en ik hebben nooit voor het altaar gestaan, maar we blijven samen tot de dood ons scheidt. We hebben blind vertrouwen in mekaar. Dat schenkt ons allebei een geweldige gemoedsrust. De verleiding is overal – in het publiek, mooie dansers en danseressen, andere artiesten... Maar ik geef daar niet aan toe, omdat ik weet wat ik thuis heb. Dat is volgens mij de basis van een gelukkige én lange relatie: mekaar genoeg loslaten, maar voor jezelf je vrijheid beknotten.»

HUMO ‘Wij hebben nog nooit voor het altaar gestaan,’ zeg je. Wat niet is, kan nog komen?

KAËLL (glundert en bloost) «Wie weet. Als het zover is, laat ik jullie iets weten.»

HEBZUCHT

HUMO Je nieuwe single heet ‘Hallo goeiemorgen... Koekoek!’ Koekoek! En vervolgens kom je uit de kast. Is dat nog wel toeval?

KAËLL (lacht) «Maar natuurlijk! Wat denken jullie, dat er een hele campagne achter zit? Ik heb al ergens gelezen: ‘Kaëll out zich omdat hij een nieuwe cd te promoten heeft.’ Komaan zeg.»

HUMO Zou iemand je dat kwalijk kunnen nemen?

KAËLL «Ik zou ’t mezelf vooral heel erg kwalijk nemen. Mijn privéleven gebruiken voor de commerce! Trouwens, ik heb helemaal geen promotie nodig, de zaken gaan prima. Ik weiger juist voortdurend optredens, omdat het anders te veel wordt.

»En mocht het ooit wat minder gaan, dan zou ik vooral veel reizen. Ik heb de ongelofelijke luxe dat niks nog moet voor mij.»

HUMO Je hebt je geaardheid nooit verzwegen om commerciële redenen?

KAËLL «Maar mannekes toch! Welke redenen zouden dat dan wel mogen zijn?»

HUMO Je was een meisjesidool. Je fans moesten naar jou kunnen verlangen.

KAËLL «Dat heeft meegespeeld, daar ga ik niet flauw over doen. Maar: alleen in de beginjaren. En niet omdat iemand me dat had ingefluisterd, ik voelde dat zelf zo aan. Niet vergeten: ik werd ook in die rol geduwd. Ik was de mooie jongen, hè, de vrolijke vrijgezel.

»Toen ik ‘Op mijn eiland’ uit had, ging ik dat nummer playbacken in één of ander BRT-programma. Dat liedje ging over een paradijselijke plek, en ik zong onder andere de regel ‘kleren hoeven ook al niet’. Johnny Hoes – toen mijn manager en producer, de man die álles had gedaan, van Eddy Wally tot Doe Maar – zei tegen mij (met Hollands accent) ‘Op het moment dat je die regel zingt, ruk je het behaatje van het meisje naast je af.’ Ik schrok: ‘Maar dat mág helemaal niet van de BRT!’ ‘En toch ga je het doen. Je zegt er niks van op voorhand.’ Ik wilde weten bij welk meisje ik dat dan wel moest doen. ‘Zoek maar uit,’ zei hij. ‘Vraag één van je vriendinnen of ze het willen doen.’ Ik rondgebeld en overal hetzelfde antwoord gekregen: ‘Zijde gij zot?!’ Ik zei tegen Hoes dat ik niemand vond. ‘Dan regel ik het wel, jongen.’

»De dag van de opname belt hij terug. ‘Ik heb iemand voor je gevonden, Dorien.’ Oké, Dorien komt. We slaan een praatje en ik vraag: ‘Is het goed als ik je bikini er straks tijdens de opname in één keer afruk?’ En zij: ‘Wat denk jij wel? Ben jij helemaal besodemieterd?’ ‘Jamaar, het is niet mijn idee, Johnny Hoes wil dat.’ Antwoord: ‘Johnny Hoes? Johnny Hoes is wel mijn grootvader!’ Had-ie gewoon zijn kleindochter gestuurd! (lacht) Uiteindelijk heeft zij naar hem gebeld. ‘Ik doe het,’ zei ze daarna, ‘maar ik draai me wél meteen om.’ Dat filmpje is ondertussen al tientallen keren uitgezonden. »Dát was het rolpatroon waar ik in zat.»

GULZIG

KAËLL «Ik ben gulzig, ja. Zeker als het om eten en drinken gaat. Als ik iets lekker vind, dan wil ik er niet een klein beetje van, maar een hele kilo. Zeg me niet dat ik maar één glas wijn mag drinken, want dan neem ik water. Als ik wijn drink wil ik drie, vier glazen, en een hele fles als ze mij smaakt. En als ik voor vrienden kook, maak ik altijd veel te veel klaar. Liever zeven hapjes dan drie, liever twee voorgerechten dan één. Ik hou gewoon niet van beperkingen.»

HUMO Ben je vatbaar voor versla­vingen?

KAËLL «Ik denk van niet. Ik heb ooit gerookt, meer dan een pakje Bastos per dag, maar toen ik professioneel ging zingen, ben ik daarmee gestopt. Probleemloos. Nu rook ik af en toe eens een sigaretje, soms twee, en dan een hele week niks meer. Ik was ook een echte koffiedrinker, maar ik ben daar van de ene dag op de andere ook mee gestopt, vier jaar lang, zonder enig probleem.

»Ik hou van kicks, en ik zoek ze ook op. Benjispringen, deltavliegen, parapente, drugs, ik heb het allemaal eens geprobeerd, maar verslaafd? Neen.»

HUMO Bart Kaëll op cocaïne, dat moet vermoeiend zijn.

KAËLL «Mijn mond staat zo al niet stil! (lacht) Eén keer heb ik een lijntje geprobeerd, maar ik vond het niet leuk. Ik was veel te opgefokt. En ’s anderendaags had ik vreselijke hoofdpijn. Xtc heb ik ook eens genomen, maar dat was net hetzelfde: je wordt er heel erg hyper van. Niet gezond.

»Eén keer heb ik een joint geprobeerd. Na de eerste trek voelde ik niks. Na de tweede ook niet, en na de derde ook al niet. Maar toen ik naar huis reed, viel er plots een boom voor mijn auto, die ik maar op het nippertje heb kunnen ont-wijken. Er woedde toen een vreselijke storm, maar ik dacht: ‘Dat zijn die gasten van daarnet. Zij hebben die boom voor mijn auto gegooid.’ Aan een storm dácht ik zelfs niet. (lacht) En ik reed verder. Veel te rap vond ik, dus ging ik trager en trager rijden. Op den duur zat ik aan zestig per uur. Op de snelweg! Toen is mijn frank gevallen en heb ik gezegd: ‘Nooit meer.’»

HUMO Ben je verslaafd aan aan­dacht?

KAËLL «Vroeger wel, nu niet meer. Met aandacht en applaus voedde ik mijn ego. Maar ik heb geleerd – of beter: ik leer nog altijd – mijn ego zoveel mogelijk te onderdrukken. Nu ben ik nog altijd dankbaar voor complimenten, heel erg zelfs, maar ik geniet ervan op het moment dat ik ze krijg. Het beïnvloedt niet langer hoe ik me de rest van de dag of de week voel. Hetzelfde met kritiek. Ik kan die nu veel makkelijker relativeren. Ik heb veel gehaald uit het boek ‘De Zeven Spirituele Wetten van het Succes’ van Deepak Chokra. Dat is mijn bijbel. Ik heb van dat boek vooral geleerd om zoals het riet mee te buigen met de wind. Je moet tegenslagen leren aanvaarden, anders breek je. Dat is ook met mij gebeurd, tijdens mijn depressie.»

IJDELHEID

HUMO Wat zegt je bijbel over ijdel­heid?

KAËLL «Dat je die zoveel mogelijk moet proberen in te dijken, en dat doe ik ook. Ik wil er nog altijd goed uitzien, en het doet me nog altijd plezier als me dat lukt, maar ik sta veel minder voor de spiegel dan vroeger.»

HUMO In ‘Fear Factor’ op vtm bleek je grotere ballen te hebben dan übermacho Fredddy De Kerpel. Heeft dat je ijdelheid gestreeld?

KAËLL «Ik weet niet waar je het over hebt.»

HUMO Je moest op een karretje gaan liggen dat onder een rijden­de vrachtwagen door werd gelan­ceerd. Je deed het, en je was dui­delijk niet bang. Toen je De Kerpel – een tikkeltje huppelend en kir­rend – kwam vertellen dat het al­lemaal best meeviel, stond hij net niet te trillen van de schrik. ‘Laat mij gerust, Bartje,’ snauwde hij je toe.

KAËLL (lacht) «Maar Freddy had wel een hele goeie reden om bang te zijn. Hij had namelijk gezien wat er met mij gebeurd was. De kijker heeft dat niet gezien, want die beelden zijn eruit geknipt, en zelf wist ik ook van niks, omdat ik op mijn rug lag en alleen maar kon zien wat er zich boven mij afspeelde, maar mijn wagentje was uit koers geraakt en ik was op een haar na onder een wiel van die vrachtwagen terechtgekomen. Ik heb daar toen echt geluk gehad.

»Dat Freddy die proef toch nog gedaan heeft, bewijst net dat hij heel veel lef heeft.»

ONKUISHEID

HUMO Heb je homoseksualiteit ooit onkuis gevonden?

KAËLL «Neen. Ik heb seksualiteit altijd de normaalste zaak van de wereld gevonden. Als kind vond ik het soms een tikje verwarrend. Soms vond ik meisjes leuker – ik was stapel op Resi en Daisy, majorettes bij de fanfare – en soms vond ik jongens leuker, maar ik heb er nooit mee geworsteld. Ik ben ook niet gelovig, nooit geweest: dat heeft wellicht geholpen.»

HUMO Klopt het cliché dat homo’s meer seks hebben dan hetero’s?

KAËLL «Maar nee gij! Tussen mannen en vrouwen is er wél een verschil: mannen jagen meer. En aangezien er in een homo-koppel altijd twéé mannen zitten... (lacht)»

HUMO Ben je preuts? Naar het schijnt erger jij je aan gay parades.

KAËLL «Dat heeft niks met preuts te maken. Ik heb helemaal niks tegen nichten met wuivende handjes of mannen die graag met een pluim in hun poep lopen, alleen: zo ben ik niet. Ook daarom heb ik me zo lang niet ge-out: uit angst vereenzelvigd te worden met dat beeld van homo’s.»

HUMO Je wilt vooral heel erg nor­maal en gewoon gevonden wor­den?

KAËLL «Ben ik dat dan niet, misschien?»

HUMO Die zit.

KAËLL «Begrijp me niet verkeerd: ik distantieer me niet van de homoscene, ik ga ook weleens naar een gay bar of naar een homo-feestje – en ik kan je garanderen, dat zijn de leukste van allemaal. Ik hou al-leen niet van dat doelbewuste choqueren. Hier in Vlaanderen kijken we misschien niet meer op van een gay parade, maar is het nu echt nodig om dat te gaan organiseren in hyper-katholieke landen als Spanje, waar je wéét dat je mensen zal kwetsen?»

HUMO Wat vind je het ergste: een paar zere katholieke tenen, of de honderden jonge homo’s en lesbi­ennes die zich van het leven bero­ven omdat ze – mede door toedoen van die kerk – niet getolereerd wor­den?

KAËLL «Het tweede natuurlijk. Maar móét je daarvoor choqueren? Zal dát helpen? Natuurlijk moeten homo’s overal waar ze onderdrukt worden op straat komen en vechten voor hun rechten, maar doe je dat door te provoceren? Ik probeer me in te leven in die vaders die zich afzetten tegen hun zonen of dochters die homo zijn: die zijn wellicht gebrainwasht door hún vaders. Die mensen breng je echt niet op andere gedachten door op een camion in een tanga met je blote kont te staan shaken. Zo versterk je alleen de vooroordelen.»

HUMO Vind jij jezelf verwijfd?

KAËLL «Neen. Helemaal niet. Jullie wel, misschien?»

HUMO Een heel klein tikje maar.

KAËLL «Meen je dat nu? En waaraan zie je dat dan?»

HUMO De beweging van je han­den, van je hoofd...

KAËLL «Allez, interessant. Echt waar, dat heeft niemand me ooit gezegd. Dat méén ik.»

HUMO Toen je meedeed aan ‘Fear Factor’ op vtm, en toen moest je van Walter Grootaers een gepo­cheerde varkensanus verorberen. Zag je daar humor in, of vooral wansmaak?

KAËLL «Ik kon er wel om lachen. ‘Aha,’ dacht ik, ‘die denken dat ze mij liggen hebben.’

»Ik moest trouwens kiezen tussen die anus en een penis. Ik heb de anus gekozen omdat dat het einde van de dikke darm is. En dikke darmen zijn eetbaar: als je ze krokant bakt, met een ajuintje en wat citroen erbij, zijn ze zelfs heel lekker. Bij ons thuis kwam de champetter vroeger af en toe een varken slachten, en daar aten wij toen alles van op – ook de oren, daar kon je lekker lang op knabbelen. Alles, behalve de hoeven en de penis. Hoe je die ook schoonmaakt of klaarmaakt, die blijft naar urine smaken. Dus die penis heb ik aan een andere kandidaat gegeven (lacht)

HUMO Tot slot: wie zou je als one­nightstand kiezen, gesteld dat het mag van de heer Appermont?

KAËLL «O, maar wat dat betreft, zijn wij heel vrij, hoor. Even denken. Doe maar Johnny Depp

HUMO In een piratenkostuum?

KAËLL «Zèg! Doe maar gewoon.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234