circa 1955: Marlon BrandoBeeld Getty Images

biografieMarlon Brando

De bedgeheimen van Marlon Brando: ‘Hij wilde acteur worden om te kunnen neuken van hier tot in Timboektoe’

Vanavond zend Canvas de documentaire ‘Listen to Me Marlon’ uit. Een Britse documentaire over acteur Marlon Brando. Voor het maken van deze documentaire kreegen de makers uitzonderlijk toegang tot Brando’s persoonlijke archieven. Aan de hand daarvan reconstrueerden ze zijn buitengewone en extravagante leven, zowel op als naast het witte doek. Enkele jaren geleden kwam het boek ‘Marlon Brando met de billen bloot’ van Darwin Porter uit. Humo bracht toen een voorpublicatie. Herlees die hier.

(Verschenen in Humo op 1 januari 2007)

Marlon Brando gebruikte zijn fysieke aantrekkingskracht al heel vroeg als wapen om invloed te krijgen, eerst op het toneel, daarna ook in Hollywood. Zijn biseksuele honger was legendarisch. Hij deelde het bed met Marilyn Monroe, Marlene Dietrich, Grace Kelly en Ava Gardner, maar ook met James Dean, Cary Grant, Burt Lancaster, Tennessee Williams, Laurence Olivier, Rock Hudson en Leonard Bernstein. Over Brando’s seksuele hoogdagen praatte auteur Darwin Porter met vrienden en vijanden van de acteur. Het resultaat is een vuistdikke biografie vol getuigenissen over misschien wel de grootste acteur van de twintigste eeuw.

Toen de trein uit Chicago op een zwoele, ongewoon warme middag van mei 1943 Penn Station in New York binnenliep, stapte ene Marlon Brando uit, een totaal onbekende aspirant- acteur uit Nebraska. Hij wist dat hij anders was dan andere acteurs die naar New York kwamen en hij wist ook dat hij hen naar de kroon wilde steken. Om op te vallen droeg hij een knalrode gleufhoed op zijn hoofd. ‘Ik wilde New York steil achterover laten vallen,’ zei hij later zelf. Op zijn negentiende was hij de viriele macho in persoon. Hij bewoog zich met de gratie van een panter. Het leger mocht hem dan wel afgekeurd hebben vanwege zijn bijziendheid en een knieblessure, maar de naar liefde hunkerende weduwen en vriendinnetjes van soldaten en matrozen wisten wat het leger niet wist: Marlon Brando was een fysiek perfect exemplaar. Hij had trouwens al onmiddellijk succes toen hij gebruik maakte van de beruchte urinoirs van Penn Station. De afgekeurde homoseksuelen die daar aan het cruisen waren, wierpen hem bewonderende blikken toe toen hij zijn hoognodige plas pleegde.

Hij koesterde zich in hun aandacht en hun lust. In de spiegel van de wc’s onder het station bekeek hij zijn verwarde haar en besloot het zo te laten. Het maakte zijn seksuele uitstraling alleen maar groter. Hij voelde zijn hart slaan op het ritme van de rauwe aantrekkingskracht van zijn eigen bruisende jeugd. Zijn krachtig gespierde schouders en armen barstten bijna uit zijn witte T-shirt, dat een maatje te klein was. Zijn goed ontwikkelde benen zaten in de strakste spijkerbroek die tot dan toe in de straten van New York was gezien. Voor hij uit het Midwesten was vertrokken had hij zijn jeans wel tien keer gewassen en op zijn lichaam laten drogen, totdat zijn genitaliën zich er in aftekenden als een strak, provocerend en veelbelovend ‘zakje lekkers’, zoals hij het zelf noemde. Toen hij zijn rundleren koffer, de enige die hij bij zich had, oppakte, zweette hij zo erg dat er op zijn T-shirt rond zijn oksels vochtige halve maantjes verschenen. Het was een wijs besluit geweest geen ondergoed aan te trekken: hij wilde niet dat er iets tussen zijn spijkerbroek en zijn huid zat. In de spiegel controleerde hij zijntanden, zijn ‘witteparels’ zoals hij ze altijd noemde. Het gezicht dat hem aanstaarde zag er opzettelijk brutaal en wat vijandig uit.

Hij wist hoe seksueel aantrekkelijk dat was voor een geile vrouw of homoseksuele man die een beurt wilde krijgen. Zelfs nu hij uren in de bus en de trein had gezeten en in geen tijden een sportschool van dichtbij had gezien, was zijn lijf nog altijd staalhard, het resultaat van zijn werk als greppelgraver en tegelzetter onder de brandende zon van het Midwesten.

De schrijver James Baldwin, één van Brando’s eerste minnaars: ‘Hij gaf me het gevoel dat ik niet zo lelijk was als iedereen zei.’Beeld Bettmann Archive

Neuken van hier tot in Timboektoe

Buiten snoof Marlon de New Yorkse lucht op. Zijn acterende moeder, Dorothy, die hij met ‘Dodie’ aansprak, had hem uitgelegd wat een enfant terrible was, en hij wilde er absoluut een worden het enfant terrible van deze op het scherp van de snede levende stad. Marlon Brando sr. zat thuis in Chicago gevangen in een saaie baan bij Calcium Carbonate, waarmee hij per maand duizend dollar plus commissieloon verdiende. Brando jr. wist dat hij zich nooit meer door zijn vader zou hoeven laten commanderen als hij zichzelf maar eenmaal in de straten van New York bevrijd had. Bij het vertrek van zijn zoon uit Chicago had Brando sr. ten afscheid gezegd: ‘Het theater is iets voor flikkers! Toch geen werk voor een man. Bekijk jezelf eens goed in de spiegel en vraag je af of er iemand bereid is om zijn zuurverdiende geld neer te tellen om een boerenkinkel uit Nebraska emotioneel te zien doen op de planken.’

‘Bud’ was niet langer de gepaste naam voor hem. Die bijnaam die hij bij zijn geboorte op 3 april 1924 in Omaha had gekregen, was hij ontgroeid. Van nu af aan zou het Marlon zijn. Hij hoopte en droomde het niet alleen, hij wist dat de hele wereld binnenkort de naam Marlon Brando zou kennen. En zo geschiedde. Zijn zus, Frances Brando, die anderhalf jaar voor Marlon geboren was, woonde in een doodlopend straatje in Greenwich Village. Ze wilde schilderes worden, maar op dat moment verkeerde ze in een diepe depressie omdat ze net vernomen had dat haar vriend, een piloot bij de marine, neergeschoten was. Hij was op slag dood. Marlon probeerde haar op te beuren, maar ze was ontroostbaar.

Toen hij haar flat ontvluchtte was hij ‘eindelijk vrij’. Geen militaire academie meer, geen strenge vader meer om hem te straffen. Hij kon nu een echte bohemien zijn en de hele nacht opblijven als hij daar zin in had. Hij deed allerlei klusjes. Kelner in een spaghettitent in Bleeker Street. Sandwichman en hulpje van een straatverkoper op Fifth Avenue, waar hij volgens hemzelf vijftig broodjes tonijn per uur maakte. Snelbuffetkok die ‘sappige hamburgers’ bakte in een toeristische eettent in de buurt van Times Square. Liftboy bij Best’s Department Store. Limonadeverkoper in Central Park. En hij was ook drie dagen lang vrachtwagenchauffeur in New Jersey voor hij de truck in de prak reed.

Maar meestal kon hij gewoon vrij ronddolen. Dat deed hij ook op de dag dat hij Life Cafetaria op Seventh Avenue South ontdekte, een plek waar provinciaaltjes uit het Midwesten zich met reisgidsen in de hand in de Village waagden ‘om zich te vergapen aan de flikkers en de potten’ die te bezichtigen waren door de grote vensters aan de straatkant van het restaurant. ‘Ik weet nog dat ik die bavianen op de stoep zag staan staren naar de jonge mannen en vrouwen die binnen eten en drank bestelden,’ vertelde Marlon later.

‘Die conservatieve boerenlullen wezen met hun vinger naar de klanten alsof het dieren in een dierentuin waren. Ik was meteen geïntrigeerd en stapte naar binnen. Voor ik weer wegging, had ik ontdekt dat nogal wat van die homo’s eigenlijk een show opvoerden voor de jam.’ Jam was een codewoord voor hetero’s. ‘Ze gedroegen zich opzettelijk verwijfd alsof ze wilden zeggen: krijg toch allemaal de klere, stomme hetero’s.’ Hij herinnerde zich dat een groepje aan een tafel hem al snel adopteerde en hem het gevoel gaf dat hij erbij hoorde. Het maakte hem niets uit wat de klanten privé deden. ‘Ik ben mijn hele leven nooit geïnteresseerd geweest in het seksleven van anderen – alleen in dat van mezelf,’ zei Marlon. ‘Ik werd daar vaste klant. Een van de kelners werd smoorverliefd op mij en bracht me zelfs eten als ik niet genoeg geld had om te betalen.’

Omdat Marlon geld van thuis kreeg, kon hij zich laten inschrijven in de Dramatic Workshop op de New School for Social Research in West Twelfth Street. Vanaf 1940 begon de school afgestudeerden af te leveren als Beatrice Arthur, Harry Belafonte, Shelley Winters, Rod Steiger, Maureen Stapleton en Elaine Stritch. Zelfs Tennessee Williams nam deel aan een toneelworkshop daar. Een van de docenten zei hem: ‘Je stukken zijn veel te vulgair om opgevoerd te worden.’ Walter Matthau, die aan de New School afstudeerde, noemde het instituut spottend de ‘Neurotische Workshop voor Seksueel Onderzoek’. Volgens hem wilde Marlon acteur worden ‘om te kunnen neuken van hier tot in Timboektoe.’

Memorabele ontmoeting

Terwijl hij nog aan het werk was als liftjongen bij Best & Company zocht Marlon op een dag een ander restaurantje uit in de Village omdat zijn favoriet, Life, gesloten was wegens vakantie. Hij kwam terecht in Hector’s Cafeteria op het kruispunt van Fourth Street en Seventh Avenue. Aan de bar zaten twee mannen met één vrije plaats tussen hen in. Omdat alleen die barkruk nog beschikbaar was, ging Marlon zonder iets te vragen tussen hen in zitten. ‘Ik ben Norman Mailer,’ zei de man aan Marlons rechterkant en stak hem zijn hand toe. ‘En ik ben James Baldwin,’ zei de zwarte aan zijn linkerkant. ‘Noem me maar Jimmy.’

In zijn memoires vertelde Marlon dat Mailer met een Texaans accent sprak, en beweerde dat hij in het leger de andere soldaten verteld had dat hij uit Texas kwam om te beletten ‘dat ze een Joodse jongen in elkaar zouden slaan.’ Mailer was dat Texaanse accent nog niet kwijtgeraakt, volgens Marlon. In feite moest Mailer op het tijdstip van zijn ontmoeting met Marlon nog opgeroepen worden voor het leger. Zijn ervaringen daar zouden hem ertoe brengen een van de memorabelste romans te schrijven die ooit uit de Tweede Wereldoorlog zijn voortgekomen, ‘The Naked and the Dead’ (in het Nederlands verschenen als ‘Helden zonder glorie’).

‘Ik ben opgegroeid in Brooklyn,’ zei Mailer. ‘Als je daar een probleem mee hebt, ga dan mee naar buiten, dan zetten we dat even recht.’ ‘Helemaal geen probleem,’ zei Marlon. ‘Ik kom uit Nebraska. Heb jij daar een probleem mee?’ ‘Ik weet niet eens zeker of een plek als Nebraska wel bestaat,’ zei Mailer, ‘ik denk dat het meer een gemoedstoestand is.’ ‘Als jij van Brooklyn bent, laat dat dan eens horen,’ zei Marlon. ‘Fuck you!’ zei Mailer met zijn ruigste Brooklynaccent. Terwijl hij een kommetje soep oplepelde dat vijfentwintig cent kostte, vernam Marlon dat Baldwin en Mailer allebei romanschrijver wilden worden.

Hij mocht Mailer, maar vond hem wel erg macho, een bokser die bij de minste provocatie met je op de vuist wilde gaan. Marlon voelde zich meer aangetrokken tot de zwarte man aan zijn linkerkant, die veel gevoeliger leek. Ondanks zijn aartslelijke gezicht bezat Baldwin een innerlijke schoonheid. Vrijwel meteen kwam Marlon tot de slotsom dat Mailer de meest heteroseksuele man was die hij in New York tegen zou komen terwijl Baldwin overduidelijk een homo was die zich nog maar net aan het outen was.

Zwarte homo’s

Jaren later haalde Baldwin herinneringen op aan de eerste ontmoeting van dit al snel daarna beroemde trio rebellen. Marlon had zichten neerploffen tussen de twee mannen terwijl ze net midden in een discussie zaten overras en seksualiteit.

‘Ik heb latende homoseksuele gevoelens,’ zei Mailer. ‘Jimmy heeft me ervan overtuigd dat ik een latente homo ben. Maar toch heb ik ervoor gekozen als hetero door het leven te gaan. Wat denk je daarvan?’

‘Ieder zijn meug,’ antwoordde Brando die verbaasd was over de snelheid waarmee hij in een voor Greenwich Village zo typische discussie verwikkeld was geraakt.

‘Norman vindt dat mijn homoseksualiteit gecompliceerd wordt door het feit dat ik zwart ben,’ zei Baldwin.

‘Hoezo?’ Vroeg Marlon. ‘Ik ben geobsedeerd door de seksualiteit van zwarte mannen,’ gaf Mailer toe? Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik een romantische relatie heb met het onderwerp zwart zijn.’

‘Norman vindt dat zwarte mannen een voorsprong hebben als het om seks gaat,’ zei Baldwin. ‘Zou je misschien ook graag jouw mening geven?’

‘Ik ben hier binnengekomen om soep te eten,’ zei Marlon. ‘Ik heb geen behoefte aan gezeik over blanke jongens versus zwarte jongens.’

In 1961 zou Baldwin zich Marlons afwijzende commentaar herinneren toen hij voor Esquire een artikel schreef. Het artikel waarin hij het over zijn relatie met Norman Mailer had, was getiteld ‘Zwarte jongen kijkt naar blanke jongen’. ‘Voor mij is de Amerikaanse neger een wandelend fallussymbool,’ zei Mailer. ‘Op het ogenblik ben ik er nog niet helemaal uit. Maar ooit, als het me allemaal duidelijk wordt, schrijf ik een stuk over raciale relaties. Ik weet ook al hoe ik het ga noemen: ‘The White Negro’. Vind je dat geen spannende titel?

‘Als je er een toneelbewerking van maakt, speel ik de hoofdrol, zei Marlon. ‘Ik ben namelijk acteur.’

‘Geweldig,’ zei Mailer enigszins smalend. ‘Meneer is acteur, maar waarmee verdien je de kost?’

In deal snel ontluikende vriendschap tussen Baldwin en Brando, speelde de rassenkwestie, althans volgens Baldwin zelf, nooit een rol. ‘Het kwam gewoon nooit ter sprake,’ beweerde Baldwin.

Toen Baldwin een hele tijd later zijn mening gaf over Marlon, zei hij: ‘Ik had nog nooit een blanke man zoals Marlon ontmoet. Het was duidelijk dat hij enorm veel talent had – een echt creatief kanon – en dat hij volkomen onconventioneel en onafhankelijk was, een prachtige cat. Ras betekende echt niets voor hem. Hij verachtte mensen die anderen discrimineerden. En hij was heel aantrekkelijk, zowel voor vrouwen als voor mannen. Hij gaf me het gevoel dat de geruchten over mijn lelijkheid sterkt overdreven waren.

Overdag maar vooral ’s nachts leerde Baldwin zijn nieuwe ontdekking Harlem kennen. De schrijver nam Marlon mee naar de landschappen van zijn eigen naargeestige kindertijd en liet hem de desolate plekken zien waar hij geleefd en gespeeld had voor de honger hem naar huis riep.

Hij nam Marlon ook mee naar de kerk waar hij op zijn veertiende evangelisch predikant was geworden. Zijn roman uit 1953, ‘Go tell It On the Mountain’ (in het Nederlands verschenen als ‘Verkondig het op de bergen’) is een neerslag van die pijnlijke kinderjaren.

Marlon stond welwillend tegenover de vroegere problemen van de schrijver, maar hij hield toch in de eerste plaats van de jazz en de clubs in Harlem waar Baldwin hem mee naartoe nam.

Alles lijkt erop te wijzen dat Baldwin de eerste zwarte man was met wie Marlon een seksuele relatie had. Wanneer precies hun relatie een seksueel karakter kreeg, is niet helemaal zeker. Wellicht op de eerste avond dat de acteur zijn nieuwe vriend meenam naar het beruchte Mount Morris Baths op Madison Avenue nummer 1944, net onder 125th Street. Het had zijn deuren geopend in 1893 en was daarmee het oudste badhuis voor zwarten in Amerika. Hoewel het voornamelijk bezocht werd door zwarten, waren ook blanke mannen toegelaten, vrijwel allemaal homo’s die gelokt werden door de legendarische verhalen over de welgeschapenheid van zwarte mannen.

Stella Adler, Brando’s vijfentwintig jaar oudere toneeldocente. Tegen haar zei hij: ‘Als je doet alsof ik je verkracht, zul je je minder schuldig voelen.’Beeld imdb

Sensuele mond

Marlon’s nieuwe toneeldocente op de New School, Stella Adler, kwam nadat al haar studenten waren gaan zitten, het lokaal binnengestormd terwijl ze een sigaret rookte à la Bette Davis.

Marlon was met stomheid geslagen en helemaal ondersteboven van het charisma waarmee ze haar intrede deed. Ze was een mooie vrouw van vooraan in de veertig met zacht, blond haar en staalblauwe ogen en een scherpe adelaarsneus waarvan ze zei dat die haar er Joods deed uitzien. Haar uiterlijk had haar bij haar pogingen om carrière te maken in Hollywood in de weg gestaan.

Haar vader was Jacob Adler, een van de grote sterren van het Jiddische theater in Amerika, en Stella zelf stond in 1906 als meisje van vier al op de planken. Haar broer was de beroemde karakterspeler Luther Adler en ze was getrouwd met producer Harold Clurman, die er prat op ging dat haar gewelfde mond ‘sensueler was dan van welke vrouw ook die ooit op het podium te zien is geweest.’ Marlon zou al snel ondervinden of dat echt zo was. Hij was meteen in de ban van Stella. Of, zoals hij het tegen zijn zusje Frances zei: ‘Ik had haar daar ter plekke voor de ogen van de hele klas wel willen neuken.’

De studenten in haar workshop zaten als aan de grond genageld te kijken en te luisteren naar haar colleges, die meer weg hadden van voorstellingen dan van lessen. ‘Ze daagde onze verbeelding uit,’ zei studente Shelley Winters, ‘en ze inspireerde ons om groter en grootser te zijn dan we waren. En bovenal wilde Stella ons bijbrengen dat we het publiek niet mochten vervelen, want dat was volgens haar de ergste zonde die je kon begaan.’

Stella was een kind van het Group Theatre uit de tijd van de Depressie. Dat avant-gardegezelschap was opgericht door Harold Clurman, Cheryl Crawford en Lee Strasberg, die later de Actors’ Studio zou stichten. Elia Kazan, die als regisseur een bepalende rol in de carrière van Marlon zou spelen, kwam ook voort uit het Group Theatre. De grondlegger van de ‘The Method’ was natuurlijk Konstantin Stanislavski van het Kunsttheater uit Moskou. De leden van het Group Theatre namen de woorden van Stanislavski letterlijk: ‘De creativiteit van een acteur moet van binnen komen.’

De method-acting van het Group Theatre veranderde de manier van acteren in het Amerikaanse theater voorgoed. Tot dan toe had men altijd statisch en ‘stijlvol’ geacteerd – uiterlijk in plaats van innerlijk. ‘De spreektrant was theatraal, en de emotie was niet doorvoeld tot Stella op de proppen kwam,’ zei Marlon ooit. ‘Dankzij Stella heb ik, net zoals zoveel anderen, echt de diepere emotie van een personage leren ervaren. De motivatie kwam van diep binnen in onze ziel. Na Stella moesten acteurs het niet meer wagen hun hand op hun voorhoofd te leggen of pijnlijk te zuchten om te laten zien dat ze wanhopig waren, en meer van dat gezeik.’

Brando met het legendarische witte T-shirt, en de jeansbroek die zo vaak gewassen was dat zijn genitaliën zich erin aftekenden als ‘een veelbelovend zakje lekkers’.Beeld Getty Images

Een smakelijk stuk stinkende kaas

Midden in het college dat ze die dag op de New School gaf, werd Stella plotseling Marlon gewaar. Al haar andere studenten waren onberispelijk gekleed, de jonge mannen in pak met das. Hij was komen aanzetten met zijn rode hoed op, in een vuil wit T-shirt en een versleten spijkerbroek die twee maten te klein was, zodat zijn geslachtsdelen er duidelijk in afgetekend stonden. Bovendien had hij een stoppelbaard van drie dagen. ‘Meneer de vagebond,’ zei ze. ‘Wilt u even gaan staan. Hoe heet u?’

‘Marlon Brando!’ zei hij op een toon alsof hij haar wilde uitdagen.

‘Als ik hoor dat ze ergens iemand zoeken voor de rol van zwerver, zal ik u aanbevelen.’

Hoewel ze bij hun eerste ontmoeting een lage dunk van hem kreeg vanwege zijn onverzorgde uiterlijk, werd ze al heel snel een verrukte fan van hem. Een van zijn medestudenten, Gene Saks, zei ooit: ‘Stella was als gehypnotiseerd door Brando en hij was ook door haar gefascineerd. Het was een en al wederzijdse bewondering tussen die twee.’

Nadat Brando iets had voorgelezen, zei ze tegen haar man, Harold Clurman, dat Marlon de beste jonge acteur van het Amerikaanse toneel zou worden, veel beter dan John Garfield. Aangezien Marlon zijn tekst gemompeld had, is het niet helemaal duidelijk waarom ze zoveel in hem zag.

Jaren later bracht ze die gebeurtenis in herinnering. ‘De eerste dag dat ik Marlon zag, wist ik al dat hij een natuurtalent was. Hij was totaal ongeschoold, had geen enkele ervaring, een echte vagebond die van de Amerikaanse prairie was komen aanwaaien, maar hij had zo’n grote aantrekkingskracht dat ik fysiek opgewonden werd in zijn bijzijn.’ En ze had nog meer te zeggen. ‘In die tijd zag Marlon eruit alsof hij je elk moment kon bespringen als een wild beest en je wist ook dat je hem niet zou kunnen weerstaan. Ik voorspelde dat de vrouwen in zwijm zouden vallen als hij op het toneel verscheen. Ik was een van de eersten die zagen dat hij het in zich had om een mannelijk sekssymbool te worden.’

Later vertrouwde Marlon Frances toe: ‘Ik heb mijn mammie gevonden. Stella zal me alles geven wat ik nodig heb.’

Algauw, en tot grote ergernis van Stella’s man, kwam Marlon elke avond bij Adler op bezoek. Stella had Marlon schijnbaar voor het eerst mee naar huis genomen om kennis te maken met haar aantrekkelijke tienerdochter Ellen, maar de aandacht van Marlon ging bijna helemaal uit naar de moeder, hoewel hij later wel met Ellen uitging en waarschijnlijk ook met haar een affaire had.

Een van de toekomstige oprichters van de Actors’ Studio, Robert Lewis, wist zich nog een avond te herinneren waarop hij bij Stella een script ging afgeven. Marlon en zijn docente waren alleen in haar appartement. ‘Hij was bloot op een boxershort na. Hij zat aan Stella’s voeten zonder veel te zeggen, maar hij zat wel intens naar haar te staren. Zij lag in haar nachtjapon languit op de sofa een sigaret te roken. Ik nam aan dat ze net daarvoor seks gehad hadden. Ik weet niet waar haar dochter of haar man toen waren.’

Toen ze Lewis zag, bekeek Stella hem aandachtig. ‘Marlon en ik zitten te studeren,’ zei ze. ‘Vanavond speel ik een smakelijk stuk stinkende kaas en hij een heel hongerige rat.’

‘Mijn puppy’

Op een andere avond zat Stella samen met Marlon en twee andere studenten in een cafetaria. Die twee anderen waren Lewis en zijn kameraad, de acteur Burgess Meredith.

Meredith herinnerde zich dat Marlon geen woord zei, maar elke beweging van Stella nauwlettend volgde. Toen zijn gestaar uiteindelijk op haar zenuwen begon te werken zei ze: ‘Waar ben je mee bezig? Wil je misschien een mannelijke Stella Adler-imitator worden en daarmee de ronde van de clubs doen?’

‘Ik hou van de manier waarop jij een sigaret rookt,’ zei Marlon tegen zijn mentor. ‘Je gaat zo helemaal op in het gesprek en tikt zo hard op je sigaretten dat de as gewoon op tafel valt. Jij rookt geen sigaretten, jij valt ze aan!’

Meredith was lichtelijk verbaasd dat Stella Brando ‘mijn puppy’ noemde. ‘Nou, hij had wel iets van een trouwe hond als hij bij haar in de buurt was,’ zei Meredith. ‘Ik dacht dat het niet meer voorstelde dan de onschuldige kalverliefde van een tienerjongen.’

‘Puppy,’ zei ze tegen Marlon toen hij haar aan bleef staren, ‘probeer je soms te horen of ik tanden krijg?’

Om de betovering van zijn gestaar te breken, begon ze terug te staren. Waar Lewis en Meredith bij waren, vroeg ze: ‘Wat vinden jullie van Marlons gezicht?’ Ze verwachtte geen antwoord. ‘Als hij glimlacht, laat hij al die mooie glanzende witte tanden zien. Marlons gezicht ziet eruit alsof hij niets te verliezen heeft.’

Theresa Helburn werkte als producer voor de Theatre Guild en was bevriend met Stella. Ze beweerde dat Stella zelf tot in de kleinste details uit de doeken had gedaan hoe Marlon haar veroverd had.

Op een avond waren zowel Harold Clurman als Stella’s dochter Ellen blijkbaar uitgegaan, zonder de deur van het appartement op slot te doen. Toen Marlon die avond zoals gewoonlijk op bezoek kwam, werd er niet opengedaan. Hij had aan de klink gevoeld en gemerkt dat de deur niet op slot was. Zonder nogmaals te kloppen was hij het schemerige appartement binnengegaan. Uit de slaapkamer van Stella kwam licht. Hij liep erop af en toen hij de deur openduwde, zag hij Stella bij het bed staan, met niets anders aan dan ‘haar slipje – geen beha’. Volgens Theresa was Stella ‘veel te geraffineerd om te gaan gillen en haar borsten te bedekken. Ze zei alleen maar tegen Brando: ‘Ik wist dat dit zou gebeuren.’’ Langzaam, aldus Theresa, begon Marlon zijn T-shirt en spijkerbroek uit te trekken totdat zijn gespierde jonge lijf helemaal bloot was. ‘Twee acteurs samen in hun blootje, daar is niks mis mee,’ zou Marlon gezegd hebben. ‘Het maakt deel uit van mijn opleiding. Wij zullen het allebei nog meemaken dat bloot in het theater geaccepteerd zal worden, en dat weet jij net zo goed als ik.’

Toen Stella niets zei, maar als gehypnotiseerd was door zijn blote lichaam, vervolgde hij: ‘Acteurs zullen naakt op het toneel verschijnen, ze zullen zelfs vrijen op het toneel. En ik zal het nog meemaken dat ik voor de ogen van de camera met een vrouw vrij – tenminste als ik er ooit in toestem een film te maken. Ik moet leren hoe ik op het toneel het liefdesspel moet uitbeelden, want ik weet dat dat anders is dan in het echt. Jij bent mijn lerares. Het is jouw plicht mij te laten zien hoe het moet.’

Stella vertrouwde Theresa later toe dat dat het origineelste verleidingsverhaaltje was dat ze ooit had gehoord.

‘Ik heb het gevoel dat je toch zult pakken wat je wilt,’ zei Stella tegen Marlon, ‘en dat ik in de hele zaak niks te zeggen heb.’

‘Nee!’ protesteerde hij. ‘In deze scène neemt de docente wat ze wil. Ik zit niet achter jou aan, maar jij achter mij. Waarom heb je verdomme het script niet gelezen?’

‘Welk script?’ vroeg ze. ‘Er is geen script.’

‘De juf heeft haar les niet voorbereid,’ zei hij spottend.

‘Hou op!’ schreeuwde ze tegen hem. ‘Je maakt me stapelgek. En hoe moet het dan met Harold en mijn dochter? Ik wil dit niet.’

‘Waarom heb je dan al vijf stappen in mijn richting gedaan?’

‘Ik heb geen stap verzet en dat weet je best,’ zei ze.

‘Geen gelul!’ zei hij op ruwe, bevelende toon. ‘We hebben niet veel tijd. Harold en Ellen kunnen onverwacht terugkomen.’

Ze liep op hem toe en bleef een moment onhandig voor hem staan voor ze haar slipje op de grond liet vallen. Met een lage sexy stem zei hij tegen haar: ‘Als je doet alsof ik je verkracht, zul je je minder schuldig voelen.’

De vete

Stella Adler en Lee Strasberg mochten dan wel collega’s zijn, ze waren ook geduchte concurrenten en hadden grondige meningsver

schillen over hun visie op acteren. De precieze details zullen wellicht nooit bekend worden omdat er te veel tegenstrijdige versies de ronde doen, maar het staat vast dat de vete tussen hen op een gewelddadige uitbarsting uitdraaide toen Stella op een middag in de hal van de New School haar tegenstander tegen het lijf liep.

Ze was niet bepaald iemand die confrontaties uit de weg ging en begon hem verbaal aan te vallen. Toen hij een beledigende opmerking maakte, gaf ze hem een klap in zijn gezicht. In plaats van dat als een heer te ondergaan, werd Strasberg razend en gaf haar een trap tegen haar scheenbeen, waardoor ze onderuit ging. Op dat moment dook Marlon op in de hal en snelde Stella te hulp. Hij gaf Strasberg een stomp in zijn gezicht en sloeg hem een bloedneus. Toen de tweeënveertig jaar oude docent op de grond lag, schopte Marlon hem keer op keer in zijn kruis totdat twee andere studenten hem wegtrokken. Een van die acteurs beweerde dat Marlon dreigde Strasberg om te brengen als hij ooit nog een vinger naar Stella uitstak.

Het geweld van die middag zou tot gevolg hebben dat Marlon Strasberg zijn leven lang is blijven haten. In zijn autobiografie nam hij revanche: ‘Toen ik een beetje succes had, probeerde Lee Strasberg de eer op te eisen en zei hij dat hij mij had leren acteren. Hij heeft me nooit iets geleerd. Hij zou de eer voor het bestaan van de zon en de maan opeisen als hij dacht dat hij ’m dat kon flikken.’

Marlon maakte het hoofd van de Actors’ Studio uit voor ‘een ambitieuze, egoïstische man, die de mensen van de Actors’ Studio uitbuitte’ en noemde hem ‘iemand zonder smaak en zonder talent’.

Het conflict bereikte een hoogtepunt na de dood van Marilyn Monroe. In haar testament gaf ze Strasberg volledige zeggenschap over haar nalatenschap, die na verloop van tijd miljoenen dollars aan auteursrechten zou opbrengen. Strasberg moest van haar het grootste deel verdelen ‘onder mijn vrienden, collega’s en degenen die mij lief zijn’.

Marlon was woest toen hij in oktober 1999 vernam dat Christie’s het grootste deel van Marilyns persoonlijke bezittingen had geveild. In Strasbergs testament, dat in 1982 werd voorgelezen, liet hij Marilyns bezittingen na aan zijn vrouw Anna, die de filmster nooit persoonlijk had ontmoet. De veiling bij Christie’s bracht 12,3 miljoen dollar op. Die ‘hebzucht’ van Strasberg maakte Marlon, die zijn hele leven lang zijn oude tegenstander had gehekeld, razend van woede.

Hij was dan ook bijzonder opgetogen toen Strasberg in 1974 de Oscar voor beste acteur in een bijrol in ‘The Godfather, Part II’ niet won en zijn eigen protégé, Robert De Niro, die prijs in de wacht sleepte.

Uit: ‘Marlon Brando met de billen bloot’, Darwin Porter, uitg. Houtekiet 2006.

Bekijk hier de trailer van ‘Listen to Me Marlon’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234