null Beeld Netflix
Beeld Netflix

humo sprak met

De FBI-agent die met Jeffrey Dahmer sprak: ‘Ik voelde veel respect voor hem’

‘Monster: The Jeffrey Dahmer Story’, de reeks over de gelijknamige seriemoordenaar, breekt momenteel alle records op Netflix. True crime is populairder dan ooit, maar voor Robert K. Ressler was het gewoon zijn beroep. Hij werkte zeventien jaar als Special Agent en instructeur bij de Behavioral Science Unit, de Afdeling Gedragswetenschappen van de FBI-academie in Quantico. Zijn specialisme werd criminal profiling: het analyseren van zware geweldsmisdrijven en het opstellen van een profiel van de mogelijke dader aan de hand van politierapporten en aanwijzingen op de plaats van het misdrijf. Om die techniek te verfijnen startte hij halverwege de jaren zeventig met het Criminal Personality Research Project, een groots opgezet onderzoek naar het gedrag van zware criminelen.

Marc Van Springel

Lees hier een deel uit ‘De jacht op de seriemoordenaar’, het boek dat Ressler samen met Tom Shachtman schreef: ‘Wie monsters bestrijdt, moet ervoor waken al doende zelf geen monster te worden’

(Verschenen in Humo op 9 december 1993)

Robert K. Ressler fronst de wenkbrauwen: ‘Jij komt uit België, hé? Ken je Jef Geeraerts? Hij is een paar jaar geleden bij mij in Quantico geweest toen hij research deed voor een thriller. Ik heb hem wat informatie over een paar klassieke moordzaken meegegeven. De FBI-agent in zijn boek ‘Double face’ heet bij wijze van groet trouwens Kessler, of iets van die aard (lacht)!

Geeraerts was niet de eerste misdaadauteur die bij Robert K.Ressler op de koffie kwam. In de jaren tachtig had hij twee keer bezoek gekregen van Thomas Harris, die Resslers informatie verwerkte in twee succesvolle thrillers, ‘Red dragon’ en Silence of the lambs’. ‘Ik stelde Harris voor aan de vrouwelijke agente die bij ons op de Behavioral Science Unit werkte en verstrekte hem gegevens over Ed Gein, een beruchte seriemoordenaar uit de jaren vijftig die de huid van zijn slachtoffers gebruikte om zittingen van stoelen te repareren en afgesneden hoofden in de koelkast bewaarde. Bij zijn arrestatie stond een stoofpotje van menselijke resten op zijn gasfornuis te pruttelen. Ik vertelde hem verder dat ik in het kader van een onderzoek seriemoordenaars in hun cel interviewde om een beter inzicht te krijgen in de geest van zulke criminelen. Om diezelfde reden werkte het FBI ook samen met psychiaters en andere adviseurs uit de geestelijke gezondheidszorg.’ Toen hij drie jaar geleden met pensioen ging was Ressler binnen het FBI één van de absolute experts op het gebied van zware geweldsmisdrijven, meer in het bijzonder seriemoord, en ook vandaag wordt hij nog overal ter wereld gevraagd voor lezingen, trainingen en adviezen in moordzaken. Ressler, een opmerkelijk kwieke vijftiger, beantwoordt vol-komen aan het beeld dat men van een ex-FBI-agent verwacht: losjes, maar net gekleed, perfect geknipte snor; een ontspannen praatvaar die over zijn vaak beklemmende ontmoetingen met seriemoordenaars vertelt op de toon waarmee men doorgaans smakelijke anekdotes uit zijn legertijd ophaalt.

LEES OOK:

Special Agent Robert K. Ressler sprak met meer dan honderd seriemoordenaars: ‘Wie monsters bestrijdt, moet er voor waken al doende zelf geen monster te worden’

HUMO U heeft uw hele leven bij de politie gewerkt en zit nu nog tot aan uw nek in de bestrijding van de misdaad. Is politiewerk een roeping?

ROBERT RESSLER «Misschien wel. Politiewerk heeft me altijd gefascineerd. Als kind al droomde ik ervan bij de politie te werken. Toen ik een jaar of acht was richtte ik met een paar vriendjes een detective-bureau op. Een garage fungeerde als ons kantoor. We verkleedden ons in lange jassen en hoeden als FBI-agenten en schaduwden verdachte personen, meestal onschuldige buurtbewoners die van hun werk kwamen (lacht). We volgden hen op hun weg van de bushalte naar huis, en legden er uitgebreide dossiers over aan. Toen ik later voor de Criminal Investigation Division, de recherche-afdeling van het leger, en nog later voor het FBI ging werken had ik het gevoel dat ik het spelletje uit mijn jeugdjaren gewoon voortzette, alsof ik nooit was opgegroeid. Ik heb mijn job nooit echt als werk beschouwd.

»Ik ben in de eerste plaats bij de politie gaan werken omdat het me spannend en boeiend leek. Ik wilde mijn hele leven niet aan een bureau slijten. Ik was op zoek naar iets avontuurlijkers.»

HUMO Daarvoor zat u in ieder geval goed op de Behavioural Science Unit van de FBI-academie in Quantico. Hoe bent u daar eigenlijk terechtgekomen?

RESSLER «De academie heeft me in ‘74 zelf gecontacteerd. Ik werkte toen al een paar jaar bij het FBI. Het opleidings- en onderzoekscentrum in Quantico bestond nog niet lang en de FBI-hiërarchie was in die tijd druk op zoek naar geschikte lesgevers en begeleiders. Ik bezat een graad in de criminologie en in het leger had ik jarenlang aan het hoofd gestaan van een grote politie-eenheid. Op basis daarvan werd ik gevraagd.

»De meeste agenten blijven maar een jaar of twee, drie aan de academie, maar het werk interesseerde me zo zeer dat ik er tot het eind van mijn loopbaan ben gebleven.»

HUMO Was u zich ten volle bewust van de risico’s toen u seriemoordenaars in hun cel begon te interviewen?

RESSLER «Nee. Ik was nog niet vaak in gevangenissen geweest. Als officier van de militaire politie had ik af en toe een inspectieronde langs de gevangenissen gedaan, maar dat was heel ander werk. De gevangenen stonden telkens netjes in de houding, de bewaking had de toestand volledig onder controle. En voor ik naar Quantico kwam had ik als FBI-agent wel eens gedetineerden in de gevangenis ondervraagd, meestal kleine criminelen die ik in een aparte kamer en in het bijzijn van een gewapende bewaker te spreken kreeg. Ik liep niet het minste gevaar. kader van mijn onderzoek afnam, waren heel andere koek. Ze voerden me letterlijk naar het hart van de gevangenis. Sommige van de misdadigers die we spraken waren zo gevaarlijk dat ze in een aparte gevangenis in de gevangenis zaten opgesloten. Veel gesprekken vonden in death row plaats, de afdeling waar de ter dood veroordeelden zitten. Het is het verschrikkelijk-ste gedeelte van de gevangenis: een akelige gang met aan weerszijden cellen die recht op de executiekamer uitloopt. Je bent er nooit honderd procent veilig.

»In sommige gevangenissen mag je de gevaarlijke zones pas binnen wanneer je een document ondertekent waarin staat dat er in geval van gijzeling niet over je leven wordt onderhandeld. Ik heb dat document meer dan één keer moeten tekenen. Een bijkomend risico is dat de gedetineerden dat natuurlijk óók weten. Niet goed voor de zen-wen (lacht). Je weet bovendien dat je niet met de eerste de beste criminelen te maken hebt, maar met moordlustige sadisten en seksuele moordenaars. Als ze je te pakken krijgen, zullen ze je zonder twijfel folteren, seksueel misbruiken en vermoorden. Iemand die in death row zit heeft niks te verliezen en de moord op een FBI-agent zal zijn prestige bij de andere gevangenen aanzienlijk verhogen. Ik zou me in zo’n geval niet kunnen verdedigen: zelfs een FBI-agent komt een gevangenis niet binnen met een revolver op zak. Die moest ik aan de ingang afgeven.»

HUMO En toch was u niet te houden.

RESSLER «Mijn nieuwsgierigheid is steeds groter dan mijn angst. Telkens wanneer ik een gevangenis binnenga maak ik mezelf wijs dat het de allerlaatste keer is. Maar ik blijf gaan. Volgende week is het trouwens weer zover: een zaak in Texas waar ik als expert bij betrokken ben.

»Ik ken geen naargeestiger omgeving dan een gevangenis. Binnen heerst er een verschrikkelijk kabaal: een vreselijk geroep, geschreeuw en gescheld. Je waant je in één van de kringen van de hel. Ik moest ooit naar Jackson Prison in Michigan, samen met een nieuwe medewerker op onze afdeling. We passeerden verschillende veiligheidsposten en drongen zoals gewoonlijk almaar dieper in de gevangenis. Op een gegeven moment liepen we door een cel-blok, een brede galerij met aan beide zijden vier, vijf verdiepingen cellen. De gedetineerden schreeuwden naar ons (met treiterig stemmetje): ‘Hey, FBI! Hey! Kom eens naar boven!’ We waren amper een kwartier binnen en iedereen in de gevangenis wist kennelijk al dat er twee agenten van het FBI in het gebouw zaten. Een weinig geruststellende gedachte. Ze riepen bovendien zeer lelijke dingen naar ons. Mijn collega, die zoiets voor de eerste keer meemaakte, sloeg haast groen uit van schrik. Ze mogen dan nog achter slot en grendel zitten, je voelt je allerminst op je gemak.

»Als we door een celblok kwamen, liepen we altijd precies in het midden van de gang. Ze schreeuwen namelijk niet alleen naar je, ze gooien met alles wat ze te pakken kunnen krijgen: stront, pis...»

HUMO Als je beroepshalve regelmatig oog in oog zit met een seriemoordenaar loop je niet alleen lichamelijk gevaar: je zet ook je geestelijke gezondheid op het spel.

RESSLER «Die kans is reëel. Je zit urenlang te praten met de meest kwaadaardige lieden over de vreselijkste fantasieën en activiteiten. De psychologische druk is enorm. Veel medewerkers op onze afdeling kregen maagzweren of zenuwcrisissen. Anderen verloren in nauwelijks een half jaar twintig kilo aan gewicht. Dokters konden geen lichamelijke oorzaak vinden: het was puur van de stress. Ik heb vreemd genoeg nooit last gehad van dat soort ongemakken. Ik weet niet waarom. Misschien ben ik zèlf wel krankzinnig (lacht)

HUMO Werden de agenten die op de BSU kwamen werken dan vooraf niet psychologisch getest? Niet iedereen is mentaal sterk genoeg voor zulk werk.

RESSLER «Om op de BSU te kunnen werken moest je al een paar jaar in dienst van het FBI zijn. Men nam aan dat agenten met enige ervaring het werk aankonden, maar blijkbaar was dat niet zo. Veel mensen vroegen na een tijdje hun overplaatsing naar een andere dienst.»

HUMO Ik kan me voorstellen dat je tijdens een gesprek met een seriemoordenaar met gevoelens van woede en afschuw worstelt.

RESSLER «Die gevoelens moet je inderdaad onderdrukken, zeker wanneer je tegenover iemand zit die zijn slachtoffers op beestachtige wijze heeft vermoord. In zo’n geval liet ik mijn psychologische bagage aan de ingang van de gevangenis ach-ter. Ik ging naar binnen met een lege geest, geheel vrij van vooroordelen of negatieve emoties. Ik probeerde de moordenaar te accepteren zoals ik nu jou accepteer. Enerzijds wist ik alles over zijn daden, maar anderzijds moest ik die informatie opzij schuiven om tot een goed gesprek te komen. Je moet je verstand van je emoties loskoppelen.

»Simpel is dat niet. Het gebeurde vaak dat één van onze medewerkers zich zo vijandig opstelde dat het interview op ge-bekvecht uitdraaide. Het is niet de bedoeling om met de moordenaars in discussie te gaan over hun daden. Ik heb ooit een bandopname gehoord van een interview met een pedofiel die een tiental jongetjes had verkracht en vermoord. Eén van onze standaardvragen luidde ‘Stel dat u niet in de gevangenis zat, welk beroep had u dan graag uitgeoefend?’ De moordenaar antwoordde: ‘Ik heb altijd astronaut willen worden.’ Waarop één van de interviewende agenten hem toebeet: ‘Ja, en je zou dolgraag een jongetje in je ruimtecapsule meenemen, zeker!’ Die agent had twee kleine kinderen en slaagde er niet in zijn gevoelens van afschuw te onderdrukken. Het gesprek draaide natuurlijk op niks uit.

»Het omgekeerde komt ook voor. Niet álle seriemoordenaars zijn kwaadaardige, onmenselijke monsters. Er zitten heel aardige kerels tussen. Sommige zijn zo vriendelijk en charmant dat je amper kunt geloven dat ze de afschuwelijkste misdaden hebben gepleegd. Het is me vaak genoeg overkomen dat ik buitenkwam en dacht: ‘God, het kan toch niet dat zo’n sympathieke kerel voor de rest van zijn leven opgesloten zit?’ Daarom mag je niet vergeten bij het verlaten van de gevangenis je psychologische bagage weer op te pikken. Je moet het juiste perspectief behouden.»

HUMO Veel seriemoordenaars zijn uiterst geslepen wezens die er ten tijde van hun misdaden perfect in slaagden hun slachtoffers om te praten en te manipuleren. Probeerden ze u op dezelfde manier om de tuin te leiden?

RESSLER «Natuurlijk, maar omdat ik altijd zeer goed wist wat voor persoon ik voor me had, waren ze bij mij aan het verkeerde adres. Bundy gedroeg zich zoals verwacht charmant en vleierig. Hij probeerde het gesprek naar zijn hand te zetten en de situatie te controleren zoals hij dat ook tijdens zijn misdaden had gedaan.

»Medewerkers met minder ervaring liepen soms wel in de val. In één extreem geval raakte een beginneling zo sterk in de ban van de persoonlijkheid van een moordenaar dat hij hem geheime informatie uit het FBI-dossier toeschoof. De moordenaar wilde met die nieuwe gegevens hoger beroep aantekenen tegen zijn doodsvonnis. Toen hij uiteindelijk werd terechtgesteld kreeg de betrokken agent bijna een depressie. Het leek alsof hij zijn beste vriend of een dierbaar familielid had verloren.»

HUMO U steekt uw sympathie voor sommige van de moordenaars met wie u sprak niet on-er stoelen of banken. Bent u nooit bevriend geraakt met één van hen?

RESSLER «Het scheelde alvast niet veel. Met sommige seriemoordenaars heb ik verscheidene keren urenlang gepraat. Het gebeurde dat we naderhand contact hielden met mekaar: ze stuurden me kerstkaarten en brieven. Er ontwikkelde zich een vriendschappelijke band, wat niet meteen wil zeggen dat ik hen als vrienden beschouwde. Omgekeerd was het wellicht wèl zo, maar dat vond ik niet erg. Ik kreeg de informatie die ik nodig had, en zij trokken zich op aan het feit dat iemand uit de buitenwereld enige waardering voor hen opbracht.»

HUMO Kán men wel waardering opbrengen voor iemand die twintig of dertig mensen heeft vermoord?

RESSLER «Ik voelde veel respect, als je het zo kan noemen, voor iemand als Jeffrey Dahmer (moordenaar van zeventien jongens in Milwaukee, mvs). Dahmer was zeer openhartig: hij gaf al zijn misdrijven toe en was oprecht behulpzaam. Hij wilde tijdens de diepgaande gesprekken die ik met hem voerde misschien nog veel meer dan ik een inzicht krijgen in zijn complexe geest en uitvinden waarom hij die afschuwelijke misdaden had gepleegd. Het was volgens hem het enige dat hij voor de samenleving kon terugdoen. Toen hij nog op vrije voeten was besefte Dahmer niet wat hij deed. Zijn gedrag leek hem volstrekt normaal. In de gevangenis, waar hij gedwongen werd zijn leven kritisch te bekijken, zag hij pas in welk een monster hij was geweest. Hij besefte dat hij fouten had begaan en dat hij ervoor moest boeten.

»Bundy was het volkomen tegendeel: hij bleef tot aan zijn executie liegen en bedriegen. Ook John Gacy blijft hardnekkig zijn daden ontkennen. Gacy heb ik in de loop der jaren het vaakst gesproken en elke keer vertelde hij me een ander verhaal. Hij vergeet blijkbaar telkens wat hij me bij de vorige ontmoeting heeft wijsgemaakt (lacht). Hij zit wegens de moord op drieëndertig jongens al dertien jaar in death row en wordt volgend jaar terechtgesteld. Hij heeft me trouwens uitgenodigd op zijn executie. Hij zei dat hij mijn aanwezigheid sterk op prijs zou stellen.»

HUMO En? Zult u er zijn?

RESSLER «Ik heb geweigerd. Als ik zijn executie zou bijwonen, vertelde ik Gacy, zou dat betekenen dat ik geen haar beter ben dan hij. Welke mijn gevoelens ten opzichte van een moordenaar ook mogen zijn, ik wil voor geen geld van de wereld een mens zien terechtstellen.»

HUMO U liet ze hun misdaden tot in de kleinste details vertellen. Welke gevoelens riep dat bij hen op?

RESSLER «Ze genoten ervan hun moorden opnieuw te beleven in hun herinnering. Wij vinden hun daden afschuwelijk, voor die seriemoordenaars is het in veel gevallen een belangrijk deel van hun leven. Ze kijken er met veel plezier op terug. Ik herinner me kerels die opgewonden raakten wanneer ze over hun moorden vertelden. Er verscheen op die momenten een vreemde glans in hun ogen. En wij gingen mee in hun opwinding. Wanneer we achteraf de opnamen van het interview beluisterden vroegen we ons dikwijls af wie er nu precies krankzinnig was (lacht)

HUMO Hoe bedoelt u?

RESSLER «Als iemand zei: ‘En toen hakte ik haar hoofd af en vervolgens in lachen uitbarstte, lachten wij gewoon mee. Wan-neer je op dat ogenblik een kreet van afschuw slaakt, breek je de stemming van het gesprek en klapt de moordenaar dicht. Je moet een beetje kunnen acteren.»

HUMO Heeft u ooit een seriemoordenaar ontmoet die spijt betoonde over zijn daden?

RESSLER «Dahmer vond het genant dat de hele wereld wist wat hij in zijn appartement had uitgestoken, maar geen enkele van de moordenaars die ik sprak had gevoelens van wroeging of spijt.»

HUMO U kreeg het even moeilijk toen u met Kemper in de cel zat en de bewaker niet opdaagde. Wat heeft u uit dat incident geleerd?

RESSLER «Ten eerste dat je je nooit in je eentje met een seriemoordenaar mag gaan praten: dat is levensgevaarlijk. Kemper speelde op dat moment een spelletje, maar ik stond in die cel doodsangsten uit, omdat ik dat niet zeker wist. Je kan hen nooit vertrouwen. Ik ben blij dat ik het kan navertellen. Het grappige is: de instructeurs in Quantico vertellen het voorval met Kemper dikwijls in hun lessen, maar in mijn versie zijn zij het die in de cel met Kemper opgesloten zaten (lacht).»

HUMO U heeft drie keer met Charles Manson gesproken. Volgens het beeld dat in de media van hem werd afgeschilderd was Manson knettergek. U kreeg een heel andere indruk.

RESSLER «Er is in de loop der jaren een hoop nonsens over Manson geschreven. De mythe-vorming rond zijn persoon was buiten elke proportie: het verhaal ging dat hij met zijn blik klokken deed stoppen, of dat hij leven blies in dode vogels. Het waren pure verzinsels, maar Manson maakte handig gebruik van die mystiek om zijn volgelingen onder de duim te houden.

»Manson was uiterst geslepen. Hij orchestreerde de moorden -daarom beschouw ik hem ook als een seriemoordenaar- maar was slim genoeg om er zelf niet aan deel te nemen. Tex Watson, Mansons rechterhand, vertelde hoe Manson hen de avond van de moorden naar de Tate-La Bianca villa vergezelde. Op de plaats van de misdaad gaf hij zijn kompanen volop aanwijzingen: bind deze kerel vast, klad hier een paar slogans op de muur, sla daar nog wat aan diggelen. Op een bepaald ogenblik zei hij: ‘Okay, maak ze maar allemaal af. Ik ben er vandoor.’ Toen Watson om. uitleg vroeg zei Manson dat hij onmogelijk kon deelnemen aan de moorden, omdat hij op borgtocht vrij was. Zijn argumenten sloegen nergens op, maar hij had de leden van the family zo stevig in zijn greep dat ze zijn uitleg aanvaardden.»

HUMO Eén van de conclusies van uw onderzoek is dat het Dr. Jeckhyll en Mr. Hyde-syndroom niet bestaat. Een volkomen nor-male, geestelijk gezonde mens verandert niet van de ene op de andere dag in een brutale moordmachine.

RESSLER «Uit ons onderzoek konden we afleiden dat het anti-sociale gedrag en de agressie die iemand tot seriemoord drijven in zijn jeugdjaren ontstaan. Alle seriemoordenaars die we hebben ondervraagd kwamen uit slecht functionerende gezinnen: ze werden in hun kinderjaren emotioneel en/of lichamelijk mishandeld. Vaak kregen ze geen liefde van hun moeder en keek hun vader niet naar hen om. Ze ontwikkelen een persoonlijkheidsstoornis en slagen er niet in relaties met het andere ge-slacht aan te knopen. Hun seksuele fantasieën begonnen af te wijken af van het normale patroon. Die dwangmatige fantasieën zullen ze vroeg of laat in werkelijkheid willen beleven. Het begint vaak met kleine criminele handelingen: op jonge leeftijd doden ze huisdieren, ze stichten brandjes, verrichten inbraken en seksuele aanrandingen. Hun bizarre gedrag escaleert.

»Dat is ruw geschetst het proces dat tot seriemoord leidt of beter: kán leiden. We pretenderen niet dat we de exacte formule kennen. Seriemoord is het resultaat van een complex samenspel van elementen, waarvan we er met het Criminal Personality Project een aantal hebben kunnen achterhalen. We zitten echter nog met veel vragen. De meeste seriemoordenaars zijn blanke mannen van vijfentwintig tot vijfendertig jaar. Waarom dat zo is? We hebben er geen verklaring voor.»

HUMO Kan een jongen die anti-sociaal en agressief gedrag vertoont nog op het rechte pad geholpen worden of stevent hij onafwendbaar op seriemoord af?

RESSLER «Wanneer hun omgeving ingrijpt of een kinderpsychiater zich tijdig over die jongens ontfermt kunnen ze zeker geholpen worden. Maar meestal gebeurt het echter niet. De seriemoordenaars die we interviewden worstelden in hun jeugd allemaal met ernstige problemen, maar ze werden door hun omgeving aan hun lot overgelaten. Monte Risell vertelde me dat hij duidelijk een probleemkind was maar dat niemand zich om hem bekommerde. Het resultaat was dat hij zich helemaal terugtrok in zijn fantasieën. Hij droomde ervan zijn school op te blazen. Een paar jaar later vermoordde hij acht mensen.

»Omdat niemand naar hen omkijkt sukkelen die jongens in een diep isolement. Hoe meer ze vervreemden van hun familie en hoe moeilijker ze erin slagen sociale contacten te leggen, hoe sterker hun fantasieën worden. Elke gezonde jongen heeft in zijn puberteit seksuele fantasieën, maar de bizarre fantasieën van deze kinderen draaien rond dood, geweld, wraak, moord en verkrachting. Vroeg of laat zetten ze die fantasie in werkelijkheid om. Na de eerste moord hebben ze de smaak te pakken en is er geen houden meer aan. De seksuele fantasie is als het ware de blauwdruk van hun leven geworden.»

HUMO Valt het hen moeilijk de cruciale stap van de fantasie naar de werkelijkheid te zetten?

RESSLER «De stap is enorm groot. Vlak voor zijn executie had Bundy het daarover in een interview met een psychiater. Hij zei dat hij jarenlang bang was zijn fantasieën uit te voeren. Bundy fantaseerde namelijk dat hij meisjes aan zich onderwierp en hen op de meest perverse manieren seksueel mishandelde. Hij besefte dat hij zijn slachtoffers nadien moest vermoorden. Hij wist goed dat hij gevangenisstraf riskeerde en aarzelde daarom zeer lang zijn fantasieën uit te voeren. Toen zich tenslotte de gelegenheid voordeed kon hij zich echter niet bedwingen. Hij ontvoerde en vermoordde een jonge vrouw. De weken die op de moord volgden waren een hel, bekende Bundy. Hij werd totaal paranoïde. Telkens wanneer er op de deur werd geklopt dacht hij dat de politie daar stond. Maar de politie kwam niet en Bundy’s angst maakte plaats voor fascinatie. Hij sloeg aan het denken: ‘Ze hebben me niet gepakt, wel, volgende keer zal ik het hen nog moeilijker maken. Ik zal nog beter uit mijn doppen kijken want bij de eerste moord ben ik een tikkeltje onvoorzichtig te werk gegaan.’ De moordenaar denkt meteen aan het volgende slachtoffer. Het hek is van de dam.

»Tussen de eerste en de tweede moord kan veel tijd zitten, zelfs enkele jaren. Na de tweede of derde moord zullen de mis-drijven elkaar in een steeds sneller tempo opvolgen. Dahmer wachtte vijf jaar voor hij een tweede moord pleegde. Op het laatst moordde hij zo snel na mekaar dat hij soms met twee lijken in zijn appartement zat. Moorden werd een routine en uiteindelijk een last. Dahmer vertelde me dat het een heel karwei was om zich van een lijk te ontdoen: in het begin sneed hij ze met een kettingzaag aan stukken, propte de menselijke resten in vuilniszakken en zette die gewoon tussen het andere huisvuil voor de deur. De gemeentediensten haalden de macabere vracht ‘s anderendaags wel op. Toen hij besefte hoe gevaarlijk dat was, ging Dahmer voorzichtiger te werk: hij weekte het vlees met een bijtend zuur van het bot, en hakte het in kleine stukjes, die hij één voor één door het toilet spoelde. Op het einde gebeurde het dat Dahmer met het wegwerken van één lichaam bezig was, terwijl een tweede lijk in de badkuip lag, verpakt in ijs, opdat het langer zou bewaren. Dahmer begon er werkelijk tegenop te zien: ‘Oh boy! Het is vrijdagavond en ik moet nog drie lijken wegwerken. Mijn hele weekend verknald!’ Op dat moment werden zijn fantasieën een probleem. Dat kan tot een zekere nonchalance leiden. De moordenaar maakt er zich makkelijker vanaf, hij maakt fouten die in veel gevallen tot hun aanhouding leiden.»

HUMO Moorden wordt een last: waarom stoppen ze er dan niet mee?

RESSLER «Kemper zei me dat de fantasie altijd opwindender was dan de werkelijkheid. Ze moeten wel doorgaan. Ze hopen dat ze de fantasie kunnen overtreffen. De moorden worden overigens in de seksuele fantasie opgenomen. Het is een perfide wisselwerking.»

HUMO John Joubert vroeg u foto’s van zijn slachtoffers om zijn fantasieën te stimuleren. Hij zat toen al tien jaar in de gevangenis. Raken ze die moorddadige fantasieën nooit kwijt?

RESSLER «Wanneer ze psychiatrische hulp zouden krijgen misschien wel, maar dat gebeurt niet. Seriemoordenaars als Kemper, Gacy en Dahmer zitten voor de rest van hun leven achter de tralies en krijgen daarom in de gevangenis geen psychiatrische behandeling. Men stopt hen in een cel weg en Iaat hen aan hun lot over. De overheid vindt het nuttiger tijd en energie te besteden aan mensen die voor reclassering in aanmerking komen. Er valt iets te zeggen voor die politiek. Mensen als Dahmer en Kemper horen levenslang achter de tralies om de simpele reden dat ze steeds weer in hun oude gedrag zullen vervallen, maar ik vind dat men ze niet in de gevangenis mag wegstoppen: ze horen in een psychiatrische instelling thuis.

»De bestrijding van de misdaad in Amerika stelt niks voor: het enige wat men doet is gevangenissen bouwen. Ze rijzen overal als paddestoelen uit de grond. Door iedereen op te sluiten los je het probleem van de misdaad natuurlijk niet op. Je moet de gevangenissen juist leeg proberen te houden door geld te besteden aan misdaadpreventie en behandeling van gedetineerden.»

HUMO Veel seriemoordenaars wachten in death row op hun executie. Vindt u dat de goeie oplossing?

RESSLER «Ik ben tegen de doodstraf. Het is zinloos, onmenselijk, én het kost de overheid een bom geld. De executie van Bundy kostte bijvoorbeeld negen miljoen dollar. Hij kon pas worden terechtgesteld na een sliert procedure-kwesties, beroepen en hogere beroepen. Dat is het niet waard. Men had Bundy tot zijn dood in een psychiatrische instelling kunnen steken voor een fractie van dat bedrag.

»De doodstraf zal potentiële seriemoordenaars overigens niet afschrikken. Dat is nog zo’n fabeltje. De moordenaars die ik interviewde zeiden me allemaal dat ze niet eens met die mogelijkheid rekening hadden gehouden. Ze geloofden niet dat men hen zou terechtstellen.»

HUMO Veel seriemoordenaars ontpopten zich tot modelgevangenen. Méénden ze dat, of speelden ze een spelletje?

RESSLER «Ze meenden het. De gevangenis bood hen een structuur en bepaalde regels die ze moesten naleven, precies het ka-der dat ze in hun jeugd hadden gemist. Mochten ze dat toen wel hebben gehad, dan waren ze wellicht niet van het juiste pad afgeweken.

»Ik sprak onlangs een serie-moordenaar die gráág in de gevangenis zat. Hij zei me: ‘Ik heb niks te klagen. Mijn kleren worden gewassen, ik krijg eten en gratis medische verzorging, ik hoef me geen zorgen maken over hypotheken, afbetalingen, belastingen en andere rotzooi. Wat wil je nog meer?’ Sommigen zijn zulke losers dat ze zich echt thuisvoelen in de gevangenis. Ik vroeg Manson ooit wat hij zou doen wanneer hij mocht vrijkomen. ‘Ik wil hier helemaal niet weg’, zei hij, ‘ik ben hier thuis.’»

HUMO Er zijn gevallen bekend van seriemoordenaars die getrouwd waren en zelfs kinderen hadden.

RESSLER «Het gaat om een zeer klein percentage en het waren altijd slecht functionerende huwelijken. De kinderen waren vaak ongelukjes.»

HUMO Merkten die vrouwen niets van het abnormale gedrag van hun echtgenoot?

RESSLER «Vrouwen die het langer dan een week bij een seriemoordenaar uithouden zijn zèlf geestelijk niet helemaal in orde. Ze aanvaarden van hun man gedrag waartegen elke zichzelf res-pecterende vrouw meteen zou revolteren. Om een voorbeeld te geven: ik sprak ooit een vrouw wier man - een seriemoordenaar - haar bij allerhande bizarre seksuele activiteiten betrok. Wanneer zij niet op zijn eisen inging dwong hij haar stront te eten. Ik bedoel maar: een vrouw die bij een echtgenoot blijft die haar tot dat soort dingen dwingt moet zelf nagekeken worden.

»In de garage van John Gacy bevond zich een luik dat toegang gaf tot een kruipkelder onder het huis. Daar begroef Gacy zijn slachtoffers. Om niet te veel gestoord te worden verbood hij zijn vrouw de garage te betreden. De stank van ontbindende lijken drong door de vloer en hing in het hele huis. Als de vrouw over die onaangename geur kloeg gaf Gacy haar op d’r gezicht.»

HUMO Een paar jaar geleden kreeg het BSU de filmploeg van ‘Silence of the lambs’ over de vloer. Daar was u niet over te spreken.

RESSLER «Het FBI beschouwde het als een uitgelezen kans om publiciteit voor de instelling te maken. Dat was een billijk motief, maar ik vond dat ze zich te veel lieten meeslepen door de glamour en de glans van Hollywood. Het was mijns inziens niet nodig de FBI-academie zelf als locatie te gebruiken. De filmploeg bezette het gebouw drie weken lang. Je kon de gang niet inlopen of je botste tegen een camera aan (lacht). De big shots verdrongen zich om in de film te komen. Lachwekkend.

»Na het uitbrengen van de film werd het FBI met sollicitaties overstelpt. lederéén wilde op de BSU werken, iederéén wilde het werk van Jodie Foster doen. Nu, er werkt tienduizend man bij het FBI, waarvan amper vijftig mensen op de BSU. Als we daar het administratieve personeel aftrekken hou je nog amper een tiental mensen over dat zich met profiling en het bestuderen van zware geweldsmisdrijven bezighoudt.

»‘Silence of the lambs’ is qua entertainment een uitstekende film, maar hij geeft een verkeerd beeld van het werk op de BSU. Wij gingen bijvoorbeeld zelden naar de plaats van het misdrijf, maar lieten ons door de plaatselijke politie alle informatie opsturen. En het was helemaal uitgesloten dat we een jonge stagiaire in haar eentje naar het appartement van een verdachte lieten gaan. Ik heb het scenario van ‘Silence of lambs’ vooraf nagelezen en een paar verbeteringen gesuggereerd, maar die hebben de FBI- en Hollywoodbonzen in de wind geslagen.»

HUMO In de moordzaken die in het boek worden behandeld was het profiel dat u van de dader samenstelde meestal verbluffend accuraat. Zat u er ook wel eens naast?

RESSLER «Tuurlijk. Maar die gevallen leveren niet meteen interessante lectuur op (lacht). In ongeveer zeventig procent van de gevallen is het profiel van nut voor de politie. Ik kan het niet genoeg herhalen: met criminal profiling los je geen zaak op. Het is slechts één van de hulpmiddelen die tot de aanhouding van de dader kunnen leiden.»

HUMO Sinds ‘Silence of the lambs’ is er een stroom artikels en boeken over seriemoord ver-schenen. Sommige mensen vinden dat het verschijnsel door de media wordt opgeblazen. Het verkeer doodt jaarlijks een paar miljoen mensen, zeggen ze, en daar lezen we veel minder over.

RESSLER «Ik kan hen geen ongelijk geven. In Amerika worden jaarlijks vijfentwintigduizend mensen vermoord en slechts een klein percentage daarvan is op rekening van seriemoordenaars te schrijven. In het grote geheel van de misdaad is seriemoord niet zo’n schrikbarend fenomeen, maar als er een seriemoordenaar in je gemeenschap rondwaart zit je wel degelijk met een ernstig probleem: Bundy vermoordde in Florida vijfendertig tot vijftig meisjes, John Gacy doodde in de buurt van Chicago minstens drieëndertig jongens, Randy Kraft vermoordde zestig mensen in Californië. Het gevolg: psychose, angst, terreur, paniek.»

HUMO Seriemoord lijkt vooralsnog in de eerste plaats een Amerikaans verschijnsel.

RESSLER «Volgens recente cijfers gebeuren ruim 75 % van alle seriemoorden in Amerika. Ik heb er geen verklaring voor. De enige reden die ik kan bedenken is dat Amerika sinds jaar en dag het land van de vrijheid is. Die overtuiging zit diep in de genen van het Amerikaanse volk ingebakken. Maar wat de één interpreteert als de vrijheid om snel rijk te worden, betekent voor de ander de vrijheid om zoveel mogelijk vrouwen te vermoorden. De mobiliteit in Amerika staat niet in verhouding tot die in Europa. Het land is enorm groot: je kan dagenlang in eender welke richting rijden en toch in hetzelfde land blijven. Seriemoordenaars kunnen daar handig gebruik van maken: als de grond in de ene staat hen te heet onder hun voeten wordt, stelen ze een auto en verleggen ze hun actieterrein naar een andere staat.»

HUMO U heeft in de loop van uw carrière bij het FBI gezien wat de ene mens de andere kan aandoen. U heeft gesprekken gevoerd over de meest verderfelijke en ontaarde misdrijven. Heeft dat alles uw visie op de menselijke conditie beïnvloed?

RESSLER «Niet echt. Ik zeg altijd: iederéén kan het doen. Als de juiste omstandigheden door een speling van het lot met de juiste geestelijke gesteldheid samenvallen, is iedereen tot moord in staat.

»De seriemoordenáars die ik in mijn boek opvoer waren alle-maal slachtoffers van de omstandigheden. Ze vielen op sociaal vlak uit de boot, ze misten verantwoordelijkheidszin en andere eigenschappen die een mens in de wereld staande houden. De samenleving faalde om hen op te vangen, waarop zij op hun beurt faalden in het leven. De hele gemeenschap heeft ervoor betaald.»

HUMO Bedankt voor dit gesprek.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234