'De regering heeft mij en mijn  ouders van 1986 tot 1991 nooit gewaarschuwd  tegen de gevaarlijke omgeving waarin we woonden' Beeld Getty
'De regering heeft mij en mijn ouders van 1986 tot 1991 nooit gewaarschuwd tegen de gevaarlijke omgeving waarin we woonden'Beeld Getty

35 jaarramp in Tsjernobyl

De kinderen van Tsjernobyl: ‘Op een dag waren onze witte kippen opeens roze. Toen wisten we dat er iets mis was’

In de nacht van 26 april 1986 brak in de kerncentrale van Tsjernobyl, een stad nabij de grens van wat toen nog de Sovjetrepublieken Oekraïne en Wit-Rusland waren, brand uit in één van de reactoren. De nucleaire ramp die daarop volgde, staat geboekstaafd als de zwaarste aller tijden. Over het precieze aantal slachtoffers wordt nog steeds gebakkeleid tussen de plaatselijke autoriteiten en de Wereldgezondheidsorganisatie, maar het staat vast dat er nog altijd mensen sterven aan de straling die ze toen in hoge dosissen binnenkregen.

(Verschenen in Humo op 22 maart 2011)

Voor haar boek ‘De generatorgeneratie’ ging de Nederlandse journaliste Franka Hummels in Wit-Rusland praten met mensen die net als zij kind waren op het moment dat de ramp gebeurde. Ze wilde de impact van de ramp in kaart brengen, en tegelijk wilde ze schetsen hoe een dictatuur – want dat is Wit-Rusland, de laatste dictatuur van Europa – met die erfenis omgaat.

Bij haar gesprekpartners stootte ze vaak op een muur van onverschilligheid: ‘Het is al zo lang geleden’, de titel van het eerste hoofdstuk, is een zinnetje dat telkens terugkomt. Het is de onverschilligheid van een volk dat, doorheen zijn geschiedenis, altijd in de hoek stond waar de klappen vielen. Ook Tsjernobyl is een typisch staaltje Wit-Russische pech: de stad ligt in Oekraïne, vlak over de grens, maar het zijn de buren die de gevolgen van de ramp het meest hebben gevoeld. ‘Je raakt eraan g-wend,’ zeggen de Wit-Russen, en ze halen hun schouders op. In de hoofdstad Minsk gaat de jeugd intussen dansen in een disco die Klub Reactor heet. Nadat Hummels zelf een interview heeft gegeven aan de populaire, licht subversieve jongerenwebsite generation.by, krijgt ze een belletje van de dertiger Siarzhuk Bagun, die duidelijk wél wil praten. Hij is een exponent van de generatorgeneratie, en tegelijk ook weer niet: doordat hij zich al zijn hele volwassen leven in de oppositie ophoudt, heeft hij minder te verliezen dan de meeste van zijn leeftijdsgenoten. Zijn job kan hij niet verliezen, want die heeft hij niet, althans niet in het reguliere circuit. Siarzhuk is kwaad. Kwaad om wat hem en zijn familie overkomen is. Kwaad op de oude Sovjetregering, die naliet haar burgers te informeren. Kwaad ook op de huidige president Loekasjenko, die samen met de geheime dienst het land en zijn inwoners in een ijzeren greep houdt. En dus praat hij honderduit over zijn indrukken als kind, de heldenmoed van zijn vader, de knobbel die hij jaren later in zijn nek voelde, en de hoop op een betere toekomst. Zijn verhaal vormt een sterke rode draad in het boek van Hummels. We plukten het voor u uit de mozaïek van getuigenissen.

Mijn tolk Paulina en ik zitten bij Poesjkinskaja, een groot kruispunt even buiten het centrum van Minsk. We zitten op het grote terras van de plaatselijke McDonald’s. De geur van versgemaaid gras neemt het op tegen die van laffe frietjes. We wachten op iemand van wie we niet weten hoe hij eruitziet: Siarzhuk Bagun. Eerdere afspraken zegde hij af, zonder dat duidelijk was waarom. Maar vandaag hebben we nog niks van hem gehoord. Vandaag zal hij wel komen, hopen we. En dat klopt: een vriendelijke jongen van vooraan in de dertig komt het terras op en loopt direct met uitgestoken hand op ons af. Hij hoorde ons Engels praten. Galant vraagt hij wat we willen drinken. Hij zet onze bestelling voor onze neus en doet zijn levensverhaal uit de doeken. Siarzhuk groeide op in Verasnitsa, een dorp aan de Pripjat. Heerlijk vond hij het, ’s zomers lekker met zijn vriendjes zwemmen in de rivier. Hij had een oudere broer en een jonger zusje, maar het leeftijdsverschil was zo groot dat hij meestal zijn eigen gang ging. Struinen, spelen, buiten zijn, andere dingen interesseerden hem niet zo. Hij was tien toen de ramp gebeurde. Het nieuws vernam hij van zijn zestienjarige broer, die stiekem luisterde naar Radio Liberty, een door het Westen betaalde radiozender. In de Sovjetkranten was er toen nog geen woord over Tsjernobyl verschenen. Sterker nog, hoe wel het water van de rivier waarin de kinderen speelden en waaruit de dieren dronken al jaren gebruikt werd als koelwater voor de centra-le, wisten zijn ouders niet eens van het bestaan van de Tsjernobylreactors af. Die stonden immers in Oekraïne, een andere Sovjetrepubliek. Zijn ouders en broer namen de ramp serieus. Ze begrepen uit de radioberichten dat het ernstig was, ze snapten vanwege hun universitaire opleiding wat het gevaar van nucleaire stoffen kon zijn. Daarom somde zijn moeder een lijstje op met plekken waar hij niet meer mocht spelen, omdat het gevaarlijk was. De rivier hoorde daar ook bij, tot groot verdriet van Siarzhuk. Zo’n warm weer en nu mocht hij niet eens zwemmen! Hij luisterde braaf, maar begreep niet dat het verbod altijd gold. Hij dacht dat het na een dagje wel over zou zijn.

ROZE KIPPEN

Hij kan zich nog herinneren hoe dingen anders werden na de ramp. Letterlijk. De kippen van de familie Bagun waren bijvoorbeeld altijd wit. Maar toen de dieren kort na de ramp zaden hadden gepikt, kwamen ze roze terug. Ook zijn rubberlaarzen werden roze. Toen wisten ze dat er iets mis was, zegt hij. Later werden er ook op school dingen verteld. Dat er een explosie was geweest, waarbij straling was vrijgekomen. Omdat de kinderen geen idee hadden wat straling was, bleef het allemaal heel abstract voor ze.

Alle leerlingen die daarvoor toestemming van hun ouders hadden, mochten die zomer drie maanden naar centraal Rusland, om in een gezonde omgeving te zijn. Siarzhuk wilde niet, maar moest van zijn ouders. Hij vond het vreselijk, hij had zich ingesteld op een lange, landerige zomer met veel uitslapen, met vriendjes voetballen en zwemmen. En nu zat hij alsnog tussen de leraren, ver weg van huis dan nog. Natuurlijk was het de bedoeling dat de jongens leuke dingen deden: ze keken films, ze gingen zwemmen en voetballen. Maar nooit op eigen initiatief, altijd volgens een programma. Siarzhuk is ervan overtuigd dat het de bedoeling was: ze leerden zo min mogelijk zelf te verzinnen en zo weinig mogelijk initiatief te ontwikkelen. Vanaf dat najaar ging zijn vader, die landbouwkundige was, geregeld naar de afgesloten zone, om er te werken. Hij bleef dan steeds een paar weken weg. Na terugkeer was hij maandenlang moe, hoe lang hij ook sliep. Hij was altijd doodop. Na drie jaar besloot de familie Bagun daarom te verhuizen. Dat was een hele onderneming, want zijn ouders hadden allebei werk in het dorp en dat moesten ze achterlaten. Zijn vader kreeg aanvankelijk zelfs geen toestemming om te vertrekken: hij was tweede geworden bij een vakbondswedstrijd voor beste werknemer, en zijn bedrijf wilde hem niet laten gaan. De Baguns werden als aanstellers gezien, als paniekzaaiers. Maar ze maakten zich zorgen om hun twee kinderen die nog thuis woonden. Leven aan de Pripjat was gewoon te gevaarlijk. Siarzhuk liet de rivier met pijn in zijn hart achter, maar vond al snel aansluiting in zijn nieuwe dorp, bij de Poolse grens.

Graffiti in Pripjat Beeld LightRocket via Getty Images
Graffiti in PripjatBeeld LightRocket via Getty Images

EEN GOEDE MOP

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 kan Siarzhuk zich nog goed herinneren. Voor hem was de grootste verandering dat zijn land nu geen USSR meer heette, maar Republiek Belarus. Hij vond het ook leuk dat hij dichter bij de hoofdstad woonde – dat was nu Minsk, in plaats van het verre Mos-kou. Verder was het vooral wennen. Niemand wist nog waar het heen ging met dat nieuwe Wit-Rusland, wat er wel en niet zou veranderen. De nieuwe Wit-Russische regering ontkende niet langer dat er in Tsjernobyl iets vreselijks was gebeurd. Er verschenen talloze rap-porten die aangaven hoe vervuild het eten, de grond en de lichamen van mensen waren. Ook werd de straling in héél Wit-Rusland in kaart gebracht, niet alleen de veiligheidszone van zestig kilometer rond de kerncentrale. En zo bleek dat Siarzhuks nieuwe dorp, Brasevichy, 350 kilometer van de ontplofte reactor, veel meer vervuild was dan zijn oude. Gewoon, door toeval, omdat er daar veel nucleaire neer-slag gevallen was. De familie was rechtstreeks het hol van de leeuw in gevlucht. Siarzhuk lacht alsof hij net een goede mop heeft verteld en nu het applaus wil incasseren.

Siarzhuk Bagun was tien in 1986, en woonde in een dorp dicht bij de kerncentrale. Als volwassen man kreeg hij kanker. De dokters raadden hem af om kinderen te krijgen; hij nam het risico en is nu de trotse vader van een dochter: Adela.

DE SMAAK VAN METAAL

Later die week belt hij op. Zijn vader is nu in Minsk: of ik misschien met hem wil praten? In 1987 en 1988 werkte Pjotr Bagun als landbouwkundige in de verboden zone. Omdat straling zich hecht aan oppervlakte, waren de akkers daar natuurlijk erg gevaarlijk. Door ze om te ploegen en de besmette grond dertig centimeter onder de grond te begraven, werd een deel van het gevaar weggenomen. Pjotr moest daarop toezien. Het was zijn eigen idee om in de zone te gaan werken. Hij wist dat het niet zonder gevaar zou zijn, maar als goede patriot nam hij zijn verantwoordelijkheid. Zo ging dat toen, zegt hij, heel anders dan de huidige generatie. Pjotr kreeg geen speciale kleren toen hij naar de zone vertrok, geen stralingsmeter en ook geen informatie. Hij en zijn collega’s wisten niet dat ze eigenlijk zo vaak mogelijk moesten douchen en dat ze hun kleren moesten begraven.

Toch kwamen ze er algauw achter hoe ze konden bepalen of ergens veel straling was of niet: door de metalige smaak in de mond. Als hij ademhaalde, voelde het alsof hij aan een metalen lepeltje likte met een mond vol metalen tanden. Hij had een onnatuurlijke bittere en droge smaak in zijn mond. Dat was in het begin de hele dag zo; later raakte hij eraan gewend en proefde hij het niet meer zo vaak. Bij terugkomst was hij chronisch vermoeid geraakt, maar toch voel-de hij zich niet verraden door de staat. Dat kwam later pas. De mensen die na de ramp in de zone hebben gewerkt, werden liquidators genoemd. Zoals alle liquidators kreeg Pjotr bij terugkeer allerlei ‘privileges’. Die bestonden vooral uit geld. ‘Centjes voor de doodskist heten die in de volksmond,’ voegt Siarzhuk eraan toe. Maar stukje bij beetje werden die privileges ingetrokken. Toen werd Pjotr boos.

Hij had voor zijn staat gezorgd, nu moest zijn staat voor hem zorgen! Voor hemzelf is het een principekwestie: hij heeft een redelijk inkomen, hij heeft het geld niet zo nodig. Maar er zijn ook liquidators die zelfs de meest noodzakelijke medische behandelingen niet kunnen betalen, benadrukt hij. Een schande vindt hij dat. Hij is er zelfs de straat voor op gegaan, om te demonstreren. Nu hij ziet hoe weinig waardering hij voor zijn moed krijgt, heeft hij spijt dat hij gegaan is. Destijds waren er al mensen die zeiden: ‘Ik ga niet.’ Toen vond hij dat immoreel, maar nu weet hij dat zij toen al gelijk hadden. Je moet de staat niet vertrouwen. Pjotr is niet gezond, maar dat kan ook komen doordat hij al een oude man is, zegt hij. Dat zijn kinderen óók niet gezond zijn, is wél heel ernstig. Hij is daarom van plan nog wel even te blijven leven, om te zien of zij goed en wel terechtkomen. Twee van zijn kinderen hebben hem pas kleinkinderen geschonken, en hij wil pas sterven als ook zijn dochter getrouwd is. ‘Laat dat dus nog maar even duren!’

null Beeld NurPhoto via Getty Images
Beeld NurPhoto via Getty Images

TSJERNOBYL-KANKER

Enige tijd later bevinden Paulina en ik ons opnieuw in de McDonald’s op Poesjkinskaja. Het is de vaste stek geworden voor onze ontmoetingen met Siarzhuk. Nadat hij wederom heel galant met grote kartonnen bekers frisdrank voor ons is komen aanzetten, vervolgt hij zijn verhaal. ‘Toen ik 29 was, voelde ik een knobbel in mijn nek. Het deed geen pijn, maar ik vond het niet normaal, dus ging ik toch maar naar de dokter. Die wierp één blik op mijn nek, maar onderzocht me verder niet. Hij raakte me niet eens aan voor hij zijn diagnose stelde: syfilis.’ Siarzhuk kreeg pillen mee. Wanneer hij die trouw zou innemen én zijn nek goed warm zou houden, zou de knobbel vanzelf verdwijnen. De pillen nam hij, maar zijn nek voortdurend verwarmen, dat kwam er niet altijd van. Hij dacht eerst dat het daaraan lag dat de knobbel maar niet kleiner werd. Maar na een maand was hij zelfs groter geworden. Hij toog dus opnieuw naar het ziekenhuis, waar hij een nieuwe dokter trof. Die onderzocht de knobbel wél en schrok. Hij verwees Siarzhuk door naar een oncoloog in Minsk.

Siarzhuk dacht dat er vast sprake was van één of ander misverstand. Maar de oncoloog was bloedserieus: hij had schildklierkanker in een vergevorderd stadium en moest nog dezelfde week geopereerd worden. Op het moment dat hij zijn diagnose vernam, trok er een waas voor zijn ogen. Dat is de hele dag niet meer weggegaan. Hij vond het moeilijk het slechte nieuws aan zijn ouders te vertellen. Die hielden zoveel van hem, en hij zoveel van hen. Zorgen om een ernstig zieke zoon wilde hij hun eigenlijk niet aandoen. Maar hij kon niet anders. Verder sprak hij met niemand over het zwaard van Damocles dat boven zijn hoofd hing. Hij kon dat niet, wist niet goed hoe dat moest. Hij durfde het zelfs aan zichzelf nauwelijks toe te geven, maar hij was echt bang dat hij dood zou gaan. Hij maakte de balans op. Had hij uit zijn leven gehaald wat erin zat? En wat wilde hij eigenlijk nog bereiken? Wat zou hij doen met de tijd die hem nog restte?

Het gezwel in zijn nek bleek zoals verwacht kwaadaardig, maar de operatie was een succes. Siarzhuk was door het oog van de naald gekropen. Hij had een ernstige vorm van schildklierkanker gehad, maar hij was er op tijd bij geweest. Het duurde lang voordat hij was opgeknapt, je bent immers niet zomaar kankerpatiënt-af. Hij was nog heel moe en zwak, en moest nog vaak voor controles naar het ziekenhuis. Schildklierkanker is een ziekte die direct aan straling wordt gekoppeld. Vooral mensen die als klein kind aan hoge doses radio-actief jodium zijn blootgesteld, zijn er kwetsbaar voor. Siarzhuk, die zijn hele jeugd in vervuilde dorpen heeft doorgebracht, twijfelde daarom geen moment. Zijn ziekte komt door Tsjernobyl.

Daarom is hij ook zo boos op zijn regering, die hem en zijn ouders van 1986 tot 1991 nooit gewaarschuwd heeft tegen de gevaarlijke omgeving waarin ze woonden. Maar ook op de huidige regering in Minsk is hij kwaad. Er hadden veel meer en betere controles moeten zijn, dan was zijn kanker in een eerder stadium opgemerkt en was de ziekte nooit levensbedreigend geworden. Zijn artsen vertelden hem dat zijn ziekte niet aan Tsjernobyl gerelateerd kon worden, om-dat dat bij individuele gevallen nu eenmaal niet mogelijk is. Daarom kunnen mensen met schildklierkanker geen aanspraak maken op de speciale uitkeringen voor Tsjernobylzieken. Het kan immers ook iets anders zijn dat hun ziekte heeft veroorzaakt. Kort nadat Siarzhuk van zijn ziekte genezen was, werd bij zijn moeder ook kanker geconstateerd. Daar moet ik eigenlijk maar niet over schrijven, vindt hij, de details zijn misschien te persoonlijk. Het is géén schildklierkanker, wil hij wel kwijt. ‘Maar het is wel Tsjernobyl-kanker!’

FRISSE LUCHT

Het duurde lang voordat Siarzhuk de zin van zijn leven terugvond. Hij sleet zijn dagen slapend, bij zijn ouders. Op werk had hij geen uitzicht, dat wist hij. Hij is opgeleid als aardrijkskundeleraar, maar is nooit aan de bak gekomen. Volgens hem komt dat doordat hij vanwege zijn oppositieactiviteiten op een zwarte lijst staat. Als hij ergens solliciteert, bellen de werkgevers altijd naar de KGB (de Wit-Russische geheime dienst is na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie nooit van naam veranderd, red.). En daarna kan Siarzhuk het schudden. Zijn vrienden konden zijn chronische vermoeidheid en lethargie niet aanzien en besloten er wat aan te doen. Ze haalden geld op om hem naar een sanatorium te sturen. Daar kon hij zoveel uitrusten als nodig was, zonder zorgen aan zijn hoofd. Bovendien zou hij frisse lucht krijgen en gezond eten. In dat sanatorium kwam Siarzhuk tot rust. Hij las veel, dacht veel na over het leven en over de toekomst van zijn land.

Er was gelukkig nog één andere Wit-Rus in het sanatorium, een Wit-Russische, Svyatlana. Net als hij was ook Svyatlana na een inzamelingsactie van haar vrienden in het sanatorium terechtgekomen. Het ging niet goed met haar, ze was depressief en had geen grond onder haar voeten. Haar man, de Russische cameraman Dzmitry Zavadsky, was een paar jaar eerder spoorloos verdwenen terwijl hij onderweg was naar de luchthaven van Minsk, en dat kon ze niet verwerken. Ze geloofde bovendien niet dat hij zómaar was verdwenen. Ze geloofde dat hij was vermoord. Door de regering. Siarzhuk had van het geval-Zavadsky gehoord. Zijn verdwijning, één van de bekendste politieke verdwijningen in Wit-Rusland, had hem erg geraakt. Toen hij haar in het sanatorium leerde kennen, snapte hij dus waarom Svyatlana nog altijd zo moedeloos was. Hij had er bewondering voor hoe ze ondanks haar uitputting bleef vechten voor gerechtigheid. Niet alleen om opheldering te krijgen over de verdwijning van haar man, maar ook voor de persvrijheid in Wit-Rusland. Svyatlana en Siarzhuk kwamen er heel snel achter dat ze op dezelfde manier in het leven stonden. Ze werden halsoverkop verliefd. Binnen een maand vroeg hij haar ten huwelijk. Ze accepteerde zijn aanzoek direct.

Svyatlana had al een zoon, Juras, uit haar huwelijk met Dzmitry Zavadsky. Omdat Siarzhuk kanker had gehad en nog medicijnen gebruikte, raadden de artsen hem aan zelf geen kinderen te krijgen. Dat vond hij vreselijk, het vaderschap was iets waar hij enorm naar uitzag, dat hij zelfs een beetje als een levensvervulling beschouwde. Toen hij eenmaal officieel kankervrij was verklaard, besloot hij samen met Svyatlana om het er toch op te wagen. Nu zijn ze de trotse ouders van Adela. Het breekbare geluk met Svyatlana, Juras en Adela betekent nu alles voor Siarzhuk. Zijn huwelijk noemt hij een ‘blessing in disguise’. ‘Maar,’ zegt hij, ‘als ik Dzmitry zou kunnen terugbrengen door mijn mooie geluk op te geven, hoefde ik daar geen seconde over na te denken.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

DE LAATSTE GETUIGEN

Inmiddels studeert hij ook weer, politicologie aan de Wit-Russische Universiteit voor Geesteswetenschappen in Vilnius, de hoofdstad van Litouwen. De universiteit werkte eerst gewoon vanuit Minsk, maar moest de deuren sluiten omdat de lessen in het Wit-Russisch waren én omdat de verplichte ideologische vakken niet op het curriculum kwamen. Hij is inmiddels in zijn derde jaar en bijna klaar. Hij is bezig met zijn afstudeerscriptie, die gaat over de vraag waarom het de Wit-Russische oppositie maar niet lukt om één geschikte leider naar voren te schuiven. Wanneer hij niet in de boeken zit of voor colleges in Litouwen is, werkt hij meestal voor de Zavadsky Foundation, die Svyatlana heeft opgericht.

Daarnaast is hij bezig aan een boek over de Wit-Russische liquidators: hij wil hun verhalen optekenen voordat het te laat is. Hij begon uiteraard bij zijn eigen vader, die graag meewerkte. Hij gaat het boek in eigen beheer uitgeven, want het zal waarschijnlijk onmogelijk zijn om een Wit-Russische uitgever te vinden. En Siarzhuk heeft nóg een project lopende: met zijn ouders is hij bezig om een Tsjernobyl-organisatie op te zetten, het Center for Support of Chernobyl Initiatives. Het centrum moet slachtoffers informatie bieden, zodat ze weten aan welke gevaren ze werkelijk zijn bloot-gesteld. ‘Het is de bedoeling dat we mensen helpen om eindelijk de gevolgen van de ramp te overwinnen.’ Siarzhuks centrum wordt flink gedwarsboomd. Een organisatie begin je niet zomaar in Wit-Rusland. Je moet eerst geregistreerd worden – wie een organisatie opzet zonder registratie, is strafbaar – en die registraties worden slechts mondjesmaat verstrekt.

De registratie voor het Center for Support of Chernobyl Initiatives werd al twee keer geweigerd. De tweede keer was dat omdat de handtekening van Siarzhuks moeder niet echt zou zijn. Ze is er nog speciaal voor naar Minsk gekomen, om te laten zien dat het echt wel háár handtekening was. Maar vandaag heeft hij goed nieuws. Hij heeft eindelijk een registratie en dat betekent dat hij zijn werk niet langer als crimineel hoeft te doen. Ik ben blij voor hem, en ik vind het ook heel spannend. Siarzhuk en Svyatlana hebben bewust besloten dat ze allebei nationalist en democraat in hart en nieren zijn, ook al moeten ze daardoor deel uitmaken van de grotendeels ondergrondse oppositie. Ze had-den de gemakkelijke weg kunnen kiezen: een gewoon leven zonder openlijk verzet. Maar de gemakk-lijke weg is voor hen geen optie.


Uit: Franka Hummels, ‘De generatorgeneratie: leven na Tsjernobyl’, Uitgeverij Contact  Beeld Contact
Uit: Franka Hummels, ‘De generatorgeneratie: leven na Tsjernobyl’, Uitgeverij ContactBeeld Contact
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234