null Beeld

Happy togetherCanadese tweeling

De Siamese tweeling die de wetenschap met verstomming slaat. ‘Elke ochtend sta ik op en kijk ik of ze nog leven’

Vanavond kunt u op Play 5 kijken naar een documentaire over de Canadese tweeling Krista en Tatiana Hogan. Ze zijn al sinds hun geboorte onafscheidelijk, zij het tegen wil en dank: hun hoofdjes zijn in de baarmoeder aan elkaar gegroeid. In de documentaire is de tweeling inmiddels tien jaar oud, maar toen Krista en Tatiana vier jaar oud waren, logeerde Susan Dominus van The New York Times Magazine een week bij de familie Hogan. Het leverde onderstaande steengoede reportage op: ‘Iedereen heeft medelijden met ons, maar wij hebben eigenlijk het groot lot gewonnen.’

‘Inseparable - 10 Years Joined at the Head’’, om 23.55 uur op Play 5

Het is bedtijd voor Krista en Tatiana Hogan, en voor de vier jaar oude tweeling is dat het signaal om tijd te winnen. Hun grootmoeder Louise McKay, die met de meisjes en hun ouders samenwoont in Vernon, een stadje in British Columbia, probeert hen met zachte stem te overhalen, maar de tweeling countert haar pogingen met het klassieke repertoire van de onwillige peuter. 'Nog één knuffel, toe!' En een paar minuten later, in koor: 'We missen je, oma!'

In het schemerlicht van hun slaapkamer, waar een nachtlampje vaalgele sterren op het plafond borstelt, zie ik de tweeling met de poep omhoog op de dekens liggen in het grote, speciaal voor hen ontworpen bed. Ze kijken naar een prentenboek dat voor hen ligt. En dan, langzaam en zonder één woord maar perfect synchroon, schuiven ze het boek onder de dekens, en trekken ze het weer tevoorschijn. En nog eens, en nog eens, in een traag, hypnotiserend ritme.

Plots zitten ze weer rechtop, vol nieuwe energie. Krista reikt naar een beker met een rietje in de hoek van het bed. 'Kijk eens hoe snel ik drink!' zegt ze, en ze begint als een gek op het rietje te zuigen. Tatiana zit naast haar zusje zonder haar aan te kijken. Opeens gaan ook haar ogen wijd open. Ze legde haar rechterhand onder haar borstbeen en roept: 'Auw!' Haar kreet verraadt dat hier iets bijzonders aan de hand is.

Bij om het even welke tweeling zou het samenvallen van die twee gebeurteniss - het drinken van Krista en de reactie van Tatia - toegeschreven worden aan het toeval. Maar Krista en Tatiana zijn niet om het even welke tweeling. Ze zitten aan elkaar vast met het hoofd: hun schedels vloeien samen onder een massa weerbarstige bruine lokken. De hoofdjes zijn naar elkaar toe gebogen, en worden ondersteund door krachtige nekspieren in een work-out die nooit stopt. Alles wat ze doen, moeten ze samen doen: lopen, spelen, van de glijbaan glijden in de achtertuin.

Krista en Tatiana Hogan Beeld NY Times Magazine
Krista en Tatiana HoganBeeld NY Times Magazine

De kans dat de hoofdjes van een tweeling aan elkaar groeien – craniopagus heet dat in medisch jargon – is 1 op 2,5 miljoen, en slechts een miniem percentage is levensvatbaar. Maar het geval van de zusjes Hogan is nog veel zeldzamer: de manier waarop hun hersenen zich onder hun samengesmolten schedels gevormd hebben, staat in de omvangrijke wetenschappelijke literatuur nergens beschreven.

Een hersenscan toont een dunne lijn die van het ene brein naar het andere loopt. Hun neurochirurg, dokter Douglas Cochrane van het British Columbia Children’s Hospital, noemt die lijn hun ‘thalamische brug’, omdat hij ervan overtuigd is dat ze de thalamus van Tatiana met die van Krista verbindt. De thalamus bekleedt een sleutelpositie in de vorming van ons bewustzijn. je kunt het zien als een soort schakelbord: de instroom van informatie die onze zintuigen opnemen, wordt er gefilterd en verder verspreid. Omdat het functioneert als een verbindingsstation, is het volgens de dokters heel goed mogelijk dat de instroom van informatie bij het ene meisje het brein van het andere meisje bereikt. in het Nederlands: Krista drinkt, en Tatiana voelt het.

Géén abortus

Omdat ze nog zo jong zijn, is het brein van de meisjes nog niet volledig in kaart gebracht, dus moeten we voorlopig gissen naar wat er gebeurt op momenten als dit. Brain imaging is een ingewikkelde wetenschap, en onderzoekers zijn terughoudend om op basis van één hersenscan de theorie van dokter Cochrane te bevestigen. Maar de foto van het wonderlijke verbindingskanaal slaat de meest gerespecteerde geleerden met stomheid: ‘Ongelofelijk! Nooit gezien! Verbijsterend!’ Eén iemand gewaagde zelfs van een wonder.

Tatiana en Krista zijn niet alleen voor neurologen een intrigerende bron van informatie. Ook sociologen hebben aan hen een vette kluif: hoe reageert de familie op hun bijzondere tweeling? En de buitenwereld? En de meisjes zelf? Vragen die uiterst boeiend studiemateriaal opleveren.

In hun vertrouwde omgeving doet de tweeling min of meer dezelfde dingen als andere peuters: ze zitten het hondje van hun oom achterna, ze zijn aan de televisie gekluisterd als de tekenfilmserie ‘Dora’ op het scherm komt, en rond bedtijd testen ze het geduld van hun oma met vindingrijke vertragingsmanoeuvres. Met de buitenwereld hebben ze weinig contact.

Toen Felicia Simms vernam dat er iets aan de hand was met de kinderen in haar buik, was ze een jonge moeder van twintig met al twee kleine koters. Ze woonde in een appartementje en werd onderhouden door de Canadese sociale zekerheid. Ze had weliswaar nog een knipperlichtrelatie met de vader van haar oudste kind, haar tienerliefje Brendan Hogan, maar de twee hadden doorlopend ruzie over zijn dranken druggebruik. Brendan had af en toe werk als bouwvakker of in de vleesverpakkingsindustrie: wat hij daarvan afgaf was, samen met de uitkering van Felicia, het enige inkomen waarover ze beschikten.

De avond na haar eerste checkup werd Felicia opgebeld door haar dokter: of ze morgen nog eens kon langskomen? Ze was nauwelijks bekomen van het nieuws dat ze een tweeling verwachtte, en ze maakte zich grote zorgen. Ze bracht haar moeder Louise en een schoonzus mee om haar te steunen. De dokter slikte even. Er was geen gemakkelijke manier om dit te vertellen, dus hij bracht het nieuws vlakaf: de tweeling was aan elkaar gegroeid. Even werd het stil in het dokterskabinet, toen barstten alle drie de vrouwen in tranen uit. Felicia weet niet meer wat ze op dat moment zoal dacht. Maar ze had wel een referentiepunt: zowel zij als haar moeder was gefascineerd door de documentaires op tv over George en Lori Schappell, de oudste tweeling met craniopagus in Amerika. ‘Twee sterke, perfect functionerende vrouwen. Ze zijn ook al 49 jaar. De gedachte aan hen hielp me het nieuws te verwerken.’

Abortus was een optie volgens de dokter, maar daar had Felicia geen oren naar. ‘Ik heb er geen seconde over nagedacht,’ zegt ze in de keuken van haar huis in Vernon, een populair skioord in een regio die bekendstaat om haar smaragdgroene meer en het adembenemende uitzicht op de bergen. ‘Ik denk dat ik veel meer respect heb voor de natuur dan veel andere mensen.’

Scheiden of niet?

Felicia is nu 25, en moeder van vijf kinderen: Rosa (8), Christopher (6), Krista en Tatiana (4) en Shaylee (3), die anderhalf jaar na de tweeling werd geboren. Ze leven samen met hun grootouders langs moederskant, drie neven, een oom en tante en papa Brendan, die afgelopen jaar bij de familie introk. Ze wonen in een grote sociale woning met veel kleine kamertjes, waarin vroeger senioren werden ondergebracht. Hun voornaamste bron van inkomsten is nog altijd de overheid, en de familie moet dikwijls grote vindingrijkheid aan de dag leggen om iedereen te eten te kunnen geven.

Felicia bewondert de ruimdenkendheid van haar moeder. Louise betaalde de eerste piercing van haar dochter toen ze twaalf was, en ze maakte er geen probleem van toen ze drie jaar later zwanger bleek te zijn. Ook de komst van een Siamese tweeling werd gemakkelijker geaccepteerd dan in een meer conventioneel gezin. ‘We waren toch al nooit gewoon geweest. Bij ons thuis moet je niet zo nodig perfect zijn. Er werd nooit van mij verlangd dat ik eruitzag of me gedroeg zoals de andere meisjes.’

Vandaag maken Krista en Tatiana deel uit van het geroezemoes op de achtergrond in dit drukke huis. Als er geen televisieploeg in de buurt is (National Geographic draaide vorig jaar een documentaire over de tweeling) of als er geen ernstig probleem is met hun gezondheid, zijn ze minder dominant aanwezig dan de eeuwige financiële moeilijkheden, waarover de volwassenen lange vergaderingen houden aan de grote keukentafel. In de keuken oefent grootmoeder Louise ook haar dubbele dagtaak uit: behalve het huishouden runt ze er ook een kleine besteldienst. Van hieruit zendt ze de bestellers op pad, roept ze naar de tweeling dat ze hun kleine zusje met rust moeten laten, en zorgt ze ervoor dat het avondeten op tijd klaar is.

Felicia heeft dezelfde kleurspoeling en oogschaduw als actrice Kristen Stewart, en de ‘Twilight’-films zijn een vaste waarde in de dvd-speler. Haar hang naar het bovennatuurlijke had een sterke invloed op de manier waarop ze met haar bijzondere zwangerschap omging: ‘De bevalling verliep exact zoals ik het een maand eerder gedroomd had. Toen ik Krista en Tatiana voor het eerst hoorde huilen, was dat precies hetzelfde geluid als in mijn droom. Ik wist vooraf dat alles in orde zou komen.’

Toen de dag van de bevalling dichterbij kwam, probeerden de dokters Felicia voor te bereiden op het ergste. Ze stuurden maatschappelijk assistenten naar haar voor gesprekken over een mogelijk fatale afloop. Maar de intuïtie van Felicia was juist: toen de tweeling op 34 weken ter wereld kwam, verkeerden ze in relatief goede gezondheid. Ze bleven nog twee maanden in het ziekenhuis ter observatie, en mochten daarna naar huis.

Al snel doemde voor de trotse ouders een nieuw dilemma op: moesten ze Krista en Tatiana laten scheiden of niet? Dokter Cochrane overlegde met chirurgen die ervaring hadden met het scheiden van Siamese tweelingen. Ze kwamen op basis van de eerste CT-scans tot de conclusie dat een scheiding een extreem hoog risico inhield. Volgens dokter James T. Goodrich, hoofd van de afdeling pediatrische neurochirurgie van het Children’s Hospital van Montefiore in de Bronx, New York, viel een dodelijke afloop niet uit te sluiten.

Goodrich kent het risico dat verbonden is aan de scheiding van tweelingen met craniopagus. In 2003 voerde hij een reeks operaties uit op Clarence en Carl Aguirre, die achttien maanden oud waren op het moment van de eerste ingreep. Hij voorzag een probleemloze scheiding, maar dat bleek slechts voor één broer het geval.De tweede kreeg korte tijd later enkele ernstige aanvallen en moet sindsdien zware medicatie slikken, waardoor hij zich amper bewust is van wat er rond hem gebeurt.

De broertjes Aguirre móésten wel worden geopereerd, want ze hadden niet lang meer te leven: de aders en slagaders die ze deelden, legden te veel druk op het hart van Clarence. In het geval van Krista en Tatiana liggen de zaken anders. Dokter Goodrich: ‘Moeder Natuur – of wie hun god ook mag zijn – heeft goed voor deze meisjes gezorgd. Hun bloedvaten zijn beter onder elkaar verdeeld, zodat het risico op hartfalen een stuk kleiner is dan bij de meeste van hun lotgenoten.’ Het hart van Tatiana moet wel aanzienlijk meer bloed door de twee lichamen pompen, maar de meisjes verkeren in goede gezondheid. Reden genoeg voor de familie om de tweeling niet te laten scheiden.

De dokters vragen zich al sinds het begin af of de meisjes een gemeenschappelijke gewaarwording hebben. Op een video van kort na de geboorte is te zien hoe het ene meisje een prik krijgt, waarop haar zusje begint te huilen. Een fopspeen in de mond van de ene baby lijkt ook de andere stil te krijgen. Toch zijn de meisjes nog niet uitgebreid onderzocht. De familie is niet meteen vragende partij. Doug McKay, de man van Louise en de stiefgrootvader van Tatiana en Krista, is net als zijn vrouw nauw betrokken bij hun opvoeding. ‘Als het nodig is voor hun gezondheid, mogen ze alles met hen doen wat ze nodig vinden. Maar ik val nog liever dood dan dat ik iemand voor de lol mmet hen laat experimenteren.’

De ouders en grootouders beseffen dat Krista en Tatiana, net als andere kinderen, de kans moeten krijgen om zich te ontwikkelen. Ze slagen erin hen zo goed en kwaad als het gaat te laten opgroeien als normale kinderen.

‘Ik heb twee blaadjes papier,’ zegt Krista. De meisjes zitten aan hun kleine speeltafel in de woonkamer. Ze zijn aan het tekenen, hun gezichtjes zoals altijd onvermijdelijk van elkaar afgewend. Ik ben verrast door die zelfverzekerdheid: ‘Heb jij twéé blaadjes papier?’ ‘Ja!’ klinkt het in koor, terwijl ze simultaan knikken. Het is één van die momenten die een neuroloog of een psycholoog uren kan bezighouden: gebruikt Krista het woord ‘ik’ om te verwijzen naar zichzelf en haar zus? En is Tatiana het met haar stelling eens, of brengt ze in een reflex hetzelfde woord voort, om redenen die ze zelf niet begrijpt?

De meisjes lopen een jaar achter in hun ontwikkeling, maar dat is volgens hun dokters niet verwonderlijk. Dat ligt aan de eigenheid van hun brein, en het feit dat ze meer en andere vaardigheden moeten aanleren dan hun leeftijdgenootjes. Het belet hen niet om verstoppertje te spelen, heen en weer te rennen en het speelgoed van hun grote zus zoek te maken.

Er valt een potlood op de grond. Ik buk me om het op te rapen, omdat ik me voorstel dat dat een titanenwerk is voor hen: de één moet zich helemaal achterover laten hangen vóór de ander aan de grond kan. Maar op de grond zie ik niets liggen. Als ik me weer opricht, zie ik dat Krista ermee aan het kleuren is. Het lijkt wel magie! ‘Mijn voet is het gedaan!’ zegt ze, als ze me verbaasd ziet kijken. Geen van beiden kan de letter X tekenen, maar mocht er een gestandaardiseerde test bestaan voor ‘grijpen met de tenen’, dan haalde de Hogan-tweeling een monsterscore.

De hersenbalk, die zorgt voor de communicatie tussen de twee hersenhelften, is ongewoon kort bij Tatiana en Krista. Bovendien zijn de hersenhelften bij elk meisje niet even groot: telkens is één hersenhelft merkelijk kleiner. ‘De anatomie van hun hersenen roept duizend-en-één interessante vragen op,’ zegt Partha Mitra, een onderzoekster die de architectuur van ons brein bestudeert. ‘Kan het ene meisje input verwerken voor het andere door die thalamische brug tussen hun hersenen?’ Andersom kun je je ook afvragen of die verbinding niet voor extra moeilijkheden zorgt. ‘Een normaal brein moet de input van de buitenwereld filteren en verwerken, maar bij de tweeling komt daar de input van de andere bij. Hun hersenen worden constant gedwongen om zich aan te passen aan de gewaarwordingen in de organen en lichaamsdelen van iemand anders.’

Dokter Cochrane is ervan overtuigd dat de meisjes zintuiglijke waarnemingen delen, ‘hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt’. Toen ze twee jaar waren, onderwierp hij hen aan een eenvoudige test: terwijl Tatiana werd blootgesteld aan een felle lichtbron, werd het lichaam van een geblinddoekte Krista bedekt met elektroden. Cochrane stelde een sterke respons vast in de occipitale kwab, de hersenkwab die visuele informatie moet verwerken. Toen de rollen werden omgedraaid, kreeg hij dezelfde resultaten. Die werden niet gepubliceerd, omdat dergelijke eenvoudige tests niet precies genoeg zijn om er sluitende conclusies aan te verbinden. Maar de meeste neurologen zouden het er wel over eens zijn dat er minstens een verbondenheid tussen de hersenen van de meisjes is aangetoond.

Dokter Cochrane heeft een heel nuchtere verklaring voor zijn bevindingen. Hij vergelijkt het met elektrische stroom die zich gelijkmatig verspreidt als je een kabel in twee splitst. De visuele prikkel die binnenkomt via het netvlies van het ene meisje, gaat in haar thalamus twee richtingen uit: naar haar eigen visuele hersenschors, en via de thalamische brug naar de visuele hersenschors van het andere meisje. Dat ziet dus net hetzelfde, alleen een fractie van een seconde later.

Voor de familie was de uitslag van het experiment geen verrassing. Zij hadden vroeger al vastgesteld hoe één van de meisjes, van wie het gezicht was weggedraaid van de televisie, plots begon te lachen om iets wat de ander had gezien. Volgens hen gaat het nog verder dan dat. Krista houdt van ketchup, Tatiana helemaal niet: dus trekt Tatiana een vies gezicht als haar zus ketchup aan het eten is.

‘Ik zIt vast!’

In het begin had ik met de tweeling te doen, als ik hun kleine zusje Shaylee vogelvrij voorbij zag struinen: haar vrijheid leek constant de nadruk te leggen op de beperkingen van Krista en Tatiana, en gaf het kleintje een zeker air van superioriteit. Maar na verloop van tijd stelde ik mijn visie bij: Krista en Tatiana leven zo volmaakt harmonieus met elkaar, dat ik me afvroeg of Shaylee niet het gevoel had dat ze ergens een essentieel onderdeel mist.

Hun vlekkeloze coördinatie wordt alleen overtroffen door hun eensgezindheid. Of zijn ze gewoon goed in het sluiten van compromissen? Hun familie houdt hun vaak genoeg voor dat ze geen andere keuze hebben dan met elkaar op te schieten. Felicia gelooft zelfs dat ze stilzwijgend onder elkaar uitmaken wiens beurt het is om te kiezen wat ze gaan doen.

Hun moeder geeft grif toe dat haar relatie met de tweeling anders is dan die met haar andere kinderen. Maar niet zoals je zou verwachten: ‘Rosa is mijn oudste,’

zegt ze, ‘dat is altijd iets speciaals. Christopher is de enige jongen, en Shaylee is mijn kleine baby.’ Krista en Tatiana zijn eerder de lievelingetjes van hun oma. Dat komt vooral, zegt ze, omdat hun grootmoeder de zorg op zich nam toen ze vaak het bed moest houden tijdens de zwangerschap van Shaylee.

De meisjes lijken een griezelig perfecte twee-eenheid en stappen met een blind vertrouwen in elkaar door het leven, maar ze hebben wel een duidelijk verschillende persoonlijkheid. Tatiana is zorgelozer, Krista is meer een wildebras – zij zal vaker haar zusje krabben dan omgekeerd. Ze zien er ook anders uit. Het lichaam van Tatiana, in het bijzonder het hart en de nieren, verricht het meeste werk, en ze is ook kleiner en frêler dan haar zus. Krista heeft het buikje en de ronde wangen van een doorsneepeuter. Krista is allergisch voor maïs in blik, haar zus niet. Er zijn bij mijn weten geen twee mensen op aarde zo sterk met elkaar verbonden als deze tweeling, maar dat maakt hen nog niet identiek.

Toen de meisjes jonger waren, probeerden ze weleens hun hoofden van elkaar weg te trekken. ‘Ik moest hen leren dat dat onmogelijk was,’ zegt Felicia. ‘‘Jullie kunnen niet elk een kant uit, want jullie zitten vast aan elkaar,’ zei ik dan.’

De meisjes hebben zich dat lesje goed ingeprent. ‘Ik zit vast,’ zegt Krista me op een middag, terwijl zij en haar zus op weg zijn naar de badkamer om kattenkwaad uit te halen. En vindt ze dat niet erg? ‘Ik ben blij, ik zit vast!’ Ze glimlacht, en haar dromerige blik lijkt aan te geven dat ze verliefd is. Later die dag zegt Tatiana net hetzelfde, maar de boodschap klinkt anders. ‘Ik zit vast!’ Haar blik verraadt vooral verwarring. Het lijkt op een boodschap in een fles, een vraag om uitleg van een brein in volle ontwikkeling.

Twee én één

De meisjes hebben een afspraak met verschillende dokters in Vancouver, en Felicia maakt hen klaar voor de 450 kilometer lange, gevaarlijke rit door de sneeuw. Vandaag maken ze gelukkig geen ruzie over de kleur van hun trui. De weinige keren dat de meisjes vechten, zijn pijnlijk om te zien. In een zee van armen krabben ze elkaar in de mond en de ogen, terwijl ze tegelijk over hun eigen wangen wrijven om de pijn te verzachten.

Hoewel Krista als eerste de roze trui met kap vastheeft, staat ze die gemakkelijk af aan haar zus, en ze neemt zelf genoegen met de grijze. ‘Ik ben in het grijs,’ zegt ze. ‘En ik in het roze!’ zegt Tatiana. Over dat onderscheid moet Krista even nadenken. De woorden ‘ik’ en ‘mij’ zijn voor de meisjes veel ingewikkelder dan voor hun leeftijdsgenootjes.

Het woord ‘ik’ gebruikten ze constant, maar ‘wij’ heb ik hen nooit horen zeggen, ondanks hun samenhorigheid. Misschien weten ze niet hoe ze zichzelf moeten zien, en heeft hun woordenschat nog niet het juiste woordje voor wat ze precies zijn. Maar bestaat zo’n woord wel? ‘Ze zijn tezelfdertijd twee en één,’ zegt professor Todd Feinberg die psychiatrie en neurologie doceert aan het Albert Einstein College of Medicine. ‘Welk woord moet je daarvoor in godsnaam gebruiken?’

Gaat die verbondenheid ook verder dan die zintuiglijke waarnemingen? Delen ze ook gedachten als ‘Ik heb dorst’? Of, nog complexer: ‘Ik ben het beu om naar de televisie te kijken’? De familie vertelt dat de meisjes soms opstaan zonder een woord te zeggen en in de keuken een glas water halen dat Tatiana meteen, zonder zelf te drinken, aan Krista geeft. Laat het ene meisje dan in stilte aan de ander weten dat ze dorst heeft? Of wordt Tatiana, op een meer primitieve manier, de behoefte aan drinken gewaar, een dorst die niet de hare is? Wordt er echt een vraag gesteld, op een fluistertoon die onhoorbaar – of onbegrijpelijk – blijft voor de buitenwereld?

Feinberg vindt vooral het verhaal van de tweeling dat in bed beurtelings aan een rietje zuigt, mateloos intrigerend. ‘De ene drinkt, de andere wordt het gewaar,’ mompelt hij, alsof hij de gedachte herkauwt. ‘Dat is toch niet te geloven? Het gaat veel verder dan empathie. Het is alsof ze allebei een eigen bewustzijn hebben en tegelijk getuige zijn van dat van de ander.’

Het feit dat de meisjes er toch in slagen om elk een eigen identiteit te ontwikkelen, vindt Feinberg al even opmerkelijk. In zijn boek ‘Altered Egos: How the Brain Creates the Self’, beschrijft hij patiënten met een zogenaamd gespleten brein: personen bij wie de communicatie tussen de hersenhelften verstoord is omdat de hersenbalk beschadigd is geraakt. Een typisch voorbeeld van hersenbeschadiging is iemand die een ander een schop geeft zonder dat hij dat zelf wil.

Feinberg stelde vast dat die patiënten zichzelf niet anders zien dan vroeger: ‘Ze gedragen, voelen en ervaren zichzelf als intact.’ Dat komt volgens hem omdat het brein inspanningen levert om een eenheid van ervaring te creëren: het last al onze individuele onderdelen via een onontwarbaar kluwen van verbindingen in de hersenschors aan elkaar. Daardoor zien we onszelf als een individu. ‘Bij de meisjes zie je iets gelijkaardigs,’ zegt hij. ‘Het lijkt wel een natuurkracht: het brein zoekt altijd naar eenheid.’

Met de vraag of de tweeling een eenheid vormt, dan wel uit twee aparte personen bestaat, hoef je bij hun familie niet aan te kloppen. De gedachte is voor hen zo absurd dat het haast een belediging lijkt. Volgens Felicia zijn het ‘twee normale meisjes die toevallig onder dezelfde stolp door het leven moeten’. De familie ziet hun wonderbaarlijke verbondenheid als iets ‘tofs’, zoals oma Louise het noemt, maar het is niet iets waar ze ’s nachts van wakker liggen. Hun gezondheid houdt hen veel meer bezig. Felicia vertelde me: ‘Elke ochtend sta ik op en ga ik kijken of ze nog leven. Is dat het geval, dan kan de dag niet meer stuk.’

Alarm

De medische controles die de meisjes in Vancouver moeten ondergaan, blijken in de meeste gevallen positief. De cardioloog is bijzonder opgetogen: het hart van Tatiana is alsmaar beter opgewassen tegen de zware taak om bloed door de beide lichamen te pompen. De oogarts is echter minder tevreden. De meisjes hebben allebei zwakke ogen. Ze moeten brillen en ooglapjes dragen om hun zicht te verbeteren, maar daar let de familie niet zo op. Dat levert ze een kleine preek op: zowel Tatiana als Krista loopt het risico blind te worden aan één oog. Ook de tandarts slaat alarm. De tanden van Tatiana zijn er al zo slecht aan toe dat ze volgende zomer geopereerd moet worden.

Juliette Hukin, de neuroloog, voert ook een paar tests uit. Ze houdt een rood potlood voor de neus van Tatiana, en een paars voor Krista, en vraagt hun welke kleur het is. ‘Blauw,’ zegt Tatiana, en Krista: ‘Rood.’ Kennen ze hun kleuren nog niet? Oma Louise heeft een andere uitleg: ‘Ze wisselen ze om.’ Ook volgens Hukin is dat een plausibele uitleg. Ze haalt een knuffeldier uit een zak, een kalkoen, en geeft het aan Tatiana, zonder dat Krista het kan zien. ‘Krista, weet jij wat Tatiana in haar hand heeft?’ Krista denkt even na, en zegt dan: ‘Een roodborstje?’

Het antwoord is niet helemaal juist, maar toch heel bijzonder, vertelt Hukin achteraf: ze beschouwt het als een bijkomend bewijs dat de meisjes zintuiglijk met elkaar verbonden zijn, zoals de scans van dokter Cochrane al eerder hadden aangetoond.

Tijdens mijn verblijf heb ik de tweeling verschillende bijzondere dingen zien doen: het ene meisje kan wel degelijk de juiste naam geven van het stuk speelgoed dat het andere vasthoudt, of ze kunnen op hun lichaam de precieze plaats aanwijzen waar je zonet hun zusje hebt aangeraakt. Maar er zijn ook momenten waarop het niet lukt. De familie gelooft dat de inspanning om de ander te ‘lezen’ heel vermoeiend is. Het is immers goed mogelijk dat hun brein de input van de ander probeert weg te filteren en dus het tegenovergestelde doet van wat ze willen.

David Carmel, cognitief neurowetenschapper aan New York University, heeft een andere, minder spectaculaire verklaring voor het fenomeen, die niks te maken heeft met hun thalamische brug. ‘Bij twee mensen die heel close zijn kan de ene, uit de kleinste bewegingen die de andere maakt, de juiste conclusie trekken. Je kunt het intuïtieve associatie noemen: misschien associeert Krista de reactie van haar zus met een roodborstje dat ze ooit als knuffeldier hadden.’ Die verklaring is wetenschappelijk een stuk alledaagser, maar voor een onwetende getuige als ik blijft het een wonder om naar te kijken.

Tweestrijd

Voor de meisjes is de uitstap naar Vancouver een avontuur: ze mogen naar het grote ziekenhuis, ze rennen rond in de plaatselijke McDonald’s, en ze slapen in een hotel. Ze zijn hier al vaker geweest en zijn geliefd bij het hotelpersoneel. Dit keer hebben ze hun badpak bij. Ze rennen op en neer en stoppen niet met giechelen. Hun fijne stemmetjes rinkelen door de lange gangen. De andere gasten kijken hen misschien net iets langer na dan normaal, maar het plezier van de meisjes ontlokt hen allemaal een brede glimlach, net zoals bij andere kinderen.

Op hun tweede avond in het hotel houdt een man hen tegen in de lobby. Hij is zelf de helft van een tweeling, zegt hij, en hij wilde hen absoluut ontmoeten. Hij en zijn collega stellen enkele vragen aan de meisjes, geven hun een paar complimentjes en keren terug naar de bar. Maar wanneer de meisjes een uur later opnieuw voorbijrennen, staat de man daar nog. Hij heeft tranen in zijn ogen: zijn zoon heeft het jaar ervoor zelfmoord gepleegd. ‘Vertel de moeder hoe gelukkig ze is met haar schatten,’ zegt hij.

Felicia kijkt nauwelijks op als ik haar de boodschap overbreng: mensen vertellen haar de hele tijd over hun eigen tragedies. Hoewel ze dat ergens wel begrijpt, blijft het vreemd om sympathie te krijgen van iemand die niet kan weten hoe ze zich voelt. ‘Ze hebben medelijden met ons, terwijl wij het gevoel hebben dat we het groot lot gewonnen hebben,’ zegt stiefgrootvader Doug.

Bij het avondeten hebben Tatiana en Krista één van hun weinige meningsverschillen. ik moet denken aan mijn vriend Peter Freed, een assistent in de klinische psychiatrie aan Columbia university, gespecialiseerd in neurobeeldvorming. Hij heeft me aan de hand van een vergelijking proberen duidelijk te maken hoe de meisjes elkaar mogelijk ervaren. ‘Stel je voor dat de secretaresses bij Goldman Sachs en lazard (twee Amerikaanse concurrerende investeringsbanken, red.) beslist hebben om info en memo’s met elkaar te delen, zonder dat hun chefs daar iets van weten. Dat zou bij die chefs – of bij de meisjes: de delen van de hersenen waar de beslissingen worden genomen – onvermijdelijk tot frustraties leiden. Want iedere keer dat de concurrentie een beslissing neemt, zou dat een subtiele invloed hebben op de info waarmee ze zelf aan de slag moeten.’

De frustratie waar mijn vriend het over had, escaleert in de loop van de avond, wanneer de meisjes doodop zijn, in een conflict. iemand heeft chicken fingers besteld. Krista neemt een hap, en meteen trekt Tatiana een vies gezicht. ‘Het is bah!’ zegt ze, en ze begint te huilen. Met hoge uithalen kruipt ze onder de tafel, terwijl Krista haar uit alle macht weer naar boven probeert te trekken. Ze duwt haar zus een chicken finger in de mond. Tatiana spuwt het eten uit, en roept: ‘ik wil weg!’ Hun grootmoeder probeert te bemiddelen, en Doug zucht diep. ‘Zus moet eten!’ roept Krista, en ze gaat door met dwangvoeren. Ze trekt aan het haar van haar zus, en plots beginnen ze allebei te huilen. ‘ik wil weg!’ zegt Tatiana nog eens, waarop Krista antwoordt: ‘laat me alleen!’

Het incident roept vragen op over hoe de twee meisjes zullen evolueren in hun leven. Volgens oma louise worden ze een toonbeeld van grenzeloze empathie en liefde. ‘Ze zullen de wereld laten zien wat echte liefde is.’ Het omgekeerde is evenmin ondenkbaar: dat de twee individuen meer en meer gefrustreerd raken door de inmenging van de ander.

Docusoap

intussen staat de tijd niet stil. in september gaan Tatiana en Krista voor het eerst naar school, en als manager Chuck Harris zijn zin krijgt, zien we hen binnenkort ook op televisie. Harris, die ook de manager is van George en lori Schappell, helpt de familie om hun eigen docusoap te krijgen. Die zal niet alleen over de meisjes gaan – iets waar Harris veel nadruk op legt – maar ook over alle andere sterke persoonlijkheden die in het huis samenhokken.

De familie heeft er weinig problemen mee, omdat een normale jeugd voor de meisjes hoe dan ook uitgesloten lijkt. Bovendien rekenen ze op een gewenningseffect: het publiek kan Krista en Tatiana door de show leren kennen zoals ze echt zijn, niet als de freaks die ze weleens tegenkomen in het winkelcentrum. En financieel komt het hen prima uit, daar doen ze niet flauw over.

De meisjes zijn het gewend om voorstellingen ten beste te geven. Maar ze zijn veel trotser op hun andere verwezenlijkingen, alledaagse dingen die voor hen een grote uitdaging waren: op en neer springen net als andere peuters bijvoorbeeld, of in hun bed klimmen – dat laatste doen ze als volleerde acrobaten.

’s Avonds lijken de twee me altijd meer een eenheid dan ’s morgens, alsof de lastige dag de contouren van hun eigen persoonlijkheid heeft uitgevlakt. Soms lijkt het alsof Krista, fysiek de sterkste van de twee, onder mijn blik een metamorfose ondergaat. Op die momenten is ze niet langer de helft van twee, maar één stoere meid, die een deel van haar dapper meezeult. Tatiana geeft zich dan over, met dezelfde opluchting die wij voelen als we de controle kunnen overlaten aan iemand die we vertrouwen. Toch geeft die aanblik me een leeg gevoel: Tatiana lijkt dan zachtjes op te gaan in haar zus.

Op de avond waarop ik getuige ben van hun bedritueel, staan beide meisjes voor het grote bed. Tatiana begint als eerste aan de beklimming, en ze gebruikt haar zus als ladder. Krista springt op haar beurt gezwind het bed in, en landt naast haar zusje. Wanneer het louise eindelijk is gelukt om de meisjes kalm te krijgen, liggen ze op hun rug, klaar voor de nacht. Ze steken elk een hand in hun mond, laten die weer los, en slaken tegelijk een diepe zucht. Krista valt binnen de minuut in slaap, haar zusje volgt meteen. Allebei hebben ze hun binnenste arm over hun gezicht geslagen, en even lijkt het alsof er slechts één meisje is, dat in slaap gevallen is tegen een rechtopstaande spiegel. Dan trekt Tatiana haar arm terug. Ze zijn vertrokken naar een geheime plaats – samen of apart.

Susan Dominus

© The New York Times Magazine

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234