null Beeld Photo News
Beeld Photo News

15 JAAR GELEDENOVERLEED ISAAC GALVEZ OP DE GENTSE ZESDAAGSE

Dimitri De Fauw over de fatale botsing met Isaac Galvez: ‘Ik bleef mezelf maar verwensen: ik ben een moordenaar! Een moordenaar!’

15 jaar geleden over leed Isaac Galvez tijdens de Gentse Zesdaagse na een ongelukkige botsing met wielrenner Dimitri De Fauw. In 2009 maakte De Fauw zelf een einde aan zijn leven op 28-jarige leeftijd. Het ongeval met Galvez heeft hem voorgoed ontregeld, dat kon u ook zien in de uitstekende documentrairereeks ‘Het Scheldepeloton’ Herlees hier het interview met Dimitri uit 2008.

Eén jaar geleden raakte, hoog in de bocht van het Gentse Kuipke, het stuur van Dimitri De Fauw verstrengeld met dat van de Spaanse sprinter Isaac Galvez. Voor ze het wisten, schoten ze tegen de balustrade, en gleden van de weeromstuit tussen voorbijschietende renners door naar beneden. Galvez, wiens rib zijn aorta had doorboord, stierf ter plekke. De Fauw kwam met de schrik vrij, al is ook zijn hart voorgoed ontregeld.

Feest in Gent. 'Ich bin wie du' galmt over het middenplein, een schlager uit de jaren zeventig, die het talrijk opgekomen publiek opwarmt voor een avondje ouderwets wieleramusement. Het middenplein is vergeven van het volk, alles geurt naar massageolie, hamburgers en bier - het is de laatste avond van de Gentse Zesdaagse anno 2007. In het rennerskwartier delen Dimitri De Fauw en Iljo Keisse dezelfde cabine. Ooit waren ze ploegmaats, volkse jongens opgegroeid in de schaduw van de wielerbaan, nu dingen ze in verschillende duo's naar de gunst van de heetgebakerde Gentse supporters. Hoewel, veel strijd is er niet: het duo Dimitri De Fauw - Alexander Aeschbach heeft zo'n grote achterstand opgelopen dat ze geen kans meer maken op de eindoverwinning. Daarnaast is het ook Zwarte Zaterdag voor De Fauw: vorig jaar vond om half één in de nacht van zaterdag op zondag, het dodelijke ongeval met Isaac Galvez plaats. De Fauws hoofd staat niet naar koersen.

'Vraag me niks,' zegt hij tussen twee sprints door. 'Ik ben niet in staat iets zinnigs te vertellen. Het raakt me nog altijd veel meer dan ik had gedacht.'

Schuin boven hem, in een bocht van de baan, heeft een lichtblauwe armada postgevat: de supportersclub van De Fauw, die met een dubbeldekbus van Heusden naar Gent is gekomen. Onder hen Claudine Verhoeven, de moeder van Dimitri, 'Tarzan' voor de fans. 'Tarzan heeft een klein hartje tegenwoordig,' zegt ze. 'Huilen, huilen, huilen dat hij deed, toen Isaac deze week met een bloemenhulde werd herdacht. Dimitri is nog lang niet de oude.'

'Onmiddellijk na het ongeval wilde Dimitri stoppen met koersen,' vertelt zijn vriendin Joke De Smet. 'Maar wij hebben hem met zijn allen weer op de fiets geduwd. Hij moest weer trainen, hij moest zijn zinnen kunnen verzetten. Ik ben blij dat we er vanavond, samen met hem, een mooie avond van zullen maken. Dimitri hoort in de Zesdaagse van Gent.'

null Beeld

Het domino-effect

In Gent geldt Dimitri De Fauw als de koning van de baanronde. Niks wat hij liever doet dan één ronde lang de darmen uit zijn geblokte lijf rijden, zo hard gaan dat de toeschouwers vol ongeloof op de banken kruipen om hem te kunnen volgen. Want een publieksrenner is De Fauw altijd geweest - en een waaghals ook. 'Toen mijn oom Marc De Fauw, toenmalig bondscoach, me indertijd porde om als vijftienjarige op de baan van de Blaarmeersen te gaan rijden, was ik al na een kwartiertje spoorloos. Ze dachten dat ze me kwijt waren: ik reed helemaal bovenaan de piste, tegen de balustrade aan. Dat doet een groentje normaal nooit, zo hoog rijden, maar mij maakte het niet uit: waarom niet, hè (lacht)? Bij mijn geboorte moet ik hard op mijn kop zijn gevallen, anders is het niet te verklaren: het zotste of het wildste, ik doe het allemaal. Ik ben nergens bang voor.'

HUMO En met je indrukwekkende dijen ben je ook gemaakt voor het baanwielrennen.

DIMITRI DE FAUW «'De Fauw is een dikke', zeggen ze dikwijls. Maar dat is dus niet waar: ik ben een valse dikke. Ik lijk zwaar, in werkelijkheid ben ik gewoon struis gebouwd: ik heb een vetpercentage van 5 à 6 procent! Volgens mijn dokter ben ik zelfs te mager!

»Dankzij mijn struise bouw kan ik wel beter ontploffen dan andere renners. Ik lig onmiddellijk op topsnelheid. En zo heb ik ook mijn reputatie gevestigd: bij de jeugd heb ik wel dertig baanrecords gebroken, sommige meer dan tien jaar oud. Dat is een kick, jazeker. Op den duur wilde ik op elke meeting een record breken.

»Hoe je jezelf op zo'n moment van topsnelheid voelt, is moeilijk te beschrijven. Overdrive, hè. Je bent in trance - een trance die je zelf opwekt. Als ik me opwarm, zal ik niemand aanspreken of de hand schudden. Ik fok mezelf op: 'Ik ben de rapste, ik heb de beste gangmaker: niemand kan me kloppen.' Dat werkt alleen als je daar zélf voor honderd procent in gelooft. Vrienden van me zeggen dat ik verander als ik een baanronde rijd. 'Je ogen worden kogels,' zeggen ze. 'Je staart recht voor je uit, recht in het oneindige, door niks of niemand afgeleid.' Zo gaat dat als je gefocust bent. Ik kan mezelf zover brengen dat ik kramp krijg: in mijn keel, mijn armen, mijn ingewanden - omdat ik mezelf op scherp zet om die pisteronde in acht en een halve seconde af te leggen.

»En dan rijd ik de piste op, achter mijn gangmaker, met mijn vaste muziekje 'Play it Live' van Safre Duo, opzwepende drums, ik wacht tot de baan vrij is, en dan ga ik tot alles pijn doet en de verzuring, bij wijze van spreken, uit mijn oren spuit. Dát is ontploffen: verschrikkelijk over de grens gaan.

»Vorig jaar heeft een fotograaf me na zo'n baanronde gefotografeerd: ieder adertje op mijn lijf was zichtbaar. Mega! Als je sterk staat, ga je door de muur. Niet één keer, maar twee of drie keer, er los door!»

HUMO Wat is de muur?

DE FAUW «Je voelt de muur op het moment dat je over de streep gaat: je wil je shirt aan stukken scheuren om nog genoeg zuurstof binnen te krijgen, en intussen bonst je hart als bezeten. Mijn maximum hartslag in volle inspanning is 213. Dat kan ik acht seconden aanhouden - één baanronde lang. Als ik het vijftien seconden zou doen, ben ik morsdood. Dat is de muur. De muur staat één centimeter voorbij de meet, als mijn hart in mijn keel stampt.

»In de zesdaagse van vorig jaar had ik vijf keer de snelste baanronde gereden, de moraal was super, ook zaterdag was het groot feest, tot het ongeval gebeurde in de tweede ploegkoers. Ik weet het nog heel precies: ik sluit, als achtste man, bij een groepje aan. We zijn in de achtervolging: drie à vier ploegen hebben een ronde voorsprong genomen. We rijden. We komen uit de bocht, met zijn achten, mooi achter elkaar, en we maken een slingerbeweging hoog in de bocht. Bij het uitkomen stuur je sowieso een beetje naar beneden, om snelheid te maken. De ideale lijn is de lijn van de groep - ik volg de groep. En opeens, bang! Er knalt iemand tegen mij aan, we slaan tegen de balustrade, en we glijden naar beneden. Ik kruip overeind en ik vloek: 'Godverdomme' - er was een grote schelle vlees van mijn hand. 'Het is weer dezelfde,' denk ik. 'Galvez!' Hij was in die zesdaagse al eens gevallen, na een aflossing.»

HUMO Hij had de reputatie een brokkenpiloot te zijn, zei Robbie McEwen achteraf.

DE FAUW «Dat zul je mij nooit horen zeggen: die jongen kan zich niet meer verweren. De vraag is: hoé is het gebeurd? Hij heeft mijn stuur meegepakt. En je stuur luistert nauw, hè. Als je een tik tegen je achterwiel krijgt, kun je overeind blijven. Maar tegen je stuur? Eén tikje en je ligt er. Isaac wilde de groep inhalen en tegelijk zo dicht mogelijk bij de lijn van de groep blijven om zijn ploegmaat Juan Llaneras af te lossen. En hij pakt mij met zijn guidon mee. Wat daarna gebeurt, is het domino-effect: hij trekt, ik trek ook - en hij pakt mij mee. Ah ja, ik zat vast aan hem: ik kon niet weg. Ik moest volgen. En voor we het beseffen, liggen we beneden.

»Isaac blijft liggen. Ik maakte me geen zorgen: na een zware valpartij blijven renners dikwijls onbeweeglijk liggen, om zeker te zijn dat ze niks gebroken hebben. Maar hij beweegt minutenlang niet. En het Rode Kruis komt. En ze beginnen aan hem te werken. 'Hij is bewusteloos,' hoop je dan, in je cabine aan de andere kant van de piste. Maar ze blijven aan hem werken. En opeens brengen ze hem weg met de Mug.

»Ik werd zot in mijn cabine. 'Het is mijn schuld!' riep ik. 'Mijn verdomde, stomme schuld.' - 'Nee,' zegt mijn mecanicien, 'dat is het ze-ker niet: het kan iedereen overkomen.'

»Ik zat daar in mijn cabine met een handdoek over mijn hoofd, de koers wordt afgeschoten, en ik loop weg naar de kleedkamer, en een akelige kilte daalt over mij neer. Nu zul je me waarschijnlijk gek verklaren, maar toen heb ik voor het eerst beseft: 'Isaac haalt het niét.'

»In de kleedkamer glijd ik van mijn stoel en begin onbedaarlijk te huilen. Mijn schoonvader in paniek. Gelukkig is zijn vriend erbij, Kenneth, een agent van de federale politie die weet hoe mensen in shock reageren. Hij laat me op de grond liggen, en probeert me te sussen, terwijl ik mezelf maar blijf verwensen. 'Ik ben een moordenaar!' roep ik. 'Een moordenaar!' Ik hyperventileerde, denk ik nu.

»Ik ging in trance, zoals ik dat ook voor een baanronde doe om de pijngrens te verleggen. Met één beweging van mijn hand heb ik een lange zware tafel beetgepakt en weggegooid. Een gewone mens kan dat niet, zelfs niet met zijn beide handen. Maar ik was wég.

»'Rustig, Dimi,' zei Kenneth, 'rustig.' Mijn ogen draaiden weg, maar hij bleef met mij praten om me wakker te houden tot er een dokter bij me was. Die heeft me een injectie gegeven om rustig te zijn, terwijl ik naar het UZ werd overgebracht.

»Intussen wist ik nog altijd niks van Isaac.»

null Beeld

Blèten als een kind

Claudine Verhoeven, de moeder van Dimi, was op dat moment ook in het Kuipke. 'Ik kom niet graag naar de piste, maar goed, op een zaterdag kan ik ook niet thuisblijven als alle supporters naar Gent gaan. Dus ik was daar ook. En even over middernacht verlaat ik mijn plaats om een praatje te slaan: ik had mensen herkend aan de overkant van de baan. Ik loop de trappen op, raak in gesprek, en daar gebeurt het - recht voor mijn ogen. Hij kon daar niks aan doen, hè. Voor hetzelfde geld hadden ze mijn zoon afgevoerd.' Ze zwijgt. 'Ik heb Dimi al zo dikwijls zien vallen, ook in het Kuipke: ik heb 'm nog, mét zijn fiets en alles, van boven naar beneden zien glijden. Hij zat eraan vast, omdat hij zoveel macht heeft - hij stampt zijn fietsen kapot. Ge kunt daar niks aan doen, tenzij bang zijn. Heel bang zijn.'

DE FAUW «In het UZ kreeg ik een plek op de spoedafdeling. De artsen stonden te praten, zonder te beseffen dat het gordijn tussen de kamers open was. Eén van hen zegt: 'Voor die coureur die ze hier hebben binnengebracht, hebben we niks meer kunnen doen: hij is dood.'

»Mijn hartslag schoot omhoog: ik ging schudden en beven. Ze moesten me vastbinden om me tot bedaren te brengen. Achteraf stelden ze voor me nog één nacht in observatie te houden, maar dat heb ik geweigerd: 'No way, ik kan hier niet blijven als hij hier twee kamers verderop ligt - dood.' Ik voelde me enorm schuldig (zwijgt).

»Ik ben naar mijn schoonouders gegaan, maar die hele nacht heb ik geen oog dichtgedaan. Praten lukte niet, ook niet met mijn vriendin. Ik ben geen grote prater als het om persoonlijke dingen gaat: ik wil het zélf verwerken.

»'s Ochtends werd ik wakker, overmand door verdriet, ik stommel door het huis, zet Teletekst aan, en kennelijk had één man alles gezien: Stan Tourné. Als je hem mocht geloven, zat hij bij het ongeval 'toevallig' op de eerste rij. En hij had het ook allemaal heel precies gezien, blijkbaar: 'Dimitri De Fauw maakte een opwaartse beweging.' Met andere woorden: ik was in de fout gegaan. Ik was de oorzaak van Isaac Galvez' dood. Ik werd nog een keer zot.

(Nadrukkelijk: ) »De groep maakte een opwaartse beweging, ik volgde de groep, en Galvez kwam te dicht bij mij rijden. Dát is de waarheid. Maar toen begon het pas: de telefoon bleef maar rinkelen, de ene journalist na de andere. Ik zeg: 'Mannen, ik kom wel aan de telefoon, maar ik geef géén interview.'

»De rest van de dag heb ik rondgelopen als een kip zonder kop. Als ik de tv aanzette, ging het over één ding: 'Dodelijk ongeval in het Kuipke'. Ik heb geblèt als een klein kind.

»Maandag word ik wakker: telefoon van mijn manager Christophe Sercu. 'Luister,' zegt hij, 'ik stuur een bericht naar Belga dat ze je met rust moeten laten. En later in de week geven we een persconferentie.' Toen ik de kranten onder ogen kreeg, viel ik bijna flauw: alles wat ik de journalisten in vertrouwen had verteld, stond daar zwart op wit. En: ze hadden foto's van het ongeval!»

HUMO Wat dacht je toen je de foto's zag?

DE FAUW «'Ik wou dat ik dood was.' Dat heeft een dag of twee door mijn hoofd gespookt. Ik kon niet lachen, niet eten, niet drinken, in mijn hoofd was er maar plaats voor één vraag: 'Is het mijn schuld?'

»Als ik, om er even uit te zijn, ging wandelen met mijn vriendin, had ik al een schuldgevoel: 'Ik kan nog wandelen, Isaac niet meer. Ik kan de kou in mijn gezicht voelen, hij niet meer.' En: hij liet een vrouw en een kindje achter.

»Later ging ik pas beseffen dat ik, als ik was gestorven, ook mensen met verdriet had achtergelaten. We hadden er net zo goed met zijn tweeën in kunnen blijven.

»De mensen van het parket waren vol begrip. Ze wilden me vooral geen schuldgevoel aanpraten. Zij hebben me verteld waaraan Isaac was gestorven: hij had drie ribben gebroken. Eén rib was door zijn hart gegaan, één rib door zijn long en nog één rib op nog een andere plek - waardoor een fatale bloeding was ontstaan: 'Er was niks meer aan te doen.' 'Jamaar,' vroeg ik, 'waarom hebben ze dan nog zo lang aan hem gewerkt?' Omdat er zoveel mensen stonden op te kijken, zeiden ze.

»Ik zei: 'Maar hij heeft naar het schijnt nog met zijn ogen geknipperd en in iemands hand geknepen.' - 'Stuiptrekkingen.' Ik wist niet wat ik hoorde. 'En heeft hij pijn gehad?' - 'Het ogenblik van de botsing heeft hij ongetwijfeld een pijnscheut gevoeld, maar het moment dat hij de grond raakte en naar beneden gleed, was hij al dood.' Daar was ik wel blij om, dat hij niet heeft geleden. Soms denk ik: 'Misschien zou het voor hem, als renner, nog erger zijn geweest als hij de rest van zijn leven in een rolstoel had moeten zitten.'

»De mensen van het parket hebben me, door hun verklaringen, tot rust gebracht: mijn versie van de feiten strookte met de hunne. En ook uit het milieu kwamen er niks dan goede reacties. Iljo had me onmiddellijk na de feiten al moed ingesproken: 'Dimitri, wat jij nu meemaakt, had ons allemaal kunnen overkomen.' Alle mensen zeiden hetzelfde: 'Er treft niemand schuld.'»

Met de hulp van Isaac

HUMO Heb je Galvez nog gegroet?

DE FAUW «Dinsdag ben ik via de achteringang naar het Kuipke gegaan. Dat viel me heel zwaar. Nog voor ik op de plek van het onheil was aangekomen, was ik al twee keer in huilen uitgebarsten. Daarna ben ik op de piste gaan zitten. Een kwartier. Een halfuur. En het wonderlijke is: mijn hoofd was leeg. Ik zat daar en ik vroeg me niks af.

»De dag daarop ben ik er met mijn vriendin naartoe gegaan om witte rozen neer te leggen. Ik moest huilen, en weer vroeg ik me af: 'Waarom? Waarom ik?'

»Maar die nacht ben ik wel opgehouden met me zelfverwijten te maken. Het ging me dagen dat ik er niet aan kon doen: het noodlot had toegeslagen in Gent.

»Ik ben er nog één keer gaan zitten, een kwartiertje, en ik ben opgestaan in het besef dat ik nooit een antwoord op mijn vragen zal krijgen. Het is goed om dat te weten.»

HUMO Je bent niet naar Isaacs begrafenis geweest.

DE FAUW «Wat had ik zijn Spaanse familie te vertellen: 'Hi, my name is Dimitri, it happened with me'? Ik spreek geen woord Spaans.»

HUMO Heb je contact met zijn familie gehad?

DE FAUW «Nee. Christophe Sercu heeft me wel een mail uit Spanje laten zien, waarin stond dat ik me niks te verwijten had. Dat was fijn.»

HUMO Heb je Isaac persoonlijk gekend?

DE FAUW «Niemand heeft hem echt gekend. Hij was een stille, in zichzelf gekeerde jongen. En er was de taalbarrière: Isaac verkeerde in een andere wereld - andere verzorgers, andere ploegmaats, andere cabines. We hebben nooit met elkaar gesproken.

»Juan Llaneras, zijn ploegmaat, ken ik beter. Bij de start van de volgende zesdaagse hebben we elkaar eens stevig vastgepakt: 'Are you okay?' Meer ook niet, hoor, zo gaat dat onder renners.

»Christophe Sercu heeft me gedwongen te blijven rijden. Op die manier leer je het te verwerken, zei hij. Als een gevechtspiloot een collega verliest moet ook hij meteen weer het vliegtuig in: op naar een andere missie. Anders durft hij later misschien niet meer te vliegen. Mij moésten ze ook weer de piste op sturen. Ze hebben me verplicht één maand later het Belgisch kampioenschap omnium te rijden. Ik wilde dat helemaal niet. En het straffe is: ik heb dat kampioenschap gewonnen, mede dankzij een geste van Iljo in de puntenkoers.

»Mijn oom Marc De Fauw heeft toen de hele dag op me ingesproken. 'Nu ga je op de rollen rijden, nu neem je een douche, nu trek je schone kleren aan.' Hij was mijn souffleur. Maar gelukkig was hij daar, want ik was daar niet: mijn geest was elders.

»Isaac was daar. Ik maak me sterk dat Isaac daar samen met mij heeft rondgereden: op geen enkel moment heb ik pijn in mijn benen gehad. Het was rijden, rijden, rijden, zonder veel tactiek of training of voorbereiding, maar: ik heb daar gewéldig hard gereden. Een meeting lang in trance: ik voelde dat hij bij mij was. Hij was gewoon bij mij.

»En uiteindelijk heb ik gewonnen met één punt verschil.»

HUMO Heeft Isaac je geholpen opnieuw wielrenner te worden?

DE FAUW «Hij heeft me geholpen het ongeval te verwerken. Een ander zou gaan vissen of met een ballon om de wereld vliegen of een psycholoog raadplegen. Ik niet. Ik heb mijn verdriet verwerkt door op gezette tijdstippen met Isaac te communiceren. Op belangrijke momenten kon hij me helpen, zoals later op het WK, tijdens de drie kilometer achtervolging. Voor de start zeg ik tegen Michel Vaarten: 'Michel, desnoods roep je in de laatste kilometer maar wat je moét roepen: je weet wat ik bedoel.' Hij was verbouwereerd: hij wist helemáál niet wat ik bedoelde. We beginnen aan de achtervolging, en ik zie mijn tegenstander naderen tot op een kwart ronde. In de laatste kilometer schreeuwt Michel: 'Komaan, Dimi, doe het voor Isaac!' En de laatste kilometer heb ik hem ingelopen, geen spatje pijn voelde ik. De laatste kilometer was mijn snelste! Ik heb er mijn besttijd met acht seconden verbeterd!»

HUMO Hoe verklaar je dat?

DE FAUW «'De vorm van de dag,' moet ik antwoorden, zeker? Maar als ik eerlijk ben: 'Isaac.' Zo simpel is het. Ik ben uiteindelijk zesde geworden op dat WK.»

HUMO Wat is jouw idee van dood?

DE FAUW «Er is bij mijn weten nog niemand van boven teruggekeerd om te vertellen hoe het daar is. Ik weet het niet, maar ik ga er wel van uit dat Isaac er is. En dat hij de beschermengel van zijn vrouw en dochter is geworden, en nu ook bij mij in Gent is, omdat ik het wil. Hij is mijn positieve stimulans in de zesdaagse.»

HUMO Denk je nog vaak aan het moment dat jullie sturen in elkaar haakten?

DE FAUW (Schudt zijn hoofd) «Soms, als ik het zwaar heb, op de training of in de wedstrijd, denk ik: 'Wat zou Isaacs familie er niet voor geven dat hij nog één keer pijn zou kunnen lijden.' En mijn pijn is meteen over. Ik sta mezelf niet veel pijn toe. Koersen is pijn. En pijn zit alleen maar in je hoofd, als je hem daar toelaat.

»In het begin verweet ik me van alles, zoals je doet als je met de auto een ongeval hebt gehad: 'Had ik maar wat gas bijgegeven.' Of: 'Had ik maar sneller op mijn rem getrapt.' Alleen, op de piste heb je geen gas, en je hebt geen rem. Ik heb geen enkele verkeerde beweging gemaakt; ik heb alleen de lijn van het peloton gevolgd. Isaac is te dicht langs mij heen geschoven. Hij komt van achteruit, hij blijft in mijn stuur haken, hij brengt mij uit balans. Dus, nee: het was een ongeval - een dwaas accident.

»Ik heb geleerd het ongeval los te laten, maar Isaac zelf bij me te houden. Dat klinkt makkelijker dan het is. Na het WK, toen ik van de ploeg zes weken rust kreeg, raakte ik helemaal de kluts kwijt: ik stond op, scheerde me niet, ging niet uit trainen, deed niks - ik had nergens zin in. Toen ik dacht dat ik er overheen was, zonk ik weg in een depressie. Verlamd door verdriet, hè.

»Mijn vriendin wist niet wat ze met mij moest aanvangen. Zo ging dat weken aan een stuk.»

JOKE DE SMET «Ik belde Dimi vanop mijn werk, rond een uur of elf. 'Waar ben je nu?' vroeg ik. 'Op mijn bed.' 'Wat doe je daar?' 'Niks.' Dan lag hij daar de dingen te overdenken, maar als je niks om handen hebt, zijn dat niet de fraaiste gedachten, natuurlijk. Ik heb tegen mijn stiefvader gezegd: 'Ga Dimi uit zijn bed halen, en neem 'm mee uit trainen.' Het was de enige manier om er bovenop te komen: je moet iets doén.»

Onsterfelijk

Laat op de avond is er nog de Grote Prijs Oost-Vlaanderen, een afvallingswedstrijd. En raad eens wat? Twee Oost-Vlamingen treffen elkaar in de finale: Dimitri de Fauw en Kenny De Ketele. Tot de laatste bocht houdt De Fauw zich schuil achter de rug van zijn piepjonge opponent, daarna bespringt hij hem zoals een luipaard zijn prooi - enkele snelle halen volstaan: van Kenny De Ketele is geen spoor meer.

De Fauw neemt de bloemen met een brede glimlach in ontvangst, peddelt naar de overkant van de baan, en mikt ze daar in de schoot van het meisje op de eerste rij: zijn vriendin Joke.

DE FAUW «Ik kom terug. Mijn seizoen op de weg was niet best, dat weet ik zelf ook. Mijn sportdirecteur Walter Planckaert was woest toen hij me met flink wat overgewicht aan de start van mijn eerste kermiskoers zag staan: 'Hoe is dat mogelijk, je zo laten gaan?' Maar niemand in de hele ploeg heeft zich één moment afgevraagd: 'Wat is er met Dimi aan de hand?' Ik was er niet met mijn gedachten bij.»

HUMO Was het een nederlaag: aan het eind van het seizoen een ontslagbrief in de bus?

DE FAUW «Een nederlaag voor hén: zij hebben zich geen moment afgevraagd waar ik doorheen ben gegaan. En zo iemand zetten ze op straat. Nu goed, binnenkort teken ik elders: ik zal nog wel bewijzen dat ze ongelijk hadden.»

Intussen frutselt hij aan het kettinkje onder zijn shirt, waaraan een heuse ijzerwinkel hangt: het cijfer dertien, een hoefijzer, een roosje met de naam van zijn vriendin en hemzelf, een rennertje en een steen die positieve energie uitstraalt. De Fauw: 'Dat zéggen ze toch. In elk geval: hij weegt niet zwaar, dus ik heb er geen last van.' Hij lacht.

Een week na de Zesdaagse hangt hij aan de lijn. Hij was bang voor de Zesdaagse van dit jaar, zegt hij. Supporters kunnen wreed zijn, hun spreekkoren kunnen je recht in het hart treffen. Maar zo is het niet gegaan, wel integendeel: in de nacht van zaterdag op zondag werd niet één keer melding gemaakt van wat zich daar één jaar geleden had voorgedaan. Niemand sprak erover. En dat, zegt de Fauw, trof hem nog dieper: 'Ik ben verontwaardigd.'

DE FAUW «Hopelijk kan ik nu, na de zesdaagse van Gent, ook Isaac stilaan achterlaten en laten rusten. Daar is het tijd voor. Als ik over de baan scheur, tegen vijfenzeventig kilometer per uur op minuscule tubes, wil ik nergens meer aan hoeven te denken. Zolang de wedstrijd duurt, moet ik me onsterfelijk voelen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234