Dokter Karbaat: 'Bij vrouwen die maar niet zwanger werden, mengden we sperma van verschillende donoren'  Beeld
Dokter Karbaat: 'Bij vrouwen die maar niet zwanger werden, mengden we sperma van verschillende donoren'

DOSSIERDONORKINDEREN

Dossier donorkinderen: fertiliteitsdokter Jan Karbaat heeft met eigen zaad tientallen kinderen verwekt in zijn kliniek

Dokter Jan Karbaat runde sinds de jaren 70 een kliniek met anonieme spermadonoren, waar hij stellen met vruchtbaarheidsproblemen en alleenstaande vrouwen met een kinderwens hielp door kunstmatige inseminatie met donorzaad. In 2017 spanden een aantal kinderen en ouders een rechtszaak aan. Het dna van de inmiddels overleden Karbaat werd vergeleken met dat van 22 donorkinderen. Zij hebben nu de ultieme bevestiging of uitsluiting dat Karbaat hun biologische vader is. Lees een Humo-reportage uit 2014 over de omstreden dokter Karbaat.

(Verschenen in Humo 3832 op 11 februari 2014)

In juni 2013 bleek dat de Deense spermabank Nordic Cryobank jarenlang besmet zaad had uitgevoerd. Daaruit werden wereldwijd negenennegentig kinderen geboren: negentien van hen, onder wie drie Belgische kinderen, hadden een defect gen meegekregen dat hun zenuwstelsel kan aantasten.

Heeft het schandaal de fertiliteitsindustrie tot inzicht gebracht? Wat is de staat van ons zaad? Humo trok op onderzoek, en stuitte in de rand van Rotterdam op het Medisch Centrum Bijdorp van de Nederlandse dokter Jan Karbaat, een privékliniek met lekkende spermatanks, rommelige kaartenbakken en onorthodoxe methoden. ‘Als een vrouw niet zwanger werd, mengden wij verschillende soorten sperma.’

Het verhaal begint in de jaren 80. De Nederlandse Sonja Noordhoek en haar inmiddels overleden man gaan op consult bij dokter Jan Karbaat in Medisch Centrum Bijdorp, een fertiliteitskliniek in Barendrecht, onder de rook van Rotterdam. Dat doen ze, zoals in die tijd gebruikelijk is, in alle discretie. ‘Mijn man was onvruchtbaar. En we wilden heel graag kinderen. Daarom gingen we naar de kliniek van dokter Karbaat: hij zou ons wel kunnen helpen, dachten we.’

In de kliniek krijgt het koppel te horen dat k.i.d.-inseminatie mogelijk is: een kunstmatige zwangerschap met het zaad van een donor. Dat vindt het paar prima, maar ze stellen wel één voorwaarde. Ze willen later niet aan hun kinderen vertellen hoe die er gekomen zijn: de donor moet, met andere woorden, onbekend blijven. Geen probleem, de kliniek van dokter Karbaat werkt uitsluitend met anonieme donoren. De Nederlandse wet die bepaalt dat de identiteit van de donor bekend moet zijn voor wens-ouders en kinderen, zal pas járen later – in 2004 – gestemd worden. Sonja Noordhoek en haar man kunnen dus op beide oren slapen. Ze zullen met het zaad van één donor kinderen krijgen die zo veel mogelijk op hen lijken, echte Hollandertjes, niemand zal er wat van merken.

Het valt lelijk tegen. Mevrouw Noordhoek – blond haar, blauwe ogen – bevalt van kinderen die na verloop van tijd almaar donkerder worden. ‘Het donorpaspoort dat we van de kliniek hadden gekregen, leek niet te kloppen. De donor was zogezegd een blanke man van Nederlandse origine. Had aan de universiteit gestudeerd. Was getrouwd, had twee kinderen en was afdelingshoofd bij een bank. Maar onze kinderen hadden bij hun geboorte een licht kleurtje, en werden in hun puberteit nog donkerder. Wat moesten we daarvan denken?’

Mevrouw Noordhoek laat het donorpaspoort zien. Het staat er allemaal: ‘Kaukasisch’, ‘gelukkige jeugd in Zuid-Limburg’, ‘universitair’, ‘gehuwd’, ‘twee kinderen: een jongen en een meisje’.

Niks nadeligs voor haar kinderen, zegt mevrouw Noordhoek, haar dochter van zesentwintig en zoon van negentien zijn schatten, ‘plaatjes’, met wie ze heel gelukkig is, maar in de kliniek hadden ze hen voorgelogen. En thuis konden ze natuurlijk niet verborgen houden dat de kinderen met het sperma van een vreemde man waren verwekt.

Het intrigeerde haar dochter al gauw, vertelt mevrouw Noordhoek: ‘Van jongs af aan stelde ze zich vragen. Ze snapte het niet. Ze vroeg zich af waarom zij en haar broer donker waren, en wij bleek.’

AMANDA HAVELAAR (de dochter van mevrouw Noordhoek) «Toen ik op de middelbare school zat, kreeg ik steeds vaker de vraag: ‘Ben jij niet van buitenlandse afkomst?’ Ik was in de loop der jaren ook een zuidelijk type geworden: zwarte haren, bruine huid. Ik ging mezelf vragen stellen: ‘Mijn vader en ik, wij lijken écht niet op elkaar.’»

SONJA NOORDHOEK «Amanda bleef maar lastige vragen op ons afvuren, de ene na de andere. En de tandarts zei dat haar hoektanden wel heel erg op een Afrikaans gebit leken. Nou, toen hebben we het haar verteld: het had geen zin om het nog langer geheim te houden. Gelukkig heeft ze ons niks kwalijk genomen, voor hetzelfde geld komt er verschrikkelijke ruzie van. Onze dochter heeft het daarna zelf aan onze zoon verteld. Die was negen en snapte er niks van (lacht).»


Geromantiseerd paspoort

Maar in het hoofd van de tienerdochter blijft het malen. Ze sluit zich aan bij de Stichting Donorkind Nederland en leert een halfbroer kennen die nog meer op zoek is naar zijn roots dan zijzelf. Hij is lid van Fiom, een Nederlandse databank die de DNA-gegevens van donorkinderen en donoren van voor 2004 – toen k.i.d.-inseminatie nog anoniem gebeurde – beheert. ‘We hebben momenteel de gegevens van 660 mensen in onze databank zitten,’ zegt Hans van Hoof namens Fiom: ‘75 procent zijn donorkinderen – van wie een minderheid Belgen – en 25 procent donoren. We hebben in de vier jaar dat we bestaan 65 matches gevonden tussen donoren en hun kinderen. Op die manier hebben ook heel wat donorkinderen een halfbroer of -zus ontdekt, wat een plezierige bijkomstigheid is: velen zijn enig kind.’

De halfbroer van Amanda vindt via Fiom hun biologische vader. Hij ontmoet de man. En inderdaad: hij is niet de nette, oer-Hollandse kerel die mevrouw Noordhoek en haar man indertijd was aangepraat. Hij is een Surinamer. En hij lijdt aan autisme.

Mevrouw Noordhoek verwerkt de klap in haar eentje. Haar man, die op dat moment al zwaar ziek is, laat het zo’n beetje over hem heen gaan. Het dringt niet tot hem door. Maar háár laat het nog altijd niet onberoerd. Als ze erover spreekt, klinkt de emotie in haar stem door.

NOORDHOEK «Amanda heeft intussen twaalf halfbroers en -zussen leren kennen. Allemaal kinderen die zijn verwekt met het zaad van die ene man, die nooit donor had mogen zijn. Blijkbaar heeft hij tientallen jaren gedoneerd in vier à vijf klinieken: vier- à vijfhonderd vrouwen zijn zwanger van hem geworden. Hoe kan dat in hemelsnaam? Me dunkt dat het Medisch Centrum Bijdorp zijn boekje vér te buiten is gegaan.

»(Hapt naar adem) Het is heel dubbel: ik ben doodgelukkig met de kinderen, ik heb het totaal naar m’n zin met ze, maar tegelijk voel ik me besodemieterd. Ik ben vier jaar lang naar die kliniek gelopen, 80.000 gulden of 40.000 euro hebben we eraan besteed. Een kapitaal in die tijd! En dan blijkt dat je in de maling bent genomen. Mijn dochter heeft één keer met haar biologische vader gesproken. Nou, die man is knettergek. Hij voelt zich God omdat hij zo veel volgelingen op aarde heeft rondlopen. Is níét getrouwd, heeft níét aan de universiteit gestudeerd, is helemaal geen afdelingshoofd bij een bank: hij werkt bij de bank in een achterkamertje met cijfers – hij is ongeschikt voor menselijke interactie: hij lijdt aan het syndroom van Asperger. Dokter Karbaat heeft ons gewoon een geromantiseerd donorpaspoort verkocht.»

‘Het is hard wat ik nu ga zeggen.’ Amanda, de dochter van mevrouw Noordhoek, wikt haar woorden. ‘Maar kijk, ik heb zelf in de psychiatrie gewerkt, en ik zag meteen: die donor van me, die man met zijn zenuwtics en waanbeelden, is geen gewone man. Dat is een patiënt. De ontmoeting was een heel zware teleurstelling voor mijn broertje en mezelf. Ik ging erdoor aan mezelf twijfelen: ‘Ben ik misschien ook gek?’ Hij was totaal niet in ons geïnteresseerd: ‘Ik, ik, ik’ – hij sprak alleen over zichzelf. Hij voelde zich superieur omdat hij zo veel kinderen op de wereld had gezet.’

Superstud

Ik vraag de donor of ik hem met een initiaal mag omschrijven: ‘Donor A., is dat oké?’ ‘Nee,’ zegt hij, ‘doe maar Donor S., van superstud.’ Hij lacht smakelijk. ‘Ik hoop maar één ding: dat mijn donorkinderen mijn gevoel voor humor hebben geërfd.’

Donor S. bevestigt het verhaal van Mevrouw Noordhoek.

DONOR S. «Mijn vader was een neger, mijn moeder een Nederlandse. Ik ben niet getrouwd, ik heb geen eigen kinderen, ik heb niet echt gestudeerd; ik was geen afdelingshoofd bij een bank, ik werkte er in een hoek omdat ik niet zo goed ben in de omgang met mensen. Ik had werk, geen carrière. Twee jaar geleden ben ik weggesaneerd.»

Donor S. heeft naar eigen zeggen zeventien jaar lang gedoneerd in Medisch Centrum Bijdorp.

DONOR S. «Ik deed het thuis in een potje en ik fietste naar de kliniek. Twintig minuten, in weer en wind, twee keer per week – ik ging nooit met vakantie. Het ziekenhuis lag op mijn weg naar het werk. En dokter Karbaat woonde naast het ziekenhuis. Ik zeg altijd: de boer woonde naast zijn boerderij.»

Maar dat was niet alles. Dokter Karbaat ruilde het sperma van zijn trouwe donor ook met een kliniek in Hoensbroek, Nederlands-Limburg. ‘Op een keer vertelde dokter Karbaat me dat hij mijn zaad ook met een Oostenrijkse kliniek ruilde. Zijn verklaring was simpel: ‘Het sperma van bruin-ogige donoren is schaars.’ Meer weet ik er niet van.’

De donorkinderen van Donor S. beweren dat hij nog bij andere klinieken doneerde. In Leiden, bijvoorbeeld. ‘Dat klopt,’ zegt hij. Maar op eigen initiatief wil hij geen andere namen noemen. ‘Ik wil alleen dingen bevestigen of ontkennen, opdat u geen domme dingen zou schrijven.’

Op de vraag hoeveel kinderen hij heeft verwekt, wil hij eerst niet antwoorden. Hij maakt er een rekenkundig raadseltje van. ‘Per inseminatie heb je een halve kubieke centimeter sperma nodig. Je moet toch minstens twee keer per maand insemineren. En je mag blij zijn dat je na één jaar een zwangerschap hebt. Dat betekent: vierentwintig inseminaties, twaalf kubieke centimeter sperma voor één kind, als het allemaal goed gaat. Nou, dan moet je nagaan hoe vaak ik naar de kliniek ging, hoeveel ik aanleverde en dan krijg je een idee. Ik moet wel zeggen: ik leverde kwaliteit af. Mijn sperma was goed in te vriezen en te ontdooien. Doorgaans is één derde onbruikbaar, bij mij was dat één tiende.’ Maar daarmee heeft hij nog altijd niet op de vraag geantwoord. S. slaakt een zucht: ‘Ik maak er meestal een grapje over: ‘Het gros van de kliniek in Barendrecht stamt van mij af.’ En een gros is honderdvierenveertig. Laat ik het zo zeggen: ik ben nog lang niet uit de genenpoel verdwenen.’

En dat voor een man die zelf geen kinderen heeft.

DONOR S. «Ik heb geen eigen kinderen, nee, om de eenvoudige reden dat ik de ware nooit ben tegengekomen. Dat is jammer: ik had liever een vrouw en een fijn gezinnetje gehad, maar ik zit er niet mee. Wat ik heb gedaan, is second best: een groot assortiment nakomelingen.»

Hij deed het niet voor het geld, zegt hij. Hij kreeg alleen reiskostenvergoeding. Omdat hij altijd met de fiets kwam, leverde dat een aardige stuiver op, maar niet genoeg om er een auto van te kopen.

Tot 2002 heeft S. gedoneerd. Toen kwam er – om onduidelijke redenen – een breuk.

DONOR S. «Er lag nog een grote voorraad van me in de kliniek. Ik heb tegen dokter Karbaat gezegd: ‘Maak die eerst maar op.’ Ik heb hem niet meer gehoord.»

Donor S. geeft toe dat dokter Karbaat de voorschriften heeft overtreden: hij heeft zijn zaad gebruikt voor veel meer dan het maximaal toegestane aantal gezinnen. En hij heeft donorpaspoorten vervalst. Maar dat wil niet zeggen dat S. tegen hem zal getuigen.

DONOR S. «In het Engels zeggen ze: ‘It’s no use crying over spillt milk.’ De donorpaspoorten zullen best wat kletsverhalen bevatten. Maakt dat van dokter Karbaat een moordenaar? Integendeel! Hij heeft kinderen het leven gegeven die anders niet geboren zouden zijn.»

Met het zaad van een man die aan asperger lijdt.

DONOR S. «Dertig jaar geleden speelde dat niet. Autisme, ADHD, asperger: niemand wist wat dat was. Ik was een jongen die het moeilijk had op school, die weinig vriendjes had. Later kwam ik erachter dat ik het syndroom van Asperger had. Die diagnose heb ik zelf gesteld, surfend op het internet: toen ik de symptomen zag, kon ik het niet ontkennen.»

'Het zaad van karbaat' Beeld Guttman
'Het zaad van karbaat'Beeld Guttman


Verpieterd zaad

Hebben haar kinderen asperger? Mevrouw Noordhoek is niet blij met de vraag, maar ze antwoordt wel. ‘Mijn dochter niet,’ zegt ze. ‘Mijn zoon hangt er zo’n beetje tussen. Ik kan wel zeggen dat van de twaalf halfbroers en -zussen die we op het spoor zijn gekomen, er tien problemen hebben.’

Ze heeft een advocaat in de arm genomen en in 2013 aangifte gedaan. Niet om smartengeld te bekomen, zegt ze. ‘Dokter Karbaat is inmiddels negentig. De kans dat hij me nog een schadevergoeding zal betalen, lijkt me gering. Ook omdat de verjaring wenkt: na twintig jaar is zo’n zaak verjaard, mijn dochter is zesentwintig en mijn zoon negentien. Mij gaat het om het principe: hij moet op zijn nummer worden gezet.’

Ze vertelt over de andere moeders die zaad van S. hebben gedragen. Eén ervan heeft ook twee kinderen van hem gekregen: ‘Het ene is autistisch, het andere lijdt aan borderline én autisme.’ Een andere moeder is gescheiden: ‘Haar man kon er niet mee om dat hun kinderen donker waren, dat iedereen kon zien dat hij als man had gefaald en zelf geen kinderen had kunnen verwekken. Hun relatie is erop stukgelopen.’

NOORDHOEK «Dokter Karbaat is al vaker in opspraak gekomen. In 2002 heeft De Telegraaf nog uitvoerig over hem bericht, u vindt het artikel vast op het internet. ‘De kliniek van dokter Karbaat is gespecialiseerd in kinderen met een kleurtje,’ stond er. Maar ons hadden ze niks verteld. Wij wisten nergens van.»

Het krantenartikel verscheen onder de gedenkwaardige kop ‘Spermabank laat zaad verpieteren’. Aanleiding was de woede van een bewust ongehuwde moeder die zich voor haar tweede kind had willen laten insemineren met het zaad van de zwarte donor die ook haar eerste kind had verwekt. Het zaad kwam van de spermabank van dokter Karbaat. Maar wat bleek? De bewust ongehuwde moeder werd geïnsemineerd met het zaad van een andere donor. Ze liet het daar niet bij en stuurde de Nederlandse Inspectie voor de Gezondheidszorg op Medisch Centrum Bijdorp af. Die stelde vast dat er een ‘ontnummeringsoperatie’ van containers met zaad had plaatsgevonden, dat ‘de container met nummer vier was beginnen te lekken’, dat de gegevens van de bewust ongehuwde moeder ‘per abuis’ niet in de kaartenbak waren opgeslagen, dat hetzelfde sperma over verschillende bewaarplaatsen was verdeeld, enzovoort: het was één grote puinzooi in Medisch Centrum Bijdorp. Fin de carrière voor dokter Karbaat, zou je denken. Maar zo ging het niet.

In 2013 wilde een donor, die dacht dat hij aan terminale kanker leed, nog één keer zijn biologische dochter ontmoeten. Via Fiom zocht hij contact met het meisje. Een ontmoeting kon, maar dan moest wel eerst de standaardprocedure worden gevolgd: een bloedafname bij de biologische vader en de dochter – een formaliteit, want de donor had zich indertijd bij Medisch Centrum Bijdorp laten registreren. Alleen, uit de bloedafname bleek dat de gegevens niet matchten: de donor wás niet de biologische vader van het meisje. Dokter Karbaat kon helaas niet helpen: hij beweerde dat het Medisch Centrum sinds 2008 gesloten was. Op last van Gezondheidszorg, zei een woordvoerder in De Telegraaf: ‘De zaken waren daar niet op orde.’

‘De Inspectie voor de Gezondheidszorg vond me te oud,’ zei dokter Karbaat zelf, ‘en mijn apparatuur verouderd. Ik zou 500.000 euro moeten investeren, terwijl ik geen donoren meer over had. Zinloos.’

De donor in De Telegraaf: ‘Dokter Karbaat zei meteen dat de administratie een rommeltje was, één van de assistentes had er een knoeiboel van gemaakt.’

De dokter: ‘In die tijd klopten wel tienduizend hetero-stellen bij ons aan. Daarvan werden zesduizend vrouwen zwanger, van wie velen twee of drie keer. Dan praat je al gauw over tienduizend kinderen. Per dag behandelden we tachtig patiënten. Twee of drie artsen kregen door een assistent sperma uit de vriezer aangereikt. En of dat elke keer het goede rietje was… Ach, iedereen heeft weleens een offday, en iedereen maakt weleens een foutje.’

Mevrouw Noordhoek is formeel: ‘Dokter Karbaat is, wat hij ook moge beweren, niet gestopt.’ Op zijn negentigste is hij nog altijd actief, weet ze van andere moeders. ‘Hij gaat nog altijd door, het is absurd.’ Mevrouw W. (die anoniem wil blijven voor haar jonge kinderen, red.) heeft ook aangifte gedaan en treedt mevrouw Noordhoek bij. ‘Dokter Karbaat beweert dat hij met pensioen is, maar hij levert nog altijd donorzaad. Dat weet ik zeker: mijn ex-partner heeft anderhalf jaar geleden nog een aanbieding van hem gekregen.’

Met haar ex heeft mevrouw W. vijf jaar geleden een tweeling gekregen in Medisch Centrum Bijdorp. Van het zaad van een anonieme donor, ook al mocht dat toen niet meer volgens de wet.

W. «In de kliniek zeiden ze dat we sneller aan de beurt zouden zijn als we het anoniem zouden laten doen. En wij wilden heel graag een kind. Dus ja, ik heb me laten manipuleren.

»Toen ik zwanger was, vernam ik dat het echt niet kon: ik moest me laten registreren. Ik nam een advocaat in de arm, en ik liet me registreren. Daarop bezorgde dokter Karbaat me nieuwe papieren: het donorpaspoort zag er plotseling helemaal anders uit.»

Ook mevrouw W. heeft dubbele gevoelens: ze is dol op haar prachtige tweeling – een jongen en een meisje – maar ze weet dat het donorpaspoort niet deugt. En ze heeft nog jarenlang, tot de breuk met haar partner, geprobeerd om een derde kind bij dokter Karbaat te krijgen. Dat heeft haar een smak geld gekost: alles samen zo’n 3.000 euro, schat ze.

W. «Ik ga ervan uit dat ik nooit zal weten wie de vader van de kinderen is, ik probeer me daarbij neer te leggen. Maar soms bekruipt me het nare gevoel dat het wel eens dokter Karbaat zélf zou kunnen zijn. Ik heb geen aanwijsbare reden om dat te denken, maar ik ben er wel bang voor. Kijk naar wat mensen op Facebook schrijven: er is zo veel mis met hun papieren. Wat kan daar wel de reden van zijn?»

Citaat van Maaike Janssen op Facebook: ‘Mijn biologische vader heeft ook trekken van een godcomplex, hij heeft tweehonderd keer gedoneerd (elke dag richting werk: hij woonde vlakbij). Dat vond dokter Karbaat prima. Ik vind het raar van de donor, maar ook van dokter Karbaat. Hij had een lijn moeten trekken. Mijn halfbroer heeft een nepbrief van ‘zijn donor’ gehad, met de boodschap dat hij een gezin had en hem dus niet wou ontmoeten. Dat bleek allemaal niet waar, maar mijn halfbroer heeft wel altijd met dat idee rondgelopen. Mijn andere halfzus is gezegd dat ze Indisch was, maar ze is in werkelijkheid half/kwart Surinaams.’

Maaike Janssen blijkt de halfzus van Amanda Havelaar. Ze is best boos op dokter Karbaat: ‘Tweehonderd keer doneren is totaal geschift, als ik denk aan inteelt en zo. Ik had met mijn halfbroer kunnen daten, maar wat als daaruit gehandicapte kindjes zouden voortgekomen zijn?’ Maar tegelijk beseft ze: ‘Zonder dokter Karbaat was ik er niet geweest.’

Mevrouw W. stipt nog aan dat de derde vrouw die aangifte heeft gedaan, er nog meer dan zijzelf van overtuigd is dat dokter Karbaat de biologische vader van haar kinderen is. ‘Na de geboorte van haar kind kreeg ze geregeld telefoon vanuit de kliniek: hoe het met de baby was. Heel raar, toch?’


Wilde donor

Telefoontje naar het nummer van Medisch Centrum Bijdorp. Een diepe, ouwelijke stem neemt op: ‘Karbaat’. Hij heeft weinig op met de pers, zegt hij. Maar veel aanmoediging heeft hij niet nodig om te praten over zijn aandeel in de hoge vlucht die de reproductieve geneeskunde in de laatste decennia heeft genomen. Hij was een pionier, jazeker. ‘Maar sinds 2008 ben ik retired.’

Voor Jan Karbaat is het een collectieve dwaling, al die Nederlandse donorkinderen die tegenwoordig willen weten wie hun biologische vader is.

JAN KARBAAT «Dat is begonnen met de kinderen van Canadese oorlogsbruiden. Die wilden hun vader leren kennen. Daarna wilden de geadopteerde kinderen hetzelfde, en nog later de donorkinderen. Wat schiet je daarmee op? In ons centrum had je vroeger honderdvijfendertig anonieme donoren, vier wilden zich na de wetswijziging in 2004 bekendmaken. En er hebben zich nog acht nieuwe donoren aangemeld. Het gevolg zie je: lange rijen vrouwen krijgen tegenwoordig ingevroren sperma met de post overgevlogen vanuit Denemarken of San Francisco. Of ze vliegen zelf naar Spanje, waar jongens op het strand voorstellen om tegen betaling een kindje te maken. Of nog gevaarlijker: ze gaan in Afrika met een willekeurige kerel naar bed. Onverantwoord, als je weet hoeveel mensen ginds met hiv zijn besmet.

»De toestand is sinds 2004 uitermate verslechterd. Waarom zouden mannen nu nog willen doneren?»

Dokter Karbaat zwijgt en vraagt zich daarna hardop af of het wel verstandig is om zelf op deze vraag te antwoorden. ‘Laat ik zeggen dat het vaak tot ongewenste toestanden leidt. Nu, dat was vroeger niet anders. Mannen doneerden omdat ze een verhouding wilden met de desbetreffende vrouw, of ze brachten honderd donorkinderen voort.’

Een allusie op Ed Houben, de roemruchte ‘wilde donor’ uit Maastricht uit wiens zaad inmiddels honderd kinderen geboren zijn (er is een documentaire over hem gemaakt, ‘De man met de 100 kinderen’, red.)?

KARBAAT «Ed Houben is geen unicum. Je had types die in vijf of zes centra doneerden, elke dag ergens anders. We weigerden hen als we erachter kwamen, maar we wisten het niet altijd, met tweeëntwintig centra in Nederland. Maar we hadden voornamelijk heel nette donoren.»

Het verwijt dat hij slordig met donorpaspoorten omsprong, stoort de dokter niet buitenmatig. Het ging er wel eens onzorgvuldig aan toe, ja, maar dat was niet noodzakelijk zijn schuld.

KARBAAT «Verschillende mensen in het centrum vulden die paspoorten in. En de donor zei nu eens dit, dan weer dat, afhankelijk van zijn stemming. In die donorpaspoorten kwam wat de donor wilde dat er stond.»

Van een claim is Karbaat niks bekend. Gemor op Facebook is niet aan hem besteed. En van een gerechtelijk onderzoek heeft hem geen nieuws bereikt. ‘Een donor met het syndroom van Asperger? Ik weet nergens van. Maar als je het te weten komt, is het kwaad meestal geschied – zo gaat dat. Je kunt niet alles van tevoren weten. In ’s-Hertogenbosch bleek een donor in de jaren 90 een erfelijke hersenziekte te hebben: met zijn zaad waren al twintig kinderen verwekt.’

De suggestie dat hij ooit zijn eigen sperma heeft gebruikt, ontkent dokter Karbaat stellig.

KARBAAT «Dat is niet gebeurd. Wat we wél deden, is het sperma van verschillende donoren mengen. Dat deden we bij vrouwen die na twaalf of vierentwintig maanden behandeling nog altijd niet zwanger waren. Dan gaan de verschillende soorten sperma onderling een wedstrijd aan, en wint de sterkste – daar bestaan wetenschappelijke publicaties over. Soms lukte het zo om die vrouwen toch te bevruchten. Maar dan wist je natuurlijk niet met welk zaad je een kind had verwekt.»

W. «Ik heb een tweeling, twee totaal verschillende kinderen die niet op elkaar lijken: de ene baby had wit haar bij de geboorte, de andere zwart. Mijn dochter is ook groter dan mijn zoon. Als ik dat verhaal over dat mengen van sperma hoor, denk ik spontaan: hebben mijn kinderen elk een andere vader, misschien?»

KARBAAT «Nu gebeurt het allemaal met sperma van bekende donoren. Of liever: officieel zijn ze bekend. Maar hoe zeker ben je van de identiteit van buitenlandse donoren. Klopt hún beschrijving wel?»

Nu wil de dokter zélf vragen stellen. Hij zoekt nog hulp voor een draagmoeder, zegt hij. Mag dat in België? Ik denk het wel, zeg ik. Het is een juridische schemerzone. Waarop hij: ‘Kent u misschien een Belgische arts die kan helpen?’ Waarop ik: ‘Bent u dan toch nog aan het werk?’

KARBAAT «Nee, ik vraag het gewoon, voor een kennis.

»Ik heb nog met een Belgische arts in ons centrum gewerkt. Een Franstalige, die nu een hoge functie bij de VN heeft. Vraag me niet naar een naam – hier hebben zo veel mensen gewerkt. Ik kan onmogelijk alle namen onthouden.

»Wat mij betreft, is het schluss. Ik beantwoord normaal geen vragen van journalisten meer. Ik heb geen telefoon, geen internetverbinding. Ik heb ook alle archieven vernietigd die ik volgens de wet mag vernietigen. Vroeger kon dat na tien jaar, nu na vijftien jaar, wat anonieme donoren betreft. Ik heb de anonieme donoren van voor 1999 gewist.»

Hij schraapt zijn keel. Dat was het dan, zegt hij. Hij heeft hier niks meer aan toe te voegen. Tenzij het verzoek om hem voor publicatie de neerslag van het gesprek te – jawel – mailen.

Dokter Karbaat lijkt in het geheel niet verontrust, maar er is wel degelijk zwaar weer op komst. De Inspectie voor de Gezondheidszorg meldt dat er een strafrechtelijk onderzoek tegen hem loopt. En Loes Hendrix, de advocate die de drie vrouwen die aangifte hebben gedaan bijstaat, overweegt ook een civiele procedure. ‘De dokter,’ zegt ze, ‘heeft de wanhoop van veel mensen misbruikt om er goed aan te verdienen.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234