null Beeld Johan Jacobs
Beeld Johan Jacobs

de wonderjaren vanElio di rupo

Elio Di Rupo wordt 70: ‘Als jongeman viel ik op vrouwen. Evidemment! Ik heb jarensamengewoond met een fantastische vrouw’

Waals minister-president en voormalig premier Elio Di Rupo blaast vandaag 70 kaarsjes uit. In 2007 blikte hij in Humo al eens terug op zijn wonderjaren. Lees hieronder het uitgebreide gesprek over zijn kindertijd, als jongste in een groot gezin van Italiaanse migranten, en zijn beginjaren in de Belgische politiek.

(Verschenen in Humo op 27 november 2007)

Wie de verlatingsangst van de Walen wil begrijpen, moet eens een ritje maken in Le Centre, de streek rond La Louvière. Honderd jaar lang was deze regio het economische groeiwonder van Noord-Europa: rond de steenkoolmijnen en staalfabrieken schoten de arbeidersgemeenten als paddenstoelen uit de grond, en de werkloosheid bedroeg er nul procent. En toen begon de ravage: de voorbije dertig jaar verdwenen er 60.000 jobs. Le Centre is nu een stervende stoflong, ondanks dappere pogingen om het tij te keren.

Toen de gouden tijd nog eeuwig leek te zullen duren, beleefde Elio Di Rupo hier zijn jeugd, als jongste telg van een Italiaans migrantengezin met zeven kinderen. Op de zoveelste dag van de uitzichtloze regeringsonderhandelingen nam hij Humo in gedachten mee naar de straten van La Louvière, Morlanwelz en Chapelle-lez-Herlaimont, waar Italiaanse, Poolse, Russische en Vlaamse immigranten eens naast elkaar woonden; naar de straten die hem gemáákt hebben. Di Rupo ontvangt ons in zijn bureau op het hoofdkwartier van de PS, vier hoog boven de Brusselse Boulevard de l’Empereur. De werkruimte - kraakwitte muren, zwart linoleum, vuurrood meubilair - is een designpaleisje. Je zou hier geen socialist uit de arbeiderswijken van La Louvière verwachten, maar schijn bedriegt.

Terwijl de voorzitter water en décaf haalt, monsteren we op een boekenrekje het naslagwerk ‘Arbeid versus kapitaal, een kwarteeuw stakingsrecht’. Op de vensterbank, bij de hoge ramen met uitzicht op het stadhuis, staan twee fotolijsten. De kleinste bevat een polaroid van een mooie, mediterrane vrouw met zilvergrijze krullen. Moeder Maria Di Rupo. In de grootste zit een oude, voorgetekende prent van een mijnwerker in blauwe kiel met pikhouweel en olielamp. Het hoofd is een ingekleefde foto van een jongeman met fijn Clark Gable-snorretje en glimmend, ravenzwart, achterovergekamd haar. Vader Nicolas Di Rupo. We zijn bij het begin van ons verhaal.

ELIO DI RUPO «Na de oorlog was Italië er verschrikkelijk aan toe. Op het platteland werd honger geleden, ouders konden hun kinderen niet meer voeden. Velen gingen hun geluk elders zoeken: in Duitsland, Argentinië, Venezuela, Canada, overal waar ze handen tekortkwamen. Om hun reis te betalen, moesten ze een lening aangaan die ze met hun eerste loon terugbetaalden.

»De allerarmsten trokken naar België, simpelweg omdat België dichtbij was. Het was de tijd van het Accord du Charbon van premier Achille Van Acker: België leverde goedkoop steenkool aan Italië in ruil voor grote contingenten gastarbeiders die in de mijnen en industrie gingen werken - in België heerste er een groot gebrek aan mankracht. Zo is ook mijn vader naar hier gekomen, met zijn hele hebben en houden in een kartonnen koffer gepropt. Begin 1947 kwam hij aan op het station van Morlanwelz. Moeder bleef in de Abruzzen achter met mijn zussen en broer.

»Vader verbleef eerst een tijd in een cantine van de cité des Italiens, een grote slaapzaal voor gastarbeiders waar eerder Duitse krijgsgevangenen hadden gezeten. Na twee jaar verhuisde hij naar een baraque, een huisje met een dak van roofing en een vloer van aangestampte aarde in de Etoile-wijk van Morlanwelz. Toen kwam moeder met de rest van het gezin over. Zelf ben ik in de barak geboren in 1951, als jongste van zeven.»

HUMO Wist uw vader waar hij terecht zou komen toen hij naar België migreerde?

DI RUPO «Hij had geen énkele voorstelling van ons land, sterker: hij wist niet eens wat een kolenmijn was. Via tussenpersonen was hij in La Louvière beland, maar het had evengoed Genk of Hasselt kunnen zijn.»

HUMO Voor hetzelfde geld was u nu burgemeester van Hasselt of minister-president van Vlaanderen?

DI RUPO «Absoluut.»

HUMO Of voorzitter van de CD&V?

DI RUPO (glimlacht) «Van jongs af ben ik socialist geweest, vanuit een persoonlijke revolte tegen onrecht. Ik wilde de wereld veranderen. Noem het gerust een politieke roeping, zoals een priester een religieuze roeping heeft. Een Vlaamse Di Rupo had dus nooit bij de N-VA kunnen belanden. Maar Vlaanderen telt veel excellente SP.A-burgemeesters. Stel dat het een beetje anders gelopen was, dan was ik nu misschien een Vlaamse socialist. Al weet ik niet of we daar nu om moeten treuren (schatert).»

HUMO In elk geval relativeert uw familiegeschiedenis de eeuwige Vlaams-Waalse tegenstellingen.

DI RUPO «Dat spreekt voor zich. In het leven berust véél op toeval, meer dan we vaak beseffen. Het is een ongelooflijk toeval dat ik geboren ben, dat ik Di Rupo heet en dat ik Belg ben. Dat is het levenslot, maar evengoed had het heel anders kunnen lopen.»

‘Op een dag zei de scheikundeleraar tegen mij: jij bent iets waard. De volgende dag ben ik als een gek beginnen te studeren, en ik ben nooit meer opgehouden.’ Beeld humo
‘Op een dag zei de scheikundeleraar tegen mij: jij bent iets waard. De volgende dag ben ik als een gek beginnen te studeren, en ik ben nooit meer opgehouden.’Beeld humo

LAATSTE WOORDEN

HUMO Er is ook het noodlot.

DI RUPO «Dan denk ik aan de dood van mijn vader, hét trauma van ons gezin.

»Het was een paar dagen voor het kerkelijk huwelijk van mijn tweede broer - ik was nauwelijks een jaar oud. Vader ging met z’n fiets naar een boer, een extra kip halen voor het feestmaal. Onderweg is hij langs achteren gegrepen door een vrachtwagen. Hij is bij z’n kleren honderden meters meegesleurd voor hij met z’n hoofd tegen de grond smakte. Le coup du lapin. In het ziekenhuis is hij gestorven, 43 jaar oud. Op de dag van het burgerlijk huwelijk van m’n broer.

»Moeder bleef achter als weduwe met zeven kinderen, zonder inkomen. Vader was niet omgekomen in een arbeidsongeval, dus kreeg ze geen pensioen van de mijn. Drie broers gingen naar het weeshuis, ik mocht als enige thuisblijven. Ook dat was toeval. Net voor die fatale fietstocht had vader me op z’n arm genomen omdat ik zo huilde. Toen hij vertrok, gaf hij me door aan moeder en zei: ‘Occupe-toi de lui.’ Het waren zijn laatste woorden. Moeder beschouwde ze als zijn laatste wens.

»Door de moeilijke situatie thuis ben ik snel volwassen geworden. Op mijn zevende deed ik de boodschappen en regelde ik de geldzaken. Ik nam in m’n eentje de tram naar de mutualiteit, vier kilometer verderop in Mariemont, om de doktersbriefjes in te leveren en het ziekengeld te innen. Ik was mijn moeders zoon, maar ook haar steun en toeverlaat. Zelf heeft ze nooit leren lezen of schrijven.»

HUMO Wat is uw oudste herinnering aan uw kindertijd?

DI RUPO «Ik herinner me dat we uit de barak verhuisden naar een stenen huis, op de Chaussée d’Anderlues in Chapelle-lez-Herlaimont. We moesten de trappengang delen met de buren, maar voor ons was dat huis pure luxe.

»U moet weten dat mijn moeder exact 300 frank weduwepensioen trok. Mijn eerste atlas heeft ze gekocht op krediet, met een afbetaling over zes maanden. Dat boek kostte ongeveer evenveel als een maand pensioen; ik bewaar het nog altijd. Om te besparen at ze nooit vlees, zodat ze ons tenminste geen eten hoefde te ontzeggen. Gelukkig sprong mijn zus af en toe bij - zij en haar man deden goede zaken met een handel in Italiaanse wijnen, chianti en zo meer - maar het bleef doffe armoede. Jarenlang heb ik dezelfde broek gedragen, die mijn moeder keer op keer verstelde. Op feestdagen kocht ze suikerkoeken die ze doorsneed en vulde met zelfgemaakte vanillepudding, om toch iets op tafel te kunnen zetten wat op patisserie leek. Telkens als ik nu vanillepudding eet, komen mijn kinderjaren terug - zoals met de madeleinekoekjes van Proust.

»Ik weet nog goed dat ik voor het eerst de zee zag. Zestien was ik, we waren met de kolonie van het neutraal ziekenfonds naar Middelkerke gereden. Een overrompelende ervaring. Het was laagwater, en het strand was uitzonderlijk breed en stond vol plassen glinsterend water. Ik had me voorgesteld dat je het einde van de zee zou kunnen zien, maar tot mijn verbazing ging ze over in de horizon.»

ZORRO FOREVER

HUMO Had de kleine Elio jeugdhelden?

DI RUPO (denkt lang na) «Nee, niet echt. Wij hadden ook geen televisie thuis. Maar onze buurman wél: af en toe schoof hij zijn eettafel opzij, zette hij twintig stoelen voor z’n toestel en nodigde hij alle gamins uit de wijk uit om naar het voetbal of naar ‘Zorro’ te komen kijken. Naar Zorro keken we op, want hij was een goeie, die het opnam tegen de slechten. Dat was ons universum. En eigenlijk is het dat nog altijd.

»Ik had ook veel respect voor mijn schoonbroer, die met zijn wijnhandel. Hij heeft dezelfde miserabele achtergrond als wij, maar ze hadden een mooi huis, en een sjieke Amerikaanse slee: ohlalala! Wij keken op naar mensen die zich hadden weten op te werken. Misschien kan je dus zeggen dat mijn schoonbroer een rolmodel was.»

HUMO Zijn uw zus en schoonbroer ook socialist geworden?

DI RUPO «Natuurlijk! Er zijn veel socialistische zelfstandigen, en degene die het niet zijn vergissen zich (lachje). Het is niet aan de liberalen te danken dat kleine zelfstandigen nu een pensioen hebben.»

HUMO Kent u de film ‘Déjà s’envole la fleur maigre’ van Paul Meyer uit 1959?

DI RUPO «Nee, vertel ’s.»

HUMO De film gaat over het leven van Italiaanse migranten in de cités van de Borinage, de mijnstreek rond Bergen.

DI RUPO «Er begint een belletje te rinkelen.»

HUMO Misschien hebt u ooit de klassieke scène gezien waarin Italiaanse ragazzi met een duizelingwekkende snelheid op metalen taartschotels van de terrils sleeën.

DI RUPO «Dat was voor Italiaanse migrantenkinderen één van de zeldzame manieren om zich te amuseren. We moesten wel creatief zijn, want we hadden geen geld.

»Maar eigenlijk maakte mijn familie niet echt deel uit van de Italiaanse gemeenschap. Na de dood van papa hebben we ons heel snel geïntegreerd: omdat we leefden van een uitkering, en omdat mijn broers in een weeshuis woonden waar voor de rest bijna alleen Belgen zaten. Ik was hyperaffectief en trok altijd naar het weeshuis. Een uur dat ik met mijn broers kon doorbrengen, was het gelukkigste uur uit mijn leven. Ik speelde bijna nooit met andere Italiaanse jongetjes.

»Mijn leven beperkte zich tot le plateau Warocqué, tussen het lyceum, het atheneum en het weeshuis. Maar we amuseerden ons rot. We plakten briefjes met des mots d’amour op een voetbal en trapten de bal over de muur van de meisjesschool: internet avant la lettre! (Mijmerend) Het was de enige manier om met de meisjes te communiceren, want ze werden gechaperonneerd tot aan de tram, zodat ze zeker niet met ons zouden kunnen praten. U bent verbaasd? Maar heren, als jongeman viel ik op vrouwen, évidemment. Ik heb jaren samengewoond met een fantastische vrouw, Martine, we zijn nog altijd erg goed bevriend.»

HUMO Hoe deed u het als kind op school?

DI RUPO «Op de lagere school ging het redelijk goed, maar in het middelbaar kwamen de problemen. Mijn eerste jaar heb ik drie keer gedaan. Eerst ben ik een heel schooljaar ziek geweest - psychosomatische klachten, ik miste mijn vader. Ik was twaalf, ging door een identiteitscrisis en blokkeerde totaal. Ik deed dat jaar over, bakte er niets van en buisde wéér. Op een gereputeerde school als het atheneum van Morlanwelz krijg je normaal gezien geen derde kans. Moeder is toen voor mij opgekomen: ze nam me aan haar hand mee om met de prefect te gaan praten, al zal ze het woord ‘prefect’ niet gekend hebben. Met haar krakkemikkige Frans, dat voor driekwart uit Italiaans dialect bestond, bezwoer ze hem me terug te nemen.

»Maar in het algemeen secundair onderwijs vond ik mijn draai niet, ik vond het ook niet passen bij het milieu waaruit ik kwam. In die tijd hingen er in Morlanwelz affiches: ‘La chimie, c’est notre avenir!’ Waarom niet, dacht ik. Et me voilà parti, naar het A2-technisch onderwijs.

»Daar heb ik een scheikundeleraar leren kennen die mijn leven totaal veranderd heeft: Franz Aubry. Op een dag zei hij bij het binnenkomen van de klas: ‘Di Rupo, na de les wil ik je zien.’ Een uur lang zat ik trillend van de zenuwen in mijn bank, bang voor wat me boven het hoofd hing. Maar Aubry zei: ‘Ik heb je geobserveerd, tu es quelqu’un qui vaut quelque chose.’ Ik stond perplex: het was de allereerste keer dat iemand tegen me zei dat ik iets waard was. En dan nog een leraar!

»De volgende dag ben ik als een gek beginnen te studeren, en ik ben nooit meer opgehouden. Via de middenjury heb ik mijn middelbaar diploma gehaald; aan de universiteit ben ik afgestudeerd met grote onderscheiding, en ik ben gedoctoreerd met grootste onderscheiding. Werken is sindsdien altijd een buitengewoon plezier geweest.»

DE VLAAMSE STRIJD

HUMO Als Italiaanse migrantenzoon was u in de jaren 50 nochtans voorbestemd voor een leven in één van de tientallen mijnen, glas- en staalfabrieken rond La Louvière.

DI RUPO «Da’s waar, mijn drie oudste broers werkten in de mijn. Maar nu kom ik weer bij het belang van toeval. Je hebt ontmoetingen die je optillen en ontmoetingen die je naar de hel voeren. Ik heb geluk gehad. Behalve Franz Aubry zijn er nog twee bepalende factoren geweest in mijn leven. Om te beginnen was er de onvoorwaardelijke liefde van mijn moeder: een heel intelligente vrouw, die ik nooit één kwaad woord over een ander heb horen spreken. Buitengewoon! Zij heeft me de meest waardevolle les geleerd: affectie.

»En dan was er nog die werkervaring als jobstudent in de Brasserie des Alliés, een brouwerij in Marchienne-au-Pont. Ik moest acht uur lang bierbakken van een lopende band op paletten stapelen, die vervolgens door heftrucks werden weggereden. Maakte je een fout, dan liep het hele bandwerk in het honderd. Daar heb ik beseft dat een leven in de fabriek niets voor mij was.

»Die ervaring heeft me geleerd dat iedereen de kans moet krijgen om zijn talenten te ontwikkelen. Daarom - en uit erkentelijkheid tegenover mijn leraar - heb ik later de Fondation Franz Aubry opgericht, die weeskinderen helpt om een universitaire studie aan te vatten. We onderhouden nu vier jongeren, die we vijf jaar lang volgen. Onder meer mijn geld als bestuurder van Dexia ging naar het fonds.»

HUMO Het atheneum van Morlanwelz staat bekend als de kweekschool van het Waalse politieke establishment. Uw gangmaker Philippe Busquin, ex-voorzitter van de PS en ex-Europees Commissaris, zat op dezelfde banken. En laten we vooral ook uw kwelduivel Jean-Claude Van Cauwenberghe, ex-minister-president van Wallonië, niet vergeten.

DI RUPO «En Franco Dragone (choreograaf en regisseur van onder andere Cirque du Soleil, red.), en Girolamo Santocono (schrijver van onder andere de roman ‘Rue des Italiens’, red.). Een buitengewone school, met een lerarenkorps van een uitzonderlijk niveau, des super-cracs. Op hun manier waren het allemaal universalisten, renaissance-mensen. Stel je voor: je kreeg er les van de schrijver Jean Louvet. Brillantissime! Sommige leerkrachten waren wandelende encyclopedieën, maar allemaal deelden ze een liefde voor pedagogie. Daardoor had dat atheneum een reputatie die ver buiten de provincie Henegouwen reikte. Leerlingen werden met bussen aangevoerd vanuit Brussel en Antwerpen.»

HUMO Hoe werden die Vlamingen ontvangen?

DI RUPO «Er was geen enkel probleem - ook niet met de vele ingeweken Vlaamse arbeiders in de streek. Vlaanderen had ’t in die tijd nog zeer moeilijk: er heerste veel werkloosheid, waardoor veel Vlamingen in de Waalse industrie aan de slag gingen. Net als de Italiaanse immigranten leefden ze meestal in een arm milieu. Ze voelden zich lotgenoten en waren op een natuurlijke manier solidair met elkaar.»

HUMO De Vlamingen werden gezien als vreemdelingen, letterlijk: in de personeelsregisters van de steenkoolmijnen werden ze ingeschreven in dezelfde categorie als de Russen, de Spanjaarden, de Polen.

DI RUPO «En de Italianen, niet te vergeten. Dat bewijst mijn stelling: we hebben dezelfde sociale achtergrond. Weet u, ik heb voor het eerst communautaire problemen meegemaakt toen ik in het parlement kwam. Op straat bestonden er geen Waals-Vlaamse tegenstellingen.

»Ik heb altijd alle begrip gehad voor de culturele en sociale strijd van de Vlamingen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden ze op een schandelijke manier gediscrimineerd. Maar het waren niet de Walen die verantwoordelijk waren voor de vernedering, segregatie en achter-stelling van de Vlamingen in Gent en Antwerpen; de schuldigen waren de kapitalisten, de fabriekseigenaars.»

De weduwe Di Rupo met haar kinderen; Elio is de kleine jongen vooraan. ‘Mijn ouders waren in La Louvière beland, maar het had evengoed Genk of Hasselt kunnen zijn.’ Beeld humo
De weduwe Di Rupo met haar kinderen; Elio is de kleine jongen vooraan. ‘Mijn ouders waren in La Louvière beland, maar het had evengoed Genk of Hasselt kunnen zijn.’Beeld humo

DE BANAAN VAN ELIO

HUMO Typisch voor Le Centre is de enorme kloof tussen arm en rijk, tussen socialisme en grootkapitaal, een kloof die op weinig andere plaatsen in ons land zo breed is. Vlak bij de barak van uw familie stond het kasteel van Raoul de Warocqué: steenkoolmagnaat, intimus van het hof en grootste belastingbetaler van België.

DI RUPO «Die tegenstellingen waren het gevolg van de enorme industrialisering. Maar ook onder de kapitalisten had je verschillen: de familie de Warocqué was de gulle mecenas van alle scholen en het weeshuis in de streek.»

HUMO In welke mate heeft Le Centre u gevormd?

DI RUPO «Daar heb ik al veel over nagedacht, maar ’t is moeilijk om oorzaak en gevolg strak af te lijnen. Ik geloof dat de sociale wanverhoudingen me er onbewust toe gedreven hebben om de wereld te willen veranderen. Dus ja, mijn socialistische roeping, ma rage, mijn woede en bezetenheid komen wellicht daar vandaan. Mijn eerste grote politieke meeting vond plaats op de avond van de dag waarop ik mijn doctoraatsdiploma had gekregen. Terwijl mijn vrienden fiesta hielden op mijn kot in Bergen, ben ik gaan spreken. Zo gedreven was ik.»

HUMO You can take a boy out of Chapelle, but you can’t take Chapelle out of the boy?

DI RUPO «Als ik op familiebezoek ga in Piéton bij Chapelle, maak ik graag een ommetje langs de arbeiderscité waar ik opgegroeid ben.»

HUMO Op uw zestiende begon u revolutionairen als Marx en de anarchist Bakoenin te lezen. Wat blijft daarvan over?

DI RUPO «Alles. Op je vijftigste denk je natuurlijk anders dan op je zestiende, maar mijn verontwaardiging over sociaal onrecht is intact gebleven. Daarom ben ik ook overeind gebleven na de klappen die we bij de vorige verkiezingen moesten incasseren: on ne peut pas abandonner le combat!»

HUMO Als je opgroeit in zulke moeilijke omstandigheden word je voor hetzelfde geld érg cynisch.

DI RUPO «Ik heb veel slechte eigenschappen, maar cynisme hoort daar niet bij. Ik ben gewoonweg niet in staat tot doemdenken. Ik dwing mezelf te geloven in een betere toekomst. In tegenstelling tot veel van mijn collega’s.»

HUMO De op uw gezicht bestorven glimlach is inderdaad legendarisch: ‘la banane d’Elio’. Maar als er slecht nieuws is, bent u in de verste verte niet te bespeuren.

DI RUPO «Ik hou meer van goed nieuws dan van slecht nieuws, wat had u gedacht? Met mijn levenservaring ben ik erg goed in staat tot relativeren. Onze verkiezingsuitslag van juni was dramatisch, maar ik heb de schok meteen geabsorbeerd. Anderen kunnen dat niet: in Frankrijk is Lionel Jospin ten onder gegaan aan een slechte verkiezingsuitslag. Ik blijf glimlachen, zelfs bij het slechtste nieuws: mijn manier om mezelf immuun te maken tegen het kwade.»

HUMO Toen u negentien was, bent u van La Louvière naar Bergen verhuisd. Waarom?

DI RUPO «Ik begon er aan de universiteit. Ik zag de Grote Markt en het stadhuis, en ik heb gezworen: hier wil ik nooit meer weg. En zo geschiedde. Ik houd er nu zelfs kantoor, in het stadhuis.»

HUMO Staat dat niet gelijk aan hoogverraad? Een Loup die naar het zeer burgerlijke Bergen verhuist. Een anti-La Louvière, als het ware, thuis van de banken en het establishment.

DI RUPO (fijntjes) «Dat is helemaal iets anders dan wat Leterme voor de verkiezingen over mijn prachtige stad vertelde: hij vond Bergen maar een slechte plek om te wonen, maar kom... Het culturele en historische patrimonium van Mons is inderdaad opgebouwd door de intellectuele bourgeoisie, maar ik heb nooit aanpassingsproblemen gehad, ik heb me er altijd erg thuis gevoeld.»

HUMO Franco Dragone heeft ooit gezegd: ik ben Loup, en dat ben je voor de rest van je leven.

DI RUPO «Nochtans woont mijnheer Dragone al een tijdje bij mij in de buurt, hoor. In Saint-Denis: op de grens met La Louvière, maar wel één van mijn negentien deelgemeenten. Hij woont op mijn grondgebied!»

PARADIJS OP AARDE

HUMO Hoeveel Italiaan zit er nog in u?

DI RUPO «Niet veel, vrees ik.

»Twintig jaar na de dood van papa is mijn moeder voor het eerst naar Italië teruggekeerd, als toeriste. Ik heb haar toen naar ginds gereden. Mama is altijd boos geweest op de Italiaanse overheid, ze vond dat die haar in de steek had gelaten. Maar gelukkig was er de Belgische overheid: dankzij de sociale zekerheid hebben wij de miserie overleefd. Toen ik aan de universiteit studeerde, kreeg ik 2.000 frank per maand, in het handje. Anders had ik nooit een diploma gehaald.

»Ik heb zelf een dubbel gevoel tegenover Italië. Ik vind het erg leuk om de taal te spreken en ik hou van de cultuur - driekwart van de kunstboeken in mijn kast gaat over Italië - maar mijn land is België. Het is het land waar ik geboren ben. Ik mag zoveel Italiaans spreken als ik wil, ik ben een product van Le Centre. Als onze landen tegen elkaar voetballen, zal ik altijd voor de Rode Duivels supporteren. (Hervat zich) Al ben ik op dit moment blij dat de Italiaanse ploeg bestaat, want de Belgen brengen er niet veel van terecht, heb ik begrepen. Om depressief van te worden.»

HUMO Tijdens het voorbije WK Voetbal leken steden als La Louvière, Luik en Charleroi Italiaanse enclaves, Italiaanse tricolores beheersten het straatbeeld.

DI RUPO «Naturellement, maar dat is niet nieuw. Ik zweer het u: dezelfde mensen die vorig jaar die Italiaanse vlaggen voor hun huis hingen, zwaaiden tijdens Mexico ‘86 met de Belgische driekleur. Het zijn volbloed Belgen, maar tegelijk zijn ze honderd procent Italiaans. Is dat niet het ultieme symbool van het eengemaakte Europa?»

HUMO In de jaren 50 hadden de Italianen een bedenkelijk imago in Wallonië: het waren halve wilden, messentrekkers ook.

DI RUPO (knikt) «Ze werden beschouwd als indringers. Maar ik ben geen énkele keer op straat uitgescholden voor macaroni.

»Ik ben voor het eerst geconfronteerd met racisme bij mijn allereerste verkiezingen, in 1982. Ik had voor het eerst affiches van mezelf geplakt. Dat was op zich al een fysieke schok: het is niet vanzelfsprekend om overal je eigen kop te zien, het voelt als een inbreuk op je intimiteit. Onverlaten hebben toen hakenkruisen op mijn affiches geschilderd, en racistische slogans. Dat was de eerste keer dat ik mij bewust werd van xenofobe gevoelens, al waren het maar kleine extreemrechtse oprispingen.»

HUMO Een populair volksliedje uit de jaren 50 heette ‘A la mutuelle, que la vie est belle’. Italianen golden als profiteurs die op kosten van de ziekenkas leefden.

DI RUPO «Een normale angstreactie. Vandaag hoor ik de regering - enfin, regering: de oranje-blauwe onderhandelaars - over economische immigratie spreken. De Italianen die hier zijn terechtgekomen: dat was óók economische migratie. Ik ga niet ontkennen dat er spanningen zijn geweest, maar die zijn erg snel weggeëbd. Autochtonen en nieuwkomers móésten samenleven: ze daalden af in dezelfde mijnschachten, waar ze blootstonden aan dezelfde gevaren. Er was toen wel bijna geen werkloosheid, dat moet ik erbij zeggen; de economie draaide op volle toeren, precies doordat Italianen en Belgen de handen ineensloegen.»

HUMO Veel Italiaanse migranten waren erg teleurgesteld toen ze in België aankwamen: ons land was hen héél rooskleurig voorgesteld, maar ter plekke bleek dat pittoreske plaatje niet te kloppen.

DI RUPO «Het paradijs op aarde, zo werd België gepresenteerd. Toen ze hier aankwamen bleek dat ze de mijnen in moesten: niet zo’n aantrekkelijk lot, maar ze leden honger. Bovendien dachten ze dat ze maar vijf jaar zouden blijven, ook mijn vader. Maar later tekenden ze voor vijf jaar bij, en dan nóg ’s voor tien jaar... Hun kinderen groeiden op, ze trouwden, en plots was er geen weg terug. Héél weinig Italianen zijn teruggekeerd.»

DANK U DIEU

HUMO Was minister worden een jeugddroom?

DI RUPO «Een jeugddroom zou ik het niet noemen, want ik ben me pas op de universiteit écht gaan interesseren voor de politiek. Als ik mensen hoorde praten over minister x of minister y dacht ik: ohlalala, dat is het hoogste wat een mens kan bereiken. U weet dat ik geen talent heb voor les affaires réligieuses, maar in mijn verbeelding had je eerst god, dan de koning en nét daaronder de minister. Het summum!»

HUMO En waar situeert u het voorzitterschap van de PS in die pikorde?

DI RUPO (lacht) «Dat is pas veel later gekomen, het was een accident de parcours als u wilt. Ik heb de functie ook alleen maar aanvaard omdat Philippe Busquin zolang heeft aangedrongen, want het leek me geen aantrekkelijke baan. Je brengt het grootste deel van je tijd door met interne zaken, met het bewaren van de eenheid in de partij.

»Het ministerschap was iets wat ik écht wilde doen, en waar ik uiteindelijk ook in geslaagd ben, voilà! (lacht

HUMO En nog behoorlijk snel ook.

DI RUPO (schudt het hoofd) «Ik was veertig toen ik voor het eerst minister werd, in januari 1992 om precies te zijn. Het was de periode van voorzitter Guy Spitaels, de almachtige, Dieu!

»Gek genoeg heb ik nog heel heldere herinneringen aan die episode. Er werd volop onderhandeld over de samenstelling van de regionale regeringen, en Spitaels had ons om 10 uur ontboden op zijn kantoor, hier even verder op de gang. Dan wist je natuurlijk hoe laat het was. Daags voordien was ik al geen meter van mijn telefoon geweken - ik had een voorgevoel dat ik gebeld zou worden (lachje). Enfin, ik naar het kantoor van de voorzitter. Spitaels komt binnen en begint een lijst namen af te roepen: ‘Bernard Anselme: minister-president van de Franse Gemeenschapsregering... Elio Di Rupo: minister van Onderwijs.’ Ik werd zo wit als dit blad papier! Want het onderwijs zat toen in een ongelooflijke crisis: un bazar impossible. En ik had alles samen drie maanden voor de klas gestaan, ik kende niets van het onderwijs.

»Bon, Spitaels vertrekt en laat ons in zijn bureau achter. We mochten met niemand bellen voor hij de namen had bekendgemaakt aan de pers. Een paar uur later zat ik in de wagen op weg naar huis en kreeg ik een oproep op mijn autotelefoon. Het was Martine, mijn levensgezellin indertijd, die me gelijk begon uit te schelden: ‘Dit pik ik niet! Ik heb het nieuws op de radio moeten horen, je had mij tenminste eerst op de hoogte kunnen brengen!’ Meteen daarna telefoon van Georgina, een vriendin: ‘Je rijdt nu terug naar Spitaels en je zegt dat je ontslag neemt.’ Ik ben niet teruggereden. Ja, de eerste minuten van mijn ministerschap waren nogal turbulent (lacht).»

HUMO Heeft u onvervulde jeugddromen?

DI RUPO «Natuurlijk, maar ik zeg niet welke. Als ik geen dromen zou hebben, zou ik niet meer in de politiek zitten. Het zou te zwaar zijn. Vergis u niet: het is een hondenstiel. We zijn niet graag gezien.»

HUMO Stoort dat u soms? U zei al dat u ‘hyperaffectief’ was.

DI RUPO «Iedereen wordt liever graag gezien dan gehaat, zeker een politicus. Maar het állermoeilijkste vind ik dat we soms te weinig waardering krijgen. De buitenwacht - en daar reken ik jullie ook bij - houdt maar zeer zelden rekening met de complexiteit van de problemen die wij moeten oplossen. Ik vind dat jammer. Om het in de politiek ver te schoppen, moet je klappen kunnen incasseren.»

HUMO U bent lang afhankelijk geweest van alle mogelijke uitkeringen. Is het uit een soort erkentelijkheid dat u lid bent geworden van de PS?

DI RUPO «Helemaal niet. Dat heeft alles te maken met Robert Urbain, die lang genoeg heeft aangedrongen (lachje). Ik had geen zin om me te laten vastsnoeren in een partijpolitiek harnas. Ik wilde in alle vrijheid kunnen werken, en de PS is natuurlijk een zeer streng gestructureerde partij.»

HUMO Acht u het mogelijk dat u in een andere partij was beland?

DI RUPO «Als studentenleider heb ik tientallen woelige betogingen geleid, met veel lawaai en misbaar - wij maakten de revolutie, quoi. In die functie ben ik ooit ontvangen door de voorzitter van de Franstalige liberalen: Pierre Descamps, nog voor ik lid was van de PS. We gingen iets eten in het Sheratonhotel, en op het eind zei Descamps, out of the blue: ‘Bon, ik ga uw carrière maken. Gaat ge u inschrijven in de liberale partij of hoe zit het?’ Ik heb gezegd: nee bedankt, ik ben socialist.»

COMFORTABEL STERVEN

HUMO Uw familie was Italiaans, en dus per definitie erg katholiek. Herinnert u zich nog wanneer u uw geloof in God bent verloren?

DI RUPO «Nog heel goed: op de dag dat ik ontdekte dat er zoiets bestaat als aflaten. Dat je met andere woorden je zonden kan laten kwijtschelden als je er maar genoeg geld tegenaan smijt. Omdat wij arm waren, vond ik dat dubbel onrechtvaardig.

»Mijn moeder geloofde in god, maar ze ging nóóit naar de kerk, en ze wantrouwde geestelijken. En toch deed ze elk jaar een cheque van 100 frank op de post ‘voor Sint-Antonius van Padua’, terwijl ze het zelf moest rooien met een pensioentje van 300 frank per maand. Waar dat geld terechtkwam en wat ermee gebeurde heb ik nooit geweten, maar we kregen voor die 100 frank alleen een kalender. Onvoorstelbaar.»

HUMO U bent 56 intussen. Bent u bang om oud te worden?

DI RUPO «Nee. Ik sta er nooit bij stil. Ik verkeer in perfecte gezondheid, en ik heb nog evenveel energie als toen ik veertig was. Over tien jaar zal ik ongetwijfeld vaker stilstaan bij mijn eigen sterfelijkheid, maar zelfs dan is er nog veel mogelijk. De paus was 78 toen-ie ingewijd werd (lachje).»

HUMO Toen u daarnet onze fotograaf zag, liet u prompt een tube gezichtscrème aanrukken. U brengt ook veel tijd door in de fitnesszaal: voert u strijd tegen de jaren?

DI RUPO (tegen de fotograaf) «U wilt hier toch vertrekken met geslaagde foto’s, neem ik aan? Ik wil niet met een blinkend gezicht in Humo staan.

»Ik voer geen strijd tégen de jaren, ik vecht vóór mijn gezondheid. Het verstrijken van de tijd hou je niet tegen. Je kunt op een goeie manier oud worden of op een slechte manier; da’s de enige keuze die je hebt.

»Het doel van het leven is: sterven in zo comfortabel mogelijke omstandigheden. Ik drink geen alcohol, ik rook niet, ik ga drie keer per week naar de gymzaal. Ik let op mijn voeding. Ik ga minstens één keer per dag op restaurant, en meestal twee keer. Dus kies ik voor kwaliteitsrestaurants: da’s duurder, maar anders krijg je smeerlapperij op je bord. Als ik een week aan een stuk elke dag broodjes eet, kom ik vier kilo bij, en dan voel ik me slecht. Dus dat probeer ik te vermijden.»

HUMO 56 is de leeftijd op uw identiteitskaart, maar hebt u een idee wat uw mentale leeftijd is?

DI RUPO «Oef... Laat me denken? 17? Nee, doe me dat niet aan. Laten we zeggen: 40.»

HUMO Dan begint het leven pas echt, zegt men.

DI RUPO «Laat maar komen. Ik ben er klaar voor!»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234