Beeld Alex Vanhee

50 jaar David BowieHet grote verjaardagsinterview

‘Evenwicht, moi? Geen sprake van!’

Twee dagen na zijn triomfantelijke verjaardagsconcert in Madison Square Garden tref ik David Bowie in een studio in 48th Street, waar een deel van zijn nieuwe cd ‘Earthling’ werd opgenomen. Het is amusant het effect van Bowies verschijning op z’n omgeving (mijzelf inbegrepen) te zien: iedereen acteert plots ongedwongenheid. Oscars voor overacting in a supporting role gaan vandaag naar Joey achter de koffiemachine (spontaniteit), Marcia van de postkamer (onverschilligheid) en Bernie achter de balie (verstrooidheid). Iedereen doet o zo hard, o zo opvallend onopvallend z’n best om vooral niet te laten zien dat ze weten DAT DAVID BOWIE TE MIDDEN VAN HEN RONDLOOPT! Charisma is een veel misbruikt woord, maar Bowie heeft er tonnen van, ook naast het podium. Een ruimte waarin hij zich beweegt, zindert van een soort statische elektriciteit die supersonisch fame-fame-fame neuriet. Daarnet nog liep Yoko Ono door dezelfde gangen, en niemand keek op.

(Eerder verschenen in Humo 2943 op 28 januari 1997)

Anno 1997 heeft uw en mijn held oranje haar en draagt hij een knalblauwe trui, met daaronder een T-shirt waarop een foto prijkt van Bowies nu 25-jarige zoon Zowie/Joey/Duncan als baby - symbolisch, want Bowie was 25 toen zijn zoon geboren werd. Nu is Bowie junior zopas braafjes afgestudeerd aan een college in Ohio, en werkt hij aan z’n doctoraat. Er zijn geen zekerheden meer. 

Bowie, alias Ziggy Stardust, alias The Thin White Duke, alias Aladdin Sane, alias Major Tom, alias Cracked Actor, alias de rocker die tot 1983 ’s werelds meest legendarische cultartiest was, om dan plots met ‘Let’s Dance’ ook bekend te worden bij mensen die nog nooit van hem hadden gehoord. Nu, vijftien jaar later, is Bowie een legende, maar niet langer iemand die om de haverklap wereldhits scoort. Meer nog: hij weigert zijn ouwe hits nog live te zingen. Jammer, want alleen al met zijn singles zou je een hele jukebox kunnen vullen. Met ‘Earthling’ laat Bowie er geen twijfel over bestaan waar hij op z’n vijftigste staat: met één been in het hier en nu, en zoals steeds met het andere in de toekomst.

HUMO Ik zie geen wandelstok... 

DAVID BOWIE «Hal Ik kan nu beter op m’n beide benen staan dan twintig jaar geleden, geloof me. Jezus, precies twintig jaar geleden vertrokken Jim (Iggy Pop) en ik naar Berlijn, om te vluchten voor de drugs in Los Angeles en New York. Ha! Wist ik veel dat Berlijn op dat moment de heroïnehoofdstad van Europa was.» 

HUMO Euh, het is niet echt een neutraal onderwerp om mee te beginnen, maar nu je er toch zelf op alludeert: ik las onlangs dat je ten tijde van ‘Let’s Dance’ nog verslaafd was. Ik heb je vlak daarna zelf voor het eerst ontmoet, en ik moet zeggen: je zag er toen kerngezond uit, en je gedroeg je perfect normaal... 

BOWIE «Zie je wel dat ik kan acteren?! (Lacht) Ik was toen niet meer verslaafd, maar ik nam nog regelmatig, cocaïne. Ik schreeuwde toen ook overal van de daken dat ik van de drugs af was, in een krampachtige ‘poging tot goede public relations’. En toen maakte ik dezelfde vergissing als Lou Reed: ik ging alcohol als ontwenningsmiddel gebruiken. En nu... (wijst op z’n vierde sigaret in tien minuten tijd) is dit de enige drug die me rest. (Lacht plots) Ik zag onlangs een reclameslogan in Londen: ‘Goed nieuws voor rokers: niet-rokers sterven ook!’ (Lacht weer) Het fantastische daaraan was: het was geen slogan voor sigaretten, maar voor een jeansmerk!» 

HUMO Ik heb al veel excuses voor druggebruik gehoord, variërend van ‘ik heb eenvoudigweg een verslavende persoonlijkheid, op alle vlakken’ tot ‘je moet alles eens proberen’. Wat was het jouwe? 

BOWIE «Ik ben gewoon ziekelijk nieuwsgierig. Men vraagt me soms wat het effect van drugs op mijn muziek was. Wel, dat hangt er vanaf: als ik op een bepaald moment drugs gebruikte, had dat een ander effect op de muziek dan wanneer mijn muzikanten ze gebruikten. Maar zoals gezegd, ik ben nieuwsgierig: ik vraag me bijvoorbeeld nu af: ‘Low’ was in mijn drugperiode de enige plaat zonder drugs, maar... hoe zou ze geklonken hebben met? Daarnaast neemt iedereen natuurlijk drugs uit onzekerheid, ook al geeft niemand dat toe. Harddrugs zijn een verlenging van de zucht naar aanvaarding en het jezelf een houding willen geven. Net als sigaretten. Zeker als artiest of would-beartiest denk je op je zwakke momenten: ‘Shit, misschien ben ik niet interessant genoeg!’ en dan geven drugs je makkelijk de illusie dan je misschien wel eens té interessant zou kunnen zijn (lacht). Nu zou ik ook liegen als ik verzweeg dat ik ook wel goeie tijden heb beleefd terwijl ik drugs nam. En wie weet waren platen als ‘Station to Station’ en ‘Young Americans’ zonder drugs een stuk saaier geweest... of laten we zeggen: een stuk minder interessant (lacht).» 

HUMO Wat alle artiesten drijft, is rusteloosheid, meer nog dan ego en passie. Is dat gevoel van hoogdringendheid bij jou nu sterker dan vroeger? Want op je vijftigste ben je beroemd, rijk, gelukkig, een levende legende... het enige waar je geen eindeloze voorraad van hebt is: tijd. 

BOWIE «Ik was vroeger véél rustelozer dan nu. De wanhopige hoogdringendheid die me toen kwelde is weg. Toen ik 25 was, ten tijde van ‘Ziggy Stardust’, wilde ik de dingen heel snel afhandelen, opdat ik telkens aan iets nieuws zou kunnen beginnen. Nu voel ik nog steeds dat ik veel ideeën heb en dat mijn tijd eindig is, maar ik heb goddank de zelfdiscipline om iets af te maken. Ik heb, samengevat, meer plezier in het leven. Het opnameproces is aangenamer... Ik amuseer me in de studio, for chrissakes... dat was vroeger ondenkbaar. Vroeger werd ik, waar ik ook was, verteerd door de dwanggedachte dat ik eigenlijk al ergens anders moest zijn. Nu ben ik niet zeker dat ik wel ergens naar toe moet (lacht). Vroeger leek het leven een race, met aan het eind een soort prijsuitreiking, Nu geniet ik van de reis.» 

HUMO Dat doet me denken aan iets wat Frank Zappa vlak voor zijn dood zei. Iemand vroeg hem of hij vond dat hij in het leven iets gemist had, en Zappa antwoordde: ‘Hoe bedoel je? Of ik het jammer vind dat ik nooit aan benji-jumping heb gedaan? Nee. Ik heb niets gemist. Als je je intens en passioneel in iets verdiept hebt, zoals ik in muziek, wat valt er dan te missen?’ 

BOWIE «Ja... (zwijgt, duidelijk geëmotioneerd door de herinnering aan Zappa, die een vriend was)... Het is zo essentieel om NU te leven, in het heden. Wat Dennis Potter vlak voor z’n dood ‘celebrate nowness’ noemde. Daar heb ik zoveel spijt van... Dat ik vroeger nooit genoot van de dag zoals hij was. Ik staarde me dermate blind op de toekomst dat ik vergat te genieten van het heden.» 

HUMO Wanneer was dat dan precies? 

BOWIE «De jaren 70 (lacht). Een dag waarin niets extreems of flamboyants gebeurd was, beschouwde ik als een verspilde dag. Daarom dat cocaïne me lag: het is de drug van de workaholic. Op coke werkte ik soms vijf dagen aan een stuk. Letterlijk. Zonder slaap. Nu kan ik eindelijk ook genieten van dagen die niet oplichten in hel fluorescerend licht. Vroeger was ik geobsedeerd door verwachtingen. Ik was een obsessief plannenmaker: waar zal ik binnen drie jaar staan? Nu zie ik in dat veel van mijn toenmalige zwakzinnigheid voorsproot uit het stellen van overdreven eisen aan de toekomst.» 

HUMO Men zegt dat de ideale balans voor een artiest is: chaos in de hersens, orde in het dagelijks leven. Terugkijkend lijkt het me dat je heel lang heel hard hebt geprobeerd om in alle aspecten van je leven chaos te laten regeren. Alsof je elke vorm van orde of maat aanzag als een bedreiging van je creativiteit. 

BOWIE «Absoluut. Evenwicht, moi?! Geen sprake van. Alles wat naar evenwicht rook, was bourgeois en dus des duivels. En de chaos in m’n privéleven was verdomd boeiend. Echtelijke ruzie? Heerlijk: zit misschien een song in! Verslaving? Perfect: ik leef gevaarlijk, dus ik ben een genie! Ik was een fervent aanhanger van Baudelaire, je weet wel: ‘Watje ook doet, voer je er dronken mee!’ Als ik iets deed en het ontspoorde niet, telde het niet. Ik besefte toen ook niet hoe beïnvloedbaar ik was, en als je dan ziet dat je helden - Jack Kerouac, James Joyce, Marlon Brando - ook allemaal Baudelaire navolgden of tenminste beweerden dat te doen... Al die lui vonden het blijkbaar cruciaal dat je totaal - mentaal én fysiek - werd opgeslorpt door je kunst, tot het punt dat er geen scheidingslijn meer was tussen kunst en privéleven. Het heeft heel lang geduurd voor ik besefte dat die misplaatste toewijding ten koste ging van mijn relatie met mijn geliefden. Dat moment kwam toen ik me realiseerde dat mijn zoon totaal van me was vervreemd: begin jaren 80 was hij 16, en ik had geen flauw benul wat hij voelde of dacht. En ik, rockster omringd door duizenden vrouwen en raadgevers en fans en ‘vrienden’, voelde me plots alleen, verlaten. En dan beland je op een punt dat je jezelf moet dwingen om je werk wat terug te schroeven.» 

HUMO Dat geldt in principe voor iedereen, maar ik veronderstel dat het gevaar voor een rockster is dat muziek nooit zomaar ‘werk’ is; het voelt waarschijnlijk meer aan als een roeping, als... 

BOWIE «...Het noodlot! Het is bigger than life, natuurlijk, want je bent megalomaan, je voelt je uitverkoren. En je denkt lang: ‘Ach, mijn zoon, mijn familie, mijn vriendinnen... ze houden wel van me, maar het blijven toch maar stervelingen die me eigenlijk niet begrijpen.’ En het eerste wat je leert als je afgekickt bent, is hoe moeilijk het is om echte vrienden te maken en te houden. Onlangs heb ik ‘Low’ nog eens opgelegd, en daarop is ‘Be my wife’ eigenlijk een algemene, wanhopige schreeuw om liefde. Ach, ik vertel niets nieuws als ik zeg dat artiesten meestal ijdeler zijn dan ‘gewone’ mensen, en dat ze een groter ego hebben. En ik ben er nog steeds niet zeker van dat dat een slechte zaak is (lacht). Maar het is zéker onmogelijk om met zo iemand samen te leven. Nu ken ik wel een paar boeiende artiesten die niet megalomaan zijn. Een páár... Robert Smith, bijvoorbeeld. Hij heeft niet dat flamboyante ego dat ik had verwacht. Maar misschien heb ik die indruk omdat ik hem nog niet als dictator van The Cure aan het werk heb gezien.» 

HUMO Heb je je ooit direct in competitie gevoeld met tijdgenoten? Heb je ooit, bijvoorbeeld, een weddenschap afgesloten om te zien wie het eerst een nummer één hit zou scoren? 

BOWIE «Euh... Ik heb wrijving nodig om te kunnen functioneren, maar niet noodzakelijk competitie, Mick Jagger en ik waren ongelofelijk competitief in de jaren 70. We waren ons toen zéér bewust van elkaars aanwezigheid. Onze carrières overlapten elkaar ook op sommige punten. Maar dat stopte toen ik in ’77 naar Berlijn ging. Nu denk ik dat Mick en ik totaal verschillend denken over zowat alles: wat kunst is, hoe we ons privéleven inrichten, hoe we platen maken, wat we live doen... De Rolling Stones zijn nu een jukebox, als je hen gaat bekijken weet je dat je ‘Jumpin’ Jack Flash’ en ‘Satisfaction’ en ‘Brown Sugar’ te horen krijgt, en ongeveer in welke volgorde. En ze doen dat heel goed, maar... Ik moet er niet aan denken. Niets zou makkelijker zijn dan nu mijn hits te recycleren in ‘MTV Unplugged’ of erger nog: ‘Ziggy Stardust: The Musical’ (wuift naar het raam - we zitten op Broadway), zo-als The Who nu met ‘Tommy’ doet. Mijn managers fluisteren me regelmatig in de oren: ‘Al dat geld. David...!’ Ja... en al die pijn. Nee, mijn hits waren mijn vangnet, en daar wou ik vanaf. 

»Alhoewel, misschien heb ik toch behoefte aan competitie. Ik weet nog dat ik midden jaren 80 dacht: ‘Jezus, er gebeurt echt niets nu... Wie zijn mijn concurrenten? Paula Abdul? Kylie Minogue?...’ Er was niemand. Toen heb ik m’n slechtste platen gemaakt (lacht). Die competitiegeest laaide weer even op toen Mick Jagger en ik indertijd, in 1985, voor Life Aid dat duet ‘Dancing in the streets’ opnamen. Toen is Mick nog bij de producer als een klein kind gaan mokken: ‘David z’n stem klinkt luider! Ik wil luider klinken! Hermix alles!’ (Lacht) Ik liet ’m begaan, voor mij betekende die strijd niets meer. 

»Met Mick was er dus wel die creatieve wrijving, maar voor de rest heb ik me eigenlijk in de wereld van de rock-’n-roll altijd een buitenstaander gevoeld. Ik heb wel veel respect voor sommige andere artiesten: voor mensen als Scott Walker, Frank Zappa, Neil Young... Mensen die erin geslaagd zijn om te blijven experimenteren zonder dat ze aan geloofwaardigheid inboetten. Artiesten zoals Scott Walker hebben een sterk zelfbeeld. maar geen groot ego. Dat onderscheid ervaar ik nu als heel belangrijk. En wat me in Neil en Scott en vooral bij Bob Dylan frap-peert is hun waardigheid. Die song van Dylan, ‘Dignity’, zou het lijflied kunnen zijn van de overlevenden van onze generatie. Ik speelde onlangs met Neil op een benefiet, en ik was zo ontroerd toen ik hem en twee leden van Crazy Horse zag spelen, dicht bij elkaar, als voerden ze een Indiaans ritueel op. Dignity.» 

HUMO Nog even iets over Frank Zappa: wist je dat hij ooit live een parodie op jouw Thin White Duke heeft gebracht? Zijn versie heette ‘The return of the hunch-back Duke’...

BOWIE (lacht) «Heel grappig. Nee, dat wist ik niet. Ach, Frank... onvervangbaar, hè...» 

HUMO Heeft een idool als jij zelf nog idolen? 

BOWIE «O, absoluut. Zeker. Ik blijf een fan. Toen ik twaalf was, was mijn grote ambitie: saxofonist zijn in de backinggroep van Little Richard. lk had toen net een plastic saxofoon gekregen, en Little Richard zag er op tv en op platenhoezen zo wonderlijk uit... Als ik ’m nu zie ben ik wéér twaalf jaar. Ik heb nooit saxofoon met ’m gespeeld, nee. Wel piano, één keer. En weet je wat zo bizar is: ook hij heeft twee verschillend gekleurde ogen! (Bowie ook, sinds zijn jeugdvriend George Underwood hem een klap verkocht). En ik ben romantisch genoeg om daarin Een Teken te zien. 0, ik ben nog een fan, absoluut. Als ik Tricky of PJ Harvey ontmoet, denk ik niet: ‘0, debutantjes’. Nee, ik denk: ‘Wow! Tricky!’ En ik kreeg wel degelijk een warm gevoel als jonge helden als Kurt Cobain en Trent Reznor vriendelijke dingen over mijn muziek zeiden.» 

HUMO Wat me het meest fascineert aan je nu drie decennia bestrijkende carrière, is de wereld van verschil tussen je debuut en waar je nu staat. Je trad voor het eerst op tijdens het kleffe, kitscherige San Remo-festival, en je eerste songs leken geplastificeerde folk. Je klonk toen als de Britse variété versie van Jacques Brel. Ik had je op basis daarvan nooit een platencontract gegeven. 

BOWIE (lacht) «Dat is voor mij ook fascinerend: niemand had deze evolutie kunnen voorspellen, ik zeker niet. Terugkijkend denk ik dat het mijn redding is geweest dat ik, in tegenstelling tot mijn fijne collega’s op het San Remo-festival - waar zijn ze nu? (lacht) - besefte dat er nog iets was buiten het mainstrearn popcircuit. Ik had een mime-opleiding gevolgd, ik had kunstacademie gelopen, ik liep al ’ns een museum binnen. Ik kreeg een makkelijk leventje op een presenteerblad aangeboden, maar ik was hongerig naar méér. En daar is dat grote ego weer: ik wilde ernstig genomen worden. Ik wilde het instantsucces eigen aan popmuziek, maar ik wilde ook Kunst met een grote K. 

»Ik ben vooral verbaasd dat ik me zoveel creatieve bokkensprongen heb kunnen permitteren. Dat is nóg vreemder dan dat ik het er - ondanks alle drugs - puur fysiek levend vanaf heb gebracht. Ik vind het eigenlijk ongelofelijk dat ik zolang totaal mijn zin heb gedaan en dat ik nóg een publiek heb. Mijn carrière was één grote gok... maar het is een goeie gok gebleken.»

David Bowie: ‘Ik ga liever avontuurlijk ten onder dan succes te hebben waar ik zeker van ben.’Beeld REUTERS

HUMO Hielp het dat je niet de enige was die gokte? 

BOWIE «0, absoluut. Zappa was de eerste die me deed beseffen: het kán, tegelijk rock-’n-roll en avant-garde zijn! Dezelfde aha-erlebnis had ik toen ik voor het eerst de Velvet Underground hoorde. Dat waren openbaringen, in momenten van vertwijfeling was het cruciaal voor me om te weten dat Zappa en Scott Walker er ook nog waren. Dat gevoel van: ‘Ik ben niet alleen!’ Te weten dat het nog mogelijk is om, wars van compromissen, eigenzinnig en sereen je zin te doen en toch een bepaalde mate van succes te hebben... (monkelend) Dat geeft ons weer vertrouwen in de mensheid, toch?» 

HUMO Je speelt je oude hits niet of nauwelijks meer, maar je herwerkt wel oude, minder bekende songs. Op Torhout/Werchter deed je knappe versies van Scott Walkers ‘Nite Flights’ en van ‘Lust for life’, dat je met Iggy Pop schreef. Van ‘Lust for life’ zou ik gezegd hebben: blijf daar af, de plaatversie is perfect. Maar jouw bewerking klonk fantastisch. Heb je nu, zoveel jaar later, een ander inzicht in die songs? 

BOWIE «Ik heb ook erg genoten van ‘Quicksand’, dat ik eergisteren live deed met Robert Smith. Robert is echt een droom van een vent, heel grappig en nuchter, en een ongelofelijk muzikaal mens. En ‘Quicksand’ was nadrukkelijk een obscure keuze, het zou me verbazen als meer dan twintig procent van het publiek zich dat nummer nog herinnerde. Ik heb een rough cut gezien van de televisieversie van dat concert in Madison Square Garden, en Robert is echt schitterend. Ook Sonic Youth komt er goed uit. God, ik ben zo blij dat het gefilmd is. Want ik heb zo weinig van m’n vorige shows...» 

HUMO Dat verbaast me... Terwijl iemand als Bill Wyman een privéarchief heeft met filmbeelden van zowat élke stap die de Rolling Stones ooit gezet hebben. 

BOWIE «Ik weet het. We benijden Bill allemaal (zucht). Ik heb praktisch niéts. Er is géén footage van de ‘Station to Station’-tournee. Er zijn haast géén beelden van de ‘Diamond Dogs’-toumee... ik heb Tim Pope drie banden gegeven van repetities voor de ‘Thin White Duke’-show, maar de kwaliteit is zo slecht... Het is een ramp: er was maar één microfoon, dus die klank is zo hol, zo waterachtig. Maar ze geven wel een goed beeld van die orgie van wit neonlicht en fluorescerende decors.» 

HUMO Maar goed, je houdt je dus grosso modo aan je beslissing om je hits niet meer live te brengen. Wat ik vreemd vind is: hoe verklaar je het dat iemand die eigenlijk altijd in de periferie van de popmuziek heeft willen werken en een grote experimenteerzucht heeft, toch ook zo’n hitgevoelig artiest is? 

BOWIE «0, maar ik ben helemaal niet hitgevoelig! God, ‘Low’ stond op RCA’s releaselijst voor Kerstmis! Ze dachten dat het een commerciële kerstplaat zou zijn! En het werd mijn meest donkere, alternatieve plaat. En neem nu ‘Fame’: dat was mijn minst favoriete track op ‘Young Americans’, ook al betekende het veel voor me dat John Lennon eraan had meegewerkt. Maar ik had geen idee dat het een single kon zijn, laat staan een hit. En ‘Tonight’ en ‘Never let me down’ zijn vooral slechte platen omdat ik toen voor één keer wél probeerde om goeie, gedurfde demo’s heel gladjes en fantasieloos op te nemen opdat het hits zouden worden. Dat waren de twee enige keren dat ik doelbewust probeerde radiovriendelijke songs te maken... en het zijn mijn slechtste platen!» 

HUMO Moraal van het verhaal? 

BOWIE «Euh... lk ben eigenlijk een intellectueel, maar ik denk dat je bij het maken van muziek best niet te veel nadenkt. Mijn beste resultaten heb ik in ieder geval geboekt toen ik heel instinctief werkte. Daarom, denk ik, ben ik ook geen bekentenis-artiest; ik ben geen mens die het podium opstapt en het publiek zijn diepste zieleroerselen opbiecht, ook al hou ik van artiesten die dat wél doen, zoals Morrissey.» 

HUMO Besef je hoe het overkomt als iemand die zoals jij wereldberoemd is geworden dankzij zijn hits, plots beslist dat hits niet goed genoeg meer zijn?

 BOWIE (lacht) «Het is een luxeprobleem, ja. Ik voel me niet schuldig. Het is mijn leven. En die hits waren mijn werk. Veelal hard werk. Maar het is natuurlijk absurd. Het is als... Ik weet nog... Toen we aan ‘Fame’ werkten, John Lennon en ik, hadden we het daar ook over: hoe absurd het is dat je als beginnend muzikant alles zou doen, ja, létterlijk je ziel aan de duivel verkopen, om beroemd te worden, en dat je onmiddellijk een zeurpiet wordt als het eindelijk, EINDELIJK zo ver is: ‘God, niet wéér die camera’s, niet wéér die fans voor m’n deur...’ Het is absurd. Maar het is ook een normale reactie. En wie nooit rockster is geweest, kan zich dat niét voorstellen, geloof me.» 

HUMO Besef je wat je vraagt van je publiek als je veel songs speelt die ze nog nooit hebben gehoord? 

BOWIE «Mja... het is geven en nemen. Ik doe er ook vijftien die ze wél kennen. (Zucht) Kijk, ik zie mezelf als een soort vlakgom. Telkens als ik met iets nieuws kom, wis ik uit wat ik voordien heb gedaan. Ik denk dat elke artiest in feite nog steeds wil choqueren, zoals een puber de buren wil choqueren door thuis de muziek veel te luid te zetten. Ik bedoel: luid te zetten (lacht). Ik voel de drang om mijn publiek telkens opnieuw te zeggen: al wat je dacht over mij te weten, is achterhaald. Als ik dat niet kan doen, ben ik niet gelukkig. Anderen zijn anders. Mick Jagger is niet gelukkig als hij niet De Rijkste en De Grootste kan zijn. Phil Collins is niet gelukkig als niet iederéén van hem houdt. Ik ben gewoon ziekelijk leergierig, en ik beschouw mezelf ook als leerstof. En in tegenstelling tot Mick en Phil verkies ik een avontuurlijke mislukking boven veilig succes. in de nieuwe show gaan we ook ‘I’m deranged’ weer spelen. Toen we dat achttien maanden geleden deden, tijdens die tournee met Nine Inch Nails, was het té nieuw, en té drum&bass. Toen zag ik de verwarring in de ogen van mensen in het publiek, omdat zeker voor Amerikanen drum&bass op dat moment nog iets van een andere planeet was. Als je geen verwantschap hebt met die specifieke stijl, heb je geen houvast, want drum&bass is zo fragmentarisch van klank dat het lijkt alsof de makers iets vergeten zijn; alsof het nummer niet af is. Maar nu zullen we ‘I'm deranged’ nog agressiever spelen. Vooral Gail-Ann Dorsey, mijn bassiste, dringt daarop aan. David Lynch is overigens ook gek op dat nummer: hij heeft het geïntegreerd in zijn nieuwe film ‘Lost Highway’. En dat vind ik dan weer heerlijk, want Lynch is a cool guy. Wel typerend dat uitgerekend hij kickt op zo’n bizarre song, haha.» 

HUMO Je hebt heel wat indirecte banden met David Lynch: jij trad op in de theaterversie van zijn film ‘The Elephant Man’; je Berlijnse periode viel qua sfeer samen met die van de film ‘Eraserhead’, en je had een rol in de film ‘Twin Peaks’, naar de nu al legendarische televisieserie van Lynch. 

BOWIE «Naar mijn gevoel is ‘The X-Files’ een flauw aftreksel van ‘Twin Peaks’. En zonder David Lynch waren er ook geen gebroeders Coen (‘Faxgo’) geweest. Als ik mijn songs hoor in de context van een film, geeft dat me altijd een ander inzicht. Zoals toen ik ‘Hearts Filthy Lesson’ hoorde in ‘Seven’. David Lynch is weer zo’n figuur die erin slaagt een hoop alternatieve, avant-gardistische en underground-invloeden in de mainstream binnen te smok-kelen. Dat vind ik nog steeds, euh... spannend. Dan voel ik me een jongetje dat in een kast snuffelt waar hij niet in mocht komen. Ik herinner me de jongensachtige opwinding die me beving toen ‘Ashes to ashes’ een hit werd en ik erin slaagde het woord ‘junkie’ (‘Ashes to ashes / funk to funky / we know Major Tom’s a junkie’) binnen te smokkelen op de BBC-radio.» 

HUMO De video voor ‘Little Wonder’ is weer zo’n mini-epos waarin je artiesten uit andere disciplines hebt geïntegreerd... 

BOWIE «Ja, ik ben een echte evangelist (lacht). Ik ben zo’n klier die, als hij enthousiast over iets is, meteen andere mensen bij de kraag grijpt en hen dwingt mee te genieten, of ze daar nu zin in hebben of niet. En als ik iets niét ben, dan is het een purist. In heel mijn carrière zul je niets vinden dat hardcore of in één genre is. Ik hou van mengvormen; ongewone combinaties...» 

HUMO Je schildert ook. Je hebt net in Londen geëxposeerd. Het kan je blijkbaar niet meer schelen dat cynici zeggen: ‘Zijn schilderijen worden verkocht omdat hij popster is, niét omdat hij kan schilderen’. 

BOWIE «Ik ben 50. lk heb me voorgenomen nooit meer iets niet te doen omdat ergens iemand vindt dat ik het moet laten. Behalve als Brian Eno iets zegt. Naar hem luister ik nog wel eens. Brians belangrijkste bijdrage op mijn platen is dat hij een zeikerd is (lacht). Een stoorzender. Hij spreekt me tegen, en dat waardeer ik. Andere mensen proberen mij te plezieren. En die afwijking heb ik zelf ook: mijn slechtste platen waren die waarbij ik uit vriendelijkheid meeging in de muzikale lijn van de producer van dienst. Ik ben koppig, maar ik ben helaas ook een gentleman, en ik haat ruzie. Brian is bot, en dat is creatief gesproken een heel nuttige eigenschap.» 

HUMO Brian Eno ziet er nu uit als een kale professor in een maatpak, terwijl hij op ouwe platenhoezen van Roxy Music poseert met pauwenveren, dikke lagen make-up en blauw haar. Bizar, hè? 

BOWIE «Ja, hij droeg toen langere valse wimpers dan ik (lacht). Het aardige aan Brian is: innerlijk is hij nu nog experimenteler en extremer dan toen. En dat is wat telt.» 

HUMO Vanwaar eigenlijk jouw plotse fascinatie voor jungle en drum&bass? 

BOWIE «Een paar jaar geleden ging ik naar een optreden van Big Audio Dynamite kijken, en tijdens één be-paald nummer van hun set dacht ik: ‘Dit is de toekomst’. In tegenstelling tot Oasis (lacht). In wat zij toen deden zat al de kiem van wat The Prodigy, Tricky en Björk twee, drie jaar later zouden doen. Big Audio Dynamite zelf is, typisch, ondertussen al lang van het toneel verdwenen. Ik was ook een fan van House of Pain, die mijn ‘Fame’ hebben gesampeld. Toen we ‘Earthling’ opnamen, speelden we elke avond in New Yorkse dance clubs, om ons energiepeil hoog te houden, en helemaal ondergedompeld te raken in de dance scene. Ik vind het fascinerend om die mengvorm van hardrock en techno-elementen te brouwen. Nogmaals: ik ben geen purist, en jungle-puristen zoals Goldie zijn dan ook niet dol op mijn aanpak. Tijdens de opnames van ‘Earthling’ hebben we zowat alle werkmethodes uit de dance scene uitgeprobeerd: samples mengen met live-instrumenten; gitaarpartijen door synthesizers jagen; experimenteren met percussieloops én live-drums; high-tech en organische instrumenten mixen. ‘Telling Lies’ klonk eerst veel commerciëler, maar na vijf weken in New Yorkse underground clubs was het... goodbye to the hit parade (lacht). De groep die ik nu heb vind ik in ieder geval de beste sinds die van ‘Stage’, de live-cd, met violist Simon House en gitarist Adrian Belew.» 

‘Ik geraak er hoe langer hoe meer van overtuigd dat je niet naar andere mensen moet luisteren. Ze spreken zichzelf toch voortdurend tegen en veranderen elke dag van mening.’

HUMO Je hebt een eigen website. Voor fans is dat interessant om de laatste nieuwtjes over jou op te zoeken, maar wat is het nut voor jou? 

BOWIE «Ik wil die website blijven gebruiken om er materiaal op uit te brengen waarin mijn platenfirma absoluut niet is geïnteresseerd. Het internet is ideaal voor artiesten zoals ik die soms minder commerciële dingen produceren, of simpelweg te veel muziek maken. Ik hoor dat Prince hetzelfde probleem heeft. En hij heeft gelijk: als je te veel materiaal hebt rondslingeren dat niet wordt uitgebracht, weegt dat op je; het zit nieuwe ideeën in de weg.» 

HUMO Als je songs te veel hebt, mag je ze altijd onder mijn naam uitbrengen... 

BOWIE «Dank je (lacht). Wel, ik heb al overwogen om dingen uit te brengen onder een schuilnaam, gewoon om te zien wat voor reactie ze oproepen. Zoals Doris Lessing ooit haar nieuwe boek onder een pseudoniem naar tien uitgevers stuurde. Ze was toen al beroemd, maar niemand wilde het manuscript uitgeven.» 

HUMO Welke reactie van je fans op je website heeft je tot nog toe het meest verbaasd? 

BOWIE «Internet doornemen is als grafitti lezen op de muren van het herentoilet: tegelijkertijd een futiele én hoogst fascinerende bezigheid. Ik heb ondernemende fans. Eentje haalde ‘Telling Lies’ van het net, verknipte en hermixte het nummer totaal, en gooide het er dan weer op. Ook interessant is hoe de perceptie van mijn verleden voortdurend verandert. Zo heb ik bijvoorbeeld veel kritiek gekregen op die twee Tin Machine-platen. Tin Machine werd gezien als een fake garage-band van een verwende popster. Dat was het dus niet. En wat blijkt nu? Er is al een Tin Machine-revival bezig. Hetzelfde geldt voor ‘David Live’, dat indertijd werd beschouwd als een totale flop, terwijl ik nu overal hoor dat het mijn beste liveplaat zou zijn. Ik vind dat allemaal hoogst amusant, en het sterkt me in m’n overtuiging dat je vooral nooit naar anderen moet luisteren, want ze spreken elkaar voortdurend tegen en veranderen elke dag van mening. 

»Maar de meest absurde reactie op mijn oeuvre is afkomstig van mijn zoon. Wel, nee, van mezelf, eigenlijk. Ik ging een paar jaar geleden met Duncan naar een concert, en hij had die dag net z’n haar groen geverfd. En ik zei, believe it or not: ‘Zo ga je met mij de straat niet op!’ (bulderende lach). En hij zei niets, maar ik las het in z’n ogen: ‘Dad, jij bent met al jouw bizarre vermommingen en flamboyante alter ego’s wel de laatste die iets op mijn haar moet aanmerken’.» 

HUMO Op je website werd ‘Telling Lies’ gelanceerd met een soort quiz, waarbij iedereen vragen kon e-mailen naar drié Bowies, onder wie één echte en twee bedriegers, die leugens opdisten. Het interessante daarbij was dat die mensen daarna gevraagd werd wie volgens hen de échte Bowie was, en dat jij als laatste eindigde. Dat doet me denken aan dat verhaal over Elvis Presley die ooit meedeed aan een wedstrijd voor Elvis-dubbelgangers, maar slechts als vierde eindigde. 

BOWIE (lacht) «Dat geloof ik. Het bewijst wat ik al lang weet: dat er een groot verschil is tussen de mens en het beeld dat het publiek van hem heeft. Maar in mijn geval ben ik blij dat ik als laatste eindigde: het onderwerp was tenslotte ‘Telling lies’. Het idee ervoor is deels geïnspireerd door een bizar museumpje in Culver City, Californië, een soort wunderkammer waar ene meneer Wilson curator is van een honderdtal objecten: sommige zijn echt, andere heeft hij zelf gemaakt. Je loopt dus rond in dat Museum of Jurassic Technology, en je weet niet welke objecten authentieke volkskunst zijn, en welke nep. Het bizarre is dat de door Wilson nagemaakte stukken in veel gevallen echter lijken dan de echte. Ook op ‘Outside’ hebben Brian Eno en ik zo gewerkt: we wisselden constant informatie uit waarvan we elkaar niet lieten weten of ze echt/gemeend of dwaalspoor/grap was.» 

HUMO Ik zie jou, als alles mislukt, op je oude dag nog wel als curator van een klein, bizar museumpje. 

BOWIE «0, absoluut. Zoals Charles Darker, de excentrieke kluizenaar bij wie men na zijn dood kasten vol schil-derijen en manuscripten vond: duizenden sprookjes en sagen, en afbeeldingen van kleine meisjes met mannelijke genitalia; een soort kruising tussen ‘Lolita’ en ‘Alice in Wonderland’. En dan val ik de schaarse bezoekers lastig (imiteert zielig, pathetisch toontje:) ‘0, mag ik u iets voorzingen? Please?! Een liedje maar... Vroeger was ik heel beroemd, weet u?!’ (lacht) Ja, dát, of leider van een kleine maar fanatieke sekte.» 

HUMO Geloof je in God? 

BOWIE «Euh... ik vrees van wel. lk ben niet gelovig, maar wel heel spiritueel. Ik ben vergeten wie dit gezegd heeft, maar het is een hele wijze spreuk die ik zonder reserve onderschrijf: ‘Religie is voor mensen die in de Hel geloven. Spiritualiteit is voor mensen die in de Hel zijn geweest.’» 

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234