Studenten met een leefloonBeeld BELGA

start academiejaarstudenten met een leefloon

‘Falen is geen optie: ik heb niets of niemand om op terug te vallen’

Steeds meer jongeren krijgen een leefloon van het OCMW om te studeren. Behalve het stempel dat ze meekrijgen, moeten ze ook afrekenen met prestatiedruk: wie zakt, mag het meestal vergeten.

Volgens de federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie kregen vorig jaar 21.664 studenten tussen 18 en 25 jaar een leefloon. Meestal gaat het om jongeren die gebroken hebben met hun ouders en die noodgedwongen op eigen benen moeten staan, al zijn er ook ouders die te arm zijn om de studie van hun kind te betalen. In 2008 telde België ‘maar’ 14.798 leefloonstudenten.

(Verschenen in Humo op 22 september 2015)

‘Sinds de invoering van de leefloonwet in 2002, waarin voor het eerst sprake is van uitkeringen voor studenten, is de bijstandspopulatie systematisch verjongd,’ zegt Nathalie Debast van de VVSG, de koepelorganisatie van Vlaamse gemeentebesturen en OCMW’s. ‘Jongeren hebben de weg naar het OCMW gevonden, maar ook bij de OCMW’s zijn de geesten geëvolueerd: steun wordt niet langer als iets negatiefs beschouwd. Het idee is nu dat je jongeren helpt om hun diploma te behalen en daarmee hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot. Dat is een investering in hun toekomst, maar tegelijk ook preventie: hopelijk zullen die jongeren later niet bij het OCMW aankloppen.’

Alleenstaande leefloners kunnen rekenen op maximaal 834 euro per maand. Veel geld voor een student, maar kun je van dat bedrag leven én studeren?


Colette (20)

‘Schrik niet,’ zegt Colette*, wanneer ze de sleutel in de voordeur van het studentenhuis steekt. ‘Het is hier nogal ouderwets. Toen ik de eerste keer binnenkwam en op mijn kamer een ijzeren bed en een plastic matras aantrof, wilde ik me omdraaien en heel hard weglopen. Ik dacht dat ik in een gevangenis was terechtgekomen – ik kon me niet voorstellen dat dit mijn thuis zou worden.’

We bevinden ons in een uitgewoonde residentie van de Leuvense universiteit. Het gebouw moest vorig jaar in allerijl worden heropend nadat een ander studentenhuis dichtging. Er gebeurde wat snel oplapwerk, maar de gebreken zijn gebleven: de keuken telt te weinig kookplaten voor de meer dan twintig kamers in de gang, de ontspanningsruimte is op een paar zetels en een tafel na akelig leeg. De douches bestaan uit bedompte hokjes met een plastic gordijn dat tegen je lichaam plakt zodra je onder de straal staat. Het heeft moeite, tijd en wat schilderwerk in haar kamer gekost, maar sinds een jaar is dit Colette haar thuis. De tweedejaarsstudente verpleegkunde aan de KH Leuven kon het leven bij haar ouders niet meer aan: na een faillissement viel haar gezin uiteen.

COLETTE «Mijn ouders zijn uit elkaar gegaan toen ik een half jaar oud was. Ik ben opgegroeid bij mijn mama en haar vriend Erik, die bij ons was komen wonen. Geen slechte kerel: hij was een echte vader voor mij, bracht ook serieus wat geld in het laatje. Mama had een eigen zaak, Erik werd medezaakvoerder. Voor we in de problemen kwamen, had ik een luxeleventje: we gingen elk weekend uit eten en regelmatig op vakantie. Ik had alles wat mijn hart begeerde, al moest ik er ook zelf voor werken: in de zomer deed ik vakantiewerk.»

HUMO Wat is er fout gegaan?

COLETTE «Zonder dat we het wisten, is Erik op de beurs beginnen te spelen en heeft hij gigantisch veel schulden gemaakt. Alles kwam op mama terecht, waardoor ze zich persoonlijk failliet heeft moeten laten verklaren. Van de ene op de andere dag waren we alles kwijt: de zaak die mama had opgebouwd, het huis dat we aan het verbouwen waren, het huis waarin we woonden, onze auto – allemaal weg.

»Omdat er zoveel ruzies van kwamen, ben ik een half jaar bij mijn oma gaan wonen. Ik kon het niet meer aan, de sfeer thuis was helemaal omgeslagen. Soms begon Erik ook mij uit te schelden. Als mama het voor mij opnam, moest ze dat bekopen met een pak slaag. Ik had het gevoel dat ik geen bewegingsruimte meer had.»

HUMO Kon je niet naar je vader?

COLETTE «Die heeft nooit tijd voor mij gehad. Hij was vaak werken en leerde een nieuwe vriendin kennen met wie hij drie kinderen kreeg. Toen ik klein was en ze een huis gingen bouwen, moest ik mee verhuizen naar de ouders van zijn vriendin – mensen die ik nog nooit ontmoet had. Op mijn 12de heb ik beslist nooit meer bij hem op weekend te gaan.»

HUMO Hoe ging het op school?

COLETTE «Toen thuis de bom is gebarsten, zat ik in het zesde jaar wiskunde-wetenschappen. Door alle miserie ben ik een tijdje thuisgebleven en heb ik mijn jaar moeten overdoen. Mentaal en fysiek was ik helemaal op. Bij mijn oma ben ik op adem kunnen komen: zij maakte eten, zorgde ervoor dat ik me ontspande – ik moest even niets. Bovendien was er de steun van een mobiel team van psychologen en psychiatrisch verpleegkundigen – het was dat of een opname in de jeugdpsychiatrie, zo diep zat ik.

»Toen het schooljaar opnieuw begon, ben ik terug naar mama gegaan, die intussen alleen was gaan wonen. Maar de ruzies bleven: mama worstelde met zichzelf, ze was de schok nog niet te boven. Er doken ook voortdurend deurwaarders op – Erik zit in het buitenland en is blijkbaar onvindbaar voor de schuldeisers. Doordat mama alleen maar bezig was met haar geldzaken en niet met mij, voelde ik geen houvast. Ze gedroeg zich ook vreemd: soms ging ze een hele nacht feesten of waren er vreemde mannen in huis. Uiteindelijk hebben de ouders van mijn vriend me bij hen laten inwonen, maar een definitieve oplossing was dat niet. Tot de moeder van een vriendin het OCMW voorstelde.»

HUMO Wat dacht je: ‘Toch niet ik?’

COLETTE «Daar stond ik niet bij stil, ik wilde gewoon geholpen worden. Het hoger onderwijs kwam eraan en ik wilde absoluut verder studeren. Om leefloonstudent te worden, moest ik wel met een aantal voorwaarden akkoord gaan: werken tijdens vakanties, mijn uurrooster voorleggen, mijn punten doorgeven. Ook mijn financiële situatie werd volledig gescreend – pijnlijk hoor, het moment waarop ze je bankkaart in een lezer steken en het scherm meldt dat er amper nog iets op je rekening staat.

»Ik voelde vanaf het begin dat ik moest presteren. Ik heb het altijd goed willen doen op school, maar toch voelde ik extra druk: je krijgt geld om te mogen studeren, dan mag je niet mislukken. Het besef dat ik er nu alleen voor sta, is soms beangstigend.»

Colette: ‘Ik heb elke maand een afspraak bij het OCMW. Maar Als ik in de wachtzaal zit, voel ik geen verwantschap met de andere cliënten’

HUMO Hoeveel geld krijg je per maand?

COLETTE «Ik heb recht op 817 euro, maar daarvan krijg ik slechts een deel via het OCMW. De rest wordt aangevuld met de alimentatie van mijn ouders en mijn kindergeld. Dat heb ik allemaal zelf in orde moeten brengen – het papíérwerk dat naar je hoofd wordt gesmeten als leefloonstudent! Om als zelfstandige student te kunnen worden ingeschreven in Leuven, moest ik aantonen dat ik over een leefloon beschik. Maar het OCMW wilde mij geen leefloon toekennen omdat ik geen eigen domicilie had. Dat bleef maar duren, tot iemand van de sociale dienst van de universiteit tussenbeide is gekomen – blijkbaar heb je iemand met een titel nodig om dingen gedaan te krijgen.

»In principe kom ik toe met mijn uitkering, al is een beetje spaargeld meegenomen. In het begin van het academiejaar komen de schoolrekeningen en onlangs moest ik mijn jaarlijkse bijdrage voor de ziekteverzekering betalen. Mijn kot kost gelukkig maar 126 euro per maand – de huur wordt berekend op basis van mijn inkomen.»

HUMO Heb je het gevoel dat je je dingen moet ontzeggen als leefloonstudent?

COLETTE «Niet echt. Mijn vrienden zijn ook ‘maar’ studenten. Hun ouders betalen hun kot, maar ze moeten ook toekomen met het bedrag dat ze elke week krijgen.»

HUMO Hoe is het contact met je ouders nu?

COLETTE «Papa heeft de nieuwe meubels voor mijn kot betaald – sinds kort zijn de plooien gladgestreken en kom ik weer bij hem thuis. Mama heeft een nieuwe job, een eigen plek en opnieuw een persoonlijkheid. Dat ze uit zo’n diep dal is geklommen, vind ik bewonderenswaardig. Ze heeft weer een thuis gecreëerd waar ik graag kom.

»Ik heb nu elke maand een afspraak bij het OCMW. Ik heb het nog altijd moeilijk met dat woord – als ik in de wachtzaal zit, voel ik geen verwantschap met de andere cliënten. Laatst zat er een jonge gast naast mij. Hij was van school gegaan, wilde deeltijds gaan werken maar had geen job gevonden. ‘Dan maar een uitkering,’ grijnsde hij. ‘Komaan,’ dacht ik. ‘Verman u!’ Ik heb ook een leefloon, maar ik heb tenminste een doel: na drie jaar zal ik voor mezelf kunnen instaan. Daar ben ik van overtuigd.»

Robin Fostier (20)

In zijn gerieflijke studiootje in de stationsbuurt van Geraardsbergen kijkt Robin Fostier enorm uit naar de start van het academiejaar: nog voor de lessen van start zijn gegaan, heeft de eerstejaarsstudent lerarenopleiding zich al ingeschreven in een studentenclub. ‘Een deftige,’ zegt hij. ‘Eentje waar er niet gedoopt wordt en die overvloedig alcoholgebruik niet tolereert.’

Robin gaat zijn derde jaar in als leefloonstudent – de voorbije twee jaar moest hij op zijn eentje zijn middelbare school afmaken. Allemaal de schuld van de drank. En van zijn explosieve vader.

HUMO Wat is er gebeurd?

ROBIN FOSTIER  «Ik woonde sinds mijn 15de bij mijn pa. Hij had een alcoholprobleem en zat financieel aan de grond. Geld was er niet. Als ik iets nodig had, moest ik zijn schuldbemiddelingsadvocaat contacteren, waarop die geld stortte en ik het aankoopbewijs moest mailen.

»Toen mijn pa vast werk kreeg bij de groendienst van de stad, leken we de miserie achter ons te kunnen laten. Hij ging minder drinken en was gelukkiger dan ooit. Ik was fier: ‘Kijk, mijn vader doet het goed, hij wil ervoor gaan!’ In zijn vrije tijd bewerkte hij een lapje grond van de buren, hij had er aardappelen en groenten geplant. Maar gaandeweg was hij het tuintje uit het oog verloren – een andere buurman had er zijn zinnen op gezet en zonder het te vragen haalde hij de oogst van mijn pa binnen. Ik was die dag niet thuis, maar mijn pa is naar het schijnt zo kwaad geworden dat hij in een dronken bui op de buurman is afgestormd en hem heeft neergestoken.»

HUMO Heeft het slachtoffer het overleefd?

ROBIN  «Ja, twee dagen later mocht hij het ziekenhuis verlaten. Maar toen is de hel voor mij pas echt begonnen: mijn vader zat in de gevangenis wegens poging tot doodslag, ik kon niet meer naar huis. Plots stond ik op straat.»

HUMO Heb je geen familie?

ROBIN  «Ik ben twee weken opnieuw bij mijn moeder gaan wonen, maar dat was gedoemd tot mislukken. Ik was er vroeger al eens weggelopen vanwege mijn stiefvader. Mijn moeder is met hem getrouwd toen ik een jaar of 6 was. Vanaf mijn 10de is die man me jaren aan een stuk beginnen uit te schelden omdat ik dik ben. We maakten voortdurend ruzie. Op mijn 15de heeft hij me na een banaal voorval over een kapot fototasje een blauw oog geslagen – sindsdien woonde ik bij mijn pa, terwijl mijn zus en mijn halfbroer thuis bleven wonen.»

HUMO Waarom kon je na de steekpartij niet meer in het huis van je vader blijven wonen?

ROBIN «Het geld was op, mijn vaders advocaat kon de huishuur niet meer betalen. Het was begin september, ik was pas aan mijn zesde middelbaar begonnen. Een kennis van het wijkcentrum waar ik regelmatig naartoe ging, heeft toen een uitkering voor me aangevraagd bij het OCMW. De goedkeuring was er snel, vanaf oktober kreeg ik een leefloon. In drie weken tijd moest ik een huis vinden, zelfstandig worden, contracten voor water en elektriciteit afsluiten. Ik was amper 17 en totaal in shock, helemaal niet in staat om met zulke dingen bezig te zijn.»

HUMO Dat klinkt als een recept voor een mislukking.

ROBIN «Dat was het ook: van september tot december ben ik maar drie weken naar school geweest. Ik heb mijn vader pas een maand na de feiten opnieuw mogen zien – ik heb zitten blèten als een kind toen ik hem geboeid terugzag in de bezoekersruimte van de gevangenis. Daarna ben ik helemaal gecrasht. Gelukkig was er Joke, mijn vaste vriendin. Zij heeft me erdoor gesleurd. Ik heb ook het JAC (de jongerenafdeling van het Centrum Algemeen Welzijn, red.) ingeschakeld, want alleen kreeg ik het niet verwerkt. In het begin vond ik zelfs de woorden niet om erover te praten.

»Op 24 december werd mijn vader vrijgelaten uit voorhechtenis. Ik was die dag aan zee en ben onmiddellijk naar huis gegaan om hem op te vangen. In mijn studio hebben we samen kerstavond gevierd. Het was de gelukkigste kerst van mijn leven.

»Mijn pa is toen een tijdje bij me blijven wonen. Hij deed het huishouden, ik ging in principe naar school. Maar ik had te veel aan mijn hoofd: het was moeilijk te combineren. Je hebt ook een hoop andere verplichtingen. Toen ik in juni niet afstudeerde, heeft het OCMW mijn uitkering een maand ingehouden. Terecht: ik had er niks van gebakken. Ik had ervan geprofiteerd om thuis te zitten en alleen met mijn gedachten bezig te zijn. Maar wat daarna gebeurde, had ik écht niet zien aankomen: in diezelfde maand heeft mijn pa zonder dat ik het wist een huis gezocht. Toen ik op een avond naar een doktersafspraak moest, heeft hij alle spullen verhuisd. Alles wat ik in een jaar had opgebouwd, had hij meegenomen: de tv, de diepvries, de koelkast, de microgolfoven. Toen ik thuiskwam, stond ik in een lege studio.»

HUMO Dat meen je niet.

ROBIN (knikt) «We hadden die spullen samen gekocht, en ze waren net zo goed van hem als van mij. De leerkrachten op school zijn toen voor me in de bres gesprongen: ik mocht een lijstje maken met huisraad die ik dringend nodig had. De collega’s op mijn stageplek hebben me nadien nog een hoeksalon en een combi-oven cadeau gedaan.»

HUMO Kom je voor de rest een beetje rond?

ROBIN «Ik krijg een uitkering van 817 euro, plus een huursubsidie van 120 euro. In het begin kwam ik daar amper mee toe: ik had een schuldbekentenis getekend bij het OCMW van 1.700 euro – huurgeld dat het OCMW had voorgeschoten. Ik deed ook alle betalingen zelf, waardoor het vaak in het honderd liep. Nu ik in budgetbeheer zit, heb ik geen zorgen meer en kan ik me volledig op mijn studie concentreren.

»Ik heb tijdens de vakantie veel aan mijn nieuwe opleiding gedacht. Ik zie het misschien te rooskleurig, maar ik ben blij dat ik weg kan uit deze omgeving. Ik blijf hier wel om te blokken, maar overdag zal ik op de campus zijn in een nieuwe stad, weg van de plek waar het allemaal is begonnen.»

HUMO Is je vader intussen veroordeeld?

ROBIN «Ja, hij heeft vier jaar cel gekregen, waarvan twee jaar met uitstel. Hij is nu vrij, ik heb zelfs weer contact met hem. Met mijn moeder trouwens ook. ’t Zijn zij die me in deze situatie hebben gebracht, maar het blijven mijn ouders. Ik kan toch niet kwaad op ze blijven?»


Alexandro (24)

Hoe vaak gebeurt het dat een departementshoofd van een hogeschoolopleiding een OCMW-raad bijwoont om te lobbyen voor een leefloonstudent die nog een jaar extra wil studeren? En dat diezelfde student door zijn levenservaring en zijn inzet op school eerstejaars mag coachen, in naam van zijn lectoren? Sinds september is Alexandro afgestudeerd als bachelor in het sociaal werk aan de PXL in Hasselt, maar hij had graag nog een lerarenopleiding erbij gedaan. ‘Ik denk dat ik iets kan betekenen voor jongeren, maar ik begrijp dat het OCMW mijn vraag heeft afgewezen: ik héb al een diploma hoger onderwijs.’

Al sinds het vijfde middelbaar, toen hij 18 werd en begeleid zelfstandig ging wonen, krijgt Alexandro een leefloon. Op zijn 15de ging hij thuis weg, de straat op.

ALEXANDRO  «Toen ik 13 was, zijn ze thuis te weten gekomen dat ik homo ben. Mijn mama heeft me verplicht het tegen mijn papa te zeggen, waarop hij me heeft buitengegeooid. Ik heb drie maanden op straat geleefd in Antwerpen. Daar ben ik opgepakt door de politie omdat ik gestolen had. Daarna hebben ze me versneld in een jeugdhulpverleningstraject gestoken: leefgroep, kamertraining, begeleid zelfstandig wonen. Een terugkeer naar huis was onmogelijk.»

HUMO Je vermeldt het alsof het een detail is, maar je was 15 en leefde op straat?

ALEXANDRO (knikt) «Via de chat had ik een vriendin leren kennen die een koppel kende in Antwerpen. Daar kon ik een tijdje terecht, maar het klikte niet met die mensen. Daarna ben ik op straat beland, in een kraakpand aan het station. We woonden er met een stuk of tien daklozen, ik was de enige minderjarige. Allemaal fijne mensen: ze deelden hun eten met mij en als ik het moeilijk had, waren ze er voor mij. Drie maanden later ben ik opnieuw naar school gegaan in een andere stad.»

HUMO Je vader was niet het enige probleem, vertelde je me.

ALEXANDRO «Klopt. Sinds mijn 7de werd ik seksueel misbruikt door mijn broer. Daar is hij voor gestraft: achttienden maanden cel, waarvan twaalf maanden effectief. Ik was daar tevreden mee, maar door een procedurefout in de strafbepaling heeft mijn broer recht gehad op strafhalvering, waardoor hij in beroep slechts zes maanden effectief kreeg en niet naar de gevangenis moest – hij loopt nu weer vrij rond.

»Ik had ook een klacht ingediend tegen mijn moeder omdat ze wist van het misbruik en nooit iets heeft gedaan om mijn broer tegen te houden. Maar nadat mijn familie me met de dood had bedreigd, heb ik die klacht ingetrokken.»

HUMO Heeft je broer nog slachtoffers gemaakt?

Alexandro «Hij heeft ook anderen misbruikt, ja, maar daar is hij niet voor veroordeeld – ze hebben wel tegen mijn broer getuigd op het proces. Toen alles achter de rug was, ben ik thuis verbannen: ik had de familie te schande gemaakt.»

HUMO Hoe heb je jezelf weer bijeengeraapt?

ALEXANDRO «Toen ik mijn middelbareschooldiploma had, heb ik twee sabbatjaren genomen – voor alle duidelijkheid: ik heb toen géén uitkering gehad van het OCMW. Ik moest weg, het misbruik had alles kapotgemaakt. Het onrecht was te veel voor me: mijn broer mocht thuis blijven wonen, en ik was degene die bedreigd werd, niet hij. Na het vonnis ben ik te voet met de rugzak naar Santiago de Compostela getrokken. Toen ik thuiskwam, heb ik aan mijn gezondheid gewerkt. Ik had posttraumatische stress, slaapproblemen, at niet meer. Het was ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Toen ik me op mijn 20ste sterk genoeg voelde, heb ik opnieuw een leefloon aangevraagd bij het OCMW en ben ik aan mijn bacheloropleiding sociaal werk begonnen in Hasselt. Die drie jaren waren de beste van mijn leven.»

HUMO De studenten die ik tot nog toe sprak, hebben het allemaal over de druk die ze voelen om te slagen.

ALEXANDRO «O, zeker! Met een leefloon studeren is verschrikkelijk moeilijk: je moet jezelf voortdurend bewijzen. Tijdens de examens mocht ik niet de mist ingaan, want dan had ik geen leefloon meer. En zonder geld zou ik geen thuis meer hebben. Alles stond voortdurend op het spel. Falen is geen optie, omdat je weet dat je niets of niemand hebt om op terug te vallen.

»Ik wil ook niet beweren dat het gemakkelijke jaren waren. Behalve studeren moest ik ook aan mezelf werken en de was en de plas doen. Soms hoorde ik medestudenten klagen als hun ouders tijdens de examens vroegen of ze de afwas wilden doen. Ik moest een heel huishouden draaiende houden! Gelukkig zorgden ze op school goed voor mij: het departementshoofd steunde mij, de docenten kenden mijn situatie – ze waren altijd bereikbaar. Sommigen ben ik na een goed examen in de armen gevlogen, maar evengoed zat ik vaak te wenen van de stress.»

HUMO Je hebt een onvoorstelbare weg afgelegd.

ALEXANDRO «Zonder hulp zou me dat niet zijn gelukt. Van mijn 15de tot mijn 22ste ben ik vijf keer opgenomen op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Ik heb ook veel therapeuten en psychologen bezocht. Het gaat nu goed met mij. Ik kon ervoor kiezen om me te laten gaan – ik heb veel met drugs geëxperimenteerd, leefde als een hippie. Maar ik heb voor het goede pad gekozen.

»Soms denk ik: ‘Het zijn heftige jaren geweest, ik zou eens wat rust willen.’ Maar dat gaat niet, ik moet solliciteren en op zoek gaan naar een woning. Vanaf oktober krijg ik geen leefloon meer, dan moet ik echt op eigen benen staan. Ik heb geleefd zoals ik dat wil: ik ben twee keer naar Compostela gewandeld, heb met straatkinderen in Peru gewerkt, ik heb het stadspark in Hasselt mee helpen redden. Ik zit ook in een adviesgroep voor integrale jeugdhulp op het kabinet van Vlaams minister Jo Vandeurzen – daar ben ik nog het meest trots op, dat ik dat als jonge twintiger heb bereikt. Daar moet ik het OCMW, de samenleving eigenlijk, dankbaar voor zijn. Het is nu mijn beurt om iets terug te doen.»

HUMO Dat heb je mooi gezegd.

ALEXANDRO «Mag ik daar nog iets aan toevoegen? Ik zou aan de lezers willen vragen niet neer te kijken op mensen die een uitkering krijgen van het OCMW. Niet iedereen is een profiteur. Ik vind het soms moeilijk om te zeggen dat ik een leefloon heb – ik merk nog altijd het stigma: wie een uitkering krijgt, is slecht. Bovendien ben ik van buitenlandse afkomst: het cliché van een steuntrekker kan niet groter zijn. Maar ik woon al sinds mijn 17de alleen. Ik ben er trots op dat ik dit op eigen kracht doe.»

* Colette, Erik en Alexandro zijn schuilnamen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234