null Beeld la une
Beeld la une

25 jaar overleden

Frank Sinatra Jr.: ‘Stoppen doet hij nooit, mijn vader wil op het podium sterven’

Frank Sinatra, ‘Ol Blue Eyes’ overleed op 14 mei 1998.

Serge Simonart

Dit artikel verscheen voor het eerst in Humo op 22 december 1994)

‘Na een concert van Frank Sinatra in New York slaagt een arme, verlopen fan erin tot bij zijn idool te raken. De man zegt: ‘Meneer Sinatra, mijn naam is Luigi, ik ben van Italiaanse afkomst, net zoals u, maar Amerika is niet zo goed geweest voor mij als voor u: ik ben net mijn werk kwijtgeraakt, en nu wil mijn vriendin me ook nog verlaten. Ik heb drie maanden gespaard om haar zo meteen in het peperdure restaurant hier een diner te kunnen aanbieden. lk weet dat u hier straks ook dineert, en het zou veel voor mij betekenen als u mij éven zou begroeten, zodat mijn vriendin denkt dat we elkaar kennen... Dan krijgt ze misschien opnieuw respect voor mij... lk weet dat het veel gevraagd is, maar... Alstublieft? Ik smeek u...’ Sinatra glimlacht en zegt: ‘Wel... Okay, Luigi, ik zal het doen’. Een paar uur later zit Luigi in een gehuurde, slechtzittende smoking te eten met zijn vriendin. Sinatra en zijn gevolg komen binnen. Sinatra merkt Luigi op en komt, zijn belofte gestand, breed grijnzend naar hun tafel. mijn vriend!’ roept Sinatra enthousiast. Luigi kijkt verstoord op en zegt: ‘Ah, fuck off, Frank!’ (Tony, The lrish Pub, Atlantic City)

Hij is de favoriete zanger van Miles Davis, Luciano Pavarotti, Pablo Picasso, Art Simon. De maanlanding kreeg als soundtrack zijn ‘Fly Me to the Moon’ mee. Vijfenvijftig jaar na zijn eerste plaatopname treedt hij nog steeds op. Het Guinness Book of Records vermeldt hem als de solo-artiest die het grootste publiek aller tijden trok: tweehonderdduizend fans tijdens één concert in Rio de Janeiro. ‘Zijn’ New York, New York’ is het lijflied van zowel de Yanks als de Mets, de concurrerende Newyorkse baseball-ploegen. Zijn voorlaatste plaat, ‘Duets I’, verkocht vijf miljoen exemplaren. Zijn nieuwe, ‘Duets II’, was al platina door de voorbestellingen alleen. Al bij al maakte hij meer dan honderd langspeelplaten en bijna zestig films. En alhoewel Sinatra zogenaamd haaks staat op dit tijdvak, duikt zijn muziek op in een aantal van de grootste kaskrakers van de laatste jaren: ‘When Harry met Sally, ‘Who framed Roger Rabbit?’, ‘Wall Street’... Frank Sinatra is, een veelbetekend detail, de enige performer die het zich kan permitteren nooit een bisnummer te geven. Hij is de norm van het genre; van alle songs is het telkens zijn versie die de evergreen werd. Hij: Ol’ Blue Eyes, Swoonatra, The Voice, The Chairman of the Board. Of, zoals de Belgische leden van de Sinatra Society hem noemen ‘Ons Ere-Voorzitterke’.

Lees ook:

Nancy Sinatra: ‘Ik luister bijna nooit meer naar het werk van mijn vader’

79 & SINGING

Atlantic City, 18 november. Op dit schiereilandje onder New York, dat maar één bestaansreden heeft - gokken - treedt in het Sands Casino drie avonden lang The Chairman of The Board op. Beneden heerst een bruisend sfeertje van losers onder elkaar: vooral oudere Amerikanen, velen Dame Edna-clonen met purper haar, vergokken hun pensioen dat het een lieve lust is. Ze zitten, gewapend met plastic bekertjes vol quarters, in trance of coma voor tientallen rijen slot machines, de Amerikaanse versie van onze éénarmige bandiet. Boven spelen de high rollers baccara of roulette, en staat vier uur voor het concert begint al een rij wachtenden in avondkledij voor de legendarische Copa Room, een heerlijk intieme club waar de Maitre d’ je een tafeltje toewijst dat nooit verder dan tien meter van het podium staat.

‘Frank Sinatra heeft mijn leven gered. Op een avond werd ik door vijf zware jongens afgetuigd. Na een tijdje zei Sinatra: ‘Okay, jongens, zo is het genoeg” (Joey, croupier in het Bally Casino, Atlantic City).

Een off-screen stem zegt zacht: ‘Ladies and gentlemen... OL’ Blue Eyes...’ en daar is hij, ontspannen grijnzend, de staande ovatie negerend en meteen losbarstend in ‘I’ve Got the World on a String’. Na dat nummer, waaruit blijkt dat Sinatra anno ‘94 nog schitterend bij stem is en dat zijn officiële leeftijd (79), zoals mijn tafelgenoot het uitdrukt, ‘a dirty communist lie’ is, bedankt Sinatra voor de tweede staande ovatie en vervolgt met ‘Come Fly With Me’ en ‘You Make Me Feel So Young’. ‘Wish you had half his sex-appeal’, voegt de Dame Edna naast me haar man toe. Als hij praat - en dat doet hij hier opvallend veel -, doet Sinatra me om een of andere reden aan Archie Bunker uit ‘All in the family’ denken. Er bestaan naar het schijnt bootlegs waarop Sinatra aangebrande versies van de teksten van standards zingt, en vanavond komt hij een paar keer in de buurt. ‘In Witchcraft’ vervangt hij ‘It’s such an ancient pitch, but one that I never switch’ door ‘You’ve got a way to make my itch, you’re such a crazy... (bitch)’ en zegt dan: ‘Als ik dat laat rijmen, arresteren ze me!’ ‘Come on, Frankie baby!’, krijst een daarnet nog waardige oudere vrouw opgewonden. ‘You Frank?’, roept een ander. ‘Be allright in about an hour and a half, when this is over’, grijnst Sinatra. Hij is in een opvallend speelse bui: ‘Wat ik nu drink is thee met honing... en als jullie dat geloven, wil ik jullie meteen ook duizend hectare moerasland in Arizona aansmeren’.

Tijdens ‘Where Or When’ tapdanst hij. Voort-durend worden hem bloemen aangeboden. Hij geeft de dames in ruil een zijden zakdoek met monogram. Als de zakdoeken op zijn en de bloemen blijven komen, grijpt één inhalige vrouw naar Sinatra’s vlinderdasje. ‘Hey!’, protesteert hij. ‘I need that?... I look like a bum without a bow tie... Then again: I look like a bum with it, too’. Vlak voor hij een prachtige versie van ‘My Funny Valentine’ zingt, steekt Sinatra een sigaret op. Dit is galanterie uit de omgekeerde wereld: vijf, tien, twintig vrouwen op de eerste rijen schieten over-eind om hém een vuurtje aan te bieden. Tijd voor de Saloon Song van de avond. Eerst stelt Sinatra Bill Miller voor, al veertig jaar zijn vaste pianist: ‘Ik noem hem Sun Tan Charlie, omdat hij altijd net vanonder de zonnebank vandaan komt’ (Miller is 75 en ziet lijkbléék). Vanavond is de saloon song een hemels ‘Angel Eyes’. Sinatra zegt: ‘Er zijn eigenlijk nog maar twee saloon singers in leven: Tony Bennett en ik. Dean Martin doet ook saloons aan, maar hij zingt er niet zoveel. Hij staat ook zelden overeind’. Hij beschrijft zoals steeds de sfeer in een verzopen nachtclub ‘om vier uur ‘s ochtends, als alle losers daar samentroepen... Believe me: l’ve been there’... Tot mijn verbijstering maakt hij zelfs een verwijzing naar marihuana: ‘Deze song gaat over een zielige vent wiens vrouw weggelopen is. Het enige dat ze hem heeft gelaten is een gram grass en wat papier maar géén lucifers... Ain’t that a bitch? ‘That’s heavy cruel, baby!’

‘Angel Eyes’ is briljant: ingetogen mooi, en gezongen met een gouden stem. Oud goud, maar: goud. Na afloop zegt hij: ‘De drie aanwezigen hier die nog geen alcoholicus waren, zijn het na dit nummer zeker geworden’. Hij wil voor het eerst van een glas op de piano drinken: ‘Ik denk dat dit glas hier nog staat van toen Dean Martin hier optrad... het is namelijk léég’.

Frank Sinatra Beeld DOCUMENTATION
Frank SinatraBeeld DOCUMENTATION

THE VEGAS CODE

BILL MILLER «De saloon songs zijn sowieso al meer gecentreerd op de zanger; op het verhaal in de tekst. De saloon songs zijn altijd Sinatra’s favorieten geweest, en het zijn ook dié songs waarin hij nu uitblinkt. ‘One For My Baby (And One More For the Road)’, bijvoorbeeld, zingt hij op zijn negenenzeventigste zelfs béter dan vroeger, omdat zijn stem naar de song toe is gegroeid. ‘One For My Baby’ is het verhaal van een man wiens vriendin hem heeft laten staan. Na een ellenlange kroegentocht houdt de man om drie uur ‘s ochtends een monoloog vol zelfbeklag tegen de barman. Wel, die tekst suggereert dat ‘s mans stem op dat moment gekwetst moet klinken: hees, onvast van emotie, met een fiks, in whisky gemarineerde krop in de keel... Zo’n song kan een technisch perfect zingende dertigjarige gewoon niet aan. Over twintig jaar zal Frank, als ‘t God belieft, die song nog steeds kunnen zingen, en het effect zal nog even indringend zijn. Hetzelfde geldt voor ‘Angel Eyes’ of ‘Guess I’ll Hang My Tears Out To Dry’, ook al gaat die song wat te hoog, die noten haalt hij niet meer. Maar die laatste woorden van ‘Angel Eyes’, als die bezopen, totaal gedesilusioneerde man afdruipt met: ‘Excuse me... while I... dissappear...’ zijn Frank nu op het lijf geschreven: hij haalt nu met opzet geen extra adem voor de laatste strofe, zodat zijn stem echt halverwege het woord ‘dissappear’ verdwijnt... Meesterlijk!»

HUMO In de autobiografie van Sammy Davis Ir. las ik dat er een tijd was dat hij in Las Vegas optrad in de grote zaal van een hotel, maar dat hij als zwarte niét langs de hoofdingang naar binnen mocht. Die tijd hebt u ook nog meegemaakt.

BILL MILLER «O ja, sterker nog: de zwarte muzikanten in de groep mochten zelfs niet in het hotel overnachten. Dat was The Vegas code. Dat was zo tot het begin van de jaren zestig, als ik me goed herinner. Een van de redenen daarvoor, als je het een reden kan noemen, was dat Las Vegas veel klanten uit de Deep South had; uit de sterk racistische, strikt blanke Staten van Amerika. Wij als muzikanten vonden die situatie afschuwelijk - artiesten in het algemeen en muzikanten in het bijzonder waren de eersten voor wie huids-kleur van geen tel was -, maar we stonden machteloos.

»Ik snap tot vandaag de dag nog niet dat Sammy Davis Jr. zich dat racisme al die jaren heeft laten welgevallen. En het kon anders. Lena Horne bewees dat: zij was de eerste die tegen Vegas zei ‘Ofwel krijg ik een suite in het hotel en mogen mijn muzikanten gaan en staan waar ze willen, ofwel speel ik hier niet’. Heel moedig. Sinatra heeft Sammy Davis Jr. altijd gesteund, al plaagde hij hem ook. Ik weet nog dat Dean Martin en Sinatra hem voor z’n verjaardag een love seat (een soort sofa) gekocht hadden, bekleed met zebrahuid. Nu, Sammy had een blanke vrouw, en Sinatra zei dat ze samen op die zebra-sofa ‘niet zouden opvallen’, haha.»

HUMO Vlakbij, hier in Atlantic City, was de legendarische ‘500 Club’ gevestigd. Hoe was de sfeer daar?

BILL MILLER «De ‘500 Club’ was een lounge, een soort bar-night-club waar Sinatra debuteerde met het orkest van Harry James. Later was het de ideale plaats voor de Rat Pack om geld te verdienen en zich te amuseren. Aangezien het publiek van de ‘500 Club’ heel apart was - gokkers, pooiers, louche zakenlui en rijke stinkerds - en de optredens meestal ‘s nachts gegeven werden, konden de artiesten zich daar meer permitteren dan in gewone concertzalen. Met andere woorden: er kon gevloekt worden, er konden platte moppen verteld worden, dronkenschap was geen probleem... Maar ik herinner me de ‘500 Club’ vooral als een harde leerschool, want omdat het een kleine club was - ongeveer driehonderd mensen konden er zitten - probeerden de eigenaars meer geld te verdienen door verschillende shows op één avond te organiseren. Ik herinner me een avond waarop wij - Sinatra en combo - zeven optredens van telkens een uur gaven, het laatste om zes uur ‘s ochtends.»

Dan volgt ‘My Way’. Sommige zinnen, zoals ‘And now, the end is near, it’s time to face the final curtain’ krijgen, gezongen door een negenenzeventigjarige, bijna iets lugubers. Als een man zich haastig een weg naar de uitgang baant, duidelijk om naar het toilet te gaan, zegt Sinatra: ‘Ik wed honderd dollar dat je het niet haalt’. Daarna volgt een swingend ‘My Kind of Town’ en ‘New York, New York’ (‘Het Volkslied’), en dan is het voorbij. ‘I guess I got the job, huh?’ grijnst Sinatra na de laatste staande ovatie, alsof hij een debutant is die net een auditie gedaan heeft. Later die nacht zingt in de Copa Lounge ene Frankie Randall aan de piano kartonnen versies van wat ik net in het goud heb gehoord. We blijven uren in de bar hangen. Sinatra laat zich niet zien, maar de volgende dag hoor ik tenminste vijf mensen beweren dat ze hem in de Copa Lounge nog een uur lang saloon songs hebben zien zingen aan de piano.

Frank Sinatra en zijn kinderen Tina, Nancy, en Frank Jr., op de zanger zijn 53ste verjaardag in Las Vegas. Beeld Bettmann Archive
Frank Sinatra en zijn kinderen Tina, Nancy, en Frank Jr., op de zanger zijn 53ste verjaardag in Las Vegas.Beeld Bettmann Archive

HUMO SPRAK MET EEN SINATRA

FRANK SINATRA JR. «Ik stel wat we the Menu noemen samen. Ik heb drie programmaschema’s: an Alpha-show, a Bravo-show and a Charlie-show. En die gooi ik door elkaar om Pop alert te houden. Het is niet goed voor hem als we elke avond letterlijk hetzelfde brengen. De Alpha-show opent met ‘Come Fly With Me’. De Bravo-show opent met ‘I’ve Got the World on a String’. In de Charlie-show vervangen we ‘The Lady is a Tramp’ door ‘I’ve Got You Under My Skin’. De saloon song verandert ook elke dag. Ik treed nu al zeven jaar samen met mijn vader op, en het blijft leren... De ene avond presteert hij beter dan de andere... De ene avond vergeet hij meer dan de andere... Ik wil in dat verband iets zeggen over die teleprompter die we gebruiken, want dat is een vraag die je misschien niet durft te stellen. Het is mijn taak om Mies te doen wat het mijn vader makkelijker maakt om zijn werk in perfecte omstandigheden te doen. Als dat betekent dat hij een TV-scherm nodig heeft om zijn teksten af te lezen, zorg ik dat hij het krijgt.

»Een ander belangrijk onderdeel van mijn werk is dat ik de akoestiek check. Voor elk optreden loop ik het podium op, als de zaal nog leeg is, en ik zing wat hij zal zingen, en ik sta waar hij zal staan, gewoon om zeker te zijn dat hem geen onaangename verrassingen te wachten staan. Dan zeg ik bijvoorbeeld tegen de geluidstechnici: ‘Fellas, we have a cold spot, here. Take care of it...’ Tijdens het optreden hou ik mijn vader zo goed mogelijk in de gaten, want soms geeft hij discrete aanwijzingen dat hij de drums niet hoort, of dat de strijkers te zacht spelen.»

BILL MILLER «Junior heeft de neiging te kiezen voor the tried and the truE. Hij klampt zich een beetje te veel vast aan de grote kanonnen; aan de evergreens. Maar de meest bekende songs zijn niet noodzakelijk de beste. Als ik de setlist zou samenstellen, zouden er meer saloon songs in zitten, en meer minderbekende nummers. Er is zoveel mooie muziek in de Sinatra-catalogus die Junior in de la laat zitten: ‘Please Be Kind’, ‘Pennies From Heaven’, ‘Autumn in New York’... ‘Strangers in the Night’ zou ik laten vallen. Maar Junior laat het in de set zitten, en the Old Man laat hem begaan. Terwijl hij het zelf altijd een slijmnummer heeft gevonden. We hebben het eens tien jaar lang niet gespeeld en niemand miste het. Hij zou het eruit kunnen gooien; hij kan zich alles permitteren.

»’My way’, zelfde scenario: dat hebben we ook tien jaar lang geschrapt... Maar het is een beetje zijn lijflied tegen wil en dank geworden. Net als ‘New York, New York’ eigenlijk een toevalstreffer was die weinig met de echte Sinatra te maken heeft. In Amerika associëren de mensen dat nummer trouwens meer met Liza Minelli, want zij had er hier éérst een hit mee.»

HUMO Muzikanten zijn berucht om het uithalen van practical jokes. Gebeurt dat ook als Sinatra in de buurt is?

BILL MILLER «O, sure. De laatste tijd niet meer zo, omdat we hem weinig zien: hij spaart z’n krachten, duikt pas op vlak voor het concert, en is meteen weer weg. Maar een paar jaar geleden in Londen hadden we een gitarist who liked his ladies. Frank liet hem na het optreden een boodschap bezorgen van een jongedame die meldde dat ze de gitarist graag ‘beter zou leren kennen’, en dat ze op hem zou wachten in de lobby van het hotel. Het briefje meldde dat ze een groene jurk zou dragen. Natuurlijk was er helemaal geen sprake van een jongedame, wij hadden dat briefje geschreven, haha. Maar de gitarist wachtte geduldig in de lobby, likkebaardend van verwachting. Wij zaten weggedoken in een hoek te lachen om zijn ongeduld... Tot plots écht een vrouw in een groene avondjurk verscheen. En even later nog een! En nog wat later een tierde! Wat een toeval! We lagen dubbel van het lachen. Uiteindelijk versierde de gitarist de mooiste van de drie, en wij waren eraan voor onze moeite!»

FRANK SINATRA JR. «Mijn vader heeft zijn deel ook gekregen, hoor. Ik weet nog hoe Dean Martin in de Villa Venice Club in Chicago een stripteaseuse had ingehuurd. Hij had haar bevolen zich poedelnaakt in de coulissen te verbergen, en tijdens ‘I Get a Kick Out of You’ tevoorschijn te komen aan de zijkant, maar zich zo op te stellen dat alleen Sinatra haar kon zien. Hij zag haar... en vertrok geen spier. Een aantal muzikanten kon haar ook zien... en die vertrokken meer dan één spier, haha.

»En in Vegas belde Dean ooit een Pizza-leverancier op en liet die honderd pizza’s leveren, tijdens het optreden, óp het podium!»

‘De enige man van wie ik tijdens een vuistgevecht bang zou zijn, is Frank Sinatra. Hij is een mager ventje, en ik zou hem gemakkelijk neerslaan, maar hij zou keer op keer weer recht komen en recht blijven komen tot een van ons beiden dood was’. (Robert Mitchum)

HUMO Waarin verschilt een Sinatraconcert van nu met een uit, pakweg, de jaren zestig?

FRANK SINATRA JR. «Sommige arrangementen hebben we live aangepast. Er zijn songs, zoals ‘Come Fly With Me’, waarvan de lengte op plaat aanvaardbaar is, maar tijdens optredens duren ze te lang, dus halen we er een aantal maten uit. Uit ‘I Get a Kick Out of You’ hebben we een instrumentale break geschrapt. Andere arrangementen hebben we zo aangepast dat Pop de noten minder lang moet aanhouden. Maar vergis je niet: hij is nog steeds zéér alert. Op ‘Duets II’ staan drie eerste takes! Vertel dat eens tegen die rock ‘n’ roll-groepen die soms veertig takes van één nummer moeten opnemen voor ze het goed krijgen! Mijn vader ziet plaatopnames nog steeds als een nachtclub-optreden, maar dan een waar de muzikanten tegelijk ook het publiek zijn.»

HUMO Sinatra’s muziek wordt overal gespeeld, te pas en te onpas. Wat is de meest ongewone echo die u van uw vaders oeuvre hebt opgevangen?

FRANK SINATRA JR. «Ik was er zelf niet bij, maar ik weet dat mijn vader ooit te gast was op het Witte Huis toen Richard Nixon nog President was, vlak na liet einde van de oorlog in Viëtnam. En een van de generaals die daar ook waren, vertelde hem hoe in één bepaald Noordviëtnamees gevangenenkamp een aantal Amerikaanse soldaten acht maanden lang gevangen hadden gezeten. Ze waren er afschuwelijk slecht behandeld. Maar de Viëtnamezen hadden een aftandse platenspeler in het kamp, met één elpee: een plaat van Frank Sinatra. Ik ben vergeten welke. Voor die gevangen Amerikaanse soldaten was het tegelijk hartverscheurend en geruststellend om die vertrouwde stem te horen, zo ver van huis. Overlevenden van het kamp hadden de generaal verteld dat mijn vaders stem voor hen Amerika en de Vrijheid symboliseerde. De generaal zei zelfs dat de uiteindelijke vrijlating van die gevangenen bespoedigd was door de sfeer van goodwill gecreëerd door die plaat. Toen mijn vader dat hoorde stond hij letterlijk verstomd: mensen die hem goed kennen zeiden me dat het bij hun weten de enige keer was dat hij niet wist wat te zeggen.»

‘Toen Sinatra eergisteren aankwam, en de portier de deur voor hem openhield, zei Sinatra: ‘Wat !s de grootste fooi die je ooit van Iemand gekregen hebt? Ik zal je het dubbele geven’. ‘Eh... de grootste fooi die ik ooit gekregen heb was honderd dollar, meneer Sinatra’. ‘Okay’, zegt Sinatra, en hij geeft de man tweehonderd dollar. ‘Eh, uit nieuwsgierigheid: wié heeft je die honderd dollar gegeven?’ ‘U, meneer Sinatra, de vorige keer dat u hier was’. (Tracy, verkoopster in de Board-walk Mall, Atlantic City)

Luider! Stiller! Zaterdag. Opvallend veel high rollers in de zaal, merk ik, aangezien zoveel van de beste tafels leeg blijven tot de seconde vóór Sinatra verschijnt. Zware gokkers worden hier naartoe gelokt met Sinatra als aas: het casino stelt hen gratis tafels ter beschikking. Een doorn in het oog van mensen die tweehonderd dollar hebben betaald. Sinatra zingt ‘Luck Be a Lady’, zijn ode aan de gokmuze. ‘A great song for a gambling joint,’ zegt hij. ‘Ik speelde ooit in een film waar dat nummer in voor kwam... Maar ik zong het niet zelf; het werd gezongen door Amerika’s voornaamste bariton: Marlon Brando. Jééz! Hij had drie weken nodig om dat lied bijna te zingen’.

‘Ik ben een achttienkaraats manisch-depressief. Vandaar dat ik als performer blijdschap blijer en verdriet verdrietiger vertolk dan de concurrentie’. (Frank Sinatra, 1958)

BILL MILLER «Het is amusant om Sinatra nu als bijna tachtigjarige met de ook al stokoude Charles Aznavour ‘You Make Me Feel So Young’ te horen zingen. Wij hebben de pech dat de meeste songs die wij spelen perfect waren in hun eerste versie. Een heel team van componisten, arrangeurs en muzikanten - the best of the best - heeft al zolang aan die stuff geschaafd voor ze op plaat kwam, dat elke verandering een verzwakking zou zijn. Als Nelson Riddle maandenlang gelabeurd heeft aan een perfect arrangement, is er maar één reden waarom een muzikant daar nog aan zou knoeien: een te groot ego. Wij in het orkest hebben tijdens optredens onze lol vooral als Junior dirigeert en soms andere aanwijzingen geeft dan die in de partituur - bijvoorbeeld: de blazers het teken geven luider te spelen - waarop The Boss prompt een handgebaar maakt dat de blazers stiller moeten (lacht)

De Alzheimer blues Tijdens ‘All Or Nothing at All’ zie ik de eerste symptomen van Sinatra’s ziekte van Alzheimer. Hij vergeet de tekst, staat een paar seconden lang met de blik op oneindig te staren, en hoort zelfs Frank Junior niet die hem de tekst souffleert. ‘...Half a love... when... What’s the next fine?’, zucht Sinatra vertwijfeld. ‘A love never appealed to me!’…, krijst de vrouw naast me. Dat krijgt Sinatra weer op het goeie pad: ‘Goed zo’, grijnst hij alsof er niets gebeurd is. ‘Ik controleer maar even of jullie wel opletten’. Wat later, tijdens ‘My Way’, verliest hij de draad weer: ‘I lived...,’ zingt hij, en dan: ‘Eh... where did I live?...’ ‘In Hoboken, Frank! HOBOKEEEENNN!!!’, brult de vrouw aan mijn andere kant, die haar vriendin daarnet had toegebeten ‘Control yourself, Barb.’ Als Sinatra zich zorgen maakt over zijn gezondheid, laat hij het niet merken, integendeel: zijn act zit vol zelfspot. Tijdens de intro van ‘I’ve Got You Under My Skin’ mikt hij een paar ijsblokjes in zijn glas: hij laat het trillen en de ijsblokjes er opzettelijk à la Tommy Cooper naast vallen, met een vette knipoog naar ons. Even later, als hij het zoveelste boeket bloemen krijgt aangereikt van een klein meisje dat door papa als lokaas is opgezet om zelf een hand van Sinatra te krijgen, laat hij de microfoon vallen: in één beweging brengt hij de bloemen naar z’n mond, als waren die een microfoon.

HUMO lk hoorde dat de opnames voor de twee ‘Duets’-CD’s op een heel bizarre manier zijn verlopen: in de meeste gevallen zong Frank Sinatra zijn partij in, zonder dat zijn duetpartner aanwezig was. De stemmen van de partners werden pas later ingemixt, en sommige zongen hun partij middels een revolutionair technisch procédé zelfs door de telefoon in. Strikt gezien is er dus vals gespeeld. Nu kan ik me maar één goeie reden indenken waarom dat zou gebeuren, namelijk: als Sinatra’s stem compleet verzwakt zou zijn, en men dat geheim wil houden door zijn stem in de studio via technische snufjes bij te werken. Maar Sinatra kán nog uitstekend zingen... Waarom dan die artificiële technische poespas? Sting vertelde me dat hij gevraagd was voor ‘Duets I’, en dat hij niets liever wou dan met Sinatra zingen, maar dat hij had afgehaakt toen hij hoorde over die belachelijke opnamemethode.

FRANK SINATRA JR. «De producers van de ‘Duets’-CD’s hebben veel tijd besteed aan het uitkienen van waar ze hoeveel ruimte moesten laten om de stemmen van de partners in te mixen. Het is geen sinecure om songs die geschreven zijn voor één stem aan te passen voor duetten. Vooral omdat op het tijdstip dat mijn vader zijn partij inzong nog niet vaststond wie welke songs zou zingen. Want een aantal duet-partners had eerst toegezegd maar kon zich uiteindelijk niet vrijmaken, of kreeg geen toestemming van hun platenfirma. Zo kan in het geval van Bruce Springsteen zijn platenfirma Sony hem verbieden mee te werken aan een plaat van ‘de concurrentie’, en dat dééd Sony ook. Misschien is het voor mensen in Europa moeilijk te geloven dat een artiest van het kaliber van Springsteen niet de vrijheid heeft om te zingen met wie hij wil, maar zo is het. De country-zangeres Reba McEntyre kreeg ook geen toestemming van haar firma. En George Michael al evenmin, die lag op dat moment in proces met Sony. Het is zeer teleurstellend dat een paar boekhouders the making of history kunnen belemmeren - want laten we eerlijk zijn, voor al die artiesten is een duet met Sinatra toch een mijlpaal in hun carrière -, maar zo is het. C’est la vie.

»Een ander probleem was dat de sleutel van sommige songs moest worden aangepast, omdat de toonhoogte van Tony Bennett bij het ‘New York, New York ‘-duet, en vooral van sommige zangeressen, niet overeen kwam met die van pa.»

BILL MILLER «Volgens mij is het heel simpel: Sinatra is een heel impulsief, ongeduldig mens. Altijd geweest. En no way krijgen ze hem op zijn leeftijd nog de studio in als het opnameproces omslachtig zou zijn: ‘Eh... even wachten, Mr. Sinatra... Sting is nog niet gearriveerd...’ of ‘Kan u strofe zes nog even overdoen, want Barbra Streisand zat er even naast...’ Hij zou rap weg zijn! En eerlijk gezegd: hij heeft ook het uithoudingsvermogen niet meer om zes takes van één song te doen, gespreid over vier of vijf uur. It’s not there anymore like it used to be. Helaas.»

HUMO Op het podium rept Frank Sinatra met geen woord over die twee nieuwe ‘Duets’- CD’s...

BILL MILLER «Dat is pas klasse, hè? Sinatra laat anderen zijn public relations verzorgen (lacht). De grap onder muzikanten is dat hij al vergéten is dat hij die platen gemaakt heeft, haha. Nee, serieus: het kan hem niet schelen. De man heeft zoveel bereikt. En van ‘Duets I’ zijn vijf miljoen exemplaren verkocht zonder interviews, zonder talkshows, zonder poespas... Dát is de vrijheid die hij zich bevochten heeft: ‘Duets’ is business voor hem; optreden is plezier, en business bestáát niet meer voor hem. De deal met EMI was: ‘Okay, ik maak nog een paar platen... Ik zing elk nummer één keer, en laat me verder met rust’. Toch heeft hij nog die competitiegeest van vroeger. Hij heeft nooit veel duetten op podium gedaan omdat hij principieel niet van competitie houdt. Maar anderzijds komt veel van zijn drive voort uit de drang de beste te zijn, alsof hij nog alles te bewijzen heeft.»

Frank Sinatra en Barbara Sinatra in 1997 in Los Angeles, California.  Beeld Getty Images
Frank Sinatra en Barbara Sinatra in 1997 in Los Angeles, California.Beeld Getty Images

HUMO’S LIJST

HUMO Ik heb een lijstje met minstens dertig prachtsongs die Sinatra absoluut zou moeten zingen en die perfect geschikt zijn voor zijn oudere stem: ‘Remembering Marie A’ van Kurt WeilL, waarvan David Bowie een mooie versie opnam; ‘I’m In a New York State of MinD van Billy Joel, ‘In Germany Before the War’ van Randy Newman...

FRANK SINATRA JR. «Iederéén heeft zo’n lijstje. Als pa’s musical director krijg ik elke dag tapes van de grote componisten van deze tijd, die sméken om mijn vaders versie van een van hun songs. He’s the man to do it, zeggen ze. Voor songwriters is mijn vader the industry standard. Sinatra is De Norm. Maar weet je (zet een intreurig gezicht op, en schudt dramatisch het hoofd), het probleem is dat de Boodschap in de meeste moderne muziek zo verderfelijk is. Waar is de liefde? Waar is de liefde, Serge?! Hoor jij ze? Ik hoor ze niet. Ik hoor banaliteit en vulgariteit en Profane Taal en machines die muziek maken. Ik hoor geen hárt! Ik hoor geweld! De muziek van tegenwoordig lijkt me ‘Drumsolo Met Begeleidend Gevloek’. Tchibáng, tchibáng, tchibáng! En dan the F-word (fuck, nvdr) honderd keer. Bah! En waar is de melodie?! De laatste keer dat mijn vader overwoog met pop-componisten samen te werken, was toen hij eind de jaren zeventig John Lennon aansprak om een paar nummers voor hem te schrijven. Dat leek éven iets te worden, maar het duurde te lang, en we weten wat er toen met meneer Lennon is gebeurd. Er komt nog wel een ‘Duets III’, hoogstwaarschijnlijk. En daar zal je hoogstwaarschijnlijk mensen als Luciano Pavarotti op terugvinden.»

HUMO Ik heb een tape, mij ver-strekt door de leden van The Sinatra Society of Belgium, waarop tijdens een Kerstgala Pavarotti en Sinatra samen zingen.

FRANK SINATRA JR. «Há, dat weet ik nog. Pavarotti’s stem is zo’n orkaan dat mijn vader deed alsof hij van het podium vloog toen Pavarotti z’n mond opende. You know, mijn vader is niet te beroerd om nog fan van andere artiesten te zijn. Hij bewondert operazangers. Ik weet nog dat hij ooit raad vroeg aan Pavarotti. Hij vroeg zich af hoe je een lang aangehouden noot zo elegant kon laten wegsterven dat het was alsof iemand heel traag het geluid wegdraaide, zonder gereutel aan het eind. Pavarotti zei simpelweg: ‘Just close your mouth’. Mijn vader stond paf: hij had een ellenlange technische monoloog over de ademhaling verwacht. Maar hij probeerde het en het bleek de perfecte raad. Ze zijn sindsdien bevriend, en maestro Pavarotti komt regelmatig bij ons thuis om mijn vader te coachen. Vorige zomer zongen de drie tenoren - Pavarotti, Carreras en Domingo -, in het Dodger Stadium ‘My way’, te zijner ere. Dat eresaluut van de drie topstemmen van deze eeuw raakte pa meer dan welke trofee of monsterhonorarium ook.»

HUMO Er wordt soms gezegd dat de stemmen van zangers van ‘lichte muziek’ in het niet verzinken bij die van operazangers. Dat is technisch misschien zo, maar ik vind het intrigerend te zien dat de operazangers die zich aan standards en swing gewaagd hebben er meestal ook niets van bakken.

FRANK SINATRA JR. «Heel juist. Neem die plaat van Kiri Te Kanawa met Nelson Riddle: heel koud en artificieel. Je moet je beperkingen kennen. Dat is misschien wel de grootste kwaliteit van mijn vader: hij weet ook wat hij niét aankan. Van gospel, waar hij wel van houdt, heeft hij bijvoorbeeld gezegd: ‘You can’t do it all. Gospel doesn’t belong to me’.»

BILL MILLER «Vroeger schreven componisten als Sammy Kahn en Jimmy Van Heusen songs als ‘Come Fly With Me’ op bestelling, specifiek voor Sinatra. Dat gebeurt niet meer. De voorbije vijftien jaar heb ik minstens twintig projecten zien komen en gaan. Telkens aarzelde the Boss te lang: hij twijfelde over deze of gene song, of vond de producer niet geschikt, of kreeg net voor hij de studio in zou gaan een ander, beter aanbod... dat uiteindelijk ook niet voldeed. Dat waren bijvoorbeeld projecten met Sinatra-versies van hits van het moment, duet-projecten, zelfs een plaat met door Sinatra voorgedragen poëzie... En dan was er het plan om een driedubbele elpee op te nemen met alleen maar songs met vrouwennamen. Daarvoor zijn een paar opnamen gemaakt, waarvan ‘Nancy’ en ‘Sweet Lorraine’ overbleven, maar het project is nooit afgewerkt. Het probleem is dat all that modern stuff zo oppervlakkig is. Zelfs de liefdesliedjes zijn vrijblijvend, helemaal niet meer romantisch.»

Frank Sinatra
 Beeld DOCUMENTATION
Frank SinatraBeeld DOCUMENTATION

HET WORDT STIL

HUMO Sinatra is nu 79. Zijn carrière begon in 1939, en bestond de eerste jaren uit het gratis of voor een hongerloon zingen in de Rustic Cabin en aanverwante bars. Ik stel me voor dat hij het niet kan waarderen dat tegen-woordig een middelmatige rapgroep met z’n eerste plaatje miljonair wordt.

FRANK SINATRA JR. (met schoolmeestervingertje) «En volgend jaar weet niemand nog wie ze waren! They have no legs, zoals ze in de business zeggen. They can’t walk. Maar mijn vader... Zés decennia lang zingt hij al. Een heel leven!»

HUMO Kan uw vader nog ontroerd worden door muziek? Ik bedoel: het is heel moeilijk om een goochelaar, die alle trucs kent, te imponeren met een goocheltrucje. En het is moeilijk een komiek te laten lachen. Dus ik veronderstel dat muziek voor iemand die er al zeventig jaar in zit, iets heel natuurlijks, heel gewoons wordt...

FRANK SINATRA JR. «Het is zeker zo dat mijn vader de trucs van het vak kent. En waar een gewone luisteraar ontroerd raakt door een lied, zal zijn eerste reflex zijn te denken: ‘Ah, mooie opeenvolging van mineur-akkoorden’... Meestal voelt hij veeleer bewondering dan ontroering als hij een mooi lied voor het eerst hoort. Mijn vader heeft zijn bewondering en waardering voor goeie componisten nooit onder stoelen of banken gestoken: hij zegt nog steeds aan het begin van de meeste nummers ‘Een prachtsong van Cole Porter, in een arrangement van Nelson Riddle...’ Die gentlemen’s code heeft hij... Als je dat vergelijkt met veel popsterren die hun materiaal ook door anderen laten schrijven, maar op het podium nooit met één woord over die componisten reppen...

»Maar hij wordt soms wel degelijk ontroerd, en dan is het échte ontroering, niét de fake showbizz-versie. Als hij ‘The House I Live In’ zingt, krijgt hij het soms moeilijk... Ik weet niet zeker waarom... Nog niet zo lang geleden deden we een concert op de dag dat de componist Jules Styne net was overleden, en toen mijn vader diens ‘I guess I’ll Hang My Tears Out to Dry’ moest zingen, kreeg hij een krop in de keel, en moesten we het concert even stilleggen. Mijn vader krijgt net als elke man van zijn leeftijd te maken met het feit dat de wereld rondom hem alsmaar leger wordt. Al zijn old buddies vallen weg... Het begon met Billie Holiday en Cole Porter en Sammy Kahn, dan Grace Kelly... en een paar jaar geleden Sammy Davis Jr., en vlak daarop Nelson Riddle... Dat heeft z’n effect, ook op zijn performances... De saloon songs zijn altijd gedrenkt in melancholie geweest, maar naarmate mijn vaders wereld leger wordt, worden de trieste liedjes triester.»

HUMO Toen Sinatra drie jaar geleden in Antwerpen optrad, waren er verschillende mensen die bijna tegen hun zin gingen kijken, overtuigd dat het tegen zou vallen: ze verwachtten een uitgebluste man met een schriel stemmetje. Zonder uitzondering viel hun mond open toen bleek dat Sinatra zelfs op z’n negenenzeventigste nog zoveel punch, volume en charisma heeft.

BILL MILLER «Sammy Davis Jr. zei me een paar maanden voor zijn dood: ‘Als Frank in vorm is, is hij de beste. En als hij niet in vorm is, is hij nog steeds beter dan de tweede beste’. Ik hoor Sinatra elke avond, en wat mij verbaast is dat de kwaliteit van zijn stem niet alleen verschilt van avond tot avond, maar zelfs van song tot song. Vooral de bo-dy van zijn stem; de volheid en de diepte ervan wisselen sterk. Deels komt dat doordat hij zich totaal niet meer stoort aan regels: hij neemt bijvoorbeeld een flinke slok whisky vlak voor hij fel moet uithalen... Maar met roken is hij gestopt. Goed, hij rookt één sigaret tijdens ‘One More For the Road’ of ‘Angel Eyes’, maar dat is pro forma, om de intimiteit van een after hours bar te suggereren. Als je goed oplet, zie je dat hij niet meer inhaleert.»

HUMO In juli zeeg Sinatra tijdens een optreden in elkaar. Hij leek een beroerte te hebben. Maar de volgende dag werden er al satellietbeelden de wereld ingestuurd waarop hij op het terras van zijn huis in Santa Barbara ‘s ochtends whisky zat te drinken. Zijn herstel was zo bliksemsnel en totaal dat het een publiciteitsstunt leek.

FRANK SINATRA JR. «Ik verzeker je dat het écht was: het was erg warm in die zaal, op een bepaald moment vroeg mijn vader om een stoel. Ik dacht dat hij een grapje maakte, maar hij meende het, en toen de stoel niet meteen kwam, zakte hij door z’n benen. Die satellietbeelden werden gefilmd op zijn eigen verzoek, want hij wilde de fans niet ongerust maken; hij wilde ook niet dat ze dachten dat de beroerte een stunt was (lacht). Mijn vader is van plan zingend te sterven. Ik, eh... Ik weet niet of ik dat zo’n fantastisch idee vind... Ik ben zijn zoon... En die werkijver zou kunnen betekenen dat ik mijn vader vijf jaar vroeger verlies... Anderzijds houdt juist dat zingen hem jong... (Stilte) Eh... Het is echt wel een dilemma, hoor... Voor mij dan. Hém laat mijn bezorgdheid steenkoud (lacht)

CHAMPAGNE

Vanavond is de minst goeie avond van de drie, maar - laat daar geen misverstand over bestaan - zelfs in een slechte dag is Sinatra nog steeds een tachtigjarige die klinkt als een vijftigjarige in een goeie dag. Sinatra heeft vandaag een lichte verkoudheid. Als blijkt dat wat hém lijkt te storen ons niet eens opvalt, is hij oprecht - tenzij ik blind ben - ontroerd, en bedankt hij ons nederig: ‘U bent zo tolerant... Als ik vroeger een zanger zo middelmatig had zien werken, had ik the bum eruit geschopt!’ ‘I Get a Kick Out Of You’ is schitterend, met Sinatra die aan de zin ‘I get no kick from champagne’ een lachend ‘That’s a lie’ toevoegt. En de zin ‘It’s obvious... that you adore me’ ontketent de zoveelste ovatie, en in mijn buurvrouw de eerste orgastische kreet sinds 1953. Frank (na drie avonden mag ik ‘Frank’ zeggen) heeft net de laatste noot van ‘New York, New York’ gezongen. Frank Jr. wil hem na alweer een staande ovatie van tien minuten zachtjes naar de coulissen drijven, maar Ol’ Blue Eyes stribbelt tegen. ‘Salut!’, zegt hij, zijn glas heffend in een toast naar het publiek. Honderden champagne- en cocktailglazen gaan ten antwoord de lucht in. ‘What’s the rush?’, bromt Senior tot Junior. ‘Sluiten ze de tent or what? Ik blijf nog wat... Ik kan toch nergens heen’. Dát, zegt Bill Miller me later in de bar, is waarom een legendarische miljardair als Sinatra nog steeds zingt en zwoegt: ‘Hij heeft nooit begrepen wat (de miljardair-kluizenaar) Howard Hughes bezielde. Eenzaam in je paleis zitten terwijl buiten het leven voort gaat is niks voor Frank. En zijn enige ambitie nu is wat hij geleerd heeft niet met hem te laten sterven. Hij wil zijn kennis en de liefde voor zijn soort muziek doorgeven aan de volgende generatie’. En dan, dank u God, doet Sinatra ‘The Best is Yet to Come’, voor een negenenzeventigjarige een boude stelling, maar hij méént het. Frank Sinatra lijdt aan de ziekte van Alzheimer, met geheugenverlies als het voornaamste effect. Sta daar eens bij stil: de man met misschien wel het rijkst gevulde leven van deze eeuw; de man die de meeste glorie heeft vergaard en het meeste heeft om op terug te kijken, is gedoemd dat nog voor hij sterft allemaal te vergeten. Vlak voor zijn dood zal hij een even onbeschreven blad zijn als toen hij geboren werd. Alsof het allemaal nooit gebeurd is.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234