STEAMINGSLACHTOFFERS EN DADERS GETUIGEN

'Geef me tien euro of ik breek je kaak'

Steaming – afpersing met geweld onder jongeren – gebeurt veel vaker dan we denken, al kent niemand de precieze omvang van het fenomeen. Daders kicken op macht en een stoer imago, slachtoffers worden psychologisch en soms ook fysiek gebroken.

Op 22 augustus 2011, omstreeks 3 uur ’s nachts, viel de zestienjarige Sander Van Yper te pletter van de negende verdieping van het appartementsgebouw waar hij met zijn moeder verbleef. Sprong hij? Of werd hij geduwd? Feit is dat zijn dood de tragische climax was van maanden terreur: de tiener werd al een hele tijd afgeperst door een groepje jongeren uit zijn buurt.

‘Ik wil liever niks meer over Sander zeggen. ‘Het heeft al genoeg pijn veroorzaakt,’ sms’t een vriendinnetje van Sander. Af en toe gaat ze nog eens kijken naar de parking op het E3-plein in Ledeberg, waar een postbode op maandagochtend 22 augustus het lichaam van Sander vond. Een wanhoopsdaad, leek het toen, al liet de jongen geen afscheidsbrief achter en dacht zijn moeder, Samia Ferket, meteen dat er meer aan de hand was. ‘Mijn zoon was helemaal geen type om zelfmoord te plegen. Het was een opgewekte, levenslustige jongen met veel vrienden. Hij spaarde voor een nieuwe brommer en had zich net in een nieuwe school ingeschreven.’

Drie maanden later heeft de politie drie jongeren uit Gent opgepakt wegens steaming met de dood tot gevolg. Twee achttienjarigen zitten vast, een zeventienjarige is opgesloten in de jeugdinstelling van Everberg. Hij is intussen ook achttien geworden, en zal mogelijk uit handen worden gegeven door de jeugdrechter en als volwassene worden berecht. Daarmee worden de geruchten onder Sanders vrienden bevestigd dat hij al maandenlang werd geterroriseerd door een groepje jongeren uit de volkswijk aan de Brugse Poort, waar hij in een voetbalclub zat. Vooral T., de zeventienjarige drugsdealer die nu in Everberg zit, was een notoire pestkop en zou hem al maanden hebben afgeperst. De twee meerderjarige verdachten zouden enkel meelopers geweest zijn.

’T. en zijn maatjes persten verschillende jongeren aan de Brugse Poort af,’ klinkt het in Sanders vriendenkring. ‘Wie niets gaf, kreeg klappen. Iedereen was doodsbang van hem.’ Dat blijkt. Als we nog even aandringen op een gesprek met het vriendinnetje van Sander, krijgen we opnieuw een sms: ‘We mogen niks zeggen.’ Hoezo? Heeft iemand haar verboden om te praten? Is ze bang? Volgt een derde, tevens laatste sms: ‘Ze hebben gezegd als we iets zeggen dat ze ons ook komen vermoorden.’

'In de nacht van 22 augustus 2011 viel de zestienjarige Sander Van Yper te pletter van de negende verdieping van een appartementsgebouw. Mogelijk was hij het eerste dodelijke slachtoffer van steaming in ons land’

600 Kleuters

Het woord ‘steaming’ komt niet in het strafwetboek voor. T. en zijn twee kompanen worden officieel vervolgd op verdenking van ‘afpersing met de dood tot gevolg, maar zonder het oogmerk te doden’. Steaming is een vorm van geweld die met name onder jongeren voorkomt: een groepje omsingelt een slachtoffer en zet hem met bedreigingen, vernederingen en geweld zo ‘onder stoom’ (‘steam’ in het Engels, vandaar de term) dat hij hen geeft wat ze eisen.

Onder kinderen worden op die manier snoep, drankjes, Pokémonkaarten of smurfen afgetroggeld. Bij tieners gaat het om duurdere spullen: kleren, gsm’s, iPhones, geld. Verbazend genoeg is er in België nog nauwelijks onderzoek naar het fenomeen gedaan. Eén van de meest recente en interessante studies komt van de preventiedienst van de stad Gent, die in 2007 een sensibiliseringscampagne opzette om het thema bij jongeren bespreekbaar te maken.

Daarin worden onthutsende aantallen genoemd: ‘Van 1.000 ondervraagde jongeren uit alle richtingen en netten zei tien procent dat ze al eens iemand hadden afgeperst.’ En verder: ‘Uit cijfers van de federale politie blijkt dat er in 2003 in België elke schooldag minstens 65 kinderen en jongeren het slachtoffer werden van afpersing en diefstal met geweld in scholen en sportzalen. Om precies te zijn gaat het om 17.300 feiten per jaar, waarvan een kleine 10.000 in Vlaanderen. Het grootste deel vond plaats in middelbare scholen en sportzalen, maar ook ruim 2.000 kinderen uit lagere scholen en zelfs 600 kleuters werden het slachtoffer.’

En toch zijn we vandaag weinig met al die cijfers, omdat de federale politie geen eenduidige manier van registreren hanteert en om de haverklap nieuwe aantallen uit haar hoed tovert. In 2005 had ze het nog over 612 gevallen per jaar; tegenwoordig houdt de persdienst het op 382 feiten in 2010. ‘Het probleem is dat we de vinger nog altijd niet helemaal op het fenomeen kunnen leggen,’ zegt hoofdinspecteur Frank Dewagtere van het team Jeugd, Verdwijningen en Zeden van de Gentse politie.

Frank Dewagtere «De aangifte-bereidheid is heel laag. Jongeren die elke dag 2 euro moeten afgeven, komen daar niet mee naar buiten. Dat doen ze pas als ze een gsm of een iPhone kwijt zijn, of als ze slaag gekregen hebben. En dan nog. In Gent krijgen we maandelijks niet meer dan vijf dossiers binnen – wat eigenlijk al veel is. Bij de politie zien we alleen de ergste gevallen. Steaming bestaat in gradaties. Het gaat ook om de jongen die elke dag voor iemand anders een suikerwafel uit de automaat moet gaan halen, of een kind dat zijn boterhammen moet afgeven.»

Wat weten we? Dat de daders meestal jongens zijn, en de slachtoffers ook. Dat daders meestal in groepjes van twee of drie werken – met één duidelijke leider – en vaak hetzelfde profiel hebben als hun slachtoffer. Dat steaming gebeurt op plaatsen waar ofwel veel volk is, ofwel net heel weinig – in winkelcentra, aan bushaltes en stations, in sportclubs, cafés en jeugdhuizen, in gangen van scholen en instellingen, in klassen, op de speelplaats... Dat slachtoffers zwijgen uit angst voor represailles of uit schaamte. Dat ze soms door hun afpersers verplicht worden om zelf een winkeldiefstal of een inbraak te plegen, zodat ze nog minder geneigd zijn om naar de politie te stappen. Dat daders zelden spijt tonen. En dat het soms uit de hand loopt en een slachtoffer er het leven bij inschiet, dat weten we nu ook.

De politie van Gent onderzoekt nog steeds wat er precies gebeurd is in de nacht van zondag op maandag in het appartement op het E3-plein, waar Sander en zijn moeder bij een vriendin logeerden. Zeker is dat T. en zijn twee kompanen die nacht in het appartement waren. Een paar uur voor zijn dood liet Sander het trio binnen. Zijn moeder en haar vriendin waren niet thuis. T. zei dat hij hem nog geld schuldig was, en stal 170 euro uit de handtas van Sanders moeder.

‘Omstreeks kwart over één ’s nachts hebben de drie het appartement verlaten,’ zegt Abderrahim Lahlali, advocaat van één van de twee meerderjarigen. ‘Op dat moment was Sander in goede gezondheid. Hij is ruim anderhalf uur later – omstreeks drie uur ’s nachts – overleden.’ Wat er zich in de tussentijd heeft afgespeeld, is onduidelijk. Het onderzoek is nog volop aan de gang. Het wordt niet uitgesloten dat de minderjarige T. nadien alleen naar de flat is teruggekeerd. Ontstond er daar een schermutseling en is Sander over de reling geduwd? Het zou een gruwelijke finale zijn van maanden terreur. Het alternatief – dat de jongen zelf is gesprongen omdat hij de psychologische druk niet meer aankon – is niet minder morbide.


Kwaaie Sofie

Niet alle steamers zijn potige jongens. Af en toe zit er ook een meisje tussen. Neem nu Sofie. Ze was dertien, zat in het eerste middelbaar in het ASO en was de schrik van de school. ‘Het is eigenlijk begonnen met pesten,’ vertelt Sofie, intussen achttien en nog steeds op de schoolbanken, nu in het beroepsonderwijs.

Sofie «Ik zat op internaat, waar ik me amuseerde met het dichtnaaien van de broekspijpen van andere meisjes, of met viezigheid in hun bedden te stoppen. Het jaar nadien begon ik dingen af te pakken. ‘Oh, dat is een mooi potlood. Dat is nu van mij.’ En hup, mijn pennenzak in. Iemand die een pakje frieten at en dat niet met mij deelde, kreeg het pakje in zijn gezicht. Ik begon van alles op te eisen: sigaretten, oorringen... Alles wat een meisje van het eerste middelbaar kan gebruiken, zeg maar. Als ik zin had in een puddinkje en ik had geen geld, dan verplichtte ik iemand om er eentje voor mij te gaan kopen. En die deed dat dan.»

HUMO Want anders?

Sofie «Want anders sloeg ik erop, dat wisten ze. Ik pakte ze vast bij hun haar en mepte met mijn volle vuist in hun gezicht (lacht). Ja. Of ik schreef bijvoorbeeld in het groot op het bord: ‘CARINA IS EEN SLET’ – omdat ze me haar boek niet wilde geven.

»Ik was een bitch met een grote bek. Ik vond het ook belangrijk dat mijn reputatie zo bleef. Als ik iets van iemand wilde, ging ik er altijd met een troepje vrienden op af. Die vonden dat dan allemaal wel grappig, maar ik was de mond en de vuist van het groepje. Ik had veel vrienden – dacht ik toch. Ondertussen weet ik dat die waarschijnlijk ook bang van mij waren.

»Op de duur vonden andere leerlingen het normaal om dingen voor mij te doen. Als ik ’s morgens aankwam op de speelplaats, haalden ze al automatisch hun huiswerk boven, zodat ik het kon overschrijven.»

HUMO Wist je bij wie je je dat kon permitteren?

Sofie «Ja. Je ziet direct wie de zwakkelingen zijn. De sukkels die alleen op de speelplaats staan, die een beetje asociaal zijn. Het meisje met de konijnentanden en de dikke bril. De dikke met de rare broek. De jongen die hakkelt.»

HUMO Perste je ook jongens af?

Sofie «De nerdjes hè. De stoere kerels, daar begon ik niet aan – dat waren trouwens meestal mijn maten. Nerdjes waren heel handig om huiswerk van af te schrijven, of om geld te lenen voor een broodje of de drankautomaat – geld dat ik nooit teruggaf. Eén jongen kwam van een steinerschool: die heb ik direct aangepakt omdat ik wist dat hij een buitenstaander was en dat soort dingen niet gewend was.

»Carina had ik eruit gepikt omdat ik vond dat ze nep was. Ze probeerde alles om erbij te horen, en ik vond dat ik dat moest verhinderen. Ik was echt, zij niet.»

HUMO Waarom deed je het eigenlijk?

Sofie «Ik weet het niet. Ik denk dat het veel met mijn ego te maken had. Ik had genoeg spullen van thuis, maar ja, wat van een ander is, is altijd aantrekkelijk. Als ik iets niet had, was het makkelijker om het af te pakken dan het te gaan kopen.»

HUMO Wisten je ouders wat voor kreng je was?

Sofie «Ze wisten wel dat ik geen softie was, maar dat het zo erg was konden ze niet vermoeden. Ik was nogal achterbaks: ik kon heel lief doen tegen mensen van wie ik iets gedaan wilde krijgen. Maar o wee als ze het niet deden: dan veranderde ik in een razende furie. Als kind had ik ADHD, en als ik kwaad werd, was ik echt wel oncontroleerbaar. ‘Kwaaie Sofie’, zo noemden ze me op school.»

HUMO Grepen de leerkrachten niet in?

Sofie «Ze probeerden wel. Ik mocht bijvoorbeeld niet mee op schooluitstap. Toen het te erg werd, ben ik van die school gestuurd. Ik heb toen een paar scholen na elkaar versleten. Uiteindelijk kwam ik als enige meisje terecht in een klas met allemaal jongens, en moest ik zelf zorgen voor mijn rugdekking. Toen is het vanzelf overgegaan.»

HUMO Heb je er ooit bij stilgestaan hoe het voor je slachtoffers was om te leven onder het juk van ‘kwaaie Sofie’?

Sofie «Nu denk ik weleens: ik was toch eigenlijk een slecht mens. Toen niet. Het boeide me niet. Ik weet wél dat ik zelf nooit afgeperst zou willen worden. Ik zou er niet tegen kunnen. Ik denk dat ik dan niet meer naar school zou willen gaan.»

HUMO Zou je er dan iemand over aanspreken?

Sofie «Ik denk het niet. Als je een leerkracht aanspreekt, dan zal die je wel willen helpen, maar daardoor kom je nog meer in de problemen met je afperser. Eén keer heb ik het onderspit moeten delven, en dan nog. Dat was toen een meisje van wie ik een boek had ‘geleend’ haar ouders er had bijgehaald. Dat boek heb ik moeten teruggeven, maar ik heb het wel eerst in stukjes gescheurd.

»Maar de meesten zwegen en gaven me wat ik wilde. En als ik ze in elkaar sloeg op de speelplaats, durfden ze niet te zeggen wie het gedaan had.»

HUMO Heb je je nooit schuldig gevoeld?

Sofie «Nee. Nu wel een beetje. Het was waarschijnlijk wel erg voor hen. Maar soit, het is gebeurd, en het is gestopt. Onbewust, zonder dat ik erbij stilstond.

»Gsm’s of mp3-spelers heb ik ook nooit afgetroggeld, het waren kleinere dingen. Waarschijnlijk omdat ik pas dertien was. Als ik ouder was geweest, wie weet wat ik dan allemaal had uitgespookt.»

Sofie zit inmiddels al enkele jaren in het beroepsonderwijs.

Sofie «Als er iets is waar ik spijt van heb, is het dat wel: dat ik door mijn gedrag van het ASO in het BSO ben beland. Ik vind hier mijn draai niet. Dit jaar volg ik garnering van stoffen, maar dat is niks voor mij, weet ik nu al. Ik heb nog altijd niet gevonden wat ik echt wil doen met mijn leven.»


Pesten voor beginners

Frappant dat zelfs een dertienjarig meisje een onfeilbare sensor heeft voor slachtoffers in spe, vindt veiligheidsadviseur Alain De Preter van vzw ASMA. Hij is één van de weinigen die op scholen praktische preventielessen over steaming geven.

Alain De Preter «Soms ga ik met jongeren in een winkelstraat zitten. Dan laat ik ze naar de mensen kijken met de ogen van een steamer en vraag ik: ‘Wie zouden jullie er zelf uitkiezen om af te persen, en waarom?’ Ze halen er dan steevast de jongeren uit die een onzekere tred hebben, die een beetje voorover gebogen lopen. Of omgekeerd, de kereltjes met nét iets te veel show. Zo laat ik ze nadenken over de manier waarop hun gedrag en hun houding iets vertellen aan potentiële daders.

»Daders doen eerst een soort ‘interview’ met hun slachtoffer. Ze observeren zijn manieren, ze lopen tegen hem aan en zeggen iets, en afhankelijk van zijn reactie maken ze een kostenbatenanalyse op: gaat dit me veel moeite kosten of niet?»

HUMO Sofie vertelt dat haar slachtoffers het op den duur normaal vonden om dingen voor haar te doen.

De Preter «Dat zie je vaak: leerlingen die elke dag uit eigen beweging met hun sigaretten naar hun afpersers lopen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Leerkrachten zien dat gebeuren, maar ’t is moeilijk om in te grijpen. Een leerkracht vertelde me vorige week dat ze tegen zo’n jongen zei dat hij zijn sigaretten helemaal niet hóéfde af te geven. Die jongen antwoordde: ‘Ja maar, het zijn mijn vrienden, ik geef hen gráág sigaretten.’ Want hij weet: straks is die leerkracht weg en blijf ik achter met mijn afpersers.

»Andere leerlingen zien het ook vaak gebeuren, maar de meeste durven niet tussenbeide te komen. Ze zijn bang dat ze anders in de klappen delen, of het volgende doelwit worden.

»Eigenlijk speelt bij de slachtoffers van steaming hetzelfde mechanisme als bij huiselijk geweld. Een vrouw die door haar man geslagen wordt en telkens toch weer naar hem teruggaat, kiest voor de zekerheid. Ze redeneert: ‘Van zondag tot vrijdag doet mijn man normaal. Hij is alleen agressief in het weekend, als hij te veel gedronken heeft. Ik ben bereid om dat pak rammel erbij te nemen.’ Zo zeggen die jongeren ook: ‘Ik ben bereid om mijn broodje of mijn sigaretten af te geven: dan weet ik tenminste dat ze me met rust laten, dat ik niet constant bang moet zijn.’»

'Een vriendinnetje van Sander Van Yper, het dodelijke steamingslachtoffer van zestien: ‘We mogen niks zeggen. Ze hebben gezegd dat ze ons dan ook komen vermoorden’

Gouden eieren

Commissaris Patrick Rutten van de gemeente Maasmechelen werd een paar jaar geleden geconfronteerd met een steamingplaag. Enkele groepjes jongeren voerden een heus schrikbewind in de grensgemeente. Jongeren die uitgingen in Maasmechelen verstopten hun geld in hun sokken of hun onderbroek, uit schrik om onderweg te worden uitgeschud. Meisjes durfden niet meer over straat te lopen met dure spullen. Jongens lieten hun sjieke brommer thuis staan. Maar niemand stapte naar de politie. Pas toen commissaris Rutten heel toevallig hoorde dat de zoon van een collega een duur paar schoenen had moeten afgeven aan een zogenaamde vriend, ging hij het zaakje onderzoeken.

Patrick Rutten «Geen enkel slachtoffer wilde toegeven dat hij werd afgeperst. Ook de zoon van die collega niet. Die schoenen? Die had hij gewoon aan die vriend geleend, en twee maanden later had hij ze teruggekregen. Hetzelfde met een leren jekker: een vriendendienst, meer niet. Maar hij kende iemand die wél afgeperst werd...

»Al pratende met andere slachtoffers kon ik zo stilaan het systeem in kaart brengen. Bleek dat enkele groepjes jongens elke week hun ronde deden langs jeugdhuizen, cafés, bushaltes, sportclubs... Bij elk slachtoffer wisten ze wat er te halen was: van de ene vroegen ze geld, van een ander sigaretten, van nog een ander kleren.»

HUMO Hoeveel slachtoffers liepen er zo rond in Maasmechelen?

Rutten «Na veertig zijn we gestopt met verhoren. We hadden nog wel een tijdje kunnen doorgaan, maar we hadden genoeg om het fenomeen in kaart te brengen en de daders voor de rechter te brengen. Tegelijk zijn we in samenwerking met de jongerenwerkingen begonnen met een preventiecampagne, en konden we het verschijnsel de kop indrukken.

»De afpersers waren allemaal tussen zestien en negentien jaar, balancerend op de grens tussen minder en meerderjarigheid. Ze kwamen allemaal uit wat ik ‘loszand’-gezinnen noem, met weinig onderlinge betrokkenheid en weinig controle over wat ze deden. De slachtoffers, meestal jongens, waren meestal typische ‘moederskindjes’. De afgeperste bedragen lagen op zich niet zo hoog, maar als je alles bij elkaar telde was het toch een behoorlijk winstgevend systeem.

»Het meest frappante vond ik dat het zo doordacht was opgezet. De steamers benaderen hun slachtoffer eerst op een vriendschappelijke manier. Het slachtoffer reageert opgelucht: hèhè, ik heb tenminste geen last met die stoere gasten. Dan vragen ze hem iets kleins: een sigaret, een halve euro. Ze toetsen zijn grenzen af. Wat drank bietsen, een keertje meerijden. De volgende stap is dat ze kleine bedragen van hem ‘lenen’ – zonder dat hij dat geld ooit terugziet natuurlijk. De bedragen lopen stelselmatig op, maar de steamers houden wel de financiële draagkracht van hun slachtoffer in het oog. Ze testen hem: tien euro per week, zal hij dat aankunnen? Het slachtoffer moet kunnen blijven betalen, want anders gaat hij misschien hulp zoeken en stort het systeem in. Ze willen hun kip met de gouden eieren niet slachten.

»Intussen wordt de ogenschijnlijk vriendschappelijke relatie in stand gehouden. Het is niet ongebruikelijk dat daders hun slachtoffer eerst een hand geven voor ze hem geld aftroggelen. Het gaat trouwens niet alleen om geld. Als een slachtoffer rondrijdt met een hippe scooter, dan wordt die niet gestolen. Nee, dan vraagt de dader: ‘Mag ik er eens mee rijden?’ Om er vervolgens twee dagen mee weg te blijven, en de scooter daarna beschadigd en met een lege tank terug te geven.

»Bij één slachtoffer kwamen de steamers naar zijn huis: ze wilden bij hem thuis een videogame spelen. De jongen had ze afgewimpeld en was in bad gegaan, maar even later stonden ze in de badkamer: ze waren langs de achterkant het huis binnengedrongen. Dat maakt het nog beangstigender. De boodschap van de dader is: ik doe wat ik wil. Ik kom bij jou thuis gamen en je hebt geen nee te zeggen.»

HUMO Of anders?

Rutten «Anders een pak slaag. Maar ook weer niet te vaak. Er wordt vooral gedreigd met geweld. De dag dat ze iemand écht in elkaar slaan, hebben ze een probleem: dan komen er hulptroepen bij. Dus doseren ze hun geweld.»

HUMO En de slachtoffers?

Rutten «Die vergaan van de angst, én ze schamen zich rot. Het zijn meestal jongens in hun puberjaren, die hun zelfbeeld nog aan het vormen zijn. Ga dan maar eens aan je ouders vertellen dat je je nieuwe schoenen hebt afgegeven in ruil voor een paar afgetrapte zweetstinkers. Dat is als zeggen: ‘Kijk mama, ik ben een watje!’ »Het is heel dubbel: het slachtoffer gaat zich afhankelijk voelen van de dader, en voelt zich daardoor bijna medeplichtig. De dader speelt daarop in: hij voert de psychologische druk op en geeft zijn slachtoffer het gevoel dat hij mee in het complot zit, soms door hem te verplichten om zelf te gaan stelen. Het is bijna een psychologische dans. En het slachtoffer raakt steeds meer verstrikt in het systeem en ziet op den duur geen uitweg meer.»


Bange blanke jongetjes

Misschien is dat wat met er Sander uit Gent gebeurd is. Voor een buitenstaander is het vreemd om te horen dat de jongen zijn eigen afpersers binnenliet in het appartement van zijn moeders vriendin, terwijl het duidelijk was dat ze niet veel goeds van plan waren. Tegen vrienden had hij gezegd dat hij op de Gentse Feesten bedreigd was door een paar Marokkaanse jongens – het was toen niet duidelijk door wie, want hij kende véél Marokkanen. Meer wilde hij er niet over kwijt, ook niet tegen zijn moeder. Hij wilde niet dat ze naar de politie zou stappen, en zei dat het allemaal niet zo erg was.

HUMO Commissaris Rutten, toen u slachtoffers begon te ondervragen, wilden ze nauwelijks iets aan u kwijt.

Rutten «Er waren jongens die bevestigden dat ze werden afgeperst, maar die verder zwegen en zeiden dat ze nooit iets zouden tekenen. Anderen minimaliseerden de feiten – ‘het was niet zo erg.’ Bij één slachtoffer ben ik twee keer moeten teruggaan, omdat de zaken telkens erger waren dan dat hij tegenover mij had toegegeven. Ik had eerst gehoord dat hij zijn schoenen had moeten afgeven. ‘Is dat waar?’ vroeg ik hem, en hij beaamde dat. We namen zijn verklaring op, hij zei heel weinig: zijn schoenen, dat was het. Wat later hoorden we van anderen dat hij ook zijn gsm had moeten afgeven. Wij terug naar die jongen, die opnieuw bevestigde: ‘Ah ja, de gsm, die hebben ze ook. Maar mijn simkaart heb ik wel teruggekregen.’ We zijn nog een derde keer teruggekeerd toen bleek dat hij ook geld had moeten geven. Ik denk dat die jongen het heel moeilijk had: hij wilde niet liegen tegen de politie, maar hij durfde er eigenlijk ook niet over te spreken. Dus bevestigde hij alleen wat we al wisten.

»Er zijn ook slachtoffers die geld van hun ouders stelen, of die andere jongeren beginnen te steamen om geld bij elkaar te krijgen voor hun afpersers, in een soort piramidesysteem. Die krijg je zéker niet aan het praten.»

HUMO Is steaming eigenlijk een nieuw fenomeen?

Rutten «Vroeger pakten jongeren ook dingen van elkaar af, maar het gebeurde meer impulsief. Dat er echt een systeem achter zit, dat is iets van de jongste vijftien, twintig jaar. We hebben het zien ontstaan in het allochtonenmilieu, en het heeft zich stilaan in de hele jongerencultuur genesteld.»

De drie verdachten die werden aangehouden in de zaak-Sander Van Yper zijn van Marokkaanse origine, en in het enige universitaire onderzoek dat ooit naar het fenomeen werd gedaan – in 1999 alweer – waren de daders volgens de verklaringen van slachtoffers in meer dan twee op de drie gevallen ‘kleurlingen’. In Gent en Mechelen werd in bijna 70 procent van de pv’s een dadergroepje beschreven dat enkel uit kleurlingen bestond, in Antwerpen zelfs in 79 procent van de pv’s. Dadergroepjes die uit alleen maar ‘niet-kleurlingen’ bestonden, kwamen in Gent en Mechelen voor in 20 procent van de pv’s, in Antwerpen 11 procent. In de drie steden sprak ongeveer 10 procent van de slachtoffers van een gemengd dadergroepje. (Bron: onderzoek naar het fenomeen ‘steaming’ van Anne Groenen en Ingrid van Welzenis, K.U. Leuven).

‘We weten er te weinig over om uitspraken te doen over de daderpopulatie,’ zegt hoofdinspecteur Frank Dewagtere.

Dewagtere «Zoals u weet hangt jeugddelinquentie ook samen met de socioeconomische achtergrond van jongeren. Schoolverzuim speelt een rol, machogedrag, groepsdruk. We hebben in Gent vaak allochtone daders, maar ook Belgische. Er zijn daders die thuis alles hebben en uit pure verveling beginnen te steamen. Het is wel zo dat allochtone jongeren vaker in groepjes rondhangen op straat en heel stoer doen. Ze zijn ook licht ontvlambaar. Ze kunnen er bijvoorbeeld niet tegen als je oogcontact met hen zoekt of naar hen kijkt. Dat zien ze als een provocatie, en het is al genoeg om het conflict op te zoeken.

»We hebben vorig jaar een situatie gehad met een ASO-school in het centrum van Gent: allemaal brave jongetjes van twaalf, dertien jaar die in het eerste jaar zaten. Op het traject van de school naar het station passeerden ze elke dag langs een groepje allochtone jongeren van een jaar of veertien, vijftien, die hen afpersten. Die kerels hadden daar echt veel plezier in: ‘Kijk eens wat een losers die Belgen zijn. Je moet maar naar ze kijken en ze geven hun spullen al af.’ De kinderen moesten dan telkens één of twee euro geven, soms een gsm of een mp3... Als het naar de zin van de steamers niet genoeg was, moesten ze hun zakken leegmaken om te zien wat ze nog allemaal bij zich hadden, en dan kozen de steamers eruit wat hen beviel. Die leerlingen, jongens uit een beschermd milieu, stonden telkens stijf van de angst.

»Eén van de leerlingen heeft het uiteindelijk toch aan zijn ouders verteld. Die zijn naar de school gestapt, en de school heeft toen aangifte gedaan bij ons. Je ziet dus dat er veel barrières zijn eer zo’n zaak bij ons komt. Ouders redeneren vaak dat ze voor twee euro moeilijk aangifte kunnen doen: ‘Ze gaan ons toch niet au sérieux nemen.’ En scholen zijn vaak bang dat zo’n zaak hun goede reputatie zal schaden, en proberen het intern op te lossen.

»We hebben ook al meisjesgroepen gehad die zich bezondigden aan steaming. Die meisjes zijn vaak verbaal nog sterker dan jongens, en als het moet zijn ze even gewelddadig: krabben, bijten, slaan, schoppen... »Het is dus niet zo eenvoudig om een eenduidig daderprofiel op te stellen. We zien soms ook dat daders zelf slachtoffer worden, bijvoorbeeld als vrienden van hun eigen slachtoffer wraak komen nemen.»

HUMO Kan je in Gent van een steamingplaag spreken, zoals er een geweest is in Maasmechelen?

Dewagtere «Net als in andere steden gaat dat met ups en downs: wanneer er enkele kopstukken van de straat geplukt worden, blijft het weer een tijdje rustig.

»In Gent hebben we te maken met verschillende vormen van steaming. Je hebt de meer georganiseerde vorm, waarbij daders bewust op jacht gaan naar slachtoffers. En je hebt meer impulsieve steamings, waar de daders geen plannen hebben om iemand af te persen, maar plots de gelegenheid krijgen en toeslaan. Bij die groep kan je het vaak zien als een soort van jeugdzonde – experimenteergedrag van opgroeiende pubers. Ze stoppen er meestal mee als ze ter verantwoording geroepen worden door de school, de politie of de jeugdrechter. De straffen – voor minderjarige daders althans – gaan van een eenvoudige berisping tot een plaatsing in een gesloten instelling, afhankelijk van de omstandigheden.

»Bij de georganiseerde steamers zitten er meer jongens bij die doorgroeien in de criminaliteit. Ze beginnen met een winkeldiefstal of een vechtpartij, gaan dan over tot steaming, en plegen daarna steeds zwaardere feiten, om uiteindelijk in de gevangenis te belanden.»

HUMO Wat voor impact heeft een steaming op het slachtoffer?

Dewagtere «Het is een vrij traumatische ervaring, omdat de slachtoffers meestal nog zo jong zijn. Als je ze ondervraagt merk je dat ze er ondersteboven van zijn, zelfs al zijn ze maar een paar euro kwijt. Het gaat hen niet over de waarde van het geld, maar de manier waarop ze benaderd zijn: met veel intimidatie, dreigementen, vernederingen. Ze zijn ook echt bang om slaag te krijgen, hoewel dat niet altijd gebeurt.

»Kort na de feiten zie je dat velen niet meer langs de plek durven waar het is gebeurd. Maar de meesten houden er op termijn geen zware trauma’s aan over. Het is wel belangrijk dat ze er een keer over kunnen babbelen. Steun van de ouders of leeftijdsgenoten kan soelaas brengen.»

HUMO Wat moet je doen als je zelf slachtoffer bent?

Dewagtere «Op het moment zelf kan je maar beter niet reageren met geweld. Je weet nooit of het niet uit de hand loopt; sommige jongeren hebben messen of boksbeugels op zak. Het is dus beter om die ene keer je spullen af te geven, en het daarna te melden: aan school, ouders of politie. Als je niets doet, geef je de daders het signaal dat er hen toch niks kan gebeuren en dat ze rustig verder kunnen doen. Dan zet je de deur open naar erger.»


Nog altijd nachtmerries

Voor de vijftienjarige Dirk (*), die in 2009 voor het eerst het slachtoffer werd van steaming, duurde het twee jaar eer hij met zijn probleem naar buiten kwam. Al die tijd werd hij geregeld afgeperst door twee jongens van zeventien en veertien, die hem meestal benaderden op de bus naar school. De feiten begonnen in 2009 en duurden twee jaar. Vooral de jongen van zeventien – we noemen hem X – maakte Dirk het leven zuur.

Dirk «Ik kende X nog van vroeger, omdat hij in mijn straat had gewoond. Hij en zijn vriend kwamen soms op de bus met me praten. Op een keer vroeg X of hij vijf euro kon lenen. Ik zag er geen kwaad in en leende hem dat geld. Een paar keer.

»Toen ik eens vroeg wanneer hij me zou terugbetalen, werd hij kwaad. Hij zei dat hij het nodig had, en dat ik hem nog geld moest. Vanaf dan werd hij dwingender. ‘Geef mij 10 euro of ik ga kaken breken.’ Of hij dreigde ermee om mij mee te nemen in de bosjes en mij daar helemaal uit te kleden. Als ik geen geld op zak had, kreeg ik klappen in mijn gezicht en kniestoten in mijn buik. Hij fouilleerde mij ook vaak, en doorzocht mijn boekentas: als hij daar dan geld in vond, kreeg ik nog meer klappen omdat ik tegen hem had gelogen. Hij dwong me ook om mijn schoenen uit te doen, omdat hij gehoord had dat ik daarin mijn geld verstopte. Als ik mij dan bukte om mijn schoenen weer aan te doen, stampte hij in mijn gezicht. Hij stuurde me ook vaak sms’jes waarin hij zei dat ik geld moest meebrengen of dat ik anders slaag zou krijgen. »Het was erg vernederend, en ik was bang voor hem. Ik verzon ’s morgens smoesjes waardoor ik mijn bus miste: dan brachten mijn ouders mij naar school. Als ik slaag had gekregen, had ik soms dagen pijn, maar ik liet het thuis niet merken.

»Na twee jaar had ik de moed om tegen X te zeggen dat hij ermee moest stoppen. Het was vakantie, en ik had hem al een week niet gezien. Op een zondagavond kreeg ik een sms: ‘Typ een bedrag in dat je me de volgende dagen kan geven, of ik stuur mijn vrienden om je een pak rammel te geven.’ Ik heb toen een sms teruggestuurd dat hij moest stoppen met geld vragen. Hij antwoordde dat ik mij beter niet meer kon laten zien. Ik heb het toen ook aan mijn ouders verteld, en die zijn naar de politie gegaan.

»Ik heb nog lang met veel schrik rondgelopen. Ik heb nu nog altijd last van nachtmerries, angstaanvallen, maagpijn en hoofdpijn. Omdat ik de bus niet meer durfde te nemen, ben ik van school moeten veranderen. Ik ben nu ook in begeleiding bij een psychiater. Ik heb X sindsdien nog één keer van ver gezien, maar ik ben direct weggegaan.»

X, die inmiddels achttien geworden was, werd na de klacht van Dirk onmiddellijk aangehouden en een maand in voorlopige hechtenis gehouden. Hij beweert dat hij Dirk alleen maar bedreigd heeft, nooit geslagen. Volgens Dirk hebben X en zijn vriend hem voor meer dan tweeduizend euro afgeperst; volgens X was het hooguit 50 euro. Op dit ogenblik wacht hij op een definitieve uitspraak van de rechter.

★★★

De minderjarige T. kwam en meer in beeld als de spilfiguur in dit dossier: telefonieonderzoek heeft uitgewezen dat de twee meerderjarigen rond drie uur ’s nachts – tijdstip van het overlijden van Sander – thuis in hun bed lagen. Wat T. op dat ogenblik deed, is nog niet duidelijk.

T. werd uiteindelijk veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor afpersing met de dood tot gevolg.

De twee meerderjarigen zijn veroordeeld tot 3 en 4 jaar gevangenisstraf voor hun aandeel in de zaak.

(*) De naam van de betrokkene en sommige omstandigheden zijn gewijzigd om privacyredenen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234