Beeld Thomas Vanhaute

Jonge LeeuwenWerner en Birgit, kinderen van Karel Van Noppen

‘Geen verdriet, had hij gezegd. Gewoon voortdoen zonder mij’

Buiten blaffen en springen twee grimmige honden tegen het hek, binnen zitten de twee kinderen Werner (17) en Birgit (15) rustig rond de tafel en Mieke Van Noppen-Hendrickx zit al even kalm te lezen in een rieten stoel. Dat hier een boze buitenwereld met dood en geweld is binnengedrongen, dat weet ik. Dat hier tegelijk toch een innerlijke rust bewaard is gebleven, dat voel ik. Als er al een stille Kempen bestaat, dan is het misschien deze: die van de stille onverzettelijkheid. ‘Papa wilde het zo,’ vertellen ze allebei, ‘hij zei: ge moet geen verdriet hebben, ge moet gewoon verder leven, ge moet u door niks of niemand laten doen’...

(Eerder verschenen in Humo 2891 op 30 januari 1996) 

HUMO Wat dreef jullie vader in die strijd tegen de hormonenmaffia? Was dat alleen plichtsbewustzijn en rechtvaardigheidsgevoel of was dat ook: zin voor avontuur? 

BIRGIT «Hij was een avontuurlijk man, ja, dat kwam er zeker bij.» 

WERNER «Het was ook: de kleine veearts tegen die grote mannen. Hij was erop uit om zich met die mannen te meten. En als ze hem of andere veeartsen bedreigden, dan was dat voor hem een reden om er dubbel zo hard tegenaan te gaan. Voor hem waren die hormonenspuiters de tegenstanders die geklopt moesten worden. Hij pakte ook wel kleine boerkes, maar het liefst zat hij achter die grote mannen aan, die moest hij hebben. Als hier dan een fax binnenrolde met de melding dat er bij één van die groten hormonen aangetroffen waren, dan had hij plezier, dan kon zijn dag niet meer stuk.» 

HUMO Wisten jullie dat jullie vader een gevaarlijk leven leidde? 

WERNER «Ja, dat wisten we. We wisten dat hij doodsbedreigingen kreeg en we wisten wat er met andere veeartsen gebeurd was. Collega’s die bedreigd en in elkaar geslagen waren, collega’s bij wie ze op hun huis geschoten hadden of hij wie ze de auto in brand gestoken hadden. Wij wisten dat hem dat ook allemaal kon overkomen en wij beseften - eigenlijk al jaren - dat ze het ook op zijn leven gemunt hadden. Maar op den duur leerden we daarmee leven en maakten we daar grapjes over. Zie maar dat ge vanavond nog heel thuiskomt!, zegden we heel makkelijk. En hij grapte gewoon terug. Vader was een man met humor.» 

HUMO Hebben jullie die dreigtelefoons zelf gehoord? 

BIRGIT «Mama of papa namen meestal de telefoon op, ze wilden vermijden dat wij dat zouden horen. Ik heb wel eens een paar keer de hoorn opgenomen dat het stil bleef aan de andere kant van de lijn.» 

WERNER «Wij vermoedden dat ze dan opbelden om te horen of vader thuis was. Als hij thuis was, waren ze gerust en konden ze hormonenbeesten gaan slachten.» 

BIRGIT «Ook toen hij al vermoord was, kregen we nog van die rare telefoontjes. Werner, jij hebt toch eens die man aan de lijn gehad die zei dat hij van een sekte was en die zei dat hij u en ons zou komen dood doen.» 

WERNER «Oh ja, die halve zot.» 

BIRGIT «Ja ja, nu lach je, maar toen was je daar niet goed van!» 

WERNER «‘t Was in elk geval raar. Het was een mannenstem maar zijn boodschap stond eigenlijk op een cassetje: als je inlegde en daarna opnieuw opnam, ging die zever nog altijd door. Na de moord zijn er verschillende van die ‘boodschappen’ geweest. Mama heeft hem ook een paar keren aan de lijn gehad. De rijkswacht heeft die telefoontjes nagetrokken en ze kwamen bijna allemaal uit West-Vlaamse telefooncellen.» 

HUMO Hoe oud was jij, Birgit, toen ze jou van de weg hebben gereden? 

BIRGIT «Ik was toen twaalf. Ik kwam samen met een vriendin van school en ik reed met de fiets van Westmalle naar hier - dat fietspad is maar een smal strookje op die asfaltweg - en ineens kwam er een vrachtwagen in volle vaart over dat fietspad op ons afgereden en ik zie ook nog altijd dat zeil, dat flapperde helemaal los. Wij weken allebei uit, maar onze fietsen haakten in elkaar en toen zijn we naast het fietspad gevallen en in de graskant gegleden, gelukkig niet tot in de beek.» 

HUMO Dacht je aan kwaad opzet? 

BIRGIT «Helemaal niet. Ik dacht aan een ongeluk, en ik dacht dat wij geluk hadden gehad. Op dat ogenblik wist ik ook nog niet van sommige dreigtelefoons waarin ze zegden dat ‘men’ de kinderen wel zou weten te vinden. Dat hebben ze ons pas later in Malawi verteld.» 

HUMO Waren die dreigementen de reden om naar Malawi te gaan? 

WERNER «Nee. Dreigementen waren voor mijn vader een argument om voort te doen, om hier te blijven. Hij zou het van zichzelf laf gevonden hebben om daarvoor weg te gaan. Dat vertrek naar Malawi had ermee te maken dat hij gedesillusioneerd was. Zijn acties werden vooraf doorgebeld, hij werd van hogerhand tegengewerkt, hij kon alleen maar kleine boeren pakken, en daarom wilde hij er een tijdje tussenuit.»

Innige deelneming 

HUMO Nog voor jullie vader stierf, hebben jullie het vaak over zijn dood gehad. 

WERNER «Ja, dan vroegen wij: Oké, pa, stel dat ge dood zijt, hoe wilt ge dan begraven worden? En dan zei hij altijd: pakt maar het goedkoopste, pakt maar het simpelste. Geen graf, geen zerk, gewoon cremeren.» 

BIRGIT «Maar we hebben hem niet kunnen cremeren. Hij moest begraven worden omdat ze zijn lichaam te allen tijde moeten kunnen opgraven, als het gerecht dat nodig vindt voor het onderzoek.» 

HUMO Welke teksten of muziek wilde hij op zijn begrafenis? 

WERNER «Teksten, muziek, dat speelde allemaal geen rol, dat interesseerde hem allemaal niet. Dat moesten wij maar beslissen als het zover was.» 

BIRGIT «Hij zei ook dikwijls dat wij het ons niet moesten aantrekken als hij dood was. ‘Ge moet geen verdriet hebben. Ge moet gewoon verder leven zoals we nu leven. Gewoon voortdoen zonder mij.’» 

HUMO Hebben jullie al eens geprobeerd je je eigen begrafenis voor te stellen? 

WERNER «Ja, daar heb ik al een keer aan gedacht. Dat ik dan even weer levend ben om te zien wie er allemaal op mijn begrafenis is. Had vader dat gekund, hij zou blij geweest zijn. En fier. Zoveel volk dat er toen was op zijn begrafenis!» 

HUMO Hoe was het om weer naar school te gaan na die dramatische dagen? 

WERNER «Bij ons op school hebben ze de eerste week allemaal ‘innige deelneming’ gewenst, en toen was het gedaan, daarna is men er niet meer op terug gekomen. Als ze er nu nog over praten, dan is het alleen als ik er-over wil beginnen. Ik vind het goed zo. Ik wil niet dat ze er altijd op terugkomen.» 

BIRGIT «Bij ons was het moeilijk! Elke leerkracht kwam naar mij toe, iedereen vroeg ‘hoe gaat het ermee’, sommigen kwamen mij troosten en begonnen dan ineens zelf te huilen. Ik vond dat kei-ambetant. Ik begreep die tranen en dat medeleven wel, maar van binnen dacht ik: hou maar vlug op en laat mij maar gerust. Papa had gezegd: leef maar gewoon verder, en wij zijn dat ook van plan. Wij zijn niet van plan daar eeuwig bij stil te staan. Maar er wordt nog vaak op teruggekomen, in de lessen godsdienst of Nederlands, of als er weer iets over ons in de krant heeft gestaan, dan begint iedereen daar weer over te praten en dat vind ik niet leuk. Er zijn al zoveel din-gen die ons aan zijn dood doen herinneren. Zo moeten wij elke dag meerdere keren voorbij die plek waar hij vermoord is. Die plaats ligt vooraan in onze straat, daar staat nu een kruis met een perkje errond, en wij moeten daar altijd voorbij, elke keer als we onze straat in- of uitrijden.» 

Vraag het aan vader 

HUMO Meteen nadat je gehoord had dat je vader vermist was maar nog voor je wist dat hij dood was, ben je al naar je kamer gegaan en ben je in je dagboek beginnen te schrijven. Wat valt er op zo’n moment eigenlijk te schrijven? 

WERNER «Ik heb opgeschreven wat ik gezien had. Ik was tot aan het einde van de straat gelopen, ik had gezien dat onze pa zijn auto er stond, dat het portier wijdopen stond, dat onze pa er niet was en dat rijkswachters overal aan het zoeken waren. Ik wist zeker dat er iets gebeurd was, maar wat, dat wist ik nog niet. Ik heb me kwaad gemaakt terwijl ik aan het schrijven was. Ik schreef: ‘En zo kunnen we nog wel uren zwammen over wat er misschien gebeurd is, maar nondedju in wat voor wereld leven wij hier eigenlijk?!» 

HUMO Sinds zijn dood heb je nog geen traan gelaten. 

WERNER «Een beetje schandalig vind ik dat eigenlijk. Je vader sterft, normaal gezien moét je dan wenen. En vooraf zit je daar ook op te denken, hé. Amai, als mijn vader ooit sterft, dan zal ik veel moeten wenen, dan zal ik veel verdriet hebben. En toen ze kwamen zeggen dat hij dood was, stond ik hier in de woonkamer wat rond te kijken en tja, ik moest niet wenen. En later ook niet. Birgit heeft wel geweend, die is gevoeliger.» 

BIRGIT «Ja, dat is zo. Ik ben gevoeliger dan Werner. Werner is een heel ander type dan ik. Hij blijft altijd kei-kalm.» 

HUMO Toen jij op de Gentse Feesten de Prijs van de Democratie in ontvangst mocht nemen uit de handen van Regine Beer was op televisie te zien dat je het moeilijk kreeg. 

BIRGIT «Ja, maar dat was meer door een black-out dan van ontroering. Al dat volk, al die tv-camera’s, iedereen die naar mij opkeek op dat podium, en ineens was ik vergeten wat ik moest zeggen en pas toen Regine Beer naast me kwam staan, was die black-out voorbij. (Precies op dat ogenblik wordt Birgit aan de telefoon geroepen. Het is Regine Beer... en het is de allereerste keer dat ze naar de Van Noppens belt. Het toeval slaat weer eens toe.)» 

HUMO Voelen jullie de aanwezigheid van jullie vader soms nog in dit huis ? 

BIRGIT «Soms lig ik op mijn bed, ik ben dan slechtgezind of ziek of ik verveel me, en dan zit ik dat allemaal te vertellen tegen onze pa en dan antwoordt hij. Niet dat ik dan echt een antwoord krijg, maar ik heb het gevoel dat hij naar mij luistert. Keiveel mensen vinden dat raar dat ik dat doe.» 

WERNER «Ik doe dat niet. Waarom hem vragen stellen? Je krijgt toch geen antwoord. Maar als er over hem geschreven wordt, of als er weer één of andere ontwikkeling is met die hormonenmaffia, dan kijk ik wel dikwijls naar zijn foto die hier in de woonkamer hangt en dan zeg ik: ‘Ge zou eens moeten weten wat er nu weer allemaal gebeurd is.’ En dan zou ik willen dat ik zijn reactie eens kon horen of zien.» 

HUMO Jij gebruikt de voorgedrukte processen-verbaal die je vader naar de boeren stuurde om de inbeslagname van hun dieren te melden nu als kladpapier. Is dat uit piëteit: de zoon die voortschrijft op het papier van zijn vader? 

WERNER «Zover moet je het niet zoeken! Dat is puur praktisch. Dat papier ligt daar maar, en ik maak er gebruik van. Om de bomen wat te sparen.» 

Kei-onnozel maar keitof 

HUMO Hebben jullie er nadien nooit over gedacht vegetariër te worden? 

BIRGIT «Nee. Nooit aan gedacht.» 

WERNER «Ik ook niet. Wij hebben wel altijd uitsluitend hormonenvrij vlees gegeten. Dat halen we bij een slager 15 kilometer verderop, in Turnhout.» 

BIRGIT «Soms hebben we ook vlees gegeten van de stalen die hij meebracht om gekeurd te worden. Die plakken vlees waren soms zo groot dat hij ze niet op kon sturen naar het labo. We bewaarden die stukken vlees, en als uit de controle bleek dat er geen hormonen in zaten, aten we ze op.» 

HUMO Jullie zijn hier in de jeugdbeweging, bij de scouts/gidsengroep van ‘Wechel’ (=Wechelderzande). 

WERNER «Ja, al een jaar of tien ongeveer. Toen wij in ’85 van Turnhout naar hier verhuisden, kenden we hier niemand en als je in zo’n kleine gemeente vrienden wilt maken, moet je bij een vereniging gaan. Ik ben bij de jin’s en Birgit is bij de verkenners.» 

HUMO Wat vinden jullie plezierige activiteiten? 

WERNER «Een dropping bijvoorbeeld. Dan droppen ze je midden in een onbekende streek en dan moet je je weg terugvinden naar het scoutslokaal. Ik hou ook van die gekke dingen als een casino-avond. Iedereen kleedt zich dan op en dan staat het lokaal vol met monopoly-, roulette-, kaart-en pokertafels. Da’s leuk.» 

BIRGIT «Een ruiltocht is ook amusant. Je vertrekt met één appel of met één ei en dan ga je huis voor huis aanbellen en vragen of de mensen iets in de plaats willen geven voor dat ei. En met dat ‘ruilproduct’ ga je dan weer naar het volgende huis en zo verder, en voor het uur om is, sta je met je armen vol koekjes en snoep en andere prullen. Of ineens is er dat idee: we gaan te voet naar Holland en we laten ons sponsoren. Dat was een lange tocht door de nacht, en wij maar denken aan die grens die ging komen - een echte grens met een slagboom en een douane en een café - en toen bleek die grens alleen maar een beek in het bos te zijn! Aááh, en wij waren zo moe dat we wel konden slapen en toen zijn we gewoon midden in dat bos midden op de weg gaan liggen. Kei-onnozel maar eigenlijk keitofl» 

WERNER «Als je te voet naar Scherpenheuvel gaat, doe je ook van die belachelijke dingen. Je voelt je voeten niet meer van de pijn, je bent verschrikkelijk moe, en dan lach je om niks: een kabouter in een tuin of een dom opschrift op een café.» 

HUMO Gaan jullie nog traditioneel op kamp met tenten en zo? 

BIRGIT «Ja. En ook met veel sjorren. We sjorren de eettafels, de pottenrekken, een bruggetje over de rivier, een toren met de vlaggen erin. Dat jaarlijks kamp is meestal in de Ardennen.» 

WERNER «Vorige vakantie zijn wij met de jin’s’ niet naar de Ardennen maar naar Denemarken ‘op kamp’ vertrokken. Alle materiaal in de rugzak, overdag kilometerkes stappen en ’s avonds de tent opslaan in één of andere wei; één keer zelfs in de tuin van een gezin. Gastvrij zijn ze daar wel in Denemarken. Onderweg stopten vaak mensen om ons een lift aan te bieden. De mensen herkenden ons uniform en in Denemarken genieten de scouts blijkbaar nogal wat aanzien.» 

HUMO Is het dragen van een uniform verplicht in jullie groep? 

BIRGIT «Vroeger was het zo maar half-half, je droeg een uniformdas en een uniformhemd op je eigen kleren, maar vanaf dit jaar is het strenger en is het weer volledig uniform. Ik vind dat niet erg. Ik vind dat het duidelijk mag zijn dat je ergens bij hoort.» 

‘Hij had verschillende dreigtelefoons gekregen waarin gezegd werd dat ‘men’ de kinderen wel zou weten te vinden. Zelfs toen hij al vermoord was, kregen we nog van die telefoontjes.’Beeld Stephan Vanfleteren

De Rode Ridder 

HUMO Zouden jullie hier in de gemeentepolitiek willen stappen zoals jullie vader? 

BIRGIT «Mij interesseert dat helemaal niet. Ik snap niet wat de mensen daar leuk aan vinden. Ik weet zelf niet eens welke partijen er hier zijn. Ik ken alleen maar de CVP omdat onze papa daar ook bij was.» 

WERNER «Mij zegt dat wel iets. Maar ik zou er niet in gaan om echt aan politiek te doen. Ik zou daarin gaan om het eens te kunnen meemaken, om het eens van binnenuit te kunnen zien. En dan misschien een keer op de ge-meenteraad voorstellen om de prijzen van de frieten te verlagen (lacht). Gewoon om te zien hoe ze daarop reageren. Of toch, als ik iets zou willen, dan is het een jeugdhuis. Dat zou er zeker moeten komen in Wechelderzande. Hier is bijna niks voor de jeugd.» 

HUMO Zijn jullie voor die jeugd van Wechelderzande ook ineens Bekende Vlamingen geworden? 

WERNER «Wij waren hier al bekend in Wechelderzande, dus zoveel verschil maakt dat niet. En als ze me al eens plagen met al die aandacht van de media, dan vind ik dat oké, want ze moeten mij niet ineens als een bijzonder mens gaan zien.»

HUMO Waarmee plagen ze je? 

WERNER «Ze noemen mij dan de mediageile bok. Of ze dagen me uit om iets onnozels te zeggen als ik nog eens op televisie kom. ‘Hé Werner! Als die van de televisie weer eens hun frisco onder uw neus duwen, wil je dan rap mijn naam zeggen en ook, dat ik nog een lief zoek’? (lacht)» 

HUMO Ik denk dat jullie hier graag wonen, in zo’n kleine gemeente op het platteland. 

WERNER «Ja. Ik vind het hier beter dan in de stad. Ik wil ergens wonen waar het rustig is. Ik kan niet ergens wonen waar ik op elk kruispunt voorzichtig moet zijn omdat er om de drie seconden een auto voorbijkomt. Zo’n dorp als Wechelderzande is ook niet te groot, je kent er de meeste mensen, en dat vind ik wel goed.» 

HUMO Maar jullie gaan wel eens naar de stad, naar Antwerpen? 

BIRGIT «Ik ga al eens graag naar dat grote Shopping Center in Wijnegem. Met ons mama of met een paar vriendinnen. Ik vind het daar wel plezierig met al die winkels bijeen. Je kijkt wat naar de nieuwigheden, je eet een pizza of een broodje.» 

WERNER «Ik zal eerder naar Antwerpen zelf gaan. Wat rondneuzen in cd-winkels en winkels met muziekinstrumenten, een film kijken, iets eten in de Quick en dan weer naar huis, dat is zowat mijn klassieke uitstap naar De Stad.» 

HUMO En welke CD’s breng je dan mee van zo’n dagje stad? 

BIRGIT «Ik heb geen speciale voorkeur. Ik luister naar alles. Als het maar geen house is.» 

WERNER «Ik ben nu naar een cassetje van Life of Agony (hardcare punk, sociaal bewogen songs) aan het luisteren. En tussendoor ook The Levellers (pop) en Ben Harper (folk-blues). 

»Op mijn kamer liggen cassetjes van Metallica en Nirvana, die heb ik vroeger grijsgedraaid, de posters van die groepen hangen ook nog op mijn kamer, maar eigenlijk interesseren die groepen me nu niet meer.» 

HUMO Welke schrijvers staan er bij jullie in de kast? 

WERNER «Ik lees heel graag Herman Brusselmans. Die plezante stijl, dat je m’en-foutisme, dat heb ik graag. Helemaal wat anders dan de boeken die je voor de school moet lezen, zoals nu, ‘Het stenen bruidsbed’ van Harry Mulisch.» 

BIRGIT «Ik heb geen favoriete schrijvers. lk lees alleen maar wat in de vakantie of als ik een boekbespreking moet maken voor de school. Zoals nu, we lezen ‘Het schreeuwen van het lam’ en daarna gaan we naar de filmbewerking ‘Silence of the Lambs’ kijken.» 

WERNER «Wij hebben toch ook veel strips gelezen, Birgit. Vooral Suske en Wiske en De Rode Ridder. Onze pa las die ook graag. Van hem liggen hier nog hopen strips.»

Mijn wiel is paraplu

HUMO Wat studeer jij, Birgit? 

BIRGIT «Sociale en technische wetenschappen. Ik zou later verpleegkundige willen worden. Maar niet hier, niet in de luxeziekenhuizen van België of Europa. Liever in Afrika, waar ik nog écht iets kan doen.» 

HUMO En jij, Werner? 

WERNER «Ik doe sport/wetenschappen. Dat is zes uur sport (atletiek, dansen, toestelturnen) en nogal wat positieve wetenschappen (biologie, chemie enzovoort). Dat is zo’n richting waar veel gasten zitten die eigenlijk niet goed weten wat ze later willen worden. Ik weet het zelf ook nog niet. Als iemand daar naar vraagt, zeg ik dat ik psychiater wil worden. Of ook: dat ik in de showbizz ga (lacht).» 

HUMO Je zei daarstraks dat je een dagboek bijhield. Heb je dan geen schrijversambities? 

WERNER «Misschien wel, maar ik twijfel of ik echt wel goed kan schrijven. In dat dagboek schrijf ik ook niet elke dag. Dat kan dagen blijven open liggen zonder dat er een zin bij komt. Het is ook geen puur schrijfboek. Ik kleef er soms ook dingen in, heel onnozel, een grappige postzegel of een teennagel die ik heb afgeknipt.» 

HUMO Maar je schrijft ook gedichten. Op het doodsprentje van je vader staat een gedicht van je. 

WERNER «Ja. Dat is waar, en met een gedicht over de verloedering van het milieu heb ik ooit een eervolle vermelding behaald op een internationale poëziewedstrijd. Maar toen hebben ze mij echt moeten dwingen om iets op te sturen, uit mezelf zou ik dat niet zo gauw doen. En toen ik die prijs kreeg, vond ik het eigenlijk te ver om ’m te gaan afhalen (verlegen grijns). Al mijn gedichten zijn ook niet zo ernstig of diepzinnig. Ik kan gerust zitten rijmen en dichten over iets onnozels als een scheve spaak in mijn fietswiel dedju, mijn wiel is paraplu, ja, daar amuseer ik me dikwijls mee. Tekstschrijver voor één of ander komisch tv-programma, dat is misschien nog iets voor mij.» 

HUMO Hebben jullie als broer en zus veel aan mekaar? 

BIRGIT «Wij zullen dat niet rap tegen mekaar zeggen, maar ik denk van wel. Na de grote vakantie vertrekt Werner met A.F.S. voor een jaar naar Paraguay en dat heb ik al gezegd, hé, Werner, dat ik je dan zal missen.» 

HUMO Waarom precies daarheen? 

WERNER «Ik wilde wel eens een jaar bij een familie leven in een Spaanssprekend land in Latijns-Amerika. En ik had drie landen opgegeven: Argentinië, Paraguay en Venezuela - en uiteindelijk hebben ze voor mij een gezin gevonden in Paraguay.» 

HUMO Wat weet je van Paraguay? 

WERNER «Ik weet niks van Paraguay. Ik ken er ook niemand. Maar ik vind het grappig om ergens naartoe te gaan waar ik helemaal niks van weet.» 

HUMO Werner naar Paraguay; jij later misschien als verpleegkundige naar Afrika. Wat doet jullie uit België vertrekken? 

BIRGIT «’t Is hier te saai. ’t Is hier altijd slecht weer. En iedereen is hier zo haastig en gestresseerd. Dan was Malawi nogal wat anders. Daar spreken ze af: ik kom morgen, en dan komen ze overmorgen. En niemand die dat erg vindt.» 

WERNER «Wij liepen daar ook op een internationale school met kinderen van over de hele wereld. En die natuur was daar zo bijzonder... Ik ben een keer met een Australische kameraad gaan fietsen in de brousse. Niet op zo’n moderne mountainbike, hé, maar allebei op zo’n ouwe krapuulfiets, en het was regenseizoen, en overal stond er water, en met onze fiets reden we door de plassen en door de beken die over de weg stroomden. Dat was knap.» 

BIRGIT «Als ik in de klas zeg dat ik misschien in Afrika wil gaan werken, dan is hun eerste reactie: zo ver weg!? Dan moet je je hele familie achterlaten, dat is toch erg!? Ik vind dat niet zo erg. Maar ja, wij zijn buitenbeentjes. Het verste waar die andere klasgenoten naartoe gaan is Spanje of Zwitserland...» 

WERNER «Ja, die twee jaar in Malawi hebben ons veranderd. Ik zou ook het liefst werk willen vinden buiten Europa. In een heel ander continent, in een heel andere cultuur. Ik moet altijd iets kunnen doen dat ik nog nooit eerder heb gedaan. De dingen moeten nieuw zijn voor mij. Nieuw. Nieuw. Alles moet nieuw zijn.»

Hondenvangers 

HUMO Heeft jullie vader daar in Malawi even hard gewerkt als hier? 

BIRGIT «Hij kán niet stilzitten. Ook daar niet. Hij moest daar voorlichting geven aan boeren en veeartsen, over hoe ze ziektes in de veestapel moesten voorkomen en bestrijden, maar toen hij zag dat die jonge veeartsen niet goed opgeleid waren, begon hij zelf een opleiding te organiseren. Niet met boeken, hé, hij organiseerde dan een quiz met vragen en prijzen, en spelenderwijs bracht hij hun die kennis bij.» 

WERNER «Hij bewerkte ook leerboeken. Hij maakte daar allemaal getekende handleidingen van zodat die mannen stap voor stap wisten wat ze moesten doen. Dan tekende hij bijvoorbeeld een magere koe die niet meer wilde eten en met pijltjes duidde hij dan aan wat ze moesten doen. Omdat het hun ook aan medisch materiaal ontbrak, maakte hij bijvoorbeeld zelf stethoscopen uit blik en rubberen slangetjes. Uren kon hij daarmee bezig zijn om die dingen in elkaar te knutselen. En die mannen voelden zich de koning te rijk met zo’n ding rond hun hals. Dan waren ze pas écht mijnheer doktoor! Zo had hij ook een hondsdolheid-project. Daarvoor had hij buizen gemaakt met aan het uiteinde zo’n plastic string die zich dichtrijgt en die je niet meer open krijgt. Uit België liet hij honderden van die strings overkomen. En die hondenvangers reden dan rond met die strik en als ze een dier vingen dat niet ingeënt was, dan moesten ze het doodschieten. Maar je moest ze bezig zien, die vonden het natuurlijk leuker om zomaar in het wilde weg op beesten te schieten. En soms knalden ze dan een geit neer, of een hond die al ingeënt was. Jammer, maar dan aten ze die maar op.» 

HUMO Maakte jullie vader zich daar niet druk over? 

WERNER «In het begin wel. Maar op den duur zag hij ook dat boos worden niet veel uithaalde. Eén keer is hij echt boos geweest. We hadden voor ons warm water in huis een collector die hoog in een boom was vastgemaakt. Die collector - eigenlijk was het een zelfgemaakte ton - werd met zonne-energie opgewarmd. Toen we weggingen, had vader gezegd dat degene die de ton uit de boom haalde, de ton ook kreeg. Had één van de boys er niet beter op gevonden dan die boom om te hakken in plaats van die ton los te maken. Toen is hij gloeiend kwaad geworden. Want gemakzucht, dat was wel het laatste wat hij kon verdragen.» 

HUMO Jullie vader is met geweld aan zijn einde gekomen. Hoe willen jullie eigenlijk sterven? 

BIRGIT «0! Liefst zonder pijn of lang lijden. Stilletjes doodgaan terwijl ik slaap, dat lijkt me nog het beste. Zo te kunnen sterven zonder dat je iets voelt. Maar ik wil nu nog niet sterven, hé. Ik wil zeker tachtig jaar worden.» 

HUMO Geloven jullie in een leven na de dood? 

BIRGIT «Ik wel. Niet dat ik dan in een hemel met rijstpap en gouden lepeltjes zal terechtkomen, maar ik denk dat je ziel dan overgaat in een bloem of in een plant of in iets anders.» 

WERNER (haalt de schouders op) «Ik denk daar weinig over na. Misschien gaat ons leven wel verder op een planeet die lichtjaren van hier verwijderd is: zo’n plaats waar een verklaring is te vinden voor alle zaken waarvoor je op de aarde geen verklaring kan vinden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234