Bobbejaan SchoepenBeeld Rv

Overleed 10 jaar geledenBobbejaan Schoepen

‘Geluk is: vaststellen dat je geen pijn hebt’

Bobbejaan Schoepen overleed op 17 mei 2010, hij zou op 16 mei 2020, 95 jaar geworden zijn. Herlees hier een interview met hem uit 2005.

(Verschenen in Humo 3381 op 21 juni 2005)

Bobbejaan Schoepen is zonder twijfel één van ’s lands bekendste exportproducten. Toen acteur Sean Connery werd gevraagd wat hij zich herinnerde van België, antwoordde die: bier, chocolade en ‘de zingende cowboy die een pretpark runt’. Een tijdlang was Schoepen top of the bill in Nashville, het mekka van de country. Hij was kind aan huis bij Jacques Brel, Caterina Valente, Josephine Baker en een dozijn andere grote sterren aan het muziekfirmament. Veertig jaar geleden zei Schoepen nochtans in HUMO ‘Een wonderkind ben ik niet geweest. Als ik aan mijn kinderjaren terugdenk, kan ik daar geen voorteken van latere successen in ontdekken. Het enige vak waarin ik uitblonk, is in geen enkel schoolprogramma te vinden: fluiten.’ 

Maar Bobbejaan is meer dan de artiest en liedjesschrijver, hij was ook de ziel van Bobbejaanland, het pretpark dat vorig jaar werd verkocht aan een Spaanse multinational. Bobbejaan had toen andere zorgen aan zijn hoofd: hij vocht tegen een darmkanker, een strijd die hij – voorlopig toch - wint.

Midden mei was de familie Schoepen te gast op het Antwerpse stadhuis, waar burgemeester Patrick Janssens himself Bobbejaan feliciteerde met zijn 80ste verjaardag, en eerder dit jaar verraste Schoepen met een onverwacht optreden op Saint Amour. Geflankeerd door zijn vrouw Josée – een voormalig fotomodel dat hij ontmoette in de Brusselse Folies Bergères en met wie hij in 1961 trouwde – en zijn jongste zoon Tom, een moraalfilosoof en uitgever van een tijdsbalk van de wereldgeschiedenis, geeft Bobbejaan Schoepen een vele uren durend interview, dat hij zelf beschouwt als ‘het laatste’.

BOBBEJAAN SCHOEPEN «’t Voelde goed om weer op de planken te staan. Vooral in Leuven was ik in mijn sas.»

HUMO Wat betekent dat voor u, publiek?

BOBBEJAAN «Ik denk: alles.»

JOSÉE «Optreden is zuurstof voor hem. De laatste jaren miste hij dat erg.»

BOBBEJAAN «Er is een tijd van komen en gaan, Josée. Vroeger zong ik graag van die vlugge nummers: een boogie, of zo... Nu heb ik liefst langzame liedjes, sad songs.»

HUMO Schrijft u nog altijd liedjes?

BOBBEJAAN «Ja, maar ’t kan zijn dat ze nog vijftig jaar in de kast liggen voor ze ontdekt worden (lacht).»

JOSÉE «Je hebt veel nummers ’s nachts geschreven, hé Bob.»

HUMO Waarom ’s nachts?

BOBBEJAAN «Dan is het stil, dan komt de inspiratie. Overdag is het te druk.

»’t Is niet alles hoor, ’s nachts componeren. Je ligt in je bed, je krijgt een idee, en, hup, je moet opstaan. Als je dat niet doet is het vergeten, weg, kapot. Soms was ik te lui, maar meestal was de drang toch te groot. Als je in je leven vijf liedjes schrijft die goed zijn, heb je goed gewerkt.»

Circuscowboy

HUMO Welk liedje is uw numero uno?

BOBBEJAAN «Qua verkoop was ‘Grijze haren’ een absolute topper. Heino, James Last en nog vijf artiesten hebben dat in Duitsland uitgebracht. Elk jaar worden er met moederdag nog honderdduizend van verkocht.»

JOSÉE «Het zijn andere tijden, nu. Vroeger wilden de mensen altijd ‘Hutje op de heide’ en ‘Café zonder bier’ horen.»

BOBBEJAAN «Je moet niet voor de elite schrijven, dan verkoop je niets.»

JOSÉE «Bob werkte voor de gewone mensen. Hij was een podiumbeest, iemand waar de mensen voor uit hun luie zetel kwamen. De zalen zaten bomvol, zodanig zelfs dat we een eigen circustent moesten aanschaffen. In de kleinste dorpen van Vlaanderen hebben we opgetreden.»

BOBBEJAAN «’s Middags reed ik op mijn paard rond om reclame te maken. Soms waren er mooi uitgedoste meisjes bij, of jongens. In het midden van de tent was een podium, zoals bij cirque du soleil nu, maar kleiner. We hadden ook mooie decors. Ik was altijd voor op mijn tijd.»

JOSÉE «Bobbejaan was een voorloper. Rudi Carrell wilde nadien hetzelfde doen in Nederland, hij is bij ons komen vragen hoe hij dat moest aanpakken. Maar het is hem niet gelukt.»

BOBBEJAAN «Misschien omdat hij geen paard had (lacht)

JOSÉE «Onze shows waren goed georganiseerd.»

BOBBEJAAN «Heel goed.»

JOSÉE «We hebben Carrell al lang niet meer gezien, maar vroeger kwam hij hier regelmatig.»

BOBBEJAAN «Hij heeft hier in de jaren zestig een huis gekocht.»

JOSÉE «Hij moest gaan lopen voor de fiscus in Duitsland. Waar kon hij naartoe? Naar der Bobbejaan. In één dag tijd moest hij een huis hebben.»

BOBBEJAAN «En hij moest Belg zijn. Het is gelukt. Ik heb de burgemeester gebeld en nog dezelfde dag had hij zijn paspoort.»

JOSÉE «Zoiets kan niemand, zei Carrell tegen Bobbejaan. ‘Gij zijt precies God de Vader.»

HUMO U kende veel mensen uit het internationale showcircuit. Wie blijft u altijd bij?

BOBBEJAAN «Caterina Valente. Heel grote madame. Ik heb een tournee met haar gedaan. En verder Dalida, en Toots Thielemans. Ik zei hem: ‘Toots, jij moet naar Amerika, jong.’ Het is hem gelukt, daar. Ik had ook een goed contact met Jacques Brel, die begin jaren vijftig in de Brusselse Ancienne Belgique met mij op de affiche stond. Elke avond ging hij na het optreden een pint pakken, en hij rookte de ene sigaret na de andere. Ik zei hem: ‘Jacques, je moet ermee stoppen.’ Hij kon het niet en hij is aan keelkanker gestorven. Jammer, want het was een toffe gast.»

bobbejaan schoepen jacques brelBeeld RV

Noodlottige sandwich

HUMO Wanneer kwam de muziek in uw leven?

BOBBEJAAN «Als kind. Mijn papa was ziek, en ik hielp hem in de smidse. Ik was nog geen twaalf jaar toen ik aan de blaasbalg stond. ’s Avonds leerde ik gitaar spelen. Ik zong Zuid-Afrikaanse liedjes - mijn artiestennaam komt trouwens uit een Zuid-Afrikaans kinderliedje: ‘Bobbejaan, klim die berg’.

»In het weekend trad ik met mijn zus op in cafés, we gingen dan met de hoed rond. Wat ik verdiende, gaf ik thuis af, op mijn 24ste had ik zelf nog geen frank. Toen heb ik op een dag tegen mijn moeder gezegd: ik ga beginnen voor mezelf. Ik heb een veldje gekocht en een huis gebouwd - het staat er nog altijd, tien jaar geleden heb ik het verkocht. Daar heb ik nu spijt van. Ik heb indertijd dag en nacht moeten werken om alles te kunnen betalen.»

HUMO Hebt u armoede geleden?

BOBBEJAAN «Nee, ik heb altijd geld gehad. Soms was het maar vijf frank, maar ik had geld. Voor de oorlog was vijf frank al een behoorlijke som. Een limonade kostte nog geen frank.»

JOSÉE «Toen we met Bobbejaanland begonnen zijn, hebben we het financieel wel moeilijk gehad. (Wijst naar Bobbejaan) Hij stond nummer één in Duitsland, hij kon er vragen wat hij wilde, maar we hadden hiér ons jawoord gegeven. Dat is toch even moeilijk geweest. Aan de grote vijver op het terrein stond hij te huilen. Jaja.»

BOBBEJAAN «Huilen doe ik nog altijd, hoor.»

HUMO Huilen lucht soms op.

BOBBEJAAN «Zo is dat.»

HUMO Waarom bent u met een pretpark begonnen?

BOBBEJAAN «Dat is een lang verhaal, jong. Ik had een groot stuk grond gekocht in Olen, voor 25 frank per vierkante meter. Nu is die grond 100 euro per meter waard, maar daar dacht ik toen niet aan. Ik had dertig hectaren grond vol beken en grachten gekocht, en de miserie begon!

»Een week later was ik op tournee door Duitsland en Oostenrijk. Voortdurend spookte het door mijn hoofd: wat ga je doen met die modder? In Berlijn moest ik in de Deutschlandhalle optreden voor 15.000 mensen. Twee keer een staande ovatie, en toen ik buitenkwam, stond er een massa volk. Ik heb wel vier uur lang handtekeningen moeten uitdelen. Moe dat ik was, maar toen ik terug in mijn hotel een sandwich en een spuitwater wou bestellen, zei de receptionist: ‘Herr Bobbejaan, leider haben wir nichts!’ De keuken was dicht. Ik werd zo kwaad op mijzelf. Ik dacht: ik werk mij uit de naad en ik kan niet eens een broodje krijgen! Die avond heb ik beslist mijn eigen verbruikzaal te bouwen. Zo is het gekomen. Echt waar. Als dat niet was gebeurd, zat ik nu nog met mijn modder (lacht)

Achter de tralies

HUMO Was u niet liever alleen artiest geweest in plaats van zakenman?

BOBBEJAAN «Goh, ik had er toen al 15 jaar tournees op zitten; ik begon echt wel behoefte te krijgen aan een vaste stek. Ik heb de lijsten bewaard van mijn optredens. (bladert door een stapel papieren) Ongelooflijk. Een tournee in Oostenrijk: 44 shows in 20 dagen, 11.000 kilometer met de auto. Dat was net voor we trouwden.

»Op mijn 21ste had ik auditie gedaan bij Jaak Kluger. Hij regelde voor mij optredens voor de Amerikaanse troepen: 150 dollar per week, wat toen veel geld was. Die Amerikanen werden uitzinnig. Ze gooiden met dollars en sigaretten.

»Op 400 meter van ons hotel werd het Nürnbergproces gehouden. Göring, Goebbels... Ze stonden er allemaal terecht. Verschrikkelijk, die concentratiekampen.»

TOM «Jij had er ook kunnen zitten, hé pa.»

BOBBEJAAN «Het had slecht kunnen aflopen met mij, ja. In de Ancienne Belgique in Antwerpen heb ik tijdens de oorlog de tekst van ‘Mama, ‘k wil een man’ eens aangepast (zingt): ‘Een Duitse man, dat wil ik niet, want schweinefleish, dat lust ik niet.’ Die hele zaal stond recht, begon te roepen en te tieren. Een kwartier later zat ik in de bak. Drie maanden heb ik in de gevangenis aan de Begijnenstraat gezeten. ’s Middags kregen we watersoep, voor de rest niets.

»De tekst van het liedje was goedgekeurd door de Deutsch-Flämische Arbeitsgemeinschafft, dus moesten ze mij wel laten gaan. Anders was ik allicht naar Auschwitz gestuurd. Maar ik heb er geen trauma aan overgehouden. Na mijn vrijlating ben ik het blijven zingen, ook van dat schweinefleish (lacht).

»Zo heb ik veel stoten meegemaakt, hoor. Mijn meest avontuurlijke tournee was Indonesië - ik moest er optreden voor de Nederlandse strijdkrachten. Vier dagen vliegen, met tussenlandingen in Caïro, Aden en op het eiland Mauritius. Toen ik in Djakarta aankwam was het er oorlog. Ik moest zingen terwijl de kogels ons om de oren vlogen. Letterlijk. (Lachje) In Nederland heb ik er nog een onderscheiding voor gekregen, voor moed en zelfopoffering.»

Nooit meer alleen

HUMO U bent al 44 jaar getrouwd. Wat is uw geheim?

BOBBEJAAN «Voor ik getrouwd was, wilde ik mijn vrouw opeten van liefde. Nu heb ik er spijt van dat ik het niet gedaan heb. Nee, wij zien elkaar zeer graag - twee handen op één buik, wat ook wel moet als je zo’n zaak runt. Wij maken nooit ruzie, Josée en ik. Tom is 35 jaar. Heb jij ons al eens horen tekeergaan tegen elkaar?»

TOM «Bah, wel eens discussies over zaken, maar dat zal wel normaal zijn.»

BOBBEJAAN «Natuurlijk dat. We hebben ook wel eens dispuut over een futiliteit, zoals het bad dat niet proper is, of de kraan die blijft lopen, maar dat komt overal voor. Wat ook helpt: ik was vroeger nooit thuis. (lacht) Drie weken hier, twee maanden ginder.»

HUMO Was er toen al sprake van groupies?

BOBBEJAAN «De vrouwen lagen aan mijn voeten, dat wel, maar ik had er geen tijd voor. Als je elke dag tot ’s nachts moet werken heb je ook geen goesting, zo pompaf ben je dan.»

HUMO Stel: u moet kiezen tussen vrouwen en geld?

BOBBEJAAN «Vrouwen. Maar dan wel mijn vrouw. Eén is genoeg.

»Geld interesseert met niet zo. Ik rijd nog altijd met een Audi van 12 jaar oud. Ik heb geen andere nodig.»

HUMO Bent u dan gierig?

BOBBEJAAN «Maar nee! Ik vind het gewoon zonde geld te geven aan een dure auto. Het is misschien wat comfortabeler om in de file te staan met een Cadillac, maar je staat ook stil, hoor.»

HUMO Waaraan wil u wel geld uitgeven?

BOBBEJAAN «Aan mijn studio. Maar ook niet overdreven. Ik ben begonnen met één grote microfoon boven het orkest en één patat voor mij. We namen op één spoor op, en we dachten dat we wonderen deden. Jaak Kluger zei: ‘Er kan nooit iets beter komen, Bob.’ Mijn botten. Er kwamen vier sporen, acht, nadien zestien, 32... Als je dan die sporen slecht mixt, zit je met brol. Bij mij is er één knopje voor hard en stil, een eentje voor dof en scherp. Daar kan ik alles mee regelen, en meer moet dat niet zijn.»

HUMO Komen mensen wel eens aankloppen om u geld te vragen?

BOBBEJAAN «Soms. Voor de tsoenami-actie heb ik geld gestort. Ik zeg niet hoeveel, maar redelijk veel.

»Zegt de naam Cyriel Delannoit u iets? Een grote bokser, kampioen van Europa geweest. Ik heb hem een job aan de tapkast gegeven, maar hij bakte er niets van - hij liet alles uit zijn handen vallen. Josée kende hem niet. Ze zei: ‘Wat is dat nu, Bob?’ Weet je dat nog, Josée?»

JOSÉE «Ja. Ik zei: ‘Een goede mens, maar ik moet iemand hebben die kan werken.’ Hij was zot geslagen, hij mankeerde iets in de kop.»

TOM «Ons moeder is ook wel een tamelijk harde zakenvrouw. (glimlacht)»

BOBBEJAAN «Ze heeft gelijk. In een zaak heb je niets aan toffe mensen, er moet gewerkt worden. Ik had compassie met hem. Ik heb Josée gezegd: ‘Geef ‘m wat geld, wat broeken en truien en stuur hem terug naar Brussel.’

»Ken je John Massis, ‘de sterkste mens van de wereld’? Op het einde zat hij compleet aan de grond, en hij kon het ook niet meer verkroppen dat hij ouder werd, en dat hij zijn stunts niet meer kon doen. Ik heb hem voorgesteld hier een act te komen doen. Hij wilde niet. En een pannenkoekenkraam of zoiets zei hem ook niets. En nu is ’t zo gegaan. (Massis pleegde zelfmoord, red.) Ik vind dat spijtig.»

Bobbejaan Schoepen en Josée SchoepenBeeld bobbejaan schoepen

Artiest zonder bier

HUMO Wat is voor u geluk?

BOBBEJAAN «Geluk, dat zijn momenten. En geld heb je er niet voor nodig. Wat wensen we elkaar toe met nieuwjaar? Een goede gezondheid. Vijf jaar geleden begreep ik dat nog niet. Ik was gezond, ik dacht dat ik niet ziek kon worden. ‘Hoe komt het dat een mens kanker krijgt,’ vroeg ik aan de dokter. Hij zei: ‘Meneer Schoepen, als ik dat wist, was ik morgen dollar-miljardair.’ Het kan ineens komen, zonder dat je het weet. Ik drink niet, ik rook niet, en toch ben ik ziek geworden.»

HUMO Geen alcohol, geen tabak. Wat was uw uitlaatklep?

BOBBEJAAN «Ik zeg niet dat ik nooit eens een glas gedronken heb. Ik ben zelfs eens strontzat geweest, maar daarna was ik acht dagen lang zo ziek als een hond. Dus drink ik niet.

»Ik begrijp niet dat mensen zich willen bezatten. Strontzat komen ze dan thuis, ze slapen tot de late middag, staan op met een houten kop, en dan beginnen ze opnieuw. Zeveren in cafés maakt niet gelukkig. Jij drinkt ook niet, hé Tom?»

TOM «Heel af en toe. Ik kan niet zo goed tegen alcohol, ik word er moe van. Maar jij had toch ook je geneugten in het leven? Je trad heel graag op!»

BOBBEJAAN «’t Is waar: die optredens waren een uitlaatklep. Ook als ik niet goed gezind was, liet ik de mensen lachen met mijn moppen. Als ik hier een grap moet vertellen, trekt het op niets, maar op het podium lukte het áltijd - zelfs als ik verschrikkelijk opzag tegen een optreden. Ik kwam op het podium en bàng, ik was in de mood. Het is iets magisch.

»Nu ik eraan denk: gelukkig zijn is in het ziekenhuis liggen, veel pijn hebben en een uur later vaststellen dat die pijn weg is. Dan voel je je heel gelukkig. Echt waar.

»Ze kunnen nu met een speciale scan zien of een kanker weg is. Bij mij zit het goed. Maar je kunt natuurlijk weer ziek worden van iets anders.»

JOSÉE «De ene houdt de chemotherapie vol, de andere niet. Bob was er dagen aan een stuk niet goed van, hij voelde zich ellendig, maar hij zette door. Je mag niet opgeven.»

BOBBEJAAN «Soms wilde ik het uitschreeuwen van de pijn, ik was zó moe, en om de haverklap zat die stoma vol. Dan moest ik Josée wegroepen van achter de kassa om het zakje te legen. Ik kon niet lopen, mijn evenwicht was weg. Tot ik op een dag dacht: ik wil dit niet meer, ik doe het zelf. Ik kroop van deze zetel – kruipen, hé, op handen en voeten – naar het toilet. Ik trok het infuus eruit, maakte het zakje proper, waste het af. Vijf minuten duurde dat.»

JOSÉE «In het begin is dat zeer moeilijk.»

BOBBEJAAN «Na een paar dagen had ik er zo’n routine in dat ik het in 45 seconden kon.»

Het eerste rad

HUMO Hoe was u als baas van uw personeel?

BOBBEJAAN «Zoals het hoort: streng. Anders kom je er niet.»

HUMO Is ondernemen moeilijker geworden?

BOBBEJAAN «Vooral het opstarten van een zaak is moeilijk, vind ik. Ik weet nog altijd toen we ons eerste rad kochten: gaan kijken in het fabriek in Duitsland, nadenken, twijfelen, doen. Dat reuzenrad draait nog altijd perfect. Elk jaar worden de bakskes afgenomen, de kettingen gesmeerd, alle moeren en schroeven nagekeken en geolied. De monorail is ook nog bijna zo goed als nieuw. De investering in die twee attracties was financieel pijnlijk. Nu kost zo’n attractie véél meer geld, maar het is anders: we staan niet meer persoonlijk borg, het park bestaat op zichzelf.

»Op de plaats waar nu de Typhoon staat, hadden we vroeger een looping. Het park is gebouwd op aangevoerde grond, en daardoor was het beton verzakt. Manneke, een spel dat dat was! Al het oude beton eruit, en honderden betonmixers zijn hier af en aangereden voor het draagvlak sterk en glad genoeg was. Alleen al dat voorbereidend werk kostte dertig miljoen frank. In de aankoop van de Typhoon en twee andere attracties hebben we elf miljoen euro geïnvesteerd, een half miljard oude Belgische franken, hé. Een goeie nieuwe attractie kost gegarandeerd drie miljoen euro. Er komt geen einde aan.»

HUMO Dus wilde u verkopen?

BOBBEJAAN «Vorig jaar in april heb ik de knoop doorgehakt. Ik zal je zeggen hoe dat ging.

»Bobbejaanland werkt ook met abonnementen. Veel gastjes van twaalf, vijftien jaar hebben zo’n abonnement. Ik heb graag met die mannekes te doen: ze hebben het hart op de tong. In april vorig jaar kwam een jongetje van Ekeren naar mij toe en zei: ‘Bobbejaan, het is hier niet duur.’ Op de Sinksenfoor in Antwerpen moest hij 6 euro per attractie betalen. Met zijn abonnement had hij bij ons al zes keer de Typhoon gedaan, vijf keer de Sledge Hammer... ‘Dat is goed, hé jongen,’ zei ik. Toen vroeg hij: ‘Wanneer komt er nog eens iets nieuws, Bobbejaan?’ Dat was een klap van de hamer. Ik zei: ‘Godver, Bob, wat sta je hier nog te doen?’ Net een half miljard frank geïnvesteerd en nog is het niet genoeg. Investeren is goed als je 30 bent, maar niet als je 79 wordt. Ik zag mijn vrouw zich kapotwerken aan die kassa. En ik heb gezegd: stop!»

JOSÉE «In mei vorig jaar hebben we het park verkocht. We zijn blijven doorwroeten tot de laatste dag. Ook nadien ben ik blijven helpen. We hebben een fantastisch seizoen gehad. Twaalf procent meer omzet.»

BOBBEJAAN «De laatste jaren is het fel verbeterd, maar vroeger kregen we weinig hulp van de overheid. Ik heb járen moeten lobbyen en zeuren en diners betalen om wegwijzers te krijgen. Man toch!»

JOSÉE «De mensen kwamen van Duitsland en ze wisten niet waar ze moesten zijn. Een schande! Niemand heeft ons ooit geholpen. En nu het laatste familiepark verkocht is, wil de overheid plots van alles gaan doen. Laat ze maar. Ik ben blij dat we er vanaf zijn.»

Bobbejaan SchoepenBeeld Bobbejaan Records

Het zwarte circuit

HUMO U verdient nu meer geld met niets te doen?

BOBBEJAAN «In mijn situatie klopt dat: als je kan leven van de intrest van je kapitaal ben je een rijke mens.»

HUMO Niet dat het mijn zaken zijn, maar was u blij met de ‘eenmalige bevrijdende aangifte’ van minister Reynders, waardoor zwart geld dat in het buitenland geparkeerd stond, kon worden witgewassen?

BOBBEJAAN «Kleine cafékes kunnen elke week twee vaatjes in het zwart kopen, maar dat gaat niet bij een grote zaak.»

JOSÉE «Onze fabrikanten zijn wereldfirma’s. Die werken niet met zwart geld.

»Wij kochten elk jaar nieuwe attracties, we hadden altijd veel kosten. Blijven investeren en afschrijven op korte termijn is een goede bedrijfspolitiek. Dan bouw je iets op. Maar dan moet je wel officieel werken.»

HUMO Wat zijn de dieptepunten van Bobbejaanland geweest?

TOM «We hebben een paar dodelijke ongevallen gehad.»

BOBBEJAAN «Ja, en dat doet pijn. De eerste keer was toen we nog geen attracties hadden in het park. Die man was in het water gesukkeld; één meter tien diep, maar hij is verdronken. Ik ben naar de begrafenis geweest, en ik ben daar goed ontvangen.

»De tweede dode was een onderhoudstechnicus. Hij stond aan de looping om de remmen na te kijken, en de trein is in volle vaart tegen het hoofd van die man gebotst. Op slag dood. We zijn naar de begrafenis geweest in het Luikse. Hij was een Marokkaan. Ik sprak geen Marokkaans, maar we verstonden elkaar. Een heel vriendelijke man. De verzekering heeft vijf miljoen betaald aan zijn weduwe. Het is twintig jaar geleden maar ik ben het niet vergeten. Ik heb er veel verdriet van gehad.»

HUMO En het topmoment van uw pretpark?

BOBBEJAAN «Het bezoek van prinses Astrid en haar man, Lorenz, en de kinderen. Heel joviale mensen. Er zijn hier heel veel hoogwaardigheidsbekleders geweest: zakenlui, bisschoppen, ministers... Ik herinner mij vooral het gesprek met Leo Tindemans: die man kon heel goed praten. En natuurlijk al die fijne ontmoetingen met de artiesten: Will Tura, Robert Long, Gerard Joling, Louis Neefs. Heel Vlaanderen is in Bobbejaanland geweest.»

HUMO Hebt u in de loop der jaren vijanden gemaakt?

BOBBEJAAN «Natuurlijk zijn er mensen die mij minder graag mogen, maar iedereen zegt mij nog altijd goedendag. Echte vijanden heb ik bij mijn weten niet.»

Het laatste woord

HUMO Wat apprecieert u in mensen?

BOBBEJAAN «Ik hou ervan als iemand spontaan en rechtuit is, zonder vooroordelen. Soms heb je geen al te hoge pet op van iemand, maar als je hem dan beter leert kennen, valt hij geweldig mee. Van mij ga je dus niet gauw horen dat iemand slecht is. Over het algemeen zijn de mensen goed, weet je. Alleen zijn ze soms jaloers omdat anderen meer hebben - niet altijd onterecht.

»Ik hou van mensen die bewijzen dat ze niet profiteren, dat ze doorzetten. Bij coureurs zie je dat. Een goed renner moet trainen, trainen en nog eens trainen. Boonen en een paar andere sporters kunnen dat opbrengen, maar de meeste niet. Veel jonge sporters kunnen ’t goed uitleggen en ze weten alles het beste, maar...»

HUMO ...ze hebben geen karakter?

BOBBEJAAN «Misschien is het de schuld van de ouders. Ze spelen te veel Sinterklaas, ze geven hun kinderen zoveel speelgoed dat niets ze nog kan boeien tegen de tijd dat ze een jaar of twaalf zijn. Ik ken mensen die hun zoon een auto kopen voor z’n achttiende verjaardag. Waarom zou je nog gaan werken als je het toch allemaal krijgt? Heel gevaarlijk.»

HUMO Hebt u uw kinderen streng opgevoed?

BOBBEJAAN «Je kan ’t ze misschien eens vragen.»

TOM «Streng niet, wel strikt. Mijn ouders waren behoorlijk gefocust op de zaak, hun levenswerk. Dat we in Bobbejaanland woonden gaf ons als kind wel een speciaal soort vrijheid - eigenlijk zijn we mee opgevoed door de mensen die er werkten. Dat beschouw ik nu als een verrijking.»

BOBBEJAAN «Ik moest alles zelf doen. Mijn ouders waren brave, hardwerkende mensen, maar van studeren was geen sprake, en van muziek al helemaal niet. Ik had een gitaar van honderd frank gezien, en ik zei: ‘Mama, ik zou gitaar willen spelen.’ Haar antwoord: ‘Wat is dat, een gitaar?’ En mijn vader had durven zeggen: ‘Leer maar op een gitaar zonder snaren, dat kost minder.’ (lacht) Ik wilde vooruit. Ik ben privé-lessen gaan volgen. En zodra ik de akkoorden onder de knie had, had ik het allemaal wel door.»

JOSÉE «Vroeger deden kinderen meer uit zichzelf. Nu worden ze meer gestuurd.»

HUMO Meneer Schoepen, wie beslist hier in huis: u of uw vrouw?

BOBBEJAAN «Zoals gewoonlijk, hé. Als je getrouwd bent moet je zwijgen (lacht)

JOSÉE «De taken waren altijd goed verdeeld...»

BOBBEJAAN «...en we waren goed op elkaar ingespeeld. Maar hij vraagt wie hier ’t laatste woord heeft.»

JOSÉE «Bob heeft het laatste woord, en ik het allerlaatste. (lacht)

»Nee, soms is hij dat, soms ik. We doen alles samen. Alleen over geldzaken beslist hij. We hebben nog nooit discussies gehad over geld.»

BOBBEJAAN «Ik haat portefeuilles. Geld in mijn zakken kan ik ook niet verdragen. Een paar euro, ja, maar meer moet ik niet hebben.»

Anderhalve keer meer miserie

HUMO Waar staat u politiek?

BOBBEJAAN «Ik zou ’t niet weten. (denkt na) Ik ben heel sociaal. Als ik vijf frank heb deel ik vier frank uit. Dat kan je socialisme noemen. Communisme wil zeggen: alles gemeenschappelijk. Een schone gedachte, maar je moet ze ook in praktijk kunnen brengen. Jezus was een communist.»

TOM (lacht) «Dat is een Schoepeniaanse uitspraak!»

BOBBEJAAN «Jezus is toch de grootste communist die er was! In de communistische landen reden de leiders in limousines, met de gordijntjes dicht; de mensen zelf hadden niets, ze crepeerden van de honger. Als dat communisme is, hoeft het niet voor mij.

»Liberaal, dat is voor mij liberté, vrijheid. Natuurlijk ben ik daar ook een voorstander van. Dus ben ik zowat alles: er valt geen etiket op mij te plakken.»

HUMO Is de samenleving harder geworden in de laatste decennia?

BOBBEJAAN «Toen ik klein was woonden er 1 miljard mensen op de wereld, nu zijn het er zes miljard. Dus heb je zes keer meer ambras. Vroeger waren we in België met 7 miljoen mensen, nu zijn we met tien miljoen. Dat is anderhalve keer meer miserie.»

HUMO Eén van de grote discussiepunten is het samenleven met andere culturen.

BOBBEJAAN «Ik ken joodse mensen, Araben, Turken. In de 42 jaar dat ik Bobbejaanland had, heb ik nooit problemen met hen gehad.

» Dat hier mensen met kapkes rondlopen, stoort mij niet. De bisschoppen en kardinalen hebben toch ook kapkes op? Als het waait, gaan ze alle twee vliegen. (lacht) Ik begrijp wel dat die sluiers en hoofddoeken af moeten in de klas, maar voor de rest...»

HUMO U deelt niet de mening van het Vlaams Belang?

BOBBEJAAN «Neen. Da’s een raar geval, die partij. De politici die begonnen zijn met het Vlaams Blok, deden dat uit frustratie omdat zij of hun vader na de oorlog in de bak hadden gezeten voor collaboratie. De jongste jaren zijn vooral veel mensen die in hun partij niet tevreden waren naar het Vlaams Belang overgelopen.»

HUMO Bent u gelovig?

BOBBEJAAN «De ene dag wel, de andere niet. Mijn vrouw wel. Maar daar praten wij nooit over, want dan wordt ze kwaad. Dat moet ik niet hebben (lachje). Mijn vader was heel katholiek. Hij was zelfs kerkmeester.»

TOM «En je moeder smeet de pastoor buiten.»

BOBBEJAAN «Ja. Op een keer kwam de pastoor mijn moeder zeggen dat ze naar te kerk moest komen. ‘Eerst het werk en dan de kerk,’ zei ze. En ze zette hem buiten!

»Na de dood van mijn vader is mijn moeder helemaal omgeslagen: ze ging altijd naar de kerk. Ik vergeet nooit de avond dat ze stierf. ‘Moet ik blijven, moeder?’ vroeg ik. ‘Nee,’ zei ze, ‘zoon, ik peins dat mijn pijp ver uit is.’ Ze wees naar boven, en ze was dood. Straf, hé.»

HUMO Hebt u het idee dat u ‘naar boven’ gaat?

JOSÉE «Hij is regelmatig ziek geweest, maar dat betekent niet dat je direct moet denken aan de dood. Alleen: als je ouder wordt, moet je je goed soigneren.»

BOBBEJAAN «Als je jong bent ook, Josée.»

TOM «Het eeuwig leven is strontvervelend.»

BOBBEJAAN «Zeker omdat je niets te doen hebt. Je zit daar maar te zitten, en af en toe mag je eens vliegen.»

TOM «Als je dood bent voel je niets. Een mens leeft voor nu, niet voor over 200 jaar.»

HUMO Wat wordt uw grafschrift?

BOBBEJAAN «Goh, wat moet daar opstaan? (denkt lang na) Niet te lang want dan kan je het niet lezen. Zo’n zerk is niet groot.»

HUMO Elvis Presley werd begraven op z’n domein.

BOBBEJAAN «Zogezegd. Die ligt daar niet. Je kan de mensen veel wijsmaken hoor.»

TOM «Je hebt nog niet gezegd wat op je grafsteen moet staan, pa. Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig.»

BOBBEJAAN «‘Ik lig hier dik tegen mijn goesting.’ Maar ’t moet, hé, ooit.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234