Martine Tanghe 1978Beeld BRT

de wonderjarenmartine tanghe

‘Gelukkig heb ik aan die jaren bij de nonnetjes geen blijvend letsel overgehouden’

De parel van de BRT-nieuwsdienst droeg zes jaar lang een kostschoolschort en voelde zich daar prima onder. Martine Tanghe: haar Wonderjaren tussen nonnen en babysokjes en nergens één man.

(Verschenen in Humo op 27 juni 1991)

MARTINE TANGHE «Kostschool: dat vat mijn Wonderjaren zo ongeveer samen. Het was vooral een voorgekauwd leventje: tot vier uur les, om vier uur boterhammetjes eten, van vijf tot zeven studie, dan weer eten, en vervolgens naar bed, licht uit en slapen. Want als er nog licht door het raampje in de deur scheen, stormde er binnen de kortste keren een non binnen.

»Ik ben in Kortrijk op internaat geweest, Lyceum Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen, een heel Vlaamse, heel katholieke school, met een heel goede naam. De leerlingen kwamen uit West- en Oost-Vlaanderen en woonden meestal tamelijk ver en moesten dus intern. Voor mij gold dat eigenlijk niet. Ik moet eerlijk zeggen dat ik eigenlijk niet weet waarom mijn ouders mij op internaat hebben gestuurd (diepe zucht, trieste ogen). Ik heb dat ook nooit gevraagd, maar ik neem aan dat zij daar hun redenen voor hadden. Gelukkig heb ik aan die jaren bij de nonnetjes geen blijvend letsel overgehouden. Alleen de maandagmorgen was een beetje erg. Mijn vader bracht mij dan om zeven uur naar school en ik hoopte dat we voor elk rood licht zouden staan, om het wat langer te laten duren.

»Als ik dan op mijn kamertje kwam — het waren kleine, nogal treurige kamertjes — was ik altijd een beetje triest. Maar als ik mijn koffertje eenmaal had uitgepakt, was het over.

»Ik heb die school niet zelf gekozen en mijn ouders al evenmin. De zusters uit het lager onderwijs hadden gewoon voor mij beslist dat ik daarheen zou gaan. Ze vonden mij een goeie leerling en dat was dè school uit de streek. Zij bepaalden ook dat ik Latijns-Griekse zou doen. Ik hoorde dat en dacht: Latijns-Griekse? Betekent da : wiskundeles in het Latijn? Geschiedenis leren in het Grieks? Hoe zal ik dat begrijpen?

»Ik was een arbeiderskind en het lyceum was nogal een sjieke school. In mijn klas zaten hoofdzakelijk kinderen van notarissen en doktoren. Ik heb altijd het gevoel gehad: dit is een dure school; mijn ouders moeten daar hard voor werken; ik mag hier dus zeker niet falen. Ik heb het dan ook heel goed gedaan. Ik zag dat ik niet zulke mooie kleren droeg als de andere meisjes uit mijn klas. Maar ik dacht: dat is niet het belangrijkste. Ik ben de éérste van de klas. Het is niet omdat ik máár een arbeiderskind ben, dat ik minder ben dan zij.»

HUMO Voelde je je echt anders dan de rijkeluiskinderen?

MARTINE TANGHE «Zij waren vooral uiterlijk anders. We moesten een schort dragen en ik was van de weinige zeer grote voorstanders van die maatregel. De rijke meisjes vonden het verschrikkelijk. Ze liepen met de knopen van hun schort open om hun mooie kleertjes te laten zien. Ik was juist heel blij met dat keurige schort: zo kon tenminste niemand zien dat ik elke dag dezelfde kleren droeg.

»Ik heb die jaren dus hard gestudeerd. Wat daarbuiten gebeurde, daar had ik geen benul van. Ik kwam niet buiten.» 

Beeld Herman Selleslags

HUMO Was je dan niet nieuwsgierig naar de buitenwereld?

MARTINE TANGHE «Het laatste jaar heb ik heel veel gelezen. Dat was het enige jaar dat het licht in je kamertje na negen uur mocht blijven branden, en daar maakte ik gretig gebruik van. Ik ging elke zaterdagmiddag als ik thuis was naar de bibliotheek om een stapeltje boeken te halen voor de volgende week. Dat waren wel geen boeken over wat er zich in de wereld afspeelde, maar, heel toepasselijk, de reeks ‘Pitty naar Kostschool’; dezelfde serie waar de zangeres Pitti Polak haar naam vandaan heeft gehaald. Het was ook een ongeschreven wet dat we het laatste jaar een radiootje op onze kamer mochten hebben. Ik luisterde elke avond naar Veronica. Vreemd genoeg kan ik nu geen vrije radio’s meer horen.

»Het klink saai, maar ik ging eigenlijk heel graag naar school.»

HUMO Was er dan niets waar je een gloeiende hekel aan had?

MARTINE TANGHE «Handwerken. (Zucht) Als ik dááraan terugdenk! Natuurlijk moeten meisjes — jongens ook trouwens — knopen leren aannaaien, maar nièt èlke dag! Ik heb honderden babysokjes gebreid. Verschrikkelijk. Als ze ons dan nog iets voor onszelf lieten naaien of breien, maar néén. Mijn kinderen hebben dan ook nooit zelfgebreide babysokjes gedragen (lacht). Neen, dat handwerken was echt afschuwelijk. Ik haalde er ook altijd heel slechte punten voor. Omdat ik zo ver achterstond op de anderen, moest ik iedere keer als ik een naald had gebreid, mijn werk neerleggen, naar het bord lopen en een streepje op het bord zetten om te laten zien dat ik weer een naald verder was. En dan rap terug, weer een naald breien en weer naar dat bord.»

HUMO Probeerden de nonnen een bepaald soort vrouwen van de meisjes te maken?

MARTINE TANGHE «De meeste meisjes van mijn klas zijn naar de universiteit gegaan. We werden echt opgeleid tot vrouwen die het wel ergens zouden brengen, niet tot moeders aan de haard. Mijn kritische zin heb ik van mijn geschiedenislerares meegekregen en daar ben ik haar eeuwig dankbaar voor. Zij bracht krantenknipsels mee die inspeelden op de actualiteit en liet ons daarover in de klas onze mening geven. Aan de hand van die artikelen vroeg ik honderduit over De Wereld. Ik hing aan haar lippen. Het was een wereld van oorlogen en geweld, zo anders dan de beschermde wereld van het internaat.»

HUMO Heeft u van de nonnen geleerd stand te houden in een bastion van mannen zoals de BRT-nieuwsdienst?

MARTINE TANGHE «lk weet niet of ik dat dáár heb geleerd. Maar één ding is daar zeker tot mij doorgedrongen: dat ik nooit zou kunnen leven in een maatschappij met alleen maar vrouwen. Tussen die nonnen volstond het soms dat er één wit zei om de ander zwart te laten zeggen. Er zat daar veel opgekropte nijd, en naijver.»

Beeld SPEELGOEDMUSEUM

HUMO Hoe gingen de nonnen om met jullie ontluikende seksualiteit?

MARTINE TANGHE «Daar werd met geen woord over gesproken. Absoluut niet. We kregen wel voorlichting, maar daar heb ik geen al te goede herinneringen aan. In de vijfde gingen we daarvoor op retraite: drie dagen op een kasteeltje in Schoten. Daar is vanalles gezegd over kindjes die ter wereld komen, maar niet één keer is er over De Man gesproken. Ik zal het nooit vergeten: we kwamen terug met het idee dat we in ons eentje kinderen konden krijgen Er werd ons wel verteld dat we allemaal vroeg of laat gingen bloeden en dat dat de rest van ons leven elke maand zou terugkomen: informatie die voor de meesten rijkelijk Iaat kwam.

»Ik heb wat dat betreft sowieso niet zulke goede ervaringen met de nonnen. In de zesde klas van de lagere school moest ik eens naar de parabel van de Overspelige Vrouw luisteren. Ik kende het voord ‘overspelig’ niet en vroeg wat dat betekende. Begon die non mij toch uit te schelden Ze stuurde mij woedend de klas uit, zonder dat ik begreep waarom. Zo zijn er waarschijnlijk generaties kinderen op school dingen verteld die ze niet begrepen en die ze blijkbaar ook niet móchten begrijpen.»

HUMO Wat was het eerste dat je deed als je in het weekend thuis kwam?

MARTINE TANGHE «Lekker eten bij mama! (lacht). Het eten op kostschool was erbarmelijk. Het voordeel is: ik eet nu alles. En zaterdag ging ik wel weer een beetje leren hoor. Ik wou mijn best doen op school, hè.

»Ik heb mijn eerste Engels geleerd door met mijn broer naar de radio te luisteren. The Monkees! ‘Proud Mary’ van Creedence Clearwater Revival! Zo leerde ik al veel zinnetjes en Engelse constructies.

»En toen kwam Boudewijn de Groot. Van hem kende ik alle liedjes van voor naar achteren uit het hoofd. Op school schalde ‘s avonds trouwens altijd ‘Verdronken Vlinder’ en ‘Meneer de President’ door de benedenzaal. Een paar meisjes speelden gitaar en wij zongen. Ook ‘Tous les garçons et les filles’ van Françoise Hardy, heel melancholisch. Daar herkenden we onszelf in: ‘Alle jongens en meisjes lopen hand in hand door de straten, maar niemand wil mij’. Dat zongen wij met volle overgave. We voelden ons heel onbegrepen.

»Op school maakte ik ook kennis met de klassieke muziek. Dat was natuurlijk iets wat ik niet kende uit het arbeidersmilieu waar ik uit kwam. Ik heb dat tijdens de muziekles echt leren appreciëren en ik hou er nog altijd heel veel van. Ik leerde op school dingen die uit een andere wereld kwamen dan de mijne. Daar ben ik de school nog altijd heel dankbaar voor.»

HUMO Kun je je eerste fuif herinneren?

MARTINE TANGHE «Ik ben eens door een meisje uit mijn klas voor haar verjaardagsfeestje uitgenodigd. Ik vond het nogal vreemd want ik was eigenlijk helemaal geen goed vriendinnetje van haar. Maar goed, ik was er toch wel blij mee. Mijn vader bracht mij ernaartoe, ik kwam daar binnen en zij stelde iedereen aan haar ouders voor: ‘Dit is Leentje, dit is Christien’, en toen wees ze op mij en zei: ‘En dát is nu de eerste van de klas’. Ik ging door de grond: ‘waarom word ik niet voorgesteld als ‘Dat is Martine’?’ Ze had mij blijkbaar alleen maar uitgenodigd om wat prestige aan haar feestje te geven. Ik vond het vreselijk dat ik niet om mezelf was gevraagd. (Vol walging:) Jezus Christus! Maar ik hield mijn mond.»

HUMO Heb je ooit vriendjes gehad?

MARTINE TANGHE «Nee, maar we spraken over niks anders. Een paar van mijn vriendinnetjes zaten bij de Chiro. Ik vond het niks om ook nog op zondag van huis weg te zijn. Ik zag het ook niet zitten om in zo’n groep ergens naartoe te trekken. Maar zij hadden ieder weekend wèl contact met jongens en ‘s maandags vertelden ze over ervaringen waarvan ik alleen maar kon dromen. Maar toch niet genoeg om ervoor bij de jeugdbeweging te gaan (glimlacht)

HUMO Had je een dagboek?

MARTINE TANGHE «Ik noemde dat mijn Droomdagboek. Ik droomde toen ongelofelijk veel, geen nachtmerries, maar heel merkwaardige surrealistische avonturen die zich in een soort carnavalsfeer afspeelden. Ik schrééf heel veel. Tijdens de studieuren verveelde ik me altijd en schreef hele epistels over Het Leven aan mijn vriendinnen.

»In die periode ontdekte ik ook dat mijn ouders ook maar mensen zijn, en fouten maken. Pijnlijk vond ik het toen ik mijn moeder en vader voor het eerst met tranen zag en me realiseerde dat ze elkaar en anderen verdriet aan konden doen.

»Dat ik vijf jaar lang mijn ouders alleen maar in het weekend zag, heeft wel veel conflicten voorkomen. Ik hoorde andere kinderen daar wel over. Maar ik zag mijn ouders maar anderhalve dag per week en ik was blij als ik thuis was. Dan ging ik toch geen ruzie maken? Als ik vol verwarde, tegenstrijdige gevoelens zat, praatte ik daar wel met vriendinnetjes over. Ik heb een goede relatie met mijn ouders, gewoon omdat ik nauwelijks de kans heb gehad om moeilijkheden met hen te hebben.

»Ach ja, ik ben vooral een ernstig en verstandig kind geweest ; je hebt veel tijd om na te denken als je zes jaar op internaat zit. (Zucht) Zes jaar is lang hè. lk zou mijn kinderen zolang niet kunnen missen. » 

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234