null Beeld ever meulen
Beeld ever meulen

vrouwen over hun borsten

‘God,’ bad ik, ‘geef mij borsten’, maar hij gaf me veel te veel

Borsten. Grotere borsten. Rondere borsten. Kunstborsten. Vooral méér borsten. In de straat. Uit blouses. Door T-shirts. Onder truitjes. Op posters. ‘Mmmm,’ denken mannen onder u. ‘Tja,’ denkt het geremdere type. ‘Bah,’ denken degenen die ècht hard tegen de verleiding moeten vechten. ‘Geld,’ denken de reclamejongens. Er wordt nogal wat afgedacht over borsten. En wie ze zelf heeft zit er mooi - soms ook minder mooi - mee, want van wie zijn ze nu eigenlijk? Van de drager of de kijker? Ben je als borstbezitster nu machtig of juist onderworpen aan een dwingend mannelijk verlangen? En wat doè je? Vecht je daartegen? Geef je je eraan over? Of laat je je borsten bekijken en speel je ermee? We vroegen het de draagsters zelf en als zonet uit een knellend corset bevrijde boezems barstten ze los.

Redactie

Suzan (30), siliconenborsten: ‘Het godswonder bleef uit’

SUZAN «Ik vind mijn borsten wel mooi, vol en zacht, maar ook lastig. Alleen bij het vrijen ben ik blij dat ze er zijn - dat komt dan door de appreciatie van mijn vriend. Maar meestal zijn ze me nu iets te veel aanwezig. Ik vind ze te groot.

»De grootste schrik na de operatie was dat de focus van mannen op mij volledig was verschoven. Het was enorm vreemd te merken hoeveel mannen me niet meer aankeken. Barkeepers presenteerden de rekening van mijn glaasje wijn niet meer aan mij maar aan mijn borsten. Wildvreemden veroorloofden het zich in de tram langs mijn boezem te strijken en als ik hardliep zoemde het van het ‘zie ze eens heen en weer gaan’-commentaar. Mijn borsten waren dingen geworden. Publiek bezit. Ik verafschuwde dat. In het begin wist ik niet wat ik ermee aan moest. De verandering was ook zo plotseling, en - zoals elke vrouw - zocht ik natuurlijk eerst de fout bij mezelf: zie ik het wel goed? Reageer ik niet overgevoelig? Maar na een tijdje weigerde ik dat te aanvaarden en begon ik als mannen weer eens mijn borsten in plaats van mij het antwoord op een vraag gaven, agressief naar hun kruis te staren. Gewoon om iets terug te pakken. Zij hadden mij ook iets afgenomen. Zo voelt dat namelijk: iets wat heel erg privé is wordt opeens ongevraagd ‘publiek’. Maar voor ik zo durfde te reageren, heeft het toch een paar jaar geduurd.

»Mijn operatie heeft mijn kijk op de man veranderd, of liever: op scherp gesteld. Ik zie nu heel duidelijk verschil tussen mannen die zich bewust op mijn borsten fixeren - er opmerkingen over maken en er voortdurend naar turen - en diegenen die het niet kunnen helpen, wier ogen onwillekeurig mijn decolleté inzakken: ‘Doe dat nu niet, jongen,’ denk ik dan. ‘Probéér het nu’.

»Het ergste vind ik dat sommigen denken dat zij je er een compliment mee geven. Zo van: je mag blij zijn dat ik aan je borsten wil zitten. Alsof hun aandacht een soort godsgeschenk is. De arrogantie!

»Vlak na de operatie heb ik ze heel even verstopt. Ik vond het doodeng. Soms moest ik meteen als ik opstond in de spiegel kijken, maar op andere momenten wilde ik dat dan juist weer niet. Dan deed ik gewoon even alsof ze er niet waren. Een hernieuwde kennismaking, dát was het eigenlijk. De eerste keer had ik ook echt het gevoel dat ik door mijn dokter aan mijn nieuwe borsten werd voorgesteld. Ze werden officieel onthuld. Heel bizar. Hij wilde toen ook weten of hij het goed had gedaan. Maar ik schrok me wezenloos. Ze waren mooi, maar veel te groot. Ik had helemaal niet gevraagd om grotere maar steviger borsten. Oké, ze zouden dan wel iets groter worden, maar toch niet zo groot.

»Ik had kleine borsten, maar dat was niet het ergste. Ze waren te zacht En het vreselijkste was dat, toen ik mijn borsten aan mijn dokter toonde, hij zei: ik.begrijp wat u bedoelt. Knal! Een autoriteit bevestigde het: ik had foute borsten.

»Ik was jong (24) en erg onzeker, en al mijn onzekerheid had ik op mijn borsten gefocust. Ik dacht werkelijk: als die borsten nu maar mooi zijn, valt die onzekerheid weg. Natuurlijk heeft de arts me wel een keertje, gezegd van: nieuwe borsten nemen maken geen zelfverzekerd persoon van je. Maar een beetje wanhopig persoon hoort zo’n opmerking niet. Natuurlijk zei mijn eigen verstand mij ook vaak genoeg dat mooiere borstenmij heus geen onaantastbaar zelfvertrouwen gingen bezorgen, maar een ander stuk van mij wilde in een godswonder geloven. Helaas. Iedereen die over zo’n operatie denkt raad ik aan: praat voor je beslist met iemand met vergrote borsten en realiseer je goed wat jemet die borsten eigenlijk wil bereiken.

»Kennelijk was mijn onzekerheid vooral onzekerheid over hoe ik overkwam op de buitenwereld. Je borsten zijn toch het toppunt van vrouwelijkheid aan de buitenkant. Je toont ze. Men ziet ze. En zien, dat zijn dan voornamelijk mannen. In feite haalde ik mijn gevoel van vrouwelijkheid uit de blikken van de mannen. Ik denk dat het tijdens mijn puberteit is dat de mening van die mannen bij mij naar binnen is geslagen. Je moet je voorstellen dat je je net vrouw begint te voelen en de jongens in de disco zeggen: goh, jij hebt ook niet veel. Dat bijt in je vel, hoor. En het waren niet alleen de opmerkingen maar ook de blikken die mij zeiden dat er iets niet in orde was met mijn borsten. Zelfs mijn moeder zei me in die tijd een beetje teleurgesteld: ‘Ze zijn wel erg klein.’ Dat hakte er helemaal in. Vanaf dat moment gaf ik de schuld van al mijn ongenoegen, onzekerheden en falen aan die te kleine borsten.

»Vriendinnen vragen me nu wel eens of ik me met mijn nieuwe botsten verleidelijker voel - zeker nu de volle boezem weer gepredikt wordt op alle reclameposters. Maar de eerste keer dat ik die foto van de H&M-reclame zag, dacht ik: Jézus wat bloot, groot en veel! Ik vond het wanstaltig. Ik heb nooit Marilyn Monroe willen zijn; het was dus niet de macht van het onweerstaanbare sekssymbool die ik wilde. Maar het nare van grote onzekerheid is dat het je enorm onmachtig doet voelen, en die onmacht wilde ik de kop indrukken. Het resultaat is dat de tramchauffeur, nu als hij me aan ziet komen rennen wel sneller stopt en dat ik bij de slager eerder word geholpen, maar dat neemt je gevoel van onmacht niet weg.

»In het begin wist ik helemaal niet hoe ik met die grotere horsten moest omgaan: ik ben van nature geen extrovert ie-mand en nu was er opeens iets heel extraverts aan mij. Ha maakte me vreselijk onhandig. Ik kon maar niet beslissen tot waar een decolleté mooi was; hoe strak mijn truitjes konden zijn. De complimenten streelden me wel, maar wat ik me ook vooral realiseerde was: hoe graag ik die complimenten had gehad voor mijn eigen borsten. De complimenten over mijn boezem raken me nog steeds nooit echt, want die borsten zijn maar een deel van mij en dan nog een deel dat niet echt van mij is.

»Om de operatie voor mijzelf te rechtvaardigen heb ik heel lang willen geloven dat die borsten wel een verbetering waren. Ik probeerde die aandacht voor mijn borsten als een bewijs te zien dat ik meer vrouw was. Ik had het mezelf met die operatie natuurlijk ook heel moeilijk gemaakt om onder dat juk van die uiterlijke beoordeling uit te kruipen. Maar uiteindelijk moest ik toegeven dat de appreciatie van mijn borsten, waar ik zo naar had uitgekeken, helemaal niet maakte dat ik me beter voelde. Dat was een schok, maar uiteindelijk was het vooral verhelderend. In feite heeft de operatie mij wel de oplossing gebracht, door mij te dwingen het onvermijdelijke in te zien: ik moest absoluut iets doen aan mijn oordeel over mezelf. Maar het heeft zeker vijf jaar geduurd voordat ik de aandacht richtte op de mens achter de vrouw. Toen heb ik ook - om mezelf los te scheuren van het oordeel van de anderen - een tijdlang alle complimenten radicaal afgewezen.

»Als mijn vriend mij nu zegt dat hij mijn borsten mooi vindt, hoor ik dat wel graag. Maar dat is omdat ik weet dat hij in eerste instantie van mij houdt. Want dat is natuurlijk waar ik uiteindelijk naar zocht: naar liefde. En die borsten, die kregen alleen maar aandacht.»

Lisa (30), de moeder: ‘De moeder staat boven de verleidster’

LISA «Vroeger had ik meer puntige Afrikaanse borsten, nu ben ik echt rondborstig. Ze geven me een heel weelderig gevoel. Ik ben niet meer dat meisje dat iedereen maar in mij bleef zien. Veel vrouwelijker. Niet sensueler; ik speel of suggereer er niet mee. Integendeel, ik heb nu heel weinig chroom over mijn borsten. IK durf ze tamelijk gemakkelijk in het openbaar bovenhalen, zelfs als mijn schoonvader in de buurt is - iets dat ik anders toch niet makkelijk zou doen. Ik voel wel zodra ik mijn blouse openmaak dat hij zijn blik afwendt en kasten en stoelen begint te bestuderen om er toch vooral niet naar te hoeven kijken. Ergens compromitteer ik er mensen mee: ik mag die borsten nu tonen; de beslissing ernaar te kijken of niet, ligt bij hen. Vooral het openen van de beha en het uithalen van de borst is een cruciaal moment, omdat de tepel dan zichtbaar is. Een borst met een tepel wordt geassocieerd met seks, maar zodra de baby aanligt valt die seks weg, ben je moeder en durven de mensen wel te kijken. Dat kind moet dus wel tamelijk snel aan de borst liggen. Als ik te lang met mijn tepel bloot zit, begint de seks te spelen en voel ik me bekeken.

»Ik voel me met die ronde borsten niet extra verleidelijk, neen. Dat komt ook wel door mijn man. Mijn gevoel over hoe sensueel ik ben, hangt af van zijn appreciatie en hij vindt mijn borsten niet meer zo aangenaam omdat ze zo hard en knobbelig aanvoelen. Hij ziet liever fier rechtopstaande kleine borstjes. Ik vind dat jammer. . Eigenlijk staat de erotiek op het ogenblik in z’n geheel toch een beetje op de achtergrond. Alleen al die lelijke beha met compressen ertussen. Neen, die borsten zijn op het ogenblik voornamelijk functioneel: dat kind groeit en verdikt dankzij die borsten. Al is dat zuigen aan mijn tepel soms wel prettig. Ik geloof niet dat ik er seksueel van opgewonden raak, maar het is toch minstens even aangenaam als wanneer een man met je borsten aan het vrijen is.

»Bij andere mannen voelde ik tijdens de zwangerschap en ook daarna nog heel sterk dat ze in mij als vrouw niet meer zo geïnteresseerd waren als voordien. Je behoort opeens tot een andere categorie. Zo’n man zei me het eens letterlijk: zwangere vrouwen interesseren mij niet. In hun buurt zijn die flinke borsten dus ook geen surplus waarvan je kunt profiteren. Geen enkele vrouw heeft graag het gevoel helemaal niet verleidelijk te zijn. Maar mij doet het eigenlijk niets. Integendeel, ik voel me daarboven staan. De moeder staat boven de verleidster.»

Gitta (15): ‘Bloot vind ik ze zo vies’

GITTA «Bij mij zijn ze in het eerste middelbaar beginnen groeien. Ik keek in die tijd vóór het turnen in de kleedkamer al in de spiegel, zo van: zie ik daar nu al een kleine bobbel, of beeld ik het me in? Ze waren nog heel klein, maar ik wilde toch al een beha, want iedereen had er al één. Omdat ze in mijn maat geen beha’s hadden, kocht ik dan maar elastieken topjes. Maar daarover droeg ik wel wijde blouses en grote pulls en volgens mijn moeder liep ik krom. Aan de ene kant vond ik die borsten tof, je denkt toch: gelukkig, ik ben normaal, ze groeien ook mij bij, maar... Mijn oma heeft een café. Ik zal nooit vergeten hoe zij, toen ik daar een paar jaar geleden eens binnenliep, door het hele café schreeuwde: ‘Maar Gitta; je begint fier te worden! ‘Daar stond ik dan, midden in dat café, met over mijn nieuwe borstjes alleen maar een T-shirt. Ik wilde ter plekke door de grond zakken. Woedend was ik op haar: waarom deed ze dat, bij háár waren die borsten toch ook ooit gegroeid! Dan ga je ook twijfelen: ben ik soms te jong? In die tijd begon mijn meter ook al van: Gitta, doe je hemdje eens omhoog. Toon ‘s wat je hebt. Dus om te voorkomen dat de rest van de familie zo raar zou beginnen doen, ben ik ze gaan. verstoppen.

»Vorig jaar ben ik met moeder mijn eerste echte beha gaan kopen. Ik ben me toen doodgeschrokken, toen die vrouw van de behawinkel opeens in mijn pashok stond en haar vingers tussen het elastiek stopte. Knalrood werd ik. Wist ik veel dat het normaal was dat zo’n vrouw de maat komt checken. Ik schaamde me dood. Ik draag geen sexy ondergoed. Geen kantjes en strikjes. Gewoon beha’s van zacht katoen, die goed zitten en makkèlijk dicht gaan.

»Ik ben blij dat mijn borsten er zijn. Er zit een meisje bij ons de klas dat heel weinig heeft. Ze wil af en toe weten welke maat wij nu al hebben. Dan zucht ze en zegt: had ik dat maar. Die reclame van Pa-mela Anderson maakt het voor haar ook alleen maar erger. Dat heeft toch invloed. Dan gá je zulke dingen ook denken. Ik vind dat wel zielig voor haar. Maar ze is pas vijftien, dus ik hoop voor haar dat haar borsten nog zullen groeien.

»Er zijn nu wel meer jongens die me op straat aanspreken en dingen zeggen als ‘Ik zou je wel willen verleiden en allerlei dingen met je willen doen.’ Ondertussen kijken ze dan naar mijn borsten. “t Is al goed hoor,’ zeg ik dan en loop door. Ach ja, zo doen ze nu eenmaal. Er zit nu een jongen bij ons op school die loopt op te scheppen dat hij een poster van Pamela Anderson op zijn kamer heeft. Ik denk dat het normaal is dat jongens borsten mooi vinden, ernaar kijken en soms denken: ‘dat zijn goeie’. Maar toch, ze moeten niet alleen maar naar het uiterlijk kijken. Niet alle jon-gens zijn zo. Mijn vriendin met weinig borsten heeft al de meeste vriendjes gehad.

»Ik heb nog nooit met een jongen verkeerd, en als ik een vriend zou krijgen zal ik hem mijn borsten zeker niet meteen tonen. Hij moet minstens een maand wachten voordat ik ze laat zien. En tijdens die maand moet hij héél lief zijn. En hij moet ondertussen zeker niet met nog andere meisjes gaan. Hij moet mij willen en mij helemáál. Niet alleen maar mijn borsten. Anders is het de moeite niet. Ik weet wel niet áls je echt heel erg verliefd wordt, of je dat wachten wel een maand volhoudt (zucht). Neen, ik denk er niet over na of ze in de toekomst wel goed zullen blijven. Ze stáán er pas! Soms voel ik ze bewegen terwijl ik loop - dat is wel raar - en af en toe doen ze ook pijn. Dan weet ik: ze zijn aan het groeien.

»Ze moeten wel niet te groot worden. Als die borsten voortdurend het eerste zijn wat anderen aan mij opvalt en mensen: ‘Hallo Gitta’ tegen mijn borsten beginnen te zeggen, laat ik me meteen plastisch opereren.

»Ik vind mijn borsten alleen maar mooi als ik kleren aan heb. Dan ben ik wel trots op ze. Bloot niet. Al dat witte vel, ekkes. Ik kijk er niet graag naar. Neen, als ik in bad ga probeer ik altijd de spiegel te mijden. Ik zal ook zeker niet topless zonnen. Het stoort me niet als anderen. dat doen, maar voor mezelf vind ik dat vies. Ik denk wel eens: vind ik ze nu echt niet mooi of ben ik soms ouderwets, en durf ik gewoon niet te zeggen dat ik ze mooi vind? Misschien ben ik wel - hoe heet dat ook alweer? -preuts zeker?»

Gerda (33), verkleinde borsten: ‘Soms háátte ik ze zo erg’

GERDA «Tot twee jaar geleden voelde ik me meer borst dan vrouw. Ik was ervan overtuigd dat mannen altijd alleen maar geïnteresseerd in mij waren vanwege mijn borsten. Waarschijnlijk gold het niet voor alle mannen maar met al dat commentaar op straat ‘Amai, is dat allemaal van u?’, en al die jongens die terwijl ze langs liepen snel mijn borsten vastpakten en daar volgens mij ook weddenschappen over afsloten, kon ik ook niet anders dan denken dat de rest er niet toe deed. In de zomer durfde ik nauwelijks bij een rood licht de straat oversteken: ik zag dan al die mensen die in hun auto voor het rode licht stonden en dan dacht ik: als ik hier nu oversteek zullen zij állemaal tegelijk naar die borsten zitten staren. Dat beklemde mij zo dat ik liever omwegen zocht.

»Ik heb pas heel laat borsten gekregen. Al mijn klasgenootjes droegen al een beha en ik had helemaal niks. Dat was zo erg. Ik weet dat ik elke avond in mijn bedje lag te bidden van: Oh God, geef mij alstublieft borsten. Als u mij borsten geeft; zal ik de rest van mijn leven in u geloven. Op mijn zestiende groeiden mijn borsten in twee maanden tijd opeens uit tot een boezem met dubbel D-cup. Ze waren zo extreem groot dat ik ‘s nachts tegen God zei: Dit is ook niet eerlijk. Nu heeft U mij toch te veel gegeven en geloof ik toch ook niet meer in U.

»In het begin vond ik het vooral zelf ongemakkelijk. Voordat ik borsten kreeg zwom ik graag en deed ik veel aan sport; maar met die borsten ging dat niet meer: en die vreselijk beha’s die ik aan moest! Geen mooi kant, geen strikjes, maar vreselijke lelijke pantsers. Het is niet voor niets dat ik nu in een lingeriezaak werk en een corset-teriecursus volg. Ik wil proberen voor vrouwen met borstenproblemen bétere oplossingen te vinden. Er zijn wel steeds meer mannen die complexen hebben over hun uiterlijk en in het pashokje hun hart bij mij uitstorten over hun te weinig gespierde billen, maar de vrouwenborsten spannen toch nog steeds de kroon als algemene bron van el-lende. Ze zijn te klein, te groot, te ongelijk, en een heel aantal vrouwen is doodongelukkig omdat ze hun borsten hebben laten vergroten om hun relatie te redden, maar uiteindelijk toch zonder man zitten en mét dikke borsten die ze zelf eigenlijk heletaal nooit wilden.

»Bij mij drong het pas op latere leeftijd door hoezeer ánderen mij zagen als iemand met grote borsten. Ik heb ze nooit weggestoken. Veel vrouwen met zulke borsten lopen voorovergebogen en hullen zich in grote pulls. Dat deed ik niet. Ik dacht: ik heb ze, dus zal ik ze tonen ook. Vandaar dat veel mensen schrokken toen ik me liet opere-en. Zij dachten dat ik er juist trots op was. Tja, ik had nu eenmaal het idee in mijn hoofd van: het enige waarin de mensen, of liever: de mannen - want die waren voor mij toch nogal belangrijk - geïnteresseerd zijn, zijn mijn borsten. Toen ik jonger was beschouwde ik de heersende idee ‘mannen vallen op borsten’ trouwens als een algemeen aanvaard gegeven. En aangezien mijn boezem zo extreem was, leek mij de aantrekkingskracht die ze zouden uitoefenen iets onontkoombaars.

»Ik heb ze pas anderhalf jaar gelden laten opereren, terwijl ik al tien jaar met het idee in mijn hoofd liep: ik durfde niet. AI die tijd bepaalden die borsten eigenlijk mijn leven en mijn gedrag naar anderen toe. Die borsten waren letterlijk en figuurlijk een barrière tussen mij en de anderen. Tussen mij en mannen omdat ze niks anders zagen, maar ook tussen mij en vrouwen, want ik dacht: vrouwen zullen mij vanwege mijn borsten wel als bedreigende concurrentie zien.

»Ik kon ze soms echt haten.

»Doorslaggevend voor mij was mijn bezoek aan de ziekenkas. Als je borsten echt te groot zijn vergoeden zij je borstverkleining. Nu, ik hoefde daar maar heel even mijn T-shirt op te heffen en de terugbetaling was al geregeld. Dat was voor mij het bewijs: al die denkbeelden over mijn borsten zaten kennelijk niet alleen in mijn hoofd. Ik had het recht en alle redenen er ongelukkig.mee te zijn. Dat was een opluchting. Het bewees ook dat ik niet handelde uit ijdelheid. Want dat wilde ik niet. Ik heb mezelf ook gezworen: voor de rest ga ik niet aan mezelf laten sleutelen. Want ik ben echt geschrokken van wat ik tegenkwam bij al die plastische chirurgen die ik bezocht heb, op zoek naar één die mij beviel. Bij sommigen ligt de wachtkamer echt vol met boekjes over perfecte uiterlijken en de vrouwen die ik daar ontmoette konden dan ook niet genoeg krijgen van de ingrepen. Nog een correctietje hier, nog een correctietje daar en dan zijn ze ‘ nog niet tevreden. Vreselijk. Met zulke mensen wilde ik niets te maken hebben.

»Mijn chirurg raadde me aan een maat te kiezen die nog in verhouding was met mijn lichaam. Het werd een C-Cup. Nog een redelijke maat, maar als je van dubbel D komt moet daarvoor van elke borst toch een halve kilo af. Een operatie van vier uur: ze snijden dat eruit via een snee onder je borst en één van onder naar je tepel. De tepel wordt er ook uitgesneden en later weer in het midden gezet. De littekens vallen heel erg mee. Ik vind ze in ieder geval veel minder erg om te hebben dan die dikke borsten.

»De avond voordat ik het ziekenhuis in ging, klopte mijn hart in mijn keel. Ik heb in mijn eentje een polaroid geno-men van mezelf in mijn blote borsten. Als een soort afscheid, maar ook voor later, om op moeilijke momenten naar te kijken.

»Toen ze na een paar dagen werden uitgepakt, waren ze heel stijf en hard - de zwaartekracht wordt geacht later zijn werk te doen - maar ik was gelukkig! Iedereen vond ook dat ik er voor iemand die zo’n zware operatie had ondergaan, wel heel stralend uitzag. Lichamelijk was er ook een ballast van mij afgevallen. Ze waren echt zwaar. Ik voel mij nu zoveel vrijer. Veel minder beschaamd ook. Mensen zeggen mij ook dat ik anders loop en dat ik opener ben geworden.

»Alleen in verband met mannen moet mijn hoofd de nieuwe situatie nog een beetje verwerken. Dat kan natuurlijk niet anders als je vijftien jaar lang de-vrouw-met-de-dikke-borsten bent geweest. Vroeger gedroeg ik me ook als iets dat ondergeschikt was aan die borsten. Ik ging mee in dat idee van: ik ben alleen maar borsten, dus de rest kon ik net zo goed laten zitten. Nu durf ik mannen steeds meer te tonen wie ik echt ben.

»Neen, ik heb mijn borsten nooit als een machtig wapen gezien. Maar ze deden me natuurlijk wel aandacht krijgen. Dat ik die aandacht zou verliezen was in de tijd dat ik over de operatie twijfelde ‘ook mijn grootste angst. Heel dubbelzinnig eigenlijk: in feite wilde ik die borsten-aandacht niet, maar tegelijkertijd dacht ik: alles beter dan helemaal geen aandacht.

»Soms krijg ik in de winkel vrouwen met net zulke zware borsten als ik vroeger had, maar die daar ook content mee zijn. Prachtig vind ik dat. Op die momenten dat ik een vrouw zie die haar zware borsten zo mooi draagt, twijfel ik nog wel eens, maar dan haal ik mijn polaroid boven en weet ik weer: Neen, ik kon er niet mee leven.»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234