Beeld Herman Selleslags

75 jaarAnn Christy

Haar man kijkt terug: ‘Ik ga ervan uit dat de geest van Ann ergens is, maar ik wil hem niet meer lastig vallen’

Ann Christy vandaag 75 jaar geworden zijn. Ze tourde met Adamo, scoorde een bescheiden hit met ‘Dag vreemde man’, en vertegenwoordigde in 1975 ons land op het Eurovisiesongfestival met ‘Gelukkig zijn’. Ondanks het succes van de Bette Midler-cover ‘De Roos’ kreeg ze tijdens haar leven echter nooit de erkenning waar ze zo naar hunkerde - die kwam er pas nadat de frêle zangeres in 1984 overleden was aan de gevolgen van baarmoederhalskanker. Ze was pas achtendertig. Haar man Marc Hoyois sprak naar aanleiding van haar 26-jarig overlijden met Rudy Vandendaele. Herlees hier het interview: 

(Verschenen in Humo 3128 op 15 augustus 2000)

In het niet door moderne wansmaak aangetaste Hôtel du Parc in Oostende, neemt de condition humaine die dinsdag de gedaante van Edwin Ysebaert aan, de voormalige trooster der bedrukten. Hij zegt me dat hij uit een diep dal komt, maar dat hij inmiddels uit die depressie herrezen is. Zijn lichaamsgewicht nam toe naarmate zijn tobberijen afnamen, maar dat is bijzaak nu hij weer de glorende horizon kan zien. Thans is hij een soort entrepreneur, geeft hij te kennen, die zich om de nagedachtenis van Ann Christy beijvert, de in 1984 overleden zangeres. ‘Zij was de grootste,’ voegt hij eraan toe, op de toon van een redenaar die het hoogtepunt van zijn toespraak bereikt en op instemming rekent. ‘Toch een godsgeschenk dat ik die doos vol demo’s tot mijn beschikking heb gekregen,’ zegt hij daarna dankbaar. In het najaar moet daar een cd met nooit eerder uitgebrachte liedjes van de betreurde zangeres uit voortkomen.

Ik ben evenwel niet voor Ysebaert naar Oostende gekomen, maar wel voor Marc Hoyois, ooit de echtgenoot van Ann Christy. Hij is haar niet vergeten.

MARC HOYOIS «Ze was klein van gestalte, mooi op een geraffineerde manier, perfectionistisch, en nogal teruggetrokken - ze wilde vooral niemand lastigvallen. Die teruggetrokkenheid zal wel iets met haar opvoeding te maken hebben gehad: die was aan de strenge kant. Laat ik zeggen dat haar vader een typische patriarch was. Wij waren jong toen The Beatles opkwamen, en vanaf 1963 zagen we de wereld elke dag veranderen, niet alleen muzikaal: al die bewegingen van de jaren zestig trokken aan ons voorbij. Ik studeerde ten tijde van Mei ’68 Romaanse filologie in Brussel, maar ik was meer iemand die het vanop een afstand volgde, geen echte deelnemer. Ann overigens ook niet.

»Ann en ik gingen samenwonen in plaats van te trouwen, wat in die dagen toch nog altijd meer uitzondering dan regel was. Ze raakte zwanger, en toen zijn we toch getrouwd, omdat een kind van ongetrouwde ouders toen nog volkomen rechtenloos was: een bastaard, hè.

»Zij was in de verste verte niet arrogant, maar ze had wel een ijzeren wil. Ze schreeuwde nooit, en daarom dachten de mensen dat ze in alle opzichten een zoetje was, maar ze wist altijd heel precies wat ze wilde.

»Wat mij het sterkst is bijgebleven is de manier waarop ze op het podium stond. Thuis was ze de zachte Ann, een klein en onopvallend muisje, maar als ze optrad, was ze één en al uitbundigheid. Zéér zelfverzekerd ook. Mensen die haar kenden, zegden mij vaak dat het leek alsof er twee persoonlijkheden in haar scholen, wat mij minder opviel omdat ik haar altijd zo had gekend: ik stond er dus niet bij stil. Ik ken zangers en zangeressen die tot drie keer per avond optreden, drie keer veertig minuten. Als ze van het podium komen, merk je niks aan hen: ze stappen de auto in, en húp, op weg naar het volgende optreden. Ann was na elk optreden kapot, ze moest er in de auto van herstellen, en ze deed toen ook wel eens drie opredens per avond. Al van bij de eerste noot was elke spier gespannen; ze zag niets of niemand meer als ze eenmaal aan het zingen was. Het kwam allemaal van zo diep.»

Blauw haar

HOYOIS «Ik leerde haar kennen toen ze nog niet zong; ze was toen verkoopster in een schoenenzaak. Ik speelde drums bij The Adams - in die tijd noemden we dat een beatgroep. We waren in het Antwerpse zowat de concurrenten van The Pebbles. Wij waren van Antwerpen-stad en zij waren van Hoboken; The Pebbles waren meer gedisciplineerd en wij maakten meer lawaai (lachje). Maar goed, op een avond bracht ik mijn vriendinnetje mee naar een repetitie. Ze dacht er toen nog niet aan om zangeres te worden; thuis zong ze wel eens mee met de radio, en op een familiefeestje durfde ze ook wel eens een liedje zingen, maar dan verstopte ze zich uit verlegenheid wel achter de kast.

»Ik herinner me dat ze in die tijd een fan van Connie Francis was. Op die repetitie vroeg ze me ineens of ze eventjes een paar liedjes mocht zingen met The Adams. ‘Probeer maar,’ zei ik, en toen heeft ze de wel erg klassieke klassieker ‘Only you’ van The Platters gezongen. De twee gitaristen van The Adams vielen bijna achterover: ‘Zo’n stem!’ En meteen mocht ze zangeres bij ons worden. ‘t Is raar, maar mij vielen haar zangkwaliteiten toen minder op - het was de vertrouwde stem van mijn vriendinnetje dat wel eens met de radio meezong - maar sinds dat moment is ze altijd zangeres gebleven.»

HUMO Rond 1966 ging Ann Christy op toernee met Adamo, die toen de ene hit na de andere had. Het begon goed. Of niet?

HOYOIS «Adam, de leider van The Adams, vond op een bepaald moment dat we een manager nodig hadden. Tijdens een festival in ‘t Kuipke in Gent, liepen we in de coulissen een zekere Milo Decoster tegen het lijf, die ons had zien optreden. Hij was vooral in onze zangeres geïnteresseerd. Hij deed haar meteen een zakelijk voorstel, maar zij vond zichzelf nog steeds geen beroepszangeres, want ze was verkoopster in een schoenenzaak, en ook een meisje dat van haar ouders zaterdagavonds om middernacht thuis moest zijn. Ze hapte toch toe, en ze heeft een jaar met Decoster samengewerkt.»

HUMO Dat lijkt me kort.

HOYOIS «Op een bepaald moment ging het absoluut niet meer. Milo, die vooral de manager van Liliane was (Saint-Pierre, de huidige echtgenote van Marc Hoyois, RV), bedacht op een bepaald moment een gimmick om een of andere sponsor te plezieren - als er geld mee gemoeid was, had hij altijd wel ideeën (lacht): Liliane moest groen haar hebben, en Ann blauw. Daarvoor moest hun natuurlijke haarkleur eerst volledig gebleekt worden, tot het werkelijk wit was, en dan gingen ze er met een spuitbus overheen. ‘Een goeie stunt,’ zei Milo.

»Nu ja, door dat groene haar viel Liliane op in Duitsland, waar ze veel werk kreeg. Maar Ann moest na het weekend opnieuw in die schoenenzaak staan, en in die tijd ging je nog niet met groen haar naar je werk. Ze moest het zeker drie keer wassen om het groenste groen eruit te krijgen, en bovendien kregen zowel Liliane als zij er uitslag van op hun schedel, korsten, een soort eczeem.

»Op zekere zaterdag moest Ann weer eens naar de kapper: haar haar leek toen van rubber; ze moesten het eerst een keer of acht wassen met bijna kokend water, en op een bepaald moment zei die kapper: ‘Al die vlekken op je schedelhuid, ik doe het niet meer, fini, gedaan,’ en hij gaf het op. Ann had er natuurlijk ook al lang genoeg van.

»Eén week later viel er bij de vader van Ann een brief van Milo’s firma in de bus: Publishow in Aalst. Hij eiste een schadevergoeding van tien miljoen - in die tijd een bijna onvoorstelbaar bedrag.

»Rond die tijd werd Ann opgebeld door Robert Bylois, een Brussels impresario die met Adamo werkte; ze zei dat ze net een probleem had met Decoster. Bylois liet die zaak regelen door zijn advocaat, die erachter kwam dat de firma Publishow officieel niet bestond, en als die firma niet bestond, bestond die schadeclaim van tien miljoen natuurlijk óók niet. We waren allemaal opgelucht.

»Maar goed, Bylois had net Adamo in de Ancienne Belgique in Brussel geplaatst - het was toen de gewoonte dat zo’n top of the bill daar veertien dagen bleef; avond aan avond optreden, en op woensdagnamiddag was er ook een matineevoorstelling. Vóór Adamo begon, was er eerst een goochelaar, en daarna was Ann aan de beurt. De Ancienne Belgique had toen een hoofdzakelijk Franstalig publiek, zodat de RTB haar veel vroeger ontdekte dan de BRT; ze is daarna trouwens een paar keer op tournee door Frankrijk geweest, met Adamo, maar ook met Roger Withaker, van ‘If I were a rich man’. Bylois had haar namelijk voorbestemd voor de Franstalige markt. Hij wist dat ik van huis uit Franstalig ben en daarom vroeg hij mij zoveel mogelijk Frans met haar te spreken, wat ik dan ook jarenlang heb gedaan - het Frans moest een moedertaal voor haar worden.»

Dag vreemde man

HUMO Waar luisterde ze zelf naar?

HOYOIS «Ze had toen al een voorkeur voor het Franse chanson: Leo Ferré en Mouloudji. Thuis had ze voornamelijk Mario Lanza en Frank Sinatra gehoord, zodat ze door de meest uiteenlopende genres beïnvloed was; misschien kwam het wel daardoor dat ze zo moeilijk muzikale keuzes kon maken. Ze hield ook heel veel van Shirley Bassey, Tom Jones, Neil Diamond, Barbra Streisand, en later van Bette Midler, maar als je toen als Belgische zangeres in die stijl ging zingen, nam je echt wel een risico. Op de duur wilde ze ruiger gaan zingen, meer rock-‘n-roll, in de stijl van Rod Stewart, maar toen zei haar producer: ‘Doe jij maar country.’ En zo is ‘Vandaag neem ik de trein’ ontstaan. Maar om nu te zeggen dat ze er dol op was: neen.»

HUMO Er is na haar dood vaak over haar artistieke frustratie geschreven. Zij wilde kennelijk meestal iets anders dan de plaatselijke showbusiness van hààr wilde.

HOYOIS «Dat is ook zo. Jaren vóór ‘Canzonissima’, de voorbode van ‘Eurosong’, zong ze al ‘Dag vreemde man’, in een arrangement voor een kleine bezetting. Er bestond alleen een demo van, en haar producer vond het absoluut niet de moeite om dat nummer uit te brengen: ‘Te chanson-achtig, niet interessant voor de Vlaamse markt.’ Toen ze uitgenodigd werd om aan ‘Canzonissim’a deel te nemen, vond ze dat ze niet echt een geschikt nummer had; maar aangezien ze ‘Dag vreemde man’ al drie jaar live zong, besloot ze dat nummer maar te zingen. Ze liet er een arrangement voor groot orkest voor schrijven, en in ‘Canzonissima’ knalde dat nummer eruit, ook door die fantastische blazersarrangementen. De eerste die ze daarna aan de telefoon kreeg, was haar producer: ‘Maske, dàt moeten we morgen opnemen.’»

HUMO Ze viel in die ‘Canzonissima’ geweldig op met dat nummer, maar ze won niet: die eer viel Nicole & Hugo te beurt met ‘Goeiemorgen morgen’.

HOYOIS «Ze was teleurgesteld, maar in de volgende vijftien jaar heeft nagenoeg iederéén die ze ontmoette haar gezegd: ‘Dat nummer had naar het Eurovisiesongfestival moeten gaan.’ Natuurlijk: was ze toen wèl naar het Songfestival gegaan, en geëindigd op de zestiende plaats, dan had iedereen haar de volgende vijftien jaar gezegd: ‘‘Dag vreemde man’ was geen al te beste keuze.’ Zo gaat dat en zo zijn de mensen.

»Enfin, enkele jaren mocht ze aan het Songfestival deelnemen met ‘Gelukkig zijn’: ze eindigde achteraan, maar iedereen vond dat het nummer een hogere plaats had verdiend. Ik herinner me dat ze daar telkens weer blij om was.

»Op een bepaald moment was ze zowel geliefd in het rockmilieu als door mensen als Willem Vermandere en Johan Verminnen; daardoor wilde ze meer die kant uitgaan, maar haar impresario raadde haar dat nadrukkelijk af: ‘Het commerciële circuit is gemakkelijker en dààr zit het geld.’ De feesttenten, de parochiezalen...»

HUMO Waar ze vast ook niet gelukkiger van werd.

HOYOIS «Om te beginnen trad niemand toen met een tape op, men speelde live, vaak met gelegenheidsorkesten, en daardoor kwam Ann wel eens voor barslechte orkesten te staan. Dat was de hel voor haar: terug thuis was ze er het hart van in, maar ‘s anderendaags was ze zichzelf alweer aan het oppeppen om eventueel wéér naar zo’n slecht optreden te gaan. Ze had veel kracht, hoe frèle ze er ook mocht uitzien.»

HUMO Waar haalde ze volgens jou die kracht vandaan?

HOYOIS «Uit de ambitie om op artistiek gebied iets te bereiken, maar ze kon het maar niet waarmaken. Ze kon zich hardop zitten afvragen waarom Bette Midler - alle verhoudingen in acht genomen - zich vele stijlen tegelijk kon permitteren en zij niet. Iets dat niet scherp gedefinieerd was, wilden de meeste impresario’s hier niet aan de man brengen, ze wísten niet hoe ze het moesten verkopen.»

Leg.: Ann ChristyBeeld SELLESLAGHS

Zwart zaad

HUMO Is het waar dat jullie op een bepaald moment erg krap zaten?

HOYOIS «Ja. Ik had mijn vaste baan opgegeven om het administratieve werk voor Ann te doen, en ik hield me ook bezig met de P.A. en met de belichting. Ann kreeg minder werk, en ik heb toen opnieuw een baan genomen, maar die firma ging failliet; ik ging dus stempelen. En Ann had nog minder optredens dan voordien, om de simpele reden dat ze geen hits meer had. ‘t Was dus geen vetpot. ‘t Was niet zo plezierig, maar rampzalig vonden we het nu ook weer niet: we pasten ons aan, en dat lukte omdat we eigenlijk nooit een luxueus leven hadden geleid.

»Zelfs toen het minder goed ging, heeft Ann nooit gevreesd dat haar carrière voorbij was; integendeel: juist dàn maakte ze veel plannen voor verandering; ze nam zich voor selectiever te zijn en dus niet meer op bijvoorbeeld bierfeesten te gaan zingen, want op dat gebied had ze al een en ander meegemaakt: optredens waarbij de stroom en dus ook de klank en het licht drie, vier keren na elkaar uitvallen; ze is een mooie ballad aan het zingen, en ineens klinkt het gefluit van een leeg biervat erdoorheen; of mensen die naar het podium lopen en je een kaartje onder de neus duwen waarop een verzoeknummer staat: ‘Iets van Nana Mouscouri’. En dan moet je je omkleden in achterkeukens, waar het naar mosselen en friet stinkt, of in ijskoude bierkelders in de winter.

»Een impresario uit Gent vroeg me in de coulissen ooit of ze niet wat carnavalskrakers kon zingen, want ‘er is geen ambiance’. Of die keer in de Galeries Louise in Brussel op het personeelsfeest van een Amerikaans bedrijf; daar kreeg ze twee minuten voor ze op moest te horen: ‘Zing in het Engels’, alsof wij in een, twee drie onze playlist konden omgooien. Het is bijna niet te geloven, maar wat ik hier vertel is nog steeds dagelijkse kost voor veel Vlaamse zangers. En nog steeds zeggen die Vlaamse zangers berustend: ‘Het kan niet anders,’ terwijl het natuurlijk wèl anders kan.»

HUMO Ann Christy heeft in 1978 twee Dylan-songs opgenomen: ‘Walk out in the rain’ en ‘If I don’t be there by morning.’ Merkwaardig genoeg heeft Dylan die nummers zelf nooit op de plaat gezet.

HOYOIS «De muziekuitgever Roland Kluger, de broer van Jean Kluger die Will Tura heeft ontdekt, had Dylan ontmoet in de States en Dylan heeft hem die twee songs voor haar meegegeven. Clapton heeft ‘If I don’t be there by morning’ opgenomen (het staat op ‘Backless’ uit ‘78, RV).»

HUMO Waarom heb je je vrouw nooit zelf gemanaged?

HOYOIS «Indertijd was een personal manager een zeldzaamheid. Impresario’s waren er genoeg, maar die hadden nooit persoonlijke bindingen met de artiesten die ze probeerden te verkopen; het zijn de kruideniers van de showbusiness: ze kunnen je zowel een zangeres bezorgen als een vijftienkoppig orkest als een zigeunertrio als een goochelaar. En als je een slangenmens vandoen hebt, duikelen ze ook die wel voor je op. En met al die artiesten hebben ze au fond zeer weinig te maken.

»Ik kon Ann niet managen want ik voelde me te veel bij haar betrokken. Ik ben al geen commerçant en mijn eigen vrouw kon ik zeker niet verkopen. Daar kwam nog bij dat Ann mij niet altijd volgde: ze had haar eigen gedachten. Een personal manager geeft ook bevelen: ‘Die kleren moet je aantrekken, dàt nummer moet je opnemen.’ Ik heb wel meningen op artistiek gebied, maar dat dwingende zit niet in mij. En om eens iets positiefs over de commercie te zeggen: na haar overlijden hebben haar uitgever en haar platenfirma meteen gezegd dat alle royalty’s mijn zoon en mij toekwamen, en dat ze al hun rechten afstonden. BMG-Ariola beheert nog steeds alles, en om de zes maanden keren ze netjes een bedrag uit.»

Beeld DOCUMENTATION

Nog drie maanden te leven

HUMO Als je aan haar denkt, denk je dan ook nog aan de slotfase van haar leven?

HOYOIS «Sowieso. We hebben een heel jaar samen gevochten, dag en nacht. Ik werkte toen bij een vriend van mij, een wijnimporteur. Op een stralende augustusdag belde ze mij op: dat de dokter ontdekt had dat ze baarmoederhalskanker had en dat ze in het AZ in Jette onmiddellijk wilden ingrijpen. Ik in zeven haasten naar de kliniek, waar de gynaecoloog ons uitlegde dat baarmoederhalskanker zeer snel evolueert, maar hij voegde eraan toe dat er binnenin de baarmoeder waarschijnlijk nog geen uitzaaiingen waren. Hij wilde haar zo snel mogelijk opereren. De week daarop was het al zover, en nadien was ze redelijk goed. Veertien dagen later volgde nog een onderzoek, en toen bleek dat alles oké was, maar een maand of drie later kreeg ze problemen met urineren, ze verteerde haar voedsel slecht, haar buik zwol op...

»Er kwam een tweede operatie van, dit keer aan de ureter. Ik werd nadien door een van die chirurgen opgebeld, die mij vlakaf zei dat ze er zeer slecht aan toe was, overal uitzaaiingen: ‘Meneer, ze heeft nog drie maanden te leven.’ Hij raadde ons aan onmiddellijk op vakantie te vertrekken, maar daar was ze op dat moment al te ziek voor: ze kon niet meer eten, zelfs yoghurt met een beetje fruit erdoorheen was haar al te veel.»

HUMO Was ze neerslachtig?

HOYOIS «Niet altijd. Ze heeft zelfs nog opgetreden toen ze ziek was, zelfs met een stoma. Ze was buitengewoon clean, zeer begaan met lichamelijke netheid. Dat schijnt een eigenschap van Maagden te zijn.»

HUMO Heb je je na haar dood ooit voorgenomen de herinnering aan je vrouw levendig te houden?

HOYOIS «Neen. Drie jaar voor haar dood waren Ann en ik in aanraking gekomen met de boeken van T.Lobsang Rampa, een mystieke Engelsman die in Tibet monnik was geworden, iemand die zich onder anderen met het Derde Oog bezighoudt, met aura’s en met de geesten van overlevenden. Vrienden hadden ons die boeken aangeraden. Hij schrijft bijvoorbeeld dat je een overledene niet onmiddellijk na zijn dood mag begraven, want de geest heeft minimaal drie dagen nodig om het menselijk lichaam te verlaten. Die boeken maakten zoveel indruk op ons, dat we ook gelóófden wat die man schreef. Ik ga er dus van uit dat de geest van Ann bestaat en ergens ís. Ik wou haar geest laten gaan, ik wou ‘m niet meer lastig vallen. Als Ann blijft voortbestaan in de herinnering van de mensen, zoveel te beter, maar ik ga er geen stappen voor zetten.»

HUMO Hebben de geschriften van T.Lobsang Rampa je ook daadwerkelijk getroost toen je vrouw stierf?

HOYOIS «Haar dood heeft mij niet extra treurig gemaakt. Ik wist wel dat ze er vanaf dat moment lichamelijk niet meer was; misschien was dat goed, want haar lichaam was zodanig toegetakeld... Ik dacht: ‘Goed, dat lichaam is nu weg, maar haar geest bestaat nog, en ik heb er een band mee.’

»Die band voel ik nog steeds, zij het wat minder dan enkele jaren geleden, de tijd doet wat hij moet doen, maar toch: er is iets. Niet dat ik me constant van dat iets bewust ben, ik fantaseer er ook niet over, maar het heeft me indertijd in ieder geval belet depressief te worden. Ik heb tristesse gevoeld, en een groot gemis, maar ik werd er niet door verlamd. Ik wou voortleven.

»Ik was toen aan de dop, en in de weekends verdiende ik een centje bij als belichtingstechnicus van Jo Vally. Op een van die optredens kwam een vrouw op mij afgestoven. Ineens stond ze voor mij, met haar drie kinderen. Ze gaf me een stomp tegen mijn schouder: ‘Schààm jij je niet? Hoelang is je vrouw al overleden? En jij zit hier plezier te maken?’ Ik heb toen alleen maar gezegd dat ik aan het werk was en dat ik mijn werk heel graag deed.

»Anderhalf jaar na de dood van Ann werkte ik als technicus bij het orkest van Serge Popovski, een showband met drie zangeressen. Eén van hen was Liliane (St. Pierre). Ik kende haar van vroeger, maar tot dan toe hadden we elkaar misschien één keer om de drie jaar gezien. Enfin, er ontstond een contact. Ik heb niets geforceerd, alles ging vanzelf. En aangezien ik niet in toeval geloof, heb ik altijd gedacht: ‘Het moest zo gebeuren.’ Liliane en ik hadden een gemeenschappelijk verleden, we behoorden tot dezelfde wereld, zodat we meteen veel gespreksonderwerpen hadden.»

Wij zijn elkaars tegenpolen. Liliane Saint-Pierre en Marc HoyoisBeeld Digital Images

In coma

HUMO Als je als weduwnaar een nieuwe relatie aangaat, speelt je overleden vrouw daar dan nog een rol in?

HOYOIS «Je hebt aan elke relatie herinneringen, zelfs al heeft een relatie maar zes maanden geduurd. Ik heb me nooit afgevraagd wie nu de beste vrouw voor me was. Ja, ik denk wel eens: ‘Ann was zo en Liliane is zó.’ Maar dat is normaal. Toen ze nog leefde, dacht ik dat alle vrouwen zacht en teder waren. Pas na haar dood ben ik erachter gekomen dat dat niet noodzakelijk zo is.»

HUMO Nu ga ik misschien harteloos klinken, maar dat is mijn bedoeling niet: voelde je ook een vorm van opluchting na de dood van de doodzieke Ann Christy?

HOYOIS «Neen. - Ik zag nu wel ‘neen’ maar ik weet het eigenlijk niet: ik heb daar nog nooit over nagedacht. Fysiek was ze enorm veranderd, laat dat duidelijk zijn. Enkele maanden voor haar dood liep ik de badkamer binnen. Ik zag in de spiegel dat ze schrok toen ze mij zag. ‘’t Komt nooit meer goed,’ zei ze toen, terwijl ze haar lichaam bekeek. Ik heb toen gezegd: ‘Ach, nu gaat het misschien eventjes slecht, maar evengoed kan het binnenkort weer de andere kant opgaan en word je opnieuw beter. We zullen wel een oplossing vinden.’ Misschien was dat voor haar een kleine, héél kleine troost, want uiteindelijk geloofde ze toen nog altijd een beetje in de mogelijkheid van beterschap. En ik ook. Dat was misschien zéér naïef van ons, maar bon. De dokters hadden gezegd ‘Maximaal nog drie maanden’, maar ze heeft toch nog een vol jaar geleefd.»

HUMO Heb je afscheid van je vrouw kunnen nemen?

HOYOIS «Toen ze in de kliniek lag, bracht ik wel eens een kleine pizza voor haar mee, omdat ze zei dat ze daar zo’n zin in had. Dat mocht niet, want hoe weinig ze er ook van at, altijd moest daarna haar maag worden leeggepompt. Als ik bij haar in de kliniek was, spraken we eigenlijk weinig. Ze sliep ook veel natuurlijk. Een paar dagen voor ze in coma viel, vroeg een dokter mij of hij haar morfine mocht toedienen: ‘Ze zal anders pijn hebben, meneer.’ Ik vond dat een overbodige vraag: natuurlijk mocht hij dat, ik vond het normaal.

»Toen ze in coma lag, heb ik veel met haar gepraat - ik had gehoord dat er nog altijd wel iéts tot comateuze mensen doordringt, maar de dokters zeiden mij: ‘Meneer, doe geen moeite.’

»Op haar sterfdag kwam ik vijf minuten te laat in de kliniek aan - ik was mijn zoontje gaan wegbrengen, en uitgerekend toén gebeurde het. Mijn ouders waren er wel bij, en de ouders van Ann ook. Ik wou er absoluut bij zijn toen ze werd afgelegd - dat was voor mij van het grootste belang. Men waarschuwde mij: ‘’t Is geen mooi gezicht, ‘t is een dood lichaam.’ Inderdaad: een dood lichaam wordt een ding, en die mensen gaan ermee om als met een ding, ze kunnen niet anders. Ze draaien en keren het, het lijkt bijna geen gewicht meer te hebben. ‘t Is een wreed, verschrikkelijk aangrijpend gezicht, maar toch denk ik dat ik nog liever dàt meemaak dan dat ik iemand zie sterven.»

De wereld van het paranormale

HUMO Er wordt wel eens beweerd dat sommige mensen kanker krijgen omdat ze te veel ongenoegen opkroppen.

HOYOIS «Toen ze ziek was, hebben we ook hulp gezocht in de wereld van het paranormale. Een man ging met een pendel over een foto van haar; hij zei toen dat haar ziekte terugging tot haar eerste vijf levensjaren. Mocht dat waar zijn, dan is het niet alleen haar artistieke frustratie die haar parten heeft gespeeld.

»Drie jaar na haar overlijden heeft een vriendin van haar een sjaal aan een medium gegeven; die vrouw zei óók dat haar probleem voor haar vijfde levensjaar begonnen is. Ann was dol op haar grootvader: een kleine man met een bochel, die haar enorm verwende, al had hij het niet breed en al had hij over het algemeen geen makkelijk leven. Zij heeft mij ooit gezegd dat die grootvader zowat de ideale man voor haar was. Dat medium had toen ook gezegd dat de geest van Ann nu bij de geest van haar grootvader is.»

HUMO Je zoon was tien toen zijn moeder stierf, oud genoeg om levendige herinneringen aan haar te hebben. Is hij je in zijn puberteit vragen over zijn moeder beginnen stellen?

HOYOIS «Neen. We zijn allebei nogal zwijgzaam. Ik heb hem wel eens iets over haar verteld, maar toch niet vaak. Op dat gebied ben ik misschien een beetje geremd, en een vader-zoonrelatie zal wel iets minder open zijn dan een moeder-zoonrelatie, al wil dat niet zeggen dat ik geen goede relatie met mijn zoon heb, integendeel. Maar Ann was in onze gesprekken geen leitmotiv. Hij had zíjn verdriet en ik het mijne: dat begrepen we van elkaar en we zwegen er voor de rest over. En het leven ging door.»

HUMO Luister je nog wel eens naar opnames van Ann Christy?

HOYOIS «Nooit. Ook niet toen ze nog leefde. Het hoefde ook niet, want ik ken bij manier van spreken elke noot van dat materiaal. Nu ik zijdelings bezig ben met een plaat met onuitgebrachte nummers van Ann, heb ik natuurlijk al die oude demo’s moeten beluisteren. Laatst hoorde ik haar versie van de standard ‘Bill Bailey, won’t you please come home’ terug: ‘Wàw!’ zei ik. Toen ik dat voor het eerst hoorde, heb ik waarschijnlijk niet ‘Wàw!’ gezegd. Ik was haar zo gewoon. Maar twintig jaar later: ‘Wàw!’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234