Beeld vrt

slaapproblemenbij kinderen

‘Het is alsof ons zoontje gestopt is met slapen. En wij dus ook’

Jongeren tussen 11 en 18 jaar slapen te weinig én slecht. Bijna zes op de tien Vlaamse jongeren slapen tijdens de week minder dan acht uur per nacht. Dat blijkt uit onderzoek van de UGent. In 2011 verscheen in Humo een dossier over slaapproblemen bij kinderen en jongeren. Lees hier enkele getuigenissen.

(Verschenen in Humo 3680 op 15 maart 2011)

Klaas Vaak, de slaapfee met haar toverstokje, de armen van Morpheus, het zandmannetje: niets is zo omsluierd door idylle en folklore als slaap. En als er kinderen aan te pas komen, zijn de verhalen al helemaal doortrokken van onbevangenheid en mooiigheid: veel spreekwoordelijker dan ‘slapen als een baby’ wordt het niet. Maar de realiteit is vaak minder rooskleurig. Vraag maar aan de jonge ouders die de ene nuit blanche aan de andere rijgen. Of aan de iets minder jonge ouders die zich de haren uit het hoofd trekken als hun balorige puber weer ’s loom door het huis sloft, na een nieuwe luttele nachtrust. 1 op de 4 kinderen krijgt vroeg of laat te maken met slaapproblemen: het verhaal van Victor, Anke en Evi.

VICTOR: ‘BEESTJES EN LICHTJES’

Victor is een brokje dynamiet van vijf jaar oud, zoon van Carl en Katty. Als baby sliep hij ‘pérféct’: ‘Zijn jonge zus Louise was een huilbaby, hij allesbehalve: op zes weken sliep hij door.’ Aan die goeie ouwe tijd kwam een abrupt einde op een warme zomeravond.

Katty «We waren pas naar hier verhuisd – ik denk dat Victor vijf of zes maanden oud was. Wij zaten beneden in de tuin te barbecuen, en hij lag boven in zijn bedje. We hadden de ramen wagenwijd opengezet, omdat het die dag verschrikkelijk warm was. Zo konden we hem ook horen, als ’t nodig was. En we hébben hem gehoord: hij heeft uren aan een stuk liggen brullen. ’t Is altijd een sterk karakter geweest, Victor: hij gaf niet af. We zijn niet het soort ouders dat bij de minste kik naar boven loopt om hem uit zijn bed te halen. Maar na een tijdje ging ik wel ’s kijken, ik probeerde hem te sussen. Het hielp niet: hij bleef brullen. Eén uur, twee uur, drie uur. Na vier uur hebben we hem uit zijn bed gehaald.

»Ik zal die avond nooit vergeten. Toen merkten we voor het eerst: dit klopt niet. Tegelijk denk je: ‘Ach, hij is zes maanden oud, natuurlijk slaapt hij slecht.’ Vanaf dan wisselde hij lastige nachten af met goeie periodes, het ging op en af. Maar de pieken werden intenser, en in de laatste weken van 2009, vlak voor hij vier werd, is het helemaal geëscaleerd.»

Carl «Ineens sliep hij níét meer. ’t Is alsof hij gewoon... gestopt is met slapen. En wij dus ook, want we moesten minstens tien keer per nacht uit ons bed. 

»De feestdagen zijn – dat weten we nu – een probleemperiode. Victor heeft nood aan structuur, aan duidelijkheid, en de maand december is eigenlijk één en al chaos. Sinterklaas, Kerstmis, Nieuwjaar, zijn verjaardag: van eind november tot eind januari staat het huis op stelten, en hij kan die spanning niet ventileren. Daardoor raakt hij over zijn toeren.»

Katty «Het begon heel onschuldig: hij lag een paar nachten iets langer wakker dan normaal. ‘Mag er een lampje blijven branden?’ vroeg hij.»

Carl «Dan wilde hij een extra lampje. Nadien moest de deur op een kier. En dan op een grotere kier. Elke nacht moesten we vaker naar boven: ‘Kom je straks nog een kusje geven? Breng je dan drinken mee? Komt mama dan ook een kusje geven?’»

Katty «Altijd dezelfde vragen, als een mantra.»

Carl «We zijn niet bepaald softe ouders: we hebben altijd veel belang gehecht aan routine, élke avond volgden we hetzelfde stramien.» 

Katty «Tegen Victor mag je niet zeggen: ‘Naar boven, ’t is tijd.’ Je moet het aankondigen: ‘Als dat cijfertje van de klok op vijf staat, moet je gaan slapen.’ Dan begon hij te onderhandelen, want hij had al snel ontdekt dat het klokje van de dvd-speler twee minuten achterliep.»

Carl «Alles bij mekaar sliep hij toen nog goed in. Zijn nachtmerries waren in die periode een groter probleem: als hij een tijdje had geslapen, schoot hij plots wakker, helemaal in paniek.»

Katty «Hij schreeuwde, hij riep, liep rond in zijn kamer... We kregen hem ook niet wakker. Een nat washandje over zijn gezichtje, hebben ze ons aangeraden, of hem een glas water laten drinken, hem met zijn voetjes op een koude ondergrond zetten: niets hielp.»

Carl «Hij dacht ook dat er beestjes op zijn kamer zaten. Hij is ook heel bang van insecten, van muggen zelfs.»

Katty «Ik zat dan met hem op zijn bedje en dan wees hij naar de muur: ‘Kijk mama, beestjes en lichtjes.’ Op den duur hebben we zo’n muggenmachientje ingestoken en een vliegenraam gemonteerd. Op school hadden ze een mooi doosje geknutseld, en daar mochten ze alles in steken waar ze bang van waren: dat hielp allemaal niet.»

Ten langen leste, de uitputting nabij, schuiven Carl en Katty een reisbedje naast het ouderlijk bed: ‘Natuurlijk is dat pedagogisch niet verantwoord, maar wat doe je als je zes weken na mekaar acht keer per nacht uit je bed moet?’ Een toegeving die net op tijd komt, want intussen zijn ook op school trubbels ontstaan. Een kind dat slaaptekort opstapelt wordt overdag niet per se sloom – au contraire: het kan in overdrive gaan.

Katty «Na de speeltijd was Victor knalrood, zijn haren nat van het zweet: hij croste van links naar rechts over de speelplaats; duwen, trekken en stampen... Dat heeft de psychologe van het CLB zelf gezien, zij heeft hem een tijd geobserveerd en een rapport gemaakt. Volgens haar is er geen probleem zolang hij een duidelijke structuur heeft: als de juf tijdens de les een verhaal vertelt, blijft hij zelfs lang gefocust. Maar als hij vrijheid krijgt – tijdens de speeltijd, bijvoorbeeld – loopt het mis. Dat had hij vroeger ook al: ’t is altijd een druk ventje geweest, soms is hij moeilijk handelbaar en luistert hij naar niets of niemand. Victor heeft nooit gekropen: toen hij tien maanden was, stapte hij al. En dan was het hek van de dam: als we de deur twee seconden op een kier lieten, was hij wég – zo als een puppy. ‘ADHD,’ zeiden wij tegen mekaar. Maar je weet dat niet zeker, hè?»

DE HEL HUMO

Het kan niet anders dan dat Victors probleem ook druk zette op jullie relatie.

Katty «Eerlijk? Als we ruzie maken, gaat het acht van de tien keer over hém. Je hebt sowieso een andere aanpak, en tijdens crisismomenten wordt dat verschil scherpgesteld, zéker als je op je tandvlees zit. Carl is iets kordater dan ik, maar verliest ook sneller zijn geduld. Ik kies mijn gevechten, omdat ik de hele dag bij de kinderen ben en niet de hele tijd kan discussiëren.»

Carl «Ik ging overdag werken, en ook dat werd een probleem: ik heb een verantwoordelijke salesfunctie, ik draai lange dagen. Op den duur kon ik me niet meer focussen, ik was een zombie. Alsof dat allemaal nog niet genoeg was ben ik nog ’s ziek geworden ook: een acute aanval van reuma, het gevolg van een immuniteitsstoornis. (Diepe zucht) Een hél was het.»

HUMO Waar in de zomer – tijdelijk – een eind aan kwam.

Katty «Ja. Ineens. Zonder aanleiding. Victor heeft nog een tijd bij zijn zus op de kamer geslapen, maar na een paar maanden vonden we dat ook welletjes.»

Carl «We zijn naar Ikea gereden, waar hij zelf een nieuw bed mocht kiezen: hij wou een hoogslaper, met een tentje waarin hij geborgen lag. Ik heb dat spel ineengestoken, en dat heeft daar dan een paar weken... gestaan. Hij kwam wel af en toe kijken, maar hij aarzelde. Dan hebben we nog één keer aangedrongen. ‘Oké,’ zei hij. Hij ging slapen, gaf geen kik en sliep in één ruk door. We waren met verstomming geslagen: ‘Wow!’ (lacht) Probleem opgelost.»

Katty «Dachten we. Want dan kwam Kerstmis en begon het liedje opnieuw. Met één verschil: nu was ook het inslapen een probleem. Als we hem om zeven uur instopten, lag hij wakker tot halfelf. Minstens. Ik kwam ’s om vijf over twaalf thuis – ik was met een vriendin naar de cinema geweest – en ik had de deur nog maar open gedaan of ik hoorde Victor, twee verdiepingen hoger: ‘Dag mama!’»

HUMO Volgens slaapdeskundigen is een halfuur om in te slapen de gezonde norm bij kinderen.

Carl «Als ik om twee uur opstond om te gaan plassen: ‘Dag papa!’ Om vier uur: van ’t zelfde. Het valt me op dat hij dan altijd op zijn rug ligt, alsof hij alles in ’t oog wil houden. Soms denk ik ook dat hij bàng is om in slaap te vallen, bang om de controle te verliezen. Ik herken dat: dat je uit je halfslaap schrikt door een geluid en in een andere staat van bewustzijn komt, een soort alertheid die je wakker houdt.»

HUMO Ditmaal hebben jullie wél hulp gezocht.

Katty «Ja, maar wel pas nadat er weer een nieuw element was bijgekomen. Op een nacht hoorde ik hem weer rondstappen, en toen heb ik hem in zijn kamer gevonden met een soort... schrijn. Hij had het zelf gemaakt, met foto’s van mij, sloefen van Carl en kleren van zijn zus. Eromheen had hij mijn halsketting gelegd, in de vorm van een hart. Toen ik dat zag... Het haar op mijn armen kwam recht, en tegelijk was dat zo vertederend. ‘Ik mis u zo,’ zei hij – terwijl we amper drie meter verder liggen, de deuren tussen de kamers wagenwijd open. En ook: ‘Ik wil bij u zijn.’

»(Vertederd) Eigenlijk is Victor ’t liefste kind van de wereld, attent en opmerkzaam. Maar op den duur sliep hij nog – hoeveel zou het zijn? – drie, vier uur per nacht. Erover praten hielp niet, dan blokkeerde hij. Als ik hem van school ging halen, begon hij al te wenen: ‘Ik wil niet gaan slapen. Want ik kàn niet slapen, en dan gaan jullie weer boos zijn op mij.’ Toen brak mijn hart, en zijn we naar een therapeute gestapt. Zij heeft ons doorverwezen naar de slaapkliniek. In het UZ van Jette konden we heel snel terecht, de week nadien al.»

Maar eerst krijgt Victor een actigraaf om de pols gebonden: een fors uitgevallen horloge dat – de klok rond – activiteit meet.

Carl «Het slaaponderzoek zelf is goed gegaan. Té goed, zelfs: hij had in maanden niet zo goed geslapen. Typisch, zei de dokter: ‘Ofwel slapen ze nog slechter dan thuis, ofwel stukken beter.’ Ik denk dat het kwam doordat hij zo onder de indruk was. Ik heb met mijn BlackBerry een foto van hem genomen met die elektroden op zijn hoofdje. Die foto zegt alles: dat is niet onze Victor.»

HUMO Wat heeft het onderzoek uitgewezen?

Katty «Hij heeft geen epilepsie, zijn hartritme is oké, net als alle bloedwaarden. Hij beweegt wel regelmatig in zijn slaap, wat kan wijzen op hevige nachtmerries. En hij heeft wellicht een doorslaapstoornis: een secundaire stoornis, vermoedt de dokter, die te maken heeft met zijn gedrag overdag. Uit de actigrafie bleek dat hij gemiddeld vierenhalf uur per dag heel actief is – bij een ander kind is dat geen drie uur. En te denken dat hij de eerste dagen van de meting zo ziek was als een hond, en Junifen kreeg tegen de pijn en de koorts. De eerste dag dat hij weer naar school ging verbruikte hij 2.600 calorieën – een gemiddeld kind komt aan 1.400.»

Carl «Volgens de dokter valt ADHD zeker niet uit te sluiten, een lichte autismespectrumstoornis ook niet.»

Katty «Verder onderzoek is nodig. We kunnen binnenkort op consultatie bij een kinderpsychiater: we zullen wel zien, hè. We zijn in ieder geval blij dat er íéts is uitgekomen, want de laatste dagen slaapt hij weer enorm slecht. Het loopt zo de spuigaten uit dat Carl bij mijn moeder gaat slapen: anders is het niet vol te houden.

»Maar we hebben nu tenminste dit verslag in handen. Eindelijk kunnen we naar een oplossing beginnen te zoeken.»

ANKE: ‘ELKE DAG EEN PILLETJE’

In het spectrum van slaapstoornissen neemt narcolepsie een bijzondere plaats in. Tot voor kort heette het een ziekte van volwassenen te zijn: de diagnose werd zelden vòòr vijfentwintig jaar gesteld. Vandaag zijn in de slaapkliniek van het UZ in Gent een tiental kinderen in behandeling voor deze neurologische afwijking, die als opvallendste symptoom heeft dat patiënten uit het niets ‘omvervallen van de slaap’. Anke, vijftien jaar oud, is één van hen, al is dat door haar montere blik moeilijk te geloven.

De oorzaak van de ziekte is vooralsnog onbekend, maar Anke weet dat één en ander heeft te maken met het ontbreken van hypocretine, een lichaamseigen hormoon.

Anke «Andere mensen worden ’s avonds moe. Dan gaan ze slapen. ’s Morgens worden ze weer wakker omdat ze uitgerust zijn. Bij mij werkt dat niet zo, omdat mijn hersenen die stof niet maken: ’s avonds kan ik niet goed slapen en overdag ben ik heel moe. Soms zo erg dat ik in slaap val.»

Intussen is Sandra, haar moeder, mee aan tafel geschoven. Als kind sliep Anke niet slecht, herinnert zij zich: ‘Ze was altijd content. Ik legde haar in bed en ze sliep.’ Daar kwam plots verandering in toen Anke vijf was.

Sandra «Het duurde veel langer voor ze insliep, en als ze eindelijk vertrokken was, sliep ze ongedurig: ze droomde veel, ze praatte in haar slaap. Enfin, ze riep, ze krijste. En ze stampte zo hard met haar voeten dat haar broer, die in de kamer naast haar sliep, ervan wakker werd. Wij ook, natuurlijk, en dan vonden we haar rechtop in haar bed, met haar ogen wijd open. Maar ze wàs niet wakker. Na een tijdje legde ze haar hoofd neer en sliep verder: de dag nadien wist ze van niets.

»Ze was altijd vroeg wakker. Zes uur, halfzeven: Anke was uit de veren. Opgewekt. Monter. Maar een halfuur later lag ze weer te slapen in de zetel. En als ze een paar uur later in de klas zat, viel ze in slaap. Boink

Anke «Dat van die dromen weet ik niet zo goed meer, dat ik niet kon slapen ook niet. Maar dat ik ineens in slaap viel wél. Zo erg.»

Sandra «Dat was in 2001, het eerste jaar van de lagere school. Ze zat toen nog op een kleine school, waar de leraars en leraressen haar in het oog hielden, en als ze moe werd, mocht ze gaan wandelen op de speelplaats. Maar op den duur viel ze zo vaak in slaap dat ze de lessen niet meer ordentelijk kon volgen.»

De aanvallen van vermoeidheid blijven komen, ze worden frequenter en heftiger, waardoor Anke het steeds moeilijker krijgt op school – ze moet haar eerste jaar overdoen. Haar ouders gaan met haar naar de huisarts, die bloed trekt en een batterij andere testen doet. Allergie, luidt de diagnose.

Sandra «We hebben nooit geweten voor wát Anke allergisch was: ik denk dat ze maar wat zeiden. Maar ze moest wel Zyrtec pakken, een allergiemedicijn dat tjokvol slaapverwekkende stoffen zit. Natuurlijk werd het alleen maar erger: ’s nachts maakte ze meer en meer kabaal, overdag viel ze steeds vaker in slaap. Bovendien begon ze door de pillen zienderogen te verdikken: plus 20 kilo. Toen ik met mijn kind – ze was ocharme zes jaar – naar de diëtist moest, heb ik tegen onze huisarts gezegd: ‘Nu laat je ze opnemen voor een slaaponderzoek.’ Zo zijn we bij dokter Karlien Dhondt terechtgekomen in het UZ. Dat is onze redding geweest, want zij had kort daarvoor een patiëntje met dezelfde symptomen gehad. Ze herkende het direct.»

Anke lijdt aan narcolepsie: ‘Ik moet soms heel hard lachen als ik ravot, of als ik met mijn broer vecht – om te spelen – en dan verdwijnt ineens al mijn kracht en moet ik mij in een hoekje op de grond laten zakken.’Beeld humo

STREVERKE

Een slaaponderzoek moet opheldering brengen: Anke wordt vierentwintig uur lang gemonitord, haar slaap wordt tot in de puntjes ontleedt, de apparatuur registreert hoeveel korte slaapjes ze overdag doet en bevestigt het vermoeden. Een ruggenmergpunctie, ten slotte, geeft definitief uitsluitsel: Anke maakt geen hypocretine aan. Narcolepsie it is.

Anke «En nu moet ik elke dag een klein wit pilletje nemen. Voor de rest van mijn leven, ja. Maar da’s niet erg: nu kan ik tenminste normaal doen.» 

Sandra heeft intussen een keukenkast opengezwaaid, en een doosje Modafinil tevoorschijn getoverd: 140 euro, elke drie maanden. Door de tussenkomst van het Riziv betalen Sandra en papa Eddy alleen het remgeld van 13,5 euro.

Sandra «En het werkt: als ze zo’n pilletje neemt, flakkert ze heel snel op.» 

Anke «En als ik heel moe ben, neem ik een half pilletje bij – dat mag als het nodig is. Vandaag had ik kunstgeschiedenis, het eerste uur na de middag. (Blaast) Ik voelde al snel dat het niet zou gaan. Omdat ik nadien wiskunde had, heb ik een halfje bijgenomen.»

HUMO Wat gebeurt er als je ’t vergeet te nemen?

Anke «Dan lig ik een hele dag in de zetel. En dan worden de slaapaanvallen erger.»

HUMO Hoe spectaculair zijn die aanvallen eigenlijk: val je van de ene seconde op de andere als een blok in slaap? Zo gaat het in de film.

Anke «Bij mij niet: ik dommel zachtjes in. Af en toe gaat het veel sneller, maar dan schiet ik door de schok weer wakker. Op de speelplaats ben ik wel ’s door mijn knieen gezakt, paf op de grond. Maar dat kwam door de kataplexie, dat is een ander symptoom: als ik heel, héél hard moet lachen, verslappen mijn spieren. Ik moet soms heel hard lachen als ik ravot, of als ik met mijn broer vecht – om te spelen – en dan verdwijnt ineens al mijn kracht en moet ik mij in een hoekje op de grond laten zakken.»

HUMO Zijn er momenten waarop je meer aanvallen krijgt dan anders?

Sandra «Op het einde van de week heeft ze meer last, omdat ze dan een hele week op school heeft gezeten. Wij gaan al ’s graag op restaurant vrijdagavond, en dan wil ze per se mee, ook al is dat niet zo evident voor haar. Een keer is ze met haar gezicht en al in haar bord patatjes gevallen.»

Anke «Tijdens saaie lessen heb ik ook meer last. En in de auto: meestal val ik in slaap voor we vijfhonderd meter hebben gereden.»

HUMO Mag jij gewoon met de fiets rijden? Of is dat gevaarlijk?

Anke «Dan heb ik geen last. De wind houdt me wakker.»

HUMO Hoe lang duurt een slaapaanval?

Anke «Soms schiet ik direct weer wakker, soms duurt dat een paar minuten. Maar tijdens een aanval slaap ik nooit echt vast.»

HUMO Sommige narcolepsie-patiënten voelen zich na zo’n microslaapje frisser. Jij ook?

Anke «Soms wel, soms niet. Maar als ik bijvoorbeeld tijdens de ene les inslaap, ben ik de les nadien vaak wakkerder. Dokter Dhondt zou graag hebben dat ik tussen de middag een dutje doe op school, maar ik heb dat nog niet gedaan. De speeltijd is kort, en ik zie mijn beste vriendinnen al zo weinig: ze zitten in een andere klas.»

Sandra «Er staat een bed in het EHBO-lokaal, maar ze wil niet.»

HUMO Omdat je je schaamt? 

Anke (stil) «Een beetje. Soms... Maar... Het is gewoon stom dat ik zoveel moet slapen. En dat mensen het niet begrijpen.»

HUMO Word je soms gepest op school?

Anke «In het begin lachten ze me wel uit: ‘Allez, ligt die nu te slapen? In de klas?’ Toen wisten we nog niet wat ik had. En in het eerste middelbaar heb ik ’s naar mijn voeten gekregen van een leraar: ‘Als je nog één keer in slaap valt, vlieg je buiten!’»

Sandra «Ze is toen wenend naar huis gekomen. Dat was op haar nieuwe school – terwijl ik de directie al op de hoogte had gebracht. Als je dan nadien uitleg gaat geven, trekken ze zúlke ogen. De meeste mensen hebben nog nooit gehoord van de ziekte, of verwarren ze met het chronische-vermoeidheidssyndroom. Maar dat is iets totaal anders.»

HUMO Doordat de ziekte zo zeldzaam en onbekend is, krijgen narcolepsiepatiënten soms het verwijt dat ze luieriken zijn. Hebt u dat zélf ooit gedacht?

Sandra (denkt na) «Ja, toen we nog van niets wisten. Maar Anke is geen luierik, ze is een streverke dat niet opgeeft. Ze zegt altijd: ‘Ik wil zelfstandige worden, zoals papa.’»

Anke «Ik volg nu mode, in Brugge, en ik wil later graag een eigen boetiek opendoen, met eigen kleren. Als ik zelfstandige word, kan ik mijn eigen ritme volgen, een dutje doen als ik moe ben. Als je voor een baas werkt, kan je alleen maar hopen dat ze ’t begrijpen.»

Sandra «Door de medicatie is de ziekte nu onder controle, maar het blijft aanpassen, ook voor ons. Anke wordt binnenkort zestien, ze komt al ’s vragen of ze naar een fuif mag. (Haalt haar schouders op) Wat zeg je dan?»

Anke «Ik zal dan vooraf een paar uur slapen, hè mama. Onlangs ben ik gaan eten bij een vriendin, en ik heb het volgehouden tot één uur ’s nachts. We waren aan ’t babbelen, babbelen en babbelen: pas helemaal op ’t einde ben ik moe geworden. (Trots) Maar ik ben wél wakker gebleven.»

Sandra «Haar broer Niels is nu achttien, en hij rijdt met de auto: bij Anke zal dat niet zo evident zijn.»

Anke «Toen ik jonger was, zeiden ze dat ik nooit met de auto zou mogen rijden. Nu zegt de dokter: misschien.» 

Sandra «Als ze klein zijn, heb je als ouders de touwtjes in handen: jij beslist. Maar als puber krijgen ze een eigen wil, eigen verlangens. Ik zal er constant mee bezig zijn, veel meer dan bij haar broer. Wat als Anke een vriend krijgt? Of trouwt en kinderen wil? Zal ze het aankunnen?»

EVI: ‘BANGE GEDACHTEN’

In oktober 2009 werd Evi – toen negen, intussen tien jaar oud – door haar huisarts doorverwezen naar het UZ in Gent. De klacht: ernstige inslaapproblemen. Ze kwam terecht bij Eline Van Hoecke, kinderpsychologe verbonden aan de slaapkliniek van de pediatrie. Bijna anderhalf jaar later zit Evi – pientere oogopslag, esprit curieux – nerveus op en neer te wippen op een stoel tegenover ons. Intussen gaat het veel beter met haar.

Evi «Nu kan ik wel goed slapen, maar vroeger niet. Het is begonnen toen ik in het tweede of het derde leerjaar zat, ik was toen zeven, denk ik. Daarom moest ik naar Eline komen.»

HUMO Weet je nog waarom je niet goed kon slapen?

Evi «Ik was thuis en ik kreeg allemaal gedachten. Als ik in mijn bed lag. (Snel) Maar ook als ik niet in mijn bed lag.»

HUMO Aan wat dacht je dan?

Evi (verlegen) «Dat weet ik niet meer zo goed.»

Eline Van Hoecke had het al uitgelegd: de slaapproblemen van Evi pasten in een bredere context. Van angsten. Maar ook van dwanggedachten en handelingen. Voor ze ook maar kon denken aan inslapen, knipte ze het licht van haar slaapkamer gedurig aan en uit. Soms wel vijf keer. En ze kroop tien keer uit haar bed om te controleren of ze de kraan goed had dichtgedraaid.

Eline Van Hoecke «Je ging ook veel plassen, hè? Soms vijftien keer.»

Evi «Ja, ook als ik helemaal niet moest.»

Van Hoecke «Je dacht altijd dat je in bed zou plassen, ook al wist je eigenlijk dat dat niet zou gebeuren.»

Evi (knikt) «Ik dacht ook altijd dat er iets ergs zou gebeuren. Ik had veel stress, voor wat de dag nadien zou gebeuren. Niet alleen voor school, nee, eigenlijk voor álles.»

Van Hoecke «Je wil graag dat alles tiptop in orde is, hè Evi? Je taken, je huiswerk...»

Evi «Ja, ik heb ook graag dat mijn bank netjes is.»

HUMO Haal je goede punten op school, Evi?

Evi «Ja, ik leer heel hard.»

Van Hoecke «En je bent ook een slimme meid, je moet dat durven zeggen.»

’t Is een slim kind, bevestigt mama Ann. En als baby was ze heel rustig.

Ann «’t Was wel een bange, en vanaf het moment dat ze zich bewust werd van de dingen altijd heel gestresseerd. Een pietje-precies ook: ze kon niets van het toeval laten afhangen. We hebben ook een tijd gedacht dat ze smetvrees had – ze waste haar handen tien keer per dag. Maar we hebben daar nooit bij stilgestaan: ‘Dat passeert wel.’ De problemen zijn geleidelijk gegroeid, tot het plots snel verslechterde. Op een dag waren mijn man en ik gaan shoppen, en Evi was alleen thuis met haar grote zus: toen is ze enorm in paniek geraakt.»

Evi «Ik dacht dat er iets ging gebeuren, dat mama en papa een ongeluk zouden krijgen. Ik was echt bang.»

Ann «Ze belde ons op de gsm, helemaal in paniek, ze smeekte ons om naar huis te komen. Toen zei ze ook voor de eerste keer: ‘Mijn gedachten zeggen dat er iets gaat gebeuren.’ Vanaf dan deed ze dat vaker. Als ze bijvoorbeeld een toets had, zeiden haar gedachten dat ze die toets niet goed mócht doen. Soms was ’t zo erg dat ze haar hoofd in haar armen begroef. Later was ze er van overtuigd geraakt dat mijn man en ik gingen scheiden. Omdat haar gedachten dat zeiden. Maar daar was niets van aan.»

Evi «Nee, ze zijn altijd lief voor mekaar, ze halen altijd mopjes uit (lacht). Maar ik zag dat op tv en dan begon ik te denken dat mama en papa... (Stil) Ik dacht dat ik zou moeten kiezen.»

Irrationele gedachten die door je hoofd blijven malen, bepaalde handelingen dwangmatig herhalen: iedereen kan er vroeg of laat mee te maken krijgen. De genen spelen een rol, omgevingsfactoren evengoed. Bij Evi, vermoedt Eline Van Hoecke, heeft één en ander te maken met haar gevoelige persoonlijkheid: ‘Ze is stressgevoelig en angstig.’

Van Hoecke «Door haar genetische aanleg is ze controlemechanismen gaan zoeken, om haar angst te bedwingen. Dat heeft tot dwanggedachten en handelingen geleid.»

Ann «Wij vermoeden dat het overlijden van haar overgrootmoeder, met wie ze een intense band had, een trigger is geweest. We hebben Evi meegenomen om haar lichaam te groeten, en toen is ze in shock gegaan. Dat heeft zoveel indruk gemaakt dat ze mijn grootmoeder op den duur in haar slaapkamer zag verschijnen.»

Van Hoecke «In een rouwverwerkingsproces zijn de typische emoties verdriet, woede, schuld... Maar ook: denken dat de overledene voor je staat, zonder dat het echt zo is. Dat kan beangstigend zijn voor het rouwende kind.» Ann «Toen zijn de problemen echt begonnen. Evi viel pas in slaap rond twaalf uur, of zelfs nog later.» 

PSYCHO-EDUCATIE

HUMO Wat deed je dan, Evi, als je niet kon slapen?

Evi «Gewoon: liggen. Maar dan werd ik bang omdat ik al om halfzeven moest opstaan.»

HUMO Was je dan niet heel moe de dag nadien?

Evi «Een beetje. Ik zat veel zo (laat haar hoofd tussen schouders hangen), en ik moest veel geeuwen.»

Ann «Eigenlijk viel dat nog mee: haar leerkracht had zelfs nog niets gemerkt. Wij voelden wel dat ze ’s morgens lastig was. En ze bleef met die angsten en gedachten zitten: ze moest maar iets zien op tv, en dat bleef dan door haar hoofd malen. Zoals toen met Kim De Gelder

Evi (kijkt naar de vloer) «Ik had die op het nieuws gezien, ik vond die zo eng dat ik dacht dat hij ook naar ons zou komen. (Denkt na) Voor een oorlog was ik ook bang, of dat de wereld zou vergaan.»

Ann «In het najaar van 2009 is het compleet uit de hand gelopen: ze kon wéér niet slapen, ze had wéér gedachten, dat kind was helemaal over haar toeren. Toen ben ik met haar naar de dokter gereden. Onderweg heeft ze de hele tijd geweend.»

Evi «Ik dacht dat ze mij in een instelling gingen steken.»

Ann «We hebben meer dan een halfuur met de huisarts gepraat, en dan is ze toch tot rust gekomen. Hij heeft haar een siroopje gegeven waardoor ze nog ’s goed kon doorslapen, maar dat was natuurlijk geen echte oplossing. Hij heeft ons dan naar hier doorverwezen.»

Van Hoecke «Dan hebben we mekaar vaak gezien, hè Evi? Om de twee weken.

»Het is pittig geweest, maar het ging eigenlijk snel de goede kant uit, en alleen door hard te werken rond die angsten en gedachten.»

Evi «’t Was daardoor dat ik niet kon slapen (giechelt). De slaap is vanzelf teruggekomen.»

Van Hoecke «Maar niet in één dag. Wij kunnen wel zeggen: ‘Natuurlijk zal je die toets goed doen, want je doet het altijd goed.’ Maar het is een irrationele angst, rationele argumenten hélpen niet. Je moet graven naar de oorsprong van die gedachten: Evi moet in haar eigen gedachten kunnen geloven.

»We zijn ook met psycho-educatie aan de slag gegaan. Wat zijn gedachten en gevoelens? Hoe doen we van daaruit dingen? Evi moest een dagboek bijhouden: als ze een nare gedachte had, moest ze die opschrijven, en dan zochten we samen naar een positieve gedachte om de negatieve te vervangen. Door dat boekje ben je ook heel veel beginnen te praten, hè Evi?»

Ann «Dat was opvallend: in het begin mocht niemand ervan weten, maar hoe meer ze er over begon te praten hoe beter ze zich voelde.»

Evi «Mijn beste vriendinnen wisten het wel, mama.»

Ann «Ja, en hun ouders waren ook op de hoogte: als ze daar bleef slapen, kon ze ook bij hen terecht. En vorig jaar heeft ze ook veel gehad aan de leraar van ’t vierde: ze hadden een teken afgesproken, voor als ze weer zulke gedachten had. Dan kwam hij bij haar en probeerde haar gerust te stellen zonder dat iedereen het wist.»

HUMO Hoe laat ga je nu slapen, Evi?

Evi «Rond acht uur, als ‘Familie’ bezig is, zegt mijn mama meestal dat ik mijn pyjama moet aandoen. En nadien kijk ik nog een kwartiertje naar een ander programma.»

Ann «Dan gaat ze naar toilet, poetst ze haar tanden, en ga ik haar instoppen.»

Evi «Ik durf nog altijd niet alleen naar boven.»

Ann «Maar dat is niet erg, Evi.»

Evi «Nee, mijn vriendinnen hebben dat ook. In de zomer, als het lang klaar is, durf ik wel alleen.»

Ann «En je slaapt nu wel veel beter, hè?»

Evi (knikt enthousiast) «Als ik nu om negen uur ga slapen, val ik direct in slaap.»

Ann «Met haar knuffels: die geven haar vertrouwen.»

Evi «Ik heb er zes: ze liggen allemaal rond mij, ze beschermen mij. Als zij erbij zijn, voel ik me veel beter en slaap ik zalig.»

Ann «En wij merken nu ook heel goed het verschil. Ze staat makkelijker op, ze is ’s morgens aangenamer, niet meer te stoppen.»

Evi «Op school zit ik nu heel de tijd te lachen en zo.»

Ann «Stress heeft ze nog altijd: als ze een toets heeft, is ’t de avond voordien altijd paniek. Maar we werken met lijstjes, zeker op zondagavond, en we pakken samen haar boekentas in, zodat ze zich geen zorgen moet maken.»

Van Hoecke «Ze blijft zenuwachtig: daar gaan we nog ’s iets aan moeten doen (glimlacht)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234