null Beeld

Humo sprak metArno (T.C. Matic)

‘Het leven is een lach en een traan: dat is de kern van T.C. Matic’

(Eerder verschenen in Humo op 23 december 1982)

Arno Hintjens, 34 jaar, de stem en de smoel achter T.C. Matic, komt na de middag zijn bed uit om mij te ontvangen. Wrijft zijn ogen uit, zegt dat ie niet uitgeslapen is en geeft me dan een stevige, propere handdruk, om zich daarna in de badkamer tot de nieuwe mens te gaan bekeren. Le beau garçon: van energie een houthakker. Hij vraagt wat ik wil drinken en als ik voor een pintje kies, zegt ie: ‘Jamaar, zou je geen wodka nemen, da’s gezond.’ Welaan dan: een grote, frisse. Arno zakt onderuit in een fauteuil en rolt een sigaret, ontspant zich, concentreert zich, is zoals steeds zichzelf. Geen clichés. geen terughoudendheid, geen reserves. Als hij lacht, dan lacht hij ook, zoals er twee generaties geleden gelachen werd, want dit is een Oude Belg, een Vlaming van toen het hier nog allemaal le plat pays was. Onbevangen. En toch heeft hij met T.C. Matic één van de meest pakkende en accurate geluidsbanden van ‘82 klaargemaakt : ‘L’Apache’, een gebalde vuist van een plaat, een slag op tafel, een ejaculatie van de blanke soul.

Een originele plaat, waarin honderdeneen invloeden samenkomen, ook de meest onverwachte. ‘AC/ DC en Led Zeppelin zijn mijn favoriete rockgroepen,’ zegt Arno en hij meent het: Of : ‘Jacques Brel was ook een West-Vlaming, ik ben daar fier op.’ Arno de West-Vlaming maar ook Arno de Galliër: de Franse cultuur heeft hem duidelijk niet onberoerd gelaten. Arno Tout Compris.

Arno «Ah, maar ik woon samen met een Brusselse mamzel, hè. Ik zie ze wel niet veel, maar ik moet nu toch veel Frans spreken. Niet dat ik daar echt goed in ben want ik kan me alleen maar perfect uitdrukken in het Oostends, Daarom dat de teksten meestal uit internationale flarden bestaan: beetje Frans, beetje Engels, beetje Duits, beetje Oostends... En die Franse cultuur... Van mijn 4 tot mijn 8 jaar ben ik opgevoed bij mijn grootmoeder en mijn twee ongetrouwde. tantes. Dat was begin jaren 50 en die twee jongedochters dweepten met Jean Cocteau, met, Juliette Gréco, met Jacques Tati. Ik moest mijn ene tante zelfs tante Tati noemen, al wist ik toen niet wat dat wilde zeggen. En ze luisterden naar Django Reinhardt en Charles Trenet en Edith Piaf. Dat was de sfeer rond die existentialisten, hè. Daarom zit dat bij mij nogal diep. En bovendien was Oostende tien jaar geleden nog een Franstalige stad: als je daar in een café kwam en je vroeg een pintje, dan verstonden ze je niet.»

HUMO Je hebt van bij het begin dus vooral met vrouwen geleefd. Heeft dat de jonge Arno voorbestemd?

Arno «Vrouwen prikkelen mijn inspiratie, mijn geest: ik voel me geestelijk bevredigd bij vrouwen. Maar pas op, het mag geen madam zijn die, als ze pist dat er parfum uitkomt, nee, het moet een echte vrouw zijn. Eén met kloten aan haar lijf, één die op dezelfde golflengte zit als ik. Bij venten voel ik me minder op mijn gemak.»

HUMO Dan is het niet bepaald aangewezen om in een rock-’n-rollgroep te gaan zingen.

Arno «Jamaar, rock-’n-roll is wat je leest in boekskes, jong.»

HUMO Er zit toch geen enkele vrouw in T.C. Matic.

Arno «Nee, nee, da’s juist. En heel jammer: als Jean-Marie nu een meisje zou zijn, dat zou nog veel plezanter zijn. Ik weet niet waarom er zo weinig vrouwen zijn die rock-‘n-roll spelen, ik bén er in elk geval nog geen tegengekomen in België. Maar da’s niks, hè, ik heb al vaker gezegd dat rock-’n-roll zeker niet het enige in mijn leven is. Als het zo was, zou ik het ook niet meer kunnen, want dat creatief zijn komt niet uit de muziek zelf maar uit je omgeving. 80 procent van mijn inspiratie haal ik bij vrouwen, die maken iets los bij mij en dat moet er dan uit. Niet dat ik voor die madammen dan liefdesliedjes schrijf, maar zij zijn dan het begin van iets, hè. Spijtig dat jij geen meisje bent, want dan zou ik zeker beter met jou kunnen praten. De meeste mensen peinzen: die Arno, dat is een geobsedeerde, een seksist, maar dat heeft er niks mee te maken. Ik weet natuurlijk ook niet alles: ik ben geen flikker, heb nog nooit met een vent geslapen, maar dat van die vrouwen heeft met evenwicht te maken, met yin en yang. Als tegengestelden mekaar ontmoetten, dan geeft dat elektriciteit : man en vrouw en vonken.»

HUMO En als je dan van een vrouw inspiratie gekregen hebt, wat doe je daar dan mee ? Ga je dan aan een tafel zitten en werk je dat uit of improviseer je daar later wat rond ? Met die inspiratie.

Arno «‘t Is dat gevoel dat je d’r van krijgt waar het om gaat. Ik vind dat muziek met ritme te maken heeft. Rock-’n-roll moet sensueel zijn, want dat sensuele prikkelt het publiek. Je kunt een prachtige tekst schrijven en muziek die technisch formidabel is, met 20 akkoorden waarvan een muzikant zegt, hoe spéélt die gast dat, wel, als daar niks sensueels van uitgaat, dan is dat een slechte song. Daarom zijn de meeste goeie songs maar op één akkoord. Ik luister nooit naar de tekst van een goeie song: als die de moeite is, is dat mooi meegenomen zeker, maar het maakt niks uit. Blues, daar luister ik veel naar, en dat is ritme, da’s voor de onderbuik. Da’s iets van klaarkomen, hè. Alle dansen zijn gebaseerd op het veroveren van iemand, op sex dus, en rock-’n-roll betekent oorspronkelijk sex. En funk, dat woord komt van fuck

HUMO Alle muziek die teruggaat op sex is goed, de rest is rommel?

Arno «Ja, maar dat gaat niet alleen op voor rock-’n-roll, hè. Voor klassieke muziek ook. Die Beethoven, ik denk dat ie gestorven is aan syfilis, dat zegt genoeg. Die kerel heeft heel sensuele muziek gecomponeerd, zo voel ik dat toch aan. Neem nu Picasso: acht keer getrouwd, hè. En Charlie Chaplin, dat zal ook wel zoiets geweest zijn. Alle creatieve mensen hebben die sex in hun lijf. Karl Marx, niet te vergeten: een socialist, hij had ook gaten in zijn zakken, maar een tiep die er zwaar invloog. Pas op: ik heb geen bal verstaan van wat ie gezegd heeft, maar ik ken ‘m, hè!

»Daarom is die nieuwe muziek zo slecht: ze staan daar als robotten, als blokken ijs, het is verdomme om impotent van te worden. D’r zit daar niks in, hè, die hebben geen kloten aan hun lijf.»

HUMO En geen soul?

Arno «Dat is het, hè, dat is wat T.C. Matic wel heeft. En ik ben niet de enige die dat zegt. Kijk: ik kom Marvin Gaye tegen in Oostende, ik laat ‘m de eerste plaat van T.C. Matic horen en hij zegt: dat is soul, kerel, dat is blues. Die Odell, die maat van Gaye die ‘Sexual Healing’ geschreven heeft, die was een groot fan van ons geworden, die zou bij ons gebleven zijn als de flikken hem niet opgepakt hadden omdat hij geen verblijfsvergunning had. Die kerel hebben ze uit België gezet, wel, hij had de tranen in zijn ogen. Hij zei: ‘Hier hebben de mensen Het nog, in LA niet meer.’ En da’s dus niet de eerste de beste: hij is een jaar of 55 nu en heeft op alle ouwe Staxplaten meegespeeld. Weet je wat ie nog meer zei? ‘In België hebben veel muzikanten nog soul maar ze weten het niet.’ Voilà.»

HUMO Omdat ze hier nog vanuit een vorm van armoede spelen en nauwelijks vooruitzichten hebben?

Arno «Dat zou kunnen, ja. Maar niet alle muzikanten hebben soul hier, hè, bijlange niet, d’r zijn er hier nog veel die met een frisko in hun gat staan te spelen. Wat je hier wel soms hebt, dat is die frisheid. Een creatief mens mag nooit denken dat ie gearriveerd is want dan is het afgelopen, fini. Picasso heeft gewerkt tot ie creveerde en zelfs toen had ie nog soul.»

HUMO Da’s geen muzikale term: soul?

Arno «Maar nee. Een goeie acteur moet ook soul hebben. Want alles komt uit het leven gegrepen en het leven is een lach en een traan, ha ha. Dat is de kern van de muziek van T.C. Matic, daarom ook dat wij zo graag leven. Zolang je bang bent, is dat een teken dat je nog graag leeft. En ik bén bang.»

HUMO Die angst overheerst in ‘L’Apache’ nog meer dan op de debuutelpee, zowel in de muziek als in de teksten vind je d’r sporen van terug. Waar ben je dan bang voor?

Arno «Ieder mens heeft angst, maar je moet daarvoor durven uit te komen, je moet de angst onder ogen durven te zien. Mijn therapie tegen angst is muziek maken, entertainen. Ik ben niet bang van dingen of mensen, maar ik ben bang van mezelf omdat mijn geest soms van mij weggaat, daar ben ik doodsbenauwd voor. De meeste andere mensen zijn bang van iemand die zijn gevoelens durft te uiten, dat shockeert de mensen, ze weten dan niet hoe ze moeten reageren. Ze sluiten zich hier in het Noorden allemaal op, verdomme, van Frankrijk tot Zweden zitten de mensen ’s avonds allemaal in hun eigen huisje voor hun eigen tv. Ze zoeken die eenzaamheid zelf op en dan hebben ze d’r last mee en klagen ze d’r over: da’s masochisme, hè. Dat wil ik niet doen, ik vecht daartegen, daarom sta ik op het podium. Daar kan ik, zeggen wat ik voel. En dan hoor ik: die Arno, da’s een vulgaire vent want die spreekt over masturbatie. Weet je wat ik vulgair vind? Een moord is vulgair, jaloezie is vulgair, een mens de kop in slaan, da’s vulgair.»

HUMO Zou dat daar maatschappijkritiek kunnen zijn?

Arno «Ik weet niet, ik wil de wereld niet veranderen maar misschien is wat ik daarnet gezegd heb wel een deel van mijn werk, want muziek moet ergens sterkte geven aan andere mensen. Toen ik 16 was, luisterde ik naar Radio Luxemburg en ik hoorde Eric Burdon zingen, it’s my life and I’ll do what I want. Wel, dat gaf mij kracht, jong. Of Bob Dylan: ik verstond geen zak van wat hij zong, maar die gast gaf mij het gevoel dat ik niet alleen was. Daar ligt het verschil tussen rock-’n-roll en lichte muziek: rock geeft kracht. Vroeger tenminste, nu niet meer. Ik koop nu misschien nog vijf elpees per jaar omdat er geen goeie nieuwe dingen zijn. Phew, ja, da’s goed, dat komt uit Japan, in productie van Conny Plank en Holger Czukay speelt erop mee. En dan, Public Image, als daar iets van uit is, dat zal ik ook wel kopen. Maar voor de rest... Neem nu die Culture Club, bijvoorbeeld, maar jongen daar krijg ik het schijt van, van die muziek. In Engeland denken ze dat ze het warm water uitgevonden hebben, ze schrijven daar al die middle of the road omhoog terwijl dat hoegenaamd niks voorstelt. Nee, op dat vlak is Abba veel en veel beter, die zijn tenminste eerlijk.»

HUMO In crisistijden hebben de mensen ontspanning nodig zeker?

Arno «Maar nee, in crisistijden hebben de mensen kracht nodig. Nu zouden ze op straat moeten komen, maar weet je wie er nu op straat komt ? De flikken! Nu komen de flikken op straat! En in ‘68 hebben ze in Frankrijk hele straten opgebroken terwijl toen de gebraden kiekens nog zo voor het rapen lagen. Met 20.000 frank kon je toen nog naar Katmandu en daar vijf maanden wonen om dan terug te komen en dan hield je nog geld voor een pak friet over. Maar nu, godverdomme, met 20.000 frank geraak je niet eens meer in Parijs. Nu zouden ze van hun oren moeten maken!»

HUMO Waarom doen ze dat niet?

Arno «Dat vraag ik mij ook af. Ik zie veel jonge mensen, maar die naar T.C. Matic komen kijken, dat vind ik er toevallig wel toffe (smakelijke lach). Maar die apathie, daar kan ik me kwaad in maken, vandaar misschien die anarchie die in T.C. Matic zit. Dat is maar één element, je moet er zoveel mogelijk dingen in stoppen want het publiek koopt een plaat omdat ze van één van die dingen willen proeven, dat is het recht van de verbruiker. Dan moet je dus ook zorgen dat alles erin zit, zodat iedereen er wel iets van wil proeven. Daarom moeten we nog betere platen maken dan ‘L’Apache’.»

null Beeld

HUMO Wat ontbreekt daar dan nog aan?

Arno «Ze had nog meer dansbaar moeten zijn en opener, met meer ruimte ertussen. Nog duidelijker had ze moeten zijn zodat je alles nog beter kunt onderscheiden. Maar het is een goeie plaat, hè, pas op. Het kan nog beter omdat het nog beter moet kunnen, want als het niet meer beter kan, dan is het voorbij.»

HUMO Een plaat moet open zijn, zeg je. Het is dus nooit de bedoeling van T.C. Matic geweest om tot de avant-garde gerekend te worden.

Arno «Wij spelen présent-garde (smakelijke lach). Ik verafschuw avant-garde, die geflipte hippies van Crépuscule. Daar wil ik niet mee te maken hebben. Al die kleine platenfirma’s, daar zitten geflipte padvinders. Ze werken meer voor zichzelf dan voor de artiesten: alle reclame is voor het label, niet voor de artiest. Geflipte hippies.»

HUMO Wat jij nooit geweest bent, een hippie. Tenminste, dat kan ik me toch nauwelijks voorstellen.

Arno «Nooit in geloofd, nee. Ik ben wel een tijd onderhevig geweest aan de sfeer maar niet van bloemen en al, hè, dat niet. Ik ben altijd mezelf gebleven, ik heb geen modes nodig gehad. Een punk ben ik ook nooit geweest, die agressiviteit zat al in mij lang voor de punk losbrak, en dat soort muziek deden wij toch al met Tjens Couter. Dat was rhythm and blues maar dan wat rapper gespeeld, hè. Wij waren er eigenlijk voor de Sex Pistols. Ik zal je ‘s wat zeggen, met die modes is het zo, zie: zodra je denkt dat je het warm water uitgevonden hebt, dan is het voorbij. Relativeren, gast, relativeren! Ik heb ook nooit geklaagd over geld bijvoorbeeld. Met T.C. Matic kunnen we leven van onze muziek, we hebben de openbare onderstand niet nodig en ik kan toch nog een glas wijn drinken bij mijn eten. Ik zever daar niet over, ik verdien mijn brood, dus is het O.K.»

HUMO Maar je kunt geld ook zien als een vorm van erkenning.

Arno «Ja, ‘t is daarom dat ik wel zaag over dat geld dat ik niet gekregen heb van Parsley want daar had ik recht op, dat is weer wat anders. Dat zijn mijn royalties die ze inhouden. Weet je waarom de meeste muzikanten hier niet van muziek kunnen leven? Omdat ze hun verstand niet gebruiken. 90 procent van de Belgische muzikanten kent het verschil niet tussen een platenfirma en een muziekuitgeverij, ze beseffen niet dat dat soort dingen ook een deel van het beroep is. Het is niet genoeg om een gitaar vast te pakken, hè, er zit meer achter. Je moet weten wat je rechten en wat je plichten zijn, je moet beseffen dat je als muzikant ook in een business zit. Voor een platenfirma is een plaat iets als een saucisse of een frisko: dat is er om verkocht te worden, punt. Muzikanten laten zich in de zak zetten en ‘t is nog hun eigen schuld ook.

»Ze voelen zich een ster als hun foto in Humo staat, maar dat interesseert mij niet, hoor maat. Als ik zou willen zou ik iedere dag in de gazet kunnen staan, maar daar ben ik nu vet mee, zie.»

HUMO Wat interesseert je dan wel aan succes ?

Arno «Ah, het publiek, hè, het publiek is mijn barometer. Want die kopen de plaat, jullie niet, jullie krijgen ze voor niks. Als ik daar sta op het podium en ik voel de respons van die mensen, dat is het: ja, dat is het het. Maar pas op, dat duurt maar een uur en daarna rij ik naar huis en ga bij mijn mamzel in bed liggen. Dan is dat voorbij. Weer dat relativeren, want T.C. Matic is vandaag groot maar morgen misschien niet meer. Alles is een anti-climax.

»Het podium heb ik nodig. In de studio zit ik niet graag, ik verveel me daar. Dit jaar hebben we wel te veel gespeeld: België, Frankrijk, Holland, Scandinavië... Dat bot geestelijk en ook lichamelijk af. lk heb altijd veel last van de stress, van de adrenaline en dat gaat naar de hersenen, zeker. Mijn hersenen moeten nogal wat gewerkt hebben dit jaar.»

HUMO Wat geeft je dan de zenuwen?

Arno «Je wilt ‘t elke keer heel goed doen en da’s niet makkelijk bij T.C. Matic, want elk optreden is anders bij ons. Soms spreek ik met mijn publiek, soms niet, alles moet natuurlijk komen, da’s nooit voorbereid. En dat is de kracht van T.C. Matic, die natuurlijkheid. Het is een vorm van blues.»

HUMO Die natuurlijkheid zal wel aangevreten worden door dat te vaak speken, neem ik aan.

Arno «Het spelen is niks, maar de omstandigheden, jong. In tenten wil ik nooit van mijn leven meer spelen. Het is zoals Marcel Vanthilt zegt: vroeger organiseerden ze een kermiskoers, nu een popfestival. In de tenten heb ik het echt moeilijk gehad. Ik zag het publiek daar dan staan als koeien in de wei, dat gras zag zwart van het bier, ik had medelijden met die mensen. Die organisatoren denken alleen maar aan hun tap, de rest kan hen niks schelen. We hebben ooit nabij Brussel gespeeld op een podium waar ze de winnaars van de Tour de France op zetten.»

HUMO Denk je dat zoiets als dat radio-interview van jou met Gust Decoster een paar weken geleden, de mensen afschrikt?

Arno «Ik heb daar spijt van voor mijn vader.. Wat moet die mens wel gedacht hebben? En de familie. Maar ik weet niet wat ik daar gezegd heb, ik was zat en ik was vergeten dat ik een interview deed. Ik had meer dan een halve fles Smirnoff uit, ik dacht dat ik daar aan een toog hing. Dat was doorzakken. De groep vond dat nogal erg, maar daar vaag ik ook mijn voeten aan. Ik vind het wel tof dat ze dat durven zeggen, want zo is dat bij T.C. Matic. Dat is een team, dat zijn broeders; godverdomme, nu word ik sentimenteel. Als de tourmanager of de lichtman of de roadies weg zouden gaan, dan zouden we het heel moeilijk hebben.»

HUMO Drank, is dat iets wat je nodig hebt om de emoties los te weken?

Arno «Nee, nee, nee. Voor we spelen, drink ik nooit alcohol en gebruik ik geen dope. De rest van de groep ook niet, stel dat de drummer een stuk in zijn oor zou hebben, dan zou ie niet meer kunnen wat ie moet kunnen. Een voetballer drinkt zich ook niet te pletter voor een match. Maar nu en dan doorzakken, dat moet kunnen, dat heeft een mens nodig. Fysiek en geestelijk. Maar je moet niet denken dat ik een dronkaard ben, hè, bijlange niet. Het is bijvoorbeeld al drie jaar geleden dat ik nog dope gepakt heb. Die vrouw waar ik nu bijzit, die heeft me gered, als ik die niet gehad had, dan zou ik hier nu niet zitten. Ik ben niet meer uit op zelfdestructie. Ik ben misschien geen echte (lacht).»

HUMO Heeft dat iets te maken met die tekstregel in ‘Rip Off Poppoff’: ‘How can you be a rebel when rebellion is the norm’?

Arno «Da’s zeker. De rebel spelen kan niet, je bent dat of je bent dat niet. En het is maar goed dat niet iedereen een rebel is: als iedereen schoenmaker zou zijn, zouden we geen bakkers meer hebben. Ze hebben er een uniform aan gegeven en daar heb ik een hekel aan.»

HUMO En vlak daarna zing je ‘Shut up till you know the truth’. En dat is ?

Arno «Veel mensen lopen achter iets aan om een imago te krijgen, terwijl ze totaal niet weten wat er achter steekt, waar het om gaat. Communisme, fascisme, socialisme, katholicisme, da’s allemaal hetzelfde, een berg met verschillende wegen d’r rond.»

HUMO En rock-’n-roll is een alternatieve ideologie voor jonge mensen.

Arno «Ja, ja. Ze geloven nog in de droom, zelfs mensen uit de business, hè. Neem ze uit die rock-’n-rollwereld en ze gaan kapot alsof ze in een woestijn zouden zitten. Maar ik niet, ik heb nog altijd reserve: mijn beste vrienden hebben niks met rock-’n-roll te maken. Ik kan gerust andere dingen doen, zolang ik maar creatief bezig kan zijn.»

HUMO Is iemand die T.C. Matic niet goed vindt een slecht en oninteressant mens?

Arno «Maar nee, iedereen heeft het recht om dat niet graag te horen, om niet in de groep te geloven. Zolang ze maar geen leugens vertellen en mijn naam juist uitspreken (lacht). Ik heb er ook niks tegen dat er mensen zijn die ons vroeger niet goed vonden en nu wel. Ik heb ook nog een meisje gezien dat ik vroeger niet mooi vond en nu wel. Hoe komt dat?»

null Beeld

HUMO ‘L’Apache’, ben jij dat?

Arno «Een apache is iemand die aan de rand van de maatschappij leefde, in de achterbuurten van Parijs, of Brussel of Berlijn. Da’s een soort beweging die spontaan ontstaan is uit het volk: die droegen bepaalde kleren, luisterden naar muziek en amuseerden zich op hun manier. En ze dansten ‘La Java’, één van de eerste dansen waar de mensen bij plakten. Dat komt uit de mazurka, vermengd met bal populaire muziek, met accordeon. Voyous, pooiers, dat soort volk noemden ze apaches, een scheldwoord zoals punk dat ook was. Zij waren de voorlopers van punks, mods, rockers, hippies, zazous... Zazous, dat waren gasten die tijdens de Duitse bezetting en ondanks een officieel verbod naar swingmuziek luisterden. De Duitsers hadden allemaal kort haar en daarom droegen de zazous hun haar achteruit en lang en liepen ongeveer als teddyboys gekleed. Crêpe schoenen, korte broeken, lange vesten. Charles Trenet, dat was een commerciële zazou. Maar het komt allemaal voort uit de apaches, dat waren de eerste rebellen, de eerste provocateurs. Die mamzellen droegen decolletés tot aan hun navel, dat was wat in die tijd. En ze dansten onderbuik tegen onderbuik, echt plakken, want sex, da’s de badkamer van de geest, hè. Da’s niet alleen iets fysieks. Klaarkomen heeft ook met de geest te maken, als je dat alleen met het lichaam deed, dan zou ik geen mamzel nodig hebben, dan kon ik me net zo goed zitten masturberen met een porno-blaadje. Ik ruik ook graag de vrouwen, hun natuurlijke geur. Klaarkomen is het schoonste dat er is, spijtig dat het zo kort duurt. Maar ik heb er iets op gevonden: op een podium kan ik het rekken tot een uur.»

HUMO Betaald worden om klaar te komen, wat een job.

Arno «Ja, schone job, jong, maar ik zorg er ook voor dat het publiek ook klaarkomt, hè. Ik geef ze iets terug. Ze voelen dat, ze voelen dat.»

HUMO Hoelang kan je dat, volhouden? Je bent er nu al 34.

Arno «Dat weet ik niet, als ik dat zou weten, zou ik nu in Katmandu op een berg zitten en de sneeuw zou rondom mij smelten. Maar d’r zijn er wel meer die het lang hebben getrokken, met leeftijd heeft dat niet veel te maken. Ik heb Sammy Davis Junior ooit gezien, 50 jaar maar swingen als de pest. En James Brown in Oostende, ongelooflijk, met twee boxen om spreekbeurten mee te geven maar toch swingen, echt swingen.

»Ik heb ooit nog met het American Blues Festival negers gezien die ze met twee man het podium moesten opdragen en ondersteunen opdat ze niet zouden omvallen. Maar op het podium pakken die gasten een gitaar vast en ze zijn weg, hè. En een jaar later zijn ze dood.

»Laat die tiepen van de New Musical Express daar ‘s naar luisteren. Dat krantje is nog niet goed genoeg om als WC-papier te gebruiken. Frisko’s zijn het, die nieuwe groepen, allemaal frisko’s. Ze zouden ze allemaal moeten verbranden. Ik heb een tijd geleden een NME van een jaar geleden doorgenomen, wel, alle groepen die daarin aanbeden werden zijn nu weg, verdwenen. Die gasten zijn nu allemaal taxichauffeur en ik speel nog altijd muziek, ha ha ha. Nee, T.C. Matic is een groep met kloten aan hun lijf en hun voeten op de grond. En wij maken goeie muziek. Ik doe tenminste wat ik wil, ik voel me goed, ik ben gelukkig. Ik ben nog altijd een kind, denk ik, maar goed dat ik een goeie madam heb die voor me zorgt. Weet je wat: een muzikant moet een goeie madam hebben, iedereen bij T.C. Matic heeft een goeie madam en dat is heel, heel belangrijk.

»En je moet een sociaal leven leiden om goeie muziek te maken: je moet ervoor zorgen dat je met dezelfde dingen geconfronteerd wordt als je publiek, anders verstaan ze je niet meer. Ik neem nog altijd de tram en de trein. Ik spreek altijd tegen mijn beenhouwer, ik weet wat die mens verlangt en waarin hij ongelukkig is, want dat is een mens zoals ik.»

HUMO Vandaar dat het in België nog zo fris is, omdat de muzikanten hier nog zelf naar de beenhouwer om de hoek gaan?

Arno «Ja, maar dat zal zo ook in het buitenland wel zijn. Die Keith Richards van de Stones, die zit daar ook maar op een appartement in Parijs en die zal ook wel ’s een pint gaan pakken. De mensen die de beste muziek maken zijn hele gewone gasten. Gewone gasten die niet volwassen zijn geworden. Ik weet niet wat dat is: volwassen. Ik heb nog altijd hetzelfde gevoel van toen ik 8 jaar was en ik voor de eerste keer Eddie Cochran hoorde. Ik hoor die nu nog altijd graag, dat pakt mij nog elke keer. Bob Dylan ook, de Stones ook, Edith Piaf, Sleepy John Estes. Niks veranderd, jong. Nog altijd dezelfde Arno.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234