Brigitta Callens en Frank Verstraeten Beeld Story
Brigitta Callens en Frank VerstraetenBeeld Story

‘Zillion’

Het leven van Frank Verstraeten in de hoogdagen van de Zillion: ‘Eén druk op de knop en de zilveren Beretta lag klaar’

De film ‘Zillion’ draait nog maar drie weken in de bioscoopzalen en toch gingen u en 349.999 anderen al naar de verhaal over de megadancing kijken. En met het succes komen ook de vragen. Hoe kon Frank Verstraeten zo lang zijn zwarte zaakjes blijven regelen? Hoe groeide de dancing uit tot een oord van ongebreideld plezier? En werden mensen er echt gefilmd terwijl ze seks hadden? Humo tekende in 2001 de opmars en ondergang van Frank Verstraeten op terwijl hij in de gevangenis zat voor poging tot moord.

Jan Antonissen

In 2000 opende Humo het dossier ‘Uitgaan in Vlaanderen’. In de eerste aflevering kwam, als vanzelfsprekend, de Zillion aan de beurt. Onze Man dook de nacht in en doopte ‘s ochtends vroeg zijn pen in onvervalste lyriek. Een citaat: ‘De Zillion lijkt nog het meest op een matroesjkapop in uitgaanskostuum. De vermaarde trancehouse-discotheek is het omhulsel, maar daarin zitten nog eens een bedroom-kelder, een magic café, een beautyfarm, een ambi café, een chill room, een restaurant, een merkshop en nog een stuk of wat kleinere danszalen.’ In dat labyrint gebeurt niks bij toeval. ‘Elke seconde van het spektakel ligt vast in een draaiboek dat via de intercom constant wordt bijgestuurd.’

Niet alleen Onze Man is onder de indruk, ook de verslaggever van de Nederlandse Volkskrant gaat kopje onder in een woordenvloed als hij probeert uit te leggen waarom zoveel landgenoten over de grens feestvieren. ‘Reusachtige ventilatoren zorgen voor verkoeling en, indien gepland, verspreiding van confetti. Soms is er waterballet in een aquarium. Er zijn schuimparty’s. Of neem de erotisch geladen Zundays, waarbij zowel op de podia als in de zaal zelf weinig aan de fantasie wordt overgelaten. De muziek is heftiger dan in Nederland. Hardhouse, definiëren kenners.’ DJ Fou laat niemand onberoerd met zijn door vierenzestigduizend watt sterke diepe bassen. Het kan vreemd lopen in een mensenleven.

Twintig jaar geleden draaide hij nog plaatjes op de discobar in de kelder van het ouderlijke huis in Sint-Brixius-Rode, ver weg van alles en iedereen, nu komt de halve wereld naar hem toe. ‘Frank was een gevoelige jongen,’ zegt iemand die nog samen met hem in de scouts van Sint-Brixius-Rode heeft gezeten, maar zoals zovele anderen alleen anoniem wenst te spreken. ‘Een timide jongen ook, die zich geen raad wist met het machogedrag van zijn leeftijdgenoten. Er gebeurden vieze stoten bij de scouts, chiro-meisjes uitkleden en zo, maar Frank deed daar niet aan mee, integendeel, hij haatte dat goedkope gedoe. Maar als ik nu zie hoe hij vrouwen als wegwerpproducten behandelt, herken ik hem niet meer. Hij vertoont hetzelfde goedkope gedrag dat hij twintig jaar geleden zo diep verachtte.’

Conclusie: ‘Die gast heeft een probleem. Het kind van zelfstandigen, hè, zijn ouders hadden nooit tijd voor hem. Het was altijd: werken, werken, werken in de ijssalon. Frank en zijn broer moesten hun plan maar zien te trekken. Alleen als ze opvielen of choqueerden, kregen ze aandacht. Wat Frank nu doet, is één langgerekte schreeuw om aandacht.’

KLEIN VENTJE

lJssalon Sint-Brixius is nog altijd een magneet. Van heinde en verre komen mensen afgezakt om het zelf vervaardigde roomijs van de familie Verstraeten te degusteren. Naast de fietsenfabriek van Eddy Merckx is de crèmerie de enige reden om halt te houden in Sint-Brixius-Rode, een nietige groene vlek in de rand van Brussel.

De zaak, die momenteel wordt gerund door Willem, de broer van Frank, is het levenswerk van moeder Annette. Zij begon met een kruidenierszaak terwijl haar man voor de bank bleef werken. Ook toen ze de zaak in een bloeiende ijssalon omturnde, bleef hij nog lange tijd waar hij was. Frank en Willem leerden het snel: het bestaan van een zelfstandige is onzeker. Het is werken voor je eer. En dus stonden ze in het weekend geregeld mee in de salon.

‘Frank was een vriendelijke jongen,’ zegt een leerkracht van De Leertuin in Meise, de plek waar Verstraeten het grootste deel van zijn lagere schooltijd doorbracht. ‘Al was hij wel een beetje op zichzelf: veel vrienden had hij niet, of het moesten kinderen zijn die hij onder de duim kon houden. Hij wist ook veel. En hij had veel geld. Je kon er donder op zeggen dat hij het laatste computerspelletje had. Verwend, hè. Zijn ouders hadden geen tijd voor hem en kochten alles wat hij verlangde.’

En dan was er ook nog zijn geringe lengte, wat hem tot een makkelijk voorwerp van spot maakte. Frank Verstraeten zelf daarover in De Standaard Magazine: ‘Als kind werd ik op school gepest omdat ik veel kleiner was dan de rest. Ik trok me niet terug in een hoekje, nee, ik beet van me af. Op de een of andere manier werkte ik me wel in de belangstelling. ik was altijd degene die iets mispeuterde. Als iedereen besloot linksaf te gaan, sloeg ik rechtsaf. Mijn ouders hebben me rotverwend. Het was een compensatie voor de pesterijen op school. Ik was het kleine ventje met wie ze dachten te sollen. Dat is de kick geweest. Toen heb ik gezegd: niet met mij.’

DE BELGISCHE BILL GATES

Roger Kerremans, zaakvoerder van Technoconstruct, die mee de Zillion heeft gebouwd, bevestigt het belang van die pesterijen. ‘Frank heeft in zijn jeugd dingen meegemaakt die iedereen voor het leven zouden tekenen. Die ervaringen maken intussen deel uit van zijn persoonlijkheid: zijn humeurwisselingen, zijn opvliegendheid, zijn botheid - zijn klein hartje ook.’

Aan het eind van zijn derde jaar in het middelbaar onderwijs, krijgt Frank Verstraeten te horen dat hij een B-attest krijgt. Hij kan zijn studie aan het Jan-van-Ruusbroec-college in Laken voortzetten in ‘de vierde wetenschappelijke B’ maar niet meer in de - op wiskunde toegespitste - ‘vierde wetenschappelijke A’. ‘Dat was een klap,’ zegt leraar Herman Vander Straeten, die Verstraeten ook buiten zijn uren als repetitor begeleidde. ‘Zowel Frank als zijn vader droomden van een diploma als burgerlijk ingenieur of leraar wiskunde.’

Frank Verstraeten verandert van school. In het Vrij Katholiek Onderwijs van Opwijk studeert hij drie jaar later af in de afdeling ‘bedrijfseconomische informatica’. De wizkid steekt de leraar informatica in zijn zak. Een vertegenwoordiger van de school: ‘Op een examen moest hij een programmaatje in Basic schrijven. Frank schreef het in Pascal - mijlenver lag hij voorop. Hij sliep met zijn computer thuis, hij had ook alle materiaal. Terwijl wij op school nog met floppy’tjes rommelden, had hij al een harde schijf.’ In een Humo-interview verklaart Verstraeten dat zijn ouders indertijd voor zo’n achthonderdduizend frank aan computermateriaal heb-ben gekocht. Op zijn twaalfde zat hij aan zijn eerste computer, een IBM-machine, de Vic 20: ‘Mijn zoontje heet Vic, naar die computer, en naar ‘victoria’, Latijn voor ‘overwinning’.’

Frank Verstraeten is nu nog altijd een nerd in het diepst van zijn gedachten. Zegt Jamie ‘Bijna Mister Belgium’ Nauwelaers, zij het in andere bewoordingen. ‘Alleen voor zijn computer komt Frank echt tot rust.’ Herman Vander Straeten: ‘Op zijn zeventiende verkocht Frank al computers vanuit het tuinhuisje waar hij altijd op zijn schermpjes zat te turen. Het was onwaarschijnlijk wat hij allemaal kon met die geavanceerde apparatuur, maar het meest essentiële ontging hem. Hij kon geen normale menselijke contacten onderhouden.’

In dat tuinhuisje ontstaat lnfobrix, het computerbedrijfje waarmee Verstraeten in no time vijftien procent van de Vlaamse softwaremarkt verovert. Een medewerker van het eerste uur: ‘Wat computers betreft, is Frank geniaal. Aan het eind van de jaren tachtig had hij al met een resem modems, telefoonlijnen en servers zijn eigen BBS ontworpen: het bulletin board system, de voorloper van het internet, waarop mensen konden inbellen. Alle computerspecialisten waren daar toen mee bezig. Dáár heeft Frank een bestand van vijftienhonderd potentiële klanten gerekruteerd. E-commerce avant la lettre. Aan hen heeft hij ook zijn eerste computers verkocht.’ De zelf geassembleerde computers (merk: Ometra) of computeronderdelen gaan vlot van de hand. Geen wonder: de prijzen zijn zeer scherp -amper 5 á 10 procent boven de aankoopprijs.

Terwijl Verstraeten nog aan de universiteit studeert, neemt hij twee verkopers in dienst. Met de studie zelf, wiskunde, wordt het niks: na twee jaar is het over; maar Infobrix is boomin’ business. Het duurt niet lang of de groothandel behandelt de kleine uit Brixius als was hij de Belgische Bill Gates. Computer 2000 schroomt niet een limousine te laten voorrijden om meneer te paaien. lnfobrix krijgt prijzen aangeboden waar de andere dealers alleen maar van kunnen dromen. ‘Het was een mooie tijd,’ zegt dezelfde medewerker. ‘Frank wilde per se een omzet van één miljard frank draaien en wij kregen carte blanche. lk heb keihard gewerkt, veel verdiend en veel geleerd in die periode.’ Na vier jaar haalt Infobrix een omzet van 1,4 miljard frank. Dat is behoorlijk voor een bedrijfje dat met een omzet van twintig miljoen frank is begonnen.

DOOMSDAG

Verstraeten is, naar het voorbeeld van zijn moeder, een commercieel genie: hij kan een product verkopen. Hij adverteert in de grote computerbladen, maakt indrukwekkende brochures en flyers voor binnen- en buitenland, staat elke week als sponsor op de aftiteling van het BRTN-consumentenmagazine ‘Op de koop toe’ en neemt gespecialiseerde beurzen in extremis, als was het een Blitzkrieg, ‘met vijftig hostessen en twintig paletten publiciteit’ stormenderhand in.

Verstraeten is niet vies van een beetje show. Eén keer per jaar organiseert hij ‘Doomsday’: hij verkoopt stapels plastic zakken tegen duizend frank het stuk. In zo’n zak kan zowel een computer ter waarde van honderdduizend frank zitten als helemaal niks. Bij andere gelegenheden verrukt hij zijn dorpsgenoten als hij Jo Vally of Touch of Joy met de helikopter laat aanvliegen. In Sint-Brixius-Rode en omstreken maakt Verstraeten grote sier. Hij meldt zich bij dancing Dibango in Merchtem met een rode Ferrari Testarossa, met in zijn zog een vaste schare champagneliefhebbers die hem, zodra hij zijn rug heeft gedraaid, uitlachen. Pigeon noemen ze hem onder elkaar - zijn nieuwe vrienden komen op zijn geld af.

Een kennis uit het uitgaanscircuit: ‘Frank wilde er zo graag bijhoren, maar het lukte niet. Hij was te klein, hij was te onnozel, hij kon geen vrouw krijgen. Alleen als hij onnozel deed en met zijn geld morste, had hij de voile aandacht. Hoe vaak heeft hij niet in de VIP-bar van discotheek Carré geroepen dat hij alle drank van de avond voor zijn rekening nam?’ Verstraeten gaat ‘s nachts almaar driester tekeer. In de Dibango wordt hij aan de deur gezet omdat hij op het podium zijn broek heeft laten zakken. In de Carré flikkeren de portiers hem er wel een keer of tien uit. ‘Dat komt,’ zegt Jean-Pierre Penders, de uitbater van de Carré, doordat Frank dacht dat met geld alles te koop was. Als hij vijftien flessen champagne had betaald, mocht hij wel met de zestiende in het rond spuiten, vond hij. Hij was gewend alles te mogen in zijn leven, hé. En: hij kon twee stenen doen vechten. Hij was een ongelofelijke manipulator.’

ZWARTE BRANDKAST

Het nachtleven houdt Verstraeten in de ban. Hij vindt er de glamour die hij in de softwarebusiness overdag node mist. Penders is, of hij het nu leuk vindt of niet, het rolmodel van Verstraeten: hij heeft wel de looks, de vrouwen en de kluiten. De Carré blijft Verstraeten trekken. Tot groot ongenoegen van zijn personeel verschijnt hij steeds later in de kantoren van Infobrix. Voor de middag slaapt hij zijn roes uit, na de middag slaagt hij er nog amper in zijn driftbuien te temperen. Medewerkers die niet naar zijn zin functioneren krijgen de volle laag.

In zaken wordt Verstraeten almaar nonchalanter. Een oud-medewerker: ‘De service was ronduit slecht. Klanten konden ons moeilijk bereiken: we namen bijna geen telefoons op. ‘Daar is geen tijd voor,’ heette het. Met als gevolg dat die dingen de hele dag stonden te rinkelen.’

Frank Verstraeten in Humo: ‘Ofwel verkoop je dure computers met alle mogelijke service erbij, ofwel doe je aan box-moving: geen uitleg, een kartonnen doos met een computer erin en trek je zelf maar uit de slag, beste klant. We werden op de duur tamelijk slordig. Het gebeurde dat we na zes uur aankwamen bij een klant, en dat iedereen al naar huis was. Dan zetten we de computers op straat. De klant zou ze de volgende morgen wel vinden. Of we lieten duizend computerschermen een nacht buiten staan. Natgeregend, jammer. We maakten fouten in de assemblage, we leverden toestellen met twee videokaarten of we vergaten het moederbord of we leverden zelfs een lege kast. Terwijl we in koeien van letters ‘Quality Check’ en ‘Tested’ op de doos drukten. Ik heb ooit een boze klant bij mij gehad die zijn computer had opengeschroefd en er een brooddoos in had gevonden. Een volle!’ En in de brochures maar hoog opgeven van de ‘repair online’ van Infobrix: ‘Uw computer wordt binnen het uur hersteld!’ De klanten konden intussen op kosten van de zaakvoerder een ijsje gaan eten bij mama Verstraeten.

Infobrix wordt de grootste onafhankelijke dealer in België. In ‘94 verhuist Verstraeten naar Humbeek, waar hij het ontzagwekkende Planet Infobrix uit de grond stampt, een volledig elektronisch gestuurde computerfabriek waar vierhonderd toestellen per dag van de band lopen. Voor Frank Verstraeten rinkelt de kassa elke week. Een concurrent uit de computerbranche: ‘Frank liet zijn brandkast voor de grap zwart schilderen. Elke week verdwenen daar honderdduizenden franken zwart geld in. Er waren ook weken van één miljoen.’

BTW-CARROUSEL

Blijft de vraag waar al dat geld vandaan komt. De winstmarge is uiterst gering. De kosten voor publiciteit zijn hoog. En de service aan de klant is belabberd - een ongeschreven wet zegt dat je dat cash betaalt. In interviews verwijst Verstraeten naar de ontwikkeling van een Windows-softwareprogramma dat hem veel geld zou hebben opgebracht. Maar in intieme kring snoeft hij over de ingenieuze BTW-carrousel waarmee hij de staat voor tientallen miljoenen in de zak zet.

De concurrent: ‘Een mogelijke verklaring zijn de broers Tom en Hans De Geetere van het computerbedrijf ATC. Zij leverden in het begin printers aan Infobrix. ATC is het voorbeeld van een bedrijf dat zijn omzet in enkele jaren tijd exponentieel heeft zien stijgen: van enkele miljoenen naar vijftien miljard frank. Speurders zijn ervan overtuigd dat ATC de grootste BTW-carrousel is uit de Belgische geschiedenis. Maar de onderzoeksrechters zijn al drie keer van de zaak gehaald vanwege procedurefouten.’

Het principe van een BTW-carrousel is eenvoudig: je licht de staat op door goederen door Europa te laten reizen. Voorbeeld: firma X verkoopt kleine computer onderdelen zonder BTW aan de buitenlandse nepfirma Y. Y verkoopt op haar beurt de onderdelen mét BTW aan firma Z in haar eigen land. Y betaalt de BTW die het van Z ontvangt niet terug aan de staat en verdwijnt spoorloos. Z vordert de BTW terug van de staat en verkoopt daarna op volkomen wettelijke wijze de onderdelen zonder BTW aan X terug. Waarop X de onderdelen op de Belgische markt verspreidt. Of nog eens aan dezelfde route begint. ‘Allicht heeft Verstraeten zich aan ATC gespiegeld.’ Hoe dan ook, dat er bij Infobrix iets met de belastingaangifte scheelt, is duidelijk.

Een oud-werknemer: ‘De Bijzondere Belastinginspectie viel zo vaak bij ons binnen dat we er op de duur niet meer bij stilstonden. Het hoorde erbij.’ Het onderzoek naar de BTW-carrousel is nu, zes jaar na het faillissement van Infobrix, nog steeds niet voltooid. Ook het faillissement, in mei ‘95, is een merkwaardige zaak. Verscheidene oud-medewerkers noemen het zonder omwegen frauduleus. Verstraeten zou geld van Infobrix naar zijn andere bedrijfjes hebben doorgesluisd en zijn leveranciers en de Belgische staat voor zo’n tweehonderd miljoen frank hebben opgelicht. ‘En,’ weet iemand nog, ‘de dag voor het faillissement zijn mensen van het gerecht nog langsgekomen om voor een prikje computers van het bedrijf op te kopen.’

Test Aankoop schrijft in oktober 1996 een passend in memoriam: ‘Het grote aantal klachten dat wij ontvangen, onze eigen bevindingen bij onze computertest en de enquête bij onze leden wijzen allemaal in dezelfde richting. Ze leiden dan ook naar een voor de hand liggende conclusie: Infobrix was een weinig betrouwbare leverancier.’

MANNEN, MAKKERS, MAES

Verstraeten vertrekt met de noorderzon. ‘Een reis rond de wereld,’ zegt de een. Een ander heeft het over een verblijf in de States, Las Vegas met name, waar hij alle mogelijke shows prospecteert met het oog op zijn nieuwe project: de Zillion. Verstraeten heeft, zo wil het de legende, het plan opgevat met een eigen discotheek te beginnen toen hij weer eens bij de Carré was buitengetrapt. ‘De Carré moet kapot,’ zou hij gezworen hebben.

Vandaar: een zaak in Antwerpen - een kwartiertje rijden van Willebroek, waar de Carré is gevestigd. Alleen, waar haalt een gefailleerde het kapitaal om aan zo’n grote onderneming te beginnen? ‘Bij Maes Pils,’ zeggen ingewijden. ‘Verstraeten heeft daar voor dertig á veertig miljoen frank geleend.’ Andere bronnen hebben het over het dubbele. Rudy de Hainaut, directeur van Alken Maes, noemt geen bedrag, maar bevestigt de lening van Verstraeten. Of dat niet vreemd is, zoveel geld voor een kerel met een faillissement op zijn conto en geen enkele professionele ervaring in de horeca? De Hainaut: ‘Voor ons was het een risicoloze operatie: we hadden, via tussenpersonen die zich borg stelden, voor honderd procent sluitende garanties.’ Wie die tussenpersonen zijn, zegt hij niet. Allicht gaat het om mensen uit de bankwereld.

In oktober ‘97 gooit de Zillion zijn deuren open. Al snel klinken er dissonanten in het feestgedruis. Er komen klachten over racisme binnen: allochtonen wordt de toegang tot de feesttempel geweigerd. Het is geen alleenstaand incident. Verstraeten besprenkelt de zwarte afruimers onder zijn personeel met eau de cologne. ‘Anders stinken jullie zo.’ En in februari van dit jaar meldt de Gazet van Antwerpen dat ‘Zillion-baas Frank Verstraeten overweegt Vlaams Blok-boegbeeld Filip Dewinter financieel te steunen in zijn campagne voor het burgemeesterschap van Antwerpen.’ Het is één van de vele trucs die Verstraeten gebruikt om de stad Antwerpen onder druk te zetten.

De verhouding tussen Verstraeten en een deel van het stadsbestuur is vanaf het begin verstoord. Eén week na de opening ligt er al een negatief rapport van de milieupolitie op het bureau van de burgemeester. De Zillion, midden in een woonwijk op het Antwerpse Zuid, is niet de ‘polyvalente hal’ waarvoor men een bouw- en milieuvergunning heeft aangevraagd maar een onvervalste megadiscotheek. De buurtbewoners, die zich in de vzw. Zuiderdokken verenigen, klagen over straatlawaai, verkeersoverlast, vandalisme en dergelijke. Ze eisen de onmiddellijke sluiting van de zaak.

Op 13 maart 1998 gaat de Zillion ‘uit veiligheidsoverwegingen’ dicht: er is - niet voor het laatst - een lading vuurwerk gevonden. Verstraeten, die voelt dat het voortbestaan van de Zillion op het spel staat, schakelt een batterij topadvocaten in. Hij Iaat de Raad van State de sluiting onwettelijk verklaren op grond van procedurefouten. En hij spant een kort geding tegen de stad aan voor de geleden schade. De stad siddert in het besef dat het om véél geld gaat. Ze werkt met Frank Verstraeten een gentleman’s agreement uit. Verstraeten belooft op zijn communiezieltje in de toekomst aan zevenentwintig voorwaarden te zullen voldoen (wat hij achteraf overigens nalaat). In ruil daarvoor zal de stad alle vergunningen regulariseren. Resultaat: op 9 april 1998 gaat de Zillion weer open.

BRANDJE

Drie mensen, ex-portier Joeri Van Miert, ex-veiligheidsmanager Freddy Van Pollaert en ex-manager Marius Verschueren verklaren in drie verschillende processen-verbaal dat Frank Verstraeten politici van de stad heeft omgekocht voor de heropening van zijn zaak. Verschueren beweert dat het om negen miljoen frank gaat. In zijn proces-verbaal valt de naam van burgemeester Leona Detiège. Detiège: ‘Ik heb dat proces-verbaal nooit gezien. En ik ben daar ook nooit door het parket over ondervraagd. Dat betreur ik, jazeker. Want op deze manier kan ik me niet verdedigen. Ik heb geen weet van de dingen die me ten laste worden gelegd.’

Waarnemend burgemeester Gilbert Verstraelen, die de beslissing tot heropening nam (Detiège was op werkbezoek in het buitenland), weet evenmin van de drie processen-verbaal. ‘Ik ben er nooit door het parket over ondervraagd.’ Er zijn wel meer processen-verbaal die in de loop van vier bewogen jaren geen gevolg krijgen. De Morgen becijferde dat er inmiddels honderdeenenveertig processen-verbaal tegen de Zillion zijn opgemaakt.

Op een persconferentie in oktober ‘98 maakt de ontslagen veiligheidschef Freddy Van Pollaert brandhout van het veiligheidsplan van de Zillion. ‘Er is geen veiligheidsplan,’ zegt hij. De maximumcapaciteit van de dancing, 1.950 mensen, wordt door geknoei met het drietand-systeem en de informatica voortdurend overschreden. Een anonieme ambtenaar treedt Van Pollaert bij: ‘Op piekmomenten heb je soms drieduizend mensen. Er is zelfs ooit een zaterdagnacht met vijfduizend mensen geweest. Niemand kon nog bewegen.’

‘Er zijn agenten aan de ingang geposteerd om met streepjes op een notitieblokje bij te houden hoeveel volk er precies in de Zillion was. Stel je voor, mensen in uniform die ostentatief de bezoekersaantallen komen bijhouden. Natuurlijk waren er die avond niet te veel bezoekers. Het leek wel opgezet spel. Het optreden van de politie was overigens, zoals gebruikelijk, van tevoren getipt.’ ‘Ook de invallen van de sociale inspectie worden getipt - Verstraeten heeft een netwerk aan informanten. En als het toch fout gaat, drukt een portier op een knop, gaan er lichtjes knipperen, sticht iemand een brandje, en kunnen de branddeuren open, waarlangs alle illegale werknemers de benen nemen.’

VADER CALLENS

Van Pollaert heeft het op de persconferentie ook over knokpartijen, drugsgebruik en zwartwerk. ‘Laten we wel wezen,’ zegt een insider, ‘dat soort verhalen kun je over elke discotheek brengen.’

‘Het probleem zijn de portiers. Zij drukken hun stempel op je deurbeleid, zij bepalen welke dealers binnenkomen en welke niet. De eigenaar van een discotheek heeft de keuze: of hij gaat met die portiers in zee en pakt ook zijn percent op de verkoop van drugs of hij heeft elke week ruzie. Dat laatste is hoe dan ook geen optie. Als je de zware jongens weigert komen ze gewapend terug, meestal vergezeld van vrienden. De Zillion heeft ook enkele raids van portierclans meegemaakt. Dat was niet de schuld van Frank Verstraeten. Hij betaalde zijn mensen goed, maar hij kon niet verhinderen dat die gasten elkaar onderling afdreigen en afpersen. Portieren is een hard bedrijf, of je het nu hebt over mensen met een licentie - zoals de wet tegenwoordig voorschrijft - of zonder. Het is nog altijd één grote grijze zone.’

De namen van de grote portierssyndicaten blijft de insider schuldig. ‘Die noem ik niet, nee. Dat is me te gevaarlijk.’ Hij geeft wel nog mee dat zelfs Frank Verstraeten door zijn portiers is afgetuigd. De meeste betrokkenen vertellen een ander verhaal. De portiers van Verstraeten zijn, zeker in de beginjaren, een privémilitie. ‘Eén druk op de knop en de zilveren Beretta lag klaar.’ Maar meestal bleef het bij fysiek geweld, zoals in het geval van de kleinzonen van ex-minister van Justitie Alfons Vranckx, die door de security in elkaar werden getimmerd omdat één van hun vriendinnen zich verzette tegen de al te vrijpostige toenaderingspogingen van een van de dansers met de camera in de aanslag. Toen Dieter en Wilfried Vranckx even later bloedend op de grond in een achterafkamertje lagen, zou Verstraeten hun een zakje coke hebben toegeworpen. ‘En nu zwijgen we of we doen hier een boekje over open.’

De moeder van Dieter Vranckx in de Gazet van Antwerpen: ‘Dieter liep een gebroken neus op en is geopereerd. Na de operatie kwamen er verwikkelingen. Hij kreeg een trombose en heeft twee dagen lang tussen leven en dood gezweefd.’ De zaak is in behandeling bij het gerecht.

‘Portiers zijn trouw aan de baas,’ zegt een ex-portier van de Zillion. ‘Je verdient goed geld aan de deur, zo’n tienduizend frank per nacht, je deelt vrouwen en drugs - logisch dat je voor je baas door het vuur gaat. Als hij je iets vraagt, doe je dat. Punt uit.’ Het personeel slaan, bijvoorbeeld: mensen die van diefstal werden verdacht, werden ongenadig in elkaar getrapt. Of het personeel afdreigen: een voormalige computerspecialist zou, bij wijze van ontslagprocedure, Frank Verstraeten zwaaiend met een riot gun voor zijn neus hebben gekregen. En de portier vertelt hoe de vader van Brigitta Callens, die het niet begrepen had op een relatie tussen zijn dochter en Frank Verstraeten, gechanteerd werd. ‘Wij hebben ervoor gezorgd dat Frank compromitterende foto’s van vader Callens in handen kreeg. Zo heeft hij die man onschadelijk gemaakt.’

Met een lachje: ‘Wij kunnen veel, hoor. Wij hebben ook onze mannetjes bij de politie zitten. Wat wil je? Die gasten komen hier ook over de vloer.’ En dan met een dreigende ondertoon: ‘Binnen het halfuur heb ik je privé-adres en -telefoonnummer.’

ZESHONDERD MILJOEN

Aan zijn portiers geeft Frank Verstraeten het bevel een rijkswachter die iets te vaak in de Zillion komt op het waterbed bij een striptease-danseres te slepen. De camera’s zullen alles filmen. De rijkswachter maakt zich net op tijd uit de voeten. Een waarnemer: ‘Er is ooit een gewapende overval op het geldtransport van de Zillion gepleegd. De drie daders gingen met drie miljoen frank aan de haal. Later zijn ze teruggevonden en veroordeeld. Bon, op een gegeven ogenblik kon Frank Verstraeten twee miljoen van de buit recupereren in de politietoren van de Oudaan. Hij stapt de kantoren binnen, graait in de zakken met geld en strooit de bankjes rond als een wilde weldoener: ‘Hier, dit is allemaal voor jullie.’ Verstraeten geeft niet om geld. Hij is zo rijk als de zee diep is. Zijn persoonlijk vermogen wordt op zeshonderd miljoen frank geschat, als het niet meer is.’

Het gerecht heeft het over twee miljard frank fraude van de Zillion-baas. Men zou, aldus een woordvoerder, beschikken over harde bewijzen voor 1,1 miljard frank. Een ex-werknemer in de Gazet van Antwerpen: ‘Ik heb in een feestperiode ooit geweten dat Frank in drie dagen tijd 17 miljoen frank naar de bank bracht. De inkomsten uit drank had hij vernuftig geregeld met verschillende computerbestanden: 40 procent was zijn zwarte kas, 60 procent zijn witte. Van die 60 procent hield hij 20 procent voor zichzelf als inkomsten, 20 procent waren personeelskosten en de overige 20 procent gingen naar leveranciers en diverse uitgaven.’

SPELEN MET DE VROUWEN

Eric Geboers noemt zijn vriend Frank Verstraeten enigszins vergoelijkend een rebel. ‘Toen hij ten tijde van de beruchte Telefacts-reportage over de Zundays de wind van voren kreeg, was zijn advies: ‘Doorgaan!’ Zo is Frank nu eenmaal, hij drijft zijn eigen zin door, desnoods tegen alles en iedereen in.’ Geboers, die een helikopterbedrijf runt, heeft aan Verstraeten ‘een prettige klant’: ‘Verstraeten vraagt zich niet af wat het kost. Alleen: ‘Kan het?’ Zo was er het verjaardagspartijtje van zijn toenmalige vriendin Brigitta Callens, ex Miss België, een verovering waar hij werk van had gemaakt. Naar verluidt zou hij, toen er van enige toenadering sprake was, twee medewerkers fulltime hebben laten nagaan hoe hij Brigitta het aangenaamst kon verrassen.

Maar goed, dat partijtje dus. De genodigden parkeerden hun wagens bij het bedrijf van Geboers in Battel bij Mechelen, werden per helikopter naar het restaurant van de Royal Antwerp Yacht Club gevlogen, waar ze op exquise gerechten en een privé-concert van Clouseau werden getrakteerd. Intussen werden hun auto’s op een boot getakeld die ze, aan het eind van de avond, netjes terug op Linkeroever loste. Een genodigde: ‘Aan het eind van het feest vroeg Verstraeten: ‘Komaan, Brigitta, doe nu nog eens een striptease voor de mensen.’ Maar Brigitta wilde niet.’ Verstraeten doet, in het gezelschap van Callens, wel erg hard zijn best om van zijn imago als nerd af te komen. Brigitta Callens in Humo: ‘Voor de rest heb ik alles al gedaan: skydiven, benjispringen, cardropping - dat is hetzelfde als benjispringen, maar dan zit je in een auto die aan een elastiek is vastgemaakt.

Na de breuk met Verstraeten komt er nog een homejacking mét Frank in haar gloednieuwe appartement bovenop. ln het Antwerpse nachtleven is er nagenoeg niemand die het delict au sérieux neemt. Was het doorgestoken kaart? Vanwege Verstraeten? Vanwege Callens? Vanwege Callens én Verstraeten? En waarom trok Callens na het incident weer even bij Verstraeten in? En wat was dat met die pleister op haar oog? Een dag later hing hij alweer naast haar oog. Enfin, een pasklaar antwoord op de vraag naar het motief voor de homejacking heeft ook het gerecht nog niet. De zaak is in onderzoek.

Maar ook de homejacking kan Callens niet aan Verstraeten binden. Ze stapt op. Hij blijft gedesillusioneerd achter. Verstraeten in Humo enkele maanden geleden: ‘Ik speel op dit moment gewoon met de vrouwen. Je geeft een beetje toe, je zoekt weer wat afstand, je geeft ze weer wat hoop en dan dump je ze, dat doe ik nu al een paar maanden. (...) Ik ben mijn gevoelens verloren.’

BIN LADEN

Maar het kan nog erger. De financiële sectie van de federale politie voert de druk op Verstraeten op met een grootschalig fraudeonderzoek. Daarbij komt ook een verdachte beurstransactie in beeld, waarbij Verstraeten in één klap tientallen miljoenen zou hebben verdiend. Een insider: ‘Het gaat om de aankoop van aandelen van Think Media, het moederbedrijf van radiostation 4FM, net voor de toekenning van de nationale radiolicentie. Verstraeten heeft enkele dagen voor de officiële beslissing, met de hulp van een tussenpersoon, aandelen gekocht. Enkele dagen later waren ze een hoop meer waard.’

En nog erger: Verstraeten wordt opgepakt op verdenking van ‘poging tot moord’. In een afgetapt telefoongesprek zou hij de naam van de ex-portier Marzouk hebben uitgesproken, die hem moest ontdoen van zijn ontslagen computerspecialist Ferre H., die hem bleef treiteren. De insider: ‘Ferre was de netwerkbeheerder. Een hacker, die aan informatie kon geraken op een manier die zelfs Frank met verstomming sloeg.’

Een anonieme bron in P-Magazine: ‘Bij de inval drie maanden geleden, naar aanleiding van de Zundays-zaak, ging het toch mis. Ferre kon de zwarte boekhouding nog wel wissen, maar hij had geen tijd meer om de back-up tape uit de server te halen. Daardoor is een gedeelte van de boekhouding in handen gevallen van de recherche. Dat was het begin van het conflict tussen Frank en Ferre.’ Een oud-medewerker: ‘Frank heeft Ferre uitgescholden bij zijn ontslag. Vernederd. Vandaar dat Ferre hem is blijven zoeken.’ De insider: ‘Ferre is na zijn ontslag de mails van Frank blijven lezen en manipuleren. Toen Frank daarachter kwam, is hij uit zijn vel gesprongen.’

‘Het is allemaal opgezet spel,’ zegt een man vanuit de gevangenis. ‘Marzouk is een informant van de politie. Ze hebben hem gebruikt om Frank in de val te lokken. Hadden ze eindelijk ook eens een hard bewijs tegen hem in handen.’ Verstraeten vanuit de gevangenis aan de Begijnenstraat: ‘Ik voel me de Bin Laden van Antwerpen.’ De Zillion blijft tot nader bericht verzegeld.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234