null Beeld INTERNET
Beeld INTERNET

80 jaar

Humo sprak met Martin Scorsese: ‘De gebroeders Dardenne maken cinema van het hoogste niveau’

Erik Stockman

(Verschenen in Humo op 14 januari 2003)

‘Hoe kun je als artiest overeind blijven in Hollywood? Hoe overleef je het eeuwige gevecht tussen artistieke en commerciële belangen? Welke offers moet een mens brengen om in Hollywood te mogen werken?’ Martin Scorsese (60) vroeg het zich acht jaar geleden hardop af in ‘A Personal Journey Through Amerlcan Movies’, zijn monumentale documentaire over de Amerikaanse cinema. Wanneer ik de cineast vraag of hij de antwoorden intussen kent, schudt hij zachtjes het hoofd. ‘Ik ben er nog steeds niet achter. Ik kan alleen maar dit zeggen: ik maak nu al dertig jaar films, en ik heb al dertig jaar het gevoel dat ik een oorlog aan het voeren ben. En op de set van ‘Gangs Of New York’ woedde die oorlog feller dan ooit.’

Humo sprak twee keer met Martin Scorsese: in New York, tijdens de officiële ‘Gangs Of New York’- pressjunket, en in Brussel, waar hij tien dagen geleden zijn nieuwe film hoogstpersoonlijk kwam voorstellen. In the Big Apple krijgen we een nerveuze, ietwat vermoeide Scorsese te zien, die zich uitslooft om alle lasterpraatjes en indianenverhalen rond ‘Gangs Of New York’ te ontkrachten. In Brussel zit er een totaal andere, opgewektere Scorsese tegenover ons: zijn zwarte kraaloogjes schitteren, hij ratelt in zijn bekende stijl aan één stuk door, en barst geregeld los in lachbuien die zo hevig zijn dat ik vrees dat hij erin zal blijven. Martin Scorsese, zo mogen we concluderen, is niet alleen een fantastische regisseur, hij is ook een bijzonder sympathieke en warme man. Zijn handdruk gloeit nog steeds na.

NEW YORK, 6 DECEMBER

HUMO Hoe voelt u zich, nu ‘Gangs Of New York’, de film waarvan u meer dan dertig jaar heeft gedroomd, eindelijk voltooid is?

MARTIN SCORSESE «Eerlijk gezegd, ik kan nog steeds niet geloven dat ‘Gangs’ klaar is (lacht). En in vele opzichten is hij nog niet klaar. Ik heb het gevoel dat er nog aan gewerkt moet worden; in gedachten zit ik er nog elke dag aan te monteren. Mijn lichaam, hart en geest kunnen en willen er geen afscheid van nemen.»

HUMO Waarom heeft hèt zo lang geduurd vooraleer u aan ‘Gangs Of New York’ kon beginnen?

SCORSESE «Simpel: we kregen het budget niet rond. Ik heb ‘Gangs Of New York’, het boek van Herbert Asbury dat als basis voor de film diende, voor het eerst gelezen in 1970, en ik wist meteen dat ik het wilde verfilmen - per slot van rekening handelde het boek over de geschiedenis van mijn stad, en over de straten waar ik ben op-gegroeid. Maar ik besefte al snel dat het een peperdure onderneming zou worden.

»In 1977, net toen Jay Cocks klaar was met de eerste versie van het script, begon Hollywood te veranderen: de studio’s waren steeds minder geneigd geld in artistieke films te steken. Het was het eerste teken dat er iets fout aan het gaan was. Nog geen drie jaar later, we waren klaar om aan ‘Gangs Of New York’ te beginnen, lag de droomfabriek aan diggelen. In november 1980 brachten we Raging Bull’ uit; tien dagen later volgde ‘Heaven’s Gate’. Beide films flopten, United Artists ging overkop, en het systeem stortte als ene kaartenhuisje in mekaar. Grote, artistieke big budget-films, zoals ze in de jaren zeventig constant werden gemaakt, behoorden ineens definitief tot het verleden. Het was allemaal voorbij.

»Ikzelf ben in de jaren tachtig in een soort diaspora gegaan; ik was een vreemdeling in een vreemd land. Mijn eerder opgebouwde faam en reputatie bleken geen cent meer waard te zijn; ik moest letterlijk van nul herbeginnen. Ik probeerde het geld bijeen te zoeken voor ‘The Last Temptation Of Christ’, maar stond overal voor gesloten deuren. Ik besefte meteen: als ik die film al niet kan maken, dan moet ik er zéker niet op rekenen ‘Gangs Of New York’ te kunnen maken, want die film gaat nog véél meer kosten.

»Op het eind van de jaren tachtig hadden we er goeie hoop in dat we, zodra ‘Goodfellas’ af-gewerkt zou zijn, eindelijk aan ‘Gangs Of New York’ zouden kunnen beginnen. Maar wéér wilde het niet lukken. Misschien lag het aan het script, misschien lag het aan de mentaliteit van de studio’s - maar wéér kregen we het project niet van de grond. Toen was ik toch even de wanhoop nabij (lacht).

»Ik heb dus alles bij mekaar vijfentwintig jaar lang geduld moeten oefenen. Vijfentwintig jaar van smeekbedes, afwijzingen, en vernederingen. Intussen heb ik vrienden verloren; mijn ouders zijn gestorven; de business is to-taal veranderd; en ook ik ben een totaal ander mens geworden. Ik heb het gevoel dat er, sinds 1977, een heel leven is voorbijgegaan.»

null Beeld rechten vrij
Beeld rechten vrij

HEY, MARTINO

HUMO Is ‘Gangs Of New York’ eigenlijk nog wel uw film? Kwatongen beweren dat studiobaas Harvey Weinstein zich nogal nadrukkelijk met de montage heeft bemoeid.

SCORSESE (aarzelt) «Ik denk dat het mijn film is, maar, eerlijk gezegd, ik sta er emotioneel nog veel te dicht bij om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. Nu eens hou ik van de film; een seconde later haat ik hem en ontsteek ik in razernij; en nog een seconde later ben ik er weer dol op.

»(Mijmert) God, de energie die ik in die film heb gestopt... Weet je, ik loop er al mee rond van toen ik zeven of acht was, en op straat liep te fantaseren over de tijd waarin de film zich afspeelt.

»Ik droom al een halve eeuw over ‘Gangs Of New York’, en ik besef nu dat hét een onmogelijke opdracht was die droom te herleiden tot een film van amper drie uur. Ik had nog zoveel méér verhalen en scènes in ‘Gangs’ willen steken.

»Maar goed, om op jouw vraag te antwoorden: een betere versie van ‘Gangs Of New York’ kon ik volgens mij echt niet afleveren. Toch niet gezien de omstandigheden waarin ik moest werken (lachje)

HUMO Bent u al die vragen over de moeilijke opnamen van ‘Gangs Of New York’ eigenlijk niet kotsbeu?

SCORSESE «Nee, want ik vind dat de mensen de waarheid moeten kennen. Kijk, ‘Gangs Of New York’ is waarschijnlijk de meest ambitieuze film die ik ooit heb gedraaid, zowel qua budget, aantal figuranten, en grootte van sets. Dat bracht allemaal ontzettend veel druk met zich mee.

»Aanvankelijk liep alles gesmeerd, maar na enkele maanden begonnen we in tijdsnood te komen: het weer zat tegen; acteurs werden op andere sets verwacht; het werkschema liep in het honderd. En daar kwamen dan nog eens de botsende persoonlijkheden van Harvey Weinstein en mezelf bij (lacht).

»Nu, de discussies die we voerden, waren perfect normaal, hoor. Als regisseur wil je altijd méér - méér tijd, méér geld, méér middelen - terwijl de studio net het omgekeerde zegt: Probeer het met minder te doen.’ Het is altijd hetzelfde liedje; ik heb mijn hele leven niets anders gekend.»

HUMO Wilde u echt werken met Leonardo DiCaprio, of werd hij u opgedrongen?

SCORSESE «Het klopt dat we dankzij the kid (Scorsese verwijst naar DiCaprio als ‘the kid’, red.) het budget hebben rondgekregen, maar dat was zeker niet de reden waarom ik met hem wilde werken. Ik hield van de acteur DiCaprio; ik vind echt dat hij dezelfde uitstraling heeft als de jonge Bob De Niro. Bob, die met the kid had samengespeeld in ‘This Boy’s Life’, heeft me er trouwens op geattendeerd dat Leo een buitengewoon talentvolle acteur is. ‘Luister, ik heb met hem gewerkt,’ zei Bob, ‘hij is een excellente acteur en hij zou erg goed zijn in je volgende film. Geloof me, je moet met hem werken.’ Nadat ik ‘What’s Eating Gilbert Grape’ had bekeken, heb ik beslist hem te casten. En toen gebeurde ineens het ‘Titanic’-wonder. Ik heb the kid dus niet gekozen omdat hij een ster was; ik wilde met hem werken omdat hij bárst van het talent.

»Toen ik hem ontmoette, was hij veel te mager; ik heb hem onmiddellijk gevraagd naar het krachthonk te trekken. Hij is meteen aan de slag gegaan en ik denk dat hij uiteindelijk zo’n twintig kilo spieren heeft bijgewonnen. Hij heeft ook leren straatvechten zoals ze dat in de achttiende en de negentiende eeuw deden: met messen en bijlen en niet de blote vuist. Hij werd getraind door Dominique Vandenberg, een ex-soldaat van het Franse vreemdelingenlegioen, die trouwens een klein rolletje in de film heeft. The kid is er helemaal voor gegaan; ik mag echt niet over hem klagen.»

HUMO Bent u geen enkele keer tegen hem uitgevaren?

SCORSESE « Nooit! Die roddels komen van de Italiaanse paparazzi, die woest waren omdat ze niet met de acteurs mochten praten. Onze set was namelijk compleet afgesloten van de buitenwereld. Althans in theorie: in werkelijkheid drongen er elke dag tientallen Italianen de studio binnen die één voor één ‘hey Martino!’ riepen en zich vervolgens doodkalm onder de figuranten begaven (lacht).

»We hebben ongelooflijk veel pech gehad, en er zijn dingen gebeurd die mijn geduld enorm op de proef hebben gesteld, maar ik ben nooit - nooit! - tegen iemand uitgevaren. Toch niet in het bijzijn van de ploeg (lacht). In mijn kleine kantoortje, dat overigens nog aan Fellini heeft toebehoord, heb ik wél wat afgebruld (lacht). En ik geef ruiterlijk toe dat ik meerdere telefoontoestellen aan diggelen heb gesmeten (lacht)

HUMO Op wie mikte u? DiCaprio?

SCORSESE «Nee, op mijn eerste assistent, Joe Reidy (lacht).

»Weet je, ik ben eigenlijk een erg onaangename en lastige regisseur. Ik denk graag na over films, en ik zit graag aan story-boards te werken, maar ik hou niet van het eigenlijke regisseren. Op de set ben ik vaak humeurig, en Joe is meestal de man op wie ik me afreageer. Ik had echt te doen met hem (lacht)

GROUND ZERO

HUMO In één van de meest geruchtmakende scènes van de film zien we hoe de spuitgasten van twee verschillende brandweerkorpsen met mekaar op de vuist gaan, en dat terwijl er even verder een huis in lichterlaaie staat. Een gedurfde scène, nu de brandweerlui in New York als helden worden vereerd.

SCORSESE «Na elf september hebben we er even aan gedacht om die scène eruit te halen, maar zo ging het er nou eenmaal aan toe. De brandweermannen van New York waren in die tijd zo corrupt als de pest.

»Sommige mensen hebben ons een gebrek aan respect verweten, maar ik kan je vertellen dat de klap van elf september ook bij mij verschrikkelijk hard is aangekomen. We waren net klaar met de opnamen toen het gebeurde. Ineens schenen de moeilijkheden op de set zo triviaal. We hebben meteen beslist enkele maanden niet meer aan ‘Gangs’ te werken. Ik heb in die periode samen niet mijn monteuse een beetje aan de film zitten knutselen, en in januari zijn, we er weer volop tegenaan gegaan. Ik heb meteen beslist om dat shot van de Twin Towers, aan het eind van de film, te laten staan. Kijk, Bill The Butcher en Amsterdam Vallon en al die andere bendeleden mogen dan woestelingen zijn die mekaar uitmoorden en afschuwelijke dingen doen, maar zij hebben de skyline van New York opgebouwd. Zij hebben hun bloed vergoten voor New York; zij hebben de stad opgebouwd. In feite zitten wij nu weer in de situatie waarin zij zich bevonden: de skyline moet opnieuw worden opgebouwd. De New Yorkers zitten opnieuw underground. De cirkel is rond.»

BRUSSEL, 5 JANUARI

HUMO Het is precies vijfendertig jaar geleden dat u in België de Prix de L’Age D’Or kreeg voor uw kort-film ‘The Big Shave’. Heeft u nog steeds dezelfde ambities en dezelfde innerlijke aandrang als in 1968?

SCORSESE «Ik denk niet dat ik sinds 1968 wezenlijk veranderd ben. Ik ben nog steeds enorm nieuwsgierig naar alles wat met cinema te maken heeft, en ook de passie is nog even groot. Telkens als ik klaar ben met een film, voel ik me totaal leeg: de passie is op, ik wil niks meer horen over de film, en ik wil hem zéker niet meer zien. Maar na een paar dagen begin ik alweer aan een nieuwe film te denken (lacht). Ik zou ook niet weten wat ik anders moet gaan doen; films maken is het enige wat ik kan. Ik begin me wél stilaan te beseffen dat me niet zóveel tijd meer rest; ik denk niet dat ik nog tien films zal kunnen maken.»

HUMO Het valt moeilijk te geloven, maar in Hollywood wordt u na al die jaren, en ondanks al die klassiekers die u heeft gemaakt, nog steeds als een outsider beschouwd.

SCORSESE «Dat komt omdat ik geen mainstream-films maak. Hollywood is niet geïnteresseerd in de verhalen die ik wil vertellen. Als ik een studio warm tracht te maken voor één van mijn films, dien ik er altijd voor te zorgen dat de pitch heel commercieel klinkt, dan happen de producenten gemakkelijker toe. Het probleem is: hoe meer geld je krijgt om een film te maken, hoe gemakkelijker ze kunnen eisen dat je van je film een glad, publieksvriendelijk product maakt. En zo kan ik bijna nooit de films draaien die ik wil draaien. Het is een vicieuze cirkel; het is alsof ik keer op keer met mijn hoofd tegen een betonnen muur bots.»

HUMO Fellini schreef over cinema als betrof het een minnares: ‘Mijn films verleiden me, ze knipogen naar me, en soms laten ze me in de steek.’ Wat voor een minnares was ‘Gangs Of New York’?

SCORSESE «Een erg ongehoorzame (lacht). Op een bepaald moment is ze letterlijk haar eigen weg gegaan. Kijk, ik heb ‘Gangs Of New York’ altijd als een soort docudrama gezien: ik wilde vooral tonen hoe de mensen in die tijd leefden en hoe de stad eruitzag. Het wraakverhaaltje was in mijn ogen totaal bijkomstig. Ik zag Bill The Butcher en Amsterdam Vallon meer als een soort gidsen, die ons door de merkwaardige wereld van New York zouden loodsen: de slagerijen, de drinkgelegenheden, de Chinese pagodes, de theaters... Ik heb ontzettend veel research gedaan, omdat ik precies wilde laten zien hoe het er allemaal uitzag.

»Maar ongeveer halfweg de opnamen, begon ‘Gangs’ ineens tegen te stribbelen: zij wou de ene richting uit, en ik de andere (lacht). Het wraakverhaal is uiteindelijk veel belangrijker geworden dan ik had gepland. Of ‘Gangs’ daarmee ook een betere film is geworden, laat ik liever in het midden.»

GOEIE JOB

HUMO U liet uw documentaire ‘A Personal Journey Through American Movies’ indertijd nogal veelzeggend beginnen met een scène uit de klassieker ‘The Bad and the Beautiful’ van Vincente Minnelli. Kirk Douglas speelt een ijskoude producent, die zijn regisseur op de filmset komt toebijten dat hij er niets van kent. Terugdenkend aan die scène, is het moeilijk om niet aan u en Harvey Weinstein te denken.’

SCORSESE (glimlacht) «Ik maak al dertig jaar films, en ik heb nog nooit geweten dat ik géén problemen had met producenten. Ik heb het meegemaakt met ‘Last Temptation’, met ‘Goodfellas’, met ‘Bringing Out The Dead’... Vroeg of laat zakken ze altijd af naar de set, en beginnen slopende discussies over geld en middelen. Maar ik heb me altijd gerespecteerd gevoeld; nooit is er één producent of studiobaas gemeen tegen me geweest.

» Maar ‘Gangs’... Tja, dat was toch wat anders. De ruzies waren dubbel zo hevig als anders. Dat lag vooral aan de persoonlijkheid van Harvey, die zich graag gedraagt als één van die oude studiohoofden uit de jaren vijftig (lacht). En de studiobazen uit de jaren veertig en vijftig, zoals je weet, hadden het op de set graag zélf voor het zeggen. Het gekibbel tussen Harvey en mij had zo uit ‘The Bad and the Beautiful’ kunnen komen.»

HUMO Staat er vandaag nog iets overeind van Five Points, de wijk waar ‘Gangs Of New York’ zich afspeelt?

SCORSESE «Een vijftal gebouwen. Ik ken Five Points als m’n broekzak - Little Italy, de wijk waar ik zelf ben opgegroeid, ligt er op een steenworp vandaan. Je hoort er nog duidelijk de echo’s van de gevechten uit de negen-tiende eeuw.

»Mijn eigen buurt, Little Italy, lag rond de Ierse kathedraal van Saint Patrick, de oudste kathedraal van New York. Ik ken de geschiedenis van de Ierse immigranten dus erg goed. De Ieren waren de eerste immigranten die in Amerika aankwamen; ze waren Ierland ontvlucht omdat er hongersnood heerste, en omdat ze in kannibalen dreigden te veranderen. Ze hadden maar één alternatief: op een boot stappen en naar New York varen. Daar, zo werd hen voorgehouden, had niemand vooroordelen en zouden ze in absolute vrijhéid kunnen leven. Dat was tenminste de theorie. In realiteit arriveerden die mensen in een overvolle krabbenmand. New York was het Wilde Westen niet - het was geen grote, open ruimte waar iedereen rustig z’n eigen plekje kon gaan uitzoeken. Amerikanen, leren, Chinezen, gangsters, opportunisten, corrupte politici -New York was één grote mensensoep, en dat is vandaag nog altijd een beetje het geval.»

HUMO Bill The Butcher is een monster, maar toch valt er af en toe met hem te lachen. Hadden de gangsters die u vroeger persoonlijk kende eigenlijk gevoel voor humor?

SCORSESE «Ja, absoluut. Kijk, in mijn buurt woonden twee groepen mensen: de working class-mensen, die op een eerlijke manier hun brood probeerden te verdienen, en de criminelen. En binnen die criminele wereld had je verschillende niveaus: op de. onderste trap stonden de kleine garnalen: dat waren meestal jonge mensen die pas waren begonnen en probeerden op te klimmen in de gangsterwereld. Daarboven stonden de gangsters van de middenklasse; en aan de top stonden een tweetal grote misdaadfiguren - de mannen die het voor het zeggen hadden. Een van die twee, herinner ik me, had totaal geen gevoel voor humor en was heel zwijgzaam. Hij stond bekend als de stille, en voor hem keek je beter uit. Op het eind van de jaren zestig heb-ben ze hem omgelegd.

»De andere, die even machtig was, kon wel af en toe gevat uit de hoek komen. Hij had een erg macaber gevoel voor humor, dat duidelijk uit z’n levensstijl voortvloeide. Herinner je je Joe Pesci in ‘Goodfellas’? Wel, daar leek hij een beetje op. Met dat soort mensen ben ik dus opgegroeid. Ik mocht ze wel, zeker toen ik nog klein was.»

EINDELIJK PAUS

HUMO Zou u met Bill The Butcher een glas willen gaan drinken?

SCORSESE «Zeker. Waarom niet? Ik hou niet van Bills politieke overtuigingen, en ik hou ook niet van zijn houding tegenover andere religies, maar ik heb wel sympathie voor hem. Ik vind het nog steeds heel erg moeilijk om uit te leggen waarom ik zoveel sympathie heb voor zware jongens. Eigenlijk zag ik de gangsters in mijn buurt niet als gangsters, maar als gewone mensen, die - althans in mijn kinderlijke ogen - een heel ordinair leven leidden: ze hadden gevoel voor humor, kochten ijscrime voor de kinderen, gaven een rondje in het café... Pas toen ik ouder werd begon ik te beseffen dat die kerels lang niet zo deugdzaam waren, en dat ze weleens iemand naar de andere wereld hielpen.

»We woonden vroeger met z’n vieren op een heel klein appartement, en ik hoorde mijn vader vaak praten over de gangsters. Mijn vader, die geen diploma had, trachtte voor zichzelf en zijn gezin een respectabel bestaan op te bouwen, wat niet vanzelfsprekend was in een buurt die door gangsters werd geregeerd. Als je in die tijd iets gedaan wilde krijgen, stapte je niet naar de overheid of naar de burgemeester, maar naar één of andere gangsterbaas. De maffia vormde een soort mini-regering. Iedereen diende hen te gehoorzamen, en mijn vader vond dat erg frustrerend. Anderzijds besefte hij wel dat sommige gangsters ook positieve dingen deden - soms onderhielden ze zelfs hele families. Het resultaat was dat mijn vader niet wist of hij de gangsters moest háten, of ervan houden. Ik vond dat allemaal heel verwarrend. Het was een beklemmende situatie.

»Buitenstaanders zullen nooit kunnen begrijpen hoe het was om in die situatie op te groeien. Het was net alsof je in een door de nazi’s bezet land woonde. Je kon nooit openlijk je mening zeggen en je moest constant op je hoede zijn. De paranoia laaide soms heel hoog op - ook bij ons thuis. Ik heb er een schizofrene kijk op het gangsterdom aan overgehouden.»

HUMO Is het niet buitengewoon ironisch dat uitgerekend u, die ooit priester wilde worden, nu in sommige kringen betiteld wordt als de paus van de moderne Amerikaanse cinema?

SCORSESE (barst in een schaterbui uit) «Nou, ik wist niet dat ze me hier zo noemden! (Nahikkend:) Tja, ik heb vroeger inderdaad een hoop problemen met mijn geloof gehad. Maar ik ben altijd katholiek gebleven, tot vandaag.

»Weet je, in zekere zin heb ik de bioscoopzaal altijd als mijn eigen privé-kerk beschouwd, als mijn heiligdom. Voor mij is er absoluut geen verschil tussen een bioscoopscherm en een altaar. De cinema is voor mij altijd een manier geweest om te ontsnappen aan de realiteit, net zoals het geloof. Elke film die ik zag, maakte op mij dezelfde indruk als een hoogmis.

»Ik vraag me dikwijls af hoe het komt dat uitgerekend ik - dat kleine, astmatische jongetje - zo diep onder de indruk raakte van de preken die ik ‘s zondags hoorde. Ik bedoel: de andere kinderen hoorden krék dezelfde preken, maar zij schenen er niet zoveel last van te hebben als ik (lacht).

»Maar goed, ik wil de katholieke kerk niet verantwoordelijk stellen voor de emotionele problemen die ik heb gehad, dat zou te gemakkelijk zijn. Ik denk dat die problemen eerder voortvloei-den uit mijn persoonlijkheid, uit mijn kijk op dè wereld, en uit de situatie thuis. Maar de grootste katalysator van mijn mentale crisis was, denk ik, mijn vader, die een zeer gefrustreerd man was.

»Mijn ouders waren eigenlijk helemaal niet zo religieus. Ze hadden zich allang van het katholicisme afgekeerd; voor hen bestond de kerk gewoon niet meer. Ik herinner me nog goed de allerlaatste keer dat mijn moeder ging biechten: Toen ze terug thuiskwam, was ze in alle staten: ‘Nooit ga ik nog biechten! Nog nooit heb ik een priester zulke onbeschofte vragen horen stellen!’ Ik vroeg: ‘Maar wat vroeg hij dan?’ Ze liep rood aan en antwoordde: ‘Dat doet er niet toe! Maar het zijn in ieder geval z’n zaken niet wat ik allemaal in mijn slaapkamer uitvoer!’ (schatert). Nu, ik herinner me die priester nog erg goed. Het was algemeen bekend dat hij het voor de vrouwen had (schatert)

HUMO Nog één vraagje. Als een bioscoopzaal hetzelfde is als een kerk, en als een film hetzelfde is als een hoogmis, bent u dan niet, in zekere zin, uiteindelijk toch priester geworden?

SCORSESE (ernstig) «Misschien wel. Ik probeer met mijn films in ieder geval de spirituele kant van de mensen aan te spreken. Het is mijn plicht; zoveel spirituele films worden er niet meer gemaakt. Vroeger had je nog Ozu, Bresson, en Carl Dreyer, maar wie heb je nu nog? (Pakt ineens mijn arm vast) Weet je wie nog uitgesproken spirituele films maken? De gebroeders Dardenne. ‘Rosetta’, The Son’: dat zijn ongelooflijk krachtige films. Cinema van het allerhoogste niveau.

»Nou, ik moet ervandoor.- ‘t Was interessant. Ik ben verheugd te horen dat ik het dan toch tot paus heb geschopt! (lacht)»

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234