'Ik ben geen vader, hoogstens een papa. Of beter, een kruising tussen een papa en een suikeroompje, haha,  Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
'Ik ben geen vader, hoogstens een papa. Of beter, een kruising tussen een papa en een suikeroompje, haha,Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

30 jaar geleden overledenserge gainsbourg

Humo sprak met Serge Gainsbourg: ‘Alcohol, da’s een maîtresse, en drinken is een kunst’

30 jaar geleden overleed Serge Gainsbourg. Humo-journalist Rudy Vandendaele sprak uitgebreid met de man in 1985. Lees hier het interview:

(Verschenen in Humo op 5 september 1985)

De stad Luxemburg is een oord waar potentiële zelfmoordenaars heen moeten om van hun laatste twijfels verlost te raken. Hypochonders nemen bij voorkeur de trein naar het Groot-Hertogdom; eenmaal in het station van Luxemburg aangekomen, moeten zij hun ogen de kost geven, zij zullen snel de juiste stemming bereiken. Daarna een taxi in, richting Holiday Inn. Als het de zelf moord-kandidaat een beetje meezit, heft de chauffeur tijdens de rit een lied aan in het Letzeburgs, waarin hij de verloving van Prins Jan en Prinses Josephine-Charlotte bezingt. De cleane, sfeerloze, naamloze ambiance van een hotelkamer met uitzicht op een dweilgrijze hemel zorgt voor de rest. Het reddende schot kan eindelijk weerklinken. In Luxemburg kunnen alleen middenstanders gedijen. Hei Hei Kuckelei! Allerminst een geschikte locatie om er Serge Gainsbourg te ontmoeten.

Veel liever zat ik in de Lichtstad, op het terras van La closerie des Lilas, dat in glorierijker tijden gefrequenteerd werd door Oscar Wilde, Modigliani, F. Scott Fitzgerald en Ernest Hemingway. Dáár had ik het liefst met Gainsbourg vertoefd. Onder het genot van vele glazen pastis, zouden wij af en toe een bon mot laten vallen over de langs ons heen razende barbaren, die zich in hun op afbetaling gekochte Renaults naar hun werk spoeden. Maar zo volmaakt kan het nooit zijn. lk zit in kamer 251 van de Luxemburgse Holiday Inn en beleef een nek-aan-nek-race tussen eros en thanatos. Eigenlijk wil ik Gainsbourg helemaal niet interviewen. Het respect en de bewondering die ik voor hem voel, speelt mij parten. Ik was nog een kind toen ik hem voor het eerst zag op de Franse televisie: ongeschoren, ineengedoken, kettingrokend, mummelend. ‘Die man is dronken’, zei mijn moeder, ‘waar moet dat heen?’ Onmiddellijk voelde ik sympathie, en dat gevoel is sindsdien intact gebleven. Ik stop zijn meesterwerk ‘Melody Nelson’—nog maar eens in mijn walkman, en put wat moed uit de minibar.

‘Monsieur Gainsbourg est arrivé’, meldt mij een engel van de receptie. Ik ga naar beneden en tref Gainsbourg in het gezelschap van zijn geliefde Bambou en Alain Bashung. Hij drinkt Bloody Mary, en is een paar hartaanvallen ouder geworden. Maar ‘Geen nood,’ zegt hij zelf, ‘de dokters die mij behandeld hebben zijn al de pijp uit.’ Hij draagt een trui die hij kregen heeft van een scheepsarts van de Franse marine. Er zit een anekdote aan vast: de Franse televisie draaide een special rond Jane Birkin, en Gainsbourg was aangezocht om de regie te voeren. Er werd gefilmd op een vliegdekschip. Om monsieur Gainsbourg te fêteren had elk bemanningslid een alcoholisch cadeautje gekocht, waardoor le beau Serge snel een moorddadige dosis geestrijk vocht bevatte. Een dag later was hij in Brussel voor een persconferentie, waar hij aan zijn derde hartaanval ontsnapte. ‘Alles went’, grinnikt hij. Tijdens het diner spreekt Bashung Gainsbourg voortdurend aan-met ‘pépère’. De moezelwijn klokt in de glazen en beide heren krijgen zin in een jamsession, un boeuf. Gainsbourg grijnzend aan de vleugel, en Bashung die de blues zingt, niet geïnspireerd door oude zwarten, maar wel door pijnlijk menstruerende en tegelijkertijd gegeselde katten. De kelners kijken toe, lichtjes uit hun lood maar nog altijd in de plooi. Daarna vóeren zij de laatste flessen moezelwijn aan. Het gesprek wordt op Rolls Royce gebracht. ‘Ik heb er een’, zegt Gainsbourg, ‘maar ik heb geen rijbewijs en ook geen chauffeur. Eigenlijk heb ik die auto alleen gekocht voor dat figuurtje op de motorkap, the Spirit of Ecstacy. C’est beau non?’ Het is rond 1 uur ‘s nachts. We besluiten het interview op de kamer van Gainsbourg en Bambou té doen. De minibar wordt leeggehaald. Bambou, raadselachtig, afwezig, pervers, gaat op het bed liggen en haalt een stapeltje pornostripverhalen uit een plastic zakje. Of ik trek heb in een marshmallow, wil ze nog weten. Gainsbourg is klaar, zegt hij. De Gitanes liggen binnen handbereik. Voortdurend klikt zijn Zippo, en zuigt hij met ongekende gretigheid het gif in zijn longen. Hij praat traag, gebruikt graag Engelse uitdrukkingen, vervalt soms in onverstaanbaar gemompel, waarna hij weer hevig opleeft. Elke stilte wordt gevuld met blauwe sigarettenrook.

HUMO In zijn chanson ‘Voir un ami pleurer’ heeft Jacques Breil het over ‘le courage d’être juif’. Hebt u er nog moed voor nodig om jood te zijn?

GAINSBOURG «Ohlálá, da’s een flashback, enfin, niet een echte flashback, want ik ben natuurlijk nog altijd jood. Het was vooral tijdens mijn adolescentie een pijnlijke zaak, ik heb nogal wat blessures opgelopen toen: jood zijn en een rotkop hebben... Je bent snel een verschoppeling, nietwaar? Maar in je jeugd vernederd worden heeft ook z’n voordelen: gaandeweg laad je de batterijen op. Of be-ter, je legt een enorme voorraad munitie aan, die je later wel van pas zal komen. Maar nu is alles oké hoor, ik ben ermee in het reine. Hoewel, dat incident met de Marseillaise... een bende klootzakken die mij aanviel in Strasbourg omdat ik de Marseillaise zong, want stel je voor: ‘een jóód die het Franse volkslied zingt! Ja, dan word je weer met je neus op je jood-zijn gedrukt, hahaha. Kijk, als ik mijn ras zou verloochenen, zou ik een smeerlap Zijn. Een soort Judas. En Judas heeft zich verhangen, zodus.»

HUMO Hoe hebt u de oorlog beleefd?

GAINSBOURG «Ik ben geboren in 1928, dus was ik 12 toen de oorlog uitbrak. Ik was een nogal gewoon jongetje, zonder complexen — ach, wat een zalige tijd. Zeer onschuldig was ik toen, bijzonder gevoelig voor de schittering van de rijkemensenwereld. Mijn vader was pianist in een casino, en tijdens de vakantie nam hij me wel eens mee naar zijn werk. Ik speelde ook vaak met zoontjes van aristocraten, althans met de nederigsten onder hen. Maar op de gemeenteschool was ik een doodgewoon, onopvallend jongetje. Het was oorlog, so what? Ik speelde met mijn vriendjes, en had verder geen problemen. Ik herinner me dat ik een grotere afkeer had van Franse soldaten dan van de SS. Enfin, ik had natuurlijk kunnen creperen in die oorlog, maar ik ben er heelhuids uit gekomen. Waarover zou ik me dan druk maken? Tja, de miljoenen doden. Hoeveel mensen zijn er tijdens de Eerste Wereldoorlog vergiftigd door absint, denk je? Hallucinant! Er zijn in Frankrijk méér mensen kapotgegaan aan de absint dan er gesneuveld zijn tussen 1914 en 1918. Absint is fantastisch. Ik ben iets van plan met absint... »

HUMO Absint is verboden en bovendien onvindbaar.

GAINSBOURG «Ja, verboden, maar als je er nu nódig hebt? Tot nog toe heb ik er geen kunnen vinden. Maar ik heb een plannetje, ik heb interessante contacten in Amerika. »

HUMO Wat voor plannetje?

GAINSBOURG «Top secret. Yeah, man! De kleur van absint is subliem, op zich al een reden om het goedje te drinken. Ik heb dan ook veel voeling met dat schilderij van Degas. Was het Verlaine die hij geschilderd had, in elkaar gezakt aan de bar? Nee, ik weet het weer: het was een vrouw. »

HUMO ‘L’absinthe’.

GAINSBOURG «Juist. Dát schilderij bedoel ik. lk verwarde met Verlaine omdat hij ook behoorlijk aan de absint was. Maar om nog even op het racisme terug te komen: wat Hitler destijds uitgevreten heeft is maar een kleinigheid vergeleken bij wat er tegenwoordig in de Sovjetunie gebeurt. Duizenden mensen worden er stilletjes geliquideerd, geruisloos, debielen krijgen daar geen levenskans. Geniaal! Enfin, geniaal verschrikkelijk bedoel ik. Maar wees gerust, alles gaat de doofpot in, het apparaat beschermt zichzelf.»

HUMOU bent zelf van Russische afkomst. Voelt u zich nog ‘verbonden met dat land?

GAINSBOURG «Absoluut. Rusland zit in mijn hersenen, in my brain, en in mijn bloed. Vreemd dat ik nog iets voor Slavische volkeren voel, want Russen en zeker ook Polakken zijn gruwelijk anti-semitisch. Maar het Rus-land dat in mijn verbeelding leeft, is een utopia, een land dat ik graag zou leren kennen, maar dat ik nooit zal kennen. Ik heb vaak dat hond-op-zoek-naar-zijn-nest-gevoel. Ik heb het ooit erg te pakken gehad in Joegoslavië, het moet rond 1970-’71 geweest zijn. Ik speelde daar een rol in een film; en in mijn vrije tijd trok ik op met een Joegoslaaf die mij de wonderlijkste hoekjes liet zien. Niks toeristisch hoor, nee, onooglijke bergdorpen, decors voor de sprookjes van Perrault of Grimm, en zo stel ik me ook Rusland voor. Die gloed in de wouden als het herfst wordt! Subliem! Mijn ouders spraken over het geruis van de bladeren in Rusland. Dát was hen van hun geboorteland bijgebleven. Vreemd, hè? Ik spreek nog een beetje Russisch. Als kind kon ik ook Russisch lezen, Gorki, Dostojevski, Tolstoï. Het enige wat overblijft is nostalgie, een vreemde verhouding met Rusland, een verhouding op poëtisch-esthetisch vlak. Met oude mannen die van hun sterfbed worden gelicht om op 1 mei naar de voorbijrollende tanks te wuiven, heb ik natuurlijk geen uitstaans, hahaha

HUMO En de bars waar u vroeger als pianist werkte, hebt u daar heimwee naar?

GAINSBOURG «Wel, heu... In die tijd hield ik me nogal met jazz bezig, Count Basie, Duke Ellington, Gillespie, vooral Art Tatum. Ik vergaapte me aan de techniek van Tatum. Zelf heb ik nooit zo’n hallucinante techniek gehad, maar ik wist me te redden. In die pianobars aan de rive gauche verdiende ik zo’n 20 FF (3 euro) voor een hele nacht spelen. Het was handenarbeid — een klavier bespeel je nu eenmaal met je handen — en iets artistieks. Om mijn gebrek aan techniek te compenseren, had ik mijn gevoel: ik schakelde moeiteloos over van pianissimo naar forte. De gemiddelde barpianist speelt altijd forte, met een soort brillo waar ik schijt aan heb. Ik kreeg het publiek in mijn ban door mijn ongewone speelstijl ongewoon voor een barpianist, bedoel ik. Het wemelde in die tijd van de Engelsen in de Franse bars. Ze kwaden eigenlijk in de casino’s gokken, want kansspelen waren toen verboden in Engeland. Engelse aristocraten, ze versierden verdomme alles wat een kont en tieten had. En ik zat in de kelder restjes te eten met de koksjongens. Ach, misschien was ik er toen tevreden mee.»

HUMO Pianospelen in nightclubs was een opleiding voor u.

GAINSBOURG «Inderdaad. En dat heb ik voor op alle jonge muzikanten van vandaag. Ik heb een fundamentele opleiding genoten: ik hoorde mijn vader al Gershwin spelen toen ik pas uit het ei was, Cole Porter ook, en alle, naoorlogse Amerikaanse standards. lk werd al heel vroeg gesensibiliseerd voor alle harmonische finesses, en dat is iets wat popgroepen tegenwoordig niet hebben. Ik heb ook nooit kunnen componeren op een gitaar, een veel te beperkt instrument. Geef mij maar de piano, de enorme rijkdom van dat instrument.»

HUMO En terwijl u achter de piano zot, kon u zich volop vergapen aan alle mooie vrouwen die de revue passeerden.

GAINSBOURG «Zij hebben mij gekwetst. Ze keken op me neer: ik was een soort jukebox. Daar heb ik lelijke littekens aan overgehouden. Die pijn leverde mij de kracht op om mijn eerste elpee te maken. Mijn wereldbeeld is erdoor bepaald. Sindsdien val ik altijd eerst aan, want de aanval is de beste verdediging. Mijn stijl, ook mijn levensstijl, is gebaseerd op agressie. De agressie van dat miezerige barpianistje dat naar al die mooie vrouwen zat te staren. Naar al die onbetaalbare juwelen. Maar ze minachtten mij. — Ze kwamen verdomme tegen mijn piano leunen, ik snoof hun treiterige parfums op. Aan de ene kant vond ik net wel een leuke baan, want ik hield van piano, maar aan de andere kant heb ik in die ultra-chique bars de ergste kleineringen ondergaan.»

HUMO In.die tijd hebt u Boris Vian ontmoet.

GAINSBOURG «Ja, hij heeft me gemotiveerd om afscheid te nemen van de schilderkunst. Ik wou eigenlijk schilder worden, en die baan als barpianist deed ik alleen maar voor de poen. Vian was een angstaanjagend personage, een tikkeltje verderfelijk ook. Toen ik hem voor het eerst zijn liedjes zag zingen, schrok ik: in de spotlights zag hij er doods uit, bloedeloos. Hij is de enige zanger die ik gekend heb, die een sarcastische toon in zijn zangstem kon leggen. Sarcasme waar je kippenvel van kreeg, op melodieën die totaal vreemd waren in Frankrijk. Z-iets had men nog nooit gehoord. Het publiek begreep hem niet, maar ik heb hem altijd begrepen. Hij kwam vaak in de bar waar ik speelde, en op een dag sprak hij mij aan. Hij had een songbock van Cole Porter bij zich. ‘Weet je dat je qua lyrics dezelfde schrijftechniek hebt als Cole Porter? vroeg hij me. Ik was toen nog een broekje, enfin ik was dertig, en ik dacht bij mezelf: misschien is wat ik maak toch niet allemaal stront. Vian heeft mij erop gewezen dat ik een songschrijver ben.»

HUMO Hij is de eerste zanger die gebroken heeft met het traditionele Franse chanson. U hebt voortgeborduurd op Vian.

GAINSBOURG «Ja, maar ons sloopwerk heeft weinig geholpen, want het klassieke Franse chanson bestaat nog altijd. Ik wou geen chansons schrijven, ja, ik heb het wel éen paar keer gedaan, voor jonge en mooie actrices; maar mijn platenfirma wou dat ik banale liedjes bakte. Dié en dié en dié liggen goed in de markt, zeiden ze, maak ook eens iets in die trant. De schaamteloosheid van die lui gaat ver, maar méér geld verdienen trok mij allerminst aan. Ach, ik wou wel eens een niemendalletje schrijven voor France Gall, een lieftallig zangeresje toen, of voor Bardot, maar voor de rest heb ik het spel van de middelmatigheid nooit meegespeeld. Uiteindelijk ben ik vrij integer gebleven. Zelfs als ik mij aan variété bezondigd heb, heb ik nooit vals gespeeld. Eerlijkheid is altijd mijn vertrekpunt geweest. lk ben meer tevreden over mijn lyrics dan over mijn melodieën. Vooral de laatste jaren merk ik dat mijn muziek te snel aanslaat bij het grote publiek. Jongetjes van tien die mij op straat naroepen: ‘Hé, Gainsbourg!’ of ‘Hé, Gainsbarre!’. Een teken aan de wand.»

HUMO Wat betekent die gespletenheid tussen Gainsbourg en Gainsbarre? Hetzelfde als Doctor Jekyll en Mister Hyde?

GAINSBOURG «Laten we zeggen dat die Mister Hyde niet al te kwaadaardig is. Ik geef toe dat ik een peetje schizofreen ben, maar dat is een luxe die ik mij kan permitteren. Ik ben buiten gevaar nu. Acteur of zanger zijn is een verschrikkelijk beroep: als het je meezit is het fantastisch, maar zodra het bergaf gaat... Ik heb levens zien verwoesten door de show: business, maar gelukkig is het met mij altijd in stijgende lijn gegaan. Al die jongetjes met hun electrische gitaren, ze staan heel even aan de top, en daarna breekt het publiek hen de botten. Ze kunnen Maar niet begrijpen waarom een oudje van 56 jaar blijft doorgaan, en bovendien aan de top staat. Ik begrijp het wél.»

Serge Gainsourg en Bambou Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Serge Gainsourg en BambouBeeld Gamma-Rapho via Getty Images

HUMO Hoe kan een man van 56 overeind blijven in de popmuziek? Het is toch vrij zeldzaam...

GAINSBOURG «Zeldzaam? Het is uniek. Het heeft niets te maken met geestelijk jong blijven, ik ben 56 en heb de geestelijke rijpheid van een man van 56. Je kan niet zeggen dat een gedicht van Artaud of Poe rijper of jonger is dan een gedicht van Rimbaud. Tijd speelt daarbij geen rol. Die gedichten staan buiten de tijd. Ik probeer altijd iets tijdloos aan mijn songs te geven, vooral aan de lyrics. Soms lukt het een beetje, maar nooit helemaal. Ik hou me namelijk bezig met een minor art, een kunstvorm die aangepast moet warden aan de eisen van de tijd, omdat hij moet verkopen., omdat er veel geld mee gemoeid is. Het is veeleer een discipline dan een kunstvorm. Minor art wordt direct afgenomen door het publiek, het is pure consumptie. Een echte kunstenaar, een visionair dichter bijvoorbeeld, maakt zich geen zorgen over wat de media over zijn werk zullen denken. Of zijn werk verkoopt of niet, daar bekommert hij zich niet om. Andere dingen drijven hem: hij wil voorliggen op zijn generatie. Picabia, Artáud, Huysmans, die kerels hebben allemaal op zeer bescheiden voet geleefd. Ik daarentegen leef, ondanks de gesel van de belastingen, zeer rijkelijk. En wie zou Picabia op straat herkennen, denk je? Tja; het zal me altijd wel een beetje blijven kwellen. Ik speel het spelletje mee, misschien tegen beter weten in. Als ik Kunst zou bedrijven, dan zou ik muzikaal in de buurt van Bartok komen, en wat prosodie betreft zou ik me willen spiegelen aan Rimbaud of Heredia. Als, zeg ik. »

De minibar is leeg. Een lichte paniek maakt zich van Gainsbourg meester. Hij wil meer Diekirch-pils en haalt Bambou uit haar halfslaap: ‘Kan je beneden wat bier halen? lk zal het nog nodig hebben vannacht.’ Bambou kruipt traag overeind en vraagt of we ook zin hebben in een stuk bananentaart. ‘Neenee, geen taart’, beslist Gainsbourg, ‘we houden het op bier, laten we zeggen: een flesje of zes. Ik heb veel wijn gedronken, en geen Pernod, je weet dat ik zal stikken van de dorst vannacht. En als je terug bent, mag je weer in je pornostrips lezen... Je kan ze misschien inkleuren, haha, je hebt je kleurpotloden toch bij je?’

HUMO (lacht even, maar schakelt daarna virtuoos over op ernst) Ondanks uw overtuiging dat u zich met ‘minor art’ bezighoudt en dat het zo wel zal blijven, bent u pogingen blijven doen om Kunst te scheppen. Ik denk aan uw schilderijen, aan uw novelle die bij Gallimard verschenen is...

GAINSBOURG «Ja, ‘Evguénie Sokolov’, het verschijnt binnenkort trouwens in de Folio-reeks. In de Gallimard-catalogus laat ik Genet en Gide achter me, maar dat is alleen aan de alfabetische volgorde toe te schrijven, ha-haha. Enfin; toch een hele eer voor hen dat ik me in hun buurt ophoud. Grapje, hoor. Maar laten we zeggen dat ik in het begin van plan was om Kunstenaar te worden: ik heb architectuur en schilderkunst gestudeerd aan de Beaux Arts. Ik heb me ook wel eens aan poëzie gewaagd, ik bedoel: ik heb de poëzie benaderd. Liedjesteksten zijn gebrekkige poëzie, een gedicht heeft geen muzikaal steuntje nodig. Maar ik wéét dat ik poëzie zou kunnen schrijven. Ik bel een uitgever op, probeer een contract-met-deadline-los te weken, ga zitten en schrijf; en wees er maar zeker van dat daar een dichtbundel van komt. Maar nu is het er nog te vroeg voor.»

HUMO Te vroeg

GAINSBOURG «Ja, het valt me zwaar om dat te zeggen, maar ik ben nog niet uitgezongen, ik bedoel: ik moet nog een aantal projecten op het muzikale vlak afronden. Mijn tijd zal dus, ook in de nabije toekomst in beslag warden genomen door fotosessies en interviews, dat soort stress. Die dingen moét je doen, hoewel ik weet (plotseling zeer ingetogen) dat mijn dagen geteld zijn. Niet dat ik elke dag aan de dood zit te denken, maar toch. Ik denk er wel eens aan.»

HUMO Is iemand die zo gretig in het leven gebeten heeft, nog bang voor dé dood? U hebt het toch allemaal al gehad?

GAINSBOURG «O, neen, ik ben absoluut niet bang voor de dood. Alleen, ik heb nog dingen te vertellen, en de dood zou op dit ogenblik zeer ongelegen komen. Ik houd altijd André Chénier voor ogen. Op het schavot zei hij: ‘J’avais pourtant tart de choses á dire’. Als ik ga, moet mijn leven àf zijn. Ik denk niet dat het noodlot ons de mond kan snoeren. Ik ben er zelfs van overtuigd dat wij ons lot meester kunnen zijn. Ik ben verslaafd aan nicotine en aan de drank. Ik heb een paar hartaanvallen achter de rug, maar voor de rest voel ik me goed. Ik blijf overeind. Ik ben bijna 57 en ik woon bij een meid van 24. Toen ik architectuur studeerde, ben ik ingewijd in de Absolute Schoonheid, en daarna heb ik mijn hele leven niets anders gedaan dan die Absolute Schoonheid gezocht, in alles. Niets maakt me gelukkiger dan het contempleren van een Dorische of Ionische zuil. Die zuivere schoonheid is in de loop der tij-den nooit geëvenaard. Niet dat ik me daardoor gefrustreerd voel. Alleen ben ik een beetje ontgoocheld. Vooral ontgoocheld door de triomfen die mij op dit ogenblik te beurt vallen. Maar mijn zwakheid is mijn sterkte: toen de minister van cultuur mij de Grand Prix National de la Chanson overhandigde, heb ik gezegd: ‘Dit succes zal sneller vergrijzen dan mijn slapen’. Ik geniet er wel van, ik lééf er wel van, Maar het stelt niks voor. lk voelde mij sterk toen ik dat zei, ongelooflijk sterk.»

HUMO Is alcohol voor u een middel om het leven aanvaardbaar te maken? Of lest u gewoon uw dorst?

GAINSBOURG «Nee, alcohol geeft me speed, da’s alles. Ik heb vroeger zo zwaar gedronken dat het leek alsof ik hard drugs gebruikte. Ik spreek nu niet over bier of anisette. Ik heb stromen whisky, cognac, gin gedronken, vroeger in de nightclubs. En in nightclubs kom ik ‘steeds minder, tja, pépère wordt een dagje ouder. Maar niet wijzer, gelukkig maar.»

HUMO Het verwondert me dat u nooit naar het zwaardere spul gegrepen hebt.

GAINSBOURG « Nee, hard drugs heb ik nooit aangeraakt. Mijn neuronen hebben dergelijke stimuli niet nodig, ik hallucineer zonder hulpmiddelen. Telkens als ik op de televisie kom, zijn er achtenswaardige mensen die uitroépen: ‘Die kerel is gek!’ Nou, als ik gek was, zou ik dat niet voor mezelf houden. Ik zou het meteen uitbazuinen. En als ik aan de drugs was, zou ik niks anders dan coca-cola drinken. Je kan niet tegelijkertijd aan dope en aan alcohol verslaafd zijn. En alcohol, mon chère, geef ik voor niks ter wereld op. Alcohol, da’s een maîtresse, en drinken is een kunst. Het schept een afstand tussen de mens en de dingen. Maar ik wil lucide blijven. Alcohol is voor mij ook de stimulans geweest om te fotograferen en te filmen. Ik kadreer beter als ik onder invloed ben, ik heb dan ook een onfeilbaar gevoel voor kleurtemperatuur. »

HUMO Ooit hebt u gezegd dat u graag oorlogscorrespondent was geworden.

GAINSBOURG «God, ja, dat heb ik ooit gezegd. Maar helaas is het daar nu te laat voor. Ik was dertig toen ik dat zei, en toen was ik gefascineerd door geweld in zijn rauwste, meest directe vorm. Ik wou dat vastleggen. Ach, als je dertig bent, ben je atletisch genoeg om weerstand te bieden aan het gevaar, en bovendien kan je op die leeftijd oeverloos drinken. En oorlogscorrespondenten zuipen wat af, denk ik. Dat is allemaal voorbij nu, ik zou het niet meer kunnen. En in fotograferen heb ik ook al niet veel zin meer. Misschien keer ik nog terug naar mijn eerste liefde, de schilderkunst.»

HUMO Dan is de cirkel rond.

GAINSBOURG «Inderdaad. Niet dat ik nog 15 doeken wil schilderen. Eén of twee prachtige schilderijen volstaan. Rimbaud heeft eigenlijk maar één boek geschreven. Dat was genoeg. Trouwens, alles moet verdwijnen, alles moet worden weggeveegd. We moeten heel even hevig opvlammen, en daarna moet er weer duisternis heersen. Een vallende ster.» (Bamboe brengt een nieuwe voorraad bier. Zij is zeer welkom.)

HUMO Vindt u mannen en vrouwen nog steeds onverzoenbare wezens? Over vrouwen hebt u in uw leven toch niet te klagen gehad.

GAINSBOURG (lacht grimmig) «Nee, hoewel ik op dat vlak tamelijk onverzadigbaar ben. Soms stuur ik een aforisme de wereld in, een ironische wijsheid: Meestal doe ik dat alleen maar voor de mooiigheid, het spel van de woorden, al zit er na-tuurlijk altijd een grond van waarheid in. Tja, mannen en vrouwen leveren soms een bloedige strijd. Maar de strijd tussen mannen onderling is doorgaans nog veel erger. »

HUMO Op de hoesfotó van ‘Love on the beat’ poseert u als travestiet. Een ultieme poging om het mannelijke en het vrouwelijke te verzoenen?

GAINSBOURG «Nee, veeleer een esthetisch spel. Nee, da’s niet waar. Het gaat dieper dan alleen maar een esthetisch spel. De kiem zal wel in mijn onderbewustzijn liggen. Ik houd erg veel van Bowie, van Boy George, androgyne types. Het is sterker dan mezelf.»

HUMO U houdt ook van Sid Vicious.

GAINSBOURG «Ja, maar dat is om een héel andere reden. Vicious is een tragisch overblijfsel van het dadaïsme, en dat ben ik eigenlijk ook. Dat schept een band. lk heb na zijn dood nooit meer met Londense muzikanten samengewerkt. Uit eerbied voor hem. Hij is me net zo heilig als James Dean. Zijn dood moest komen, en heeft evenmin als bij Dean met zelfmoord te maken. Het was een signaal dat een periode definitief afgesloten was, althans voor mij. Toen ben ik met reggae begonnen, met Sly en Robbie

HUMO Werd een ‘Frenchie’ meteen aanvaard in de studio’s van Kingston?

GAINSBOURG «Ja, oorspronkelijk was er wantrouwen, maar zodra ik een klavier aanraakte, werd ik ogenblikkelijk ‘geaccepteerd. Gerespecteerd zelfs. Ik wil er niet mee uitpakken, ik schaam me er zelfs een beetje’ voor, maar ik heb in Frankrijk meer reggaeplaten verkocht dan Bob Marley. Men heeft Marley pas ontdekt nadat men ‘Aux armes etcetera’ en ‘Mauvaises nouvelles des étoiles’ ontdekt had. Het is onrechtvaardig, maar het is waar. It’s a fact.»

HUMO U hebt liedjes geschreven voor Jane Birkin, Brigitte Bardot, Catherine Deneuve en Isabelle Adjani, stuk voor stuk zangeressen zonder stem. Welke ándere kwaliteiten zocht u in die dames?

GAINSBOURG «Ik wil een soort Pygmalion zijn, en een goede regisseur voor die meisjes. Hun schoonheid speelt daarin natuurlijk een voorname rol. Ik heb een droom, en ik zoek meisjes en stemmen die in die droom passen. Ik wil trouwens alleen nog met vrouwen werken. Ik kan mij onderhand permitteren om elke filmster te laten zingen, en dat schenkt me voldoening. Ik wil steeds minder met zangers werken, ik heb schijt aan zangers, aan mannen. Omgaan met de mooiste vrouwen ter wereld is klasse, nest-ce pas

HUMO Vreemd dat u des-tijds nooit iets voor Piaf geschreven hebt. Zij viel in haar tijd toch voor jonge componisten?

GAINSBOURG «Het heeft geen haar gescheeld. Ze had me bij zich laten komen. We hebben wat gepraat, en tenslotte vroeg ze me om een lied voor haar te schrijven. Drie weken later was ze dood: alweer een hoofdstuk afgesloten. Zij was de laatste chanteuse populaire, in de traditie van Billie Holliday: vrouwen die geleden hebben, die verziekt waren door drugs, die turbulente en tragische relaties met mannen hadden. Vrouwen dié zichzelf opofferden aan... ja, waaraan eigenlijk? Aan het leven zélf, denk ik, als hommage aan het leven. Prachtig! Piaf heeft me ook zelfvertrouwen gegeven. Ze had een feilloos instinct. Het verhaal deed de ronde dat ze zich nog nooit in iemand vergist, had, en mij liet ze bij zich komen. Zij is voor mij een herinnering van onschatbare waarde. Zij en Vian.»

Serge Gainsbourg en Jane Birkin Beeld Getty Images
Serge Gainsbourg en Jane BirkinBeeld Getty Images

HUMO Zelf hebt u een stormachtige relatie met Jane Birkin achter de rug. Is het niet génant om, nadat de strijd gestreden is, opnieuw met een ex-geliefde de studio in te duiken en een intieme plaat als ‘Baby Alone in Babylon’ te maken?

GAINSBOURG «Ik vind het zelf vreemd dat ik dat gekund heb. Het is Zonneklaar dat op die elpee het proces van onze verhouding gemaakt wordt, gruwelijk intiem, en tragisch... »

HUMO Een afscheidscadeau?

GAINSBOURG «Welneen, ik zal nog wel meer met Jane werken, (vertederd) het stoute meisje. ‘Baby Alone in BabyIon’ is nu al goud, terwijl er niet één hit op staat. De mensen kopen kennelijk graag mijn liefdesleven. De plaat van Adjani is heel anders, puur techniek, geen gevoel, geen emotionele betrokkenheid, zomaar door Gainsbourg uit de mouw geschud. Niettemin staan er een paar mooie nummers op. »

HUMO Men verwijt u wel eens dat u een geldwolf bent. In Frankrijk draait u geregeld reclamespots. Een staaltje van cynische geldklopperij?

GAINSBOURG «Helemaal niet. Ik houd van de camera en maak graag stijloefeningen. Top! De chronometer loopt en binnen de dertig seconden moet je een wereld creëren, moet je het bestaan van een parfum rechtvaardigen. Maar ik neem niet elk aanbod aan, de storyboard moet me bevallen. En geld ja, firma’s die zich reclamespots kunnen permitteren, verdienen miljoenen. Als ze mij vragen, moeten ze me ook betalen. Veel geld maakt het werkvan de prostituée draaglijker; Ik ben een prostituée die zich amuseert. En vergeet niet dat ik een goeie reclamefilmer ben, ik heb al een paar prijzen gekregen, voor mijn. Gini-spot, voor Braun. Ik ga er binnenkórt een draaien voor Total. Maar ik wil niet te veel reclamespots maken, ik heb belangrijker werk te doen. Ik ga een plaat en een filmscenario schrijven voor mijn dochter, voor Charlotte. En een single voor Bambou. Bambou! Bambou? Wil je niet? Ik zal je een auditie afnemen, haha. Ik wil ook nog een boek schrijven voor Gallimard, en een fotoboek met zelfportretten laten verschijnen.»

HUMO Wat voor een boek bent u van plan te schrijven?

GAINSBOURG «Een fictief dagboek, denk ik. Maar niet wat men van Gainsbourg verwacht een boek waarin ik van de ene neukpartij in de andere tuimel. Dat vind ik weerzinwekkend.»

HUMO Waarom hebt u tot nog toe aan niemand de toestemming gegeven om uw biografie te schrijven?

GAINSBOURG «Omdat ik de enige schrijver ben die dat een beetje behoorlijk zou kunnen doen. Ja, er is wel eens een fotobiografie over mij verschenen, maar dat was een vod. Er stond niks wezenlijks in, maar omdat die mensen zich zo uitgesloofd hadden voor die foto’s, heb ik toegestemd.»

HUMO U verwekt graag schandaal en u zorgt geregeld voor nieuwe provocaties. Komt er dan nooit een eind aan het verlangen om dwars te liggen, en komt er geen sleet op de provocaties zèlf?

GAINSBOURG «0, neen, in Frankrijk wordt men alsmaar gevoeliger voor mijn provocaties. Ik ben vast van plan om in de toekomst nog verder te gaan. Het lastige van een provocatie is de stress. Je lokt iets uit, en daar moet je dan de gevolgen van dragen, en dat is stresserend. Maar ik kan er nog tegen en daarom ben ik van plan door te gaan tot 1990, of misschien nog iets langer.»

HUMO Ik had de indruk dat Frangoise Hardy doodsbang voor u was, toen ze u in het Franse tv-programma ‘Branché Musique’ interviewde.

GAINSBOURG «Haha, dat komt omdat Françoise een lief meisje is en ik, tja. Als ik op de televisie kom, zorg ik altijd wel voor een paar historische momenten. Op de honderdste uitzending van ‘Droit de réponse’ heb ik een stuk taart in het gedicht van Michel Polac (de presentator van die uitzending; een goedmoedige intellectuele beer, n.v.d.r.) gewreven. Bij een andere gelegenheid, heb ik een bankbriefje van 500 FF tijdens een tv-uitzending verbrand. ‘Dit rolt alvast niet in handen van de belasting!’ heb ik toen geroepen, hahaha. Nee, cleane, tv-programma’s, daar hou ik niet van. Men moet mij de vrijheid laten om iets uit te vreten. Schandaal betekent reclame.»

HUMO Vertel eens iets over je spitsbroeder Jacques Dutronc.

GAINSBOURG «Hij is mijn vriend. Een beetje depressieve jongen, net zoals ik trouwens. Wij hebben veel punten van overeenkomst. Hij is sarcastisch, timide ook. Maar we zijn geen smeerlappen, in tegenstelling tot wat men wel eens zegt. We hebben nooit iets smerigs gedaan, nooit iets cheap. Vriendschap is een zeldzame passie, voor een man van mijn leeftijd van het allergrootste belang, ná de liefde. Vriendschap tussen mannen is uiterst moeilijk, omdat er — ik heb het vanzelfsprekend over hetero’s —geen seks bij te pas komt. Vriendschap moet puur zijn, vriendschap impliceert zuiverheid en fysieke onverschilligheid. »

HUMO In twee songs van ‘Love on the beat’ heb je het over homoseksualiteit: ‘Kiss me Hardy’ en ‘l’m the boy’.

GAINSBOURG «Ja, ‘Kiss me Hardy’ is een zin die Nelson uitgesproken heeft tijdens de Slag bij Trafalgar. Met zijn bast vol lood kon hij nog roepen ‘Kiss me Hardy!’ en dat was bestemd voor een van zijn luitenants. Ja, ik heb songs over homoseksualiteit geschreven, om-dat ik soms dat soort sensualiteit aanvoel, een verlangen dat weliswaar niet bevredigd wordt, maar toch, het is. er. Dat mag toch, hè? Why not?»

HUMO Toen u terug was uit Gabon, waar u uw film ‘Equateur’ gedraaid hebt, zei u dat Gainsbourg-de-nachtbraker niet meer bestond. Hebt u in Afrika andere waarden ontdekt?

GAINSBOURG «Ach, ik had daar wat dichter bij de natuur geleefd, dichter bij de aarde dan bij het asfalt. Ik heb doorgaans de pest aan de natuur, aan de cultuurschok. Ja, die jongen, die roeier die mij palmwijn te drinken gaf... Ik had mijn voet geblesseerd, en in de wonde had zich een tropische parasiet genesteld. lk was toen een paar dagen uitgeschakeld en wel vijftien zwarten kwamen mij een wandelstok aanbieden die ze voor mij uit hout hadden gesneden. Dat was aandoenlijk.»

HUMO Kan Gainsbourg zich een beetje inleven in de vaderrol?

GAINSBOURG «Helemaal niet. Ik ben geen vader. Hooguit een papa. Of beter, de kruising tussen een papa en een suikeroompje. Maar alles wat zogenaamd serieus is, interesseert mij niet. It’s not my cup of tea, my boy!»

HUMO In ‘Lemon Incest’ drukt u uw spijt uit dat u het nooit met uw dochter zal kunnen doen.

GAINSBOURG «Ja, haha. Ooit heb ik zelfs gezegd dat ik me, moet inhouden als ik met haar in de lift sta, hahaha. Enfin, ik bedoel het veeleer als metafoor. Ik hou namelijk zeer veel van mijn dochter.»

HUMO In interviews met ‘Libération’, ‘Lui’ en ‘Actuel’ hebt u uw seksleven tot in de kleinste details prijsgegeven. Houdt u nog geheimen over?

GAINSBOURG «Natuurlijk, ik ben nog altijd één groot raadsel. En die bladen, ja, ze hadden er mij om gevraagd. Ik had me behoorlijk volgegoten, maar let wel: ik wist heel goed wat ik zei. Ik heb ze allemaal genááid, jongen, een hoop pipi en kaka, en ze waren gelukkig. Ik heb ze genaaid die jongens, maar vriendelijk, want het zijn mijn makkers, mes pótes. Zij waren tevreden met hun interviews, en ik met de publiciteit. It was a deal. »

HUMO Ik denk dat u alles bent wat Jean-Marie Le Pen haat. Zijn perfecte zondebok.

GAINSBOURG «Jean-Marie Le Pen? Ken ik niet. Ik ken geen viezeriken. »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234