'Ik ben rijk geworden, ja. Ik heb heel wat aandelen van de firma die ons onderzoek sponsort.' Beeld Corbis via Getty Images
'Ik ben rijk geworden, ja. Ik heb heel wat aandelen van de firma die ons onderzoek sponsort.'Beeld Corbis via Getty Images

kijktip‘Dolly: the Sheep that changed the World’

Ian Wilmut, de vader van het gekloonde schaap Dolly: ‘Ik heb begrip voor ouders die een kind verloren hebben en dat dode kind willen laten klonen’

In de zomer van 1996 konden wetenschappers voor het eerst succesvol een dier klonen. Het resultaat was een schaap genaamd Dolly, dat uiteindelijk zes jaar oud zou worden. Een kwarteeuw na haar geboorte gaat de BBC na wat die doorbraak precies heeft betekend in ‘Dolly: the Sheep that changed the World’. Twintig jaar geleden sprak Ian Wilmut, de ‘vader’ van Dolly met Humo. Lees hier het interview:

Christoph Keller & Peer Teuwsen

Tegenover ons aan de ontbijttafel van een Berlijns hotel zit een kleine, onopvallende heer met een bol hoofd, een veel te grote bril en een dikke baard. Niets wijst erop dat deze knuffelbeer Ian Wilmut is, de man die het aanschijn van deze planeet heeft veranderd. Eind ‘96 slaagde de Brit met zijn collega’s van het Roslin Institute namelijk in iets wat alle biologen tot dan toe voor onmogelijk gehouden hadden: uit de cel van een volwassen schaap kloonde hij een nieuw, genetisch compleet identiek schaap.

Het bericht van de geboorte van Dolly - genoemd naar de rondborstige countryzangeres Dolly Parton, omdat de klooncel uit de borstklier van het volwassen schaap kwam - ging in geen tijd de wereld rond. Onmiddellijk werd de noodklok geluid: rijke bejaarden zouden voor veel geld kloontjes van zichzelf op de wereld zetten, ouders zouden kinderen kunnen laten maken op bestelling, kwaadwillige wetenschappers zouden duizenden Hitler-klonen op de wereld loslaten, kortom: het was the end of the world as we know it. Sindsdien reist Ian Wilmut de aardbol af om de gemoederen te bedaren.

Krankzinnige berichten

- Zou u niet liever in het lab werken dan de wereld af te reizen om uzelf te verdedigen?

IAN WILMUT «Ik zal u iets bekennen: werken in het lab is eigenlijk nooit mijn sterkste kant geweest, omdat ik aangeboren handbevingen heb (toont zijn handen, die inderdaad zichtbaar trillen). Gelukkig heb ik af en toe een goed idee, en kan ik ervoor zorgen dat in mijn instituut een creatieve, stimulerende sfeer hangt. Maar ik heb jammer genoeg nauwelijks nog tijd voor research. Dat frustreert me wel, ja.»

- U hebt onlangs een boek over Dolly geschreven, en daaruit blijkt toch duidelijk dat u bang bent dat u de doos van Pandora heeft geopend.

WILMUT (denkt lang na) «Ik zit een beetje in mijn maag met die krankzinnige berichten over dokter Severino Antinori, die zo snel mogelijk ook mensen wil klonen. Ik ben daar absoluut tegen. Maar ik geloof niet dat ik mezelf iets te verwijten heb. Je gaat meneer Daimler toch ook niet verantwoordelijk stellen voor ieder auto-ongeluk?»

- Toch is er u kennelijk veel aan gelegen mensen als Antinori tegen te houden. Zal dat lukken, denkt u?

WILMUT «Dat weet ik niet. Ik praat veel met mensen die meer invloed hebben dan ik; hopelijk kunnen zij het klonen van mensen tegenhouden. Anderzijds mogen we ook niet te pessimistisch zijn: iedere serieuze wetenschapper zal u vertellen dat mensen klonen buitengewoon moeilijk is, zelfs Antinori weet dat verdomd goed.»

- Had u, toen u Dolly maakte, enig vermoeden van de heisa die u zou ontketenen?

WILMUT «Nee. Het is nu al meer dan vier jaar geleden, maar de discussies blijven even hevig als toen, en dat hadden we nooit gedacht. Ik moet ermee leren leven dat dat debat een deel van mijn leven geworden is.»

Links van Blair

- U bent opgegroeid in een welgesteld burgerlijk milieu. Welke waarden hebben uw ouders u meegegeven?

WILMUT «Mijn moeder was onderwijzeres, mijn vader was een uitstekend wiskundige, die eerst in Cambridge onderzoek heeft verricht en daarna is gaan lesgeven. Hij was nog veel kleiner dan ik, maar hij had een geweldige uitstraling. Die man kon zijn scholieren echt fascineren.

»Mijn ouders hadden geen religieuze achtergrond, en ik ben ook niet gelovig, maar ik heb wel duidelijke waarden meegekregen. Ze hebben me voorgehouden dat alles wat je doet, zoveel mogelijk mensen ten goede moet komen. En ik behoor ook tot de eerste generatie met een sterk milieubewustzijn.»

- Waar staat u politiek?

WILMUT «Ik ben een sociaal-democraat. Ik geloof sterk in de gelijkheid van alle mensen, of liever: ik vind dat alle mensen dezelfde kansen moeten krijgen. De kloof tussen arm en rijk in Groot-Brittannië - en de rest van de wereld - daar kan ik echt kwaad om worden.»

- Bent u door Dolly rijk geworden?

WILMUT «Ja. Ik heb heel wat aandelen van de firma die ons onderzoek sponsort...»

- Geron, een Amerikaans biotech-concern.

WILMUT «Juist. Geron betaalt me voor mijn wetenschappelijk advies, en ik kan u vertellen dat die som ongeveer het dubbele bedraagt van wat ik op het Roslin Institute verdien. Dankzij Dolly hoef ik niet meer te piekeren over hoe ik mijn nieuwe auto moet betalen, of hoe ik volgende maand de eindjes aan mekaar moet knopen.»

- Moest u dat vroeger dan wel?

WILMUT «Zeker weten. De Britse overheid betaalt haar wetenschappers ellendig slecht: ik was hoofd van een onderzoeksteam, maar ik verdiende amper 120.000 frank per maand.»

- Vindt u dat u uw huidige salaris waard bent?

WILMUT «Goeie vraag (lacht). Nou ja, vroeger kon ik elke penny goed gebruiken, dus heb ik me die vraag niet gesteld. Maar ik vind het niet echt correct dat alleen wij drieën - John Clark, Keith Campbell en ik - zoveel geld krijgen, terwijl er toch een team van minstens 25 mensen aan Dolly gewerkt heeft.»

Kantoorfeestje

- Hoe staat u tegenover dieren?

WILMUT «Interessante vraag. Ik heb altijd huisdieren gehad, en ik heb er geen probleem mee dat mensen vlees eten. Voor wetenschappelijke experimenten moeten we ook dieren kunnen gebruiken, maar dat betekent niet dat we harteloos met ze mogen omgaan. In het lab moeten we altijd nagaan of de stress en de pijn die we het dier aandoen wel in verhouding staan tot het nut van het experiment.»

- Uw proefdieren zijn schapen. Wanneer is de stress voor hen het grootst?

WILMUT «De meeste dieren die wij voor onze proeven gebruiken, lopen vrij in de wei; ze zien nauwelijks een mens. Alleen als we ze moeten vangen - bijvoorbeeld om te controleren of ze drachtig zijn, of om te kijken of ingeplante embryo’s zich goed hebben ontwikkeld - bezorgen we ze stress.»

- Hoe voelt u zich wanneer u onder uw elektronenmicroscoop een gaatje prikt in de celwand van een schapenembryo om de chromosomen eruit te zuigen?

WILMUT «Dat doet me eerlijk gezegd niks: zo’n embryo heeft nog geen zenuwstelsel, dus het voelt absoluut niets. Voor mij is het niet meer dan een hoopje cellen.»

- U werkt ook met menselijke embryo’s voor de aanmaak van vervangorganen. Hebt u daar ook geen ethische bedenkingen bij?

WILMUT «Nee, want menselijke embryo’s voelen ook geen pijn. Ze hebben geen ziel of zo: ze hebben nog totaal niets van wat een mens een mens maakt.»

- U voelt geen heilig ontzag voor het leven?

WILMUT «Heilig ontzag niet, maar ik heb wel... Hoe zou ik het zeggen... Aangrijpende momenten. Ik vond het bijvoorbeeld heel bijzonder toen we in de jaren zeventig de eerste diepgevroren kalverembryo’s weer lieten ontdooien, en zagen dat ze opnieuw tot leven kwamen.»

- Was de geboorte van Dolly ook zo’n aangrijpend moment?

WILMUT «Eigenlijk niet. De mooiste momenten beleef ik als me een nieuw idee te binnen valt: meestal overkomt me dat tijdens losse, gezellige babbels. Daarom vind ik een prettige sfeer binnen het onderzoeksteam ook zo belangrijk: die ontspannen momenten leveren vaak de beste resultaten op.»

- Dolly was het product van een soort kantoorfeestje?

WILMUT «Dat niet, ik herinner me nog goed hoe Keith Campbell me op een dag kwam vertellen over de cellen die we voor het klonen van Megan en Morag, de voorgangers van Dolly, wilden gebruiken. We zouden die op een bepaald punt in hun ontwikkeling - we noemden dat het punt ‘Go’ - in hun groei stoppen. En op die dag - het was de tiende maart, dat weet ik nog precies - kwam Keith me dus zeggen dat de cellen op dat punt ‘Go’ buitengewoon stabiel waren, en dus zeer geschikt om te klonen, maar ook dat ze biologisch totaal anders waren dan vóór dat punt. Het waren echt nieuwe cellen. Dat andere, dat nieuwe, was de sleutel tot Dolly, en dankzij dat korte gesprek ben ik vandaag een rijk man.»

- U bent rijk omdat u over de inhoud van dat gesprek gezwegen hebt.

WILMUT «Juist. Dat inzicht was zo fundamenteel dat we het geheim hebben gehouden tot we de patentaanvraag hadden ingediend. En dat patent heeft me rijk gemaakt, ja.»

'Hoe ouder ik word, hoe sympathieker ik het idee van die vervangorganen vind.' Beeld BBC
'Hoe ouder ik word, hoe sympathieker ik het idee van die vervangorganen vind.'Beeld BBC

Gelukstreffer

- Hebt u soms geen zin de klok weer terug te draaien?

WILMUT «Nee. Weet u, de cassetterecorder die u voor dit interview gebruikt, is het eindproduct van een technologie die twee Japanse steden van de aardbol heeft geveegd. Waar het om gaat, is hóé je technologie gebruikt.

»Wetenschappers zijn trouwens zeer slecht in voorspellingen. U kent toch het verhaal van die Amerikaanse firma in kantoormachines (IBM, red.) die in de jaren vijftig voorspelde dat er op de wereld nooit behoefte zou zijn aan meer dan vier computers? De geschiedenis van de wetenschap zit vol met dat soort missers.»

- Gelooft u dat wij mensen erin zullen slagen verantwoordelijk om te gaan met de techniek van het klonen?

WILMUT (aarzelt lang) «Misbruik zal er altijd zijn, zo naïef ben ik niet. Vroeg of laat zullen er mensen worden gekloond, dat staat vast. Het is alleen heel moeilijk daar op dit moment de maatschappelijke gevolgen van in te schatten. Denk eens terug aan de in-vitrofertilisatie: in de jaren zeventig vonden veel mensen dat een gruwel, en nu is het een doodgewone zaak. De eerste kunstmatige inseminaties van koeien lokten in de jaren vijftig ook massaal protest uit.»

- U hebt zelf buitengewoon veel geluk gehad dat Dolly überhaupt ter wereld kwam.

WILMUT «Toen we met het klonen van volwassen cellen begonnen, hadden we 277 embryo’s, en daaruit is maar één gekloond schaap ontstaan: Dolly. Dat was inderdaad een gelukstreffer. Dat bewijst alleen maar dat gemiddelde mensen als het meezit uitzonderlijke dingen kunnen doen (lacht)

- Wat zou er gebeurd zijn als Dolly net als die andere 276 embryo’s gestorven was? Zou iemand anders in een ander lab een andere Dolly hebben gemaakt?

WILMUT «Ik denk het wel. De concurrentie is enorm groot, en op het ogenblik dat Dolly ter wereld kwam, waren ook andere labs er erg dicht bij.»

- De tijd was rijp voor een gekloond schaap?

WILMUT «Correctie: de wetenschap was er rijp voor.»

- En de wetenschap werkt compleet onafhankelijk van de samenleving?

WILMUT «Eigenlijk wel, ja. Klonen is veel ouder dan veel mensen denken: dertig jaar geleden probeerden wetenschappers al kikkereitjes te klonen, alleen hadden ze toen de fundamentele mechanismen van de celontwikkeling nog niet doorgrond. Tegenwoordig kunnen we dankzij de vooruitgang van de genetica een hele reeks problemen oplossen die een paar jaar geleden nog compleet onoplosbaar leken. Dat heet wetenschappelijke vooruitgang.»

- Wilt u nu zeggen dat u geen rekening hebt gehouden met de gevolgen van uw werk voor de samenleving?

WILMUT «Dat is te simpel. Natuurlijk dacht ik ook aan het nut van klonen voor de samenleving toen we Dolly vervaardigden. Genetisch gewijzigde dieren zouden bijvoorbeeld in hun melk medicijnen kunnen aanmaken, zodat een glas melk je straks meteen beschermt tegen bepaalde ziektes. Maar ik moet u bekennen dat ik de zogenaamde ‘samenleving’ wantrouw: ik geloof dat de samenleving de betekenis van nieuwe technologieën niet correct kan beoordelen.»

Schaap is dood

- Begreep u, toen u Dolly ontwierp, wat er zich precies in het binnenste van die gekloonde cel afspeelde?

WILMUT «We wisten hoe we de kern uit een lichaamscel van het volwassen schaap moesten halen en in een eicel inbrengen; technisch was dat niet zo’n probleem. Maar als u me nu vraagt wat er zich tijdens de versmelting van die kern en die eicel precies heeft afgespeeld, kan ik alleen maar zeggen: dat wisten we toen niet, en dat weten we nog altijd niet.»

- Overdrijft u nu niet een beetje?

WILMUT «Toch maar een klein beetje. Er is nog veel dat we niet weten, hoor. De gekloonde schapen kunnen bijvoorbeeld op elk moment opeens doodgaan, zelfs tot maanden na de geboorte. We hebben geen idee waarom.

»U moet zich de versmelting van de vreemde celkern met de eicel voorstellen als het opgooien van een muntstuk. Je hebt zes keer kruis of zes keer munt nodig om een gezond, levensvatbaar schaap te krijgen, en er is maar één manier om dat te doen: blijven proberen. Zo hebben we eens een schaap gekloond dat er heel gezond uitzag. Alleen was zijn ademhaling niet normaal: het dier hyperventileerde. De dierenarts kon de oorzaak niet vinden, zodat we het schaap jammer genoeg hebben moeten doden. Bij de sectie ontdekten we dat het abnormaal nauwe luchtwegen had. De oorzaak was in ieder geval genetisch, maar we weten niet wat er precies aan de hand was, en we kunnen het dus ook niet voorspellen. We hebben er kortom geen benul van wat er bij het klonen allemaal gebeurt.»

- En daarom wijst u het klonen van mensen af?

WILMUT «Klopt. Ik ben ervan overtuigd dat er vreselijke misvormingen en doodgeboren kinderen van zullen komen. Een dood kind als resultaat van een poging om een dood kind via het klonen ‘terug te halen’: dat zou het toppunt van ironie zijn, vindt u niet?»

- Zou u een mens dan wél klonen als de techniek er rijp voor was?

WILMUT «Nee, want ik vind dat elk kind een individu hoort te zijn. Stelt u zich maar eens voor hoe het er in een gezin zou toegaan als een kind genetisch identiek was met één van de ouders!»

- Waar komt dan die wens vandaan om mensen te klonen?

WILMUT «Ik weet het zelf niet goed. Pas op, ik heb begrip voor ouders die een kind verloren hebben, misschien zelfs door hun eigen schuld, en dat dode kind absoluut willen laten klonen. Natuurlijk wil je zulke mensen helpen.»

- Je kan ook zeggen: de dood hoort bij het leven.

WILMUT «Dat is op zo’n moment wel heel abstract, hoor. Ik heb ooit eens een vrouw aan de telefoon gehad van wie het dochtertje een paar dagen tevoren aan leukemie gestorven was. Ze had een buisje met bloed van het kind in de diepvries bewaard, en wilde haar dochter laten klonen. Ik kan u verzekeren dat het me niet makkelijk viel die vrouw aan het verstand te brengen dat dat niet zou gaan.»

- Reduceren zulke mensen hun gestorven kind niet tot de grondstof waarmee je opnieuw hetzelfde kind kan maken?

WILMUT «Nee, want ze willen méér dan alleen maar het lichaam dat ze kwijt zijn. Ze willen dat lachende, levendige, babbelende wezentje terug, precies zoals het vroeger was.»

NV de Schepper

- Met uw bedrijf Roslin Biotech legt u zich momenteel toe op therapeutisch klonen: uit menselijke embryo’s haalt u stamcellen waarmee u defecte organen kunt repareren en zelfs vervangen. Op uw vindingen neemt u een patent. Stel dat u een techniek ontwikkelt om bijvoorbeeld vervangnieren te vervaardigen, moeten de patiënten dan bij u langs de kassa passeren?

WILMUT «Natuurlijk moet de patiënt de ontwikkeling en aanmaak van die nieuwe organen vergoeden, maar in de meeste landen zal de ziekteverzekering dat betalen.»

- Mensen die in leven willen blijven, moeten u daar dus onrechtstreeks voor betalen. Betekent dat niet dat alleen rijkelui zich zo’n orgaan zullen kunnen veroorloven? U was toch een sociaal-democraat?

WILMUT «Dat is een reëel gevaar, dat geef ik toe. Maar therapeutisch klonen heeft nog veel meer toepassingen, hoor. Het zit er bijvoorbeeld in dat we in de toekomst diabetes met één enkele dosis cellen kunnen behandelen. Dat zou stukken goedkoper én makkelijker dan de dagelijkse insuline-injecties. Mijn vader kreeg diabetes toen hij 21 was. Op zijn 45ste was hij blind, later hebben ze één van zijn onderbenen moeten amputeren, en op z’n 75ste was hij dood. Als ze hem destijds die nieuwe cellen hadden kunnen inspuiten, zou mijn vader een veel prettiger leven gehad hebben. Tegen dat vooruitzicht is toch niks in te brengen?»

- Is het wel echt nodig om de mens altijd maar weer op te lappen, binnenkort waarschijnlijk ook met nieuwe organen?

WILMUT «Hoe ouder ik word, hoe sympathieker ik het idee van die vervangorganen vind (lacht). We kennen allemaal mensen die lijden aan leverbeschadiging, suikerziekte, hartstoornissen, Parkinson, Alzheimer... Vreselijke ziektes, en er is geen behandeling voor. Natuurlijk denk ik niet dat we straks met z’n allen 250 jaar oud worden - de mens zal lichamelijk nooit perfect zijn - maar ik geloof wel dat we mensen langer gezond kunnen laten leven.»

- Maar het vooruitzicht dat er altijd vervangorganen klaar zullen liggen, is toch een kleine revolutie?

WILMUT «Natuurlijk opent dat nieuwe perspectieven, maar fundamenteel nieuw is het niet. Eigenlijk ligt het gewoon in de lijn van de orgaantransplantaties, en die bestaan al dertig, veertig jaar.»

- Hebt u toch niet het gevoel dat u voor Schepper speelt?

WILMUT «Maar de ontwikkeling van bevrucht eitje tot volwassen mens blijft toch een ongelooflijk wonder? Als je het zo bekijkt, is de mens de kroon op de schepping: het meest intelligente en complexe wezen dat we kennen. Tegelijk weten we dat die mens maar een onbeduidend stofje in het heelal is. Tussen die twee uitersten zullen we altijd blijven schommelen, met of zonder klonen.»

© Das Magazin

(Nederl. bewerking: Peter Cremers)

(Verschenen in Humo op 8 mei 2001)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234