The Rolling Stones, van links naar rechts: Charlie Watts, Keith Richards, Mick Jaggers en Ron Wood. Beeld PETER TAHL
The Rolling Stones, van links naar rechts: Charlie Watts, Keith Richards, Mick Jaggers en Ron Wood.Beeld PETER TAHL

80 jaarRolling Stone Charlie Watts

‘Ik beschouw mezelf niet als een geweldig muzikant. De band waarin ik speel is fantastisch. Ik niet’

Charlie Watts wordt vandaag 80 jaar. Als jong veulen van 61 jaar vertelde hij in Humo nog hoe het leven zelfs als drummer van The Rolling Stones helemaal niet zo rock-’n-roll is als men zou denken.

(Verschenen in Humo op 13 mei 2003)

Charlie Watts zit diep weggezakt in een leren bank in een immens grote hotelkamer. Bij het raam staat een piano, in een hoek leunen honderden jazz-cd’s op uiterst coole wijze tegen de muur. Watts kucht en trekt zijn bruine colbertjasje recht. Hij ziet eruit zoals hij er al zijn hele leven uitziet: te gedistingeerd, te oud en te deftig om hij The Rolling Stones te drummen.

– Voel je nog altijd de kriebels voor een optreden?

CHARLIE WATTS «Welnee. Het doet me echt niks. Ik ben al veertig jaar met The Rolling Stones bezig, en dan heb je het allemaal wel ongeveer gezien. Nou ja, er gaat een heel klein beetje meer adrenaline door mijn lijf stromen, maar ik heb te veel tournees meegemaakt om het nog een avontuur te vinden. Elke avond de zelfde show voor andere mensen, meer is het niet. Pure routine.»

– Je zit je dus te vervelen achter de drums?

WATTS «Nou nee, zo moet je het ook niet zien. Hoe zal ik het zeggen? Ik ben een heel nuchter mens en ik weet precies wat mijn plaats in de show is. Ik ben niet zo’n muzikant die zich helemaal geeft, ik ben onderdeel van een band, en ik probeer mijn deel van het werk zo goed mogelijk te doen.»

– En daar put je voldoening uit?

WATTS «Ja, want daarom ben ik nog steeds bij The Rolling Stones: ik voel me er gelukkig bij. Zelfs al spelen we niet de muziek die me het meest interesseert - ik ben zolang ik me kan herinneren een jazzliefhebber geweest.»

– Waar komt die liefde vandaan? Heeft je vader je aangestoken?

WATTS «Nee, helemaal zelf ontdekt. Jazz was erg modieus in Engeland in de late jaren vijftig en begin jaren zestig. Eerst kocht ik platen, en later werd ik een vaste bezoeker van de jazzclubs in Londen. Ik was een gewone schooljongen van dertien die cricket speelde met zijn vriendjes en later graag drummer wilde worden, Al mijn vriendjes wilden ook een instrument leren spelen - mijn buurjongen kon zelfs al een beetje bassen. Ik droomde ervan met Charlie Parker te kunnen spelen; mijn hart begon sneller te kloppen toen ik hem voor liet eerst hoorde. Ik vind hem nog altijd de allergrootste.»

– Je droomde van een grote toekomst in de:muziek. Er zijn drómen die minder goed uitkomen.

WATTS «Ja, maar ik kan dat heel goed relativeren. Mijn leven verschilt uiteindelijk niet zo veel van dat van jou of wie ook. Ik hen een doodgewoon mens gebleven. Het publiek heeft een soort droombeeld van The Rolling Stones, en je kunt ze maar niet aan het verstand brengen dat dat beeld niet klopt, Ik ga regelmatig met een band op tournee, maar afgezien daarvan leid ik een heel doorsneeleven.»

null Beeld ARTE
Beeld ARTE

Drank en drugs

– Moest in je jeugd alles wijken voor de muziek?

WATTS «Nee, Ik droomde wel van een grote toekomst als muzikant, maar diep in mijn hart besefte ik dat ik het waarschijnlijk toch niet zou redden. Drummen bleef ik als een hobby zien. Het werd pas een beetje serieus toen ik de bluesmuzikant Alexis Korner tegenkwam. Weet je dat ik tot op dat moment nog nooit van blues had gehoord? Een naam als Muddy Waters zei me niks. Alexis heeft me geleerd wat de blues is - nou ja,- wat wij blanken onder dé blues verstaan. Ik kwam er toen achter dat Charlie Parker ook een beetje de blues speelde, maar dan wel op een heel intellectuele manier.

»Alexis Korner wilde een nieuwe r&b-band oprichten en hij vroeg me drummer te worden. We werden al snel heel populair; we speelden in. één van de beste clubs van Londen. En daar ontmoette ik Mick Jagger, Brian Jones en Keith Richards - zij speelden ook regelmatig met Alexis.»

– En de rest is geschiedenis. Maar je had natuurlijk veel liever gehad dat The Stones een jazzband waren?

WATTS «Nee, zo zag ik dat niet. Toen ik deel ging uitmaken van The Rolling Stones, speelde ik nog in een paar andere bands: eentje met de broers van Ronnie Wood - we noemden ons The Woods Band of zoiets - de andere een jazzband waarvan ik de naam vergeten ben. lk was 22, had een baan als grafisch ontwerper en speelde in ‘drie verschillende groepen. Ik deed het niet slecht vond ik. En ik leerde ook nog iets, want Mick, Brian en Keith kwamen aanzetten met muziekboeken van Jimmy Reed, Chuck Berry en Bo Diddley. Voor mij onbekende namen, maar lekkere muziek om te spelen.»

– Toen The Stories eenmaal waren doorgebroken dacht je toen: nu heb mijn draai gevonden, dit is mijn leven?

WATTS «Nee, dat heb ik nooit gedacht. Nog een paar jaar, dan is dit allemaal afgelopen, hield ik mezelf voor. De meeste bands waar ik tot dán toe in had gespeeld, bestonden niet langer dan zes maanden, hoogstens een jaar - bij Alexis Korner had het negen maanden geduurd. Maar na verloop van tijd ontdekte ik dat het bij The Stones toch een beetje anders ging: hoe meer we speelden, hoe meer werk we kregen en hoe populairder we werden. Na een poosje dacht ik: ‘Hm, misschien houden we het wel drie jaar vol.’ En na die drie jaar: ‘Als we het nog eens zo lang volhouden, mogen we van geluk spreken.’ We zijn nu veertig jaar bezig, en ik vraag me nog altijd af hoe lang dit kan blijven duren, haha.»

– Alles kwam zoals het. kwam?

WATTS «Zo kun je het zien, ja, ik ben nooit erg ambitieus geweest. Als er nu een eind aan The Rolling Stones zou komen, zou ik zeggen: ‘Bedankt, het waren prachtige jaren’, maar ik zou geen spijt hebben.

»Ik heb er ook nooit mee lopen pronken dat ik in The Rolling Stones zit, en het interesseert me geen fluit om in bladen en kranten te staan. Zelfpromotie vind ik een vies woord. Ik heb jarenlang geen interviews gegeven, omdat ik er het nut niet van in zie over mijzelf te praten.»

– Je zei net dat het mooie jaren waren met The Stones, maar er zijn natuurlijk ook heel wat dieptepunten geweest, zoals de dood van Brian Jones in juli 1969. Hij was toch een goeie vriend van jou?

WATTS «Ja, ik kon ontzettend goed opschieten met Brian, wat niet iedereen kon zeggen.

»Het was een shock toen hij doodging, maar je had het kunnen zien aankomen. Hij was lichamelijk altijd een zwakke jongen geweest, en toch deed hij niets anders dan drinken en aan de drugs zitten. Vaak was hij niet in staat tournees af te maken: we gingen weg met Brian Jones, maar kwamen zonder hem terug - onderweg was hij fysiek helemaal gesloopt. En dat voor een jongeman van in de twintig, die geacht wordt in de fleur van zijn leven te zijn. Brian was ge woon erg ziek, ook als hij niet dronk en aan de drugs zat. Hij was heel broos en had ontzettend veel last van astma. Hij weigerde ook maar iets aan zijn gezondheid te doen en bleef maar doorgaan met drank en drugs. Dat heeft hem uiteindelijk gedood. Denk ik.»

– Heeft de dood van Brian Jones destijds iets aan jouw leven veranderd?

WATTS «Nee, ik was te jong om ervan te leren. Ik was ook helemaal niet zo wild als hij. Ik dronk wel en gebruikte drugs, maar lang niet zoveel als Brian. Hij had een grote zelfvernietigingsdrang. Zulke mensen kom je wel meer tegen: ze proberen anderen ertoe aan te zetten hen te doden, en als dat niet lukt, doen ze het zelf wel. Zo iemand was Brian. Maar hij had ook een andere kant: hij kon heel grappig en plezierig in de omgang zijn.

»Toen hij doodging, speelde hij al niet meer in de band. We hadden hem vriendelijk gevraagd voorgoed te vertrekken, want er viel niet meer met hem te werken. Hij kwam nauwelijks nog opdagen voor optredens, en dat konden wij natuurlijk niet hebben, want in die tijd moesten The Rolling Stones elke dag wel ergens spelen. (Lacht) Ja, wat dat betreft, is er veel verbeterd. We gaan nu een jaar op tournee, en daarna hebben we twee jaar vrij. In de sixties was het: een jaar optreden en twee weken vrij. We stonden onder grote druk, en daar kon Brian niet mee omgaan. Misschien wilde hij het ook niet, wie zal het zeggen.»

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Avonturen in clubland

– Als je jarenlang zo’n hectisch programma hebt gehad, raak je dan niet vervreemd, van het gewone leven?

WATTS «Ja, als je niet uitkijkt, gebeurt dat zeker. Ik denk dat ik te nuchter ben om in die val te trappen, maar als je succes hebt, kom je in een vreemde wereld terecht. Er wordt voor je gedacht en gepraat. Alles wordt voor je gedaan.»

– En dan hebben we het nog niet eens over al die: groupies gehad.

WATTS «Neem nou maar van mij aan: dat de meeste van die verhalen op fantasie berusten. Als jij al die onzin over groupies wil geloven, moet je dat maar doen, maar ik geloof er niet in, en ik zit toch midden in het wereldje. Ik heb ook nooit de rock-’n-roll-levensstijl omarmd. Totaal niet in geïnteresseerd. Gek hè, om dat te horen uit de mond van iemand die al z’n leven lang in de greatest rock and roll band on earth speelt.»

– Zijn er nummers van The Stones die voor jou iets speciaals betekenen? ‘Gimme Shelter’, Satisfaction’ ‘Paint It Black’, ik noem maar wat.

WATTS «Nee. Bij elk liedje zie ik de studio waar we het hebben opgenomen, meer niet. Maar ik heb ook geen enkel nummer zelf geschreven, dus misschien staan ze gewoon niet dicht genoeg bij me. Ik nam ze met Keith door op zijn slaapkamer en vervolgens gingen we naar de studio om ze op te nemen.

»‘Satisfaction’ hebben we opgenomen in Los Angeles. Toen ik met The Stones voor het eerst naar Amerika ging, wilde ik alleen maar naar New York en Chicago, vanwege de jazzclubs. De rest van de States kon me niets scheien. Ik heb het in de loop der jaren gepresteerd zo’n beetje alle jazzclubs van New York te bezoeken, meestal samen met Ian Stewart, onze pianospeler. Hij en ik zaten helemaal op dezelfde lijn (Stewart overleed in 1985, red.). Ik weet nog goed toen ik voor het eerst in mijn leven zo’n club binnenstapte, in 1964 of zo: fantastisch gevoel. Man, wat een geweldige artiesten hoorde ik daar. Mick en de rest van de band zag je daar nooit. Maar in Chicago gingen we wel met z’n allen naar bluesartiesten kijken. In Detroit hebben we B.B. King nog aan het werk gezien in The Silver Dollar. Erg goed, dat blijft me altijd bij. Er waren in die tijd zoveel mensen die ik dolgraag wilde zien spelen. Sonny Rollins, bijvoorbeeld.»

– Voor iemand met jouw naam en reputatie was het toch gemakkelijk je even voor te stellen en vervolgens wat te jammen?

WATTS «O God nee, zo ben ik niet. lk betaal net als iedereen entree en ga aan een tafeltje zitten luisteren. Ik zal de laatste zijn om me aan iemand op te dringen. En trouwens, ik beschouw mezelf ook niet als een geweldig muzikant. De band waarin ik speel is fantastisch. Ik niet.

»Soms heb ik geweldige avonden in zo’n club, soms verveel ik me te pletter. Nu klinkt het alsof ik elk weekend uitga, maar dat is absoluut niet waar: ik kom maar zelden buiten. Ik hou - behalve de jazz - de muziek niet meer zo goed bij, dus zijn er ook niet meer zoveel artiesten die ik per se wil zien.»

null Beeld HBO
Beeld HBO

Einzelganger

– Als je je leven over mocht doen, zou het dan weer met The Stones zijn?

WATTS « Ik zou in ieder geval weer drummer worden. Maar misschien zou ik toch liever met de band van Charlie Parker op pad gaan. Zelfs toen The Stones al beroemd waren, dacht ik wel eens: speelde ik maar bij Charlie Parker.

»Nou ja, The Rolling Stones zijn een goed alternatief. Het leven van een muzikant is mooi, maar het grote nadeel is dat je nooit thuis bent. Ofwel blijf je dus vrijgezel, ofwel moet je het geluk hebben dat je een vrouw hebt die zo goed bij je past dat je een heel stabiele thuisbasis hebt.

»Mijn vrouw en ik zijn volgend jaar 40 jaar getrouwd. We hebben elkaar leren kennen op de dag dat ik in de band van Alexis Korner ging spelen. Zij kent Mick en Keith net zo lang als ik. Ze is een verstandige vrouw: ze heeft zich altijd afzijdig gehouden van The Stones, en juist daardoor houden we het zo lang vol, denk ik.

»Ik heb er ook een gewoonte van gemaakt tijdens tournees altijd naar huis te gaan als de mogelijkheid zich voordoet. Ik vind het uiterst plezierig in Londen op te treden, want dan kan ik na afloop naar huis.

»Thuis doe ik echt geen klap. Ik geniet ervan er alleen maar te zijn. Ik pak weleens een boek, maar het gebeurt zelden dat ik het uitlees. Keith leest wel verschrikkelijk veel, en dan nog de dikste pillen die je je maar kunt voorstellen. Geschiedenis, daar is hij gek op. Ik zou het nooit op kunnen brengen zulke boeken te lezen.»

– Heb je thuis behoefte aan gezelschap?

WATTS «Nee, ik ben wat je noemt een einzelganger, ik kan me prima vermaken zonder mensen om me heen. Mijn vrouw en ik wonen op een boerderij: zij houdt het boerenbedrijf draaiende en ik woon er, Iaat ik het zo zeggen. De enige mensen die bij ons over de vloer komen, zitten ook in het boerenleven. Niks geen rock-’n-roll-toestanden. Af en toe gaan we met vrienden uit eten, maar niet te vaak.

»Je moet je trouwens niet op de andere Stones verkijken, want Keith Richards gaat ook nooit uit. Als het van Keith en mij afhing, zetten we nooit een stap buiten de deur. Mick Jagger en ik gaan heel af en toe samen op stap. Vroeger, toen hij nog met Jerry Hall was, zagen we elkaar redelijk vaak, nu wat minder. Hij is de enige die er altijd weer in slaagt mij het huis uit te sleuren. Als we op tournee zijn, trek ik ook het vaakst met hem op. We gaan bijvoorbeeld samen naar musea, want in de loop der jaren hebben we dezelfde interesses ontwikkeld. Mick is een sociaal mens, en in dat opzicht trekt hij mij wel een beetje mee. Ik ben niet zoals Ronnie Wood, die elk moment van de dag mensen om zich heen moet hebben. Als ik eerlijk ben: ik verkies honden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234