De WonderjarenErik Van Looy

‘Ik denk soms: was ik maar zonder ambitie geboren’

Dat Erik Van Looy (46) ooit films zou maken, stond in de sterren geschreven. Terwijl andere jongens boomhutten bouwden, achter de meisjes zaten en kattenkwaad uithaalden, bracht hij al zijn vrije tijd door in de bioscoop en maakte hij filmkrantjes voor zijn klasgenoten. Maar dat hij er zovéél succes mee zou hebben (nog een paar nachtjes slapen en ‘Loft’ haalt officieel ‘Koko Flanel’ in als meest succesvolle Vlaamse film aller tijden, met meer dan 1,1 miljoen bezoekers op de teller) dat had niemand kunnen bevroeden. Laat staan dat hij ooit nog een massaal bekeken televisiequiz zou presenteren én een hoofdrol zou spelen in Humo’s Pop Poll de Luxe – na zondag weet u meer! Hij heeft het toch maar ver geschopt, de verlegen jongen uit Borgerhout die er ooit van droomde ‘iets met film’ te gaan doen.

(Eerder verschenen in Humo 3572 op 17 februari 2009) 

ERIK VAN LOOY «Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef wat een zondagskind ik ben. Ik ben opgegroeid in een warm gezin en ik heb een zorgeloze jeugd gehad. Als ik soms hoor of lees wat een misère andere mensen hebben meegemaakt, dan weet ik dat ik m’n beide handjes mag kussen. 

»En toch denk ik weleens: was mij maar het geluk van een ongelukkige jeugd gegund. Een ongelukkige jeugd maakt mensen strijdbaar en assertief, en dat zijn nu net twee eigenschappen die ik totaal niet heb. Ik vrees dat ik nooit geleerd heb om van me af te bijten, en soms denk ik dat ik nu veel verder zou staan als ik wat meer haar op mijn tanden had. 

»Het is geen toeval dat ik pas op mijn 42ste een tv-programma ben gaan presenteren. Ik durfde niet! Ik voelde me onzeker en vond mezelf niet goed genoeg. Typisch. Bij alles wat ik doe, vertrek ik van het idee: ik kan dat niet.» 

HUMO Uit Humo’s Grote Gezondheidsenquête bleek enkele weken geleden dat één op de drie jongeren zich soms depressief voelt, en dat 14 procent al eens zelfmoord heeft overwogen. Verbaast je dat? 

VAN LOOY «Als ik zie met hoeveel aandacht en zorg ouders tegenwoordig met hun kinderen omgaan, verbaast me dat heel erg, ja. Als een kind vroeger lastig deed, was het gewoon lastig, punt. Je luisterde naar je vader en moeder of er zwaaide wat. Ik ken nog maar weinig ouders die hun kinderen streng opvoeden.» 

HUMO Ben jij streng opgevoed? 

VAN LOOY «Streng maar rechtvaardig (lacht). En met liefde. Mijn broer en ik wisten dat we ons aan de regels moesten houden – op tijd thuis, op tijd naar bed, bord leegeten, met twee woorden spreken... – maar we kregen ook veel ruimte. Mijn ouders hebben ons nooit iets in de weg gelegd toen we begonnen uit te gaan of liefjes kregen. 

»Waarschijnlijk kwam dat omdat ze zelf nog zo jong waren. Mijn moeder was pas 17 toen ze mij kreeg, in 1962; mijn vader was 18. Drie jaar later kwam Patrick erbij. Op hun twintigste hadden ze dus al twee kinderen. Zoiets kunnen wij ons nu niet meer voorstellen.» 

HUMO Is het prettig om zulke jonge ouders te hebben? 

VAN LOOY «Ik zag wel dat wij veel dichter bij onze ouders stonden dan dat in andere gezinnen het geval was. We luisterden naar dezelfde muziek, keken naar dezelfde films... Soms dachten mensen zelfs dat mijn moeder mijn oudere zus was, of mijn vader mijn oudere broer. 

»Ik heb me soms wel schuldig gevoeld omdat ik vond dat wij onze ouders hun jeugd hadden afgepakt. Dat gevoel heeft me lang parten gespeeld. Tussen mijn twintigste en mijn dertigste kon ik doen en laten wat ik wou: die vrijheid hadden zij nooit gehad. 

»Er was nog een nadeel: in tegenstelling tot mijn leeftijdsgenoten kon ik me wél voorstellen dat mijn ouders seks met elkaar hadden. Daar werd thuis trouwens heel open over gesproken, seks was geen taboe. Toen mijn broer en ik begonnen uit te gaan, waren mijn ouders héél geïnteresseerd in onze verhalen. Patrick was een open boek: hij vertelde graag met wie, waar en hoeveel keer hij het had gedaan. In het weekend was hij aan de ontbijttafel mister popular, omdat hij altijd wel één of ander smeuïg verhaal opdiste. 

»Toen hij een jaar of 18 was, is hij samen met onze ouders op vakantie gegaan naar één of ander Caraïbisch eiland. Op een nacht hoorde mijn vader vreemde geluiden uit Patricks hotelkamer. Hij dacht aan overvallers, dus hij belde hem even om te vragen of alles in orde was. Mijn broer nam de telefoon op en zei: ‘Hé pa, ik ben hier wel aan het poepen, hè!’ Volgens mij zijn er niet veel jongeren die dat soort dingen tegen hun ouders kunnen zeggen.» 

HUMO Was jij even openhartig als het over jouw seksuele escapades ging? 

VAN LOOY «Nee, ik was veel meer gesloten. En ik poepte ook minder (lacht). 

»Ik ben altijd vrij gesloten geweest: als kind, maar ook nu nog. Ik heb een soort aangeboren voorzichtigheid – alles wat je zegt kan tegen je gebruikt worden, dat idee. Ik ben er bovendien heilig van overtuigd dat mooie liedjes niet lang duren. ‘Loft’ mag nog zoveel succes hebben, ‘De slimste mens ter wereld’ mag nog zo’n hoge kijkcijfers halen, toch ben ik bang dat niemand zit te wachten op mijn volgende film en op het volgende seizoen van ‘De slimste mens’. Ik kan gewoon niet genieten van mijn succes: ik vrees altijd het ergste.» 

Op zijn veertiende mocht Erik met zijn grootouders mee op reis naar Hollywood. ‘Ik had voorgesteld dat ik zou meegaan als tolk, maar mijn Engels was doorspekt met oneliners als ‘Are you talking to me?’ en ‘Frankly my dear, I don’t give a damn.’ (lacht)’ (foto: met zijn grootmoeder)Beeld HUMO

ANTWERP-STANDARD 

HUMO Uit wat voor een gezin kom je? Wat deden je ouders voor de kost? 

VAN LOOY «Vader was diamanthandelaar, moeder huisvrouw. In twintig jaar tijd zijn we maar liefst dertien keer verhuisd: telkens als mijn vaders zaak weer wat gegroeid was, gingen we groter wonen: van een klein appartementje in Borgerhout, helemaal in het begin, tot een grote villa met zwembad in Schilde. Pas toen de diamantsector klappen kreeg door de oliecrisis, zijn we opnieuw kleiner gaan wonen. Toen moesten we opeens ook weer naar het openbaar zwembad (lacht). 

»Mijn ouders hadden een hekel aan omhooggevallen chichi-volk. Ik weet nog goed dat wij twéé keer zijn verhuisd omdat er iemand met een BMW naast ons was komen wonen. Die mensen reden dan elke zaterdag met veel poeha hun blinkende bak uit de garage om hem te wassen op de oprit, zodat de hele straat het goed kon zien. Mijn ouders verhuisden nog liever dan dat schouwspel elke week te moeten aanschouwen.» 

HUMO Welke waarden probeerden ze jullie bij te brengen? Wat vonden ze belangrijk in de opvoeding van hun kinderen? 

VAN LOOY «Beleefd zijn. ‘Altijd met twee woorden spreken!’ Dat is er ingehamerd, vooral bij mij. Ik ben nog altijd tegen iedereen vriendelijk en diplomatisch, en ik verhef nooit mijn stem. Daar hoef ik niet eens moeite voor te doen.» 

HUMO Hadden je ouders een goed huwelijk? 

VAN LOOY «Ze zijn nu bijna vijftig jaar getrouwd. Hun huwelijk heeft ups en downs gekend, zoals elk huwelijk: mannen en vrouwen zijn nu eenmaal niet gemaakt om probleemloos samen te leven. Hun relatie was soms stormachtig, maar ze zien elkaar nog even graag. Ik vind dat bewonderenswaardig, zeker als je weet dat ze elkaar al kennen van toen ze 16, 17 waren.» 

HUMO Ik kan me voorstellen dat je vader het fijn had gevonden als jij en je broer mee in zijn zaak waren gestapt. 

VAN LOOY «O ja, absoluut, maar daar waren we allebei veel te onhandig voor. Ik heb een weekje meegedraaid als sorteerder, maar na enkele dagen was ik al een paar diamanten kwijt – daar kon hij absoluut niet mee lachen. Patrick heeft het iets langer volgehouden, als diamantslijper. Alleen sleep hij altijd te véél af, dus met hem kon mijn vader ook niks beginnen.» 

HUMO Maakte je veel ruzie met je broer? 

VAN LOOY «Eén keer per jaar, maar dan ook heel heftig. Patrick was supporter van Standard en ik van Antwerp, en op de dag dat die twee tegen elkaar speelden, zat het er bovenarms op. Mijn ouders zagen dat elk jaar al van vér aankomen, en hielden ons die dag zover mogelijk bij elkaar vandaan. Veel hielp dat niet, want we daagden elkaar de hele dag uit: ‘Standard wint met drie goals verschil!’ – ‘Antwerp wint met vier goals verschil!’ En als we ’s avonds dan eindelijk naar het liveverslag op de radio luisterden, brak er echt oorlog uit als er gescoord werd. Wij konden letterlijk huilen van frustratie als die andere ploeg een goal had gemaakt.» 

‘Mijn moeder was pas zeventien toen ze mij kreeg; mijn vader was achttien. Ik heb me soms wel schuldig gevoeld omdat ik vond dat wij onze ouders hun jeugd hadden afgepakt.’Beeld HUMO

KINDERANGSTEN 

HUMO Hoe jong ben je in je allervroegste herinnering? 

VAN LOOY «Vier jaar. Die herinnering gaat over een verkeersongeval en, onrechtstreeks, over film. Ik zat achter in de auto bij mijn ouders. We waren op weg naar de cinema, ik denk om naar ‘Bambi’ te gaan kijken, toen we in de Carnotstraat een brandende auto op de weg zagen staan. Dat beeld heeft me nooit meer losgelaten. Ik heb nog altijd vrij veel schrik in de wagen. 

»Een paar jaar later reed mijn vader me langs het Albertkanaal in Schoten naar school, toen ze daar een auto aan het opvissen waren. Sindsdien heb ik vaak het gevoel dat ik zal sterven in een zinkende auto. Daarom oefen ik mijn longcapaciteit als ik ga zwemmen en probeer ik onder water zolang mogelijk mijn adem in te houden. Als ik ooit met de wagen te water raak, zal ik toch een halve minuut langer leven (lacht). 

»Ik héb ooit een bangelijk accident meegemaakt. Ik was 30 jaar en ik had een Mazda MX-5 Miata, een kleine sportauto die je niet echt baanvast kon noemen. Het regende en ik reed via de Antwerpse Ring naar de VRT, toen ik na de Craeybeckxtunnel door een grote plas water reed en opeens begon te slippen. Ik gleed – in volle ochtendspits! – over vier drukke rijvakken heen, tussen tientallen auto’s door, tot ik met de neus van mijn auto tegen de rijrichting in tot stilstand kwam. Even dacht ik: ‘Oef, het is voorbij.’ Tot ik een enorme vrachtwagen op me af zag komen. Ik heb mezelf in een reflex opzijgegooid, op de passagierszetel. Ik had mijn gordel niet om en dat heeft mijn leven gered, want die vrachtwagen denderde over de linkerkant van mijn Mazdaatje heen. Die zat volledig onder de laadbak, er schoot weinig of niets van over. Als ik niet op tijd was weggedoken, was ik gewoon onthoofd! 

»Met de hulp van die vrachtwagenchauffeur ben ik uit mijn auto gekropen: ik had geen schrammetje. Die man bleek van Spaans-Belgische afkomst te zijn, en het eerste wat hij zei was: ‘Ik weet waarom jij nog leeft: mijn naam is Jesús.’ Ik heb toen zeker één volle minuut in God geloofd. Of toch in Jezus (lacht). 

»Sindsdien rij ik traag, en meestal op het middelste rijvak.» 

HUMO Werd je in je jeugd nog door andere angsten geplaagd? 

VAN LOOY «Ja, ik was altijd doodsbang dat ik geen goed rapport zou hebben. Als er één reden is waarom ik niet opnieuw kind zou willen zijn, is dat het. Van de eerste tot de laatste schooldag spookte het door mijn hoofd: ‘Ik moet straks zorgen dat ik erdoor ben!’ Daardoor liep ik er altijd wat gespannen bij. 

»Ik heb nu nog veel stress als ik iets moet presteren. Andere mensen genieten van de reis; ik denk alleen maar aan de bestemming. En als ik die bestemming heb bereikt, ben ik alweer bezig met een vólgende bestemming, een vólgend doel. Zo zit ik in elkaar: bezig zijn, altijd maar bezig zijn. Ik hou bijvoorbeeld helemaal niet van sauna’s en massages: véél te rustig. Als mijn vrouw straks tegen mij zou zeggen: ‘Zal ik je eens masseren, Erik?’ zou ik me als de bliksem uit de voeten maken. Maar ze zal dat niet doen – ze ként mij (lacht)

»Op restaurant ook: zelfs al zit ik aan tafel met mensen die ik doodgraag zie, na een uur ben ik het beu. Ik ben gewoon te onrustig voor dat soort ‘ontspannende’ activiteiten. Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik zo slecht slaap. Ik neem al jaren slaappillen.» 

HUMO Was je als jongen ook al zo onrustig? 

VAN LOOY «Heel erg. Ik kon het absoluut niet verdragen om niets om handen te hebben. Op de middelbare school stak ik een eigen filmtijdschriftje in elkaar, Film-Info, dat ik ook helemaal zelf volschreef. Ik had 365 abonnees – toch niet slecht in een school met 500 leerlingen. 

»Voor dat tijdschrift heb ik veel internationale sterren geïnterviewd. Als die in Antwerpen hun nieuwe film kwamen promoten, probeerde ik te weten te komen in welk hotel ze logeerden. Dan ging ik ze in de lobby opwachten, samen met een vriend die foto’s nam. Mijn eerste beroemde interviewee was Peter Ustinov – ik was net 16 geworden. Later volgden Charlton Heston, Sigourney Weaver, Harrison Ford en vele anderen. 

»Ik ben toen ook een paar keer naar het festival van Deauville gereisd, samen met twee andere film-freaks: Marc Punt, de maker van ‘Matroesjka’s’, en Hans Hellemans, nu de hoofdredacteur van het ATV-nieuws. Ik liet mij accrediteren als journalist van ‘Film-Info, a leading Belgian film magazine’. Dat lukte opperbest, zolang ze me niet vroegen of ik een exemplaar kon voorleggen: mijn leading Belgian film magazine was namelijk niet meer dan een bundeltje geniete stencils. Nog een vraag die ik probeerde te ontwijken was waar men mij tijdens het festival kon bereiken. Wij logeerden namelijk niet in een hotel in Deauville, maar met z’n drieën in een tweepersoonstentje op een camping zes kilometer buiten de stad. Elke dag stapten wij die zes kilometer naar het festival, vaak in de gietende regen. Ja meneer, wij hadden iets over voor onze passie.»

De eerste stapjes als filmjournalist. (Hier bij Charlton Heston)Beeld HUMO

EDDY LIPSTICK 

HUMO Hoe oud – of hoe jong – was je toen je voor het eerst dacht: ‘Ik wil later iets met film gaan doen’? 

VAN LOOY «Een jaar of tien, elf. Maar ik was pas helemáál verloren toen ik in 1975 ‘Jaws’ zag. Dat was de eerste film die mij volledig van mijn sokken blies. Toen wist ik zeker: dit is mijn wereld. 

»Aanvankelijk was het de heroïek van films als ‘The Great Escape’ of ‘The Poseidon Adventure’ die mij aansprak. Ik wou zélf zo’n held als Steve McQueen of Gene Hackman zijn. Dus dacht ik: ‘Ik word acteur.’ Het lullige was dat ik niet wist dat daar scholen voor bestonden. Ik had nog nooit van het Conservatorium of van Studio Herman Teirlinck gehoord, anders had ik mij zeker voor het toelatingsexamen ingeschreven. Achteraf gezien ben ik wel blij dat ik geen acteur ben geworden. Ik zou geen goeie zijn geweest.» 

HUMO Héb je ooit geacteerd? 

VAN LOOY «Eén keer! Toen het slecht begon te gaan in de diamant, opende mijn vader een cadeauwinkel, in een winkelgaanderij in Merksem. Daar vlak naast lag de lingeriewinkel van Eddy Glazenmakers, beter bekend als Eddy Lipstick, Vlaanderens ongekroonde pornokoning. Eddy was feestbestuurder van die gaanderij en organiseerde elk jaar het sinterklaasfeest. Toen ik 15 of 16 was, vroeg hij me of ik samen met mijn broer Sinterklaas en Zwarte Piet wilde spelen. Dat hebben we met veel plezier gedaan, al vonden veel kindjes het toch wat vreemd dat Sinterklaas dat jaar zo’n jong gezicht en zo’n jonge stem had (lacht). 

»Patrick en ik zijn de enige acteurs die kunnen zeggen dat ze ooit voor Eddy Lipstick hebben gewerkt zonder dat ze hun kleren moesten uitdoen. Integendeel: wij moesten er kleren bij aandoen.» 

HUMO Je bent opgegroeid in de jaren zeventig: gloriejaren voor Hollywood! 

VAN LOOY «‘Jaws’, ‘The Poseidon Adventure’, ‘The Godfather’, ‘The French Connection’, ‘All the President’s Men’, ‘Dog Day Afternoon’, ‘Chinatown’, ‘Taxi Driver’... Dat waren mijn lievelingsfilms, en dat zijn ze nu nog. Voor mij moeten films larger than life zijn: ze moeten je meevoeren naar een andere, magische wereld. Wat dat betreft ben ik nooit volwassen geworden. Andere cinefielen gaan meer van pakweg Wim Wenders houden naarmate ze ouder worden, maar ik niet. Als ik moet kiezen tussen de nieuwste van Wim Wenders of de nieuwste van Steven Spielberg, dan twijfel ik geen seconde: dan kies ik voor Spielberg. 

»In het weekend zetten mijn ouders weleens een stapje in de wereld, en dan gingen wij logeren bij de grootouders. Die namen ons dan op vrijdagavond mee naar de bioscoop. Wat niet simpel was, want van de tien films waren er in die tijd zeker negen KNT: Kinderen Niet Toegelaten! Zelfs voor James Bond moest je zestien zijn. Ik heb een paar keer geprobeerd om me ouder voor te doen, maar helaas had ik nogal een babyface (lacht). Zelfs toen ik al 18 of 19 was, moest ik aan de kassa nog geregeld mijn identiteitskaart tonen. 

»De enige manier om die minimumleeftijd te omzeilen, was naar buurtcinema’s gaan, zoals Ciné Reo in Schoten of Ciné Palace in Merksem. Daar mocht ik officieel ook niet binnen, maar ze knepen er een oogje dicht als de ouders of grootouders erbij waren – anders kwam er daar helemaal géén volk. In die buurtcinema’s heb ik hónderden films gezien. In de week ploos ik alle krantjes uit om te kijken wat er op vrijdagavond draaide: tegen de tijd dat mijn ouders ons bij onze grootouders hadden afgezet, had ik mijn keuze gemaakt en konden we vertrekken. Dat was hét moment van de week.» 

HUMO Was je broer ook zo zot van film? 

VAN LOOY «Helemaal niet: die ging liever eens naar de kermis of zo. Maar meestal luisterden mijn grootouders naar mij en gingen we naar de cinema. Daar heb ik me later wel een beetje schuldig over gevoeld: dat ik me jarenlang echt als een kleine dictator heb gedragen.» 

HUMO Uit een vorig interview herinner ik me dat je ooit zelfs met je grootouders naar Hollywood bent gereisd om filmsterren te gaan spotten. 

VAN LOOY «Ja. Mijn grootouders wilden graag eens een reis maken naar Los Angeles, Las Vegas, San Francisco en de nationale parken. Omdat ze geen Engels spraken, had ik voorgesteld dat ik zou meegaan als tolk. Ik was 14, en op school kregen we nog geen Engels, maar doordat ik zoveel films had gezien, kon ik me best verstaanbaar maken. Al was mijn Engels doorspekt met oneliners als ‘Are you talking to me?’ en ‘Frankly my dear, I don’t give a damn.’ (lacht) 

»De reis begon in Los Angeles. Daar hadden mijn grootouders drie dagen voor uitgetrokken, maar op mijn aandringen zijn we er zeven of acht dagen gebleven. Meteen na onze aankomst had ik een map of the stars gekocht, een kaart waar de huizen van de filmsterren op stonden. Wij hebben toen dagenlang door Beverly Hills en Bel Air gereden, grootvader achter het stuur en ik naast hem met die kaart op schoot. Bij élk huis – ik herinner me de villa’s van James Stewart, Tony Curtis, Kirk Douglas en Marlon Brando – ben ik gaan aanbellen voor een handtekening. Ik heb natuurlijk geen enkele beroemdheid te zien gekregen, alleen huishoudsters of butlers die zeiden dat meneer of mevrouw niet thuis was, maar dat kon de pret niet drukken: gewoon zíén waar die sterren woonden vond ik al fantastisch. 

»Na die trip wist ik het helemaal zeker: ik wou later zelf ook iets met film doen. Toevallig kende ik iemand die iemand kende die voor regisseur studeerde aan het HRITCS. Dus ben ik dat gaan volgen. Ik wist nochtans hoe moeilijk het zou zijn om ooit echt een film te regisseren: in die tijd werden er nauwelijks Vlaamse films gemaakt. Ik ben mijn ouders nog altijd dankbaar dat ze mij toen mijn gang hebben laten gaan. Ze hebben nooit gezegd: ‘Zou je niet beter iets gaan studeren waarmee je later je boterham kunt verdienen?’» 

HUMO Ja, wat vonden zij er eigenlijk van dat je zo jong al zo gek was van film? 

VAN LOOY «Ze vonden dat oké, maar ze wilden niet dat ik alléén maar naar de cinema ging. Behalve Kinderen Niet Toegelaten was goed weer mijn grote vijand: dan moest ik namelijk buiten gaan spelen. Maar als het goede weer te lang bleef duren, maakte ik van de nood een deugd. Dan organiseerde ik voor mijn vriendjes Spel zonder Grenzen of de Olympische Spelen in een park in de buurt.» 

HUMO Aha! Dus hoe verlegen en gesloten ook, je was blijkbaar toch een leidersfiguur. 

VAN LOOY «Ja, dat is de tegenspraak in mijn karakter. Dat gespletene heb ik op de filmset ook. Ik regisseer als een soort paardenfluisteraar: als ik commentaar op mensen heb, ga ik ze dat persoonlijk in het oor fluisteren. Ik zal ze nooit in het bijzijn van anderen te kakken zetten. Dat vergt veel meer tijd en energie dan vanuit je regiestoel met de megafoon bevelen of verwensingen roepen, maar de sfeer op de set is wel veel beter. Ik heb nog nooit een medewerker uitgekafferd. Ik vloek alleen op mezelf, af en toe. 

»Maar: ik ben niet in álles een softie. Er schuilt in mij een enorme drang om te winnen. Als ik mij voor iets heb geëngageerd, wil ik de eerste, de béste zijn. Zelfs bij een onnozel gezelschapsspelletje. Risk speel ik niet meer, want de laatste keer heb ik uit pure frustratie met het bord willen smijten. Winnen is voor mij belangrijker dan meedoen. 

»Soms schuw ik zelfs de vuile truken niet. Toen ik als kind die Olympische Spelen organiseerde, stelde ik ze zo samen dat er een grote kans bestond dat ík zou winnen. Ik kon bijvoorbeeld heel goed zaklopen, dus zorgde ik ervoor dat zaklopen zeker één van de proeven was. En omdat ik ook goed kon lopen, waren er minstens dríé loop-onderdelen: 100 meter, 200 meter en 3000 meter.»

‘Mijn broer Patrick was supporter van Standard en ik van Antwerp, en op de dag dat die twee tegen elkaar speelden, zat het er bovenarms op. Wij konden letterlijk huilen van frustratie als die andere ploeg een goal had gemaakt.’Beeld HUMO

DOE IK HET GOED? 

HUMO Wanneer deden de meisjes hun intrede in je Wonderjaren? 

VAN LOOY «Ik was 15 toen ik mijn eerste liefje had. Maar daar was ik ook weer onzeker in. Als wij kusten, vroeg ik constant: ‘Doe ik het wel goed?’ Op den duur was ze dat zo beu dat ze mij de bons gaf. 

»Ik was ook erg onzeker over mijn uiterlijk. Ik heb ontzettend weerspannig haar, dat snel krult. Dan stond ik uren voor de spiegel te kammen tot alles min of meer plat lag. Vergeefse moeite, want na twee minuten piekte het weer gewoon alle kanten op. Bloedzenuwachtig werd ik daarvan. Dat is pas gestopt toen mijn vader zei: ‘Waarom laat je je haar niet gewoon liggen zoals het ligt? Dat is toch ook mooi?’ Sindsdien heb ik mijn haar nooit meer gekamd. 

»Ik was geen nerd als het op meisjes aankwam, maar zeker geen donjuan. Ik hield niet van flirten en rondfladderen, ik wou meteen een Serieuze Relatie. Achteraf heb ik me afgevraagd of ik niet wat te weinig van mijn jeugd heb geprofiteerd, zeker als ik de wilde verhalen van anderen hoorde. 

»En als ik dan eens een lief had en ik nam haar mee naar de cinema, dan was het ook niet goed. Dan wilde zij de hele tijd kussen en foefelen, maar dan zag ik niets van de film! Dan ging ik een paar dagen later vaak in mijn eentje opnieuw kijken.» 

HUMO Je bent ook altijd een grote voetbalfan geweest. Wanneer is die liefde begonnen? 

VAN LOOY «Mijn grootvader, zelf een groot voetballiefhebber, had mij op mijn zesde ingeschreven bij Tubantia Borgerhout. Al snel bleek dat ik nog wat te jong was: tijdens mijn eerste match speelde ik van pure onwennigheid naar de verkeerde kant van het veld. De andere jongens waren allemaal een jaar ouder, en achteraf lachten ze mij uit onder de douche. Ze noemden mij een pisser, en één van die gasten trok zelfs aan mijn piemel... Enfin, ik wilde er niks meer mee te maken hebben. 

»Na drie jaar ben ik dan toch opnieuw bij Tubantia begonnen. Op mijn zestiende heb ik voor het Katholiek Sportverbond gekozen; daar speel ik nog elke zondag, bij de veteranen van SK Muggenberg. 

»Na bijna veertig jaar blijft dat voor mij het leukste moment van de week. Omdat het zo’n uitlaatklep voor me is. Anders ben ik altijd braaf en beheerst, maar op het veld kom ik in een roes en vallen al mijn remmingen weg. Wanneer ik zondagavond thuis in mijn zetel plof, ben ik kapot en verga ik van de pijn – zo gaat dat als je 46 bent – maar toch is dat voor mij het fijn-ste gevoel dat er is. Andere mensen gaan op café om uit de bol te gaan, maar ik drink geen alcohol. Mijn drug is voetbal.» 

HUMO Heb je nooit alcohol gedronken? 

VAN LOOY «Nooit. Ik weet niet waarom. Mijn ouders moedigden mij aan om af en toe een pint te drinken, maar verder dan eens aan een glas wijn of bier ruiken ben ik nooit gegaan. Ik denk dat ik gewoon te veel een controlefreak ben: ik kan de gedachte niet verdragen om mezelf niet meer in de hand te hebben. 

»Daarom heb ik ook nooit met drugs geëxperimenteerd. Het strafste wat ik ooit gepresteerd heb, is één keer een joint doorgeven. We waren met tien vrienden en ik voelde me blijkbaar baldadig, want toen de jongen rechts van me die joint passeerde, nam ik ’m gewoon aan. Waarna ik hem prompt aan de jongen links van me doorgaf (lacht).» 

ONVERVULD VERLANGEN 

HUMO Als je de klok zou kunnen terugdraaien, welke beslissing zou je dan ongedaan maken? 

VAN LOOY «Geen enkele, denk ik. Ik heb veel van mijn dromen kunnen waarmaken: hoeveel mensen kunnen dat zeggen? Maar als je veel dromen hebt, blijven er onvermijdelijk een aantal ónvervuld. Dat is frustrerend. 

»Er gaat geen dag voorbij of ik wil mijn broer zijn. Hij is huisman: niet dat ik dat nu zo graag zou willen worden, maar hij heeft een innerlijke rust gevonden die ik mis. Hij heeft niet mijn allesoverheersende ambitie, en daar benijd ik hem om. Hij heeft ooit gezegd dat het zijn grootste ambitie is om twee uur per dag in een hangmat te lig-gen. Terwijl: ‘Loft’ trekt volle zalen, maar ik denk alweer aan het volgende project. Het stopt niet. Het stopt nooit. Er blijft altijd een onvervuld verlangen. Soms denk ik: ‘Was ik maar zónder ambitie geboren.’» 

HUMO Je hebt zelf een zoon van tien. Is hij even ambitieus als jij op die leeftijd? 

VAN LOOY «Nee, Lucas is meer easy-going. Hij weet zeer goed wat hij wil hoor, maar mijn passie voor film heeft hij niet geërfd. Toch wacht ik vol ongeduld tot ik samen met hem naar ‘Jaws’ kan kijken – voorlopig kijkt hij nog te graag naar Disneyfilms, maar papa heeft geduld (lacht).» 

HUMO Wat voor een vader probeer je voor hem te zijn? 

VAN LOOY «Ik probeer hem een minimum aan regels en discipline bij te brengen, alleen heb ik totaal geen natuurlijk gezag. Als hij stout is, zeg ik soms: ‘Lucas, je weet wat er gebeurt als papa boos wordt, hè!’ Dan antwoordt hij: ‘Jaja, dan kunnen we lachen.’ 

»Dat is uiteraard mijn eigen schuld, want ik doe heel vaak onnozel tegen hem. En eigenlijk vind ik dat ook wel weer cool. Ouders en kinderen moeten met elkaar kunnen zwanzen. In dat opzicht ben ik zélf nog een kind. 

»Lucas krijgt heel veel aandacht en liefde: van mij, maar vooral van Nadine, mijn vrouw. Zij is echt een fantastische moeder. Soms vraag ik me af: ‘Is dat niet gevaarlijk, zoveel met je kind bezig zijn?’ Maar als ik dan om me heen kijk, zie ik dat álle ouders dat doen. Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid hebben kinderen zoveel aandacht, liefde en warmte gekregen, volgens mij. Daarom vind ik het zo raar dat er zoveel kinderen met depressieve gevoelens rondlopen. Misschien komen die uit gebroken gezinnen, met gescheiden ouders of zo. Ik kan me niet voorstellen dat Lucas ons op zijn twintigste zal verwijten dat wij hem te weinig liefde hebben gegeven. 

»Mijn taak als vader, vind ik, is hem helpen en steunen in alles wat hij doet. Hij is het allerbelangrijkste in mijn leven, en ik wil dat hij élke seconde van élke dag gelukkig is. Dat is natuurlijk onmogelijk, dat besef ik. Dat is ook weer een frustratie: je kind wordt volledig onschuldig geboren, maar je weet dat het daarna, door het contact met anderen, af en toe klappen zal krijgen. L’enfer, c’est les autres. Het liefst zou ik hem in een zetel naar de meet willen brengen, maar ja... J.M. Barrie, de schrijver van ‘Peter Pan’, zei ooit: ‘Elke keer als je ’s avonds je kinderen in bed stopt en het licht uitdoet, weet je: morgenochtend zijn ze weer een dag ouder.’ Met dat voortdurende af-scheidnemen heb ik het moeilijk. Ik kan alleen maar hopen dat Lucas later met plezier aan zijn jeugd zal terugdenken.» 

HUMO Zoals jij? 

VAN LOOY «Bij mij is het dubbel. Ik heb een heel gelukkige jeugd gehad, maar ik ben ook heel blij dat die nu achter me ligt. Ik heb nu een standvastigheid die ik vroeger absoluut miste. Als tiener liep ik constant te piekeren: ‘Ga ik er op school wel door zijn? Ga ik een lief vinden? Ga ik later een job vinden?’ En vooral: ‘Ga ik wel films kunnen maken?’ Die last is in elk geval van mijn schouders gevallen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234