‘Ik kon niet weg, ik werd constant bespioneerd. En als ze mij zouden pakken, zouden ze mij en mijn dochters in stukjes gehakt hebben. Tsjak, tsjak, tsjak, als een hamburger.’Beeld HUMO

cherchez la femmeParisoula Lampsos, de minnares van Saddam Hoessein

‘Ik haatte hem, maar mijn lichaam was zwak: als hij me aanraakte, begon ik te zwijmelen’

(Deze week brengen we elke dag een legendarische ‘Cherchez La Femme'. Dit interview is eerder verschenen in Humo op 29 juni 2010)

Parisoula ‘Maria’ Lampsos (58) dartelt luid lachend door de boardroom van haar Zweedse uitgeverij. Ze houdt halt voor een hoge muur en wijst naar vier statige portretten: ‘Dit is mijn leven met Saddam. Het eerste schilderij: ik ontmoet hem en ik word verliefd. Bij het tweede schilderij leer ik hem beter kennen. Bij het derde begin ik na te denken. Het vierde: I leave him. I run.’

De vier schilderijen bestrijken ruim dertig jaar: zo lang zat Parisoula verstrikt in het web van de Iraakse dictator Saddam Hoessein.

Toen ze zestien was, werd ze door hem ‘uitverkoren’ en vervolgens kwam ze terecht in een maalstroom van intriges, seks, extreem geweld en paranoia. Van die drie decennia doet Lampsos verslag in ‘Mijn leven met Saddam’, dat verschenen is bij uitgeverij Mouria. We ontmoeten Lampsos – intussen Zweeds staatsburger – in Stockholm, het voorlopige eindpunt van de odyssee die haar van Beiroet over Syrië, Jordanië en Thailand naar Europa bracht. Maar we beginnen haar verhaal bij het begin: in het Bagdad van het einde van de jaren 50.

PARIOUSLA LAMPSOS «Mijn vader, Stavros, was een Griek en mijn moeder een Cypriotische, maar ze hebben mekaar leren kennen in Libanon, waar mijn vader een grote rederij runde. Zijn vader had ook al fortuin gemaakt in die business, ze noemden hem ‘Kapitein Parisis’, want zo heette zijn bedrijf: Parisis. Daarom heet ik Parisoula.

»In de jaren 50 is de Iraakse overheid mijn vader komen halen: ze wilden hun olie-industrie moderniseren en ze hadden aannemers nodig om boortorens, pijpleidingen en grote bruggen te bouwen. Mijn vader ging eerst zonder ons naar Irak, in een paar jaar tijd trok hij er heelder steden in het midden van de woestijn op. Als ik later met Saddam in de wagen zat, wees hij de hele tijd in de verte: ‘That’s your father. And that’s your father as well.’ Iedereen kende mijn vader, wij waren een rijke en gerenommeerde familie.

»Later verhuisden ook mijn moeder en mijn broers naar Bagdad. Ik bleef eerst achter bij mijn oom en tante, maar in ’58, toen ik zes was, ben ik hen gevolgd. Dat waren roerige tijden: nationalisten hadden toen net een aanslag gepleegd op de Iraakse koning Faisal. Ik herinner me nog goed dat er gevochten en geschoten werd: ‘Boem! Boem!’»

HUMO Uw moeder kon maar moeilijk wennen aan dat nieuwe leven in Bagdad.

LAMPSOS «Beiroet was in die tijd een bruisende stad, het Parijs van het Midden-Oosten. Bagdad was... niets. Nochtans deed mijn vader zijn best om het moeder naar haar zin te maken. Ze kreeg alles wat ze wilde: een prachtig, groot huis. Televisietoestellen. Mooie meubels... Na een tijdje werden we ook lid van club Alwyiah. Daar zou ons leven zich in hoofdzaak afspelen: we speelden tennis en volleybal, we plonsden in het grote zwembad en we keken films. (Mijmerend) Amerikaanse films met Humphrey Bogart

HUMO Zoals u in uw boek schrijft was geld niet belangrijk, ‘want het wás er gewoon altijd.’

LAMPSOS «Als ik mijn horloge liet vallen, kreeg ik de dag nadien al een nieuw. Ik kwam niets tekort. Ze noemden mij ‘Het prinsesje van Bagdad’. Als ik de straat op ging, werd ik altijd gechaperonneerd door mijn broers. Eén rechts van mij, één links van mij – ik had in totaal zeven broers.»

HUMO Uit uw boek blijkt dat uw jeugd een en al zorgeloosheid was: ‘We dronken Fanta, we dansten, we werden verliefd.’

LAMPSOS «Jaa! Zoals alleen zestienjarigen verliefd kunnen worden. Maar niet zoals nu: wij keken naar de jongens, en gaven soms een kusje. That’s it. Dat simpele, pure geluk van toen heb ik nooit meer gevoeld. (Diepe zucht) Als ik terugdenk aan die tijd moet ik huilen: sindsdien heb ik alleen nog maar pijn gevoeld.»

HUMO Want op een warme zomeravond in augustus kwam er een abrupt einde aan uw zorgeloze leventje.

LAMPSOS «Yes, that’s when I met him.»

NIET KUSSEN!

Him. Parisoula zucht diep wanneer ze het zegt, drukt theatraal de hand tegen het voorhoofd. Tegelijk spreekt ze de him uit met een zeker ontzag. En dan vertelt ze hoe haar buurvrouw Gina op een dag kwam aankloppen: ‘Of de zestienjarige Parisoula naar haar feestje mocht komen?’

HUMO Uw moeder zei ‘nee’, ze vertrouwde het zaakje niet.

LAMPSOS «Nee, omdat Harout er ook zou zijn, Gina’s echtgenoot. Ze had een hekel aan die man. Toen begreep ik niet waarom, nu wél: Harout had connecties in de kringen rond Saddam Hoessein. Ik had daar toen geen verstand van, ik wist niet eens wie Saddam Hoessein was. Maar ik wilde zelf per se naar dat feestje, ik bleef aandringen, en ze plooide. Ze nam me opzij, keek me streng in de ogen en bezwoer: ‘Zorg ervoor dat je nooit alleen bent. Kijk weg als een man je aankijkt. En laat je niet kussen, want van een kus – ook op je hand! – word je zwanger.’ (Giechelt luid) Ik geloofde haar.

»Ik trok mijn lievelingsjurk aan: een roze, nauwsluitende jurk die onderaan uitwaaierde als ik ronddraaide. Ik deed een paar druppels van mijn lievelingsparfum Je reviens op, zocht mijn juwelen bijeen en deed een kettinkje rond mijn enkel. Als ik bewoog maakte het een toverachtig geluid: tsjingtsjingtsjing

HUMO In het boek schrijft u: ik was niet mooi. Dat ben ik nooit geweest.’

LAMPSOS «Dat meen ik: not like a doll, anyway. Maar ik was wél aantrekkelijk: waar ik ook ging, met mijn grote bruine ogen viel ik op. Mensen zagen me.»

HUMO En weg was u.

LAMPSOS «Ik klom over de muur die onze tuin scheidde van de buren, ik zette de schaal tabouleh die mijn moeder had gemaakt in de keuken en ging meteen naar het salon, waar mensen dansten en zongen. Er stond een plaat van Frank Sinatra op. (Diepe kreun) My dear, Frank was mijn held. Ik vond het heerlijk, ik amuseerde me rot. Harout, de buurman, greep me vast, draaide me rond mijn as en we begonnen te dansen. Ik was wel bang, stel je voor dat mijn moeder het zou ontdekken... Maar ik was zestien: ik deed niets liever dan dansen.»

HUMO Op dat ogenblik wandelde Saddam Hoessein binnen, geflankeerd door twee van zijn luitenants.

LAMPSOS (theatraal) «Oh my god!»

Lampsos staat op, loopt met grote passen naar de andere kant van de kamer en verschuift enkele fauteuils. Ze ensceneert de ontmoeting die haar leven voorgoed zou veranderen: ‘Hier, in het midden van de kamer waren we aan het dansen.’ Ze maakt wiegende bewegingen, ze neuriet ‘My Way’ van Sinatra: ‘En toen kwamen ze binnen, drie mannen.’

LAMPSOS «Maar ik zag maar één van hen: een knappe, donkere man. Zijn blik had iets... dierlijks, hij kon door je heen kijken – ‘boem’ – als een tijger. En tegelijk was hij elegant gekleed, in een zijden kostuum en wit overhemd. Hij viel me op omdat hij zo... anders was. Hij kwam niet uit mijn wereld. En hij had mij ook meteen in de gaten. Hij staarde me aan.»

HUMO Saddam Hoessein was op dat moment 31, en nog volop bezig aan zijn opmars binnen de Iraakse politiek. Wist u wie hij was?

LAMPSOS «I was sixteen, stupid and naive. Mijn vader had gezegd dat we ons ver weg moesten houden van politiek en religie: ‘Daar komen alleen maar trubbels van.’

»En precies tóén weerklonk ‘Strangers in the Night’, mijn lievelingsnummer. Saddam greep me vast, probeerde met mij te dansen. Ik trok me los: stel je voor dat mijn moeder zou binnenkomen! Maar tegelijk kon ik me niet verzetten: mijn benen voelden als bijenwas. Dat had ik nog nooit gevoeld. Ik was niet alleen een maagd op seksueel vlak; ook hier (tikt tegen haar hoofd) was ik nog maagd. Hij betoverde mij, met zijn koude blik.»

HUMO U hebt hem dat diezelfde avond nog in het gezicht gesmeten: je hebt de ogen van een dier. 

LAMPSOS (knikt) «Ieder ander zou dat met de de dood bekocht hebben, ik niet. Hij vond mij grappig, hij lachte luid.

»De hele avond heeft hij me achternagezeten: hij trok me naar zich toe, probeerde me te kussen. Maar ik duwde hem weg: ‘Ik ben je vrouw of je verloofde niet.’ Dat vond hij onweerstaanbaar grappig. Net als toen hij me, op het einde van de avond, naar huis wilde brengen. ‘Als je dat doet,’ zei ik, ‘vermoordt mijn moeder je.’ En weer lachte hij. Hij was het niet gewoon dat mensen zo tegen hem spraken. Hij liet zich toen al door jaknikkers omringen, ik zei gewoon wat ik dacht. Om de een of andere reden verdroeg hij dat van mij.»

HUMO U beschrijft in uw boek dat uw gevoelens voor Saddam heel dubbel zijn. Een chaos van liefde en haat. Afkeer en spanning. Bent u die avond al verliefd op hem geworden?

LAMPSOS «Toen ik die avond thuiskwam, was ik supergelukkig, dat wel. Maar ik denk dat ik nog meer verliefd was op mijn geheim dan op hem. Begrijp je? Ik had voor het eerst mijn eigen geheim.»

DICTATOR IN BED

HUMO Het bleef niet bij die ene ontmoeting bij de buren: Saddam belde u thuis op.

LAMPSOS «Met allerlei voorwendsels. Als mijn moeder opnam, zei hij dat hij van de club belde en dat ik mijn zonnebril was vergeten. Maar als ik hoorde dat hij het was, gooide ik de hoorn op de haak: ik wilde hem niet spreken. Ik was in de war. Ik vond het allemaal wel spannend, maar tegelijk voelde ik ook afkeer. Zo zei ik het ook tegen mijn nichtje Kety: ‘Hij is van een andere klasse dan wij. Hij rookt sigaren en drinkt whisky. Bah.’»

HUMO De aantrekkingskracht was groter dan de afkeer: u begon Saddam – nog altijd in het grootste geheim – te ontmoeten.

LAMPSOS «Mijn vriendin Faryal wist alles, en zij kwam bij ons aanbellen: ‘Mag Pari mee naar Alwyiah?’ Dat mocht ik natuurlijk, mijn moeder vertrouwde Faryal blindelings. We wandelden dan naar de club, dronken er snel iets en dan werden we opgepikt door een chauffeur die ons naar een van Saddams paleizen bracht.

»De eerste keer gebeurde er bijna niets. Ik weet nog dat hij mijn gezicht vastnam, me een tijd aankeek en zei: ‘Ik wilde je alleen maar zien. Ga nu.’ Hij kuste me op de wang en liet me weer naar de club brengen. Hij was beleefd, genereus ook. Soms gaf hij me bloemen en cadeautjes.»

HUMO Wij kennen Saddam Hoessein als een gewelddadig dictator. U portretteert hem in uw boek haast als een tere romanticus.

LAMPSOS «In het begin was het allemaal heel onschuldig. Veel later heb ik me gerealiseerd dat ik geluk heb gehad: Saddam beschouwde mensen als gereedschap, vervangbaar gereedschap. Als iemand niet meer nuttig was, waren ze voor hem expired, zoals op credit cards staat. Maar in het begin zag ik dat niet. Zoals ik al zei: mijn gevoelens waren een chaos.»

HUMO Hij liet wel snel voelen dat hij macht over u had.

LAMPSOS «De eerste keer zei hij al: ‘Waar je ook bent, ik zie álles. Je bent van mij. Mijn liefdesgodin.’ Ik vond dat niet eens erg, ik was zestien, ik zag het als een liefdesverklaring.»

HUMO Het bleef niet bij lieve woorden en cadeautjes. Over een van de volgende ontmoetingen meldt u: ik was een meisje toen ik aankwam en een vrouw toen ik wegging.’

LAMPSOS (aarzelend) «Ik vind het nog altijd moeilijk om daarover te praten. Ik voel me nog altijd slecht dat ik toen gelogen heb tegen mijn ouders. Ik had gezegd dat ik een boottochtje zou maken met de familie van Faryal. Maar we reden naar het landgoed van Saddam net buiten de stad, een gigantisch park op het platteland. Daar was die avond een barbecue, een groot feest met honderden genodigden. Nadat iedereen naar huis was vertrokken heeft Saddam me meegenomen naar zijn slaapkamer: een prachtige ruimte, helemaal in het wit ingericht. En in het midden stond een hemelbed, met een rode bloem op de hoofdkussens. Hij had zijn best gedaan om het me naar mijn zin te maken.»

HUMO U klinkt bijna vertederd.

LAMPSOS «Ik weet dat het moeilijk te begrijpen is, maar ik ben nog altijd dankbaar dat ik mijn maagdelijkheid in die omstandigheden heb verloren. Curieus, hé?! Voor veel vrouwen is hun ontmaagding een nare herinnering. Bij mij niet, ook al ben ík ontmaagd door een dictator.»

HUMO Wat me opvalt, is dat u lang blijft volhouden: ‘Hij is geen slecht man.’

LAMPSOS «Oh, jawel, hij was een slecht man, maar ik zág het niet. Saddam heeft vele gezichten. In het begin zag ik maar één gezicht: de lieve, toegewijde Saddam. He was an angel

HUMO U zegt verschillende keren dat hij op u viel omdat u vrank en vrij sprak. Maar voelde hij zich ook niet tot u aangetrokken omdat u rijk en Europees was?

LAMPSOS «What do you mean?»

HUMO Hij lag zijn leven lang in de knoop met zijn bescheiden afkomst en ontwikkelde nadien een onstilbare honger naar luxe en rijkdom.

LAMPSOS «Als kind had hij níéts, dat is waar: hij stamt uit een herdersfamilie. Ze waren zo arm dat ze sigaretten kochten per stuk, niet per pakje. Hij is van school gegooid, werd als een crimineel bekeken: allemaal door zijn afkomst. Dat is hij nooit vergeten.»

HUMO Terwijl zijn land wegzakte in diepe armoede, werden zijn paleizen alsmaar groter en luxueuzer, met kristallen kroonluchters en kilo’s bladgoud.

LAMPSOS «Hij was, zoals veel rijke Irakezen, ook geobsedeerd door de Engelse way of life. Hun huizen waren ingericht als Engelse countryclubs, met veel plaids en lederen fauteuils. Om vijf uur dronken ze thee en aten ze gebak. Nadien namen ze het aperitief en speelden ze bridge.»

HUMO Hij noemde zichzelf moslim, maar hij dronk liters alcohol.

LAMPSOS (lachje) «He was a modern muslim

HUMO Zijn lievelingswijn was Mateus Rosé maar hij dronk even graag whisky uit zilveren heupflessen.

LAMPSOS «En hij had een kwaaie dronk: als hij te veel op had vertroebelde zijn geest en werd de blik in zijn ogen nog angstaanjagender. Dan wist ik: ‘Opletten Pari.’»

HUMO U deed al die tijd uw uiterste best om uw affaire met Saddam geheim te houden. Maar het onvermijdelijke gebeurde: uw ouders ontdekten uw geheim.

LAMPSOS «Na een week of twee, ik had hem intussen vijf keer ontmoet. Het moest er ’s van komen: mensen zagen mij vertrekken met de chauffeur van Saddam en begonnen te roddelen. Toen ik die avond thuiskwam, zaten mijn ouders in het salon. Ze keken mij zwijgend aan, mijn vader zei alleen: ‘Morgen sta je om acht uur op de luchthaven.’ Toen ik de trap opliep, riep mijn moeder me nog na: ‘En doe de groeten aan Saddam Hoessein.’ Kan je geloven dat die naam Hoessein me nog altijd niets zei? Zo dom was ik.»

HUMO U werd naar Beiroet gestuurd, naar uw oom en tante. U heeft Saddam vervolgens jarenlang niet gehoord of gezien.

LAMPSOS «Nee, maar ik voelde hem de hele tijd. I sensed him. Hij had me ook vaak genoeg gezegd: ‘Ik zal je altijd zien.’»

Na anderhalf jaar besluiten Parisoula’s ouders dat haar ontluizingsperiode erop zit. Ze keert terug naar Bagdad en pikt de draad van haar leven weer op, als socialite in de jetset van Bagdad. Op één van de eerste feestjes na haar terugkomst leert ze Sirop Iskandrian kennen, telg van een steenrijke Armeense familie. Hij maakt avances, zij wijst hem af.

LAMPSOS «Hij was een playboy! Daar had ik geen zin in. Maar op een keer stond hij om zeven uur ’s ochtends bij ons voor de deur om mij ten huwelijk te vragen. Mijn vader was woest: ‘Wie denkt die gek wel dat hij is!?’

»Later die dag is Sirop teruggekomen met zijn ouders en heeft hij zijn huwelijksaanzoek herhaald. Mijn vader was intussen gekalmeerd en begreep dat de Iskandrians een zeer gerespecteerde familie waren. Ik werd uitgehuwelijkt, zonder dat iemand mijn mening had gevraagd.»

HUMO U werd niettemin verliefd.

LAMPSOS «Ja. Toen ik Sirop mijn love story met Saddam opbiechtte en zei dat ik geen maagd meer was, respecteerde hij dat: ‘I don’t care.’ Hoe kon ik niet verliefd worden op zo’n bijzondere man?»

HUMO Was het een andere soort liefde dan wat u voor Saddam voelde?

LAMPSOS «Sirop, dat was échte liefde, van het hart. Bij Saddam was het meer als een... koorts.»

Pari en Sirop krijgen twee kinderen: in 1971 wordt Elizabeth geboren, een jaar later volgt Alexandra. Jaren gaan voorbij, Saddam laat niet van zich horen: ‘I forgot him, but I felt him.’ Tot hij op een dag weer in het leven van Lampsos stapt, met een geweldige coup de théâtre.

LAMPSOS «Ik zat met onze nanny televisie te kijken toen er een ambtenaar in beeld verscheen en een lijst namen opsomde: allemaal families van wie de overheid het nodig achtte een deel van hun gronden in beslag te nemen. Op bevel van... Saddam Hoessein. Hij was intussen vice-president geworden.»

HUMO Helemaal op het einde van de lijst: de familie Iskandrian.

LAMPSOS «De familie van mijn man. Dat was een boodschap van Saddam aan mij: ‘Je bent nog altijd van mij. En ik doe nog altijd wat ik wil.’»

HUMO De pesterijen bleven duren. Niet veel later werden jullie uit jullie huis gezet.

LAMPSOS «Een gruwelijke periode, we waren allemaal in paniek. Sirop begon zwaar te drinken en ging elke avond gokken. Ik vermoed dat hij aan de realiteit wilde ontsnappen. Mijn vader kon het niet meer aanzien, en vroeg bezorgd: ‘Kom terug bij ons wonen.’ Dat kon ik niet maken, want dan gaf ik toe aan dat monster. Saddam wilde mij en mijn man uit mekaar.»

HUMO Daar is hij uiteindelijk in geslaagd.

LAMPSOS «Op een dag werden we getipt door vrienden van Sirop: ‘Je moet vluchten. Ze komen je morgenvroeg arresteren.’ En Sirop ís gevlucht, naar Beiroet. Pas vier jaar later zouden de kinderen hun vader nog ’s terugzien.»

GAT IN HET PLAFOND

HUMO Er gingen zes maanden voorbij voor Saddam lijfelijk ten tonele verscheen: plots stopte er een witte auto voor uw deur.

LAMPSOS «Zo’n Amerikaanse kar, een Oldsmobile. Iedereen wist dat het de auto van de vicepresident was.»

HUMO Vreemd genoeg stapte u zonder morren in die auto. Meer zelfs: u kleedde zich nog eerst mooi op.

LAMPSOS «Had ik een keuze?»

HUMO U zag de man die van uw leven een hel had gemaakt voor het eerst in jaren terug. Toen hij vroeg ‘Ben je klaar om terug te komen?’ antwoordde u: ‘Ja.’

LAMPSOS «I was tired of fighting. Saddam had laten zien wie de baas was. Ik kon geen kant op, ik dacht nog maar aan één ding: overleven. Dat was ik aan mijn dochters verplicht.»

HUMO Nog gekker: u werd ook weer verliefd op hem.

LAMPSOS «Ik haatte hem, ik verachtte hem... Maar zo sterk als mijn ziel was, zo zwak was mijn lichaam. Als hij mij aanraakte, begon ik te zwijmelen.»

HUMO Zo brak de tweede fase van uw leven met Saddam aan.

LAMPSOS «We zagen mekaar vaak in die tijd. Soms elke dag, soms zaten er een paar weken tussen. Onze relatie werd een publiek geheim, maar niemand durfde iets te zeggen. Intussen was Saddam nog machtiger geworden. Er kleefde bloed aan zijn handen. Soms bekeek ik hem als hij sliep: ‘Is dit dezelfde man die mijn maagdelijkheid heeft genomen?’ Zijn rimpels werden dieper, de uitdrukking op zijn gelaat ruwer.»

HUMO Hij werd ook onberekenbaar.

LAMPSOS «He became paranoid. Het ene moment zaten we gezellig te praten, het volgende verscheen er een akelige blik in zijn ogen, haalde hij zijn pistool boven en schoot hij gaten in het plafond. Hij had altijd en overal wapens binnen handbereik, als hij sliep lagen er pistolen en geweren onder zijn hoofdkussen. Waar hij ook kwam: de dood hield hem gezelschap. En hij was er nog trots op ook. Soms vertelde hij: ‘Pari, ik heb vandaag weer iemand vermoord.’»

HUMO Een van zijn favoriete bezigheden was het bekijken van foltervideo’s.

LAMPSOS «Als zijn geheime dienst mensen moest ondervragen – versta: martelen – namen ze dat op. Vanuit het hele land werden die video’s hem toegestuurd. Gruwelijke beelden, een normaal mens werd er ziek van: hij bekeek die vanuit zijn luie zetel, luid lachend en met een whisky in de hand. In het begin kon ik... nee, wilde ik dat niet geloven. Maar beetje bij beetje drong het tot mij door wat voor iemand hij was.»

HUMO De seksuele en romantische appetijt van Saddam waren niet te stillen: hij had twee echtgenotes en een lange rij maîtresses. U was niet de enige vrouw in zijn leven.

LAMPSOS «Yesyesyes. Dat weet ik. Maar ik vond dat niet erg: ik was ... anders. Dat weet ik zeker. Soms zag ik hem een tijdlang niet omdat hij bij een ander was geweest, en dan gedroeg hij zich als een baby: hij kon me niet in de ogen kijken.»

HUMO In 1978 raakte u opnieuw zwanger. Van Saddam.

LAMPSOS (wuift verveeld) «This I will not talk about. Dat is privé.

»Over die episode wil ik ooit nog een tweede boek schrijven.»

HUMO In dít boek legt u uit dat u een abortus wilde, maar dat Saddam u dat verbood.

LAMPSOS «My dear, als ik alles vertel, kopen mensen mijn boek niet meer.»

HUMO U werd nooit de officiële echtgenote van Saddam Hoessein, maar u ging wel deel uitmaken van zijn familie. Zijn zoons Uday en Qusay kwamen vaak bij u over de vloer.

LAMPSOS «Ik kan niet veel over hen zeggen: ze zijn dood. Maar iedereen kent ze, iedereen weet hoe slecht ze waren. Maar jullie kennen ze van in de krant, ik ken ze van in mijn keuken. I’ve had very, very, very bad times with them

HUMO Er wordt gezegd dat ze nóg meedogenlozer, nóg gewelddadiger waren dan hun vader.

LAMPSOS «Uday: yes. Qusay: not so much. Toch hield ik van ze, ik weet ook niet waarom. Ik heb ze zien opgroeien. Ze zijn ontspoord: had ik dat tegen kunnen houden? Nee, ik denk van niet.»

HUMO U was ook een tijdlang Udays persoonlijke assistente, toen hij voorzitter was van het Iraaks Olympisch Comité. In die tijd vroeg Saddam of u zijn zoon wilde bespioneren.

LAMPSOS «Zo ging dat in de familie: Qusay hield mij in de gaten, Uday Qusay en ík Uday. Iedereen bespioneerde iedereen, niemand vertrouwde iemand. Daarom kon ik niet gaan lopen: ze zouden mij verklikken. En als ze mij zouden pakken zouden ze mijn dochters en mij in stukjes gehakt hebben. Tsjak, tsjak, tsjak: als een hamburger.»

HUMO Was er echt níémand die u kon vertrouwen, aan wie u uw diepste zielenroerselen kwijt kon?

LAMPSOS «Nee. Je kon dat risico niet nemen: ik heb genoeg mensen zien verdwijnen. De muren hadden oren, overal in mijn huis had hij microfoons verstopt. Dus zweeg ik. Ik praatte soms wel – op fluistertoon – met de meubels. Of met de boom in mijn tuin. Maar het vaakst praatte ik nog tegen de maan, hij was mijn meest dierbare vriend. Als ik iets grappigs vertelde, lachte hij. Als ik treurig was, huilde hij. (Stilte) Sinds ik ben vertrokken uit Bagdad heb ik de maan niet één keer gezien. Waar ik ook kijk, ik vind hem niet. Is de lucht hier anders? Of heeft de maan mij verlaten?»

DE KONING VAN IRAK

HUMO Hoe beestachtig Uday écht was, bleek pas toen hij uw dochter Liza verkrachtte.

LAMPSOS «Een verschrikkelijke episode. Toen ze mij vertelde wat er gebeurd was, ben ik ingestort. Ik heb wekenlang bijna niet gesproken. De geschiedenis herhaalde zich: Liza was zestien, net als ik toen ik Saddam ontmoette. Maar Saddam behandelde mij met liefde, in het begin toch. (Denkt na) Ik kon Uday wel vermoorden.»

HUMO Heeft u Saddam op de hoogte gebracht?

LAMPSOS «Pas na een halfjaar, en ik had het beter níét gedaan. Saddam trok wit weg toen ik het vertelde en hij liet Uday meteen oppakken. Maar na een paar dagen kwam hij natuurlijk weer vrij, en toen wist ik al hoe laat het was. Drie dagen later stond Udays auto voor mijn deur: zijn bodyguards stonden me op te wachten bij mij thuis, hun elektrische wapenstokken in de aanslag. Ze hebben me minutenlang bewerkt. Ze sloegen tot er alleen moes overbleef. (Zwijgt) Zes maanden heb ik niet geslapen.»

HUMO Heeft u tóén beslist om Irak toch te ontvluchten?

LAMPSOS «Nee. Dat was nog een paar jaar later. Waarom toen wél? My dear, ik heb veel geleerd van Saddam, ik heb onder andere geleerd om gevaar te ruiken. (Snuffelt) Ik rook dat ik expired was.»

HUMO Waarom was u ineens overbodig?

LAMPSOS «Omdat Saddam ook zijn eigen einde voelde naderen. Hij was geïsoleerd: de Amerikanen hadden hem al lang laten vallen en hij kreeg geen steun meer in de rest van de Arabische wereld. Hij had ruzie met de Syriërs, met de Iraniërs, Israël... Paranoïde was hij al, maar toen werd hij ronduit gék. Ik zal nooit vergeten dat hij me op een gegeven moment zei: ‘Ik ben de koning van Irak.’ Ik zeg nog: ‘Are you crazy?’ Hij haalde zijn pistool boven, schoot nog maar ’s in het rond. ‘En ik ben ook de neef van Mohammed!’

»Ik werd pas echt bang toen hij zei: ‘Ik denk dat ik een einde moet maken aan onze relatie.’ Ik wist meteen hoe laat het was. Het was zijn manier om te zeggen: ‘Je gaat eraan.’ Hij zou me nooit gewoon naar een andere man laten gaan, of me mijn paspoort geven en naar Griekenland laten vertrekken. Zo zat hij niet in mekaar. En bovendien was ik een obstakel geworden voor Uday.»

HUMO Dus besloot u: ik moet hier weg.

LAMPSOS «Ik heb mijn plannen uitgelegd aan de maan, mijn vriend. Toen hij lachte, wist ik: ik moet ermee doorgaan. ’t Was alsof de maan mij zijn zegen gaf.

»Ik sprak mensen aan die me konden helpen en stippelde een vluchtroute uit, via Koerdistan.»

HUMO Uw vluchtroute liep via Koerdistan, sinds jaar en dag een broeihaard van het verzet tegen Saddam. In de buurt van de stad Dahuk verbleef u een tijdlang in een safehouse. Tot de politie op een dag voor de deur stond.

LAMPSOS «Iemand moet me herkend hebben, ik was immers bekend van de televisie. Of misschien heeft iemand me verraden, wie zal het zeggen? Wat er ook van zij: ze hebben mij opgepakt. Mij en mijn hond. Ze brachten ons naar het politiebureau, waar ik in een ondergrondse cel werd gegooid. (Stroopt een mouw op) Het haar op mijn armen komt nog altijd recht als ik er aan denk. Dagen heb ik daar gelegen, in de koude, in het donker. Gelukkig had ik mijn hond nog.

»Af en toe werd ik ondervraagd. Ik vertelde ze eerlijk dat ik naar Griekenland wou vluchten, omdat mijn familie van daar afkomstig was.»

HUMO U zat bijna twee weken vast in die cel onder het politiebureau. Nadien werd u opgesloten in een grote vrouwengevangenis.

LAMPSOS «Na een maand kwamen ze me daar halen: ‘We brengen je terug naar Bagdad.’ Ik was hysterisch van de schrik.»

HUMO Ze duwden u in een witte auto en vertrokken. Maar ze reden niet richting Bagdad.

LAMPSOS «Nee. Toen we aan een groot kruispunt kwamen, zag ik dat ze een heel andere kant opgingen: we reden naar Trebil, een stad op de grens met Jordanië. Toen begon het me stilaan te dagen waarom één van mijn bewakers knipoogde toen hij me uit mijn cel haalde.»

HUMO U was niet in handen van de Iraakse politie of de geheime dienst. Die heren met de witte auto behoorden tot het Iraaks Nationaal Congres, een bonte verzameling oppositiepartijen. Zij hadden de Koerdische politie omgekocht en wilden u helpen ontsnappen.

LAMPSOS «Ja. Maar dat drong niet tot me door. Zélfs niet toen ik daarna te voet de grens overstak. Ik was vrij, voor het eerst in jaren, maar ik besefte het niet.»

HUMO Het INC speelde onder één hoedje met de CIA, die u maar al te graag wilden uithoren over Saddam.

LAMPSOS «Dat de CIA betrokken was, heb ik ook pas veel later ontdekt. In Thailand, of all places. Daar ben ik terechtgekomen na een omzwerving die maanden geduurd heeft, via Libanon, Jordanië en Syrië. De CIA dacht dat ik veilig was in Thailand: daar zou Saddam me nooit komen zoeken. ’t Is daar dat ik Nick – van de CIA – voor het eerst heb gesproken, in een groot hotel. Ik weet niets over hun politiek, maar op menselijk vlak vielen die CIA’ers goed mee. Ze hebben mij nooit teleurgesteld.»

HUMO Maar ze hebben je wel aan de leugendetector gelegd.

LAMPSOS «Ze wilden zeker zijn dat ik de vrouw was die ze zochten. Ik had daar geen probleem mee: dankzij de CIA leef ik nu nog.»

HUMO Later hebben ze je nog uren ondervraagd. Wat wilden ze weten?

LAMPSOS «Waar slaapt hij? Hoeveel dubbelgangers heeft hij? Welke tunnels gebruikt hij? Dat soort dingen. Maar eigenlijk hadden ze mij niet nodig: ze wísten alles al. Ah ja, de Amerikanen hadden de hele tijd mannetjes in Bagdad. Ze wisten meer over Saddam dan ik. Hell, ze wisten meer over mij dan ikzelf.»

HUMO Van Saddam wisten ze ook zeker dat hij massavernietigingswapens had. Dat bleek achteraf fout te zijn.

LAMPSOS (fel) «Die had hij wél. 100% zeker. We weten gewoon niet waar.»

HUMO Heeft u daar aanwijzingen voor?

LAMPSOS «Het kleinste kind weet dat hij die wapens had. Nuclear. Chemical. He had it all

HUMO U woont nu al enkele jaren in Zweden, omdat uw oudste doch- ter getrouwd is met een Zweed. Bent u hier gelukkig?

LAMPSOS (diepe zucht) «De mensen zijn hier alleraardigst, maar ik lijd elke dag. Er stroomt mediterraans bloed door mijn aderen: het Zweedse klimaat is verschrikkelijk. In de winter huil ik van ’s morgens tot ’s avonds. Maar ik verhuis niet nog ’s: it’s finished

HUMO In december 2003 – maanden na de inval in Irak – werd Saddam gevat door Amerikaanse Special Forces. Ze visten hem uit een smerig hol, niet ver van zijn geboorteplaats Tikrit. De beelden gingen de wereld rond.

LAMPSOS «Ik voelde me miserabel. Ik kende Saddam als een sterk man, een fiere dictator. Niet als een beest dat onder de grond woonde. Ik zou me nooit zo hebben laten pakken, ik zou mezelf nog liever doodschieten.

»(Vermoeid) Trouwens: is hij wel dood? Was het hij wel, die ze uit dat hol hebben gehaald? Ik ben van niets zeker.»

HUMO U beschrijft in uw boek toch dat u na zijn executie in 2006 foto’s van zijn lichaam moest identificeren en – ondubbelzinnig – vaststelde: ‘Ja, Saddam is dood.’

LAMPSOS (vermoeide zucht) «Darlink. Ik ben van niets zeker. I am so tired.

»(Denkt lang na) Weet u wanneer ik het vaakst aan hem denk? Op mijn verjaardag. ‘Oh my god!’ denk ik dan, wéér een jaar weg. En hij heeft de beste jaren van mijn leven van me afgenomen. Mijn jeugd. Mijn huwelijk. Mijn moederschap. Het lijkt wel alsof ik nooit zestien ben geweest. Of zeventien. Of vijfendertig. Kon ik die mooie jaren maar opnieuw beleven, want ik was al die tijd bezig met overleven. En nu ben ik een oude vrouw.»

Parisoula Lampsos, ‘Mijn leven met Saddam,’ Mouria

29 JUNI 2010 HUMO – 31

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234