Beeld DOCUMENTATION

30 jaar geleden overledenwim de craene

‘Ik heb altijd vermoed dat hij vermoord is’

Vandaag is het 30 jaar geleden dat de singer-songwriter Wim De Craene stierf in zijn huis in Gent. 15 jaar geleden sprak Humo met zijn zoon. Lees hier het interview.

(Verschenen in Humo 3386 op 26/7/2005)

Dat was even schrikken, herinner ik me. Hij was toen veertig, en liet behalve klassiek geworden liedjes als ‘Rozane’, ‘Tim’, ‘Kristien’, ‘Mensen van 18’ en ‘Marcellino’ ook een zoon na: Ramses. Ramses De Craene (30) heet in het parallelle universum van de dance DJ Looney Tune. Volgens zijn site wordt hij door bewonderaars ook wel eens The Belgian Jump Master Number One genoemd of The Retro King. Samen met hem ga ik bij klaarlichte dag op zoek naar schimmen van zijn vader.

RAMSES DE CRAENE «Het mooiste wat ik van hem heb, is natuurlijk zijn muziek. Hij was niet zozeer een vader voor mij dan wel een goede vriend. Die ben ik definitief kwijt, wat heel, héél jammer is. Ik heb heel weinig goede vrienden. Mijn vader ging dood toen ik vijftien was. Sindsdien heb ik mezelf moeten redden in een wereld vol haaien. Ik wilde altijd al deejay worden, en dat bén ik geworden, maar ik heb er zelf voor moeten vechten. En ik heb er ook nooit mee te koop gelopen dat ik de-zoon-ván ben.»

HUMO Uit principe?

DE CRAENE «Ja. Ik wilde het allemaal zelf doen. Toen ik een beetje erkenning begon te krijgen in de dance-wereld had ik ineens heel veel kennissen. Ik merkte vaak genoeg dat ze mij wilden gebruiken, omdat ze ervan uitgingen dat ik als zoon-ván allerlei deuren voor hen kon openen, maar mijn uitgangspunt is altijd geweest: ik heb het alleen gedaan, en de anderen moeten dat ook maar doen.»

HUMO Je zei dat je vader een heel goede vriend van je was. Heeft een zoon, als het erop aankomt, niet vooral een vader in de strikte zin nodig?

DE CRAENE «Jawel, en dat was hij ook. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik zes was – ik was dus veel te jong om me daarvan bewust te zijn. Mijn vader stelde concrete eisen aan mij: hij stond er bijvoorbeeld op dat ik bij hem Nederlands sprak en geen dialect. Ik denk dat ik iets minder naar mijn moeder heb geluisterd. Misschien wel omdat er meer gezag van mijn vader uitging, zonder dat hij daar moeite voor moest doen: een tik heb ik nooit van hem gekregen. Ik kreeg ook altijd als eerste een nieuw nummer van hem te horen, want ik zag hem aan die liedjes werken: het ontstaan van ‘Breek uit jezelf’ heb ik helemaal meegemaakt, van dichtbij. Ik weet nog dat hij toen zei dat het een liedje over mij en mijn leeftijdgenoten was, over de jeugd.»

HUMO Terwijl jij in die tijd toch al aan new beat verslingerd was.

DE CRAENE «En dat vond hij maar niks. Waarschijnlijk had hij daar wel gelijk in: als ik die muziek nu terughoor, vind ik ze nogal simpel. Maar het sloeg wel aan, hè: een Belgische uitvinding die de wereld heeft veroverd. In ieder geval verdedigde ik die muziek als veertienjarige – ik was toen al lightjockey, lichtman, in een discotheek in Wetteren, hoe minderjarig ik ook mocht zijn. Die new beat was er ineens, maar ik ben opgegroeid met de platencollectie van mijn vader: Stevie Wonder, Rod Stewart, Julien Clerc, France Gall, Serge Gainsbourg… Mijn vader had ook een drummachine en een synthesizer: dat was natuurlijk het gedroomde speelgoed voor mij – hele dagen knopjes draaien, met een hoofdtelefoon op.»

HUMO Hield je toen van de muziek van je vader?

DE CRAENE «Toen nog niet. En van zijn oudere werk, ‘Tim’ en zo, lag ik al helemaal niet wakker. Al hield ik wel van ‘Bebdibelem Petua’, een liedje over zijn hond. Toen hij in de jaren tachtig begon te rocken, hield ik al wat meer van zijn muziek, misschien ook wel omdat zijn singles toen heel vaak op de radio werden gedraaid: dat maakte indruk op mij. Ik hou nog altijd niet van alles wat hij heeft gemaakt. Zijn laatste plaat ‘Via Dolorosa’ vind ik zelfs slecht, platjes - ik heb er weinig affiniteit mee. Maar goed, hij heeft meer dan honderd vijftig nummers geschreven: ’t spreekt vanzelf dat het niet allemaal klassiekers kunnen zijn.»

Wim De Craene met zijn zoon Ramses.Beeld Ramses De Craene

Een afgang

HUMO Eerst was hij een chansonnier, of een kleinkunstenaar, maar het leek alsof hij aan dat keurslijf wilde ontsnappen en steeds meer een popzanger wilde zijn.

DE CRAENE «Ja. Volgens mij was hij op zijn dertigste aan iets nieuws toe, iets dat op de plaat ‘Perte Totale’ vorm kreeg. Stevige rock met invloeden van de elektronische muziek – hij hield van Kraftwerk - afgewisseld met ballads. Later wilde hij duidelijk op de new wave inpikken; hij wilde in ieder geval iets in die scene betekenen, maar dat is hem niet gelukt. Of het werd hem niet gegund door het publiek.

»Pas op, tussen 1980 en 1990 heeft hij heel veel opgetreden, altijd voor volle zaaltjes en zalen. ’t Ging beter met hem dan aan het eind van de jaren zeventig. Ik denk dat hij vond dat zijn grote doorbraak uitbleef, en dat zal hem wel gefrustreerd hebben, want zoiets frustreert elke artiest. Ik hoor nu overal zeggen dat Wim De Craene een Grote was, net zo’n Grote als Johan Verminnen of Raymond van het Groenewoud. Ik twijfel daar niet aan, hij verbleekt niet tussen die twee, maar hij heeft bij zijn leven nooit zoveel erkenning gekregen.»

HUMO In ‘100 op 1’, de jaarlijkse hitparade-aller-tijden van Belgische muziek op Radio 1, staan ‘Tim’ en ‘Rozane’ hoog genoteerd. Het zijn onmiskenbaar klassiekers.

DE CRAENE «Als je dood bent, krijg je altijd meer erkenning dan toen je nog leefde. Dat is voor mij een uitgemaakte zaak. In september – mijn vader zal dan al vijftien jaar overleden zijn – organiseer ik in Wetteren, waar hij een groot deel van zijn leven heeft gesleten, een groot evenement, een hommage aan mijn vader. De ticketverkoop is nog niet begonnen en de vraag is nu al groot. In 1978 organiseerde mijn vader ook een groot, prestigieus concert in Wetteren, naar aanleiding van zijn elpee ‘Wim De Craene is ook nooit weg’, waar de radiohit ‘Mensen van 18’ op stond. Daar is zeventig man op afgekomen. Een flop dus, een regelrechte afgang. In Wetteren wordt daar nog steeds over gesproken.»

HUMO Wat voor verwachtingen had je vader van jou?

DE CRAENE «Dat weet ik niet zo goed… Ik heb me altijd tot het toneel aangetrokken gevoeld; op een bepaald moment kon ik meespelen in de musical ‘Pinokkio’ in het NTG, en daar was mijn vader heel blij om. Ik was al teksten uit mijn hoofd aan het leren, maar ik heb het opgegeven omdat die new beat zo geweldig aan me trok – het leek alsof er een nieuwe fase in mijn leven begon, die ik absoluut niet mocht missen. Ik wou per se deejay worden, en daar ben ik in geslaagd, maar toch heb ik er een beetje spijt van dat ik het toneel heb opgegeven. Hij zei me ook: ‘Zou je niet eens gitaar proberen te spelen,’ maar daar had ik geen zin in, ook niet in piano. Nu heb ik daar wel zin in, maar ik denk dat het te laat is.»

HUMO Voel je je als deejay ook een soort muzikant?

DE CRAENE «Zeker. Gevoel voor muziek is uiteraard noodzakelijk voor een deejay, en ik vind dat je je daarbovenop ook in je publiek moet kunnen inleven. Als ik een dance-nummer maak, verplaats ik me altijd in iemand die bereid is ernaar te luisteren: zowel de discotheekgangers als de kids die in boom cars rondrijden. En daarbovenop hou ik nog rekening met het platte, met de commercie, zal ik maar zeggen.

»Mijn vader hield ook wel rekening met de commercie. Hij heeft veel voornamen gebruikt als titel voor zijn liedjes – die hadden allemaal wel te maken met personen die hij kende, maar er waren méér mensen die zich ermee konden identificeren, want er zijn meer mensen die Tim of Kristien heten, hè? ‘Elke’ is voor mijn dochter geschreven,’ heb ik weleens gehoord, terwijl ik pertinent weet dat dat niet waar is, maar ja, zo zíjn de mensen, hè. ‘Tim’ heeft hij voor mij geschreven – ik was nog een kind toen hij dat nummer maakte, maar het was het toekomstbeeld dat hij van me had. De zoon van een van de beste vrienden van mijn vader heet Tim. Hij heeft voor die naam gekozen omdat hij metrisch beter in de tekst paste dan Ramses. Maar álle verhalen achter die liedjes ken ik niet, en misschien is dat maar goed ook.»

HUMO Waarom denk je dat?

DE CRAENE «Er zijn ongetwijfeld verhalen bij die niet voor iedereen geschikt zijn, zelfs niet voor mij. Omdat ze te privé zijn. Ik hoef die niet te kennen.»

HUMO ‘Rozane’ zou hij geschreven hebben voor de actrice Chris Thys. Dat weet je vast wel.

DE CRAENE «Eigenlijk nog niet zo lang. Ik was met mijn moeder naar ‘Thuis’ aan het kijken, waarin Leah Thys meespeelt, en mijn moeder zei: ‘Haar zus is nog een lief van je vader geweest. Hij heeft ‘Rozane’ voor haar geschreven.’»

Ten onder aan de gsm-cultuur

HUMO Ik weet dat er onder deejays een hiërarchie bestaat. Waar staat Deejay Looney Tune in die rangorde?

DE CRAENE «Ik vind dat ik tot de beste deejays van België behoor. In 2000 heb ik hier de Best Deejay Award gewonnen. De wereld van de dance is enorm groot, maar ik beteken er iets in. In Duitsland heb ik op nummer vijf in de dance-hitparade gestaan, en ik België heb ik ook al eens de toptien gehaald.

»Op dit ogenblik hebben deejays die cd’s uitbrengen net dezelfde problemen als alle andere artiesten: het brengt niets meer op, want alles wordt illegaal gedownload. Ik heb me daar bij kunnen neerleggen, in tegenstelling tot veel grotere deejays die ooit in luxe hebben geleefd, en nu finaal op hun bek zijn gegaan. Die smeken tegenwoordig om voor een appel en een ei in een discotheek te kunnen draaien, terwijl ze zich nog heel goed kunnen herinneren dat ze ooit met groot gemak 500 euro per uur hebben verdiend, en méér.

»Maar nu is het dus crisis. De kids kúnnen geen geld meer aan cd’s uitgeven: hun gsm, en het gsm-cultuurtje dat ermee samenhangt, kost hun al handenvol geld. Ze willen online zijn, en ook dat moeten ze heel vaak zelf betalen. Willen ze naar een discotheek, dan moeten ze om te beginnen al tussen de tien en de vijftien euro entree betalen, en een drankje kost er gemiddeld drie euro. Waarom zou je dan géén gratis cd’s downloaden? Maar evengoed zijn de gevolgen voor ons desastreus: de platenfirma’s investeren niet meer in ons, en als we geen platen uit hebben, worden we ook minder geboekt.

»En toch zie ik het niet zwart in, want wat ik heb bereikt, is voor mij sowieso al een droom die uitgekomen is. Ik heb een studio kunnen bouwen die me enkele miljoenen gekost heeft, en ik heb een paar dance-hits gehad. Ik mag wel zeggen dat ik gelukkig ben: ik heb een nieuwe vriendin, en ik woon mooi in Laarne, in een huis met een grote tuin. Ik heb overal in België gedraaid, in de grootste discotheken en op de grootste evenementen én in de kleinste boerengaten. In ’99 stond ik in Nederland met Tiësto op dezelfde affiche: toen was hij nog niets, een snotneus. Nu is hij dé man, maar hij is meer een merknaam dan een deejay. Zet hij morgen een scheet op een plaat, dan zal hij nóg serieus worden genomen.»

HUMO Wat heb je gestudeerd?

DE CRAENE «Ik heb in het beroepsonderwijs gezeten: afdeling elektriciteit. Ik was altijd al gefascineerd door licht en klank, dus die opleiding kwam me goed uit. Ik heb mijn hele schooltijd in het atheneum van Wetteren doorgebracht, een school waarmee ik een heel hechte band had. Om voort te studeren moest ik naar Gent en - hoe raar dat nu ook mag klinken – ik zag dat niet zitten, hoewel ik Gent wel kende, want mijn vader woonde er. Ik was meer aan Wetteren verknocht dan ik ooit had durven te denken. Een leraar had me in het laatste jaar gezegd: ‘Narafi in Brussel, een technische filmschool, klank en beeld, dat is iets voor jou.’ Brússel? Daar mocht ik al helemaal niet aan denken. Op dat gebied leek ik absoluut niet op mijn vader, maar gelukkig ben ik sindsdien heel veel veranderd.»

HUMO Waarin lijk je wel op je vader?

DE CRAENE «Ik heb dezelfde koppigheid. Onlangs heb ik bij het VRT-archief een dvd opgevraagd van een jongerenprogramma waarin Viona Westra mijn vader interviewt. Ze zegt dat hij geen gemakkelijk mens is om mee samen te werken, en mijn vader antwoordt daarop dat hij op zijn strepen staat: ‘Als ík het zo bekijk, dan ís het ook zo, en klinkt het niet dan botst het.’ Zo zit ik ook in elkaar. Ik kan moeilijk afwijken van het pad dat ik voor ogen heb. Daardoor sta ik weleens alleen, maar daar zit ik niet over in, want ik laat toch al weinig mensen in mijn wereldje toe. Ik schiet goed op met mijn collega’s op het werk, maar ze maken geen deel uit van mijn privé-leven. Ik ben bediende-verkoper bij Colruyt; daarvoor heb ik in de Makro gewerkt, en dáárvoor heb ik vijf jaar voor de VTM gewerkt, als deejay en mixer bij TopRadio, een zender die nu niet meer bestaat. Jammer, want het was mijn droomjob. Maar goed, we hadden het over mensen die in mijn wereldje binnen mogen: mijn vriendin, mijn moeder, en Jacky, een oude vriend van mijn vader met wie ik ook een heel hechte band heb. Hij kan zoveel over hem vertellen! En bovendien zie ik hem als een vaderfiguur.»

HUMO Heb je zo’n vaderfiguur nodig?

DE CRAENE «Iedereen heeft volgens mij levenslang een moeder en een vader nodig.»

Ramses De Craene

Op de radio

HUMO Ben je ondertussen klaar met de dood van je vader?

DE CRAENE «Na zijn dood in 1990 heb ik vijf jaar lang niet naar zijn muziek geluisterd. Ik kon het niet opbrengen – ik had ook al zijn platen en foto’s weggeborgen. Na die vijf jaar kon ik het aan; ik ben steeds meer naar zijn werk gaan luisteren, en ik ben er trots op dat ik dat nu kan. Die muziek spréékt, en ze vertelt me meer dan de foto’s die ik van hem heb. Aangezien ik ook in de amusementsindustrie zit, denk ik vaak: ‘Hoe zou mijn vader dit of dat probleem hebben opgelost?’ Mocht hij nog geleefd hebben, en hij zou zien waar ik nu sta in de muziekwereld, dan denk ik dat we veel aan elkaar zouden hebben gehad. Ik denk dat ik ondertussen al een cd van hem geproducet zou hebben. Dat was mooi geweest.»

HUMO Hoe heeft men je, toen je een puber van vijftien was, de dood van je vader gemeld?

DE CRAENE «Na school ging ik bij mijn tante eten. ‘Ik moet je iets vertellen,’ zei ze. ‘ We hebben het op het radionieuws gehoord: je vader is dood.’ Er bestaan geen goede manieren om zoiets mee te delen. Ik geloofde het niet, en we hebben dan maar het volgende radiojournaal afgewacht. En inderdaad. Die middag had ik met enkele klasgenoten de school verlaten om iets te gaan drinken in een café. Ik vond dat de cafébaas heel raar deed: hij zat me aldoor aan te kijken. Pas nadien is me duidelijk geworden waarom: het bericht van de dood van mijn vader was al van ’s ochtends op de radio. Die man wíst wat er gebeurd was.

»Het gekke is dat ik niets bijzonders voelde toen ik me realiseerde dat mijn vader echt dood was. Ik bleef er merkwaardig rustig onder. Natuurlijk moest ik naar z’n lijk gaan kijken, en dat had ik liever niet gedaan. Het is een te sterke herinnering, een beeld dat te overheersend is. Je doet er jezelf alleen maar pijn mee. Ik begrijp niet dat sommige mensen wel vijf keer naar een dierbare overledene gaan kijken: ‘Wat ligt hij er toch mooi bij, hè?’ Móói? Er is niets moois aan. En dan zijn er ook mensen die het je kwalijk nemen als je niet naar een lijk wil gaan kijken. Ik wil het in ieder geval nooit meer doen. Ook niet als mijn moeder sterft. Dat heb ik haar al gezegd, want we zijn daar heel open in. Ik hoop dat ik zelfs een grapje kan maken op haar begrafenis.

»Toen mijn vader dood was, werd er in de familie besloten hem kerkelijk te begraven. Dat zou hij zelf nooit hebben gewild. Ik hoorde dat die mis er ook was ‘voor de fans’. Nu ja, er was duizend man aanwezig in die kerk in Melle, en buiten stond er ook nog een hoop mensen. Pittig detail: ’t was de eerste keer dat ik in een kerk binnenging, en meteen ook de laatste keer.

»Mijn vader is begraven, hij ligt dus op het kerkhof, ook ‘voor de fans’. Opdat die nog eens zijn graf zouden kunnen bezoeken. Op zich kun je daar weinig tegen inbrengen, maar ’t heeft zo weinig met mijn vader te maken, een man die zich toch heeft moeten bevrijden van het oerkatholieke milieu waarin hij is opgegroeid. Mocht ik er het geld voor hebben dan liet ik hem morgen al opgraven en cremeren. Volgens mij zou hij nog het liefst in een urne bij mij op de schoorsteenmantel hebben gestaan.

»Het verdriet heeft me pas een jaar of drie na de feiten overvallen. Boem! Ineens was het er, zonder concrete aanleiding.»

HUMO De doodsoorzaak van je vader is officieel zelfmoord – een overdosis van een of ander medicament – maar toch is er altijd een waas van geheimzinnigheid om zijn dood blijven hangen.

DE CRAENE «Er is nooit voldoende onderzoek naar gedaan. Wat zeg ik? Er is géén onderzoek naar gedaan. Ik ga je nu míjn waarheid vertellen: altijd al heb ik gedacht dat mijn vader geen zelfmoord heeft gepleegd, maar dat hij vermoord is. Hij lag op z’n buik, met een deken om ‘m heen gerold, voor de deur. Zo is hij gevonden. Alsof iemand hem in die deken had gerold. Ik vind dat bizar.»

HUMO Als er geen onderzoek naar de dood van je vader is gedaan, hoe komt het dan dat het gerecht over een overdosis sprak?

DE CRAENE «Ik wil nog wel aannemen dat hij een mindere periode beleefde, en dat hij misschien wel pijnstillers nam of antidepressiva, maar ik wéét niet eens wat hij precies geslikt heeft: details daarover zijn nooit vrijgegeven. Op een bepaald moment waren wij zijn huis – een pand met vijf verdiepingen – met enkele familieleden aan het leegruimen. De deur stond open, en ineens kwam er een man naar boven gelopen: hij kwam binnen in de kamer waar mijn vader dood werd aangetroffen – wij waren er net aan het werk – en hij keek er rond. ’t Was alsof hij ons niet zag. Wij hoorden hem zuchten: ‘Het kan niet… Het kan niet…’ Wij waren stomverbaasd. Ineens draaide hij zich om, en hij liep weer de trap af. Ik stond aan de grond genageld, en mijn nonkel liep hem iets te laat achterna en riep in het trappenhuis: ‘Meneer, wie bent u?’ Maar die man, een soort alternatieveling, rende het huis uit, en verdween.»

HUMO Mocht je vader vermoord zijn, dan kun je je onder andere afvragen waarom iemand hem zou wíllen vermoorden.

DE CRAENE «Dat is me een raadsel. De laatste keer dat ik hem gezien heb, was in ’t Stad Brugge, zijn stamkroeg bij hem om de hoek. Ik had net een stapeltje platen gekocht, en ik zie hem nog aan de toog de hoezen bekijken.

»Kijk, we belden elkaar in die tijd elke dag, ik ging ook vaak bij hem langs, en ik heb nooit gemerkt dat hij zich bedreigd voelde of zo. Ik heb ook nooit gemerkt dat hij ongelukkig was. Ik hoorde na zijn dood dat de breuk met zijn vriendin hem geweldig veel pijn had gedaan: ook daar heb ik niets van gemerkt, want hij had een nieuwe vriendin. Ik heb er jammer genoeg geen idee van met wie hij allemaal omging in die tijd. Dat hij niet eens een afscheidsbriefje voor mij heeft achtergelaten, dat kan ik, zijn enige zoon met wie hij een uitstekende relatie had, maar niet begrijpen. Zoals ik hem ken, zou hij in geval van zelfmoord eerst alles netjes hebben geregeld, opdat alles in orde zou zijn. Volgens mij zou hij zijn nabestaanden zelfs een briefje met instructies hebben nagelaten. Maar helemaal niéts? Neen, dat gaat er bij mij niet in. Er klopt iets niet.

»Ik heb het ooit aangedurfd om over mijn vermoeden van moord te spreken met de jongste broer van mijn vader, en die bleek dat vermoeden te delen. Maar ’t is nu te laat om er nog onderzoek naar te doen.»

HUMO Daar ben ik niet zo zeker van. Je wil toch een of andere uitkomst?

DE CRAENE «Ik weet dat ik geen uitkomst kan krijgen. En dat is een vreselijke gedachte, waar ik nooit, nooit mee in het reine zal komen. Mijn moeder weet niet eens dat ik denk dat mijn vader vermoord is.»

HUMO Waarom weet ze dat niet?

DE CRAENE «Ik voel me opgelucht dat ik het je verteld heb, maar ik vrees dat mijn moeder er niet tegen bestand is. Ze kan zelfs niet naar het graf van mijn vader toegaan… Ze kan het emotioneel niet opbrengen.»

HUMO Voelt ze zich nog met hem verbonden, hoewel ze van hem gescheiden was?

DE CRAENE «Ik weet niet of ze na hun scheiding nog van hem hield – daar hebben we nooit over gesproken - maar er is, zeker wat mijn opvoeding betreft, altijd een samenwerkingsverband blijven bestaan. Ik ben nooit iets tekort gekomen, en mijn moeder ook niet. Mijn vader betaalde netjes wat hij moest betalen; problemen bespraken ze nog altijd samen, ze gingen samen naar het oudercontact, en ze vierden jaren na hun scheiding zelfs nog samen oudejaarsavond. ’t Was scheiden zoals het moet, zeker?»

HUMO Of scheiden zoals het bijna nooit voorkomt.

DE CRAENE «Inderdaad. Mijn vriendin zit ook in een vechtscheiding.»

Getormenteerde ziel

HUMO Ga jij vaak naar het graf van je vader?

DE CRAENE «Door omstandigheden is het nu een tijdje geleden, maar ik ben er vaak naartoe gegaan, ja, en ik ben van plan dat te blijven doen. Ik maak zijn graf schoon, en ik mediteer er een beetje, ’t is te zeggen: in gedachten voer ik er gesprekken met mijn vader, vooral als er zich iets in mijn leven heeft voorgedaan. Overkomt er mij iets negatiefs, dan denk ik: ‘’t Komt allemaal in orde, hij zal het wel in orde brengen.’ Ik ben niet gelovig, maar mijn vader is ongetwijfeld mijn god.»

HUMO Je was bitter jong toen hij doodging, maar denk je niettemin dat je iets van hem geleerd heb?

DE CRAENE «Dat ik het allemaal niet aan mijn hart moet laten komen. Ik maak mij dan ook nergens druk over.»

HUMO Er moeten toch levensfeiten zijn die je enigszins uit balans kunnen brengen. Je bent toch niet onverschillig?

DE CRAENE «Onlangs ben ik veroordeeld tot acht maanden effectief. Celstraf dus. Dat had te maken met problemen met mijn ex-vriendin, met wie ik zes jaar samen ben geweest: we waren wel niet getrouwd, maar zelfs dan kun je in een soort vechtscheiding terechtkomen, die uiteraard om materiële zaken draaide. Ik ben tot die straf veroordeeld omdat ik verstek had laten gaan op de rechtbank. Het stond natuurlijk meteen in een plaatselijk krantje in Wetteren: ‘Zoon Wim De Craene veroordeeld!’ Dat kwetst me, omdat ik vind dat ze er de naam van mijn vader voor misbruiken. Zo’n bericht is bovendien koren op de molen van de ex van mijn vriendin: ‘Zie je wel! Die Ramses De Craene is een gangster!’ Maar goed, ik heb Jef Vermassen in de arm genomen, en vorige week ben ik volledig vrijgesproken. Ik hoop dat dat óók in de krant komt. Maar ik lig er niet van wakker, hoor.»

HUMO Dat kan ik me voorstellen. Op de uitvaartdienst in de kerk van Melle had Willem Vermandere het in een gelegenheidstoespraakje over de ‘getormenteerde ziel’ van je vader.

DE CRAENE «Ik heb mijn vader nooit gekweld gezien, zodat ik ook niet kan begrijpen waarom iemand hem een ‘getormenteerde ziel’ noemt. Ja, hij zal wel eens zorgen hebben gehad – iedereen moet in het leven weleens door de hel – maar hij liet niet snel de pootjes hangen, hij was veeleer het type dat er, ondanks alles, het beste van probeerde te maken. Ik heb hem in ieder geval nooit in een sombere bui gezien.»

HUMO Als enige erfgenaam ben je ook de beheerder van het werk van je vader. Valt dat mee?

DE CRAENE «Ik heb zelfs een patent op zijn naam genomen, wat mij meer dan honderdduizend frank heeft gekost. In ’95 had een bepaalde organisatie met mijn goedkeuring en met veel succes een eerbetoon aan mijn vader georganiseerd, en in 2000 wilden ze dat opnieuw doen, maar dan zónder mij: ze wilden eventjes ongestoord poen pakken. Er stonden artiesten op de affiche die niets met mijn vader te maken hadden: Carmen van ‘F.C. De Kampioenen’ bijvoorbeeld. Daar wilde ik toch een stokje voor steken. Er kwam twee keer een kortgeding van, dat ik twee keer heb verloren.

»Bij ’Man bijt hond’ wilden ze ooit iets doen met een liedje van mijn vader. Ze belden mij daar zoals het hoort voor op, en ik gaf meteen de toestemming. Ze hadden mij er jammer genoeg niet bij verteld dat Marijn Devalck dat liedje zou zingen. Hij is mijn vriend niet. Hij heeft ooit een single ter ere van Wim De Craene uitgebracht, en toen zei hij in een interview dat hij een van de beste vrienden van mijn vader was geweest, ‘hij heeft nog op mijn schouder uitgehuild’, die stijl. Ik heb hem toen opgebeld: ‘Luister ’s goed, Devalck, ik heb je nooit bij mijn vader thuis gezien, en ik heb mijn vader ook nooit over jou horen spreken. Beste vrienden? Komaan, zeg!’ Hij zei toen dat hij wel eens met mijn vader in de kroeg had gezeten. Jaja, er zijn wel duizend mensen die dat ooit hebben gedaan. Je moest eens weten hoe vaak ik dat van wildvreemden te horen krijg: ‘Ik heb nog pinten met je vader gedronken.’

»Maar je vroeg me of het meeviel om zijn werk te beheren. Het is heel moeilijk om de banden van zijn werk te traceren, en het is nog moeilijker om de licenties ervan bij elkaar te krijgen: hij heeft bij heel veel verschillende platenfirma’s gezeten, waarvan er een hoop failliet zijn gegaan. Er is ook veel werk waar ik niets van afweet: bijvoorbeeld een nummer dat hij ooit voor Rocco Granata heeft geschreven: ik krijg er nu nog auteursrechten voor uit Italië. Pas op, ik krijg ook auteursrechten uit Portugal, Zweden en Denemarken, voor covers van liedjes van mijn vader die daar zijn opgenomen. Er is zelfs een cd uit – ik heb ‘m nog niet gehoord – waarop ‘Rozane’ in het Portugees staat. Heel goed, naar het schijnt.»

HUMO Hoe is het eigenlijk om Ramses te heten?

DE CRAENE «Een mooiere voornaam kun je toch niet wensen? Iedereen zegt me dat ik naar Ramses Shaffy ben genoemd, dat zal ook wel zo zijn – maar mocht ik een meisje geweest zijn, dan had ik Isis geheten, naar de Egyptische moedergodin. Ik bedoel maar dat het oude Egypte kennelijk ook een rol heeft gespeeld in het geven van mijn naam.»

HUMO Heb je Ramses Shaffy ooit ontmoet?

DE CRAENE «Twee keer: de eerste keer in ’85 in de Singel in Antwerpen – ik was toen nog een kind - en tien jaar later tijdens dat eerbetoon aan mijn vader, waar ik het daarnet over had. Ik speelde toen een beetje voor coördinator – ik moest ervoor zorgen dat de artiesten op tijd opgingen. Ik zie Ramses Shaffy nog naast me staan – hij was toen al slecht ter been. Op een groot scherm werd een filmpje van mijn vader geprojecteerd, een fragment uit een interview met Kathy Lindekens, waarin hij zei wat voor held Ramses Shaffy voor hem was geweest. En Shaffy zakte achter de coulissen ineen van verdriet. Er liepen dikke tranen over zijn gezicht, en het heeft nog een hele poos geduurd voor hij het podium opkon. Zeer aangrijpend.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234