beerkarBeeld web

miskende beroepenbeerputruimer

‘Ik heb eens een familie uit de nood geholpen die al drie dagen in een kartonnen doos scheet’

Miskende beroepen. Daarover gaat deze reeks: het leven in de riolen, het vuilnis, de beerputten van de maatschappij. Dit wordt een serie portretten van mensen die hun boterham verdienen tussen afval en uitschot, en daar vaak ten onrechte mee vereenzelvigd worden. De verhalen spelen zich af in een wereld waar de kloof met de politici een dieptepunt bereikt en waar alleen de fiscus niet over de hoofden heen praat.

(Verschenen in Humo 2741 op 8 maart 1993)

André De Bree (48) uit Eeklo is, laten we zeggen: filosoof-faecoloog. Als geen ander heeft hij zich de laatste twintig jaar in de menselijke afscheiding verdiept. Met een aftandse, geel-bruine Mercedes-beerwagen (capaciteit: 8000 liter) dokkert De Bree van beerput naar beerput. Zijn rechterhand is tevens zijn schoonbroer: Edgard Termont (42), een opgeruimde kerel met een rockabilly-kuif. Edgard stelt zichzelf voor als De Lange. De bijnaam van de volslanke André is De Bolle.

De stuurkabine vertoont roestgaten en vetresten. Links en rechts slingert een vod. Het pedaal van de koppeling veert niet terug maar een fietsrekker doet wonderen. Een kniesoor die zich daar overigens aan stoort: ik ga de boer op met twee gelukkige mannen.

André De Bree draait de startsleutel om en het vehikel trekt zich hijgend op gang. Het wijzertje op het dashbord gaat niet verder dan 50 km per uur: een strategische kruissnelheid. ‘Als je traag rijdt, kunnen de mensen tenminste je adres en telefoonnummer lezen. Weifelaars krijgen op die manier de tijd om ons te wenken dat hun put vol is, snap je?’

De twee mannen maken er een erezaak van om ‘iedereen zijn goeiendag te geven’. Bijna elke voorbijganger, fietser of automobilist wordt toegewuifd. ‘De meeste mensen wuiven terug, alleen snobs kijken ons met de nek aan,’ zegt De Bree. ‘Maar ik verzeker je: hun stront verschilt in niets van de onze.’

Hij houdt van zijn werk. ‘Fabriekswerkers zitten gevangen tussen vier muren’, vindt hij. ‘Ze ademen dagelijks ongezonde dampen in. Wij hebben een gezonde job. Of vind jij misschien dat het stinkt in mijn cabine?’

Ik snuif eens diep. Een onmiskenbaar luchtje van menselijke uitwerpselen slaat in mijn neus. Ik wil iets zeggen, maar De Bree is me voor. ‘Verteerde beer van mensen stinkt niet. Wat jij nu ruikt is parfum vergeleken met varkensstront. Kiekens zijn al even erg, die produceren pure ammoniak. Maar dit? Vroeger proéfden de boeren zelfs van hun aalput, om te controleren of de beer sterk genoeg was om er het land mee te bemesten.’

‘Tuut!’ We passeren een bakkerswinkel. De vrouw achter de toog knikt en steekt haar hand op. Eén keer claxonneren betekent: één brood opzij leggen tegen vanavond.

Niet morsen a.u.b

De eerste klant woont in een oude villa aan de rand van Eeklo.

De lange oprit is te smal voor de Mercedes. Behendig maneuvreert De Bree daarom zijn kamion dicht bij het hek. Edgard, in knalrood werkpak, houdt het verkeer op een afstand. De afstand naar de beerput bedraagt naar schatting 60 meter. Geen probleem: beide mannen beginnen ijverig heen en weer te draven met drie meter lange stukken leiding, die vervolgens aan elkaar worden gekoppeld. Het is een oud en moeilijk systeem, maar het werkt.

Het oude huis lijkt verlaten. De rolluiken zijn naar beneden. Tot ieders verrassing gaat opzij plots een deur open. Een vrouwenarm zet drie flesjes Tuborg buiten. ‘Hebben jullie een flesopener?’, vraagt een beverige stem. Mijn kompanen fleuren op. Ze wrijven hun handen schoon aan hun werkpak en groeten beleefd de dame des huizes, die nu in vol ornaat in de deuropening verschijnt. Het is een royaal geschminkte vrouw van middelbare leeftijd. Ze huivert. Vanmorgen op de markt is haar portefeuille gestolen, vertelt ze. ‘Het kon niet ongelegener komen. lk had pas 50 euro van de bank gehaald...’ André trekt zijn wenkbrauwen hoog op. ‘...dus heb ik vanmiddag 50 euro van mijn zoon moeten lenen.’

ANDRE DE BREE (opgelucht) «Oh, maar maak u dan maar geen zorgen. vrouwke. Het leegpompen kost 35 euro en had u ook niet gevraagd het water uit uw gracht te trekken? Dat maakt dan samen juist 50 euro.»

- Tja, die gracht... Ik zou willen dat U het water in de andere richting laat afwateren.

- Dat zal niet gemakkelijk zijn, wijveke. Ik doe dit werk al 20 jaar en ik heb nog nooit water bergop kunnen doen lopen.

De vrouw schudt mistroostig haar hoofd. ‘Ach, ik zit hier altijd alleen met mijn problemen...’ Ze verdwijnt weer in huis. André slurpt zijn Tuborg leeg en knipoogt. ‘Ik hen meerdan zomaar een opruimer’, zegt hij. ‘Ik moet een beetje dokter zijn, psychiater, metselaar, katten en hondenspecialist... De klanten klampen ons aan voor allerlei probleempjes. Er zijn veel eenzame en hulpbehoevende mensen, jongen. Vooral bejaarden stellen het op prijs als we een half uurtje blijven.’

EDGARD TERMONT «We maken grapjes om hen op te beuren. Als zo’n vrouwke me vraagt: ‘Bent u van de ruimdienst?’, zeg ik: ‘Ja madam, met een P ervoor. Haha.’»

Een uur later arriveren we aan het tweede adres: een rijhuis. De beerput bevindt zich achteraan op het koertje. Eerst worden alle deuren wagenwijd opengezet. De leiding wordt door de woonkamer, de keuken, de wasplaats en zo naar buiten gelegd. Het is een koude dag. De wind snijdt door het huis. De bewoonster, een fréle vrouw van dertig, houdt een oogje in ‘t zeil. Zware werkschoenen dreunen door de keuken. Beerstekers komen in huizen waar geen andere vreemdeling ooit binnen geraakt. Ze gaan ditmaal bijzonder omzichtig tewerk en morsen geen druppel. Drie vierden van de klanten zijn vrouwen en die zijn gesteld op zindelijkheid, weten ze. Als ze sporen nalaten, hoeven ze volgend jaar niet meer terug te komen.

‘Proper werk is onze grootste reclame,’ orakelt André De Bree. ‘In de Veldstraat, die winkelstraat in Gent, presteerden we het om luttele minuten voor het openingsuur een beerput geur en spoorloos leeg te pompen. De afspraak met de zaakvoerder was dat er geen reukje mocht blijven hangen. Als er één bruin spatje op de peperdure vloerbekleding achterbleef, hoefde hij geen euro te betalen. Het was een klerenwinkel. Eerste hebben we een rol vuilniszakken als een loper uitgerold. Daar hebben we onze leidingen op gelegd. Natuurlijk stonk het een beetje. Dus spoten Edgard en ik een spuitbus deodorant leeg. Tot slot hebben we de deuren een paar minuten opengezet. En klaar was Kees.’

Gebeurt er dan nooit een ongelukje?

ANDRE DE BREE «Twee keer in mijn carrière heb ik pech gehad. De eerste keer sneed een kapotte fles de leiding door. De drek spoot tot aan het plafond. Het tapijt, de televisie: alles zat onder de smurrie. In het tweede geval was de vrouw aan het behangen. Ze had net haar laatste papierband tegen de muur geplakt. ‘Mooi hé’, zei ze. Op dat moment vloog een koppeling los en kledderde alles tegen de pas afgewerkte muur. Zij vatte het sportief op. ‘Ik heb nog vier rollen behangpapier over,’ zei ze. »

Een concurrent van mij vergat ooit de circulatie om te keren nadat hij zijn kar op het veld had leeggesproeid. Toen hij een beerput in een keuken wilde leegpompen, joeg hij per vergissing lucht in de put. De stront spoot als een oliebron op het plafond, de muren, de mensen. Hij is nooit meer moeten terugkeren. Als ik nu hij die mensen langs ga, komt de vrouw altijd bevend van schrik informeren: ‘André, het is toch wel juist ingeschakeld?’ Zij controleert persoonlijk of de hendels correct staan. Een trauma voor heel haar leven heeft ze eraan overgehouden.»

Bevinden beerputten zich vaak in de keuken?

EDGARD TERMONT «Vooral in oudere huizen in de stad komt dat nog voor. We hebben jarenlang een klant gehad een student die boven zijn beerput sliep. Voor we die leeg konden pompen, moesten we het bed wegtrekken. In het huis van een schooljuffrouw moesten we elke keer de kleerkast uitbreken om bij de put te geraken.»

Het gat van Fortuin

André De Bree heeft iets met vrachtwagens. Hij was achtereenvolgens trucker, bierhandelaar en chauffeur van de vuilkar alvorens een carrière als zelfstandige beerboer op te starten. ‘Ik zag een gat in de markt’, verklaart hij. ‘Anderen halen hun neus op voor beerputten. Ik niet. Ik zeg: stront is geld.’ Zijn zaak bloeide. Nauwelijks zes maanden later schafte hij zich een tweede vrachtwagen aan. Hij sloot een contract met het staalbedrijf Sidmar. In de haven van Zeebrugge maakte hij scheepsruimen leeg. Op zeker moment telde de firma drie vrachtwagens en zes personeelsleden. Maar toen keerde het lot zich tegen hem.

ANDRE DE BREE «Een vrachtwagen die twee maanden te laat werd geleverd, de BTW die ik met mijn spaarcenten moest betalen en de moordende concurrentie nekten me. Ik hield nog maar één camion over toen Nathalie, mijn enige dochter, ziek werd. Leukemie: een bijna zekere dood. Een jaar lang ging ik haar elke dag bezoeken in het Academisch (nu Universitair) Ziekenhuis in Gent. Mijn werk leed eronder, het geld raakte snel op. Maar voor je kind schuif je ook je ergste zakelijke ellende opzij. Vijf jaar heeft Nathalie gevochten voor haar leven. Als bij wonder heeft ze het gehaald. Pas na nog eens vijf jaar wachten waren we zeker dat ze de bloedkanker had overleefd.»

Maar met de firma De Bree ging het ondertussen bergaf. Een zwaar ongeluk gaf de genadeslag. De vrachtwagen stond met draaiende motor op een parking, toen hij plots ondanks een opgetrokken handrem op eigen houtje vooruit reed en een huis ramde.

ANDRE DE BREE «De schade werd betaald door de verzekering, maar de 12.500 euro. herstellingskosten aan de vrachtwagen waren voor mij. Ik zat kompleet aan de grond.

»Na lang zoeken heb ik eindelijk dit oude karretje op de kop kunnen tikken: een Mercedes 4x4. ‘Betaal me nu en dan een aflossing, als het je uitkomt’, zei de eigenaar. Ik heb gewerkt als een beest om deze kcmion af te betalen. Over een paar jaar moet ik weer hoven water zijn.»

Doe het zelf

We tuffen richting Bentille, een afstand van 10 kilometer. André praat aan één stuk door. Edgard rookt sigaretten. Hij heeft dit verhaal al vaker gehoord en staart dromerig door het raam. In de tank klotst de beer over en weer en ik ruik de uitwerpselen van de vorige twee klanten. ‘Mij stoort dat niet,’ zegt André.

EDGARD TERMONT «Mij ook niet. Het is een schone stiel. Je verlost de mensen van hun vuil, je komt in alle huizen, de meeste klanten bieden je een flesje bier aan (inderdaad. nooit een glas, mh) en we zijn onze eigen baas.»

ANDRE DE BREE «Toch staan ze niet te dringen voor deze job. Jaren geleden wilde ik een chauffeur in dienst nemen. De RVA (nu VDAB) bezorgde me vijf kandidaten. Weet je wat de eerste zei? ‘Als jij denkt dat ik niet die smerige beerkar ga rondrijden, heb je het verkeerd voor.’ Nummer 2 zei: ‘Zodra ik hier lang genoeg gewerkt heb om weer in een hogere categorie van dopgeld te geraken, ben ik weg.’ De derde zei: ‘Ik val nog liever dood dan andermans stront op te kuisen. Als ik tussen 125 en 250 euro in het zwart kan bijverdienen bovenop mijn dopgeld, dan heb ik een herenleventje.’

»De vierde kandidaat vroeg of ik snel zijn sollicitatiebriefje wou aftekenen en de laatste was een oud ventje. Hij wilde wel graag met de beerkar rijden. Dus maakten we een proefritje. Na 500 meter miste hij een bocht. We reden bijna een café binnen. lk vroeg hem hoeveel jaren ervaring hij als truckchauffeur had. Hij antwoordde: ‘Ik heb nog nooit met een vrachtwagen gereden, maar ik zou het dolgraag leren.’ Ik heb hem nog een kans gegeven, maar hij is niet meer komen opdagen.»

André De Bree maakt zich weinig illusies: ‘Alleen migranten bieden zich spontaan aan voor dit soort werk. Sommige mensen willen de migranten terugsturen naar hun land maar zij vergeten dat wij in welstand leven doordat die lui hier het vuile werk zijn komen opknappen. En ze blijven het doen: je moet maar eens nagaan hoeveel migranten zware handenarbeid verrichten bij wegenwerken. Dat ze dié eerst eens door Belgen proberen te vervangen!

Het Vlaams Blok? Ik kan begrijpen dat mensen daarvoor stemmen. Maar als jij ruzie hebt met je buurman, kun je mij toch niet verplichten óók kwaad op hem te zijn? Iedereen heeft recht op een eigen mening. Ik vind het verkeerd de mensen zo op te hitsen. Ik lijk zelf een beetje op een Noordafrikaan met mijn zwarte krullen en gebruinde huid. Ik heb vroeger vaak mijn paspoort moeten tonen aan de ingang van dancings. Zoals de agressie tegen Marokkanen en Turken tegenwoordig toeneemt, loop ook ik stilaan gevaar per ongeluk afgetuigd te worden! Waar leidt dat heen?’

EDGARD TERMONT «En toch zijn ze van een ander ras. En dat stoot veel mensen af.»

ANDRE DE BREE «Natuurlijk, Edgard. Maar hoe verliep het niet die Joegoslaven? Niet lang geleden hebben drie ex-Joegoslavische gezinnen hier onderdak gevonden. De buurt stond op zijn kop. ‘We zullen verdorie de achterdeur moeten sluiten of ze roven heel ons huis leeg’ werd er gezegd. Toen ze hier een paar maanden woonden, draaide 95 procent van de buurt bij.»

EDGARD TERMONT «Omdat zij zich aanpasten aan onze leefgewoonten.»

ANDRE DE BREE «Zo is het. Vreemdelingen doen thuis voor mijn part waar ze zin in hebben. Maar in het openbare leven moeten ze zich schikken naar de gebruiken van onze maatschappij, vind ik. Als ik bij hen thuis kom, pas ik me ook aan. Bij de Marokkanen drink ik muntthee. Ook de Turken hun gewoontes respecteer ik. Neem nu: afbieden op de prijs, dat zit in hun cultuur gebakken. Geen probleem, dan reken ik hen 125 euro meer aan dan de normale prijs, zij pingelen daar 125 euro van af en iedereen is content. Zo moeilijk is dat toch allemaal niet?»

Wanbetalers

Ho chauffeur! We houden halt bij een bungalow, in de polders van Bentille. De flesjes bier staan klaar naast de beerput, de bewoonster is duidelijk opgelucht. De stront zit tot in de afvoerpijp.

‘Als het water van iemands WC plots onrustwekkend stijgt, komen wij meteen ter plaatse’, zegt De Bree. ‘ Dat is het voordeel van een kleine zelfstandige. Grote firma’s laten hun klanten soms dagen wachten. Ik heb eens een familie uit de nood geholpen die al drie dagen in een kartonnen doos scheet. Hun ruimer was nog altijd niet langs geweest.’ Geld heeft ze niet in huis en een check evenmin. Maar ze belooft de verschuldigde som uiterlijk binnen twee dagen te betalen. Geen probleem, verzekert André. Ons kent ons. Santé.

ANDRE DE BREE «Ik vertrouw haar. Ik weet dat zij haar woord houdt. Niet iedereen is zo. Voor veel mensen is 35 euro een hoop geld. Verscheidene klanten betalen in schijven van 15 euro. Vervelender is het als mensen me eerst hun put laten leegpompen en dan zeggen: ‘Sorry, ik heb geen geld in huis.’ Ofwel trachten ze je de tegenwaarde in natura te geven. Dat is riskant. Ik kwam ooit thuis niet drie dozen zogenaamde exclusieve zak- en handdoeken. ‘Oh gij dommerik, riep mijn vrouw uit. ‘Die komen uit een grootwarenhuis, je hebt ze drie keer te duur betaald.’»

EDGARD TERMONT «Als sommige klanten me opbellen om hun put leeg te halen, vraag ik eerst: ‘Hebt ge lood in huis?’ (lood = geld. mh). Antwoorden ze: ‘Voor het ogenblik niet, maar volgende week zeker’, dan zeg ik: ‘Dan komen we volgende week.’ En als ze de week daarop nog altijd geen geld hebben, is het weer neen. (Boos) Want godverdomme, ondertussen rijden ze wel met een sjieke Mercedes en zijn ze te lui om te gaan werken!»

ANDRE DE BREE «Een vrouw vroeg me eens om voor 125 euro beer uit haar put te trekken omdat haar man met al het spaargeld naar het autosalon in Brussel was vertrokken. De auto lreeg voorrang op de beerput.»

EDGARD TERMONT «Jij bent een goedzak, André. Ik ben kordater in die dingen.»

ANDRE DE BREE «Een vrouw zien huilen kan ik niet. Maar het is waar: als je te goed van hart bent krijg je het deksel op je neus.

»De slechtste tijd van het jaar is de periode rond Sinterklaas. Veel mensen hebben hun laatste geld uitgegeven aan geschenken. Dat merk je duidelijk aan de beerputten. Ze laten de inhoud stijgen tot de rand. Normaal bellen ze ons als hun put driekwart vol is, nu wachten ze tot de eindejaarspremie binnen is.»

De tank is vol, het is tijd om te gaan lossen. Wie zit er te wachten 18000 liter mensenstront? André raadpleegt een lijst van bekende landbouwers en kiest er één uit waar hij lang niet meer is weest. Als zijn landerijen niet te drassig liggen, zal de Mercedes 4 de beer kunnen lossen. Wordt het volume van drijfmest niet stilaan groter dan de vraag? ‘Helaas wel.’ zegt hij. De overheid vaardigt de ene beperking na de andere uit. Politici halen hun schouders op als ik hen vraag waar we onze vracht dan wel kwijt moeten. Afval is iets vies, ze maken er hun handen liever niet aan vuil. Agalev zit mij voortdurend op de huid maar ook zij kunnen me geen stortplaats aanwijzen. Ze scheren ons over dezelfde kam als veekwekers, en dat is onrechtvaardig; in de veekwekerijen slaat de stank van amoniak en nitriet je zo in de neus. Over het onbegrip bij de doorsnee burger kunnen ze ook een boompje opzetten.

EDGARD TERMONT «Het gewoon werkvolk respecteert ons werk. We krijgen altijd een pintje bier of 2 euro zakgeld. (Windt zich op) Maar die chique mannen, de lui die menen dat ze goudbollen schijten: dat zijn de ergste! Als je dat soort mensen in de gutsende regen uit de nood komt helpen, laten ze je niet eens schuilen. In plaats van een pintje bier, zetten ze een glas kraantjeswater op de vensterbank!»

ANDRE DE BREE «Tijdens een storm moest ik de put van een rijhuis ledigen. Ik waarschuwde de vrouw tegen de wind die door het huis zou gieren als ik de deuren zou openzetten. ‘Je zou best je sierborden even van de muur halen’, suggereerde ik. Zij geloofde me niet. ‘Vooruit dan maar,’ zei ik en opende alle deuren. Onmiddellijk viel een antiek Delfts Blauw bord aan diggelen. Ze was er het hart van in. Een paar dagen later vond ik in het groot huisvuil een gewone teljoor. Ik smeerde ze in met azijn en stak ze in een hete oven. Toen dat bord eruit kwam, was het helemaal gekarteld. Het leek wel 500 jaar oud. ‘Ik heb er heel lang naar gezocht, het is antiek’, vertelde ik haar. Die vrouw was in de wolken. Het bord staat nog altijd op een ereplaats in haar huis.»

Het Kunstgebit

Minachting, ongeloof, wanbetalers, vuil werk: wat is er leuk aan deze job? ‘’Het contact met de mensen’, antwoorden de heren in koor. ‘In een fabriek zie je elke dag dezelfde lui en heb je weinig afwisseling. Wij beleven dagelijks nieuwe avonturen.’

EDGARD TERMONT «Gisteren heb ik een grijs tijgerkatje uit een beerput gered. lk heb het vier, vijf keren in een emmer water ondergedompeld en dan weer de vrijheid gegeven.» 

ANDRE DE BREE «Tijdens de kermis in Eeklo moest ik vlakbij de draaimolen een rioolputje omstoppen. Ik had geen geschikt materiaal bij me en vroeg in het nabijgelegen politiebureau of zij misschien een lange staaf hadden. Een agent gaf me een soort verkeersbord. Naarstig begon ik ermee in het rioolputje te stampen. Het viel me daarbij op dat alle auto’s, fietsers en voetgangers een ommetje maakten als ze in mijn buurt kwamen. Nooit voorheen had ik zo comfortabel kunnen werken middenin de kermisdrukte. Pas na het ontstoppen draaide ik het plakkaat om en las: OPGEPAST: GEVAAR! MIJNEN.»

EDGARD TERMONT «Vertel hem van opa.»

ANDRE DE BREE «We werden opgeroepen om een beerput van een boerderij te ruimen. Het ouderwets toilet zo’n plank niet een gat in bevond zich buiten in een houten bouwseltje. De beerput lag er vlak naast. ‘Ik denk dat de stront samengekoekt is’, zei de boerin. ‘Jullie zullen hem eerst moeten losmaken.’ Ze gaf ons twee lange stokken. We lichtten de zware steen van de put en plaatsten hem legen de deur van de wc. De boerin had gelijk. Je moet weten: op die buitentoiletten ligt vaak een telefoongids. Mensen gebruiken de bladzijden om er hun achterste mee af te kuisen. Maar in de put klit alles samen tot een harde korst.

»Edgard en ik begonnen op de drek in te hakken. Al gauw spatte het sop tot boven ons hoofd. De pret kon niet op. Na vijf minuten was de koek gebroken. We zetten de pomp in werking en trokken de put leeg. Daarna legden we het deksel terug op zijn plaats. De boerin betaalde de verschuldigde som. We praatten nog wat na bij een pintje toen opeens de deur van het WC traag opendraaide. Edgard en ik wisten niet wat we zagen. Een oud mannetje, niet zijn broek tot op de knieën, kwam met wezenloze blik naar buiten geschuifeld.

»’Pépé!’ gilde de boerin. Stront en papier hingen tot in zijn haar, zijn gezicht, op zijn blote rug: overal. Het oudje was een beetje op de sukkel. Eerst had hij vanop de pot verstijfd van schrik alles ondergaan. Dan had hij geprobeerd de deur te openen maar mei dat zware putdeksel ervoor lukte dat niet. Jongen, dat beeld! We rolden zowat over de grond. Het jaar daarop hoefden wij niet meer terug te komen.»

EDGARD TERMONT «Met kunstgebitten hebben wij ook al stoten beleefd. Het gebeurt namelijk vaak dat wij opgeroepen worden omdat iemand zijn tanden in zijn ontlasting heeft laten vallen. Wij vissen die er dan uit.»

ANDRE DE BREE «Het verhaal van onze vriend Hubert is daar een goeie illustratie van. Op een maandagmorgen het was nog geen 7 uur belde hij aan. ‘Wwen mijn kunschgewwit wwijt’, lispelde hij. ‘Gisseren zat gewweescht. Mijn vjouw mag het niet wweien.’

»lk bracht de vrachtwagen in gereedheid en we reden samen naar zijn stamcafé. Heel voorzichtig zoog ik de beerput leeg. Maar er kwamen geen tanden aan de oppervlakte. Een klant zei: ‘Voor 5 euro en vijf pinten bier spring ik in de put en zoek tussen de papierrestjes naar je tanden.’ Hubert haalde onmiddellijk een briefje van vijf euro uit zijn portefeuille. De andere trok een paar laarzen aan en sprong in de put. Maar hoe hij ook speurde: liet gebit van Hubert bleef spoorloos. ‘Ze zullen per ongeluk meegezogen zijn’, zei ik. ‘Dikwijls zitten tanden in kladjes WC-papier verstrikt. Je kunt het best meegaan naar het veld en achter mijn tank aanlopen, terwijl ik hem ledig. Als je scherp toekijkt, kun.je je tanden uit de sproeier zien vliegen.’

»Hubert vond het geen slecht idee. lk heb het beeld van die arme man nog altijd voor ogen. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik hem met zijn zondagse platte schoenen door de mest van het café ploeteren, met zijn houten kop turend naar de brokken die in het rond vlogen. Weer zonder succes.

»’Wat nu?’, zuchtte hij. Ik zei: ‘Misschien zijn ze op de bodem van de tank blijven liggen. Van de week moet ik hem openen voor een grondige schoonmaakbeurt, dan zal ik nog eens zoeken.’ En ja hoor: twee dagen later vond ik zijn gebit. Ik nam een kuisproduct, borstelde de tanden en blonk ze op. Daarna stopte ik ze in een schoendoos. Die verpakte ik in geschenkpapier en ik wond er een mooie strik rond. Edgard schakelde zijn broer, een postbode, in. Die kwakte enkele authentieke poststempels op het pakket en liet het per aangetekende post bezorgen aan het adres van Hubert. We hadden het zo gepland dat zijn vrouw zeker thuis was, zodat ze het geschenk in ontvangst kon nemen.

»Twee dagen later zag ik Hubert terug. Hij was razend. ‘Bandiet!’ zei hij. ‘Je hebt alles verbrod. Zonder medeweten van mijn vrouw had ik maandag geld afgehaald van ons spaarboekje en me een nieuw gebit gekocht. Zij had niets gemerkt. Tot eergisteren die stomme postbode een pakket afleverde.»

Wat drijft daar?

Is alle stront gelijk? Neen. Zet tien mensen naast elkaar en geen drol zal dezelfde zijn. In de naar schatting twintig beerputten die we openen registreer ik faecaliën in alle maten en gewichten, kleuren en vooral geuren. Er zijn wel algemene overeenkomsten. Aan de oppervlakte van de doorsnee Vlaamse beerput drijven krullende keutels tussen slierten papier en maandverbanden. Onderaan zit ‘het dik’.

Het leegpompen verloopt dan als volgt. Eerst duwt André het uiteinde van de leiding diep in de put, jaagt lucht of drijfmest van de voorganger in de bezonken blubber en ‘roert’ tot er een smeuïge massa ontstaat. Dan wordt de pomp in werking gezet. Op het einde van het zuigproces komt Edgard in actie. Hij gaat tot zijn middel in de put hangen, grijpt de leiding en vangt de laatste drollen uit de hoeken en kanten. ‘Gloep! Gloep! Ze schieten zich als snoeken in de buis,’ zegt hij.

Zoals in elk beroep komt er enig vakmanschap bij kijken. Een demonstratie daarvan krijgen we in een wijk met sjieke witte woningen. De put zit overvol. In geen jaren leeggemaakt. Er is bijna geen doorkomen aan.

De bovenlaag bestaat uit een dikke, gekartelde smurrie. Langs de wanden woekeren grijsbruine schimmels. ‘In oude herenhuizen, bij een sterfgeval van een oude tante of zo, is de inhoud van de put soms versteend,’ zegt André. ‘In het begin kunnen we er alleen maar ronde gaten in zuigen.’ Hier kan nog een behoorlijke laag room van de melk worden geslurpt. Met een beetje drijfmest van de vorige klant wordt het dikke bezinksel verdund. Het toilet zit verstopt. Edgard moet behoorlijk wat water door de leiding jagen vooraleer een versteende prop loskomt; ze pletst in het sop. Bijna krijgen we een kwak in ons gezicht. ‘Mondje dicht,’ grinnikt André. ‘Per jaar drink ik toch een halve pint beer, een ongelukje als dit is gauw gebeurd.’

Aandachtig monsteren we de inhoud van de put. Hij bevat nagenoeg uitsluitend ontlasting.

Vinden de heren nooit verborgen schatten?

ANDRE DE BREE «In beerputten van cafés drijven nogal wat slipjes en panty’s rond. Als een dronken man of vrouw het in zijn/haar broek doet, gooien ze het vuile kledingstuk in de put. Portefeuilles vinden we ook, vaak met inhoud. Onze recordbuit bedraagt 75 euro. Het paspoort van de ongelukkige was verteerd maar het geld niet. Geld vergaat niet, het wordt wel broos. Als je het droogt, moet je oppassen dat het niet breekt. Wij hebben de biljetten gedroogd op de uitlaat van de vrachtwagen en dan tussen de pagina’s van een boek geschoven. Daarop zijn we ermee naar de bank getrokken waar men de nummers heeft afgeschreven en ons de tegenwaarde heeft uitbetaald.

»Ringen, kettingen, uurwerken vinden we ook vaak. Mensen contacteren ons geregeld omdat hun trouwring in het toilet gevallen is. Meestal gaat het om een WC zonder sas - zo heb je er nog veel. Ze kuisen hun achterste af, de ring glijdt van hun vingers en valt mee met het papier de dieperik in. De kunst bestaat er dan in om heel voorzichtig de papierproppen onder de WC-uitlaat naar je toe te trekken en het papier met een waterslang open te sproeien.»

Blaaskens

Vrijdagavond half acht, we zitten in de woonkamer. Edgar aait zijn hond. ‘Een vondeling’, zegt hij. ‘Ik heb hem gevonden op café. Een dronken kerel smeet voor zijn lol een nest jonge hondjes één voor één dood op de vloer. Het laatste hondje heb ik uit zijn handen gerukt.’ Hij trekt een blik bier open.

HUMO Zijn mensen nooit beschaamd als een vreemdeling zomaar een blik kan werpen in hun afscheiding toch iets intiems?

ANDRE DE BREE «Ik heb vrouwen wel eens vuurrode wangen zien krijgen als er condooms in de put ronddreven. We plagen er hen wel eens mee. Dikwijls betreft het een bonte verzameling, in alle kleurtjes en modellen. Mijn schoonvader, die indertijd met ons optrok, kende dat niet. lk vergeet nooit hoe hij met een stok enkele condooms uit de beer viste en vaderlijk sprak: ‘Meiske, ge moogt de vellekes van de salami niet meer in uw toilet gooien, want die verteren niet.

»Grappig is dat die condooms na verloop van tijd opzwellen tot ballonnen. Ahja, natuurlijk: als je na de zaadlozing het condoom dichtknoopt en in de beerput gooit, ontstaat er gasvorming. De eigenaars van de landerijen waar we ons vrachtje lossen, kunnen er niet altijd om lachen. Als zo’n boer zijn land ploegt, moet hij om de haverklap lagen plastic van zijn ploegscharen plukken. Dat vindt hij maar vies. Wij hebben eens de beerput van een bordeel aan de Kortrijksesteenweg in Gent leeggetrokken: daar dreven er wel duizend in.»

Kun je de mensen kennen aan hun beerput? André De Bree meent van wel: ‘Veel mensen gooien etensresten in hun toilet. Botervlootjes, colablikjes, melkflessen, verpakkingen van Dreft en kledingstukken veroorzaken geregeld verstoppingen. Drijft er veel rotzooi rond in de beerput, dan heb je te maken met nonchalante mensen. De kinderen hebben het dan altijd gedaan. Soms klopt dat nog ook: ik ken een kind dat de inhoud van de wasmand in de beerput gooide.’

ANDRE DE BREE «Uit de beerput van een rijkswachter haalden we een revolver en tientallen kogels. Ooit haalde Edgard zelfs een niet-ontplofte granaat naar boven. De week daarop brachten we de kamion voor een onderhoudsbeurt naar de garage. Tegen de garagehouder en zijn helpers zegt Edgard: ‘Ik heb hier iets dat jullie waarschijnlijk nog nooit gezien hebben.’ Tot mijn afgrijzen haalde hij de anti-tankgranaat van onder mijn stoel. Heel de week had hij die daar opgeborgen. Ik wist niet dat ik een week lang boven een niet-ontplofte granaat had gezeten. Die garage was gauw ontruimd!

»Soms worden we opgeroepen door het parket. Er was eens een moord gebeurd. Het lijk was onvindbaar. Tijdens het gerechtelijk onderzoek stelde een speurder vast dat het deksel van de beerput verschoven was. Hij tilde het op en zag glijsporen langs de wand. Men begon met stokken te dreggen. Tevergeefs. Op dat moment werden Edgard en ik opgetrommeld.»

André Holmes en Edgard Watson reden terstond naar de plaats van de misdaad. Een politie-inspecteur wachtte hen op. Hij leidde hen naar de vermoedelijke vindplaats van het lijk. Met kennersblik monsterden ze de beerput. Edgard nam een stok, hing zich tot aan zijn middel in de beerput en liet zijn scherpe blik rond de binnenkant van de put dwalen. Hij peilde naar de wanden van de beerput. En vond er maar één!

ANDRE DE BREE «We beseften meteen dat dit geen ronde put was maar een grote, onderwelfde ruimte. Edgard en ik besloten een radicale methode toe te passen. We duwden de slang in de put, trokken onze tank vacuum leeg en gooiden dan met een ruk de kraan open. Dat geeft een geweldige ‘aanzuig’. Bijna onmiddellijk hoorden we een doffe slag. De slang liet niets meer door. Voorzichtig haalden we ze naar ons toe... en zagen een voet tevoorschijn komen.

»Onmiddellijk moesten we ons paspoort afgeven. We kregen zwijgplicht opgelegd. De straat werd afgezet, de onderzoeksrechter gewaarschuwd. Toen alle wettelijke voorzieningen getroffen waren mochten we de put heel geleidelijk leegpompen. Het dode lichaam kwam beetje bij beetje tevoorschijn. Het dreef er al een maand in rond. Met een speciale kraan en koorden van de brandweer werd het uit de put gehesen en met water afgespoeld. De mensen van het gerecht vroegen ons de put nog eens nader te onderzoeken, want er was nog een man vermist. Edgard en ik zijn toen in de beerput gekropen. Voor ons is dat gewone kost. Maar we vonden niets meer.

In normale omstandigheden is Andre De Bree nooit vies van zijn werk en van zijn vracht. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij die opeet.

ANDRE DE BREE «De afvoer van een appartement zat verstopt. Gootsteen en toilet waren op dezelfde leiding aangesloten. Een verdieping lager haalde ik ze uit elkaar en keek in het bovenste stuk. Precies op dat moment gaf iemand op de eerste verdieping een harde tik tegen de buis. De prop vloog eruit. Papier, stront, etensresten: alles pletste in mijn gezicht en in mijn open mond. Ik was zodanig verrast dat ik heel wat smurrie inslikte. Om een vergiftiging te voorkomen, dronk ik onmiddellijk een fles melk leeg. Daar moest ik van overgeven. Twee, drie dagen later verscheen er een reusachtig abces op mijn tandvlees.

»Niet lang daarna moest ik in een bedrijf een rioolbuis reinigen. lk kroop in de afvoerpijp om er takken en andere rotzooi uit te halen. De rioolpijp mondde uit in het kanaal Gent-Terneuzen. Elke keer als er een boot passeerde, kwam de buis door de golfslag onder water te staan. Edgard stond op de uitkijk om me tijdig te waarschuwen ais er een schip in aantocht was. Dan kroop ik er snel weer uit en klauterde op het droge.

»Alles verliep goed tot Edgar aan de praat geraakte met enkele arbeiders en de boten uit het oog verloor. Een zeeschip voer voorbij op het moment dat ik vijftien meter diep in de buis zat. Een muur van water stortte zich in de buis. lk schrok me bijna dood. Ik kon niet voor of achteruit en slikte in paniek het stinkende sop naar binnen. Bijna was ik verdronken.

»Een personeelslid van het bedrijf diende me onmiddellijk een braakmiddel toe. lk kotste mijn lijf uit. Maar twee dagen later voelde ik de abcessen al komen. Ditmaal zwol mijn oog helemaal dicht, zo’n joekels waren het. Ik kon niet meer eten en leek wel een monster. Dat gevaar voor besmetting is altijd aanwezig. Niet voor niets moeten wij ons laten inenten tegen tetanos. Ik heb zo mijn eigen middeltjes: ik eet alle dagen look, ajuin en prei om mijn bloed te zuiveren, mijn darmen te kuisen en om goed te kunnen pissen.»

Volgende week: het vilbeluik

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234