Beeld Herman Selleslags

Humo sprak metWilly Vandersteen

‘Ik was natuurlijk diep beledigd toen Hergé mijn tekeningen niet goed vond’

Willy Vandersteen bezit twee Kalmthoutse villa’s: één voor zichzelf en één voor zijn studio. Plus een privé-zwemdok. Plus een ongecomplexeerde jovialiteit, plus een radde tong waarmee hij Jos Boudewijn concurrentie zou kunnen aandoen. Hij luistert aandachtig naar je opmerkingen en geeft je altijd gelijk, want hij is gewoon rekening te houden met wat het publiek wil. Je vraagt je soms af wat hijzelf wil. Maar ook dat is eenvoudig: hetzelfde als het publiek. Vandersteen is een doorsneeman, is een gemiddelde, kortom: Vandersteen IS z’n publiek. Z’n eerste albums lopen vol ‘jaloezigaards’ die tegen de ‘maskes’ zeggen dat ze moeten uitkijken ‘dat ze niet komen te mankeren’. In z’n laatste albums wordt er meer ge-jij-d dan in de hele BRT-sportredactie. En intussen is Sidonie zowel Spaanse danseres geweest als geheim agente, Lambik zowel stierentemmer als mottenvanger. Hele reeksen vijanden zijn op de vlucht gedreven, zowel met sneeuwballen als met koffiebonen, maar steeds zonder vuurwapens, en steeds mét moraliserende bedoeling. Ja, er is veel gebeurd sinds dat eerste album, langgeleden. 

(Eerder verschenen in Humo op 26 november 1970)

HUMO Je eerste album heette Rikkie en Wiske ? 

Willy Vandersteen «Ja, dat is een an­ti­qua­riaatstuk geworden. Er wordt jacht op gemaakt door verzamelaars. Vorige week is er in Antwerpen nog een exemplaar verkocht. Twaalfduizend frank. Een vriend van mij heeft er één gekocht voor vijfduizend frank, een beduimeld, gescheurd exemplaar, waarvan drie bladzijden ontbraken. Zelf bewaar’ ik die albums ergens achter slot, want met al die kleinkinderen hier in huis weet je nooit, hè. En in Nederland doen ze nog gekkere dingen, daar heb je clubs en ruilmarkten voor strips, en Lambik-boetieks en wat weet ik al.» 

HUMO In het eerste album waren Rikkie en Wiske de helden, broer en zus. Waarom heb je die Rikkie vervangen door Suske? 

Vandersteen «Omdat Rikkie te veel gelijkenis vertoonde met Kuifje van Hergé. En omdat ik ’m een tikje te groot vond, naast Wiske. Dus heb ik haar Suske laten ontmoeten op ‘Het Eiland Amoras’. Nadien zijn Lambik en Jerom. gekomen. Alles is geleidelijk aan gegroeid, zie je. De herkomst van Jerom is ook heel onduidelijk. Hij is ergens door de teletijdmachine uit het verleden naar hier getransfereerd. Voordien was hij het geheime wapen van één van de reeksen vijanden van Onze Helden.» 

HUMO Hebben je verschillende figuren ergens een reële oorsprong? 

Vandersteen «Nee, maar wel een vast karakter. Suske en Wiske zijn De Jeugd natuurlijk, met al hun goede karaktertrekken. En met een paar fouten erbij, om het reëel te maken. Lambik is de man die we gebruiken om de mens als dusdanig te hekelen: nu eens is hij dapper, dan weer is hij ijdel, egoïstisch, gierig. En dan heb je Sidonie die de ouderlijke rol moet overnemen, want echte ouders kunnen we niet brengen, dat gaat niet.» 

HUMO Waarom niet ? 

Vandersteen «Nou, al die avonturen die Suske en Wiske beleven, daarvan kun je niet verwachten dat ouders dat zomaar zouden nemen. In dat geval zouden Suske én Wiske regelmatig ongehoorzaam moeten zijn, en dat kunnen ouders evenmin verdedigen. Dus het gezag en de moederlijke zorg hebben wij aan Sidonie toegewezen. Verder is er Barabas, die zowat de vulgarisatie, van de techniek in het verhaal brengt, en Jerom, die tegemoetkomt aan de machtsdrang van de mens. Hij doet dat zodanig goed dat je hem nergens meer kunt weglaten, en toch is hij een onmogelijke figuur om mee te werken, want als je hem ten tonele brengt, is het meteen opgelost: hij kan alles. Moeilijk hoor. Hij heeft nu een reeks apart, die in Duitsland enorm loopt, maar het is lastig am daar verhalen rond te verzinnen: het komt altijd op hetzelfde neer, hij is archi-sterk en lost op slag ook alles op, dus zou je hem eigenlijk zoveel mogelijk elk optreden moeten verhinderen. Maar goed, ieder heeft z’n rol, het decor verandert wel eens, en nou ja, ’t is ook een routine geworden, natuurlijk.»

HUMO Suske en Wiske en hun entourage zijn volkomen seksloze wezens. Moet dat? 

Vandersteen «Seksloos, zou je denken? Vitaal zijn ze in elk geval. Sidonie loopt wel niet met een hoge boezem rond, maar het is dan ook voor kinderen bestemd. Af en toe komt er wel eens een nevenfiguur bij te pas die nogal goed ‘gedraaid’ is.»

HUMO Niet alleen de tekeningen, maar ook de karakters zijn nogal seksloos: er zijn bijvoorbeeld weinig vrouwen bij met specifiek vrouwelijke eigenschappen. 

Vandersteen «Dat klopt, afgezien van die nevenfiguren. Nou ja, Jerom en Lambik zijn elk om beurt wel eens ver-liefd, Sidonie probeert al 24 jaar Lambik aan de haak te slaan. Da’s ook een hele geschiedenis geweest, in ‘De Briesende Bruid’ heb ik haar laten trouwen, maar op ’t eind heb ik de story nogal abstract afgebroken: de tekenaar die met z’n gom alles uitvlakt. Heb lk erg veel reacties op gehad. Dat mocht niet. Dat was niet goed. ’t Was natuurlijk een noodoplossing, want ik mág haar niet laten trouwen. Dan zouden Suske en Wiske op zoek moeten naar pleegouders. Maar we hebben Sidonie dus gewoon alles laten meemaken, ze is op het stadhuis geweest en de hele boel, en daarna heb ik de tekenaar, mezelf dus, alles laten uitvlakken : Sidonie belandt weer in de stripwereld en weet niet meer wat er gebeurd is.» 

HUMO Het is wel opvallend dat ze wel voor de staat mochten trouwen, maar niet voor de kerk. 

Vandersteen «Ja, veel mensen zijn daarover gestruikeld. ik had ze evengoed nog ’ns een, keertje naar de kerk kunnen sturen, maar dat zou twee keer hetzelfde geweest zijn.» 

HUMO Heeft het iets te maken met de onverbrekelijkheid van het kerkelijk huwelijk? 

Vandersteen «Nee, dat hebben ze me ook al gevraagd, ’s morgens stond het in de krant en om zeven uur ’s avonds stond de radio hier al, zo van ‘meneer, u hebt een huwelijk ontbonden’. Nou, kom zeg, het blijven toch stripfiguren hè. En waarom ze niet voor de kerk trouwden. Nu ja, dat was dan twee keer dezelfde scène geweest, en ik was al aan tekening nummer tweehonderd-en-zoveel gekomen, ik moest er wel mee stoppen. Anders had ik geen enkele reden om het hen niet te laten doen; natuurlijk, het verschijnt tenslotte in een katholieke krant.»

 HUMO Krijg je veel reacties? 

Vandersteen «Nog nooit zoveel als nu, op ‘De Toornige Tjiftjaf’. Hebben ze me uitgescholden voor al wat lelijk is, die vogelvangers, mensen toch. En van de dierenbescherming, Veeweyde, het coördinatiecomité van de vogel-bescherming, daar kreeg ik natuurlijk felicitaties van. Maar die boeren uit de Vlaanders, wat die allemaal schrijven: ‘metteko’ en ‘als je op handen en voeten loopt, zie je ’t verschil niet met een beest’ en ‘doen wij vogels dood zoals in Breendonk?’ Fanatici, ongehoord. Maar toch zijn wij het enige land waar het nog gebeurt, de vogelvangst, daar konden ze niet veel op aanmerken.» 

HUMO Een tjiftjaf is een soort mus? 

Vandersteen «Een kleine zangvogel, ik heb er hier een in de tuin zitten, zowat elf centimeter lang. Eigenlijk is die vogel niet zo best gekozen, want hij wordt praktisch niet gevangen. Maar kom, het klonk plezierig hè, de toornige, tsjiftjaf. (Allitereert nadrukkelijk).» 

HUMO Je hebt in je titels een duidelijke voorliefde voor alliteraties? 

Vandersteen «Ja. Het lukt niet altijd natuurlijk. Maar nu heb ik toch weer zoiets ontworpen: ‘De Kale Kapper’. Dat doet het ’m bij kinderen, zie je. Een memotechnisch middeltje misschien.» 

HUMO Wat doe je zelf nog aan je albums? 

Vandersteen «Nog veel, hoor. Scenario, tekstschrijven, schetsen, tekenen. (Toont zo’n schets, vol vage contourtjes.) En m’n medewerkers weten dan wel hoe een boom moet worden getekend, en een auto, en de figuren kennen ze vanzelfsprekend ook. Maar de bladverdeling moet je toch zelf doen. Voor ‘Bessy’ niet meer, daar hebben we een hele ploeg voor, omdat we er voor Duitsland zo’n vier of vijf per maand moeten maken. Dat is gewoon een industrie. Maar ‘Suske en Wiske’ doe ik nog helemaal zelf. En ‘Safari’ ook.. Behalve het uittekenen dan. Voor  ‘De Rode Ridder’ hebben we een man die het allemaal alleen doet, die er al een paar jaar is. We zijn hier al met z’n vijftienen, moet je weten. Voor Duitsland leveren we nu een album per week: één van Jerom en één van Bessy.» 

'Uitgesproken links of rechts zijn wij nooit geweest. Dat kan ook niet als je met zo'n groot publiek moet rekening houden.' Beeld Herman Selleslags

HUMO Zijn dat de bestverkochte series? 

Vandersteen «In Duitsland wel, maar de markt is daar helemaal anders dan hier. Je werkt daar ook niet via de boekhandel, maar via krantenverkopers, en kiosken. Bij een uitgever krijg je het niet binnen. Eigenaardig. De Amerikanen hebben het daar na de oorlog verknoeid met al die strips van de ‘Oversea Comics’, allemaal heel sexy, die ze nadien in Amerika zelf niet meer kwijtraakten en die ze dan maar hier verkochten. De meeste dingen  daaruit waren natuurlijk helemaal niet voor de jeugd bedoeld. ‘Bravo’ is daaraan kapotgegaan, een vroeger stripblad. En in Duitsland pakten ze het natuurlijk op z’n Duits aan, grondige censuur was dat: met hele vrachtwagens kwamen ze tot op een grote markt gereden, en al wie z’n strips inleverde, kreeg een boek in ruil. De strips zelf werden in brand gestoken. En die anti-mentaliteit is nog steeds niet verdwenen. De oplagen zijn er enorm, hoor, vooral bij de lagere bevolkingsklassen. Maar het stripverhaal krijgt er geen standing. De eigen Duitse procuktie is dan ook laag-bij-de-gronds. En intelligente strips als ‘Asterix’ geraken er moeilijk van de grond.» 

HUMO In onze jeugd liep er op de lagere school een echte anti-strip-actie. Is dat nog zo? 

Vandersteen «In Antwerpen gaat het nog hard toe, jawel. En Ik heb zelfs de mensen van ‘Het Vrije Woord’ op de televisie zien tekeer gaan tegen het beeldverhaal. Dat is toch een beetje krankzinnig: de tv, het visuele medium bij uitstek, zet zich door middel van het beeld, af tegen het beeldverhaal. Natuurlijk zijn enkele bezwaren verantwoord, maar daar kun je dan weer andere dingen tegenover stellen. Je kunt in een strip geen taal gebruiken zoals in een roman, daarvoor zijnde teksten te zeer gecondenseerd. Dat is één. Twee : je legt de verbeelding stil. Als je een bos beschrijft, gaat iedereen zich een andere voorstelling maken van dat bos. Als je het tekent, kun je natuurlijk niet meer kiezen, dan zie je het zo voor je. Maar daartegenover staat dat het beeldverhaal, omdat het beeld is, zoveel meer opmerkzaamheid vraagt. En daar kan ik je voorbeelden van geven. Teken maar eens ’n fout, dan krijg je stapels brieven. Bovendien besluit je elke dag je strip in de krant met een vraagteken, en ook daardoor zet je de verbeelding aan het werk. Je tracht dan zelf de oplossing, te vinden: wat zal het morgen worden. En door het samenspel van woord en beeld onthou je ook een heleboel nieuwe woorden. Vraag mijn kleinzoon eens wat een bathyscaaf. is, hij zal het weten. Mijn vrouw niet. Een Engelse professor heeft ooit eens uitgerekend hoeveel een kind dat strips leest aan woordenschat wint. Er is dus voor en tegen. Anderzijds over de tijd die een kind aan beeldverhalen besteedt, moeten de ouders waken. Als je werkelijk niks anders leest, word je natuurlijk lees-lui Maar echte steekhoudende argumenten tegen de goeie strip kun je nog moeilijk vinden.» 

HUMO Hecht je veel belang aan de opvoedende waarde van je strips? 

Vandersteen «Ja, één van de specifieke eigenschappen van onze albums is precies dat er altijd wel een bedekte moraal inzit.» 

HUMO Is die in de laatste albums niet te weinig bedekt? 

Vandersteen «Te nadrukkelijk? Heel juist, ik heb daar vanuit Nederland bepaalde opmerkingen over gehad, en die hebben 100 procent gelijk. Er mag een moraliserende strekking zijn, maar het mag er niet te dik bovenop liggen. We zijn geen onderwijzers.» 

HUMO In oudere verhalen sloot je soms nogal dicht aan bij thema’s uit de wereldliteratuur. De ‘Ringelingschat’ was een variante op de Niebelungensage, ‘De Straatridder’ inspireerde zich op ‘Don Quichote’ en in ‘Lambiorix’ neemt Sidonie de rol over van Willem Tell. Was dat bedoeld als een pedagogische tegemoetkoming? Als een bewijs dat bet stripverhaal ook wel eens cultureel kon doen? 

Vandersteen «Nee, dat zijn gewoon herinneringen uit mijn jeugd: motieven waarvan ik onder de indruk gekomen was en die ik eens graag verwerkte, dat is alles.» 

HUMO Je hebt een tijdlang nuttige wenken gekregen van Hergé? 

Vandersteen «Ja, op zeker ogenblik, toen ik al erg populair geworden was bij De Standaard is de redactie van het weekblad ‘Kuifje’ me komen vragen. Ze zaten toen in heel vieze papieren, ‘Tintin’ liep schitterend, ‘Kuifje’ deed het niet. Ik mocht van De Standaard voor hen tekenen, omdat het dan ook tegelijkertijd in het Frans verscheen, dat was een voordeel voor ons. Op slag kregen ze er 13.000 abonnementen bij op ‘Kuifje’. En dat was de redding voor het blad, want ze stonden op het punt om ermee op te houden. Toch kreeg ik bij m’n eerste tekeningen op m’n donder van Hergé, hij vond m’n tekeningen niet goed, ik was natuurlijk diep beledigd, maar uiteindelijk moest ik toch toegeven dat de man gelijk had. Kijk maar naar die allereerste boekjes, kijk maar naar ‘Rikkie en Wiske’, dat zijn allemaal tekeningen die zomaar uit m’n hand gevallen zijn. Ik was toen al heel tevreden dat ik ze op papier gekregen had, maar Hergé wees me op sommige fouten, en toen zijn we wat gaan schaven. ’t Eerste album dat ik zo voor hen gemaakt heb, was ‘Het Spaanse Spook’, dat vond Hergé goed, en toen zijn we in die richting voortgegaan. Je ziet trouwens de tekeningen zo beter worden: er is meer moeite gedaan om te stileren, om de details te verzorgen.» 

HUMO Het is misschien alleen maar persoonlijke voorkeur, maar wij vinden de ouwe albums zoals, ‘Het eiland Amoras’ en ‘De Zwarte Madam’ veel beter dan wat je nu maakt in die nieuwe tekentrant. 

Vandersteen «Kijk, dat komt iedereen me vertellen tegenwoordig. Maar nu moet je toch nog eens zo’n album ter hand nemen...» 

HUMO Wij hebben twee uitgaven van ‘De Sprietatoom’ met elkaar vergeleken... 

Vandersteen «Wel, dan kun je toch moeilijk zeggen dat het ouwe album slechter of beter is dan dat van nu. ’t Is misschien een kwestie van jeugdsentiment bij jullie. Als je de reeks van in het begin gevolgd hebt, krijg je natuur-lijk heimwee naar die eerste verhalen, toen was het nog nieuw, het was meer lokaal, in de volkstaal geschreven, met de nodige fouten erbij. Je bereikt er makkelijke effecten mee, natuurlijk. En dat deed het ’m. In Nederland ook, trouwens. Maar als je oplage groter wordt, en je krijgt regelmatig opmerkingen van onderwijzers over die taal, dan moet je er wel wat aan gaan doen. Als er overal te lande acties gevoerd worden voor beschaafde omgangstaal, dan kun je die volkstaal niet meer verdedigen.» 

HUMO Wat de correctere taal betreft, akkoord hoor. Maar de tekenstijl zelf, die lijkt ons toch niet verbeterd.  

Vandersteen «Ik ben het daar niet helemaal mee eens: die eerste albums waren ruw, zonder verhoudingen, zomaar uit de hand gevallen. Volgens mij kan dat op den duur slechte smaak gaan kweken. Er is ook niemand meer die nog op die manier tekent, tegenwoordig. Soms was het gewoon lelijk. Kijk eens naar het vroegere gezicht van Lambik. Kijk eens naar het eerste optreden van Jerom, de mensen vonden hem toen een klein monster. Het tegenwoordig uitzicht van de albums is esthetisch meer verantwoord. Je moet toch een beetje goeie smaak kweken ook?» 

HUMO Die gladde stijl gaat ook samen met wijzigingen in het karakter, vinden wij. In ‘De Sprietatoom’, waarin Lambik voor het eerst optreedt, was hij loodgieter-detective, met een verweerd proletarische kop. Nu is hij een gedisciplineerde mannetje geworden, met een keurig vlinderdasje en zo. 

Vandersteen «Nou ja, de proletariër van toen is toch ook veranderd: Lambik is gewoon mee geëvolueerd. ‘De dokwerker van nu is ook niet meer de dokwerker uit mijn jeugd, je ziet ze niet meer dronken op straat liggen, je ziet ze niet meer vechten, dat is allemaal voorbij. De tijd van de jeneverbus, jenever op de boterham zelfs, dat heb ik allemaal nog meegemaakt.» 

HUMO Als je de tekeningen vergelijkt, zijn ze toch heel wat minder spontaan geworden: twee mensen die op elkaar botsen doen dat nu niet meer zo zwierig, ze zien minder sterretjes, er zijn minder bewegingsstreepjes mee gemoeid. 

Vandersteen «Ja, als je begint te stileren, valt dat wel weg. Wie daar nog altijd onnavolgbaar in is, dat is Franquin van onder meer ‘Guust Flater’. Die tekent gestileerd, maar met actie, met beweging, dat is ’n acrobaat met ’n tekenpen. Z’n lijnen springen dan ook nogal eens een stuk uit z’n vierkantjes. Ik denk dat ie zelfs een beetje het slachtoffer geworden is van die techniek, want op den duur moet je er met je neus gaan op liggen om de details te merken. Wat mijn stijl betreft, die is misschien minder spontaan geworden, daar kun je gelijk in hebben, maar de oplagen gaan toch in stijgende lijn, en dat moet toch ook een reden hebben: Marc Sleen bijvoorbeeld verdomt het om veel te schaven aan z’n taal. Maar hij merkt het aan z’n oplage, reken maar. 

»En ook de inbreng van de actualiteit vermindert. Nu ‘De Standaard’ gemoderniseerd is, moeten we onze bandjes drie dagen van te voren binnenleveren, vroeger deden we dat om halfvier, en dan ging het om vier uur naar de drukkerij. Dan kon je nog actueel zijn, dan kon je ’s morgens nog iets horen in de radio, of lezen in de krant, en ’s anderendaags stond het in de strip. Gaat nu ook niet meer, wat we in de eerste albums ook nog konden, was de Vlaming, om zichzelf laten lachen. Suske die op de maan belandt, daar een leeuw ziet zitten, en zich afvraagt of het de Vlaamse zou zijn. ‘Nee, dat kan niet, want dan zou hij vastzitten.’ Dat was kort na de oorlog natuurlijk. En toen al waren er mensen die hun abonnement op ‘De Standaard’ opzegden. Een vijftal. In Nederland ia dat nog  erger. In ‘Het Rotterdams Nieuwsblad’ hebben er ooit 24 mensen tegelijkertijd hun abonnement opgezegd, omdat we ‘alle donders’ gebruikt hadden. En de donder was een creatie van ‘de Heer’, en daar mag je niet mee spotten. 24. Je ziet dat je voorzichtig moet zijn. Als je te duidelijk stelling kiest, bereik je trouwens uitsluitend mensen van dezelfde stelling, dan loop je vast.» 

'Ford-wagens kreeg ik aan halve prijs, op voorwaarde dat ik Suske en Wiske in een Ford Iiet rondrijden. Van de KLM kreeg ik een reis rond de wereld: ook Suske en Wiske reizen met KLM.' Beeld Herman Selleslags

HUMO Zijn je albums nog altijd bedoeld voor kinderen? 

Vandersteen «Wat is dat, een kind? We werken ook voor de ‘volwassene die het kind in zich nog niet heeft ge-dood’. En als je ’t zo beschouwt, zijn er nog enorm veel kinderen.» 

HUMO Je eerste verhalen hadden een nogal sprookjesachtige atmosfeer, en nu het laatste, ‘De charmante koffiepot’, ook weer. 

Vandersteen «Ja, het werd de hoogste tijd dat we nog een paar albums brachten in die zin. Veel lezers hadden daar op aangedrongen.» 

HUMO Je spreekt voortdurend van ‘de mensen zeggen’, ‘men zegt’. Ga je bij het ontwerpen van een album uit  van vraag-en-aanbod-over-wegingen? 

Vandersteen «Nou, ik ben zelf publiek, anders was ik er nooit aan begonnen. En als HET publiek iets opwerpt, dan hou ik daar terdege rekening mee. De ruimtevaart doet het ’m blijkbaar nog altijd niet goed, men staat daar nog steeds wat huiverig tegenover, misschien denken te veel mensen daarbij aan atoombommen en zo, wie weet. En het sprookjesachtige slaat altijd in.»

HUMO Wat is de invloed van tv (zie ‘De Texasrakkers’) en mode-literatuur (James Bond in ‘De Apenkermis’) op je albums? 

Vandersteen «Als je aansluit bij een bepaalde mode, al is het maar door er een parodie op te maken, heb je altijd succes. Dat is al een ernstig argument om het te doen. Dit jaar is het natuurbeschermingsjaar, er is een actie tegen de vogelvangst. Daar doe ik dus aan mee, nietwaar.» 

HUMO Je politieke moraal is gewoonlijk ook afgestemd op een zo groot mogelijk publiek. Dat betekent meteen ook dat zij vaag genoeg is opdat niemand er zich zou aan ergeren. ‘Nooit meer oorlog’, en zo. 

Vandersteen «Daar zit iedereen toch mee in z’n hoofd. Vroeger brachten we bovendien wel eens knipoogjes naar de lokale politiek, maar door het feit dat we de grens overgaan, kan dat niet meer in die mate. Toch was dat de basis vanwaar we vertrokken zijn, en ook de reden van ons succes, maar voor het buitenland, voor Nederland, Duitsland, Spanje zijn die toespelingen uiteraard nietszeggend.» 

HUMO We hebben hier ‘De charmante koffiepot’ bij ons. Daarin krijgt Lambik een lift van een dure Maoïstische studente, die hem laat meerijden ‘omdat ze geen klassenonderscheid kent’. 

Vandersteen «Nou, we steken daar een beetje de draak mee, meer niet.» 

HUMO Die anti-linkse ironie komt toch niet aan, bij kinderen? 

Vandersteen «Ook volwassenen lezen strips, natuurlijk. En wat die ironie betreft: de ene keer doen we zoiets met Mao, de andere keer met iemand anders. Uitgesproken links of rechts is het zeker nooit. En als je alle dagen voor zo’n blad papier zit, doe je wel eens dingen waarvan je nadien vindt dat je ze beter had weggelaten. Maar een echte strekking hebben wij in geen geval. Je kent mijn standpunt? Het verschil tussen kapitalisme en communisme: onder het kapitalisme exploiteert de ene mens de andere, en onder het communisme is het juist andersom (lacht).»

HUMO Het meest ergernis-gevende album is toch wel ‘Het Gouden Paard’, daarin staan Suske en Wiske de hele tijd aan de kant van de Spaanse plunderaars in Mexico in de 16de eeuw. De inboorlingen worden stuk voor stuk als idioten voorgesteld, gaat de lezer die Spaanse Conquistadores dan niet vereenzelvigen met de ‘heldenrel’ van Suske en Wiske? 

Vandersteen «Heel juist, heel juist. Daar heb ik geen rekening mee gehouden: ik had het verhaal gekozen in functie van de decors, de klederdrachten en zo. En daarbij, als je het zo gaat uitkienen, kunnen we niks meer voorstellen. Dan zou je de western moeten laten vallen ook. Onlangs heb ik nog een gelijkaardig geval gehad: er was een album gepland rondom de Boerenkrijg, het hele ontstaan van Zuid-Afrika, de uitroeiing van de Kaffers en zo. Voor Nederland was dat. En het moest realistisch worden. Dat was niet het geval met het Gouden Paard tussen, haakjes. Wel, een realistisch verhaal over de Boerenkrijg, historisch juist, dat kun je niet in een kinderstrip. Al die schandalige toestanden, dat gaat niet. En nu ja, bij ‘Het Gouden Paard’ hebben jullie nagedacht. Maar geef toe, wie doet dit nog meer?» 

HUMO Is dat niet juist het gevaarlijke: als men er niet bij denkt, krijgt men zo een pak veroordelen ingepompt? 

Vandersteen «Zou het zover gaan? Denk je? Ik weet het niet. Zou iemand van ons schuldgevoelens hebben, omdat de blanken destijds de Indianen hebben uitgeroeid? Ik heb Lambik trouwens ooit eens laten zeggen bij het zien van het Vrijheidsbeeld in Washington: ‘Is dat nu het Vrijheidsbeeld? Ik dacht dat het een monument was voor de uitgeroeide Indianen.’ Maar ‘Het Gouden Paard’ was een album voor Kuifje, en daar kwam dat niet zozeer ter sprake, daar letten ze vooral op de presentatie. De kostuums zijn er dan ook historisch verantwoord.» 

HUMO Wiske loopt in dat album rond met een weelderige haartooi. 

Vandersteen «Ja, het was dus een verhaal voor Kuifje-Tintin. En dat haar omhoog met een strikje erin, hadden ze daar niet graag, dat was te ‘typiquement Flamand’. Hun publiek bestond ook uit kinderen van graven en ministers, moet je weten. De eerste keer dat Wiske in Tintin verscheen zoals ze in de andere albums was, kregen ze protestbrieven: het was een straatkind, ze was vulgair enzovoort. Toen hebben we haar krullen gegeven, en dat vonden ze dan weer mignon. Een heel ander publiek. Lambik als volksmens zou er voor Tintin nooit in gegaan zijn.» 

HUMO Welke rol speelt de humor in je verhalen? 

Vandersteen «Nogal een grote rol. Maar wat is humor? Er zijn zoveel verschillende soorten, je vindt moeilijk een definitie. De gag, ja, die kun je definiëren, die kun je bijna mathematisch samenstellen. Franquin werkt ook volgens een vast stramien: z’n Guust is de argeloosheid in persoon, de oppervlakkigheid ook, de zorgeloosheid. Goed, daar kun je honderd, tweehonderd afleveringen mee maken. Dan ga je in herhalingen vervallen. En neem al die cartoonstrips, Anderson bijvoorbeeld, in drie bandjes. Als zo’n tekenaar, die z’n hele leven niks anders verrichte vijf nieuwe gags vindt, dan heeft ie veel gedaan. De rest zijn allemaal technieken die terugkomen: dingen uit hun verband rukken, het onverwachte einde, enzovoort. Dat zijn gags. Die kan je mathematisch samenstellen. De Amerikanen werken zo, trouwens. Die gaan met z’n vijven bij mekaar zitten, slaan een adresboek open, vinden de naam Timmerman bijvoorbeeld. Wat doet ’n timmerman? Wat zijn z’n normale activiteiten? En als we die timmerman nou eens beenhouwer lieten spelen? Op die manier werken zij.» 

HUMO Je hebt ook sommige stereotiepe middeltjes voor humor. Het vervormen van stads- en landennamen bijvoorbeeld. ‘Rikkie en Wiske’ speelde zich af in Chocowakije, ‘De stierentemmer’ in de Spaanse stad Servela, in ‘Het zingende nijlpaard’ is er sprake van Bha-Zar. 

Vandersteen «Ja, dat kun je natuurlijk alleen doen als je niet al te realistisch tekent.» 

HUMO : Wat je alleszins realistisch tekende, waren de Fords waarmee Suske en Wiske een hele tijd rondsnorden. Het schijnt dat je daar heibel om gekregen hebt vanwege andere adverteerders van De Standaard? 

Vandersteen «Nee, heibel niet. Dat is zo gegaan, dat is trouwens geen geheim. In de Vécu, in Antwerpen, tussen pot en pint, stond ik toevallig eens naast iemand van Ford, die me vroeg waarom Suske en Wiske niet met een Ford reden. Ja maar, zeg ik, dat is rechtstreekse publiciteit. Ha ja, maar daar kunnen wij iets aan doen, zegt ie. En dan kreeg ik mijn wagens tegen veertig, vijftig procent korting, Ik liet ze dus met een Ford rijden, maar ik tekende er ook de naam op, Ford, en dat mocht niet van de krant. De publiciteitsafdeling was ertegen. De letters moesten weg, dat is het enige probleem dat er ooit geweest is.» 

HUMO Rijden ze nog altijd met Ford? 

Vandersteen «Wel, aanvankelijk reden ze met Citroën, omdat ik zelf een Citroën had; dat was dus het makkelijkste model om af te tekenen: het stond voor de deur. Later is dat de Studebaker geweest, weer om dezelfde reden. Daarna, door die ontmoeting, werd het Ford, ik kreeg om de twee jaar een wagen tegen halve prijs...» 

HUMO Waarom teken je altijd KLM-vliegtuigen?

 Vandersteen «Ik heb van de Nederlandse KLM eens een hele reis rond de wereld cadeau gekregen, zomaar, doodgewoon. Zonder de minste verplichting. Ze hadden een vijftiental striptekenaars van heel de wereld gevraagd en ons een paar dagen op Schiphol laten doorbrengen. Na afloop zeiden ze: ‘Kijk, heren, dat hebt u nu gezien, we vinden dat nog wel eens terug in uw verhalen. Dank u wel.’ Nou, en toen konden we gaan, een public-relation stond naast me, er streek een vliegtuig neer uit Japan, ik kreeg het water al in de mond, Japan, daar had ik altijd zin in gehad. Zegt die man eenvoudig: ‘Je bent van Suske en Wiske? Wel, hier is een ticket voor jou.’ Helaas had ik toen geen tijd, ik had toen nog niet zoveel medewerkers, dat was in 1959. Maar een jaar later was er in Brussel een conferentie van de ‘Golden Circle Service’, die reizen om de wereld organiseerde: Amsterdam, IJsland, Noordpool, Japan en terug over de Filippijnen, Indië, Egypte. En op de receptie, bij een fles champagne, weetjewel, liet ik langs m’n neus weg horen dat zoiets me wel zou interesseren. Toen had ik wel tijd. Ze hebben me Maria Rosseels nog meegegeven, als je je dat nog herinnert.» 

HUMO ‘De Gouden Cirkel’ is ook de titel van een verhaal? 

Vandersteen «Ja, dat mocht dan wel.» 

HUMO Wie vind je de beste striptekenaars? 

Vandersteen «Er zijn er hier een heleboel, natuurlijk. Je hebt Franquin, die school gemaakt heeft, zoals Hergé school heeft gemaakt. Wat opvalt bij jongere tekenaars, is dat niemand nog zelf z’n verhalen schrijft. Iedereen werkt met een scenarist. Zo’n man schrijft soms zestien scenario’s per week. Dat is wel een nadeel: de coherentie tussen tekst en beeld kan daaronder lijden. De tekenaar ziet het namelijk soms helemaal anders dan de scenarist. Maar er zijn veel goeie tekenaars in België. In Duitsland zijn er bijna geen, in Frankrijk nu ook wel, meer België staat toch nog aan de top. Vooral Wallonië en Brussel. Men heeft altijd gezegd dat de Vlamingen schilders waren en de Walen tekenaars. Dat schijnt te kloppen, als ik naga hoeveel moeite ik heb om voor mijn studio nieuwe tekenaars op te snorren. Nou ja, Misschien denken ze tegenwoordig wel twee keer na, voor ze de verantwoordelijkheid op zich nemen. Je mag bijvoorbeeld niet zomaar zonder nadenken vader Snoek van de gelijknamige familie met een paraplu van de eerste verdieping laten valschermspringen. Want dan krijg je ’s anderendaags een brief waarin je kunt lezen dat ergens in Averbode een jongen wegens imitatiepogingen z’n voet heeft verstuikt. En professor Barabas moet je evenmin laten stotteren; zoals ik dat in de eerste albums deed, want dan krijg je vaderklachten over zoontjes die ook beginnen te stotteren. 

»Maar de mooiste brief heb ik gekregen uit Nederland. Dat was van een knaapje dat me vroeg: ‘Meneer, uit welk boek tekent u dat allemaal over?’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234