'Rockstar: INXS'Beeld imdb

onze manwordt rockster

In de voetsporen van Michael Hutchence: ‘Anderhalve Simonart-fan can’t be wrong!’

(Verschenen in Humo 3365 op 1 maart 2005)

Wat voorafging. In 1986 gaf een onbekend Australisch combo een showcase in een Leuvense discotheek. Wie er toen bij was, verliet de zaal in het besef: vanavond hebben we iets bijzonders gezien. Een half jaar later veroverde INXS de wereld met vier hits uit de cd ‘Kick’. De triomftocht van INXS duurde bijna tien jaar, tot zanger Michael Hutchence in 1997 dood in zijn hotelkamer werd aangetroffen. Ongeluk of zelfmoord, daarover kon niemand het eens worden.

Bekijk nu op Humo.be de documentaire ‘Mystify’ over het leven en de dood van Michael Hutchence

Ik heb Michael tien keer ontmoet, en leerde hem kennen als een aimabel, passioneel, exuberant mens met een geweldig gevoel voor humor en een excentriek en zeer welgevuld seksleven. Michael versleet hele horden zangeressen en fotomodellen, van wie Kylie Minogue en Helena Christensen de bekendste waren. Op het hoogtepunt van hun affaire verschenen in de Britse pers contactadvertenties als ‘Helena Christensen lookalike seeks her Michael’. Ik associeerde Iggy Pops ‘Lust for Life’ met Michael. Ik hou het dan ook op een ongeluk.

INXS verkocht meer dan dertig miljoen platen, en scoorde acht toptienhits, maar toen Michael stierf leek de groep eigenlijk al over z’n hoogtepunt heen: ‘Welcome to Wherever You Are’ en ‘Full Moon, Dirty Hearts’ waren goeie maar geen bijzondere platen, zonder hits. De overblijvende leden van INXS gaven vanaf 2002 een paar concerten met beroemde gastzangers, maar geen van hen kon Michael Hutchence doen vergeten. ‘Suicide Blonde’, een van hun beste songs, hebben ze uit kiesheid nooit meer live gespeeld.

INXS leek helemaal afgeschreven, maar eind vorig jaar lekte uit dat de groep via een ‘Idool’–achtig Amerikaans televisieformat een nieuwe zanger zou zoeken, met wereldwijde audities in vijftien steden. Producer is Mark Burnett van ‘Survivor’. Een nooit eerder vertoonde stunt, maar ook een absurd idee, en een riskante gok. De voordelen voor de overlevende INXS’ers zijn duidelijk: ze worden er ongetwijfeld goed voor betaald, en als het plan lukt levert deze wedstrijd tonnen gratis reclame op, zodat ze voor hun volgende cd niet meer aantreden als uitgebluste hasbeens maar als een verjongde band met een setlist waarvan geen enkel nummer op een jukebox zou misstaan. Maar als het misloopt – als de wedstrijd te banaal blijkt, of als ze geen valabele kandidaat oplevert – dan lijdt INXS ernstig gezichtsverlies.

Dit is het plan. Ik zal me inschrijven voor de wedstrijd, een gitarist zoeken, en een eigen nummer schrijven - hopelijk allemaal zeer gauw, want de deadline is over drie weken. Het lijkt me een eenmalige kans om van binnenuit te testen hoe een van de grootste rockgroepen uit de muziekgeschiedenis zichzelf een tweede adem hoopt te kopen.

Kaas gelaten

Ik overweeg eerst één van mijn favoriete bekende Belgische gitaristen mee te vragen, maar Mauro zit in de studio met dEUS (alsof dat belangrijker is, Pawlowski!), Leendert Haaksma (gitarist bij o.a. Anouk) is niet de hele periode vrij, en ook Lars van Bambost is verhinderd. En misschien is het sympathieker en origineler om een nog onbekend gitarist deze kans te gunnen. Ik besluit een zoekertje te zetten op Humo’s Wild Site.

De volgende dag zijn er 36 reacties, een dag later 181. Al wie ooit iets te maken heeft gehad met de Rock Rally weet hoe slopend het is uit een horde muzikanten het kaf van het koren te scheiden, maar ik ondervind het nu voor het eerst aan den lijve. Ik heb geen tijd voor ellenlange audities, en moet gedeeltelijk op mijn intuïtie voortgaan.

Mag ik de Humolezers eerst feliciteren met hun goeie smaak? Referenties die steeds weer opduiken in de mails: Johnny Greenwood, Sonic Youth, Prince, Captain Beefheart, Frank Black, Muse, Franz Ferdinand, Blixa Bargeld, Neil Young... Sommige Neanderthalers zweren echter nog bij Slayer, Iron Maiden, Ramones... Eén genie of warhoofd, of allebei, vermeldt als favoriete gitarist ‘Massive Attack’ – als in heel hun oeuvre meer dan drie gitaarpartijen te horen zijn, zal het veel zijn. Eén overmoedige beweert dat hij speelt zoals Neil Young ‘maar dan beter’. Eén gitarist zweert bij ‘bleus’ (sic) ‘maar ook Vlaamse muziek zoals De Kreuners kan mij bekoren’.

Wouter lijkt perfect, tot ik lees dat een van zijn groepen ‘Worst Kaas Scenario’ heette. Hij vermeldt als troef ook nog dat hij ‘zelfs voor de Londense maffia’ heeft opgetreden. Ene Roel is de spil van het combo A.R.S.E. en vermeldt als muzikale favorieten onder anderen Stravinsky en Monty Python. Matthias meldt dat hij alles aankan, ‘van Will Oldham naar Dizzee Rascal over Charlie Mingus naar Tortoise, via JJ Cale terug en alle zijwegen daartussen’. Klinkt perfect, maar hij reageert te laat. Wouter charmeert me met het naschrift ‘Ik ben vrij, en was ik niet vrij, ik zou me vrij maken!’, maar ook hij reageert te laat.

Toontje lager

De producers in Amerika melden dat elke kandidaat drie nummers moet voorbereiden, live te brengen begeleid door ‘maximum één muzikant’. Het moéten geen drie INXS songs zijn, integendeel, ‘het brengen van eigen materiaal wordt aangemoedigd’ en alle genres zijn geoorloofd ‘but please bear in mind this is a rock ’n roll show’.

Ik besluit ‘Where the Streets Have No Name’ te zingen. Het is moedig om een nummer van U2 te kiezen – in de jaren negentig de grootste concurrent van INXS – en bovendien is het erg moeilijk te zingen. Ik was al fan, maar pas als je in de voetsporen van Bono probeert te treden, merk je waarom hij met mijlen voorsprong de beste zanger van zijn generatie is. Ik haal de hoge noten maar net, en ik zing m’n stem kapot. Gek: tijdens concerten van U2 kon ik dat nummer wel moeiteloos (nou ja...) meebrullen. Was dat de adrenaline? Nee: als je de live-dvd’s en de plaatversie op ‘The Joshua Tree’ naast elkaar legt, blijkt dat Bono het live een halve noot lager zingt, om zijn stem te sparen. Als hij vals speelt, mag ik het ook. Het blijft aartsmoeilijk, en ik klink op mijn beste momenten slechts als de neef van Bono na een zwaar nachtje uit, maar: better to aim high and fail.

Voor nummers twee en drie besluit ik na lang twijfelen Coldplay zo te laten, en te kiezen voor één INXS-cover, ‘Never Tear Us Apart’, en voor ‘Roll It over’, een minder bekend maar uitstekend nummer van Oasis dat zich perfect leent tot een uitvoering met minimale begeleiding (wat van ‘Where the Streets...’ niet gezegd kan worden), en ik weet van de concerten met Beri Beri dat ik de zanglijnen van Liam Gallagher kan benaderen.

Jonge honden

Uiteindelijk laat ik vijf gitaristen bij mij thuis komen. De mail van Thijs Louis beviel me: ‘Ik ben geen gearfreak, hou niet van notenneukerij à la Satriani of Steve Vai, vind goeie smaak belangrijker dan kille virtuositeit...’ Wat dan wel? ‘Prince, Marc Ribot, Led Zeppelin, vroege Stones, Hendrix, maar ook Costello gisteren in Antwerpen...’ Dat Thijs ooit bij een combo speelde dat Kreng heette, vergeef ik hem graag.

Gerrie de Waard heeft conservatorium (‘jazz en lichte muziek’) gevolgd en is sinds kort muziekleraar op het Sint-Jozefscollege. Hij speelt ook in een coverband die INXS op het repertoire heeft staan, en zong mee in het koor Fine Fleur toen INXS twee jaar geleden op de Night of the Proms speelde. Maar of hij zich vrij kan maken voor repetities hangt van zijn lessenrooster af. Bert van Hoeylandt heeft nog bij Guy Swinnen en Jan Leyers gespeeld en is toch bereid met een amateur als ik in zee te gaan. Hij blijkt technisch vlekkeloos, maar hij is de oudste, en woont het verst, en ik geef liever een kans aan een jonge hond, en de deadline in acht genomen valt repeteren makkelijker met iemand uit de buurt.

Het voelt silly: een auditie voor de auditie. Ik hoopte dat één van de vijf geschikt zou zijn, maar uiteindelijk blijken ze alle vijf professioneel, flexibel, en bovendien sympathiek. Wat te doen? Kies ik die ene brave borst die bedremmeld meldt dat hij ‘nog nooit in Londen is geweest’? Of kies ik de man met de meeste ervaring? Of de hipste en coolste van het stel?

Michael HutchenceBeeld REUTERS

New Sensation

Tussen het speelgoed van zijn kind repeteren Thijs Louis (29) en ik akoestisch bij hem thuis. Het klinkt magertjes. Twee dagen later proberen we het voor het eerst elektrisch in het repetitiekot van Thijs’ groep Nono Newton, waarvan de eerste cd binnen een paar maanden verschijnt. Nono Newton deelt de kelder met twee andere groepen: ‘Ze spelen allebei funk, de ene heeft drié keyboardspelers, van wie twee vrouwen.’ Ik stel vragen: ‘Is julie drummer al met het lief van de bassist gaan lopen?’ ‘Waar zitten de drugs verborgen?’ en ‘Waarover gaan de ruzies met de andere twee groepen?’, maar de stoïcijnse Thijs gebaart van krommenaas. ‘We hebben wel een afspraak dat er voor een repetitie niet wordt geblowd.’ Thijs heeft ook de jongere zus van de drummer bezwangerd. Rock ’n’ roll!

Elektrisch repeteren is wennen. En doof worden. De kelder is zo laag dat ik niet eens kan staan, en zittend zingen werkt niet. Ik zing dus gekromd, en stoot gemiddeld zes keer per song m’n hoofd tegen het plafond.

Naarmate de repetitie vordert, bedenk ik: wat een werk; wat een complicaties, wat een slopende en tijd- en energievretende voorbereiding voor je één podium ziet en één plaat hebt gemaakt. En ik heb dan nog drie uitstekende songs mogen kiezen! Wat voel ik plots een deernis voor middelmatige groepen die op tournee moeten met één hitje of anderhalve goeie song, maar die er avond na avond de hele ellendige setlist door moeten jagen, ook als ze daar absoluut niet voor in de stemming zijn. Wat een ellendig bestaan!

‘Roll It over’ lukt goed. ‘Never Tear Us Apart’ ook, al is het geen sinecure die herkenbare synthesizerriff op gitaar te transponeren. Maar ‘Where the Streets Have No Name’ blijkt een zware klus: het gaat ellendig hoog, en ik heb grote moeite om die lappen tekst te onthouden.

We koesterden nog het wilde plan om samen een nummer te schrijven, maar daarvoor ontbreekt de tijd. En het lijkt me trouwens onwaarschijnlijk dat de jury ons drie nummers laat spelen. Stel dat er maar honderd kandidaten zijn, maal tien minuten auditie de man, dan nog zou de jury er vijftien uur zitten.

Eén dag voor het vertrek komt er toch nog een grote wijziging: ik vrees dat nogal wat kandidaten ‘Never Tear Us Apart’ zullen brengen - het is een ballad en bovendien een redelijk makkelijk nummer - dus ik besluit het te vervangen door ‘New Sensation’, in mijn ogen het beste nummer van INXS, voorzien van een onverwoestbare gitaarriff.

Spreekverbod

Onze man is roadie: ik draag de kleine Fender-versterker van Thijs, en merk meteen dat meisjes eerder staren naar de man met de gitaar dan naar de man met de versterker. Thijs blijkt ook triphop te hebben gespeeld. Hij heeft opgetreden met Ultrasonic, en maakte mee de muziek voor ‘Hamlet’ in ’t Paleis.

In Londen repeteren we nog even in het hotel. De generale repetitie doen we ’s middags, dan is niemand op z’n kamer, en kan er dus niet worden geklaagd over burengerucht of nachtlawaai. ‘Strikt gezien zijn we aan het werken,’ zeg ik monter tegen Thijs. ‘Zie ik eruit alsof ik mij aan het amuseren ben, dan?’ repliceert hij kurkdroog. Plots weer zonder microfoon repeteren valt tegen. En mijn stem is hees van het vele zingen, van de rook in de bar, en van mijn onophoudelijke geraas op de trein. Ik begrijp nu waarom Bono op tournee een spreekverbod wordt opgelegd. ‘Geeft niks,’ meent Thijs, ‘slechte generale, goeie show.’ Het is een excuus dat hij duidelijk al vaak in bed heeft gebruikt. Ik besluit in elk geval mijn grote muil te houden en vroeg te gaan slapen. Op de valreep biecht Thijs nog een jeugdige voorkeur voor Duran Duran en Wham op. Het is te laat om nog een andere gitarist te kiezen.

Laatste kans

Zes uur ’s ochtends. Wake me up before you go-go. De BBC meldt dat ‘vandaag de INXSROCKSTAR-audities neerstrijken in Londen. Gisterenavond stonden al een paar hoopvolle kandidaten aan te schuiven...’ Aan het ontbijt vertelt mijn gitarist monter dat de zanger van zijn eerste groep, The Golden Retrievers, ‘zot is geworden’. Als dat maar geen trend wordt.

Ik heb de voorbije dagen gemerkt dat tandpasta een nefast effect heeft op de stembanden, dus ik besluit vanochtend mijn tanden niet te poetsen, onder luid protest van mijn gitarist.

De audities beginnen om acht uur, maar ik wil vroeger naar de zaal om zeker een kans te krijgen als er te veel kandidaten zouden opdagen. ‘Neem handschoenen mee, want wie weet moeten we uren buiten in de kou aanschuiven, en je kan niet gitaarspelen met verkleumde handen,’ had ik Thijs gezegd. Maar aan de ingang van Shepherds Bush Empire onderscheid ik in het halfduister veel minder volk dan ik had gevreesd: tientallen kandidaten, geen honderden. ‘Ik heb nu al zweetpollen,’ bromt Thijs.

Een bonte verzameling would-be rocksterren troept samen voor de ingang van Shepherds Bush Empire. Ik hoor onder anderen een Fransman, twee Japanners, een handvol Ieren en minstens een dozijn Schotten. Op de website van de productiefirma stond vermeld dat ook vrouwen welkom waren, en gitarist Kirk Pengilly zei zelfs te hopen dat een vrouw deze wedstrijd zou winnen, ‘want dan zijn er geen vergelijkingen met Michael mogelijk’. Het is me een raadsel hoe een vrouw het INXS-repertoire geloofwaardig zou kunnen zingen. De zangeressen zijn vanochtend in ieder geval sterk in de minderheid: ik tel er drie. Ze zien er alledrie uit alsof ze solliciteren voor de betrekking van groupie bij Spinal Tap.

Ik vraag me af: zullen hier ook de wanhopige nerds en megalomane nitwits tussenzitten die we bij ‘Idool’ zagen; mensen wier ambitie omgekeerd evenredig is met hun zelfkennis? Een handvol figuren lijkt in ieder geval in de waan dat het hier een auditie voor The Darkness betreft.

Voor heel wat oudere jongeren is dit duidelijk De Laatste Kans. ‘Heb je geen supporters bij je?’, vraagt iemand zijn buurman. ‘Nee, mijn lief wilde wel meekomen, maar er moest iemand op de baby passen.’ Je herkent de semi-professionals aan hun gitaarkoffers: daarop plakken steevast backstage-passen van Engelse clubs als de Borderline of de Marquee naast hun in grote, blinkende letters uitgevoerde artiestennaam (‘Danko Diver’; ‘Michelangelo Starr’).

Ruzie en tranen

Ik vraag links en rechts mensen waarom ze meedoen. ‘INXS heeft de soundtrack bij mijn jeugd gemaakt, ik had posters van Michael boven mijn bed hangen.’ ‘Ik heb al aan een dozijn andere audities meegedaan, en vandaag is het nu of nooit.’ ‘Ik doe veel karaoke en mijn maten zeiden...’ (maal tien). ‘Ik wil gewoon op televisie komen, en dit is een goeie springplank.’ ‘Chicks! Grieten! Roem! Geld!’ ‘Ik zing al tien jaar in zes groepjes die maar niet van de grond komen, ik wil best een supergroep als backing band,’ zegt een blonde jeannet. Weten zijn groepsgenoten dat hij hier vandaag auditie doet? ‘Eh...’ ‘That ‘ll be no, then’, sneert z’n buurman.

Michael uit Cork deelt zijn voornaam met de voormalige frontman van INXS ‘en ik heb ook ooit een fotomodel geneukt, net zoals hij, dus dat zit goed.’ Ja, nu nog een stem en een charismatische persoonlijkheid en songschrijverstalent, en het kan niet stuk.

Gary uit Newcastle geeft ons tips over hoe we zeker de aan deze wedstrijd verbonden televisie-uitzending zullen halen: ‘Maak ruzie! Huil! Beledig INXS! Beledig de jury! Beledig om het even wie! They love that kinda stuff!’ Hij kan het weten: ‘Mijn neef Nick zat in de Engelse ‘Big Brother’’.

Vlinders in de buik

Verscheidene zangers warmen in de foyer hun stem op. Ik raak aan de praat met twee Londenaars die ook nummers van INXS zullen coveren. ‘They’re big tunes to fill’, zegt de een vol ontzag. Eén deelnemer probeert mij wijs te maken dat veel look eten goed is voor de stem. Yeah, right. Zijn grote voorbeeld is ‘Fish van Marillion: now there’s one helluva frontman!’ Van zo iemand neem ik graag goeie raad aan. Twee anderen zie ik pillen uitwisselen. Om hun stem een boost te geven, of in de waan dat een E hun zenuwen bedwingt?

Een handvol anonieme singer-songwriters spelen hun eigen composities die ze straks aan de jury zullen voorleggen nu al in de foyer. Eéntje begint, en elke volgende probeert de vorige te overtroeven. Ik hoor gejatte riffs, gekopieerde zanglijnen, en rijmelarij waarop veertigjarigen uit Portsmouth blijkbaar het patent hebben.

Plots voel ik de zenuwen; vlinders in de buik, vergelijkbaar met het in kaart brengen van de anatomie van je eerste lief: je hand wroetend in haar broekje, en koortsachtig denkend ‘Is dát de clitoris, of moet hij nog komen, of ben ik er al voorbij?!’ Zoiets. Ongeveer. Ik ga naar het toilet. Het valt overigens op dat de Ieren drie keer vaker naar het toilet gaan dan de Schotten. Drinken de Ieren meer, of zijn ze nerveuzer?

Hello, Cleveland

In groepjes van vijf worden we in de zaal binnengelaten. Shepherds Bush Empire is een kruising tussen het Koninklijk Circus en de Gentse Vooruit. Ik heb hier vorig jaar nog twee fenomenale concerten van Radiohead gezien, en het is opwindend en intimiderend en zelfs een beetje onwerkelijk straks op hetzelfde podium te staan.

Er was heel wat speculatie wie er in de jury zou zitten. Niemand, blijkt nu: we zien een technische ploeg, en één producer en haar twee assistenten. Deze eerste schifting wordt gefilmd, en de leden van INXS zullen het kaf daarna via een satellietverbinding van het koren scheiden. ‘Jullie mogen elk één nummer volledig uitzingen,’ meldt de Amerikaanse producer, een geblondeerde rockchick die haar outfit overduidelijk op video’s van Van Halen heeft gebaseerd. Slechts één nummer - zoals ik al dacht. Het nieuws zorgt voor verwarring: veel kandidaten lijken niet te kunnen beslissen waarmee ze het meeste kans maken. Eén dwarsligger zal proberen een medley van twee eigen nummers en twee songs van INXS te brengen, maar de bimbo laat gewoon de camera uitschakelen.

‘Ik heb m’n vrouw en kinderen en job laten staan om hier vandaag te kunnen zijn – no pressure,’ grapt een kandidaat uit Schotland. Later blijkt: het is géén grap, of toch niet helemaal. Zijn werkgever heeft inderdaad gedreigd met ontslag als hij vandaag niet opdaagde, maar van zijn vrouw ging hij sowieso weg, nou ja, zij van hém, ‘not that it matters’.

Niet voor het eerst in deze wedstrijd begin ik te twijfelen. Niet over het zingen, ik weet dat ik het goed genoeg doe om hier niet af te gaan. Maar de opzet van deze wedstrijd is een andere zaak. Kirk Pengilly beweert dat Michael Hutchence hier achter zou hebben gestaan. Kirk beweerde letterlijk: ‘Michael verscheen aan me in een droom, in de gedaante van een uil: hij zei ‘Ik ben eindelijk vrij, maak je geen zorgen. Maar jullie moeten zeker doorgaan’. Toen wist ik dat het goed zat.’ Daar ben ik niet zo zeker van. En het idee straks een nummer dat zo met Hutchence is verbonden te zingen voor de overlevende groepsleden van INXS, lijkt me niet alleen bizar, maar ook ongepast. Ik heb gemengde gevoelens. Maar zij ongetwijfeld ook.

Ik had overwogen een Spinal Tap T-shirt aan te doen, maar stel dat een jurylid dan zegt ‘Your T-shirt is less Spinal Tap than your singing’? Ik heb voor een neutraal zwart hemd gekozen. Pas op het podium merk ik dat het T-shirt van mijn gitarist wel een opschrift draagt: ‘I’m with stoopid’ en een pijl naar rechts, waar ik sta. Thanks for nothing, pal!

‘Hello Cleveland!’ Ik heb de voorbije weken honderd keer gedacht: ‘Zeg dat niét, want wie weet denken de leden van INXS dat je hén met Spinal Tap vergelijkt.’ Maar ik kan het niet laten. Een paar andere muzikanten lachen. De bimbo en haar assistenten niét. Maar dan zet Thijs de riff van ‘New Sensation’ in, en doet de adrenaline de rest. Ik moet me alleen bedwingen om niet te veel van dit moment te genieten. Ik denk: ‘Hè, tof: spots, muziek, dadelijk begint de zanger te zingen...’ en vlak daarop ‘Ho! JIJ bent de zanger, eikel, begin te zingen, NU, of je mist je cue!’ Ik was bang dat ik de tekst zou vergeten, of de hoge noten niet te halen, maar alles gaat vanzelf. Eén keer vergeet ik een flard en improviseer ik de zin ‘when Keyser Soze is still around’. Het is een raadsel waar die ingeving vandaan komt: ik heb ‘The Usual Suspects’ al tien jaar niet meer bekeken.

De klank in de monitors en de zaal is perfect. ‘LIIIVVE, BABY LIVE!’ We vliegen. Het is voorbij voor ik het weet. Ik geef toe: een kick! Ik moet mezelf dwingen het podium te verlaten, de drang om er de rest van ons repertoire door te jagen is groot. Ik heb wel tandpijn: in mijn enthousiasme heb ik twee keer m’n voortanden tegen de microfoon gestoten.

Boze blikken

De bimbo vindt onze prestatie ‘Awesome’ en ‘Perfect’. Een handvol kandidaten later blijkt: dat zegt ze tegen iedereen. Ze vindt ook dat ik ‘star quality’ heb. Nog tien minuten later is wel zeker dat dit extreem Hollywoodiaans mens sinds haar puberteit niets oprechts meer over de lippen heeft gekregen. Ze lijkt me het prototype van de geblondeerde high maintenance chick die haar orgasmes faket. Niettemin wijzen alle tekenen erop dat we het er goed vanaf hebben gebracht.

Thijs is tevreden: ‘Het was de beste versie, stukken beter dan alle repetities. Tight. Met power. Swingend. En stukken beter dan al die anderen.’

De Engelse zangers die daarstraks nog minzaam met ons keuvelden kijken nu stuurs. Het beste compliment: plots zijn we concurrenten; de enigen die tot nog toe zonder haperen een topnummer hebben gebracht zonder zich belachelijk te maken. De boze blikken kunnen Thijs niet deren: hij steekt tevreden een post-coïtale sigaret op.

Gevilde kat

Twintig kandidaten diep in deze auditie, en ik blijk alleszins niet de slechtste, de lelijkste, de oudste, de saaiste of de grootste freak. Na ons volgt een kluns die ongetwijfeld tot groot jolijt van zijn mates in tal van karaoke-bars ‘A Whole Lotta Rosie’ van AC/DC heeft verkracht, en dat doet hij ook hier: hij zingt als een gevilde kat, kompleet met obsceen in en uit z’n mond flitsende addertong en van alle subtiliteit gespeende neukgebaren van zijn middenrif. Tijdens de instrumentale breaks laat hij zich twee keer op z’n knieën vallen. ‘A hard act to follow,’ zegt de volgende kandidaat sarcastisch.

John uit Reading brengt een kampvuurnummer waarvan ik helaas de legendarische zin ‘When you opened my raw closed-down sensitive boy’s heart, I said ‘Hold it there woman!’’ heb onthouden. Een Ier wiens naam me ontschiet lijkt zich meer te concentreren op het videoclip-fähig met zijn lange haar zwieren dan op het toonvast zingen van zijn cover. Gavin uit Portsmouth maakt de vergissing de microfoon uit het statief los te haken, waarna hij plots niet meer weet wat te doen met dat ding in zijn handen. Hij zingt met z’n ogen naar de grond en met z’n rug half van de zaal en de camera afgekeerd, morele steun zoekend bij z’n gitarist. Wat ook niet helpt is dat z’n schriele stem lijkt op die van Will Oldham. De rock-’n-roll is ver te zoeken. ‘He could have been a famous singer if he had someone else’s voice,’ parafraseert ene Steve de songtekst van Bright Eyes.

‘Wat zou het grappig zijn als Michael Hutchence hier plots binnenwandelde en zei: ‘Ik leef nog, jongens, het was maar om te lachen, jullie kunnen allemaal naar huis,’’ grijnst een van de Ieren. ‘Yeah, wouldn’t it just’, bromt de man die de posters van Michael boven z’n bed had hangen. Maar een verrijzenis voor Michael zit er niet in, en een carrière voor deze lui evenmin. Ik heb vandaag niemand gehoord die aan Michael kan tippen, en geen enkele originele song. Zijn onontdekte muzikale genieën dan toch een mythe?

‘See you on friday’, zegt een van de Ieren. ‘That’s the spirit’, grijnst Steve. Vrijdag vinden de callbacks plaats . Maar ik eet m’n aars op als een van de kandidaten die ik heb gezien de tweede ronde haalt. Als Thijs en ik buitengaan, zegt een steward van de zaal ‘You guys were really cool’. Zijn collega knikt ernstig. Anderhalve Serge Simonart-fan can’t be wrong.

Klik

Ik hoor drie dagen geen nieuws, en neem dus aan dat we niet zijn geselecteerd voor de callbacks van vrijdag. Daar kan ik mee leven: ik heb ‘New Sensation’ nu ongeveer tachtig keer gezongen, en ik ben het nummer kotsbeu. Hoe doen echte muzikanten dat? Komt ‘I Will Follow’ Bono na al die jaren niet de strot uit?

Maar it ain’t over ‘till it’s over: donderdag om halfelf ’s avonds gaat de telefoon: ‘Gefeliciteerd: je mag naar de tweede ronde. We verwachten je morgenochtend...’ Ho! Hold your horses! Ik ben gevleid, en verbaasd, maar ook wat onverschillig. Dit was een boeiend intermezzo, maar ik heb andere ambities, en let’s face it: verder dan de tweede ronde zou ik toch nooit raken wegens slechts tamelijk goed, te Belgisch, en te oud. Bovendien raak ik nooit meer op tijd in Londen en kan ik niet nog eens duizend euro investeren in een uit de hand gelopen stunt ‘You’re kiddin’, right?’ De vrouw aan de andere kant van de lijn (niét de bimbo van eergisteren) kan niet geloven dat ik ‘such a unique opportunity’ laat gaan. ‘Besef je wel hoeveel muzikanten in jouw plaats zouden willen zijn?!’ ‘Maak dan iemand anders gelukkig,’ hoor ik mezelf zeggen. Over het commentaar van de jury of het wedervaren van de andere kandidaten wil ze niets zeggen. Ze zegt wel dat INXS niet wilde dat de kijkers sms’en, ‘want stel dat alle meisjes op een knappe talentloze zanger stemmen’. Maar mijn vragen alarmeren haar: ‘Hang on... you’re not press, are ya...?’ Klik.

***

In mei zijn de finales in Los Angeles. De finalisten zullen een maand samenhokken in één huis, kwestie van de onderlinge strijd wat aan te wakkeren. En de finale wordt een rechtstreeks wereldwijd uitgezonden concert van INXS. Dat was het. Tot hier en niet verder. ‘Onze Man is Rockster’ is een afgesloten hoofdstuk. Maar ik weet één ding: elke muziekjournalist zou dit traject eens moeten afleggen, om te weten hoe moeilijk het is. En als Bono zijn stem kwijt is, mag Edge me altijd bellen.

Bekijk nu op Humo.be de documentaire ‘Mysify’ over het leven en de dood van Michael Hutchence

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234